Artikel 1 Toepassingsbereik
1.1 Omgevingsplan Bergen
Dit plan wijzigt het omgevingsplan Bergen (L) in die zin dat na hoofdstuk 22 van het omgevingsplan Bergen (L) een hoofdstuk 22Kwordt ingevoegd, bestaande uit de regels van dit plan. De hoofdstukken in dit plan moeten gelezen worden als paragrafen van hoofdstuk 22K van het omgevingsplan gemeente Bergen (L). In de artikelkop van de artikelen moet na het woord 'Artikel', na de spatie en direct voor het artikelnummer '22K.’ gelezen worden. In de kop van de bijlagen moet na het woord 'Bijlage', na de spatie en direct voor het nummer van de bijlage '22K.’ gelezen worden.
1.2 Tijdelijk omgevingsplan – bestemmingsplan
De besluiten op grond van artikel 22.1, onder a, van Omgevingswet zijn niet van toepassing voor zover het gaat over regels opgenomen in een besluit als bedoeld in artikel 4.6, eerste lid, onder g, van de Invoeringswet Omgevingswet op de locatie, bedoeld in 1.4.
1.3 Tijdelijk omgevingsplan – bruidsschat (vangnetbepaling)
De regels in afdeling 22.2 van het omgevingsplan gemeente Bergen (L) (activiteiten met betrekking tot bouwwerken, open erven en terreinen) met uitzondering van paragraaf 22.2.7.3 (activiteiten met betrekking tot bouwwerken van rechtswege in overeenstemming met dit omgevingsplan), en afdeling 22.3 (milieubelastende activiteiten) zijn niet van toepassing voor zover die regels in strijd zijn met regels in dit plan.
1.4 Verwijzing naar verbeelding
De regels in dit plan zijn van toepassing op de locatie TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22K Vrij 27 Siebengewald, waarvan de geometrische bepaalde planobjecten zijn vervat in het GML-bestand met identificatienummer
NL.IMRO.0893.TOP25006H22KVR27-VA01.
Artikel 2 Begripsbepalingen
Voor toepassing van dit hoofdstuk gelden de volgende begripsbepalingen:
2.1 van toepassing verklaring
Begripsbepalingen die zijn opgenomen in bijlage I bij het Besluit activiteiten leefomgeving, bijlage I bij het Besluit bouwwerken leefomgeving, bijlage I bij het Besluit kwaliteit leefomgeving, bijlage I bij het Omgevingsbesluit en bijlage I bij de Omgevingsregeling, zijn van toepassing op dit plan.
2.2 aanvullende begrippen
In aanvulling op het bepaalde in 2.1 worden voor de toepassing van de regels in dit hoofdstuk de begrippen als bedoeld in 2.3 tot en met 2.119 gehanteerd.
2.3 plan
Het TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22K Vrij 27 Siebengewald met identificatienummer NL.IMRO.0893.TOP25006H22KVR27-VA01 van de Bergen (L).
2.4 TAM-omgevingsplan
De geometrisch bepaalde planobjecten met bijbehorende regels en de daarbij behorende bijlagen.
2.5 Omgevingsplan gemeente Bergen (L)
omgevingsplan, bedoeld in artikel 2.4 van de Omgevingswet.
2.6 aanduiding
een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels, regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden.
2.7 aanduidingsgrens
de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft.
2.8 aangebouwd bijbehorend bouwwerk
een bijbehorend bouwwerk in de vorm van een gebouw, dat als afzonderlijke ruimte is gebouwd aan een hoofdgebouw waarmee het in directe verbinding staat, welk gebouw onderscheiden kan worden van het hoofdgebouw en dat in architectonisch opzicht ondergeschikt is aan het hoofdgebouw.
2.9 aan-huis-verbonden bedrijf
het door de bewoner van de (bedrijfs-)woning bedrijfsmatig verlenen van diensten c.q. het uitoefenen van ambachtelijke bedrijvigheid, geheel of overwegend door handwerk, dat door zijn beperkte omvang in een (bedrijfs-)woning en daarbij behorende bijbehorende bouwwerken met behoud van de woonfunctie kan worden uitgeoefend, niet zijnde detailhandel, behoudens de beperkte verkoop van artikelen verband houdende met de activiteiten.
2.10 aan-huis-verbonden-beroep
een beroep of het beroepsmatig verlenen van diensten op administratief, juridisch, medisch, therapeutisch, kunstzinnig, ontwerptechnisch of hiermee gelijk te stellen gebied, dat door zijn beperkte omvang in een (bedrijfs-)woning en daarbij behorende bijbehorende bouwwerken, met behoud van de woonfunctie, kan worden uitgeoefend.
2.11 afhankelijke woonruimte
een (aangebouwd) bijbehorend bouwwerk dat qua ligging een ruimtelijke eenheid vormt met de woning en waarin een gedeelte van de huishouding gehuisvest is.
2.12 archeologische waarde
de aan een gebied toegekende waarde in verband met de in dat gebied voorkomende archeologische relicten (resten uit het verleden).
2.13 archeologische verwachting
de aan een gebied toegekende waarde in verband met de kans op het voorkomen van archeologische relicten (resten uit het verleden).
2.14 archeologisch onderzoek
een onderzoek verricht door of namens de gemeente of door een dienst, bedrijf of instelling, beschikkend over een certificaat ex artikel 5.1 van de Erfgoedwet en werkend volgens de Kwaliteitsnorm van de Nederlandse Archeologie (KNA). Een archeologisch onderzoek is slechts afgerond zodra een archeologisch rapport ter goedkeuring aan de gemeente kan worden overlegd.
2.15 bebouwing
één of meer gebouwen en/of bouwwerken, geen gebouwen zijnde.
2.16 bebouwingspercentage
een op de verbeelding of in de regels aangeven percentage, dat de grootte van het deel van het bouwvlak of bouwperceel aangeeft, dat maximaal mag worden bebouwd door gebouwen en overkappingen.
2.17 bed & breakfast
het bieden van recreatief nachtverblijf, kortdurend, in de vorm van logies met ontbijt, in het hoofdgebouw of in één van de bestaande bijbehorende bouwwerken.
2.18 beeldbepalende (monumentale) bomen
een uit stedenbouwkundig, landschappelijk, cultuurhistorisch, natuurlijk of ecologisch oogpunt belangrijke boom. Meestal solitaire, goed geproportioneerde boom (soms in semi-bosverband of op een erf) met een leeftijd van vaak meer dan 100 jaar en een grote omvang; daardoor visueel zeer opvallend.
2.19 begraafplaats
terrein waar stoffelijke resten van overledenen begraven, bijgezet of verstrooid worden, niet gelegen rond een kerk. In die zin te onderscheiden van kerkhof.
