direct naar inhoud van Toelichting
Plan: Heerlen-Stad Noord - reparatie wijzigingsbevoegdheid
Status: vastgesteld
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0917.BP031200W000003-0401

Toelichting

Hoofdstuk 1 Inleiding

1.1 Aanleiding

In een bestemmingsplan worden de ruimtelijke functies in een gebied juridisch bindend voor overheid en burger vastgelegd. Het bestemmingsplan geeft kaders voor hetgeen mogelijk is qua gebruik en bebouwing, biedt bescherming aan bepaalde gebieden of waarden en kan ongewenste ontwikkelingen tegen gaan.

Op 29 september 2015 heeft de raad van Heerlen het bestemmingsplan Heerlen-Stad Noord met IMRO-kenmerk NL.IMRO.0917.BP031200W000002-0401 vastgesteld. Op 29 juni 2016 heeft de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State uitspraak en deels tussenuitspraak gedaan inzake de tegen dit besluit ingestelde beroepen. De uitspraak met zaaknummer 201508789/1/R1 is als bijlage 1 bij deze toelichting gevoegd. Ook is de uitspraak gepubliceerd op de landelijke voorziening met kenmerk NL.IMRO.0917.GU031200W000002.

Voor onderhavig reparatieplan is de tussenuitspraak van belang. In de tussenuitspraak heeft de Afdeling gebruik gemaakt van het instrument 'de bestuurlijke lus'. Hierdoor wordt het mogelijk gemaakt om een gebrek in een bestreden besluit te herstellen, Deze tussenuitspraak ziet op de wijzigingsbevoegdheid van artikel 20, lid 20.6, onder 20.6.1 van de regels van het bestemmingsplan Heerlen-Stad Noord.

Deze wijzigingsbevoegdheid maakt het mogelijk om de bouwmogelijkheid op het perceel aan de Schandelermolenweg te verwijderd, waardoor het niet meer mogelijk is om een hoofdgebouw ten behoeve van de bestemming wonen op te richten. Om de wijzigingsbevoegdheid van artikel 20, lid 20.6, onder 20.6.1 van de regels van het bestemmingsplan Heerlen-Stad Noord toe te passen moet worden voldaan aan drie cumulatieve eisen:

  • a. er is een termijn van één jaar na het moment van inwerkingtreding van het bestemmingsplan verstreken, en
  • b. gedurende die periode zijn geen woningen en/of zorgwoningen opgericht, dan wel op dat moment in oprichting zijn en
  • c. een verleende omgevingsvergunning voor het bouwen van woningen en/of zorgwoningen is ingetrokken.

De Afdeling overweegt ten aanzien deze wijzigingsbevoegdheid het volgende:

Ter onderbouwing van de stelling dat de termijn van één jaar niet redelijk is, wijst appellante sub 3 erop dat zolang de omgevingsvergunning en het bestemmingsplan nog niet onherroepelijk zijn de datum van oplevering van de zorgwoningen onzeker is, op grond waarvan marktpartijen geen contracten wensen aan te gaan voor de afname van de zorgwoningen.

Ter zitting heeft de raad erkend dat de bedoelde termijn van één jaar niet redelijk is. Nu de raad zich in zoverre op een ander standpunt stelt dan hij in het bestreden besluit heeft gedaan en niet is gebleken dat gewijzigde omstandigheden hiertoe aanleiding hebben gegeven, moet worden geoordeeld dat het bestreden besluit wat betreft artikel 20, lid 20.6, onder 20.6.1, sub a, van de planregels niet met de vereiste zorgvuldigheid is voorbereid. Het betoog slaagt.

(...)

De Afdeling ziet in het belang bij een spoedige beëindiging van het geschil aanleiding de raad op de voet van artikel 8:51d van de Awb op te dragen het onder 18.1 geconstateerde gebrek in het bestreden besluit binnen twintig weken na de verzending van deze tussenuitspraak te herstellen.

De Afdeling overweegt dat de raad met inachtneming van die overweging het besluit dient te wijzigen voor zover het de termijn van één jaar na het inwerking treden van het plan betreft, die in artikel 20, lid 20.6, onder 20.6.1, sub a, van de planregels wordt genoemd. De raad zal daarbij moeten bezien of een andere termijn en/of een andere formulering van de termijn kan worden opgenomen. De raad dient de Afdeling en de andere partijen de uitkomst van de uitvoering van voormelde opdracht mede te delen en de raad dient het nieuwe besluit op de wettelijk voorgeschreven wijze bekend te maken. Hierbij behoeft geen toepassing te worden gegeven aan afdeling 3.4 van de Awb.

