direct naar inhoud van Toelichting
Plan: Houwakker/Vlut Ospel, herziening 2015
Status: vastgesteld
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0946.BPHouwakkVlut2015-VA01

Toelichting

Hoofdstuk 1 Inleiding

1.1 Aanleiding

In de periode 2005/2006 zijn de woningbouwplannen voor Houwakker/Vlut te Ospel ontwikkeld. Deze woningbouwmogelijkheden zijn in het bestemmingsplan Houwakker/Vlut, zoals dat op 29 september 2009 door de gemeenteraad van Nederweert is vastgesteld, overeenkomstig het stedenbouwkundige plan stringent planologisch verankerd. In de tussenliggende periode zijn de woningbouwplannen maar voor een deel gerealiseerd. Belangrijkste reden hiervoor is de beperkte woningbouwontwikkeling en de veranderde woningbouwmarkt in de afgelopen jaren als gevolg van de crisis.

Om beter in te kunnen spelen op de huidige en toekomstige woningbouwontwikkelingen op de woningbouwmarkt bestaat bij de initiatiefnemer de wens en behoefte om planologisch meer flexibiliteit mogelijk te maken door meerdere woningbouwtypologieën (twee-aaneen gebouwd en (geschakeld) vrijstaand) ter plaatse van nog onbebouwde kavels (kavel 1,2, 26, 27, 28, 31, 69 en 70) toe te staan en het aantal maximaal toegestane woningen op deze kavels hierop af te stemmen.

Een uitzondering hierop vormt kavel 9 van initiatiefnemer. Hier bestaat de wens om de bouwmogelijkheden te verruimen waarbij de woning niet in de naar de weg gekeerde bouwgrens, dan wel op een afstand van niet meer dan 3 meter daarachter, gebouwd dient te worden maar dat deze afstand verruimd wordt naar 5 meter in combinatie met een verruiming van de diepte van het bouwvlak van 14 meter naar 19 meter om daarmee dezelfde bouwmogelijkheden te behouden voor een vrijstaande woning.

afbeelding "i_NL.IMRO.0946.BPHouwakkVlut2015-VA01_0001.png"

Stedenbouwkundig plan met kavelnummers

Om deze flexibiliteitsmogelijkheden qua woningtypologie en bouwmogelijkheden planologisch mogelijk te maken dient het bestemmingsplan te worden herzien. Door de gemeente Nederweert is per brief d.d. 23 januari 2015 aangeven dat zij in principe medewerking willen verlenen aan de bestemmingsplanherziening voor de genoemde kavels.

1.2 Ligging van het plangebied

Het plangebied is gelegen in de gemeente Nederweert aan de noordoostzijde van de kern Ospel, vlak ten zuidoosten van het bestaande sportcomplex. Het betreft het (toekomstige) woongebied aan de Houwakker/Vlut, een woningbouwontwikkeling van in eerste instantie 39 woningen.

De bestemmingsplanherziening heeft uitsluitend betrekking op de kavels 1, 2, 9, 26, 27, 28, 31, 69 en 70. Deze kavels zijn kadastraal bekend als gemeente Nederweert, sectie M, perceelnummers 1922 (kavel 1 en 2), 1914 (kavel 9), 1944 (kavel 26, 27 en 28) en 1912 (kavel 31, 69 en 70).

afbeelding "i_NL.IMRO.0946.BPHouwakkVlut2015-VA01_0002.png"

Ligging van het plangebied in de kern Ospel

1.3 Vigerend bestemmingsplan

Het vigerende bestemmingsplan ter plaatse van het plangebied is het bestemmingsplan 'Houwakker/Vlut' dat d.d. 29 september 2009 is vastgesteld door de gemeenteraad van Nederweert en nadien is goedgekeurd door Gedeputeerde Staten van Limburg. In het betreffende bestemmingsplan zijn de kavels voorzien van de bestemming 'Wonen' met een bouwvlak in combinatie met de aanduiding 'maximum aantal wooneenheden', de aanduiding met de toegestane woningtypologie en de aanduiding 'specifieke vorm van wonen - bos'(kavel 9).