2.20 bestaand
- a.v. bebouwing: bebouwing, zoals aanwezig op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan of mag worden gebouwd op grond van een bouwvergunning of omgevingsvergunning;
- a.v. gebruik: het gebruik van grond en opstallen, zoals aanwezig en toegestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan.
2.21 functiegrens
de grens van een functievlak.
2.22 functievlak
een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde gebruiksdoel.
2.23 bijbehorend bouwwerk
uitbreiding van een hoofdgebouw dan wel functioneel met een zich op hetzelfde perceel bevindend hoofdgebouw verbonden, daar al niet tegen aangebouwd en met de aarde verbonden bouwwerk met een dak.
2.24 bijbehorende voorziening
zaken ter ondersteuning van een adequate bedrijfsvoering, zoals een mestbe- en verwerkingsinstallatie voor het ter plaatse gevestigde agrarisch bedrijf, luchtwassers, wasplaatsen, weg- en waterbouwkundige voorzieningen danwel energievoorzieningen.
2.25 bijzondere huisvesting
huisvesting in een woning zonder dat sprake is van een regulier huishouden, zoals kamerverhuur, huisvesting van seizoensarbeiders en bijzondere woonvormen voor mensen met sociale, lichamelijke of geestelijke beperkingen waarvoor de woningen beschikken over speciale voorzieningen danwel waarbij de bewoners professionele ondersteuning kunnen krijgen om zelfstandig te kunnen wonen.
2.26 boerderijwinkel
een winkel bij een agrarisch bedrijf, waar eigen geproduceerde agrarische producten worden verkocht.
2.27 bos
een grondoppervlakte waarvan bomen en houtachtige struiken de belangrijkste structuur uitmaken, waartoe een eigen flora en fauna behoort, en die verder als levensgemeenschap gekarakteriseerd wordt door bestendigheid, wederzijdse beïnvloeding en inwerking op de omgeving.
2.28 bouwen
het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk, alsmede het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen van een standplaats.
2.29 bouwgrens
de grens van een bouwvlak.
2.30 bouwlaag
een doorlopend gedeelte van een gebouw dat door op gelijke hoogte of bij benadering gelijke hoogte liggende vloeren of balklagen is begrensd en dat een oppervlakte beslaat van meer dan 50% van het grondvlak van het hoofdgebouw, met inbegrip van de begane grond en met uitsluiting van onderbouw en zolder.
2.31 bouwperceel
een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten.
2.32 bouwperceelsgrens
een grens van een bouwperceel.
2.33 bouwvlak
een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zijn toegelaten.
2.34 bouwwerk
elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die hetzij direct hetzij indirect met de grond is verbonden, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond.
2.35 chalet
een onderkomen met een lichte constructie welke niet vast op/in de grond gefundeerd is, in zijn geheel of enkele delen kan worden verplaatst en niet als stacaravan aangemerkt kan worden.
2.36 cultuurhistorische waarde
de aan een bouwwerk en/of gebied of beplanting toegekende waarde, gekenmerkt door het beeld dat is ontstaan door het gebruik dat de mens in de loop van de geschiedenis heeft gemaakt van gronden en gebouwen, zoals dat onder meer tot uitdrukking komt in de beplanting, het wegenpatronen of de architectuur; onder cultuurhistorische waarden worden mede verstaan:
- de stedenbouwkundige waarden of waarden van de gebouwde (of: bebouwde) omgeving;
- de landschapswaarden, natuurlijke waarden, aardkundige waarden of historisch-geografische waarden.
2.37 dagbesteding
het bieden van de mogelijkheid tot zorg aan zorgvragers, door middel van een werkgemeenschap van sociaal therapeutische aard en in de vorm van dagopvang en dagbesteding waarbij nachtverblijf is uitgesloten.
2.38 dagrecreatieve voorzieningen
voorzieningen ten behoeve van ontspanning in de vorm van sport, spel en verblijf, zonder dat daarbij sprake is van overnachting.
2.39 dagvoorziening
een voorziening gericht op het bieden van dagbestedingsactiviteiten voor mensen die door een beperking begeleiding nodig hebben om te kunnen functioneren in de maatschappij, waarbij het gaat om actieve, belevingsgerichte buitenactiviteiten, zoals het verzorgen van paarden en honden en het onderhouden van groenten-, fruit- en bloementuintjes.
2.40 detailhandel
het bedrijfsmatig te koop aanbieden van goederen, waaronder begrepen de uitstalling ten verkoop, het verkopen en/of leveren aan personen, die goederen kopen voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit.
2.41 dienstverlening
het bedrijfsmatig verlenen van diensten aan het publiek, zoals een kapsalon, reisbureau, uitzendbureau, bankfiliaal, wasserette of apotheek, eventueel met bijbehorend kantoor, magazijn of ambacht, met uitzondering van garagebedrijf, horeca en seksinrichtingen.
2.42 district Maasduinen
het grondgebied van de gemeenten Mook en Middelaar, Gennep, Bergen en de voormalige gemeente Arcen en Velden.
2.43 dove gevel
een bouwkundige constructie die een ruimte in een gebouw scheidt van de buitenlucht, waarin geen te openen delen aanwezig zijn en met een karakteristieke geluidswering - conform NEN 5077 - die ten minste gelijk is aan het verschil tussen de geluidsbelasting van die constructie en 33 dB (in geval van weg- en railverkeerslawaai), alsmede een bouwkundige constructie waarin alleen bij wijze van uitzondering te openen delen aanwezig zijn, mits die delen niet direct grenzen aan een geluidsgevoelige ruimte, zoals omschreven in artikel 1 van de Wet geluidhinder.
2.44 energieopwekking voor eigen gebruik
Het opwekken van duurzame energie teneinde (geheel of gedeeltelijk) te kunnen voorzien in het energieverbruik van de ter plaatse toegelaten gebruiksactiviteiten van het ter plaatste gevestigde huishouden c.q. bedrijf.
2.45 erf- en terreinafscheiding met een open constructie (niet zijnde gaasnet hekwerk)
een erf- of terreinafscheiding met een constructie die voor ten minste 80% open is, zoals palen met draad en hekwerken met planken waarbij voldoende ruimte tussen de planken vrij blijft.
2.46 extensief recreatief medegebruik
recreatie met weinig dynamiek die nauwelijks druk uitoefent op de omgeving, zoals wandelen, vissen en fietsen, met de daarbij behorende voorzieningen, zoals parkeervoorzieningen, bankjes, of een loopbrug.
2.47 gebouw
elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt.
2.48 gebouwerf
bebouwd of onbebouwd perceel, of een gedeelte daarvan, dat direct is gelegen bij een hoofdgebouw en in feitelijk opzicht is ingericht ten dienste van het gebruik van dat gebouw, waarbij het omgevingsplan die inrichting niet verbiedt.
