direct naar inhoud van Planregels
Plan: TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22a Multimodale Corridor
Status: vastgesteld
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0971.TAMmultimodalecorr-VA01

Planregels

Hoofdstuk 1 Inleidende regels

Preambule

Dit TAM-omgevingsplan is gericht op de aanleg en het gebruik van de Multimodale Corridor nabij Haven Stein. In juridisch opzicht is dit plan een nieuw hoofdstuk, te weten: hoofdstuk 22A, van het Omgevingsplan van de gemeente Stein. Dit hoofdstuk is op grond van artikel 11.1, tweede lid, van het Besluit elektronische publicaties, bekend gemaakt en digitaal beschikbaar gesteld via de landelijke voorziening www.ruimtelijkeplannen.nl. Het is met deze landelijke voorziening niet mogelijk dit hoofdstuk conform de juridische vormgeving van het omgevingsplan in STOP-TPOD beschikbaar te stellen.


Dit TAM-omgevingsplan moet worden aangemerkt als omgevingsplandeel van Omgevingsplan gemeente Stein. De locatie waarop dit TAM-omgevingsplan van toepassing is, is vastgelegd op www.ruimtelijkeplannen.nl. De hoofdstukken in dit omgevingsplandeel moeten gelezen worden als paragrafen van hoofdstuk 22A van het Omgevingsplan van de gemeente Stein. In de artikelkop van de in dit deel weergegeven artikelen moet na het woord 'Artikel', na de spatie en direct voor het artikelnummer '22A' gelezen worden. In de kop van de bijlagen bij het in dit deel weergegeven hoofdstuk moet na het woord 'Bijlage', na de spatie en direct voor het nummer van de bijlage '22A.' gelezen worden.

Artikel 1 Toepassingsbereik

1.1 Locatie

De regels in dit TAM-omgevingsplan zijn uitsluitend van toepassing op de locatie van het TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22a Multimodale Corridor, waarvan de geometrische bepaalde planobjecten zijn vervat in het GML-bestand NL.IMRO.0971.TAMmultimodalecorr-VA01 dat is vastgelegd op https://www.ruimtelijkeplannen.nl/.

1.2 Regels tijdelijk deel
  • a. Ter plaatse van de locatie als bedoeld in lid 1.1 komen de regels uit het (tijdelijk deel) Omgevingsplan gemeente Stein geheel te vervallen voor zover deze zijn opgenomen in de bestemmingsplannen genoemd in tabel 1.1.

Tabel 1.1

BESTEMMINGSPLAN   VASTGESTELD   IDENTIFICATIENUMMER  
Kern Urmond-Kern Berg   18 februari 2016   NL.IMRO.0971.BPKernUrmondBerg-0003  
Buitengebied 2019   12 december 2019   NL.IMRO.0971.Buitengebied2019-0003  
Veegplan kernen gemeente Stein   28 mei 2020   NL.IMRO.0971.BPVeegplan-0003  
Veegplan Kernen gemeente Stein 2022   25 mei 2023   NL.IMRO.0971.BPVeegplan2022-0003  

1.3 Voorrang

Voor zover de regels van dit TAM-omgevingsplan afwijken van de regels van Omgevingsplan gemeente Stein, zoals deze luidden op de datum van vaststelling van dit TAM-omgevingsplan, gelden de regels van dit TAM-omgevingsplan.

1.4 Normadressaat

Aan de regels in dit TAM-omgevingsplan wordt voldaan door degene die de activiteit verricht dan wel laat verrichten, tenzij anders is bepaald.

Artikel 2 Begripsbepalingen

2.1 Van toepassing zijnde begrippen
  • a. Begripsbepalingen die zijn opgenomen in bijlage I bij het Besluit activiteiten leefomgeving, bijlage I bij het Besluit bouwwerken leefomgeving, bijlage I bij het Besluit kwaliteit leefomgeving, bijlage I bij het Omgevingsbesluit en bijlage I bij de Omgevingsregeling, zijn van toepassing op dit TAM-omgevingsplan.
  • b. Het bepaalde in sub a geldt niet voor zover in de overige leden van dit artikel een afwijkende begripsomschrijving is opgenomen.
  • c. In aanvulling op het bepaalde in sub a en sub b zijn binnen 'overige zone - bp vervallen niet' de begripsbepalingen zoals die zijn opgenomen in het ter plaatse geldende tijdelijk deel Omgevingsplan gemeente Stein van toepassing op de ruimtelijke regels in dat tijdelijk deel.
  • d. Indien en voor zover een begripsbepaling als bedoeld in sub a t/m sub b niet overeenkomt met een begripsbepaling als bedoeld in sub c, is de begripsbepaling als bedoeld in sub c van toepassing.
2.2 TAM-omgevingsplan:

het TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22a Multimodale Corridor met identificatienummer NL.IMRO.0971.TAMmultimodalecorr-VA01 van de gemeente Stein;

