| Plan: | Beheersverordening 'A2 Noord en Zuid' |
|---|---|
| Status: | vastgesteld |
| Plantype: | beheersverordening |
| IMRO-idn: | NL.IMRO.0935.bvA2NoordenZuid-vg01 |
de beheersverordening 'A2 Noord en Zuid' van de gemeente Maastricht.
de geometrisch bepaalde planobjecten als vervat in het GML-bestand NL.IMRO.0935.bvA2NoordenZuid-vg01 met de bijbehorende regels.
een aan een hoofdgebouw vastgebouwd bouwwerk dat qua verschijningsvorm ondergeschikt is aan het hoofdgebouw, maar dat in functioneel opzicht deel uitmaakt van het hoofdgebouw.
die voorzieningen, die direct of indirect samenhangen met de gebruiksfuncties overeenkomstig de besluit(sub)vlakken; hieronder zijn in ieder geval begrepen plastieken, standbeelden of andere kunstwerken in het openbaar gebied, kiosken, abri's, telefooncellen, nutsgebouwtjes, voetgangersliften, straatmeubilair of daarmee vergelijkbare nutsvoorzieningen, ondergrondse en bovengrondse stallings- voorzieningen voor (brom-, snor- en motor-) fietsen, ondergrondse en bovengrondse afvalvoorzieningen en parkeervoorzieningen voor auto's, met uitzondering van parkeergarages.
archeologisch onderzoek behelst veldwerk, uitwerking, rapportage en het deponeren van vondsten en/of documentatie in het gemeentelijk depot, e.e.a. zoals bedoeld in de 'Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie'.
gebied met bepaalde archeologische waarde, aangeduid ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke vorm van waarde - archeologische zone a’ (in en binnen een straal van 50 meter om bekende archeologische vindplaatsen en historische relicten alsmede het gebied binnen de eerste stadsmuur), ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke vorm van waarde - archeologische zone b’ (tussen de eerste en tweede stadsmuur alsmede historische dorpskernen) of ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke vorm van waarde - archeologische zone c’ (buiten de tweede stadsmuur), waarbinnen respectievelijk verschillende ondergrenzen voor archeologisch onderzoek gelden, als omschreven in de beleidsnota “Springlevend Verleden Maastricht 2008” alsmede in deze regels.
één of meer gebouwen en/of bouwwerken, geen gebouwen zijnde.
alle bij de gemeente bekende en geregistreerde archeologische vindplaatsen, waaronder ook de archeologische monumenten.
de grens van een besluit(sub)vlak.
een gebied, geometrisch vastgelegd binnen een besluitvlak of besluitsubvlak, waarbinnen regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van gronden.
Onder bestaand(e) wordt het volgende verstaan:
- bij bouwwerken: aanwezig c.q. in aanbouw op het tijdstip van van de vaststelling van de verordening, tenzij in de regels anders is bepaald;
- bij gebruik: aanwezig op het moment van het van kracht worden van het betreffende gebruiksverbod, tenzij in de regels anders is bepaald.
een gebouw behorende bij en dienstbaar aan een op hetzelfde bouwperceel gelegen hoofdgebouw, dat qua verschijningsvorm en functioneel opzicht ondergeschikt is aan dat hoofdgebouw.
alle effecten die het gevolg zijn van veranderingen van en/of aan de fysische bodemkarakteristieken lager dan 0,40 meter onder maaiveld, zoals door bouw-, aanleg en/of sloopwerkzaamheden.
het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk, alsmede het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen van een standplaats.
de grens van een bouwvlak.
een boven het peil gelegen en doorlopend gedeelte van een gebouw dat door op gelijke of bij benadering gelijke hoogte liggende vloeren of balklagen binnenwerks is begrensd, zulks met inbegrip van de begane grond en met uitsluiting van onderbouw en zolder en dat een maximale hoogte heeft van 3,5 meter.
een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten.
een grens van een bouwperceel.
een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde zijn toegelaten.
elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die hetzij direct hetzij indirect met de grond is verbonden, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond.
een inrichting met bijbehorende ruimten en voorzieningen voor het verbranden van overleden mensen.
