| Plan: | Logistiekstraat 5 te Nuth |
|---|---|
| Status: | vastgesteld |
| Plantype: | bestemmingsplan |
| IMRO-idn: | NL.IMRO.0951.BPLogistiekstr5-VA01 |
Hoofdstuk 1 Inleidende regels
In deze regels wordt verstaan onder:
het bestemmingsplan 'Logistiekstraat 5 te Nuth' van de gemeente Nuth;
de geometrisch bepaalde planobjecten als vervat in het GML-bestand NL.IMRO.0951.BPLogistiekstr5-VA01 met de bijbehorende regels (en eventuele bijlagen);
een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden;
de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft;
Wet van 4 juni 1992, Stb. 315, houdende algemene regels van bestuursrecht, zoals deze luidt op het moment van de ter inzage legging van het ontwerp van dit plan;
één of meer gebouwen en/of bouwwerken geen gebouwen zijnde;
het percentage van gronden, nader bepaald in de regels, dat mag worden bebouwd;
een onderneming waarbij het accent ligt op het vervaardigen, bewerken, installeren en verhandelen van goederen dan wel op het bedrijfsmatig verlenen van diensten, waarbij eventueel detailhandel plaatsvindt uitsluitend als niet zelfstandig en ondergeschikt onderdeel van de onderneming in de vorm van verkoop c.q. levering van ter plaatse vervaardigde, bewerkte of herstelde goederen, dan wel goederen die in rechtstreeks verband staan met de uitgeoefende handelingen;
een woning in of bij een gebouw of op een terrein, kennelijk slechts bedoeld voor (het huishouden van) een persoon, wiens huisvesting daar gelet op de bestemming van het gebouw of het terrein noodzakelijk is;
De totale vloeroppervlakte van de ruimte binnen een functie die wordt gebruikt voor bedrijf, inclusief opslag- en administratieruimten en dergelijke.
De definitie als opgenomen in het Besluit externe veiligheid inrichtingen;
Besluit van 27 mei 2004, houdende milieukwaliteitseisen voor externe veiligheid van inrichtingen milieubeheer;
de grens van een bestemmingsvlak;
een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming;
een inrichting als bedoeld in artikel 2 lid 1 van het Besluit externe veiligheid inrichtingen;
het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk, alsmede het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen van een standplaats;
de grens van een bouwvlak;
een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten;
de grens van een bouwperceel;
een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zijn toegelaten;
elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die hetzij direct hetzij indirect met de grond is verbonden, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond;
het bedrijfsmatig te koop aanbieden, waaronder begrepen het uitstallen ten verkoop, het verkopen en/of bewaren van goederen aan personen die deze goederen kopen voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit;
detailhandel in volumineuze goederen ten behoeve van de inrichting van een woning en de daarmee rechtstreeks samenhangende artikelen;
detailhandel die vanwege de omvang van de gevoerde artikelen een groot oppervlak nodig heeft voor de uitstalling, waaronder detailhandel in auto's, boten, caravans, meubels en woninginrichting;
elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt;
cumulatieve kansen per jaar dat ten minste 10, 100 of 1000 personen overlijden als rechtstreeks gevolg van hun aanwezigheid in het invloedsgebied van een inrichting en een ongewoon voorval binnen die inrichting waarbij een gevaarlijke stof, gevaarlijke afvalstof of bestrijdingsmiddel betrokken is;
een gebouw, dat op een bouwperceel door zijn constructie of afmetingen dan wel gelet op de bestemming als belangrijkste bouwwerk valt aan te merken;
gebied waarin volgens bij regeling van Onze Minister gestelde regels personen worden meegeteld voor de berekening van het groepsrisico;
De definitie als opgenomen in het Besluit externe veiligheid inrichtingen;
een onderdeel van een bedrijf, dat andere bedrijfsactiviteiten als inkomstenbron heeft en waarvoor het kantoor uitsluitend een ondersteunende functie heeft;
risico op een plaats buiten een inrichting, uitgedrukt als de kans per jaar dat een persoon die onafgebroken en onbeschermd op die plaats zou verblijven, overlijdt als rechtstreeks gevolg van een ongewoon voorval binnen die inrichting waarbij een gevaarlijke stof, gevaarlijke afvalstof of bestrijdingsmiddel betrokken is;
Wet van 16 februari 1979, Stb. 99, houdende regels inzake het voorkomen of beperken van geluidhinder, zoals deze luidt op het moment van de terinzagelegging van het ontwerp van dit plan;
Wet van 22 juni 1950, Stb. K 258, houdende vaststelling van regelen voor de opsporing, de vervolging en de berechting van economische delicten, zoals deze luidt op het moment van de terinzagelegging van het ontwerp van dit plan;
Wet van 20 oktober 2006, Stb. 2006, 566, houdende nieuwe regels omtrent de ruimtelijke ordening.