2.3 omgevingsplan:

Omgevingsplan gemeente Stein;

2.4 bestaand:
  • a. bestaande bouwwerken: legaal aanwezig ten tijde van de vaststelling van dit TAM-omgevingsplan, dan wel mogen worden gebouwd krachtens een voor dat tijdstip aangevraagde (en nadien onherroepelijk verleende) omgevingsvergunning;
  • b. bestaand gebruik: bestaand ten tijde van de vaststelling van dit TAM-omgevingsplan;
2.5 externe veiligheidsrisico:

een externe veiligheidsrisico zoals bedoeld in het Besluit kwaliteit leefomgeving;

2.6 maatwerkvoorschrift:

maatwerkvoorschrift zoals bedoeld in artikel 4.5 Omgevingswet;

2.7 milieuscherm:

een grondwal en/of bouwkundige constructie tussen milieuhinderlijke en milieugevoelige functies, bedoeld om de milieuhinder voor laatstgenoemde functies te beperken;

2.8 Multimodale Corridor:

een multimodale, niet-openbare transportas voor de modaliteiten wegtransport en spoorvervoer voor bulk- en overige goederen;

2.9 nutsvoorziening:

voorziening ten behoeve van het openbaar nut, zoals ten behoeve van de levering van elektriciteit, gas, drinkwater en telecommunicatiediensten, alsmede ten behoeve van riolering en afvalinzameling;

2.10 onderkomen:

voor verblijf geschikte, al dan niet aan hun bestemming onttrokken voer- en vaartuigen, waaronder begrepen woonwagens, chalets, woonschepen, stacaravans, al dan niet ingericht ten behoeve van een recreatief buitenverblijf, voor zover deze niet als bouwwerken zijn aan te merken;

2.11 peil:
  • a. voor een bouwwerk op een perceel, waarvan de hoofdtoegang direct aan de weg grenst: de hoogte van de weg ter plaatse van die hoofdtoegang;
  • b. voor een bouwwerk op een perceel, waarvan de hoofdtoegang niet direct aan de weg grenst: de gemiddelde hoogte van het afgewerkte aansluitende maaiveld.
  • c. indien in het water wordt gewerkt: de hoogte van het terrein ter plaatse van het meest nabij gelegen punt waar het water grenst aan het vaste land;
  • d. in andere gevallen: de gemiddelde hoogte van het aansluitende afgewerkte maaiveld.
2.12 prostitutie:

het zich beschikbaar stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met een ander tegen vergoeding;

2.13 voorzieningen voor langzaam verkeer:

verkeerskundige voorzieningen voor het fietsverkeer en voetgangersverkeer, zoals fietspaden, voetpaden, trottoirs en oversteekplaatsen;

2.14 waterhuishoudkundige voorzieningen:

voorzieningen die nodig zijn ten behoeve van een goede wateraanvoer, waterafvoer, waterberging, hemelwaterinfiltratie en/of waterkwaliteit zoals duikers, stuwen, infiltratievoorzieningen, regenwaterbuffers, gemalen, inlaten, greppels, bermsloten, etc.

Artikel 3 Meet- en rekenbepalingen

In aanvulling op meet- en rekenbepalingen in andere van toepassing zijnde wet- en regelgeving, dan wel bepalingen die elders in dit TAM-omgevingsplan zijn opgenomen, worden voor de toepassing van dit TAM-omgevingsplan de volgende meet- en rekenbepalingen gehanteerd:

  • a. de bouwhoogte van een bouwwerk: vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen;
  • b. de oppervlakte van een bouwwerk: tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk.