recreatief medegebruik van gronden zoals recreatief medegebruik van gronden waarbij de recreatie geen specifiek beslag legt op de ruimte, zoals wandelen, fietsen, varen, paardrijden, picknicken, zwemmen en vissen en naar de aard, omvang en schaal daarmee gelijk te stellen activiteiten; onder extensieve recreatie vallen geen gemotoriseerde sporten.
een doorgang voor dieren over, door of onder een barrière, al dan niet bestaande uit een civieltechnisch bouwwerk.
elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt.
de mogelijkheden om gronden en bouwwerken overeenkomstig de daaraan toegekende functie te gebruiken.
een aangelegde en/of gebouwde voorziening kennelijk bedoeld voor het beperken van geluid.
een agrarische bedrijfsvoering, waarbij hoofdzakelijk gebruik wordt gemaakt van open grond.
het opnieuw (op)bouwen van een naar aard en omvang vergelijkbaar gebouw op dezelfde locatie.
een of meer panden, of een gedeelte daarvan, dat noodzakelijk is voor de verwezenlijking van de geldende of toekomstige bestemming van een perceel en, indien meer panden of bouwwerken op het perceel aanwezig zijn, gelet op die bestemming het belangrijkst is.
een bedrijf of instelling, gericht op één of meer van de navolgende bedrijfsmatige activiteiten:
De horecabedrijven worden als volgt onderverdeeld:
horeca categorie 1: een horecabedrijf dat qua exploitatievorm aansluit bij winkelvoorzieningen dan wel fungeert als aan een hoofdfunctie ondergeschikte nevenactiviteit, waarbij naast overwegend niet ter plaatse bereide kleinere etenswaren, in hoofdzaak alcoholvrije drank(en) worden verstrekt;
horeca categorie 2: een inrichting die geheel of in overwegende mate gericht is op het verstrekken van maaltijden of etenswaren die ter plaatse genuttigd plegen te worden. Daaronder worden begrepen: cafetaria/snackbar, fastfood en broodjeszaken, lunchroom, konditorei, ijssalon/ijswinkel. koffie en/of theeschenkerij, afhaalcentrum, eetwinkels, restaurant;
horeca categorie 3: een inrichting die geheel of in overwegende mate gericht is op het verstrekken van (alcoholische) dranken voor consumptie ter plaatse, alsmede het verstrekken van maaltijden of etenswaren die ter plaatse genuttigd plegen te worden, alsmede (in sommige gevallen) de gelegenheid biedt tot dansen. Daaronder worden begrepen: café, bar, grand-café, eetcafé, danscafé, pubs, juice- en healthbar;
horeca categorie 4:een inrichting die geheel of in overwegende mate gericht is op het bieden van vermaak en ontspanning (niet zijnde een recreatieve voorziening) en/of het geven van gelegenheid tot de dansbeoefening, al dan niet met levende muziek en al dan niet met de verstrekking van dranken en kleine etenswaren. Daaronder worden begrepen: discotheek/dancing, nachtcafé en een zalencentrum (met nachtvergunning);
horeca categorie 5: een inrichting die geheel of in overwegende mate is gericht op het verstrekken van nachtverblijf. Daaronder worden begrepen: hotel, motel, pension en overige logiesverstrekkers.
de verbeelding van de beheersverordening 'A2 Noord en Zuid' van de Gemeente Maastricht.
uiting van kunst waarbij gevoelens en emoties in een werk tot uitdrukking zijn gebracht.
een bouwwerk, geen gebouw zijnde ,ten behoeve van civieltechnische en/of infrastructurele doeleinden.
een cultuurhistorisch waardevolle ruimtelijke eenheid die in het verleden als zodanig is ontwikkeld, welke eenheid bestaat uit monumentale bebouwing in een landschappelijk en natuurwetenschappelijk waardevol gebied. Hierbij is sprake van een of meer grondgebruiksvormen, functies en/of waarden, zoals landbouw, bosbouw, wonen, recreatie, natuur, landschap en cultuurhistorie.