In het onderhavige bestemmingsplan heeft de gemeenteraad een nieuwe belangenafweging gemaakt. In paragraaf 2.2 Heroverweging is beschreven dat hierbij niet alleen rekening is gehouden met de mate van uitwerking van het bouwplan voor de vergunde zorgflat aan de Schandelermolenweg, maar ook de mogelijkheid om te contracteren met financiers en afnemers van de zorgwoningen. Dit heeft geleid tot de aanpassing van de formulering van de wijzigingsbevoegdheid.

Hierna wordt volstaan met een bespreking van de voor de aanpassing van de wijzigingsbevoegdheid relevante zaken. Op de verbeelding is enkel dat deel van het kadastrale perceel aan de Schandelermolenweg opgenomen waar de wijzigingsbevoegdheid voor geldt. De regels behorend bij dit bestemmingsplan zijn afgestemd op deze locatie.

1.2 Situering en beschrijving plangebied

Het bestemmingsplangebied is gelegen ten zuiden van de Schandelermolenweg, naast de Schandelermolenweg 16. Het betreft het zuidelijke deel van het kadastrale perceel HLN, sectie D, nummer 8251.

afbeelding "i_NL.IMRO.0917.BP031200W000003-0401_0002.png"

Afbeelding 1.1: Luchtfoto - het plangebied is rood omlijnd

Voor deze locatie is een omgevingsvergunning verleend voor het realiseren van een zorgflat bestaande uit 13 zelfstandige woningen en 17 zorgkamers. Het vergunde initiatief is positief bestemd in het bestemmingsplan Heerlen-Stad Noord.

1.3 Juridische status

Binnen het plangebied 'Heerlen-Stad Noord - reparatie wijzigingsbevoegdheid' is tot het inwerking treden van het onderhavige bestemmingsplan het bestemmingsplan Heerlen-Stad Noord van kracht.

1.4 Planvorm

De regels en de verbeelding vormen de juridische bindende onderdelen van het bestemmingsplan. De toelichting geeft een nadere uitleg van de gemaakte beleidskeuzen en invulling van het bestemmingsplan. De toelichting heeft geen juridische status.

Elk bestemmingsplan is te onderscheiden door een landelijk uniek identificatienummer. Onderhavig bestemmingsplan is geregistreerd en vindbaar op het landelijke portaal onder www.ruimtelijkeplannen.nl nummer NL.IMRO.0917.BP031200W000003-0401.

1.4.1 Toelichting

In de toelichting wordt de opzet van het plan beschreven en zijn de aan het plan ten grondslag liggende gedachten vermeld.

1.4.2 Regels

Ten behoeve van een goede ruimtelijke ordening worden aan de gronden, die in het plan zijn gelegen, bestemmingen toegewezen met bijbehorende doeleinden of functies opgenomen. Aan deze bestemmingen zijn regels gekoppeld, die bepalingen bevatten over het gebruik van deze gronden en van de opstallen die zich daarop bevinden.

Met het oog op de vergelijkbaarheid van bestemmingsplannen schrijft de SVBP2012 de wijze voor waarop een planregel is opgebouwd en hoe de regels worden ingedeeld (vaste hoofdstukindeling).

1.4.3 Verbeelding

De verbeelding geeft een grafische weergave van het plangebied. In de verbeelding zijn de plangrens, bestemmingen en aanduidingen weergegeven. Het bestemmingsplan onderscheidt een digitale en een analoge verbeelding. Beide verbeeldingen zijn rechtsgeldig, echter bij interpretatieverschillen is de digitale verbeelding beslissend.

De digitale verbeelding is een interactieve raadpleegomgeving via het internet die de gehele inhoud van het bestemmingplan (grafische weergave, regels en toelichting) toont. Door een muisklik op de kaart te geven verschijnen de bijbehorende regels voor die locatie in beeld. Tevens is het mogelijk om te meten op de kaart en door middel van coördinaten (het Rijksdriehoekscoördinatenstelsel) de exacte locatie te bepalen.