Artikel 4 Aanwijzingen

4.1 overige zone - wegtransport
4.2 overige zone - wegaansluiting
4.3 overige zone - spoorvervoer
4.4 overige zone - milieuscherm
  • a. Er is een locatie 'overige zone - milieuscherm'.
  • b. Binnen 'overige zone - milieuscherm' zijn de regels gesteld met het oog op de aanleg en de instandhouding van een voorziening, die primair is bedoeld om woningen en andere milieuhindergevoelige gebouwen af te schermen van milieuhinder door het wegtransport en spoorvervoer als bedoeld in respectievelijk lid 4.1 en lid 4.3.
4.5 overige zone - herinrichting
4.6 overige zone - groenzone
4.7 Leiding
  • a. Er is een locatie 'Leiding'.
  • b. Binnen 'Leiding' zijn de regels gesteld met het oog op de aanleg, het gebruik en instandhouding van leidingen voor het transport van floccculerend kanaalwater.
4.8 Leiding - Leidingstrook
  • a. Er is een locatie 'Leiding - Leidingstrook'.
  • b. Binnen 'Leiding - Leidingstrook' zijn de regels gesteld met het oog op de aanleg, het gebruik en de instandhouding van een leidingstrook voor (proces-)riool en transport van elektriciteit.
4.9 Leiding - Belemmeringengebied
  • a. Er is een locatie 'Leiding - Belemmeringengebied', zijnde het belemmeringengebied buisleidingen gevaarlijke stoffen als bedoeld in artikel 5.18 van het Besluit kwaliteit leefomgeving.
  • b. De regels zijn gesteld met het oog op het waarborgen van de veiligheid van de aanwezige leidingen voor het transport van:
    • 1. aardgas;
    • 2. stikstof; en
    • 3. zuurstof.
4.10 geluidzone - haven stein
  • a. Er is een locatie 'geluidzone - haven stein'.
  • b. Totdat toepassing is gegeven aan artikel 3.6, tweede lid, van de Aanvullingswet geluid Omgevingswet, geldt de geluidzone als tijdelijk geluidsaandachtsgebied industrielawaai Haven Stein.
  • c. Binnen 'geluidzone - haven stein' zijn de regels gesteld met het oog op de bescherming van de geluidruimte van een industrieterrein zoals bedoeld in het Besluit kwaliteit leefomgeving.
4.11 geluidzone - chemelot
  • a. Er is een locatie 'geluidzone - chemelot'.
  • b. Totdat toepassing is gegeven aan artikel 3.6, tweede lid, van de Aanvullingswet geluid Omgevingswet, geldt de geluidzone als tijdelijk geluidsaandachtsgebied industrielawaai Chemelot.
  • c. Binnen 'geluidzone - chemelot' zijn de regels gesteld met het oog op de bescherming van de geluidruimte van een industrieterrein zoals bedoeld in het Besluit kwaliteit leefomgeving.
4.12 Bedrijventerrein
  • a. Er is een locatie 'Bedrijventerrein'.
  • b. De locatie 'Bedrijventerrein' betreft de begrenzing van een industrieterrein zoals bedoeld in het Besluit kwaliteit leefomgeving.
4.13 Overig
  • a. Er is een locatie 'Overig'.
  • b. Binnen 'Overig' zijn de regels gesteld met het oog op een functietoedeling aan een locatie.
4.14 overige zone - bp vervallen niet

Hoofdstuk 2 Functies en activiteiten

Artikel 5 Functies

5.1 Bedrijventerrein

De gronden aangewezen voor 'Bedrijventerrein' hebben de functie Multimodale Corridor voor bedrijfsdoeleinden met daarbij behorende voorzieningen, zoals:

  • a. infrastructurele voorzieningen;
  • b. groenvoorzieningen;
  • c. nutsvoorzieningen; en
  • d. waterhuishoudkundige voorzieningen.
5.2 Overig

De gronden aangewezen voor 'Overig' hebben de functie:

  • a. infrastructurele voorzieningen;
  • b. nutsvoorzieningen;
  • c. groenvoorzieningen; en
  • d. waterhuishoudkundige voorzieningen.
5.3 Milieuscherm

De gronden aangewezen als 'overige zone - milieuscherm' hebben tot functie (mogelijke) licht- en geluidhinder van het weg- en spoortransport binnen 'Bedrijventerrein' naar de omgeving te beperken.

5.4 Groenzone

De gronden aangewezen als 'overige zone - groenzone' hebben tot functie de activiteiten die ten behoeve van bedrijfsdoeleinden binnen 'Bedrijventerrein' worden verricht, landschappelijk in te passen.