de aan een gebied toegekende waarde met betrekking tot het waarneembare deel van de aardoppervlakte, die wordt bepaald door de herkenbaarheid en de identiteit van de onderlinge samenhang tussen levende en niet-levende natuur.
de aan een gebied toegekende waarde, die bepaald wordt door het voorkomen van planten en dieren die zichzelf onder invloed van klimaat, geomorfologie, bodemkundige en waterhuishoudkundige gesteldheid en al dan niet beïnvloed door menselijke aanwezigheid, in stand houden.
vergunning voor activiteiten als genoemd in artikel 2.1 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht.
in omvang gering en niet zelfstandig uitgeoefend.
een bouwwerk, geen gebouw zijnde, voorzien van een gesloten dak.
het parkeer(normen)beleid van het college van burgemeester en wethouders, zoals vastgelegd in de 'Nota Parkeernormen Maastricht 2021', dat is vastgesteld op 19 oktober 2021 en in werking getreden op 2 december 2021, of diens rechtsopvolger.
een aaneengesloten verhard oppervlak, waarop geparkeerd kan worden.
de aan een gebied toegekende waarde in verband met ruimtelijke elementen, zoals situatie en infrastructuur, alsmede de ligging van bouwwerken in dat gebied.
een voor het publiek toegankelijk gebouw of een gedeelte van een gebouw, in welk gebouw of welk gedeelte, handelingen, vertoningen en/of voorstellingen van erotische en/of pornografische aard plaatsvinden. Hieronder wordt mede begrepen een sekswinkel zijnde een gebouw of een gedeelte van een gebouw, welk gebouw of welk gedeelte, is bestemd en/of wordt gebruikt voor het bedrijfsmatig te koop en/of te huur aanbieden, waaronder mede begrepen uitstalling, verkopen, verhuren en/of leveren van seksartikelen. Ook een prostitutiebedrijf is hieronder begrepen. Seks- en of pornobedrijf is een aparte functie en valt derhalve op geen enkele wijze onder enige andere gebruiksfunctie, zoals bedoeld, dan wel omschreven in deze verordening.
geheel of gedeeltelijk afbreken.
de aan een gebied toegekende waarde in verband met stedenbouwkundige elementen, zoals situatie en infrastructuur alsmede de ligging van bouwwerken in dat gebied.
centrum met ruimten waar overledenen opgebaard kunnen worden, ruimten voor herdenking/herinnering/bezinning, waar uitvaartbijeenkomsten en -ceremonies, rouw- en herinneringsdiensten gehouden worden en/of waar de mogelijkheid is om daaraan gekoppeld een maaltijd of koffietafel te houden.
de veiligheid voor het verkeer die wordt bepaald door de mate van overzichtelijkheid en vrij uitzicht (met name bij kruisingen van wegen en uitritten) en de (mogelijke) effecten van bebouwing en overige inrichtingselementen op de gedragingen van verkeersdeelnemers.
de omvang van de bodemverstoring respectievelijk de omvang van het gebied, welk gebied onderwerp is van een omgevingsvergunning voor het opheffen van het planologisch strijdig gebruik als bedoeld in de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht.
een (direct bereden) vast verbinding voor het verkeer tussen twee punten die gescheiden zijn door een weg. spoorlijn en/of terreininsnijding.
de lijn waarin de voorgevel van het hoofdgebouw is gelegen, alsmede het verlengde daarvan.
voorzieningen die nodig zijn ten behoeve van een goede wateraanvoer, waterafvoer, waterberging, hemelwaterinfiltratie en waterkwaliteit (zoals duikers, stuwen, infiltratievoorzieningen, gemalen, inlaten, sloten, greppels en vijvers, ook als deze incidenteel of structureel droogvallen etc.).
een voor het openbaar verkeer openstaande weg of pad, met inbegrip van de daarin liggen bruggen en duikers en de tot die wegen behorende paden en bermen of zijkanten.
verkeer dat over een weg plaatsvindt per auto, bus, fiets, bromfiets enzovoort.
grondwerk, wegenbouwkundig werk, waterbouwkundig werk of werk, geen bouwwerk zijnde.
alle door menselijk toedoen ontstane of te maken constructies of inrichtingen met toebehoren.
een zelfstandig (gedeelte van een) gebouw, dat dient voor de huisvesting van één huishouden. Kenmerkend voor de woning is de aanwezigheid hierbinnen van een eigen toegang en een alleen door het betreffend huishouden te gebruiken toiletruimte, badruimte en een keuken met kooktoestel.
