direct naar inhoud van Regels
Plan: TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22d Tweede herziening parapluplan kamerverhuur en ministudio's
Status: vastgesteld
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0957.TAMOPH22d-VG01

Regels

Hoofdstuk 1 Algemene regels

Artikel 1 Begripsbepalingen

1.1 Begripsbepalingen

Begripsbepalingen die zijn opgenomen in bijlage I bij het Besluit activiteiten leefomgeving, bijlage I bij het Besluit bouwwerken leefomgeving, bijlage I bij het Besluit kwaliteit leefomgeving, bijlage I bij het Omgevingsbesluit en bijlage I bij de Omgevingsregeling, zijn van toepassing op dit hoofdstuk, tenzij in artikel 2 daarvan is afgeweken.

Artikel 2 Aanvullende begripsbepalingen

2.1 TAM-omgevingsplan

TAM-omgevingsplan hoofdstuk 22d tweede herziening parapluplan kamerverhuur en ministudio's.

2.2 omgevingsplan

het omgevingsplan van de gemeente Roermond.

2.3 verbeelding

de digitale weergave van het TAM-omgevingsplan als vervat in het GML-bestand NL.IMRO.0957.TAMOPH22d-VG01.

2.4 bestaand
  • a. bij bebouwing: bebouwing zoals legaal aanwezig is of legaal wordt gebouwd op het tijdstip van inwerkingtreding van dit hoofdstuk, dan wel mag worden gebouwd krachtens een voor dat tijdstip verleende omgevingsvergunning voor het bouwen;
  • b. bij gebruik: het vergunde gebruik zoals aanwezig op het tijdstip dat dit hoofdstuk in werking is getreden;
  • c. in aanvulling op het bepaalde onder b. worden tot de bestaande kamerverhuurpanden tevens gerekend de panden die zijn opgenomen in Bijlage 1 van deze planregels: Lijst kamerverhuurpanden;
  • d. in aanvulling op het bepaalde onder b. worden tot de bestaande kamerwoningen tevens gerekend de kamerwoningen waarvoor een omgevingsvergunning op grond van de huisvestingsverordening is verleend.
2.5 gebruiksoppervlakte

de gebruiksoppervlakte wordt berekend door van de totale oppervlakte binnen de wanden van de woning, het BVO (brutovloeroppervlak) de volgende oppervlaktes af te trekken:

  • Grondoppervlak van dragende binnenwanden.
  • Oppervlak van vides, liftschachten en trapgaten, indien groter dan 4 m2.
  • Oppervlak van ruimten met een vrije hoogte lager dan 1,5 meter. (ter plaatse van een trap of hellingbaan die kleiner is dan 4m2, telt de vloeroppervlakte bij een hoogte onder 1,5 meter wel mee).
  • Grondoppervlak van afzonderlijke constructies (bijv. penanten) groter dan 0,5 m2.
  • Grondoppervlak van leidingschachten, indien groter dan 0,5 m2.


Bij de bepaling van de grenslijn, dient een incidentele nis of uitsparing en een incidenteel uitspringend bouwdeel te worden genegeerd, voor zover het grondoppervlak daarvan kleiner is dan 0,5 m2.

2.6 huishouden

een alleenstaande, dan wel twee of meer personen die een duurzame gemeenschappelijke huishouding voeren.

2.7 kamerverhuur

woonvorm waarbij in een gebouw huisvesting plaatsvindt door middel van bewoning van een kamerwoning of meerdere kamerwoningen. Indien een woning wordt bewoond door maximaal 2 personen die geen duurzame gemeenschappelijke huishouding voeren is er geen sprake van kamerverhuur.

2.8 kamerverhuurpand

pand dat wordt gebruikt ten behoeve van kamerverhuur en waarin zich meerdere kamerwoningen bevinden.

2.9 kamerwoning

een wooneenheid die geen eigen hoofdtoegang heeft en welke niet door een huishouden kan worden bewoond, zonder afhankelijk te zijn van wezenlijke voorzieningen buiten die woonruimte. Indien een woning wordt bewoond door maximaal 2 personen die geen duurzame gemeenschappelijke huishouding voeren is er geen sprake van kamerwoningen.

2.10 ministudio

een woning met een gebruiksvloeroppervlakte van minder dan 60 m2.

2.11 onzelfstandige woning

dit begrip is gelijk aan het begrip 'kamerwoning'.

2.12 slaapkamer

een verblijfsruimte bestemd voor slapen, niet zijnde een gemeenschappelijk verblijfsgebied.

2.13 verkameren

het gebruiken of laten gebruiken van een (gedeelte van een) gebouw ten behoeve van kamerverhuur. Hieronder wordt tevens verstaan het toevoegen van kamerwoningen aan bestaande situaties van kamerverhuur. Indien een woning wordt bewoond door maximaal 2 personen die geen duurzame gemeenschappelijke huishouding voeren is er geen sprake van verkameren.

2.14 woning

een complex van ruimten, uitsluitend bedoeld voor de huisvesting van één huishouden, of maximaal twee personen die geen duurzame gemeenschappelijke huishouding voeren.

