| Plan: | Pater Gelissenstraat, Vijlen |
|---|---|
| Status: | vastgesteld |
| Plantype: | bestemmingsplan |
| IMRO-idn: | NL.IMRO.0981.BPPaterGelissen-VG01 |
In deze regels wordt verstaan onder:
het bestemmingsplan ‘Pater Gelissenstraat, Vijlen’ met identificatienummer NL.IMRO.0981.BPPaterGelissen-VG01 van de gemeente Vaals
de geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels en de daarbij behorende bijlagen
het bedrijfsmatig verlenen van diensten c.q. het uitoefenen van ambachtelijke bedrijvigheid, geheel of overwegend door middel van handwerk, dat door zijn beperkte omvang in een woning en daarbij behorende gebouwen, met behoud van de woonfunctie kan worden uitgeoefend
een dienstverlenend beroep, dat in een woning door de bewoner wordt uitgeoefend, waarbij de woning
in overwegende mate haar woonfunctie behoudt en dat een ruimtelijke uitwerking of uitstraling heeft, die met de woonfunctie in overeenstemming is; onder de toegelaten activiteiten wordt niet de uitoefening van detailhandel en seksinrichtingen begrepen
een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden
de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft
één of meerdere gebouwen en/of bouwwerken, geen gebouwen zijnde
een op de verbeelding of in de regels aangegeven percentage, dat de grootte aangeeft van het deel van het bouwvlak, dat maximaal mag worden bebouwd
de lijst van bedrijven bevattende basisinformatie voor milieuzonering, zoals die lijst is opgenomen als Bijlage 1 bij de regels
de bouwlaag van een gebouw, welke rechtstreeks ontsloten wordt vanaf het straatniveau
een bouwwerk, dat:
de grens van een bestemmingsvlak
een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming
bevoegd gezag als bedoeld in artikel 2.4 Wabo
uitbreiding van een hoofdgebouw dan wel functioneel met een zich op hetzelfde perceel bevindend hoofdgebouw verbonden, daar al dan niet tegen aangebouwd en met de aarde verbonden bouwwerk met een dak
het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk, alsmede het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen van een standplaats
de grens van een bouwvlak
een gedeelte van een gebouw, dat door op gelijke of nagenoeg gelijke hoogte liggende vloeren of balklagen is begrensd, zulks met uitsluiting van de onderbouw en zolder
een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar horende bebouwing is toegelaten
een grens van een bouwperceel
een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zijn toegelaten
elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die hetzij direct of indirect met de grond is verbonden, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond
het bedrijfsmatig te koop aanbieden, waaronder begrepen de uitstraling ten verkoop, het verkopen en/of leveren van goederen aan personen, die deze goederen kopen voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit, inclusief de bijbehorende magazijn-, opslag-, en dienstruimten, een en ander met uitsluiting van horecadoeleinden
de natuurlijke persoon, groep van personen of rechtspersoon, die bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was, prostitutie aanbiedt, die op een andere plaats dan in de bedrijfsruimte wordt uitgeoefend (escortservices, bemiddelingsbureaus, overigen)
elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt
een gebouw, dat op een bouwperceel door zijn constructie of afmetingen als belangrijkste bouwwerk valt aan te merken
een bedrijf dat in zijn algemeenheid gericht is op het verstrekken van nachtverblijf en/of het ter plaatse nuttigen van voedsel en/of dranken en/of het exploiteren van zaalaccommodatie.
het bieden van zorg aan eenieder die hulpbehoevend is op het fysieke, psychische en/of sociale vlak, op vrijwillige basis en buiten organisatorisch verband
Omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 2.1 of 2.2 Wabo
een gedeelte van een gebouw, dat wordt afgedekt door een vloer waarvan de bovenkant minder dan 1,20 boven straatpeil is gelegen
beneden peil
een parkeerruimte met een afmeting van circa 2,25 x 4,50 meter
een al dan niet overdekte, op straat aanwezige dan wel met een straat in open verbinding staande ruimte, die gelet op ligging en ontsluiting geschikt is om te worden gebruikt voor het parkeren van motorvoertuigen
een voor het publiek toegankelijk gebouw of bouwwerk, geen gebouw zijnde dan wel onderkomen, waarin bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was, seksuele handelingen worden verricht, of vertoningen van erotisch-pornografische aard plaatsvinden. Onder een seksinrichting worden in elk geval verstaan een seksbioscoop, seksautomatenhal, sekstheater, thuisprostitutie, een parenclub, een escortbedrijf of prostitutiebedrijf, waaronder tevens is begrepen een erotische massagesalon, al of niet in combinatie met elkaar
het beeld, dat wordt bepaald door de bouwmassa’s, de gevelindeling en de dakvormen van de bebouwing alsmede de situering en de verschijningsvormen in zijn omgeving
de hoogte van de kruin van die weg ter plaatse van de hoofdtoegang;
de gemiddelde hoogte van het aansluitende afgewerkte, normale maaiveld.