De analoge verbeelding bestaat uit 1 blad en heeft een schaal van 1:1.000. De legenda legt een verbinding tussen de bestemmingen, aanduidingen en de regels en geeft een verklaring van de maatvoering, symbolen en topografische ondergrond(en).

Mocht het voorkomen dat er verschil bestaat tussen de analoge en digitale versie van het bestemmingsplan dan is de digitale versie conform het bepaalde in artikel 1.2.3 lid 2 van het Besluit ruimtelijke ordening leidend.

1.4.4 Ondergrond

De ondergrond is een samenstelling van de Grootschalige Basiskaart Nederland (landmeetkundig ingemeten topografie) en kadastrale begrenzingen.

Na vaststelling van het bestemmingsplan is de gehanteerde ondergrond onlosmakelijk met het bestemmingplan verbonden. De ondergrond is zichtbaar op de analoge verbeelding; deze wordt echter niet standaard getoond in combinatie met de digitale verbeelding. De topografische kaarten en luchtfoto's die worden getoond op www.ruimtelijkeplannen.nl zijn niet altijd up to date en slechts bedoeld als oriëntatiemiddel. Bij interpretatieverschillen is de vastgestelde ondergrond bepalend.

1.5 Leeswijzer

Hoofdstuk 2 wordt ingegaan op de van toepassing zijnde planologische beleidskaders. Hoofdstuk 3 beschrijft de hoofdgroepen van de bestemmingen en de verschillende juridische regelingen. In Hoofdstuk 4 is de economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan beschreven en hoofdstuk 5 geeft een beeld van de gevolgde bestemmingsplanprocedure.

Hoofdstuk 2 Planologisch beleidskader en heroverweging

2.1 Beleidskader

Het beleid ten aanzien van wonen is neergelegd in diverse provinciale, regionale en gemeentelijk beleidsstukken. Voor het relevante planologische beleid wordt verwezen naar het beleid dat is opgenomen in de toelichting behorende bij het moederplan Heerlen-Stad Noord (bijlage 2).

Gezien de bevolkingskrimp in Zuid-Limburg heeft het geldende provinciale, regionale en gemeentelijke woningbouwbeleid een restrictief karakter. Dit betekent dat de toevoeging van woningen alleen wenselijk is indien er sprake is van een verbetering van de ruimtelijke kwaliteit en de kwaliteit van de woningvoorraad.

De onherroepelijke vergunde maar nog niet gerealiseerde zorgflat aan de Schandelermolenweg is positief bestemd in het bestemmingsplan Heerlen-Stad Noord. Dit als gevolg van de op 9 juli 2015 verleende omgevingsvergunning, die blijkens jurisprudentie positief dient te worden bestemd.

Gezien het restrictieve karakter van het woningbouwbeleid wil de gemeente de mogelijkheid hebben om meer regie te voeren en is er voor gekozen om een wijzigingsbevoegdheid op het perceel te leggen. Door deze wijzigingsbevoegdheid kan, al tijdens de planperiode van het bestemmingsplan Heerlen-Stad Noord, de mogelijkheid om een hoofdgebouw op te richten worden verwijderd, indien de omgevingsvergunning voor het bouwen niet wordt benut.

Ten aanzien van de wijzigingsbevoegdheid heeft de Afdeling het volgende overwogen:

Met toepassing van de wijzigingsbevoegdheid kan die planologische mogelijkheid binnen de looptijd van het bestemmingsplan worden verwijderd, hetgeen de raad wenselijk acht gezien de bevolkingskrimp in de regio Parkstad. Volgens de raad kan met toepassing van de wijzigingsbevoegdheid worden voorkomen dat binnen de planperiode bouwplannen worden gerealiseerd die niet passen in het desbetreffende beleid. De Afdeling ziet, gelet op deze toelichting van de raad, in het betoog van appellante sub 3 geen aanleiding voor het oordeel dat de raad niet in redelijkheid de genoemde wijzigingsbevoegdheid in het plan heeft kunnen opnemen.

Uit deze overweging van de Afdeling blijkt dat een binnenplanse wijzigingsbevoegheid kan worden ingezet om een bijdrage te leveren aan de beleidsdoelen van het woningbouwbeleid. Het bestemmingsplan 'Heerlen-Stad Noord - reparatie wijzigingsbevoegdheid' past dan ook binnen deze vigerende beleidskaders.

