direct naar inhoud van Artikel 24 Leiding
Plan: Buitengebied
Status: vastgesteld
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0905.bpbuitengebied-VA01

Artikel 24 Leiding

24.1 Bestemmingsomschrijving

24.1.1 De voor 'Leiding' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor de aanleg en instandhouding van ondergrondse leidingen voor gastransport, gasvoeding en rioolwatertransport, overeenkomstig de aanduiding van de hartlijnen van de desbetreffende leidingen.

24.1.2 Voor zover de gronden tevens zijn gelegen binnen de overige op de plankaart aangewezen dubbelbestemmingen, bestemmingen en aanduidingen, zijn mede de desbetreffende regels van toepassing, met inachtname van de voorrangsregels uit artikel 44.

24.2 Bouwregels

Op de tot 'leiding' bestemde gronden mogen uitsluitend worden gebouwd:

  • bouwwerken van geringe omvang ten dienste van of ter instandhouding van de betreffende leiding,

met dien verstande dat:

  • a. de hoogte ten hoogste 3.50 m mag bedragen.
24.3 Ontheffing van de bouwregels

24.3.1 Ontheffing andere bebouwing

Burgemeester en Wethouders kunnen ontheffing verlenen ten behoeve van het oprichten van andere bebouwing, mits:

  • het belang van de leiding, gehoord de leidingbeheerder, niet onevenredig wordt aangetast;
  • dit geen gevaar oplevert voor de leiding of aan het functioneren van de leiding geen afbreuk doet en/of door het aan de ontheffing verbinden van voorwaarden een en ander kan worden voorkomen
  • bebouwing mogelijk is op grond van de onderliggende bestemming.

24.3.2 Procedure ontheffing

Burgemeester en Wethouders volgen bij het verlenen van ontheffing de in artikel 42 gegeven procedure.

24.4 Specifieke gebruiksregels

24.4.1 Gebruiksregels van de grond

Onder verboden gebruik als bedoeld in artikel 38 wordt tenminste verstaan het gebruik van de grond voor en/of op een wijze die gevaar kan opleveren voor de leiding of aan het functioneren van de leiding afbreuk doet.

24.4.2 Gebruiksregels en normaal onderhoud

De in 24.4.1 genoemde verbodsregel geldt niet voor werken en werkzaamheden, die plaats vinden in het kader van normaal onderhoud.

24.5 Ontheffing van de gebruiksregels

24.5.1 Ontheffing verboden gebruik

Burgemeester en Wethouders kunnen ontheffing verlenen ten behoeve van het uitvoeren van de in 24.4.1 vermelde activiteiten, mits:

  • het belang van de leiding, gehoord de leidingbeheerder, niet onevenredig wordt aangetast;
  • deze geen gevaar opleveren voor de leiding of aan het functioneren van de leiding geen afbreuk doen en/of door het aan de ontheffing verbinden van voorwaarden een en ander kan worden voorkomen.

24.5.2 Procedure ontheffing

Burgemeester en Wethouders volgen bij het verlenen van ontheffing de in artikel 42 gegeven procedure.

24.6 Aanlegvergunning

24.6.1 Het is verboden, op of in de voor 'Leiding' aangewezen gronden zonder of in afwijking van een schriftelijke vergunning (aanlegvergunning) van burgemeester en wethouders, de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren:

  • a. het uitvoeren van ontgrondingen, dan wel het anderszins wijzigen van het bodemniveau;
  • b. het aanbrengen van gesloten oppervlakteverhardingen;
  • c. het aanbrengen en/of rooien van diepwortelende en/of hoogopgaande beplanting;
  • d. het verrichten van grondroeractiviteiten, anders dan normaal spit- en ploegwerk, en het diepploegen;
  • e. het verrichten van grondophogingen;
  • f. het permanent opslaan van goederen waaronder ook begrepen het opslaan van afvalstoffen;
  • g. het aanleggen van waterlopen of het vergraven, verruimen of dempen van bestaande waterlopen;
  • h. het plaatsen van onroerende objecten zoals lichtmasten, wegwijzers en ander straatmeubilair;
  • i. het heien of anderszins indrijven van voorwerpen in de bodem.

24.6.2 Het in 24.6.1 bepaalde is niet van toepassing voor:

  • a. werken of werkzaamheden in het kader van herstel en reconstructie;
  • b. werkzaamheden, normale onderhoudswerkzaamheden zijnde;
  • c. werken of werkzaamheden van ondergeschikte betekenis;
  • d. werken of werkzaamheden binnen het kader van het normale bodemgebruik;
  • e. werken of werkzaamheden, welke op het tijdstip van het van kracht worden van het plan in uitvoering zijn dan wel krachtens een voor dat tijdstip aangevraagde vergunning, ontheffing of anderszins mogen worden uitgevoerd.

24.6.3 De werken of werkzaamheden als bedoeld in 24.6.1 zijn slechts toelaatbaar, indien door die werken of werkzaamheden dan wel door de daarvan hetzij direct hetzij indirect te verwachten gevolgen de in 24.1 genoemde waarden, belangen en doeleinden niet onevenredig worden of kunnen worden aangetast dan wel de mogelijkheden voor het herstel van de eerstbedoelde waarden niet wezenlijk worden of kunnen worden verkleind.

24.6.4 Burgemeester en Wethouders volgen bij het verlenen van een aanlegvergunning de in artikel 42 gegeven procedure.