prostitutie van beperkte omvang in een woning en daarbij behorende gebouwen, waarbij de woonfunctie wordt behouden
de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, welke op 1 oktober 2010 in werking is getreden
alle voor het openbaar rij- of ander verkeer openstaande wegen of paden daaronder begrepen de daarin gelegen bruggen en duikers, de tot de wegen of paden behorende bermen en zijkanten, alsmede de aan de wegen liggende en als zodanig aangeduide parkeerterreinen
een gebouw of een deel van een gebouw, geschikt en bestemd voor de zelfstandige huisvesting van niet meer dan één huishouden
Afstand tot de (zijdelingse) perceelsgrens:
de kortste afstand van enig punt van een gebouw tot de (zijdelingse) perceelsscheiding van het bouwperceel
|
Afstand tussen gebouwen:
de kortste afstand tussen de buitenwerkse gevelvlakken van gebouwen
|
Bouwhoogte van een bouwwerk:
vanaf het straatpeil tot aan het hoogste punt van een bouwwerk met uitzondering van ondergeschikte
bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes en naar aard daaraan gelijk te stellen bouwonderdelen, rekening houdend met het algemene uitgangspunt dat het peil van woningen op 20 centimeter boven de kruin van de weg is gelegen
|
Dakhelling:
langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak
|
Goothoogte van een bouwwerk:
vanaf het straatpeil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeibord of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel
|
Inhoud van een bouwwerk:
tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidsmuren) en de buitenzijde van de daken en dakkapellen
|
Breedte en diepte bouwwerk:
tussen (de lijnen getrokken door) de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidsmuren)
|
Oppervlakte van een bouwwerk:
tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk
|
Bij toepassing van het bepaalde ten aanzien van het bouwen worden ondergeschikte bouwdelen, als plinten, pilasters, kozijnen, gevelversieringen, ventilatiekanalen, liftschachten, gevel- en kroonlijsten, luifels, uitbouwen, balkons en overstekende daken buiten beschouwing gelaten, mits de overschrijding van bouw-, c.q. bestemmingsgrenzen niet meer bedraagt dan 1 meter.
De gronden aangewezen voor 'Verkeer' zijn bestemd voor:
Op en in de tot 'Verkeer' bestemde gronden mogen uitsluitend gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden opgericht, die qua aard en afmetingen bij deze bestemming passen, met dien verstande dat:
De gronden aangewezen voor ‘Wonen’ zijn bestemd voor:
met dien verstande dat:
Op de tot 'Wonen' bestemde gronden mogen uitsluitend woningen worden gebouwd en de daarbij behorende bijbehorende bouwwerken en andere bouwwerken, geen gebouwen zijnde, welke qua aard en afmetingen bij deze bestemming passen, met dien verstande dat:
Het bevoegd gezag kan, middels een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in artikel 4.1 en 4.2 voor:
Onder strijdig gebruik wordt ten minste verstaan het gebruik van bijbehorende bouwwerken voor permanente of tijdelijke bewoning.
Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.
Op de gronden, begrepen in dit plan, is het verboden een bouwwerk of een complex van bouwwerken te bouwen, indien daardoor een ander bouwwerk of complex van bouwwerken met het daarbij behorende bouwperceel, hetzij niet langer zal blijven voldoen aan, hetzij in grotere mate zal gaan afwijken van het plan.
Voor het uitvoeren van ondergrondse werken, geen bouwwerken zijnde, gelden, behoudens in dit artikel opgenomen afwijkingen, geen beperkingen.
Ondergrondse gebouwen mogen uitsluitend worden opgericht, met dien verstande dat:
Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in artikel 2.1, lid 1 onder c Wabo (verboden gebruik), indien strikte toepassing daarvan zou leiden tot een beperking van het meest doelmatige gebruik, die niet door dringende redenen wordt gerechtvaardigd.
Onder strijdig gebruik als bedoeld in artikel 2.1, lid 1 onder c Wabo wordt ten minste verstaan het gebruik:
Bij toepassing van de afwijkingsbevoegdheid als bedoeld in 7.1 dienen de procedureregels behorende bij dit plan in acht te worden genomen.
Indien niet op grond van een andere bepaling van deze planregels een omgevingsvergunning voor het afwijken van het bestemmingsplan kan worden verleend, kan het bevoegd gezag een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van de desbetreffende bepalingen van het plan voor:
Het bevoegd gezag kan bij de verlening van de omgevingsvergunning voorwaarden stellen ten aanzien van de situering van antennes, teneinde een ruimtelijk verantwoorde plaatsing van antennes ten opzichte van de omgeving te waarborgen.
De in 8.1 genoemde omgevingsvergunningen voor het afwijken van het bestemmingsplan mogen slechts worden verleend indien hierdoor geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden en bouwwerken. Voorts dient de stedenbouwkundige waarde van de omgeving te zijn gewaarborgd en de procedureregels behorende bij dit plan te worden gevolgd.
Bij het verlenen van een omgevingsvergunning voor het afwijken van het bestemmingsplan en het stellen van nadere eisen als bedoeld in deze regels, gelden de volgende procedureregels:
Indien en voorzover in deze regels wordt verwezen naar andere wettelijke regelingen, dienen deze regelingen te worden gelezen, zoals die luiden op het tijdstip van de ter inzage legging van het ontwerpplan.
Deze regels worden aangehaald als: regels van het bestemmingsplan ‘Pater Gelissenstraat, Vijlen’.