afbeelding "i_NL.IMRO.0946.BPHouwakkVlut2015-VA01_0003.png"

Vigerend bestemmingsplan 'Houwakker/Vlut'

Op basis van deze bestemming is wonen ter plaatse toegestaan en is binnen het bouwvlak het oprichten van woningen toegestaan overeenkomstig het maximum aantal toegestane woningen en de aangeduide woningtypologie (twee-aaneen gebouwd of vrijstaand). Aangezien de gewijzigde marktomstandigheden aanleiding zijn om te bezien welke wijzigingen aangebracht kunnen worden in de toegestane woningtypologieën dient het bestemmingsplan dusdanig gewijzigd te worden dat voor de nodige flexibiliteit meerdere woningtypologieën toegestaan worden met het bijbehorende maximum woningaantal.

Ook is het bouwen van een woning op een afstand groter dan 3 meter uit de naar de weggekeerde bouwgrens niet toegestaan, terwijl dit op kavel 9 vanuit het oopunt van flexibiliteit gewenst is. Om meer flexibiliteit qua woningtypologie en bouwmogelijkheden mogelijk te maken dient herziening van het bestemmingsplan plaats te vinden.

1.4 Leeswijzer

Na dit inleidende hoofdstuk wordt eerst een beschrijving van de huidige situatie en het planvoornemen gegeven in hoofdstuk 2. Vervolgens wordt in hoofdstuk 3 ingegaan op de relevante beleidskaders van het Rijk, de provincie en de gemeente. In hoofdstuk 4 wordt ingegaan op de milieu- en omgevingsaspecten. De wateraspecten in de vorm van een waterparagraaf zijn aangegeven in hoofdstuk 5. In hoofdstuk 6 wordt aangegeven hoe het planvoornemen is verwoord in de planregels. Tot slot wordt in hoofdstuk 7 en 8 ingegaan op respectievelijk de maatschappelijk en economische uitvoerbaarheid van het planvoornemen en de procedure.

Hoofdstuk 2 Het planvoornemen

2.1 Inleiding

2.2 Omgeving

De directe omgeving van de kavels, waarop onderhavig bestemmingsplan betrekking heeft, betreffen de andere kavels van deze woningbouwontwikkeling. De kavels direct grenzend aan de Vlut en gelegen binnen de lusvormige ontsluiting zijn, met uitzondering van de eerder genoemde kavels bebouwd overeenkomstig het vigerende planologische regime. Het betreffen grondgebonden eengezinswoningen in twee bouwlagen met kap.

De kavels op het achterste deel van de woningbouwontwikkeling, richting het buitengebied, zijn nog onbebouwd. Het betreffen Ruimte voor Ruimte kavels. De perceelsgrenzen van deze kavels zijn in het terrein zichtbaar door de aanplant van beukenhagen. Het middengebied is inmiddels al ingericht als groengebied met een wadi voor de opvang van het hemelwater van de bestaande en nog te realiseren woningen.

2.3 Planvoornemen

Het planvoornemen voorziet niet zo zeer in een ontwikkeling, maar in het meer flexibel maken van de planologische mogelijkheden qua woningtypologie in combinatie met het maximum aantal toegestane woningen en bouwmogelijkheden (kavel 9) van de eerdere woningbouwontwikkeling Houwakker/Vlut in Ospel. De beoogde ruimtelijke structuur van de woningbouwontwikkeling wijzigt niet. Het betreft uitsluitend op perceelsniveau bieden van meer flexibiliteit.

Kavel 1 en 2

Op basis van het vigerende bestemmingsplan is hier het woningtypologie twee-aaneen gebouwd toegestaan. Dit houdt in dat hier uitsluitend twee halfvrijstaande woningen gebouwd kunnen worden. Om de verkoopbaarheid van deze kavels te vergroten wordt, naast twee-aaneen, ook vrijstaande dan wel vrijstaand geschakelde woningen planologisch toegestaan en wordt daarvoor tevens de noodzakelijk bouwmogelijkheden geboden qua maximum aantal wooneenheden.