Artikel 3 Toepassingsbereik

  • 1. De in dit hoofdstuk opgenomen regels van het TAM-Omgevingsplan gelden in aanvulling op de besluiten als bedoeld in artikel 4.6, eerste lid, onder a, b, c, g, h, i, j, k, l of m, van de Invoeringswet Omgevingswet. Wanneer de regels uit dit hoofdstuk in strijd zijn met de regels in de besluiten als bedoeld in artikel 4.6, eerste lid, onder a, b, c, g, h, i, j, k, l of m, van de Invoeringswet Omgevingswet, gaan de regels uit dit hoofdstuk voor.
  • 2. De regels in afdeling 22.2, met uitzondering van paragraaf 22.2.7.3, en de regels in afdeling 22.3 zijn niet van toepassing op de locatie, bedoeld in het derde lid, voor zover die regels in strijd zijn met regels in dit hoofdstuk.
  • 3. De regels in dit hoofdstuk zijn in aanvulling op het tijdelijk deel van het omgevingsplan van toepassing op de locatie 'TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22d Tweede herziening parapluplan kamerverhuur en ministudio's', waarvan de geometrische bepaalde planobjecten zijn vervat in het GML-bestand NL.IMRO.0957.TAMOPH22d-VG01 zoals vastgelegd op https://www.ruimtelijkeplannen.nl.

Artikel 4 Aanvraagvereisten

De aanvraagvereisten, bedoeld in paragraaf 22.5.2 van het omgevingsplan van gemeente Roermond, zijn van overeenkomstige toepassing op een omgevingsvergunning die is vereist op grond van dit TAM-omgevingsplan.

Hoofdstuk 2 Functies en activiteiten

Artikel 5 Herziening regels begrippen

De begrippen zoals genoemd in artikel 2 worden toegevoegd in het tijdelijk deel van het omgevingsplan van de gemeente Roermond. Als in het tijdelijk deel van het omgevingsplan een begrip al benoemd is, wordt dat begrip vervangen door het begrip zoals genoemd in artikel 2.

Artikel 6 Algemene activiteitenregels

6.1 Regulering kamerverhuurpanden en kamerwoningen

Ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - regulering kamerwoningen' is het verboden om zonder een omgevingsvergunning gebouwen te verkameren en/of nieuwe kamerwoningen te realiseren.

6.2 Bewonig van een kamerwoning

Een kamerwoning mag door maximaal 1 persoon worden bewoond.

6.3 Uitsterfbepaling

Wanneer een bestaand kamerverhuurpand gedurende een onafgebroken periode van minimaal 6 maanden niet als zodanig wordt gebruikt, mag dit gebruik na die periode niet worden hervat.

6.4 Regulering woningen kleiner dan 60 m2

Ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - regulering woningen kleiner dan 60 m2' is het verboden om zonder omgevingsvergunning nieuwe woningen met een gebruiksoppervlakte kleiner dan 60 m2 te bouwen en/of in gebruik te nemen.

6.5 Bewoning van een ministudio

Indien een ministudio wordt bewoond door twee personen die geen gezamenlijk huishouden vormen, dient de woning te beschikken over één gezamenlijke verblijfsruimte én twee separate slaapkamers. Elke slaapkamer moet minimaal 7,5 m² vloeroppervlakte hebben en een minimale breedte van 2,4 m.

Artikel 7 Beoordelingsregels

7.1 Beoordelingsregels aanvraag omgevingsvergunning op grond van artikel 6.1

Het bevoegd gezag verleent een omgevingsvergunning die wordt aangevraagd op grond van artikel 6.1, indien:

  • a. op grond van dit omgevingsplan ter plaatse van de locatie reeds mag worden gewoond, en;
  • b. het belang van het realiseren van (een) nieuwe kamerwoning(en) voldoende is aangetoond en zwaarder moet wegen dan het behoud van een reguliere woning, en;
  • c. de beoogde ontwikkeling niet leidt tot een dreigende onaanvaardbare aantasting van de leefbaarheid in de omgeving. De effecten op de leefbaarheid worden getoetst aan de hand van het daartoe vastgestelde uitvoeringsbeleid, en;
  • d. bij de transformatie van een bestaand pand minder kamerwoningen worden gerealiseerd dan het aantal dat voor de transformatie aanwezig was.
7.2 Afwijkingsbevoegdheid ten behoeve van nieuwe woningen kleiner dan 60 m2

Het bevoegd gezag verleent een omgevingsvergunning die wordt aangevraagd op grond van artikel 6.4 indien:

  • a. grond van dit omgevingsplan ter plaatse van de locatie reeds mag worden gewoond en het aantal ter plaatse toegestane woningen door het realiseren van ministudio's niet wordt overschreden, en;
  • b. de bestaande woningen met een gebruiksoppervlakte kleiner dan 60 m2 verdwijnen, en minder bestaande woningen met een gebruiksoppervlakte kleiner dan 60 m2 worden teruggebouwd / in gebruik genomen, of;
  • c. de aanvraag ziet op de bouw- of in gebruikname van één woning met een gebruiksoppervlakte kleiner dan 60 m2, in een bestaand gebouw waarbij vanwege de beschikbare ruimte in de bestaande toestand redelijkerwijs geen woning met een gebruiksoppervlak van minimaal 60 m2 kan worden gerealiseerd, of;
  • d. de beoogde ontwikkeling niet leidt tot een dreigende onaanvaardbare aantasting van de leefbaarheid in de omgeving. De effecten op de leefbaarheid worden getoetst aan de hand van het daartoe vastgestelde uitvoeringsbeleid.

Hoofdstuk 3 Overgangsrecht

Artikel 8 Overgangsrecht bouwwerken

  • 1. Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het TAM-omgevingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot,
    • a. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd;
    • b. na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan.
  • 2. Het bevoegd gezag kan eenmalig in afwijking van het eerste lid een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in het eerste lid met maximaal 10%.
  • 3. Het eerste lid is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan.

Artikel 9 Overgangsrecht functioneel gebruik

  • 1. Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van dit TAM-omgevingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet.
  • 2. Het is verboden het met dit TAM-omgevingsplan strijdige gebruik, bedoeld in artikel 9 onder 1, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind.
  • 3. Indien het gebruik, bedoeld in artikel 9 onder 1, na het tijdstip van inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten.
  • 4. artikel 9 onder 1 is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende omgevingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat omgevingsplan.