Artikel 6 Gebruiksregels

6.1 Algemeen
  • a. Het is verboden gronden of bouwwerken te gebruiken anders dan overeenkomstig de aan de locatie toegedeelde functies.
  • b. Als een gebruik dat niet overeenkomstig de aan de locatie toegedeelde functies is, wordt in ieder geval beschouwd een gebruik van gronden:
    • 1. als opslag-, stort-, lozings- of bergplaats van onbruikbare of althans aan hun oorspronkelijk gebruik onttrokken voorwerpen, stoffen of producten, behoudens voorzover dat noodzakelijk is in verband met het op de functie gerichte gebruik van de grond;
    • 2. als terrein voor het al dan niet voor de verkoop opslaan of opstellen van ongebruikte en/of gebruikte, dan wel geheel of gedeeltelijk uit gebruikte onderdelen samengestelde machines, voer-, vaar- of vliegtuigen c.q. onderdelen daarvan, die bruikbaar en niet aan hun oorspronkelijk gebruik onttrokken zijn, behoudens voorzover het betreft parkeren en overigens voorzover dat noodzakelijk is in verband met het op de functie gerichte gerichte gebruik van de grond;
    • 3. als opslagplaats van hout en/of aannemersmaterialen, behoudens voorzover dat noodzakelijk is in verband met het op de functie gerichte gerichte gebruik van de grond, of ten behoeve van bouw of andere tijdelijke werkzaamheden;
    • 4. voor het verkopen of ten verkoop aanbieden van goederen als detailhandel of horeca;
    • 5. van niet voor bewoning bestemde gebouwen of onderkomens, daaronder begrepen kampeermiddelen, voor bewoning;
    • 6. voor het (doen) uitoefenen van prostitutie.
6.2 Multimodale Corridor
  • a. Het gebruik van de Multimodale Corridor mag niet leiden tot vergroting van het geluidsaandachtsgebied, zoals aangeduid met 'geluidzone - haven stein'.
  • b. Het gebruik van de Multimodale Corridor mag niet leiden tot vergroting van het externe veiligheidsrisico van de site Chemelot.
  • c. Het gebruik van de Multimodale Corridor leidt niet tot overschrijding van de grenswaarden voor lichtemissie uit de Richtlijn Lichthinder 2020.
  • d. Geurhinder door stoffen buiten de Multimodale Corridor wordt zoveel, als redelijkerwijs mogelijk, voorkomen.
  • e. Het bevoegd gezag kan bij maatwerkvoorschrift maatregelen voorschrijven ter voorkoming of beperking van geurhinder als bedoeld in sub d.
6.3 Groenvoorzieningen
6.4 Milieuscherm

Het milieuscherm ter plaatse van 'overige zone - milieuscherm' dient in stand te worden gehouden.

6.5 Wegen
  • a. Wegen voor wegverkeer mogen uitsluitend aangelegd, verplaatst of gebruikt worden binnen de locatie 'overige zone - wegtransport' en 'overige zone - wegaansluiting'.
  • b. Bij het gebruik van wegen als bedoeld in sub a wordt voldaan aan het bepaalde ten aanzien van de Multimodale Corridor in lid 6.2.
  • c. Over de wegen binnen de locatie 'overige zone - wegtransport' mogen geen transportbewegingen plaatsvinden tussen 23:00 uur en 07:00 uur, met uitzondering van incidentele bedrijfssituaties.
  • d. Over de wegen binnen de locatie 'overige zone - wegtransport' mag het wegtransport uitsluitend plaatsvinden door middel van elektrisch aangedreven voertuigen.
  • e. Het is verboden de weg binnen de locatie 'overige zone - wegtransport' in gebruik te nemen, zonder dat aan de voorwaardelijke verplichting in 10.1 is voldaan.
  • f. Binnen één jaar na eerste ingebruikname van de weg als bedoeld in sub e, dient het groenplan in 10.3 te zijn gerealiseerd.
6.6 Spoorwegen
  • a. Spoorwegen mogen uitsluitend aangelegd, verplaatst of gebruikt worden binnen de locatie 'overige zone - spoorvervoer'.
  • b. Bij het gebruik van spoorwegen als bedoeld in sub a wordt voldaan aan het bepaalde ten aanzien van de Multimodale Corridor in lid 6.2
  • c. Over de spoorwegen als bedoeld in sub a mogen geen transportbewegingen plaatsvinden tussen 23:00 uur en 07:00 uur, met uitzondering van incidentele bedrijfssituaties.
6.7 Leidingen
  • a. Het is verboden leidingen te gebruiken voor het transport van gevaarlijke stoffen.
  • b. Het verbod in sub a geldt niet voor de bestaande leidingen voor het transport van gevaarlijke stoffen.
  • c. Het is binnen de locatie 'Leiding' en 'Leiding - Belemmeringengebied' verboden de volgende kenmerken van een bestaande leiding te wijzigen:
    • 1. de te vervoeren stof of stoffen;
    • 2. de ontwerpdruk; en
    • 3. de diameter.
  • d. (Proces-)rioolleidingen mogen uitsluitend aangelegd of verplaatst worden binnen de locatie 'Leiding - Leidingstrook'.
  • e. In gebruik zijnde (proces-)rioolleidingen en overige leidingen voor het transport van al dan niet gevaarlijke stoffen worden instandgehouden en beschadiging van de leidingen dient te worden voorkomen.
6.8 Kwetsbare gebouwen
  • a. Binnen 'Leiding - Belemmeringengebied' en 'Bedrijventerrein' zijn zeer kwetsbare gebouwen en kwetsbare gebouwen en locaties verboden.
  • b. Het bepaalde in sub a is niet van toepassing op kwetsbare gebouwen die een functionele binding hebben met die buisleiding(en).
6.9 Geluidgevoelige gebouwen