Bij toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten:
helling van het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak.
vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes, en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen.
vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeibord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel.
tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidingsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen.
tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk.
bij toepassing van het bepaalde ten aanzien van het bouwen worden ondergeschikte bouwdelen zoals plinten, pilasters, kozijnen, gevelversieringen, ventilatiekanalen, schoorstenen, gevel- en kroonlijsten, luifels, balkons en overstekende daken buiten beschouwing gelaten, mits de overschrijding niet meer dan 1 meter bedraagt.
De voor 'Agrarisch' aangewezen gronden zijn aangewezen voor:
Op of in deze gronden mogen geen gebouwen worden gebouwd.
Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende bepalingen:
Burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen ten behoeve van:
Onder strijdig gebruik wordt in ieder geval verstaan het gebruik van gronden en/of opstallen:
De voor 'Agrarisch met waarden' aangewezen gronden zijn aangewezen voor:
Op of in deze gronden mogen geen gebouwen worden gebouwd.
Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende bepalingen:
Burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen ten behoeve van:
Burgemeester en wethouders kunnen bij omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in artikel 4.2.2, sub a. ten behoeve van het bouwen van erf- en terreinafscheidingen hoger dan 1 respectievelijk 2 meter, mits geen afbreuk wordt gedaan aan de verkeersveiligheid en er geen stedenbouwkundige bezwaren bestaan en geen onevenredige aantasting plaatsvindt van de in artikel 4.1, sub b. opgenomen waarden.
Het is verboden de in deze bestemming begrepen gronden en de daarop voorkomende opstallen te gebruiken voor een doel of op een wijze strijdig met deze bestemming.
Onder strijdig gebruik wordt in ieder geval verstaan het gebruik van gronden en/of opstallen:
Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden uit te voeren of uit te laten voeren:
Het in artikel 4.6.1 vervatte verbod is niet van toepassing op werken en werkzaamheden welke:
De in artikel 4.6.1 genoemde vergunning kan slechts worden verleend, indien geen onevenredige aantasting plaatsvindt van natuurwaarden en landschappelijke waarden, waarbij de landschappelijke waarden bestaan uit de kleinschaligheid van het landschap, de doorzichten, het ervaren van de hoogteverschillen en de beleving van het landschap.
De voor 'Landgoed' aangewezen gronden zijn aangewezen voor:
Op of in deze gronden mogen geen gebouwen worden gebouwd.
Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende bepalingen:
Burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen aan de situering van de bouwwerken ten behoeve van:
Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden uit te voeren of uit te laten voeren:
Het in artikel 5.4.1 vervatte verbod is niet van toepassing op werken en werkzaamheden, welke:
De in artikel 5.4.1 genoemde vergunning kan slechts worden verleend, indien geen onevenredige aantasting plaatsvindt van natuurwaarden en landschappelijke waarden, waarbij de landschappelijke waarden bestaan uit de doorzichten, het ervaren van de hoogteverschillen en de beleving van het landschap.
De voor 'Natuur - Landgoed La Grande Suisse' aangewezen gronden zijn aangewezen voor:
Voor het bouwen van gebouwen gelden de volgende bepalingen:
Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde gelden de volgende bepalingen:
Voor het bouwen van gebouwen ten behoeve van additionele voorzieningen gelden de volgende bepalingen:
Burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen aan de situering en de afmetingen van bebouwing ten behoeve van:
Burgemeester en wethouders kunnen bij omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in:
Burgemeester en wethouders kunnen bij omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 6.1, sub d. voor het toestaan van parkeervoorzieningen op eigen terrein.
Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden uit te voeren of uit te laten voeren:
Het in artikel 6.6.1 vervatte verbod is niet van toepassing op werken en werkzaamheden welke:
De in artikel 6.6.1 genoemde vergunning kan slechts worden verleend indien geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de natuurwaarden en/of landschappelijke waarden van de grond.
De voor 'Tuin' aangewezen gronden zijn aangewezen voor:
Op of in deze gronden mogen geen gebouwen worden gebouwd.
Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde gelden de volgende bepalingen:
De voor 'Verkeer' aangewezen gronden zijn aangewezen voor:
Op of in voor 'Verkeer' aangewezen gronden is het bouwen van bouwwerken uitsluitend toegestaan voor zover het betreft nieuwbouw ter vervanging en/of verbouw, aanpassing of uitbreiding van bestaande bouwwerken op dezelfde locatie met inachtneming van de bepalingen in artikel 8.2.2 t/m artikel 8.2.4.
Op of in voor 'Verkeer' aangewezen gronden mogen geen gebouwen worden gebouwd, met uitzondering van gebouwen ten behoeve van additionele voorzieningen als bedoeld in artikel 8.2.3.
Voor het bouwen van gebouwen ten behoeve van additionele voorzieningen gelden aanvullend de volgende bepalingen:
Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde gelden aanvullend de volgende bepalingen:
Burgemeester en Wethouders kunnen nadere eisen stellen ten behoeve van:
Tot een strijdig gebruik wordt in elk geval gerekend het gebruik van de gronden en bouwwerken anders dan overeenkomstig het bestaand gebruik dan wel het gebruik als bedoeld in artikel 8.1.
De voor 'Leiding - Gas' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende gebiedsregels, primair aangewezen voor de aanleg, instandhouding en/of bescherming van de aangeduide hogedruk gastransportleiding.
In het geval van strijdigheid van belangen tussen de gebruiksfuncties in verschillende van toepassing zijnde besluit(sub)vlakken, gaat het belang van de gebruiksfuncties van toepassing op dit besluitvlak voor op het belang van de gebruiksfuncties van ander van toepassing zijnde besluit(sub)vlakken, op de wijze zoals opgenomen in artikel 16.2.
In afwijking van hetgeen elders in deze regels is bepaald ten aanzien van het bouwen krachtens de overige gebiedsregels van deze gronden, mogen op of in deze besluit(sub)vlak begrepen gronden uitsluitend bouwwerken voor de aanleg en instandhouding van de leiding worden gebouwd. Overige gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zijn niet toegestaan uit oogpunt van externe veiligheid en energieleveringszekerheid.
Burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen aan de situering en de afmetingen van bebouwing ten behoeve van:
Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van de bouwregels voor het bouwen overeenkomstig de andere daar voorkomende bestemming(en) indien de veiligheid van de betrokken leiding niet wordt geschaad en vooraf schriftelijk advies is ingewonnen bij de betrokken leidingexploitant. Een omgevingsvergunning kan slechts worden verleend indien geen kwetsbare objecten worden toegelaten.
Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden uit te voeren of te laten uitvoeren:
Het in artikel 9.6.1 vervatte verbod is niet van toepassing op werken en werkzaamheden:
Een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden kan worden verleend indien de betreffende werken en/of werkzaamheden de belangen van de leiding niet schaden.
Alvorens te beslissen op een aanvraag om een omgevingsvergunning, als bedoeld in artikel 9.6.1, wint het bevoegd gezag schriftelijk advies in bij de leidingbeheerder omtrent de vraag of door de voorgenomen werken of werkzaamheden de belangen van de leiding niet worden geschaad en welke voorwaarden gesteld dienen te worden om eventuele schade te voorkomen.
De voor 'Leiding - Hoogspanningsverbinding' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende gebiedsregels, mede aangewezen voor de aanleg, het beheer, de instandhouding en/of bescherming van (bovengrondse) hoogspannings- verbinding, met de daarbij behorende masten en veiligheidsvoorzieningen.
In het geval van strijdigheid van belangen tussen de gebruiksfuncties in verschillende van toepassing zijnde besluit(sub)vlakken, gaat het belang van de gebruiksfuncties van toepassing op dit besluitvlak voor op het belang van de gebruiksfuncties van ander van toepassing zijnde besluit(sub)vlakken, op de wijze zoals opgenomen in artikel 16.2.