2.49 geluidsgevoelig object
gebouwen welke dienen ter bewoning of andere geluidsgevoelige gebouwen of terreinen, zoals bedoeld in de Wet geluidhinder en/of het Besluit Geluidhinder.
2.50 geluidwerende voorziening
geluidsreducerende constructie of bouwwerk in de vorm van voorzieningen zoals geluidsschermen, geluidswallen of aan deze constructies gelijk te stellen bouwwerken of constructies.
2.51 gemeenschappelijke voorzieningen
voorzieningen ten dienste van en ondergeschikt aan de verblijfsrecreatieve functie, zoals een ontvangstruimte, ruimte voor vermaak, sport- en speelvoorzieningen en/of sanitaire voorzieningen.
2.52 geomorfologische waarden
landschappelijke waarden, die samenhangen met de ontstaansgeschiedenis van de grond en die herkenbaar zijn in het bodemreliëf.
2.53 groepsaccommodatie
recreatief verblijf voor overnachting door personen die elders hun hoofdverblijf hebben, in een accommodatie die naar afmetingen en inrichting specifiek bedoeld is voor een grotere groep van personen, tot uitdrukking komend in onder andere gezamenlijke faciliteiten voor logies, dagverblijf en maaltijdbereiding.
2.54 groenvoorziening
ruimten in de open lucht, waaronder in ieder geval worden begrepen (bos)parken, plantsoenen, bermen, erfbeplantingen en open speelplekken, met de daarbij behorende sloten, vijvers en daarmee gelijk te stellen wateren.
2.55 grondgebonden agrarische bedrijfsvoering
een agrarische bedrijfsvoering waarbij het gebruik van agrarische gronden noodzakelijk is voor het functioneren van het bedrijf, zoals een melkrundveehouderijbedrijf, een akkerbouwbedrijf, een productiegerichte paardenhouderij of een vollegronds tuinbouwbedrijf.
2.56 herbouw
het oprichten van bebouwing op een bouwperceel waar op het moment van de terinzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan bebouwing van dezelfde bestemming als de op te richten bebouwing aanwezig was.
2.57 hobbymatig houden van dieren
het niet bedrijfsmatig houden van dieren in een vorm die niet is gericht op productie en dus ook niet op economisch gewin, maar die plaatsvindt voor educatieve of recreatieve doeleinden of uit liefhebberij.
2.58 hoofdgebouw
gebouw, of bouwkundig en functioneel te onderscheiden gedeelte daarvan, dat noodzakelijk is voor het verrichten van andere activiteiten dan bouwactiviteiten die op grond van het omgevingsplan of een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit op het perceel zijn toegestaan en, als meer gebouwen op het perceel aanwezig zijn, gelet op die toegestane activiteiten het belangrijkst is.
2.59 houtsingel
cultuurhistorisch en landschappelijk waardevol lijnvormig landschapselement bestaande uit inheemse boom- en struikbeplanting, waarvan bomen het hoofdbestanddeel vormen, al dan niet dienende ter eigendomsmarkering en/of perceel scheiding.
2.60 houtwal
cultuurhistorisch en landschappelijk waardevol lijnvormig landschapselement bestaande uit een wallichaam van enkele meters breed voorzien van een inheemse boom- en struikbeplanting, waarvan bomen het hoofdbestanddeel vormen, al dan niet dienende ter eigendomsmarkering en/of perceelsscheiding.
2.61 hoveniersbedrijf
een bedrijf, gericht op het aanleggen en onderhouden van tuinen en andere (groen)voorzieningen, met de daarbij noodzakelijke hulpmaterialen en gereedschappen, al dan niet in combinatie met het kweken en verkopen van planten, heesters en bomen ten behoeve van het hoveniersbedrijf.
2.62 huishouden
persoon of groep personen die een huishouding voert, waarbij sprake is van onderlinge verbondenheid en continuïteit in de samenstelling ervan. Bedrijfsmatige kamerverhuur wordt daaronder niet begrepen.
2.63 hydrologisch neutrale ontwikkeling
ontwikkeling waarbij maatregelen worden getroffen zodat deze geen negatieve gevolgen heeft voor de waterhuishouding ten opzichte van de uitgangssituatie. Dit betekent in ieder geval dat in de nieuwe situatie geen hemelwater wordt afgevoerd, maar dat dit lokaal wordt geïnfiltreerd en/of gebruikt.
2.64 inrichtingsplan
een plan, bestaande uit één of meer kaartbeelden, indien nodig vergezeld van een toelichtende tekst, waarin de landschappelijke inpassing en, voor zover vereist, de ruimtelijke kwaliteitsverbetering zijn vastgelegd in relatie tot de nieuwe bouw- en/of gebruiksmogelijkheden.
2.65 karakteristiek
herkenbaar, markant, wegens schoonheid en/of cultuurhistorische en/of architectonische waarde van belang.
2.66 kleinschalige dagrecreatieve voorzieningen
voorzieningen ten behoeve van wandelen, fietsen, vissen, kanoën en natuurobservatie in de vorm van aanlegsteigers, picknickplaatsen, informatieborden en banken.
2.67 kunstwerk
een overig bouwwerk ten behoeve van civieltechnische en/of infrastructurele doeleinden, zoals een brug, een dam, een duiker, een tunnel, een via- of aquaduct, een sluis, dan wel een daarmee gelijk te stellen voorziening.
2.68 kwaliteitscommissie
de commissie (of diens opvolger) belast met de advisering van het bevoegd gezag over de landschappelijke inpassing van (bouw-)activiteiten en compensatie- maatregelen. Een en ander zoals vastgelegd in de Bouwverordening.
2.69 kwetsbaar object
objecten als zodanig bedoeld in artikel 1 eerste lid, onderdeel I van het Besluit externe veiligheid inrichtingen, waaronder woningen, gebouwen die bestemd zijn voor het verblijf, al dan niet gedurende een gedeelte van de dag, van minderjarigen, ouderen, zieken of gehandicapten, hotels, winkels, restaurants en cafés, kantoren, sport- en recreatieterreinen en vergelijkbare functies.
2.70 laanbeplanting
een eenzijdige, tweezijdige en soms dubbele rijbeplanting van opgaande bomen langs een weg; bijna altijd uniform qua soort en leeftijd.
2.71 landbouwhuisdieren
dieren die worden gehouden voor productiedoeleinden, bijvoorbeeld voor de productie van melk, vlees, wol, veren of eieren, of die worden gehouden in verband met het berijden ervan, en waarvoor in de Regeling ammoniak en veehouderij emissiefactoren zijn vastgesteld.