Kavel 9

In vergelijking tot de overige kavels is onderhavige kavel een bijzondere kavel. Enerzijds door zijn ligging en anderzijds door zijn omvang. Om meer flexibiliteit qua bouwmogelijkheden te krijgen wordt het bouwvlak vergroot zodat de vrijstaande woning indien gewenst meer naar achter kan worden geplaats tot een maximum van 5,00 meter ten opzichte van de naar de weg gekeerde bouwgrens. Dit was 3,00 meter. Het te bebouwen oppervlak zal daarbij beperkt toenemen.

Kavel 26, 27 en 28

Op deze kavels is overeenkomstig het vigerende bestemmingsplan het woningtypologie twee-aaneen gebouwd toegestaan. Er kunnen hier dus uitsluitend halfvrijstaande woningen worden gebouwd. Naast halfvrijstaande woningen wordt de bouw van 4 vrijstaande of vrijstaand geschakelde woningen toegestaan. Hiervoor worden tevens de noodzakelijk bouwmogelijkheden geboden door aanpassing van het bouwvlak en het maximum aantal wooneenheden.

Kavel 31, 69 en 70

Ter plaatse van deze kavels is per kavel uitsluitend 1 vrijstaande woning toegestaan op basis van het vigerende bestemmingsplan. Ter plaatse van deze kavels worden nu ook 2 halfvrijstaande woningen (twee-aaneen gebouwd) of 2 vrijstaand geschakelde woningen per kavel mogelijk gemaakt en tevens worden daarvoor de noodzakelijk bouwmogelijkheden geboden qua maximum aantal wooneenheden.

afbeelding "i_NL.IMRO.0946.BPHouwakkVlut2015-VA01_0004.png"

Overzicht planvoornemen/aanpassingen ten behoeve van flexibiliteit

2.4 Privacy belendende percelen

Ten aanzien van de privacy voor de belendende percelen blijft de situatie ongewijzigd. De situering van de bouwvlakken ten opzichte van de zijdelingse perceelsgrens blijft in alle situaties 3 meter. Dit is in zijn algemeenheid genomen een acceptabele afstand in reguliere woonsituaties. De privacy van de belendende percelen blijft daarmee in voldoende mate gewaarborgd.

Voor de situatie Veenring 9 is zelfs sprake van een verbeterde situatie aangezien het bouwvlak hier nu ook op 3 meter van de zijdelingse perceelsgrens wordt gesitueerd en niet meer in de zijdelingse perceelsgrens. Hierdoor wordt voldoende afstand tussen de bestaande woning en de nog te realiseren woning in acht genomen. Wel kan in deze zone van 3 meter uit de zijdelingseperceels grens een bijgebouw opgericht worden, aansluitend aan de bestaande garage.

Hoofdstuk 3 Beleidskader

3.1 Inleiding

Bij ieder plan vindt inkadering binnen het beleid van de overheid plaats. Door een toetsing aan rijks-, provinciaal, regionaal en gemeentelijk beleid ontstaat een duidelijk beeld van de marges waarbinnen het bestemmingsplan wordt opgezet. De beleidsinkadering dient een compleet beeld te geven van de ruimtelijke overwegingen en het relevante planologisch beleid.

Gemeenten zijn niet geheel vrij in het voeren van hun eigen beleid. Rijk en provincies geven met het door hen gevoerde en vastgelegde beleid de kaders aan waarbinnen gemeenten kunnen opereren. De belangrijkste kaders van Rijk en de provincie Limburg worden in het kort weergegeven, omdat deze zoals gezegd randvoorwaarden geven voor het lokale maatwerk in het bestemmingsplan.

3.2 Rijks-, provinciaal, regionaal en gemeentelijk beleid

Het beleid van de diverse overheidsinstanties, zoals Rijk, provincie, regio en gemeente, is met betrekking tot de oorspronkelijke woningbouwontwikkeling reeds uitvoerig behandeld in de toelichting van het vigerende bestemmingsplan 'Houwakker/Vlut'. Hieruit is gebleken dat de woningbouwontwikkeling past binnen de beleidskaders van de verschillende overheidsinstanties.