2.2 Heroverweging

De wijzigingsbevoegdheid van artikel 20, lid 20.6, onder 20.6.1 van de regels van het bestemmingsplan Heerlen-Stad Noord is alleen van toepassing op de locatie aan de Schandelermolenweg, waar de bouw van een zorgflat is vergund. Zoals beschreven in paragraaf 1.1 is de toepassing van de wijzigingsbevoegdheid gekoppeld aan de datum van inwerkingtreding van het bestemmingsplan.

Ter zitting bij de bestuursrechter heeft de initiatiefnemer van de zorgflat aangevoerd dat bij het vaststellen van de wijzigingsbevoegdheid geen rekening is gehouden met de mogelijkheid om te contracteren met financiers en afnemers van de zorgwoningen. De mogelijkheid om te contracteren met deze partijen is namelijk afhankelijk van het onherroepelijk worden van de omgevingsvergunning en het bestemmingsplan. De contractanten willen zekerheid hebben over de bouwmogelijkheden en een datum van oplevering. Voor de contractanten ontstaat pas voldoende zekerheid op het moment dat de omgevingsvergunning en het bestemmingsplan onherroepelijk zijn.

Tussen het moment van inwerkingtreding en het moment van onherroepelijk worden kan een lange periode liggen. Een bestemmingsplan treedt in werking met ingang van de dag na afloop van de termijn om beroep in te dienen tegen de vaststelling van het bestemmingsplan. Een bestemmingsplan wordt op dat moment ook onherroepelijk, tenzij er bij de Raad van State beroep is ingesteld. Indien beroep is ingesteld wordt het plan pas onherroepelijk na de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van Raad van State over het ingestelde beroep, afhankelijk van de strekking van de uitspraak.

Dit betekent dat de termijn tussen de inwerkingtreding en het onherroepelijk worden van het bestemmingsplan afhankelijk is van de behandeling van het beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van Raad van State. De afhandelingstermijn bij Raad van State neemt in het algemeen een maand of negen in beslag en kan de termijn van één jaar overschrijden. Indien de wijzigingstermijn is gekoppeld aan de inwerkingtreding van het bestemmingsplan en er is beroep ingediend, is het -indien de behandeling bij de Afdeling langer duurt dan één jaar- niet mogelijk om te contracteren binnen de periode van één jaar na de inwerkingtreding van het bestemmingsplan.

Bij de vaststelling van het bestemmingsplan Heerlen-Stad Noord heeft de raad geoordeeld dat het verlopen van een termijn van één jaar na inwerkingtreding voldoende ruimte biedt aan de initiatiefnemer om deze zorgflat te realiseren. Hierbij is rekening gehouden met de mate van uitwerking van het bouwplan: er was immers sprake van een uitgewerkt bouwplan, waarvan de start van de realisatie enkele maanden, maar zeker geen jaar zal vergen.

Er is echter, zoals bleek ter zitting bij de Afdeling, geen rekening gehouden dat de mogelijkheid om te contracteren pas daadwerkelijk ontstaat na het onherroepeljk worden van het bestemmingsplan. De mogelijkheid om te kunnen contracteren voor dit bouwproject wijkt af van een regulier woningbouwproject, omdat hierbij ook 24-uurs zorg geregeld dient te worden.

Gezien het voorgaande is er voor gekozen om niet de termijn van de wijzigingsbevooegdheid te wijzigen, maar wel het aanvangstijdstip van deze termijn. Het aanvangstijdstip is gewijzigd in het onherroepelijk worden van het bestemmingsplan in plaats van de inwerkingtreding.
Dit betekent dat toepassing kan worden gegeven aan de wijzigingsbevoegdheid indien tenminste één jaar is verstreken na het onherroepelijk worden van het bestemmingsplan.
De overige voorwaarden voor de toepassing zijn ongewijzigd.

Hoofdstuk 3 Juridische planopzet

Bestemmingsplan Heerlen-Stad Noord - reparatie wijzigingsbevoegdheid bestaat uit een verbeelding met bijbehorende regels, vergezeld van voorliggende toelichting. De verbeelding en regels vormen het juridisch bindende deel van het bestemmingsplan. Op de verbeelding zijn de bestemmingen in het plangebied weergegeven. De verbeelding is getekend op een actuele digitale ondergrond, samengesteld uit de Grootschalige Basiskaart Nederland (landmeetkundig ingemeten topografie; GBKN) en kadastrale begrenzingen.