Artikel 7 Bouwactiviteiten

7.1 Toepassingsbereik

Dit artikel is van toepassing op bouwwerken.

7.2 Bouwactiviteiten

Een bouwactiviteit mag uitsluitend worden verricht als het bouwwerk en het gebruik daarvan ten dienste staat van de aan de locatie toebedeelde functie op grond van Artikel 5, met inachtneming van de aanwijzingen en oogmerken als bedoeld in Artikel 4 en gebruiksregels in Artikel 6.

7.3 Maatvoering
  • a. De bouwhoogte van een gebouw bedraagt ten hoogste 3,0 m.
  • b. De grondoppervlakte van een gebouw bedraagt ten hoogste 15 m2.
  • c. De bouwhoogte van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, bedraagt ten hoogste 10,0 m.
  • d. Voor bestaande bouwwerken bedraagt de bouwhoogte ten hoogste de bestaande bouwhoogte.
  • e. Het bevoegd gezag kan bij maatwerkvoorschrift afwijken van het bepaalde in sub a t/m sub d.
7.4 Beoordelingsregel omgevingsplanactiviteit bouwwerken

In aanvulling op subparagraaf 22.2.7.2 van het Omgevingsplan gemeente Stein wordt de omgevingsvergunning alleen verleend als:

  • a. de bouwactiviteit naar aard en omvang passend is bij de functie;
  • b. de bouwactiviteit met het oog op het verkeer en de verkeersveiligheid inpasbaar is;
  • c. de bouwactiviteit voldoet aan het bepaalde in lid 7.2.
7.5 Beoordelingsregel omgevingsplanactiviteit bouwwerken belemmeringengebied buisleiding gevaarlijke stoffen

In aanvulling op subparagraaf 22.2.7.2 van het Omgevingsplan gemeente Stein wordt voor een bouwactiviteit ter plaatse van 'Leiding - Belemmeringengebied' de omgevingsvergunning geweigerd als:

  • a. de bouwactiviteit voorziet in een kwetsbaar gebouw, tenzij dat een functionele binding heeft met de betreffende buisleiding;
  • b. de bouwactiviteit voorziet in een zeer kwetsbaar gebouw;
  • c. de bouwactiviteit de veiligheid, integriteit en werking van de buisleiding schaadt.

Artikel 8 Aanlegactiviteiten

8.1 Aanlegactiviteiten algemeen

De aanvraagvereisten voor de omgevingsplanactiviteit uitvoeren van een werk, niet zijnde bouwwerk,

of werkzaamheid, bedoeld in paragraaf 22.5.2 van het Omgevingsplan gemeente Stein, zijn van overeenkomstige toepassing op een omgevingsvergunning die is vereist op grond van dit hoofdstuk.

8.2 Aanlegactiviteiten overige zone - wegtransport

Bij de aanleg van een weg ter plaatse van 'overige zone - wegtransport', wordt deze weg op het zelfde peil als bovenkant spoorstaaf van de naastgelegen spoorweg gerealiseerd.