Het bieden van de fleixibiliteitsmogelijkheden qua woningbouwtypologie in combinatie met het maximum aantal toegestane woningen en bouwmogelijkheden (kavel 9) door middel van onderhavig bestemmingsplan is van dermate ondergeschikte betekenis dat er geen Rijks-, provincale, regionale of gemeentelijke belangen in het geding zijn c.q. deze hier binnen passen. Voor de zorgvuldigheid zijn deze flexibiliteitsmogelijkheden bezien in relatie tot geactualiseerd beleid.

3.3 Rijksbeleid

Inmiddels is de structuurvisie Infrastuctuur en Ruimte van kracht. Dit is de opvolger van de nota Ruimte. Deze structuurvisie heeft geen consequenties voor onderhavige woningbouwontwikkeling in zijn geheel dan wel voor de flexibiliteitsmogelijkheden in het bijzonder. Gezien het kleinschalige karakter van deze woningbouwontwikkeling en het ondergeschikte karakter van de felxibiliteitsmogelijkheden is er geen sprake van gewijzigde inzichten in het kader van het rijksbeleid.

Daarnaast zijn er geen nationale belangen in het geding die voortkomen uit het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening.

Wel is de 'Ladder van duurzame verstedelijking', die is opgenomen in artikel 3.1.6, lid 2 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro), in de tussentijd van kracht geworden. Dit houdt in dat als er binnen een regio ontwikkelingen plaats zullen gaan vinden het hierin opgenomen stappenplan gevolgd dient te worden. Dit stappenplan bestaat uit de volgende stappen:

  • 1. er wordt beschreven dat de voorgenomen stedelijke ontwikkeling voorziet in een actuele regionale behoefte;
  • 2. indien uit de beschrijving, bedoeld in onderdeel 1, blijkt dat sprake is van een actuele regionale behoefte, wordt beschreven in hoeverre in die behoefte binnen het bestaand stedelijk gebied van de betreffende regio kan worden voorzien door benutting van de beschikbare gronden door herstructurering, transformatie of anderzins, en;
  • 3. indien uit de beschrijving, bedoeld in onderdeel 2, blijkt dat de stedelijke ontwikkeling niet binnen het bestaand stedelijk gebied van de betreffende regio kan plaatsvinden, wordt beschreven in hoeverre wordt voorzien in die behoefte op locaties die, gebruikmakend van verschillende middelen van vervoer, passens ontsloten zijn of zal zodanig worden ontwikkeld.

Echter op basis van de meest recente jurisprudentie wordt de bouw van 6 woningen, waarvan 3 woningen rechtstreeks en 3 woningen via wijziging, niet gezien als een stedelijke ontwikkeling waar de duurzaamheidsladder op van toepassing is (201302867/1/R4). Derhalve kan geconcludeerd worden dat in onderhavige situatie dit eveneens niet aan de orde is.

Daarnaast voorziet het planvoornemen in een beperkte extra toename van de woningvoorraad. Dit past binnen de gedachte dat er medewerking wordt gegeven aan woningen die aansluiten bij de behoefte. Tevens is onderhavige woningbouwontwikkeling (planologisch) aan te merken als bestaande bebouwd gebied. Hiermee wordt voldaan aan stap 1 en 2 van de ladder van duurzame verstedelijking. Aangezien het geen stedelijke ontwikkeling betreft en het plangebied aan te merken is als bestaand bebouwd gebied is stap 3 verder niet aan de orde.

3.4 Provinciaal beleid

Op 12 december 2014 heeft Gedeputeerde Staten van de provincie Limburg het Provinciaal Omgevingsplan Limburg 2014 en de Omgevingsverordening Limburg 2014 vastgesteld. In dit nieuwe provinciale beleid wordt woningbouw en met name de toename van de (bestaande) woningvoorraad aan banden gelegd. Echter onderhavige woningbouwontwikkeling is reeds planologisch geregeld en daarmee aan te merken als harde planvoorraad.