Voor het bouwen gelden de volgende regels:
Het is verboden om zonder, op of in de in artikel 10.1 bedoelde gronden, een omgevingsvergunning de volgende werken, geen bouwwerk zijnde, en werkzaamheden uit te voeren:
Het verbod in artikel 10.5.1 is niet van toepassing op werken, geen bouwwerken zijnde en/of werkzaamheden die:
Tot het verlenen van een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 10.1 wordt eerst overgegaan, indien uit het verkregen positief schriftelijk advies van de netbeheerder is gebleken dat hierdoor de veiligheid en leveringszekerheid niet blijvend onevenredig worden geschaad.
Aan de hand daarvan kan het bevoegd gezag desgewenst voorwaarden verbinden aan de vergunning, ter bescherming van bedoelde verbinding.
Tot het verlenen van een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 10.1 wordt eerst overgegaan, indien uit het verkregen positief schriftelijk advies van de netbeheerder is gebleken dat hierdoor de veiligheid en leveringszekerheid niet blijvend onevenredig worden geschaad.
Aan de hand daarvan kan het bevoegd gezag desgewenst voorwaarden verbinden aan de vergunning, ter bescherming van bedoelde verbinding.
Burgemeester en wethouders kunnen de de voor 'Leiding - Hoogspanningsverbinding' aangewezen gronden wijzigen door de gebiedsaanduiding geheel of gedeeltelijk te verwijderen, indien ter plaatse de leiding is komen te vervallen, blijkens een schriftelijke verklaring van de beheerder van de hoogspanningsverbinding.
De voor 'Leiding - Riool' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende gebiedsregels, primair aangewezen voor de aanleg, instandhouding en/of bescherming van de aangeduide rioolpersleiding.
In het geval van strijdigheid van belangen tussen de gebruiksfuncties in verschillende van toepassing zijnde besluit(sub)vlakken, gaat het belang van de gebruiksfuncties van toepassing op dit besluitvlak voor op het belang van de gebruiksfuncties van ander van toepassing zijnde besluit(sub)vlakken, op de wijze zoals opgenomen in artikel 16.2.
In afwijking van hetgeen elders in deze regels is bepaald ten aanzien van het bouwen krachtens de overige gebiedsregels van toepassing op deze gronden, mogen op of in deze gronden uitsluitend bouwwerken voor de aanleg en instandhouding van de leiding worden gebouwd tot een maximale bouwhoogte van 3 meter.
Burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen aan de situering en de afmetingen van bebouwing ten behoeve van:
Burgemeester en wethouders kunnen bij omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in artikel 11.3 met dien verstande dat geen onevenredige aantasting ontstaat of kan ontstaan van de belangen van de waterafvoer. Alvorens te beslissen omtrent een omgevingsvergunning dient de leidingbeheerder toestemming te hebben verleend.
Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden uit te voeren of te laten uitvoeren:
Het in artikel 11.6.1 vervatte verbod is niet van toepassing op werken en werkzaamheden welke:
De werken of werkzaamheden als bedoeld in artikel 11.6.1 zijn slechts toelaatbaar, indien door die werken of werkzaamheden, dan wel door de daarvan, hetzij direct, hetzij indirect, te verwachte gevolgen de in de aanhef van dit artikel omschreven doeleinden niet onevenredig worden of kunnen worden aangetast. Alvorens te beslissen omtrent een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 11.6.1 dient de leidingbeheerder toestemming te hebben verleend.
De voor 'Leiding - Water' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende gebiedsregels, primair aangewezen voor de aanleg, instandhouding en/of bescherming van de aangeduide waterleiding.
In het geval van strijdigheid van belangen tussen de gebruiksfuncties in verschillende van toepassing zijnde besluit(sub)vlakken, gaat het belang van de gebruiksfuncties van toepassing op dit besluitvlak voor op het belang van de gebruiksfuncties van ander van toepassing zijnde besluit(sub)vlakken, op de wijze zoals opgenomen in artikel 16.2.