8.3 Aanlegactiviteiten overige zone - afscherming milieuhinder
8.3.1 Omgevingsplanactiviteit werk, geen bouwwerk zijnde, of werkzaamheden

Het is verboden om zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning binnen 'overige zone - milieuscherm' de volgende activiteiten te verrichten:

  • a. het uitvoeren van grondbewerkingen, zoals afgraven, ophogen en vergraven;
  • b. het aanleggen van oppervlakteverhardingen;
  • c. het aanbrengen van diepwortelende beplantingen en bomen;
  • d. het indrijven van voorwerpen in de bodem;
  • e. het aanbrengen van ondergrondse of bovengrondse kabels of leidingen.
8.3.2 Uitzonderingen omgevingsplanactiviteit werken of werkzaamheden

Het verbod in als bedoeld in sublid 8.3.1 is niet van toepassing, indien de werken of werkzaamheden bestaan uit:

  • a. normale onderhoudswerkzaamheden; en
  • b. activiteiten in verband met de aanleg van het milieuscherm als bedoeld in lid 10.1.
8.3.3 Beoordelingscriteria

De omgevingsvergunning bedoeld in sublid 8.3.1 wordt alleen verleend als de activiteit geen negatieve gevolgen heeft voor het duurzaam functioneren het milieuscherm conform de oogmerken als genoemd in lid 4.4.

8.4 Aanlegactiviteiten Leiding
8.4.1 Omgevingsplanactiviteit werk, geen bouwwerk zijnde, of werkzaamheden

Het is verboden om zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning binnen 'Leiding' de volgende activiteiten te verrichten:

  • a. het uitvoeren van grondbewerkingen, zoals afgraven, ophogen, vergraven, diepploegen, egaliseren van gronden en het aanleggen van drainagesystemen;
  • b. het aanleggen van wegen, paden, parkeergelegenheden en het aanbrengen van andere oppervlakte verhardingen;
  • c. het aanbrengen en/of rooien van diepwortelende beplantingen en bomen;
  • d. het uitvoeren van heiwerkzaamheden of het op een andere wijze indrijven van voorwerpen in de bodem;
  • e. het aanbrengen van ondergrondse of bovengrondse kabels of leidingen;
  • f. het aanleggen, vergraven, verruimen of dempen van watergangen, zoals sloten, greppels of overige wateren; en
  • g. het opslaan van goederen, (brandbare) stoffen en/of materialen.
8.4.2 Uitzonderingen omgevingsplanactiviteit werken of werkzaamheden

Het verbod in als bedoeld in sublid 8.4.1 is niet van toepassing, indien de werken of werkzaamheden bestaan uit:

  • a. normale onderhoudswerkzaamheden;
  • b. normaal spitwerk tot een diepte van niet meer dan 0,30 m;
  • c. activiteiten die al in uitvoering waren voor inwerkingtreding van dit plan;
  • d. activiteiten die door of in opdracht van de beheerder van de leiding worden verricht in verband met het duurzaam functioneren van de leiding;
  • e. activiteiten die graafwerkzaamheden betreffen als bedoeld in artikel 1, eerste lid, van de Wet informatie-uitwisseling bovengrondse en ondergrondse netten en netwerken; of
  • f. activiteiten die noodzakelijk zijn voor de uitvoering van een bouwactiviteit, waarvoor een omgevingsvergunning is verleend.
8.4.3 Beoordelingsregel omgevingsplanactiviteit werken of werkzaamheden

De omgevingsvergunning als bedoeld in sublid 8.4.1 wordt alleen verleend als:

  • a. de activiteit de veilige instandhouding en het duurzaam functioneren van de leiding niet schaadt; en
  • b. beheerders van leidingen schriftelijk advies wordt gevraagd, tenzij een beheerder tevens de aanvrager van de omgevingsvergunning is; en
  • c. het bevoegd gezag adviezen als bedoeld in sub b meeweegt in de besluitvorming over de omgevingsvergunning.
8.5 Aanlegactiviteiten Leiding - Leidingstrook
8.5.1 Omgevingsplanactiviteit werk, geen bouwwerk zijnde, of werkzaamheden

Het is verboden om zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning binnen 'Leiding - Leidingstrook' de volgende activiteiten te verrichten:

  • a. aanleggen of verharden van wegen, paden of parkeergelegenheden en het aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen;
  • b. aanbrengen, vellen of rooien van diepwortelende beplantingen en bomen;
  • c. ophogen, het egaliseren, het bodemverlagen, het afgraven, ontginnen of het verrichten van andere graaf-/grondwerkzaamheden of anderszins wijzigen van maaiveld- of weghoogte;
  • d. aanleggen, vergraven, verruimen of dempen van sloten, vijvers en andere wateren;
  • e. uitvoeren van grondbewerkingen, waartoe worden gerekend woelen, mengen, diepploegen, het aanleggen van drainage en het verrichten van graaf- en grondwerkzaamheden, dieper dan 0,30 meter;
  • f. aanbrengen van nieuwe ondergrondse of bovengrondse kabels of leidingen;
  • g. uitvoeren van heiwerkzaamheden en het op een of andere wijze indrijven van voorwerpen in de bodem;
  • h. tijdelijk of permanent opslaan van goederen.
8.5.2 Uitzonderingen omgevingsplanactiviteit werken of werkzaamheden

Het verbod in als bedoeld in sublid 8.5.1 is niet van toepassing, indien de werken of werkzaamheden bestaan uit:

  • a. normale onderhoudswerkzaamheden;
  • b. normaal spitwerk tot een diepte van niet meer dan 0,30 m;
  • c. activiteiten die al in uitvoering waren voor inwerkingtreding van dit plan;
  • d. activiteiten die door of in opdracht van een beheerder van een leiding worden verricht in verband met het duurzaam functioneren van de betreffende leiding;
  • e. activiteiten die graafwerkzaamheden betreffen als bedoeld in artikel 1, eerste lid, van de Wet informatie-uitwisseling bovengrondse en ondergrondse netten en netwerken;
  • f. activiteiten die noodzakelijk zijn voor de uitvoering van een bouwactiviteit, waarvoor een omgevingsvergunning is verleend.
8.5.3 Beoordelingsregel omgevingsplanactiviteit werken of werkzaamheden

De omgevingsvergunning als bedoeld in sublid 8.5.1 wordt alleen verleend als:

  • a. de activiteit de veilige instandhouding en het duurzaam functioneren van de leidingen in de leidingstrook niet schaadt, en
  • b. de beheerders van leidingen schriftelijk advies wordt gevraagd, tenzij de beheerder van een leiding tevens de aanvrager van de omgevingsvergunning is, en
  • c. het bevoegd gezag adviezen als bedoeld in sub b meeweegt in de besluitvormig over de omgevingsvergunning.
8.6 Aanlegactiviteiten Leiding - Belemmeringengebied
8.6.1 Omgevingsplanactiviteit werk, geen bouwwerk zijnde, of werkzaamheden

Het is verboden om zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning binnen 'Leiding - Belemmeringengebied' activiteiten te verrichten die van invloed kunnen zijn op de integriteit en werking van de buisleiding.

8.6.2 Uitzonderingen omgevingsplanactiviteit werken of werkzaamheden

Het verbod in als bedoeld in sublid 8.6.1 is niet van toepassing op graafwerkzaamheden als bedoeld in artikel 1, eerste lid, van de Wet informatie-uitwisseling bovengrondse en ondergrondse netten.

8.6.3 Beoordelingsregel omgevingsplanactiviteit werken of werkzaamheden

Een omgevingsvergunning als bedoeld in sublid 8.6.1 wordt uitsluitend verleend als de veiligheid, integriteit en werking van de buisleiding niet wordt geschaad.

Artikel 9 Geluidzonering

9.1 Verbod geluidgevoelig gebouw

Het is verboden om ter plaatse van de locatie 'geluidzone - haven stein' en/of 'geluidzone - chemelot':

  • a. geluidgevoelige gebouwen te bouwen; of
  • b. de gebruiksfunctie van bouwwerken te wijzigen waardoor het bouwwerk een geluidgevoelig gebouw wordt.
9.2 Voorrangsbepaling

In het geval van strijdigheid van de bepaling in lid 9.1 met de bouw- en/of gebruiksregels van de bestemmingsplannen als opgenomen in tabel 8.1, dan gaat het bepaalde in lid 9.1 voor.