2.72 landschappelijke waarde
de aan een gebied toegekende waarde gekenmerkt door het waarneembare deel van het aardoppervlak, die wordt bepaald door de onderlinge samenhang en beïnvloeding van de levende en niet-levende natuur. De volgende (landschaps-)elementen maken hier in elk gevel deel van uit: houtsingels, houtwallen, laanbeplantingen, oude akkers en monumentale, beeldbepalende bomen.
2.73 landschappelijke inpassing
inpassing in het omringende landschap door bij de situering van bebouwing in te spelen op de landschappelijke kenmerken en/of door het gebruik van beplanting die past bij het landschapstype ter plaatse, om de bebouwing minder nadrukkelijk in het landschap te plaatsen.
2.74 Limburgs Kwaliteitsmenu
het Limburgs Kwaliteitsmenu 2012 vastgesteld door Gedeputeerde Staten van Limburg op 12 januari 2010, met daarin verwerkt de aanpassingen zoals vastgesteld door Gedeputeerde Staten van Limburg op 2 januari 2012.
2.75 maatschappelijke voorzieningen
sociale, culturele, onderwijs-, levensbeschouwelijke en (para)medische voorzieningen, voorzieningen voor sport- en recreatiebeoefening in verenigingsverband en voorzieningen ten behoeve van de openbare dienstverlening.
2.76 milieuhygiënische uitvoerbaarheid
overkoepelend begrip voor milieuaspecten zoals bodem, geluid, geurhinder, luchtkwaliteit en externe veiligheid aan welke bijbehorende wettelijke kaders getoetst dient te worden, zodat omliggende bedrijven niet in hun bedrijfsvoering worden belemmerd en een aanvaardbaar woon- en leefklimaat ter plaatse is geborgd.
2.77 minicamping
een camping met maximaal 25 standplaatsen, niet bestemd voor stacaravans, behorende bij een burgerwoning of agrarisch bedrijf zonder vaste voorzieningen.
2.78 monument
een monument is ingevolge de Erfgoedwet een onroerende zaak die deel uitmaakt van cultureel erfgoed. Het gaat dan om gebouwen die als monumentwaardig worden beschouwd.
2.79 natuurlijke waarden
waarden in verband met de aanwezigheid van of potentiële mogelijkheden voor bijzondere planten, dieren en leefgemeenschappen in onderlinge samenhang en in samenhang met hun leefomgeving (biotoop) en welke verband houden met zaken als verscheidenheid, zeldzaamheid, natuurlijkheid, ongestoordheid en kenmerkend voor het gebied.
2.80 natuurgebied
een gebied met opvallende eigenschappen als het gaat om flora, fauna, geologische of landschappelijke gesteldheid, zoals tot uiting komt in een grote uitgestrektheid of biodiversiteit. Voorbeelden zijn beschermde landschappen en nationale parken.
2.81 nieuwbouw
het oprichten van bebouwing op een bouwperceel waar op het moment van de terinzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan geen bebouwing van dezelfde bestemming als de op te richten bebouwing aanwezig was.
2.82 nutsvoorziening
een bouwwerk dat ten dienste staat van het openbaar energietransport, de telecommunicatie, het transport van drinkwater en afvalwater en daarmee vergelijkbare voorzieningen, zoals een schakelkast, een elektriciteitshuis en een verdeelstation.
2.83 opslag
het bewaren van goederen, waaronder agrarische producten, materialen en stoffen zonder dat ter plaatse sprake is van productie, bewerking, verwerking, handel.
2.84 onderbouw
een gedeelte van een gebouw, dat wordt afgedekt door een vloer waarvan de bovenkant minder dan 1,20 m boven straatpeil is gelegen.
2.85 ondergeschikte detailhandel
detailhandel die als activiteit naar oppervlakte en ruimtelijke uitstraling ondergeschikt is aan de volgens het bestemmingsplan toegestane hoofdfunctie.
2.86 ondergronds bouwwerk
een (gedeelte van) een bouwwerk, waarvan de bovenkant van de vloer is gelegen op ten minste 1,75 meter beneden peil.
2.87 ondergrondse werken, geen bouwwerken zijnde en werkzaamheden
werken, geen bouwwerken zijnde en werkzaamheden die onder peil plaatsvinden.
2.88 onderkomens
voor verblijf geschikte, al dan niet aan hun bestemming onttrokken voer- en vaartuigen, waaronder begrepen woonwagens, woonschepen, caravans, stacaravans, chalets, kampeerauto's, alsook tenten, schuilhutten en keten, al dan niet ingericht ten behoeve van een recreatief buitenverblijf.
2.89 oude akkers
agrarische gronden, tenminste sedert de middeleeuwen in gebruik als akker, zowel in combinatie als grote velden of als kleinere kampen; altijd gelegen op de drogere en van nature meest voedselrijke grond.
2.90 oude bewoningsplaatsen
een sinds honderden jaren bewoonde plaats, zoals een erf, huisterp, gehucht of nederzetting.
2.91 overkapping
een overig bouwwerk omsloten door maximaal drie wanden waarvan maximaal één eigen wand en voorzien van een gesloten dak, waaronder begrepen een carport.
2.92 overig bouwwerk
een bouwkundige constructie van enig omvang, geen gebouw zijnde, die direct en duurzaam met de aarde is verbonden.
2.93 paardenbak
een onoverdekt terrein, met een bodem van zand, hout, boomschors of ander materiaal om de bodem te verstevigen, al dan niet voorzien van een omheining, bedoeld voor het berijden, africhten en laten bewegen van paarden.
2.94 pand
de kleinste bij de totstandkoming functioneel en bouwkundig-constructief zelfstandige eenheid die direct en duurzaam met de aarde is verbonden en betreedbaar en afsluitbaar is.
2.95 para- commerciële instelling
niet-commercieel ‘rechtspersoon’ zoals stichtingen of verenigingen die zich in de eerste plaats richten op het stimuleren van activiteiten van recreatieve, sportieve, sociaal-culturele, educatieve, levensbeschouwelijke of godsdienstige aard. Horeca-activiteiten behoren dus niet tot hoofdactiviteiten.
2.96 peil
- voor gebouwen die onmiddellijk aan de weg grenzen: de kruinstrook van die weg;
- voor bouwwerken ter plaatse van de aanduiding 'peil': de hoogte ten opzichte van Normaal Amsterdams Peil (NAP) zoals aangegeven door middel van de aanduiding 'peil';
- in andere gevallen en voor overige bouwwerken: de gemiddelde hoogte van het aansluitende afgewerkte maaiveld;
- voor stacaravans: de bovenzijde begane grondvloer.
2.97 permanente bewoning
bewoning van een ruimte als hoofdverblijf.
2.98 plattelandswinkel
winkel waarin verkoop plaatsvindt van agrarische producten die ter plekke of in de directe omgeving van de plattelandswinkel vervaardigd of bewerkt worden.