In afwijking van hetgeen elders in deze regels is bepaald ten aanzien van het bouwen krachtens de overige gebiedsregels van toepassing op deze gronden, mogen op of in deze gronden uitsluitend bouwwerken voor de aanleg en instandhouding van de leiding worden gebouwd tot een maximale bouwhoogte van 3 meter.
Burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen aan de situering en de afmetingen van bebouwing ten behoeve van:
Burgemeester en wethouders kunnen bij omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in artikel 12.3 met dien verstande dat geen onevenredige aantasting ontstaat of kan ontstaan van de belangen van de waterafvoer. Alvorens te beslissen omtrent een omgevingsvergunning dient de leidingbeheerder toestemming te hebben verleend.
Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden uit te voeren of te laten uitvoeren:
Het in artikel 12.6.1 vervatte verbod is niet van toepassing op werken en werkzaamheden welke:
Het in artikel 12.6.1 vervatte verbod is niet van toepassing op werken en werkzaamheden welke:
De voor 'Waterstaat - Waterlopen' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende gebiedsregels, primair aangewezen voor de aanleg, beheer en onderhoud van de watergang(en) met beschermingszones.
In het geval van strijdigheid van belangen tussen de gebruiksfuncties in verschillende van toepassing zijnde besluit(sub)vlakken, gaat het belang van de gebruiksfuncties van toepassing op dit besluitvlak voor op het belang van de gebruiksfuncties van ander van toepassing zijnde besluit(sub)vlakken, op de wijze zoals opgenomen in artikel 16.2.
In afwijking van hetgeen elders in deze regels is bepaald ten aanzien van het bouwen krachtens de overige gebiedsregels van toepassing op deze gronden, mogen op of in deze gronden uitsluitend bouwwerken ten dienste van de watergang worden gebouwd tot een maximale bouwhoogte van 1 meter.
Deze bouwregels gelden niet voor zover het besluitvlak 'Waterstaat - Waterlopen' samenvalt met het besluitvlak 'Verkeer'.
Burgemeester en wethouders kunnen bij omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in artikel 11.3 met dien verstande dat geen onevenredige aantasting ontstaat of kan ontstaan van de belangen van de watergang.
Alvorens te beslissen omtrent een omgevingsvergunning dient advies ingewonnen te worden bij de beheerder van de watergang.
De voor 'Waarde - Maastrichts erfgoed - Archeologie' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende gebiedsregels, mede aangewezen voor de bescherming van het op die gronden aanwezige archeologie.
In het geval van strijdigheid van belangen tussen de gebruiksfuncties in verschillende van toepassing zijnde besluit(sub)vlakken, gaat het belang van de gebruiksfuncties van toepassing op dit besluitvlak voor op het belang van de gebruiksfuncties van ander van toepassing zijnde besluit(sub)vlakken, op de wijze zoals opgenomen in artikel 16.2.
Op deze gronden mag uitsluitend worden gebouwd indien:
Op deze gronden is het verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren:
Voor zover geen omgevingsvergunning is vereist voor bouwwerken is het verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning werkzaamheden uit te voeren waarmee grondverzet gepaard gaat ter voorbereiding op bouwwerken.
Op deze gronden is het verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning bouwwerken geheel of gedeeltelijk af te breken, indien dit een bodemverstorende werking op een grotere diepte dan 0,4 meter onder maaiveld tot gevolg heeft, met dien verstande dat tevens het bepaalde in artikel 14.6 van toepassing is.
Een omgevingsvergunning zoals bedoeld in artikel 14.4 en 14.5, is niet noodzakelijk indien er geen verstoring van archeologisch materiaal plaats vindt. Er vindt geen verstoring van archeologisch materiaal plaats indien:
Burgemeester en wethouders kunnen de aanvrager verplichten om een archeologisch onderzoek aan te leveren.