Tabel 8.1

BESTEMMINGSPLAN   VASTGESTELD   IDENTIFICATIENUMMER  
Kern Urmond-Kern Berg   18 februari 2016   NL.IMRO.0971.BPKernUrmondBerg-0003  
Buitengebied 2019   12 december 2019   NL.IMRO.0971.Buitengebied2019-0003  
Veegplan kernen gemeente Stein   28 mei 2020   NL.IMRO.0971.BPVeegplan-0003  
Veegplan Kernen gemeente Stein 2022   25 mei 2023   NL.IMRO.0971.BPVeegplan2022-0003  
Herziening Erfgoed Stein   15 april 2024   NL.IMRO.0971.HerzBPerfgoed-0003  

Hoofdstuk 3 Algemene regels

Artikel 10 Verplichtingen

10.1 Voorwaardelijke verplichting milieuscherm
  • a. Ter plaatse van de locatie 'overige zone - milieuscherm' dient een gesloten, niet-lichtdoorlatend scherm te worden gerealiseerd, al dan niet in combinatie met een grondwal.
  • b. De bouwhoogte van het milieuscherm als bedoeld in sub a bedraagt 2,5 m ten opzichte van het aansluitend afgewerkte maaiveld.
10.2 Maatwerkbevoegdheid milieuscherm
  • a. Het bevoegd gezag kan bij maatwerkvoorschrift afwijken van het bepaalde in lid 10.1 voor een andere constructie en maatvoering, mits de mate van milieuafscherming niet afneemt en de belangen van derden hierdoor niet onevenredig worden geschaad.
  • b. Het bevoegd gezag kan bij maatwerkvoorschrift een andere termijn stellen dan genoemd in lid 6.5 sub e, mits de termijn niet wordt verkort.
  • c. Bij het stellen van een maatwerkvoorschrift overweegt het bevoegd gezag dat:
    • 1. de mate van milieuafscherming niet verslechtert;
    • 2. de belangen van derden hierdoor niet onevenredig worden geschaad.
10.3 Voorwaardelijke verplichting groenplan
  • a. De initiatiefnemer van de MMC stelt een groenplan, dat:
    • 1. voorziet in de landschappelijke inpassing van het weg- en spoortransport tussen Haven Stein en de Chemelot site; en
    • 2. herinrichting van de voormalige carpoolplaats naar een openbare groenvoorziening.
  • b. Tot een groenvoorziening als bedoeld in sub a, behoren in ondergeschikte mate ook voorzieningen voor langzaam verkeer en/of extensief recreatief medegebruik.
  • c. Bij de inrichting van de groenvoorziening wordt rekening gehouden met de publieke toegankelijkheid voor personen van de locatie 'overige zone - herinrichting'.
  • d. Bij de totstandkoming van het groenplan als bedoeld in sub a worden omwonenden betrokken.
  • e. Het groenplan wordt gedeeld met het college van burgemeester en wethouders.
10.4 Maatwerkbevoegdheid groenplan

Het bevoegd gezag kan bij maatwerkvoorschrift een andere termijn stellen dan genoemd in lid 6.5 sub f, mits de termijn niet wordt verkort.

Artikel 11 Omgevingsplanactiviteit afwijken

  • a. Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van het bevoegd gezag af te wijken van in dit TAM-omgevingsplan aangegeven aanduidingsgrenzen, voor zover een meetverschil of onnauwkeurigheid op de kaart ten opzichte van de feitelijke situatie daartoe aanleiding geeft.
  • b. Een omgevingsvergunning als bedoeld in sub a wordt uitsluitend verleend:
    • 1. als de afwijking maximaal 2,0 meter bedraagt; en
    • 2. de belangen van derden niet onevenredig worden geschaad, onder meer met het oog op de beperking (dan wel afscherming) van de milieuhinder.
  • c. De aanvraagvereisten voor de omgevingsplanactiviteit afwijken, bedoeld in paragraaf 22.5.2 van het Omgevingsplan gemeente Stein, zijn van overeenkomstige toepassing op een omgevingsvergunning die is vereist op grond van dit artikel.

Hoofdstuk 4 Overgangsrecht

Artikel 12 Overgangsrecht planologisch gebruik

  • a. Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het TAM-omgevingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet.
  • b. Het is verboden het met het TAM-omgevingsplan strijdige gebruik, bedoeld in sub a, te veranderen of te laten veranderen in een ander met het TAM-omgevingsplan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind.
  • c. Indien het gebruik, bedoeld in sub a, na het tijdstip van inwerkingtreding van het TAM-omgevingsplan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten.
  • d. Sub a is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.

Artikel 13 Overgangsrecht bouwwerken

  • a. Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het TAM-omgevingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van het TAM-omgevingsplan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot,
    • 1. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd;
    • 2. na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan.
  • b. Sub a is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het TAM-omgevingsplan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende omgevingsplan van rechtswege, daaronder begrepen de overgangsbepalingen geldend op die locatie.