Bij de toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten:
de kortste afstand tussen de zijdelingse grenzen en enig punt van het op dat bouwperceel voorkomende bouwwerk;
vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes, en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen;
vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeiboord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel;
tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen;
tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk;
De voor Bedrijventerrein - II aangewezen gronden zijn bestemd voor:
één en ander met bijbehorende gebouwen, bouwwerken, geen gebouwen zijnde, en voorzieningen zoals tuinen, erven, groen- en parkeervoorzieningen, en conform de regels in de nadere detaillering van de bestemmingsomschrijving.
binnen deze bestemming zijn uitsluitend bedrijven toegestaan voor zover deze voorkomen in categorie 2, 3.1, 3.2, 4.1 of 4.2 van de als bijlage 2 opgenomen Staat van bedrijfsactiviteiten, alsmede na afwijking op grond van artikel 3.4.1, bedrijven die opgenomen zijn in een hogere milieucategorie en deze bedrijven naar aard, milieubelasting en ruimtelijke impact (verkeersaantrekkende werking, ruimtebeslag, aantal arbeidsplaatsen e.d.) vergelijkbaar zijn met de toegestane bedrijven.
In afwijking van het bepaalde onder a. zijn groothandelsbedrijven uitsluitend toegestaan na verlening van afwijking als opgenomen in artikel 3.4.2, met dien verstande dat de bestaande groothandelsbedrijven zijn toegestaan.
geluidzoneringsplichtige inrichtingen zijn niet toegestaan.
bevi-inrichtingen zijn niet toegestaan.
binnen deze bestemming zijn uitsluitend onzelfstandige kantoren in ondergeschikte vorm toegestaan.
buitenopslag is uitsluitend toegestaan ten behoeve van de op grond van dit artikel toegestane bedrijvigheid, binnen het bouwvlak en achter het verlengde van de voorgevel van het hoofdgebouw. Buitenuitstalling is uitsluitend toegestaan voor bedrijven met als hoofdactiviteit de verkoop van auto's, caravans, boten of bestratingsmateriaal ten behoeve van het bestaande bestratingsbedrijf.
reclamezuilen, reclamemasten en reclame-uitingen als bouwwerk op een gebouw zijn niet toegestaan.
detailhandel is niet toegestaan, behoudens:
op eigen terrein dient voldoende parkeergelegenheid aanwezig te zijn.
Uitsluitend zijn toegestaan gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, die ten dienste staan van deze bestemming.
Voor gebouwen gelden de volgende regels:
In aanvulling op het voorgaande gelden voor bedrijfswoningen de volgende regels:
Voor gebouwen van openbaar nut gelden de volgende regels:
Ondergronds bouwen is uitsluitend mogelijk op gronden waar gebouwen toegestaan zijn, tot op een diepte van 5 meter gerekend vanaf het peil.
Voor bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels:
In afwijking van het voorgaande geldt voor bestaande gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, dat, indien en voor zover de bestaande bouwhoogte de voorgeschreven bouwhoogte overschrijdt, de bestaande maatvoering is toegestaan.
Burgemeester en wethouders zijn bevoegd af te wijken van het bepaalde in 3.2.4 teneinde het oprichten van gebouwen ten behoeve van grotere nutsvoorzieningen toe te staan, mits wordt voldaan aan de volgende regels:
Burgemeester en wethouders zijn bevoegd af te wijken van het bepaalde in 3.2.2 sub d, teneinde de geldende bouwhoogte te verhogen tot 12 meter, mits wordt voldaan aan de volgende regels:
Het doen/laten gebruik van de bestemming Bedrijventerrein - II ter plekke van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf – voorwaardelijke verplichting' is uitsluitend toegestaan indien het landschapsplan conform bijlage 1 bij deze regels binnen 2 jaar na het onherroepelijk worden van dit plan is uitgevoerd en kwalitatief en kwantitatief in stand wordt gehouden.
Burgemeester en wethouders zijn bevoegd af de wijken van het bepaalde in 3.1.2 sub A voor het toestaan van bedrijven die niet zijn opgenomen in de als bijlage 2 toegevoegde Staat van bedrijfsactiviteiten danwel opgenomen zijn in een hogere milieucategorie en deze bedrijven naar aard en milieubelasting en ruimtelijke impact (verkeersaantrekkende werking, ruimtebeslag, aantal arbeidsplaatsen e.d.) vergelijkbaar zijn met de toegestane bedrijven, met inachtneming van de volgende regels:
Burgemeester en wethouders zijn bevoegd af te wijken van het bepaalde in 3.1.2 sub B en/of sub H onder 2 voor het toestaan van groothandelsbedrijven en/of detailhandel in volumineuze goederen in de vorm van verkoop van auto's, boten en caravans, keukens, meubels en woninginrichting, bouwmarkten en tuincentra, met dien verstande dat groothandelsbedrijven en/of detailhandel in volumineuze goederen uitsluitend zijn toegestaan als voldaan wordt aan de wet- en regelgeving ten aanzien van het aspect externe veiligheid.