Door het bieden van meer flexibiliteitsmogelijkheden qua woningbouwtypologie in combinatie met het maximum aantal toegestane woningen wordt het planologisch mogelijk om maximaal 5 woningen extra te realiseren ten opzichte van de huidige planologische mogelijkheden. Echter het bieden van deze flexibiliteitsmogelijkheden moet er juist toe bijdragen dat woningen gerealiseerd worden die aansluiten bij de behoefte, zodat daarmee de woningbouwontwikkeling afgerond wordt. Deze hogere aantallen woningen zijn mogelijk binnen de toegestane toename van de woningvoorraad in de kern Ospel c.q. de kern Nederweert.

Verder zijn de woningbouwmogelijkheden binnen de kern Ospel, welke in het verleden planologisch mogelijk waren via vrijstelling c.q. onheffing, komen te vervallen bij de inwerking treding van de beheersverordening 'Kern Ospel 2014'. Dit betroffen weliswaar geen 'harde' woningbouwmogelijkheden, maar daardoor is er wel enige ruimte ontstaan om deze flexibiliteitsmogelijkheden qua woningtypologieën te kunnen bieden.

3.5 Regionaal beleid

In de stuctuurvisie wonen, zorg en woonomgeving is in regionaal verband de afspraak gemaakt dat voor de komende jaren bezien wordt hoe de overtollige plancapaciteit terug gebracht kan worden. Dit ook om ruimte te creëren om medewerking te kunnen verlenen aan die concrete initiatieven waar in de huidige markt wel behoeft aan bestaat. Dit om zo goed en snel mogelijk te kunnen (laten) voorzien in de feitelijke woningbehoefte.

Het voorliggend planvoornemen om meer flexibiliteitsmogelijkheden te bieden voorziet in een beperkte extra toename van de woningvoorraad met maximaal 5 woningen. Dit past binnen de gedachte dat er medewerking wordt gegeven aan woningen die aansluiten bij de behoefte. Vanuit volkshuisvestelijk oogpunt is het dan ook aanvaardbaar medewerking in het vooruitzicht te stellen aan de gewenste flexibilietit van deze kavels.

3.6 Gemeentelijk beleid

Het gemeentelijk beleid geeft uitvoering aan het regionale beleid. De gemeente Nederweert handelt met onderhavig voornemen dan ook in de lijn van de gemaakte regionale afspraken.

Hoofdstuk 4 Milieuaspecten

4.1 Inleiding

Milieubeleid wordt steeds meer geïncorporeerd in andere beleidsvelden. Verbreding van milieubeleid naar andere beleidsterreinen is dan ook een belangrijk uitgangspunt. Ook in de ruimtelijke planvorming is structureel aandacht voor milieudoelstellingen nodig. De milieudoelstellingen worden daartoe integraal en vanaf een zo vroeg mogelijk stadium in het planvormingsproces meegewogen. Een duurzame ontwikkeling van de gemeente is een belangrijk beleidsuitgangspunt dat zijn doorwerking heeft in meerdere beleidsterreinen.

4.2 Bodem, geluid, luchtkwaliteit, externe veiligheid, archeologie, flora/fauna en water

Met het bieden van meer flexibilietismogelijkheden voor de woningbouwontwikkeling Houwakker/Vlut' zijn geen sectorale aspecten in het geding. De vigerende bestemmingen en bijbehorende regels worden veelal 1 op 1 overgenomen. De gewenste flexibiliteitsmogelijkheden worden planologische-juridische mogelijk gemaakt binnen de betreffende bestemmingen. De oorspronkelijke woningbouwontwikkeling wijzigt daardoor qua ruimtelijke structuur niet. Derhalve zijn nadere onderzoeken op het gebied van bodem, geluid, luchtkwaliteit, externe veiligheid, archeologie, flora/fauna en water niet noodzakelijk.