Voor zover de bouw-, aanleg- en/of sloopwerkzaamheden dan wel de gevolgen van deze werkzaamheden kunnen leiden tot een verstoring van archeologisch materiaal kunnen aan de omgevingsvergunning de volgende regels worden verbonden:
Het bevoegd gezag kan de beheersverordening wijzigen door voor de gebieden ter plaatse van het besluitsubvlak ‘specifieke vorm van waarde – archeologische zone a’ of ‘specifieke vorm van waarde – archeologische zone c’ het voormelde besluitsubvlak geheel of gedeeltelijk te doen vervallen, indien op basis van een archeologisch rapport is aangetoond dat op de betrokken locatie geen archeologische waarden (meer) aanwezig zijn dan wel dat deze waarden niet meer als zodanig bescherming behoeven.
Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.
Indien en voor zover in deze regels wordt verwezen naar andere wettelijke regelingen, dienen deze regelingen te worden gelezen, zoals deze luidden op het tijdstip van van de vaststelling van de verordening.
Waar in deze verordening gebruiksregels van besluit(sub)vlakken geheel of gedeeltelijk samenvallen gelden:
Ter plaatse van het besluit(sub)vlak 'vrijwaringszone - tunnel' geldt dat die gronden - naast de andere aangewezen bestemming(en) en/of gebiedregels - tevens dienen voor de bescherming en instandhouding van de ondergrondse A2-tunnel.
Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden uit te voeren of te laten uitvoeren:
Het in artikel 16.4.2 vervatte verbod is niet van toepassing op werken en werkzaamheden welke:
De werken of werkzaamheden zoals bedoeld in artikel artikel 16.4.2 zijn slechts toelaatbaar:
Voor de gronden gelegen binnen het besluit(sub)vlak 'milieuzone - bodembeschermingsgebied' is duurzaam behoud van kwetsbare functies en waarden als bijzondere bescherming van de bodem van het bodembeschermingsgebied Mergelland noodzakelijk.
De bepalingen uit Omgevingsverordening Limburg zijn hierbij van toepassing.
Ter plaatse van het besluit(sub)vlak 'milieuzone- grondwaterbeschermingsgebied' zijn de gronden mede bedoeld voor bescherming van de kwaliteit van het grondwater ten behoeve van de openbare drinkwatervoorziening.
Ter plaatse van het besluit(sub)vlak 'milieuzone - grondwaterbeschermingsgebied' is het niet toegestaan om:
De in artikel 16.6.2 gestelde verboden gelden niet voor:
Ter plaatse van het besluit(sub)vlak 'milieuzone - waterwingebied' zijn de gronden primair aangewezen voor het beschermen van de bodem en het grondwater tegen verontreinigingen ten dienste van de belangen van de openbare drinkwater- voorziening.
Ter plaatse van het besluit(sub)vlak 'milieuzone - waterwingebied' is het niet toegestaan om:
Bij de toepassing van het bepaalde ten aanzien van het bouwen worden ondergeschikte bouwdelen als plinten, pilasters, kozijnen, gevelversieringen, ventilatiekanalen, schoorstenen, liftschachten, trappenhuizen, gevel- en kroonlijsten, overstekende daken, luifels, erkers, balkons, en balustrades met een transparantie van ten minste 50%, buiten beschouwing gelaten, mits:
Het bouwen van antennemasten en zendmasten is niet toegestaan.
Het is verboden gronden, gebouwen, bouwwerken en onderkomens te gebruiken in strijd met de bepalingen in deze regels. Tot een strijdig gebruik wordt in elk geval gerekend het gebruik van de gronden en bouwwerken voor:
Burgemeester en wethouders kzijn bevoegd de in de verordening opgenomen besluit(sub)vlakken te wijzigen ten behoeve van overschrijding van besluit(sub)vlakgrenzen, voor zover dit van belang is voor een technisch betere realisering van besluit(sub)vlakken of bouwwerken dan wel voor zover dit noodzakelijk is in verband met de werkelijke toestand van het terrein.
Deze overschrijding mag niet meer bedragen dan 3 meter en het besluit(sub)vlak mag met niet meer dan 10% worden vergroot.
Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van de verordening en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet.
Deze regels worden aangehaald als “Regels van de Beheersverordening A2 Noord en Zuid".