direct naar inhoud van Artikel 11 Leiding
Plan: Havens Stein
Status: vastgesteld
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0971.BPHavens-0003

Artikel 11 Leiding

11.1 Bestemmingsomschrijving
11.1.1 Algemeen

De voor 'Leiding' aangewezen gronden zijn, behalve voor de daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor de aanleg, instandhouding en/of bescherming van een:

  • a. hogedruk gastransportleiding, ter plaatse van de aanduiding ‘hartlijn leiding - gas’;
  • b. aardgastransportleiding 40 bar, ter plaatse van de aanduiding 'hartlijn leiding - gas - aardgastransportleiding 40 bar';
  • c. PALL leiding, ter plaatse van de aanduiding 'hartlijn leiding - brandstof - PALL leiding';
  • d. rioolwatertransportleiding, ter plaatse van de aanduiding 'hartlijn leiding - riool';
  • e. brandstofleiding, ter plaatse van de aanduiding 'hartlijn leiding - brandstof'.
11.1.2 Relatie dubbelbestemming en aanduiding

Voor zover de gronden tevens zijn gelegen binnen de aangewezen dubbelbestemmingen en aanduidingen zijn mede de desbetreffende regels van toepassing, met inachtneming van de voorrangsregels uit artikel 19.2.

11.2 Bouwregels

Op de voor 'Leiding' bestemde grond mag niet worden gebouwd.

11.3 Afwijken van de bouwregels
11.3.1 Afwijken ten behoeve van bouwwerken voor de leiding

Burgemeester en wethouders kunnen een omgevingsvergunning verlenen voor afwijking van het bepaalde in artikel 11.2 ten behoeve van de bouw van bouwwerken voor de leiding, met dien verstande dat:

  • a. de bouwhoogte van niet meer mag bedragen dan 3,0 meter;
  • b. door de bouw of plaatsing of de aanwezigheid van een bouwwerk geen schade wordt of kan worden toegebracht aan de in artikel 11.1.1 omschreven doeleinden;
  • c. de leidingbeheerder wordt gehoord.
11.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden
11.4.1 Vergunningplicht

Het is verboden op of in de voor 'Leiding' aangewezen gronden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van burgemeester en wethouders de volgende werken, geen bouwwerk zijnde of werkzaamheden uit te voeren:

  • a. het aanleggen of verharden van wegen, paden of parkeergelegenheden en het aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen;
  • b. het aanbrengen van groenvoorzieningen, diepwortelende en/of hoogopgroeiende beplantingen en bomen;
  • c. het ophogen, het bodemverlagen, het afgraven of het verrichten van andere graafwerkzaamheden;
  • d. het aanbrengen van ondergrondse of bovengrondse kabels of leidingen;
  • e. het uitvoeren van heiwerkzaamheden en het op een of andere wijze indrijven van voorwerpen in de bodem.
11.4.2 Uitzonderingen

Het verbod als bedoeld in artikel 11.4.1 is niet van toepassing, indien de werkzaamheden of werken bestaan uit:

  • a. normale onderhoudswerkzaamheden;
  • b. werken of werkzaamheden van ondergeschikte betekenis;
  • c. normaal spitwerk tot een diepte van niet meer dan 0,30 meter.
11.4.3 Toepassingscriteria

De werken of werkzaamheden als bedoeld in artikel 11.4.1 zijn slechts toelaatbaar indien:

  • a. door die werken of werkzaamheden, dan wel door de daarvan hetzij direct hetzij indirect te verwachten gevolgen, de in artikel 11.1.1 omschreven doeleinden niet in gevaar worden of kunnen worden gebracht;
  • b. advies is ingewonnen bij de beheerder van de leiding.