2.99 reliëf
afwisseling van hoogten en laagten in het landschap ontstaan door natuurlijke processen, in de vorm van steilranden, terraswanden, kliffen, stootoevers, steilwanden, rivierduinen en dergelijke.
2.100 ruimtelijke kwaliteitsverbetering
verbetering van de kwaliteit van het buitengebied als tegenprestatie voor een ruimtelijke ontwikkeling, die verder gaat dan een landschappelijke inpassing van die ruimtelijke ontwikkeling, door het treffen van fysieke maatregelen die de stedenbouwkundige, landschappelijke, natuurlijke, cultuurhistorische en/of recreatieve waarden van het buitengebied versterken, waaronder de aanleg van natuur, de aanleg of het herstel van landschapselementen, de renovatie van cultuurhistorisch waardevolle bebouwing, de sloop van bebouwing en het verwijderen van verharding.
2.101 schuilgelegenheid
een overdekte ruimte die aan maximaal drie zijden is omsloten door wanden, waarvan dieren gebruik moeten kunnen maken in geval van weidegang, met als doel bescherming tegen extreme weersomstandigheden in zowel zomer als winter uit oogpunt van dierenwelzijn.
2.102 schuurkarakter
een bouwstijl waarbij de hoofdvorm, materiaalgebruik en detaillering refereren aan die van traditionele agrarische schuren in het buitengebied van Limburg. Kenmerkend zijn eenvoudige rechthoekige bouwvolumes, kapvormen zoals zadeldaken, kleinschalige en doelmatige gevelopeningen, ingetogen kleurgebruik, en sobere detaillering. Er dient sprake te zijn van een enkelvoudig volume en lage goot zonder toevoegingen zoals dakkapellen. Het gebouw mag in zijn architectuur en gevelelementen niet als woning herkenbaar zijn, dus geen stereotype woningvensters. De daglichteis vanuit het BBL kan worden bereikt via een combinatie van kleine ramen en grote poortopeningen ingevuld met glas. Bij een lage goothoogte kan daglichttoetreding worden gerealiseerd via dakvensters. Zie voor sfeerbeelden van diverse schuurkarakters, paragraaf 2.2 van de motivering van het bestemmingsplan ‘TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22K Vrij 27, Siebengewald’.
2.103 seksinrichting
een voor het publiek toegankelijke besloten ruimte waarin bedrijfsmatig, of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was seksuele handelingen worden verricht of vertoningen van erotisch-pornografische aard plaatsvinden. Onder een seksinrichting worden in ieder geval verstaan: een seksbioscoop, seksautomatenhal, sekstheater, een parenclub, een (raam)prostitutiebedrijf en een erotische massagesalon, al dan niet in combinatie met elkaar.
2.104 stacaravan
een zelfstandig verrijdbaar bouwwerk, bestaande uit een lichte constructie en uit lichte materialen met wielas, dat naar de aard en de inrichting is bedoeld voor recreatief dag- en/of nachtverblijf, die gedurende meerdere jaren op een kampeerterrein op dezelfde plaats blijft staan en als kampeermiddel valt aan te merken.
2.105 standplaats
onder een standplaats wordt verstaan:
vaste standplaats:
een plaats die op een vaste dag in de week, vaste dagen in de week, of de gehele week zijn aangewezen voor het innemen gedurende het hele jaar. De frequentie van het aantal dagen in de week is ondergeschikt, maar kent wel een minimum van één volledige dag.
incidentele standplaats:
een plaats op een locatie die voor een vooraf bepaalde duur van maximaal 28 dagen per kalenderjaar op één of meerdere dagen, maximaal 6 aaneengesloten, in de week wordt ingenomen.
2.106 standplaats voor kampeermiddel
een gedeelte van een terrein bestemd voor de plaatsing van een kampeermiddel, inclusief bij dat kampeermiddel behorende ondergeschikte onderkomens, zoals bijzettenten.
2.107 stedenbouwkundig beeld
het door de omvang, de vorm en de situering van de bouwmassa's bepaalde beeld inclusief de ter plaatse door de infrastructuur, de begroeiing en andere door de mens aangebrachte (kunstmatige) elementen gevormde ruimte.
2.108 stedenbouwkundige waarde
de aan een gebied toegekende waarde in verband met stedenbouwkundige elementen, zoals situatie situering en infrastructuur, alsmede de ligging van bouwwerken in dat gebied (tot uitdrukking komend in de bouwmassa, hoogtematen, dakvorm en gevelopbouw).
2.109 theehuis/theetuin
een aan de hoofdfunctie ondergeschikt horecabedrijf dat slechts beperkt is tot het verstrekken van alcoholvrije dranken en het verstrekken van voor consumptie ter plaatse bereide kleinere etenswaren.
2.110 tuin
niet bebouwde grond, die is ingericht met planten zoals gras, bloemen, struiken en bomen en waarvan de volgende voorzieningen deel kunnen uitmaken: paden, verhardingen, vijvers, sloten en parkeervoorzieningen.
2.111 verblijfsrecreatie
recreatief verblijf, waarbij overnacht wordt in kampeermiddelen, recreatie- woningen en/of recreatieverblijven, door personen die elders hun hoofdverblijf hebben.
2.112 voorgevel
- de naar de weg gekeerde, en op de weg georiënteerde zijde van een gebouw;
- indien het een gebouw betreft met meer dan één naar de weg of het openbaar gebied gekeerde gevel: de naar de weg gekeerde gevel die door zijn aard, functie, constructie dan wel gelet op de uitstraling als belangrijkste gevel kan worden aangemerkt.
- met dien verstande dat in afwijking van het voorgaande onder a en b, de gevel ter plaatse van de aanduiding 'gevellijn', de betreffende gevel als voorgevel wordt aangemerkt.
2.113 voorgevelrooilijn
de denkbeeldige lijn die getrokken kan worden langs de voorgevel van het hoofdgebouw.
2.114 waterhuishoudkundige voorzieningen
voorzieningen die nodig zijn ten behoeve van een goede wateraanvoer, waterafvoer, waterberging, hemelwaterinfiltratie en/of waterkwaliteit zoals duikers, stuwen, infiltratievoorzieningen, gemalen, en inlaten.
2.115 waterstaatkundige voorzieningen
werken, waaronder begrepen kunstwerken, die verband houden met de waterstaat, zoals dammen, dijken, sluizen, beschoeiingen, en remmingswerken.
2.116 wonen
een permanente verblijfplaats ten behoeve van de huisvesting van een huishouden in een woning.
het bewonen van een woning door niet meer dan één afzonderlijk huishouden.
2.117 woning
een complex van ruimten, geschikt en bestemd voor de huisvesting van niet meer dan één huishouden.