De regels regelen de gebruiksmogelijkheden van de gronden, de bouwmogelijkheden en de gebruiksmogelijkheden van de aanwezige en/of op te richten bebouwing. De toelichting heeft weliswaar geen bindende werking, maar heeft wel een belangrijke functie bij de weergave en onderbouwing van het bestemmingsplan en bij de uitleg van de verbeelding en regels.

Bij het opstellen van het bestemmingsplan is aansluiting gezocht bij de in de Wet ruimtelijke ordening, het Besluit ruimtelijke ordening en de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) geformuleerde uitgangspunten. Het bestemmingsplan voldoet aan de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen (SVBP2012).

Voor de opzet en inhoud van de regels is aansluiting gezocht bij het sjabloon regels dat onderdeel uit maakt van het Handboek ruimtelijke plannen van de gemeente Heerlen.

3.1 Opbouw van de regels

De regels van dit bestemmingsplan bestaan uit vier hoofdstukken, waarin achtereenvolgens de inleidende regels, de bestemmingsregels, de algemene regels en de overgangs- en slotregels aan de orde komen.

3.1.1 Hoofdstuk 1 Inleidende regels

In de begrippen worden omschrijvingen gegeven van de in het bestemmingsplan gebruikte begrippen. Deze zijn opgenomen om interpretatieverschillen te voorkomen. Alleen die begripsbepalingen zijn opgenomen die gebruikt worden in de regels én die tot verwarring kunnen leiden of voor meerdere uitleg vatbaar zijn.

Om op een eenduidige manier afstanden en oppervlakten te bepalen wordt in de wijze van meten uitleg gegeven over hoe gemeten moet worden.

3.1.2 Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels

De gronden van het gehele plangebied hebben een directe bestemming. Een directe bestemming betekent dat gebruik van de gronden voor de verschillende bestemmingen direct mogelijk is. Bovendien betekent het dat oprichting van gebouwen direct mogelijk is nadat het bevoegd gezag een omgevingsvergunning voor het bouwen heeft verleend, die dient te voldoen aan onder meer de regels van het bestemmingsplan, het Bouwbesluit en de Bouwverordening.

De opbouw van de bestemmingen ziet er in beginsel als volgt uit:

  • bestemmingsomschrijving;
  • bouwregels;
  • afwijken van de bouwregels;
  • specifieke gebruiksregels;
  • afwijken van de gebruiksregels;
  • omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, en van werkzaamheden.

Hierna volgt per bestemmingsonderdeel een korte toelichting.

Bestemmingsomschrijving
De bestemmingsomschrijving bevat de omschrijving van de doeleinden die met de bestemming aan de grond worden toegekend. Hierbij gaat het in beginsel om een beschrijving van de aan de grond toegekende functies zoals bijvoorbeeld wonen. De aard van de toegelaten inrichting van gronden (bouwwerken en werken, geen bouwwerken zijnde) vloeit dan voort uit de toegelaten functies.

De hoofdfuncties worden als eerste genoemd. Indien van toepassing worden ook de aan de hoofdfuncties ondergeschikte en/of afwijkende functies mogelijk gemaakt. Deze functies zijn met een aanduiding opgenomen. Tevens wordt aangegeven welke functies bij de bestemming behoren door middel van de zin 'met daarbij behorende'. Het betreft hier meestal functies als paden, groen, erven, etc. De bestemmingsomschrijving is niet alleen functioneel, maar bevat ook inrichtingsaspecten.


Bouwregels
In de bouwregels wordt aangegeven welke bebouwingsmogelijkheden er op een perceel bestaan. Daarbij wordt onderscheid gemaakt tussen gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde.

Specifieke gebruiksregels

In dit onderdeel wordt aanvullingen gegeven op de bestemmingsomschrijving.


Afwijken van de gebruiksregels

Een afwijking van een gebruiksregel mag niet leiden tot een feitelijke wijziging van de bestemming. Dat wil zeggen dat wel afwijking kan worden verleend ten behoeve van functies, die inherent zijn aan de in de bestemmingsomschrijving opgenomen functies. Via afwijking kunnen geen 'nieuwe' functies worden toegestaan. Met andere woorden: de afwijkingsregeling kan worden opgenomen voor kleinere, planologisch minder ingrijpende, onderwerpen.


Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, en van werkzaamheden

Specifieke inrichtingsactiviteiten, niet bestaande uit bouwen, dienen soms aan een omgevingsvergunning gebonden te worden.

3.1.3 Hoofdstuk 3 Algemene regels

Anti-dubbeltelregel

Deze bepaling is opgenomen om te voorkomen dat wanneer bepaalde gebouwen en
bouwwerken niet meer dan een bepaald deel van een bouwperceel mogen beslaan, het opengebleven terrein nog eens meetelt bij het toestaan van een ander gebouw of bouwwerk, waaraan een soortgelijke eis wordt gesteld.


Algemene bouwregels

Met de algemene bouwregels wordt de bouw van bepaalde bouwwerken geregeld, die zijn toegestaan (of uitgesloten) binnen alle bestemmingen, voor zover daar per bestemming geen specifieke bouwregels voor zijn opgesteld. Concreet gaat het om nutsvoorzieningen, splitsen van woningen en ondergrondse bouwmogelijkheden.


Algemene gebruiksregels

In deze bepaling wordt aangegeven wat in ieder geval onder strijdig gebruik wordt verstaan. De specifieke gebruiksregel, zoals deze kan worden opgenomen in de afzonderlijke bestemmingen, is aanvullend op de algemene gebruiksregel van het bestemmingsplan. Daarnaast is in dit artikel geregeld dat bij het bouwen voorzien moet worden in voldoende parkeergelegenheid.

Algemene aanduidingsregels

In dit artikel zijn gebiedsaanduidingen opgenomen. Deze vallen samen met diverse bestemmingen, maar zijn niet aan te merken als dubbelbestemming.


Algemene afwijkingsregels

In deze bepaling wordt aan het bevoegd gezag de bevoegdheid gegeven om met een omgevingsvergunning af te wijken van bepaalde in het bestemmingsplan geregelde onderwerpen. Hierbij gaat het om afwijkingsbepalingen die gelden voor meerdere dan wel alle bestemmingen in het plan.

Specifieke, op de bestemmingen gerichte, afwijkingen zijn reeds opgenomen onder de betreffende bestemming.

De criteria, die bij toepassing van de afwijkingsbevoegdheid in acht moeten worden genomen, worden aangegeven.

Algemene wijzigingsregels

In deze bepaling wordt aan het bevoegd gezag de bevoegdheid gegeven om een gedeelte van het plan te wijzigen ten behoeve van (geringe) wijziging van bestemmingsgrenzen op perceelsniveau of de vestiging van een seksinrichting. Per wijziging zijn voorwaarden opgenomen waaraan de wijziging moet voldoen.

Overige regels

Dit sublid geeft aan hoe andere wettelijke bepalingen, waarnaar is verwezen in de regels, dienen te worden geïnterpreteerd

3.1.4 Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels

Overgangsbepalingen

In deze bepalingen wordt vorm en inhoud gegeven aan het overgangsrecht.


Slotregel

Als laatste wordt de slotregel opgenomen. Deze bepaling bevat de titel van het bestemmingsplan.

3.2 Toelichting van de bestemmingsregels

3.2.1 Wonen

Aan het plangebied is de bestemming Wonen toegekend. De gronden binnen deze bestemming zijn bedoeld voor woondoeleinden en tuin. Daarnaast is een functieaanduiding opgenomen, om de vergunde zorgwoningen te regelen.

3.2.2 Waarde - Archeologie 3

Voor de aanwezige archeologische verwachtingswaarde in het plangebied is een aparte dubbelbestemming Waarde - Archeologie 3 (hoge waarde) opgenomen.

3.3 Bijzondere regelingen

3.3.1 Beroeps- en bedrijfsmatige activiteiten in de woonomgeving

Het komt regelmatig voor dat mensen bij de gemeente een verzoek indienen om een beroeps- of bedrijfsmatige activiteit te mogen uitoefenen in hun woning. De gemeente staat hier niet onwelwillend tegenover, mits dit binnen bepaalde kaders plaatsvindt. Een belangrijk criterium is dat de woonfunctie in overwegende mate gehandhaafd blijft. Voor een eenduidige beoordeling van dergelijke verzoeken is de beleidsregel 'Beroeps- en bedrijfsmatige activiteiten in de woonomgeving' op 25 februari 2014 vastgesteld door het college van burgemeester en wethouders.