Burgemeester en wethouders zijn bevoegd, overeenkomstig artikel 3.6 van de Wet ruimtelijke ordening, ten behoeve van de gronden ter plaatse van de aanduiding 'wetgevingzone – wijzigingsgebied 1' een bouwvlak op te nemen, één en ander met inachtneming van de volgende regels:
De voor Natuur - Ontwikkeling aangewezen gronden zijn bestemd voor:
één en ander met de bijbehorende voorzieningen en overeenkomstig de nadere detaillering van de bestemmingsomschrijving..
Uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'ontgrondingsgebied' is ontgronding toegestaan, met bijbehorende voorzieningen als de opslag van de ter plaatse gewonnen grondstoffen en groenvoorzieningen.
Uitsluitend mogen worden opgericht gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, die ten dienste staan van deze bestemming.
Voor gebouwen gelden de volgende regels:
Voor bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels:
Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van het bevoegd gezag de volgende werken en werkzaamheden uit te (laten) voeren:
Het onder 4.3.1 bedoelde verbod is niet van toepassing op werken of werkzaamheden:
De in 4.3.2 genoemde werken of werkzaamheden zijn slechts toelaatbaar indien door die werken of werkzaamheden danwel door de daarvan hetzij direct hetzij indirect te verwachten gevolgen de agrarische gebruikswaarden danwel de landschappelijke en/of natuurlijke waarden van deze gronden niet onevenredig worden of kunnen worden aangetast danwel de mogelijkheden voor het herstel van de laatstbedoelde waarden niet wezenlijk worden of kunnen worden verkleind.
De voor Waarde - Archeologie aangegeven gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming, mede bestemd voor behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor:
Op de voor Waarde - Archeologie aangewezen gronden mag geen bebouwing worden opgericht, met uitzondering van:
Het verbod in 5.2.1 is niet van toepassing indien het een verstoring betreft van een archeologisch verwachtingsgebied als aangegeven op de kaart 'Archeologie' opgenomen in bijlage 3 bij deze regels, niet zijnde een archeologisch monument, en waarbij die verstoring plaatsvindt:
Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor afwijking van het bepaalde in 5.2, voor het bouwen van gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, indien naar het oordeel van het bevoegde gezag:
Het bevoegd gezag kan aan een vergunning als bedoeld in 5.3.1, ter bescherming en behoud van archeologische waarden, de volgende voorwaarden verbinden:
Het is verboden op of in de voor Waarde - Archeologie aangewezen gronden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van het bevoegd gezag de volgende werken, geen bouwwerk zijnde, en/of werkzaamheden uit te voeren:
Het bepaalde in 5.4.1 is niet van toepassing op werken en/of werkzaamheden:
in het kader van normaal onderhoud en beheer;
Het bevoegd gezag kan aan een vergunning als bedoeld in 5.4.1, ter bescherming en behoud van archeologische waarden, de volgende voorschriften verbinden:
Burgemeester en wethouders zijn bevoegd het plan te wijzigen nadat nieuw gemeentelijk archeologisch beleid is vastgesteld in die zin dat de kaart in bijlage 3 bij deze regels kan worden geactualiseerd en het bijbehorend toetsingskader kan worden aangepast.
Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.
Indien niet op grond van een andere bepaling van deze regels afgeweken kan worden, zijn burgemeester en wethouders bevoegd af te wijken van de desbetreffende bepalingen van het plan voor:
Burgemeester en wethouders kunnen bij het afwijken voorwaarden stellen ten aanzien van de situering van de in 7.1.1 onder c bedoelde bouwwerken en voorzieningen, teneinde een ruimtelijk verantwoorde plaatsing ten opzichte van de omgeving te waarborgen.
Een in 7.1 genoemde afwijking kan slechts worden verleend indien:
Burgemeester en wethouders kunnen afwijken van het bepaalde in Artikel 3 van dit bestemmingsplan, teneinde binnen de bestemming Bedrijventerrein - II buiten het bouwvlak een ondergrondse parkeergarage toe te staan, mits de parkeergarage in zijn geheel onder het maaiveld is gelegen.
Deze regels worden aangehaald als de regels van het bestemmingsplan 'Logistiekstraat 5 te Nuth' van de gemeente Nuth.