Er was voor voor de woningbouwontwikkeling Houwakker/Vlut wel een ontheffingsaanvraag voor overtreding van verbodsbepalingen in de Flora- en faunawet noodzakelijk ten aanzien van het verloren gaan van het leefgebied van de steenuil en daarmee het geïsoleerd raken van de nestplaats ten zuidoosten van de onderzoekslocatie ten opzichte van het overig geschikt leefgebied. Het gevolg hiervan was namelijk dat de ingreep verminderd broedsucces tot gevolg zal hebben en daarmee mogelijk zou leiden tot het verloren gaan van de broedplaats. Er zijn inmiddels de nodige maatregelen genomen ter compensatie van het verlies van foerageergebied en geschikte verblijfplaatsen. Om het leefgebied zo min mogelijk aan te tasten (en daarmee overtreding van de Flora- en faunawet te verzachten) is daarbij de kleinschaligheid zoveel mogelijk gehandhaafd om de verbinding tussen de broedplaats en het buitengebied te kunnen blijven waarborgen.

Deze maatregelen zijn onder andere vormgeven op een gedeelte van kavel 9 ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van wonen - bos'. Hierin vindt ging wijziging plaats met onderhavig bestemmingsplan.

Hoofdstuk 5 Waterparagraaf

5.1 Inleiding

Water vormt een steeds belangrijker aspect bij ontwikkelingen op onder meer het gebied van woningbouw en bedrijventerreinen. Belangrijke thema's zijn: het vasthouden in plaats van direct afvoeren van hemelwater, het hergebruik van water, het zuinig omgaan met drinkwater en het beperken van de onttrekking van grondwater. Het is dan ook verplicht om bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen in de toelichting van een bestemmingsplan aan te geven op welke wijze rekening is gehouden met de gevolgen van het plan voor de waterhuishouding. Deze verantwoording wordt ook wel de waterparagraaf genoemd. Dit hoofdstuk kan als waterparagraaf worden beschouwd.

5.2 Concequenties flexibiliteitsmogelijkheden

Het bieden van de fleixibiliteitsmogelijkheden zoals beoogd met betrekking tot de woningtypologieën in combinatie met het maximum aantal wooneenheden en de bouwmogelijkheden voor kavel 9 leiden niet tot een andere woningbouwontwikkeling zoals deze in het kader van het vigerende bestemmingsplan 'Houwakker/Vut' aan het waterschap is voorgelegd.

Als gevolg van het bieden van deze flexibiliteitsmogelijkheden verandert de ruimtelijke structuur van de woningbouwontwikkeling niet. In de ruimtelijk structuur is de aanleg van de noodzakelijke voorziening in de vorm van een wadi reeds voorzien en inmiddels gerealiseerd. Door het bieden van meer flexibiliteit op perceelsniveau verandert de wateropgave niet. De nog te realiseren woningen worden net als de reeds gerealiseerde woningen uitgevoerd met een gescheiden rioolstelsel en worden zodanig aangesloten op het aanwezige gescheiden rioolstelsel.

Hoofdstuk 6 Jurische opzet

6.1 Inleiding

Op basis van de Wet ruimtelijke ordening, bepaalt een viertal zaken de opzet en inrichting van de bestemmingsplanregels, te weten:

  • de digitale raadpleegbaarheid;
  • de Standaard Vergelijkbare BestemmingsPlannen 2012 (SVBP 2012);
  • de Woningwet;
  • het vigerende bestemmingsplan 'Buitengebied'.

Bij het opstellen van de inhoud van de regels is de systematiek van het vigerende bestemmingsplan 'Houwakker/Vlut' aangehouden en heeft een nader afstemming plaats gevonden op de regels van de beheersverordening 'Ospel 2014'.

De structuur van het plan is zodanig dat de verbeelding de primaire informatie geeft over waar en hoe gebouwd mag worden. Bij het raadplegen van het bestemmingsplan dient dan ook eerst naar de verbeelding gekeken te worden. Vervolgens kan in de regels teruggelezen worden welk gebruik en welke bouwmogelijkheden zijn toegestaan.

6.2 De verbeelding

Op de verbeelding zijn aangegeven:

  • de grens van het plangebied;
  • de bestemming van de in het plangebied gelegen gronden: 'Wonen';
  • het bouwvlak;
  • de functieaanduiding: 'bos';
  • de bouwaanduidingen: 'bijgebouwen', 'twee-aaneen' en 'vrijstaand';
  • de maatvoeringsaanduiding: 'maximum aantal wooneenheden' (per bouwvlak);
  • de figuur: 'gevellijn'.