In de beleidsregel wordt bedrijvigheid in de woonomgeving in een tweetal subcategorieën onderverdeeld:

  • a. de vrije beroepen, beroepen aan huis, ofwel aan huis gebonden beroepen (deze begrippen worden synoniem gebruikt);
  • b. de consumentverzorgende bedrijfsactiviteiten.

Aan huis gebonden beroepen

Onder de aan huis gebonden beroepen worden in ieder geval begrepen: architect, advocaat, acupuncturist, beeldhouwer, belastingadviseur, fysiotherapeut, grafisch ontwerper / desktop publisher, huisarts, hypotheekadviseur, juridisch adviseur, kunstschilder, makelaar, notaris, psycholoog, tandarts, verloskundige, dierenarts (kleine huisdieren), zakelijke dienstverlener, logopedist.

Aan huis gebonden beroepen worden van oudsher geacht binnen de woonbestemming te passen. In de regels van dit bestemmingsplan zijn aan huis gebonden beroepen binnen de bestemming Wonen dan ook rechtstreeks toegestaan.

Consumentverzorgende bedrijfsactiviteiten

Onder consumentverzorgende bedrijfsactiviteiten wordt dienstverlenende of ambachtelijke bedrijvigheid gericht op consumentverzorging verstaan. Dergelijke activiteiten wijken qua aard, karakter en hinder niet wezenlijk af van aan huis gebonden beroepen en kunnen dus eveneens plaatsvinden in de woonomgeving. Wel gelden hiervoor specifieke randvoorwaarden, die zijn vastgelegd in de beleidsregel.

Tot consumentverzorgende bedrijfsactiviteiten worden onder meer de volgende activiteiten/beroepen gerekend: fotograaf/videograaf, autorijschool (geen theorielessen aan huis), bloemschikker, decorateur, fietsenreparateur, goud- en zilversmid, hoedenmaker, hondentrimmer, pottenbakker, instrumentenmaker, kaarsenmaker, klompenmaker, lijstenmaker, loodgieter, meubelmaker, computerservice (o.a. systeembouw/-analyse), schoonheidsspecialist, kapsalon, traiteur, muziekinstrumentenmaker, zadelmaker, nagelstudio, reisorganisatie (kleinschalig), koeriersdienst (zonder afhalen aan huis), prothesemaker, reparatie van kleine consumentenartikelen (smartphones, radio's, tv's, horloges, antiek, etc.), glazenwasser, webshop (administratie, opslag, logistiek, zonder afhalen aan huis).

In de bestemming Wonen van dit bestemmingsplan is een afwijkingsmogelijkheid opgenomen, waarmee de uitoefening van consumentverzorgende bedrijfsactiviteiten mogelijk wordt gemaakt. Wanneer voldaan wordt aan de voorwaarden, zoals die ook in de beleidsregel zijn opgenomen, kan de omgevingsvergunning worden verleend.

3.3.2 Prostitutie- en seksinrichtingen

Door het verdwijnen van het algemeen bordeelverbod uit het Wetboek van Strafrecht kan de vestiging van een bordeel niet meer verboden worden. Het is derhalve noodzakelijk om middels beleid en een adequate planologische regeling de vestiging van prostitutiebedrijven te reguleren. De planologische regeling heeft betrekking op de bestemmingen die - volgens de jurisprudentie - het gebruik ten behoeve van prostitutie niet geheel uitsluiten. Gedoeld wordt op de bestemmingen die wonen, horeca, dienstverlening en bedrijven toelaten. De gemeenten in Parkstad Limburg hebben een gezamenlijk regionale visie met betrekking tot het prostitutiebeleid ontwikkeld. Het opstellen van de “Parkstadnota regionale visie prostitutiebeleid” werd noodzakelijk geacht omdat een zeer stringent lokaal beleid kan leiden tot verplaatsing van de in de gemeenten aanwezige prostitutiebedrijven naar omringende gemeenten, die een minder stringent beleid voeren. Door regionaal beleid wordt voorkomen dat ongewenste bewegingen ontstaan in de vestiging van prostitutiebedrijven en kunnen gemeenten beargumenteerd bepaalde vormen van prostitutiebedrijven uitsluiten.