2.118 woonunit
een geprefabriceerd, demontabel en/of relatief eenvoudig te verwijderen gebouw, bestaande uit één bouwlaag, geschikt en ingericht (met de basisvoorzieningen) ten dienste van woonverblijf.
2.119 woonwagen
een voor bewoning bestemd gebouw, dat is geplaatst op een standplaats en dat in zijn geheel of in delen kan worden verplaatst.
2.120 zorgboerderij
het bieden van de mogelijkheid tot zorg aan zorgvragers, door middel van een aan het agrarisch gebruik verbonden werkgemeenschap van sociaal therapeutische aard en in de vorm van dagopvang en dagbesteding waarbij nachtverblijf is uitgesloten.
2.121 zorgwoning
een woning voor de huisvesting van één of meer personen voor wie in het kader van de algemene dagelijkse levensverrichtingen professionele hulp of begeleiding nodig is van huishoudelijke, sociale, sociaal-medische of medische aard.
Artikel 3 Meten en rekenen
3.1 Meetbepalingen
In aanvulling op en, indien van toepassing, in afwijking van het bepaalde in artikel 22.24 van het omgevingsplan gemeente Bergen, gelden de meetbepalingen van Artikel 3:
3.2 Afstand tot de zijdelingse perceelsgrens
tussen de zijdelingse grenzen van een bouwperceel en enig van het op dat bouwperceel voorkomend (hoofd-)gebouw, waar die afstand het kortst is.
3.3 Bouwhoogte van een bouwwerk
vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een overig bouwwerk met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes, en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen.
3.4 Bouwhoogte van een windmolen
horizontale as-turbine: de som van de mastlengte (= ashoogte) en de ‘straal’ (= diameter x 0,5) van de rotor.
verticale as-turbine: de som van de mastlengte (= ashoogte) en de rotorhoogte.
Ashoogte: de hoogte gemeten vanaf het middelpunt van de as van de wieken tot aan het aansluitende afgewerkte terrein.
3.5 Dakhelling
langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak.
3.6 Goothoogte van een bouwwerk
de hoogte van een windturbine wordt gemeten vanaf het peil tot aan de (wieken)as van de windturbine.
3.7 Lengte, breedte en diepte van een bouwwerk
tussen (de lijnen, getrokken door) de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidsmuren).
3.8 Ondergrondse bouwdiepte van een bouwwerk
vanaf het peil tot het diepste punt van het bouwwerk, de fundering niet meegerekend.
3.9 Oppervlakte van een bouwwerk
tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk.
3.10 Ondergeschikte bouwdelen
bij de toepassing van het bepaalde ten aanzien van het bouwen worden ondergeschikte bouwdelen, als plinten, pilasters, kozijnen, gevelversieringen, ventilatiekanalen, gevel- en kroonlijsten, regenpijpen, stoeptreden, luifels, balkons en overstekende daken, buiten beschouwing gelaten, mits de overschrijding van bouw-, c.q. bestemmingsgrenzen niet meer dan 0,5 m bedraagt.
2 Specifieke regels over functies
4.1 Toepassingsbereik
De regels van dit artikel zijn van toepassing op de locatie die in het GML-bestand met identificatienummer
NL.IMRO.0893.TOP25006H22KVR27-VA01 is aangewezen voor het gebruiksdoel Tuin.
4.2 Functieomschrijving Tuin
4.2.1 Algemeen
Een locatie die is aangewezen voor het gebruiksdoel Tuin heeft de volgende functies:
- beplanting zoals gras, bloemen, struiken en bomen;
- paden en verhardingen;
- parkeervoorzieningen;
- vijvers, sloten waterhuishoudkundige voorzieningen;
- landschappelijke inpassing en instandhouding;
- erf- en terreinafscheidingen of hekwerken met een maximale hoogte van 1,5 m, met dien verstanden dat erf- en terreinafscheidingen of hekwerken dienen te bestaan uit een open constructie.
4.3.1 Algemeen
Het is verboden om gronden en bouwwerken te gebruiken op een wijze die:
4.4.1 Algemeen
Bouwwerken zijn alleen toegestaan indien zij ten dienste staan van de functies genoemd in
subsubparagraaf 4.2.1.
4.4.2 Specifiek Beoordelingsregels
- Bouwwerken buiten het bouwvlak – gebouwen
Gebouwen en overige bouwwerken zijn niet toegestaan.
5.1 Toepassingsbereik
De regels van dit artikel zijn van toepassing op de locatie die in het GML-bestand met identificatienummer NL.IMRO.0893.TOP25006H22KVR27-VA01 is aangewezen voor het gebruiksdoel Wonen – 4.
5.2 Functieomschrijving Wonen – 4
5.2.1 Algemeen
Een locatie die is aangewezen voor het gebruiksdoel Wonen – 4 heeft de volgende functies:
- wonen;
- aan-huis-verbonden bedrijven met de daarbij behorende voorzieningen, in het hoofdgebouw en/of bijbehorend bouwwerk;
- aan-huis-verbonden beroepen met de daarbij behorende voorzieningen, in het hoofdgebouw en/of bijbehorend bouwwerk;
- erven en tuinen;
- groenvoorzieningen en water;
- paden en wegen;
- behoud en herstel van cultuurhistorische waarden zoals die zijn aangegeven op de in de bijlage 22K.1 bij deze regels opgenomen Kaart Cultuurhistorische waarden en omschreven in de in de bijlagen 22K.1a en 22K.1b bij deze regels opgenomen Tabel Cultuurhistorische waarden.
5.2.2 Nadere detaillering
- Aantal woningen en soort woningen
Per functievlak binnen de functie ‘Wonen – 4’ is maximaal één woning toegestaan.
- Aan-huis-verbonden bedrijf
- Een aan-huis-verbonden bedrijf/ beroep als bedoeld in subsubparagraaf 5.2.1 onder b en c is bedrijf/beroep uit milieucategorie 1 van de Staat van bedrijfsactiviteiten die als bijlage 22K.4 aan de regels is toegevoegd.
- Het maximum oppervlak van een aan-huis-gebonden bedrijf/beroep als bedoeld in subsubparagraaf 5.2.1 onder b en c bedraagt 60 m2 en dient qua aard en uitstraling ondergeschikt te zijn aan de woonfunctie.
5.3.1 Algemeen
Het is verboden om gronden en bouwwerken te gebruiken op een wijze die:
- niet ten dienste staat van de in subsubparagraaf 5.2.1 genoemde functies van gronden; en
- niet in overeenstemming is met de in subsubparagraaf 5.2.2 opgenomen nadere regels over het gebruik van gronden en bouwwerken.
5.4.1 Algemeen
Bouwwerken zijn alleen toegestaan indien zij ten dienste staan van de functies genoemd in
artikel 5 lid 2 en als voldaan wordt aan de voorwaardelijke bepalingen in
artikel 11.