Het bouwvlak geeft de begrenzing weer waarbinnen hoofd- en bijgebouwen opgericht mogen worden. Ter plaatse van de bouwaanduiding 'bijgebouwen' mogen uitsluitend bijgebouwen opgericht worden. Dit is overeenkomstig de bouwmogelijkheden uit het vigerende bestemmingsplan. De fleixibiliteit wordt geboden door het toestaan van meerdere woningbouwtypologieën binnen de verschillende bouwvlakken in combinatie met het maximum aantal toegestane wooneenheden. Voor kavel 9 is het bouwvlak vergroot zodat de woning tot maximaal 5 meter uit de naar de weg gekeerde bouwgrens c.q. gevellijn gebouwd mag worden.

6.2.1 Regels

De regels zijn conform de SVBP 2012 en de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) als volgt opgebouwd:

  • inleidende regels;
  • bestemmingsregels;
  • algemene regels;
  • overgangs- en slotregels.

De gebruiks- en bouwmogelijkheden zijn overeenkomstig het vigerende bestemmingsplan 'Houwakker/Vlut'. De flexibiliteitsmogelijkheden voor de toegestane woningtypologieën in combinatie met het maximum aantal wooneenheden als ook de bouwmogelijkheden voor kavel 9 zijn hierin geïntegreerd.

Hoofdstuk 7 Uitvoerbaarheid

7.1 Inleiding

Naast het toetsen van het planvoornemen aan diverse milieu- en veiligheidsaspecten, dient ook getoetst te worden aan de uitvoerbaarheid van het planvoornemen. Hierbij wordt gekeken naar de economische uitvoerbaarheid en de maatschappelijke uitvoerbaarheid.

7.2 Economische en financiële uitvoerbaarheid

7.2.1 Initiatiefnemer

Het betreft hier een private ontwikkeling waarbij het risico geheel gedragen wordt door de initiatiefnemer. Voor de gemeente Nederweert zelf zijn er geen kosten verbonden aan de verwezenlijking van het plan. Er is geen sprake van op de initiatiefnemer te verhalen kosten. Wel zal met de initiatiefnemer een anterieure overeenkomst worden gesloten. Hiermee wordt gewaarborgd dat eventuele kosten niet voor rekening van de gemeente Nederweert komen, maar voor rekening van de initiatiefnemer.

7.2.2 Exploitatieplan

De gemeente is in beginsel verplicht om op grond van artikel 6.12 eerste lid Wro een exploitatieplan vast te stellen voor gronden waarop een bij algemene maatregel van bestuur (hierna: Bro) aangewezen bouwplan is voorgenomen. Echter de kosten zijn anderzins verzekerd doordat de gemeente Nederweert met de initiatiefnemer een anterieure overeenkomst afsluit.

Op grond van het voorgaande kan worden geconcludeerd dat de economische en financiële uitvoerbaarheid van het planvoornemen voldoende is gegarandeerd.

7.3 Maatschappelijke uitvoerbaarheid

Het planvoornemen betreft het bieden van meer flexibilteit qua woningtypologieën en bouwmogelijkheden. Dit leidt niet tot een wijziging van de ruimelijke structuur van de beoogde woningbouwontwikkeling. Gezien de relatief beperkte impact op de omgeving kan – ook gezien de conclusies uit voorgaande hoofdstukken van deze toelichting – redelijkerwijs worden gesteld dat met onderhavig planvoornemen geen waarden of belangen (onevenredig) zullen worden geschaad. Het planvoornemen zal daarom naar alle waarschijnlijkheid niet op overwegende planologische bezwaren uit de omgeving stuiten omdat de hoofdopzet van de woningbouwontwikkeling ongewijzigd blijft.

Het bestemmingsplan wordt conform de gebruikelijke procedure gedurende zes weken ter inzage gelegd. Gedurende deze termijn kan een ieder reageren op het planvoornemen en zijn of haar zienswijzen indienen.