In de “Beleidsnota Seksinrichtingen, sekswinkels en escortbedrijven Heerlen” (oktober 2000) is het gemeentelijk beleid neergelegd. In deze nota is ruimtelijk beleid geïntegreerd in het totale beleid. Eén van de zes hoofddoelstellingen die ten grondslag lagen bij de opheffing van het algemeen bordeelverbod was: de beheersing en regulering van exploitatie van prostitutie.

In de huidige situatie liggen er 9 locaties voor seksinrichtingen verspreid over het gemeentelijk grondgebied. Voor deze locaties is een parapluplan opgesteld, bestemmingsplan prostitutie (onherroepelijk per 24 april 2007).

De in het plangebied voorkomende seksinrichtingen zijn, in lijn met het parapluplan, in het bestemmingplan Heerlen-Stad Noord - reparatie wijzigingsbevoegdheid geïntegreerd.

Hoofdstuk 4 Handhaving en uitvoerbaarheid

Het bestemmingsplan heeft verscheidene functies.
De belangrijkste functie betreft wellicht de normerende functie.
Het bestemmingsplan geeft bindende regels voor het gebruik van de in het betreffende plan opgenomen gronden. Dit betreft gebruik in ruime zin. Niet enkel het feitelijke gebruik, maar ook de bebouwing van deze gronden en het gebruik van opstallen worden door het bestemmingsplan gereguleerd.
Om recht te doen aan deze functie, is tijdens het opstellen van het onderhavige bestemmingsplan ruime aandacht te besteed aan de handhaafbaarheid van de opgestelde regels.

Er is sprake van een inzichtelijke en realistische juridische regeling. Dat wil zeggen, dat het plan niet onnodig beperkend of inflexibel is. De regels dienen niet meer, maar ook niet minder te regelen dan noodzakelijk is. Daarnaast is er sprake van een ondubbelzinnige en juridisch juiste regeling, die voor eenieder duidelijk is en weinig procesrisico kent.

4.1 Handhavingsbeleid

Binnen de gemeente Heerlen vormt de handhaving van bestemmingsplannen een expliciet onderdeel van het handhavingsbeleid en is opgenomen in de beleidsnota
"Handhaving bouw- en ruimtelijke regelgeving". In deze nota wordt onder meer aandacht besteed aan de wijze, waarop handhaving zal plaatsvinden. Uitgangspunt is dat tegen iedere overtreding wordt opgetreden. Verder wordt in deze nota de wijze van prioritering weergegeven. Op basis van jaarlijks vast te stellen uitvoeringsprogramma's vindt vervolgens het uitvoeren van toezicht en daadwerkelijke handhaving plaats.

Bij het overtreden van de regels van het bestemmingsplan kan het college de volgende sanctionerende maatregelen toepassen: bestuursrechtelijke handhaven (bestuursdwang of dwangsom) of strafrechtelijk handhaven (economisch delict).

4.2 Economische uitvoerbaarheid

Op grond van het bepaalde in artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening dient in de toelichting van een bestemmingsplan inzicht te worden gegeven over de uitvoerbaarheid van het plan. Hiermee wordt mede de financieel economische uitvoerbaarheid bedoeld.

Bestemmingsplan Heerlen-Stad Noord - reparatie wijzigingsbevoegdheid betreft een reparatieplan, waarin enkel de geldende rechten en een herziening van de formulering van de wijzigingsbevoegdheid zijn opgenomen. Aangezien het bestemmingsplan geen financiële gevolgen heeft, is niet nodig een exploitatieplan vast te stellen.

Hoofdstuk 5 Procedure

Zoals reeds benoemd in paragraaf 1.1 is de aanleiding voor de vaststelling van dit bestemmingsplan een uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. In de uitspraak is bepaald dat de raad het nieuwe besluit op de wettelijke voorgeschreven wijze bekend dient te maken. Hierbij is aangegeven dat het plan niet als ontwerpbestemmingsplan ter inzage hoeft te worden gelegd.
De raad dient daarnaast de uitkomst van de opdracht tot reparatie mede te delen aan de Afdeling en de andere partijen.