5.4.2 Beoordelingsregels
- Woningen
Voor het bouwen van woningen gelden de volgende regels:
- per functievlak is maximaal één woning toegestaan, indien een bouwvlak is opgenomen dient de woning in het bouwvlak te zijn gesitueerd;
- de inhoud van een woning, exclusief bijbehorende bouwwerken, mag niet meer bedragen dan 800 m³, tenzij de bestaande inhoud meer bedraagt, in welk geval die bestaande vergunde inhoud als maximum geldt;
- de goothoogte van een woning mag niet meer bedragen dan 6,5 m, tenzij de bestaande goothoogte meer bedraagt, in welk geval die bestaande vergunde goothoogte als maximum geldt;
- de bouwhoogte van een woning mag niet meer bedragen dan 10 m, tenzij de bestaande bouwhoogte meer bedraagt, in welk geval die bestaande vergunde bouwhoogte als maximum geldt;
- de afstand van de woning tot de zijdelingse perceelgrens dient ten minste 5 m te bedragen;
- de woning moet worden afgedekt met een kap met een dakhelling van ten minste 15°;
- in geval van herbouw dient het aantal woningen gelijk te blijven en dient de woning op dezelfde locatie te worden terug gebouwd;
- in geval van nieuwbouw dient de voorgevel van een woning te worden gebouwd op minimaal 3 m achter de naar de weg gekeerde grens van het locatievlak;
- Bijbehorende bouwwerken
Voor het bouwen van bijbehorende bouwwerken en overkappingen gelden de volgende regels:
de oppervlakte van vrijstaande bijbehorende bouwwerken mag per woning niet meer bedragen dan 125 m² met dien verstande dat:
- indien sprake is van de aanduiding ‘maximum bijbehorende bouwwerken m2’, de oppervlakte van vrijstaande bijbehorende bouwwerken maximaal 400 m2 mag bedragen;
- bijbehorende bouwwerken mogen niet voor de voorgevelrooilijn van de woning worden opgericht;
- de goothoogte van bijbehorende bouwwerken mag niet meer bedragen dan 3,5 m;
- de bouwhoogte van bijbehorende bouwwerken mag niet meer bedragen dan 6 m;
- de bijbehorende bouwwerken moeten worden afgedekt met een kap met een dakhelling van ten minste 15°;
- voor het bouwen van overkappingen gelden de volgende regels:
- de gezamenlijke oppervlakte van overkappingen mag, aanvullend op de oppervlakte zoals bepaald in subsubparagraaf 5.4.2 sub b onder 1, niet meer bedragen dan 30 m2;
- de goot- en bouwhoogte mogen niet meer bedragen dan 4 m;
- Bouwwerken, geen gebouwen zijnde
Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels:
- De bouwhoogte van erfafscheidingen voor de voorgevelrooilijn mag niet meer bedragen dan 1 m;
- De bouwhoogte van erfafscheidingen achter de voorgevelrooilijn mag niet meer bedragen dan 2 m;
- Voor overkappingen gelden dezelfde regels zoals opgenomen in subsubparagraaf 5.4.2 sub b onder 6 ;
- De bouwhoogte van overige bouwwerken, niet zijnde zonnepanelen, mag niet meer bedragen dan 5 m.
5.4.3 Maatwerkvoorschrift
Bij maatwerkvoorschriften kunnen burgemeester en wethouders nadere eisen stellen ten aanzien van :
- Tegenprestaties gericht op verbetering van gebiedskwaliteit;
- De situering, de oppervlakte en de (goot)hoogte van de bebouwing;
- De aard, hoogte, en situering van erfafscheidingen;
- Voorzieningen ter voorkoming van hemelwaterproblematiek in verband met de nieuwe bebouwing;
- De aard, situering en oppervlakte van verhardingen.
5.5 Afwijken van de beoordelingsregels
5.5.1 Vergroten woning en bijbehorende bouwwerken
- Burgemeester en wethouders zijn bevoegd om de omgevingsvergunning voor de bouwactiviteit te verlenen in afwijking van subsubparagraaf 5.4.2 sub a en subsubparagraaf 5.4.2 sub b voor het vergroten van de inhoud van een woning en/of het vergroten van de toegestane oppervlakte van bijbehorende bouwwerken, mits:
- het locatievlak dat is aangewezen als 'Wonen' voor ten hoogste 20% wordt bebouwd, tot een absoluut maximum van 1.000 m2;
- de verruiming van de bouwmogelijkheden aanvaardbaar is uit stedenbouwkundig, landschappelijk, natuurlijk en cultuurhistorisch oogpunt;
- sprake is van een goede landschappelijke inpassing en van een ruimtelijke kwaliteitsverbetering die in verhouding staat tot de verruiming van de bouwmogelijkheden, waarvoor geldt dat:
- ten behoeve van de landschappelijke inpassing en de ruimtelijke kwaliteitsverbetering een inrichtingsplan wordt opgesteld waarmee burgemeester en wethouders instemmen;
- het inrichtingsplan dient te voldoen aan het keuzemenu voor ontwerpprincipes cultuurhistorische waarden en landschapselementen zoals opgenomen in de bijlage 22K.2 bij deze regels;
- burgemeester en wethouders ten behoeve van de beoordeling van het inrichtingsplan advies kunnen inwinnen bij de adviescommissie ruimtelijke kwaliteit.
- de bebouwing zoveel mogelijk wordt geconcentreerd;
- de verruiming van de bouwmogelijkheden vanuit milieuhygiënisch oogpunt aanvaardbaar is;
- de verruiming van de bouwmogelijkheden niet leidt tot extra belemmeringen voor omliggende (agrarische) bedrijven;
- de natuurlijke waarden niet worden aangetast;
- sprake is van een hydrologisch neutrale ontwikkeling.
- Indien de aanvrager in zijn aanvraag een beroep doet op het bepaalde onder 1, overlegt de aanvrager de gegevens en bescheiden die nodig zijn voor de beoordeling in lid 1.
5.5.2 Verkleining afstand tot zijdelingse perceelsgrens
- Burgemeester en wethouders zijn bevoegd om de omgevingsvergunning voor de bouwactiviteit te verlenen in afwijking van subsubparagraaf 5.4.2 sub a onder 5 om het bouwen van hoofdgebouwen op een kleinere afstand van de zijdelingse perceelsgrens toe te staan, mits:
- dit vanuit stedenbouwkundig en planologisch oogpunt aanvaardbaar is;
- dit niet leidt tot een onevenredige aantasting van de landschappelijke waarden;
- er geen extra belemmeringen ontstaan voor omliggende (agrarische) bedrijven;
- voldaan wordt aan de bepalingen in het Besluit kwaliteit leefomgeving op het gebied van geluidhinder.