7.4 Conclusie

Het planvoornemen zal gezien het bovenstaande niet leiden tot overwegende planologische bezwaren. De bestemmingswijziging betekent, na een afweging van de verschillende belangen, een aanvaardbare gezien het beperkte karakter ervan.

Hoofdstuk 8 De procedure

8.1 De te volgen procedure

Het bestemmingsplan doorloopt de volgende procedure:

a. Ontwerp:

Publicatie en terinzagelegging

Een ieder kan gedurende deze terinzagelegging een zienswijze indienen bij de gemeenteraad

b. Vaststelling:

Vaststelling door de Raad

Mogelijkheid reactieve aanwijzing

Publicatie en terinzagelegging vastgesteld bestemmingsplan gedurende de beroepstermijn

c. Inwerkingtreding:

Na afloop van de beroepstermijn (tenzij binnen de beroepstermijn een verzoek om voorlopige voorziening wordt gedaan)

d. Beroep:

Beroep bij Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

In het kader van deze procedure is het voor eenieder mogelijk om zijn/haar zienswijze (bij de gemeenteraad) kenbaar te maken. In publicaties met betrekking tot de diverse stappen die het plan moet doorlopen wordt daarvan steeds melding gemaakt. Wanneer beroep wordt ingesteld, beslist uiteindelijk c.q. in hoogste instantie, de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State over het bestemmingsplan.

8.2 Kennisgeving

Overeenkomstig artikel 1.3.1 Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is op 19 maart 2015 kennis gegeven van het voornemen tot het voorbereiden van het bestemmingsplan 'Houwakker/Vlut Ospel, herziening 2015'. Hierbij is aangegeven dat dit bestemmingsplan meer flexibiliteitsmogelijkheden biedt qua woningtypologieën en bouwmogelijkheden qua maximum aantal wooneenheden en afstand tot de naar de weg gekeerde bouwgrens (kavel 9).

8.3 Watertoets

Als gevolg van het bieden van meer flexibiliteit door middel van onderhavig bestemmingsplan wijzigt de beoogde ruimtelijke structuur van de woningbouwontwikkeling niet. In de ruimtelijk structuur is aanleg van de noodzakelijke voorziening in de vorm van een wadi reeds voorzien en inmiddels gerealiseerd. Door het bieden van meer flexibiliteit op perceelsniveau verandert de wateropgave niet. Derhalve is het niet noodzakelijk om onderhavig bestemmingsplan voor te leggen aan het waterschap.

8.4 Het vooroverleg met diensten van Rijk en provincie

De oorspronkelijke woningbouwontwikkeling op onderhavige locatie is in het kader van het wettelijk vooroverleg voorgelegd aan de diverse instanties (provincie Limburg, waterschap) en voldoet de woningbouwontwikkeling aan de beleidskaders van deze instanties. Met het bieden van meer flexibiliteit door het aanpassen van van het vigerende planologische regime zijn er geen Rijks- of provinciale belangen in het geding. Het bestemmingsplan wordt derhalve direct als ontwerp ter inzage gelegd. Gelijktijdig zal het plan, vanwege de zorgvuldigheid, dan toegezonden worden aan de provincie en het waterschap.

De provincie heeft te kennen gegeven dat het plan is beoordeeld op provinciale belangen en dat er naar aanleiding hiervan geen aanleiding is om een zienswijze in te dienen. De Veiligheidsregio Limburg-Noord heeft aangegeven dat er geen toename is van het groepsrisico en er daarom geen noodzaak is tot het uitbrengen van een advies. Van het Waterschap Peel en Maasvallei en de dorpsraad Ospel is geen reactie ontvangen.

8.5 Vaststelling

Het ontwerpbestemmingsplan heeft vanaf 10 april 2015, gedurende zes weken, tot en met 21 mei 2015 ter inzage gelegen. Gedurende deze periode is er één schriftelijke zienswijzen ingediend. Deze zienswijze was tijdig ingediend en ontvankelijk, maar heeft niet tot wijziging van het ontwerpbestemmingsplan geleid. Het bestemmingsplan is in de raadsvergadering van 14 juli 2015 ongewijzigd vastgesteld.