- Indien de aanvrager in zijn aanvraag een beroep doet op het bepaalde onder 1, overlegt de aanvrager de gegevens en bescheiden die nodig zijn voor de beoordeling in lid 1.
5.5.3 Bouwen voor de voorgevelrooilijn
- Burgemeester en wethouders zijn bevoegd om de omgevingsvergunning voor de bouwactiviteit te verlenen in afwijking van subsubparagraaf 5.4.2 sub b onder 2 om het bouwen van bijbehorende bouwwerken voor de voorgevelrooilijn toe te staan, mits:
- dit vanuit stedenbouwkundig en planologisch oogpunt aanvaardbaar is;
- dit niet leidt tot een onevenredige aantasting van de landschappelijke waarden;
- ten behoeve van de beoordeling van de stedenbouwkundige en planologische aanvaardbaarheid en landschappelijke waarde, advies kan worden ingewonnen bij de adviescommissie ruimtelijke kwaliteit;
- er geen extra belemmeringen ontstaan voor omliggende (agrarische) bedrijven;
- voldaan wordt aan de bepalingen in het Besluit kwaliteit leefomgeving op het gebied van geluidhinder.
- Indien de aanvrager in zijn aanvraag een beroep doet op het bepaalde onder 1, overlegt de aanvrager de gegevens en bescheiden die nodig zijn voor de beoordeling in lid 1.
5.5.4 Zonnepanelen
- Burgemeester en wethouders zijn bevoegd om de omgevingsvergunning voor de bouwactiviteit te verlenen in afwijking van subsubparagraaf 5.4.2 sub c om het bouwen van zonnepanelen bij de woning toe te staan, mits:
- het gaat om grondgebonden zonnepanelen binnen de gebieden die zijn aangemerkt als zone 2 en 3 zoals opgenomen op de in bijlage 22K.5 bij deze regels opgenomen 'geschiktheidskaart zonne- en windenergie Bergen' dan wel diens rechtsgeldige opvolger;
- wordt aangetoond dat de zonnepanelen niet op het dak kunnen worden geplaatst vanwege de constructie of beschikbare ruimte;
- de oppervlakte aan zonnepanelen niet meer bedraagt dan noodzakelijk om in de eigen energiebehoefte te voorzien;
- wordt voorzien in een passende landschappelijke inpassing;
- er geen hinder ontstaat voor nabijgelegen woningen en het verkeer.
- Indien de aanvrager in zijn aanvraag een beroep doet op het bepaalde onder 1, overlegt de aanvrager de gegevens en bescheiden die nodig zijn voor de beoordeling in lid 1.
5.6 Omgevingsplanactiviteit
5.6.1 Aan-huis-verbonden bedrijf en nevenactiviteiten
- Het is verboden om zonder omgevingsvergunning de volgende gebruiksactiviteiten uit te oefenen:
- aan-huis-verbonden bedrijven uit milieucategorie 2 van de Staat van bedrijfsactiviteiten, die als bijlage 22K.4 bij deze regels is gevoegd, dan wel een bedrijf dat gelet op de milieubelasting naar aard en invloed op de omgeving gelijkwaardig is aan deze bedrijfsactiviteiten;
- een ondergeschikte nevenactiviteit in de zin van een bed & breakfast;
- De omgevingsvergunning bedoeld onder 1 wordt alleen verleend indien voldaan wordt aan de volgende voorwaarden:
- de landschappelijke, natuurlijke en cultuurhistorische waarde van de gronden niet onevenredig worden aangetast;
- een en ander uit stedenbouwkundig oogpunt aanvaardbaar is;
- er geen milieuhygiënische belemmeringen zijn;
- het een nevenactiviteit betreft en de woonfunctie de overheersende functie blijft;
- geen beperking ontstaat van de ontwikkelingsmogelijkheden van nabij gelegen bedrijven en woningen;
- de oppervlakte die voor alle nevenactiviteiten tezamen wordt benut, mag maximaal 30% van het totale oppervlak van de gebouwen bedragen;
- er geen sprake is van een grote verkeersaantrekkende werking;
- er zorg wordt gedragen voor een goede landschappelijke inpassing;
- parkeren op eigen terrein plaatsvindt;
- geen buitenopslag en/of buitenstalling plaatsvindt;
- voor bed & breakfast gelden daarnaast de volgende voorwaarden:
- er is geen sprake van zelfstandige ruimten/units met eigen keukenblok;
- er is een gemeenschappelijke ruimte beschikbaar voor het nuttigen van het ontbijt;
- degene die gebruik maakt van de hoofdbestemming, is ook degene die de bed & breakfast exploiteert;
- het aantal kamers bedraagt maximaal 3 en het aantal bedden binnen de voorziening bedraagt maximaal 6;
- de maximale oppervlakte van een kamer bedraagt 50 m2;
- de bed & breakfast mag worden opgericht in het hoofdgebouw of een bestaand bijbehorend bouwwerk.
6.1 Toepassingsbereik
De regels van dit artikel zijn van toepassing op de locatie die in het GML-bestand met identificatienummer NL.IMRO.0893.TOP25006H22KVR27-VA01 is aangewezen voor het gebruiksdoel Wonen – 5.
6.2 Functieomschrijving Wonen – 5
6.2.1 Algemeen
Een locatie die is aangewezen voor het gebruiksdoel Wonen – 5 heeft de volgende functies:
- wonen;
- aan-huis-verbonden bedrijven met de daarbij behorende voorzieningen, in het hoofdgebouw;
- aan-huis-verbonden beroepen met de daarbij behorende voorzieningen, in het hoofdgebouw;
- erven en tuinen;
- groenvoorzieningen en water;
- paden en wegen;
- behoud en herstel van cultuurhistorische waarden zoals die zijn aangegeven op de in de bijlage 22K.1 bij deze regels opgenomen Kaart Cultuurhistorische waarden en omschreven in de in de bijlagen 22K.1a en 22K.1b bij deze regels opgenomen Tabel Cultuurhistorische waarden.
6.2.2 Nadere detaillering
- Aantal woningen en soort woningen
Per functievlak binnen de functie ‘Wonen – 5’ is maximaal één woning toegestaan, met dien verstande dat:
- Het een woning met schuurkarakter betreft, zoals ook gedefinieerd in artikel 2.102;
- Aan-huis-verbonden bedrijf
- Een aan-huis-verbonden bedrijf/ beroep als bedoeld in subsubparagraaf 6.2.1 onder b en c is bedrijf/beroep uit milieucategorie 1 van de Staat van bedrijfsactiviteiten die als bijlage 22K.4 aan de regels is toegevoegd.
- Het maximum oppervlak van een aan-huis-gebonden bedrijf/beroep als bedoeld in subsubparagraaf 6.2.1 onder b en c bedraagt 60 m2 en dient qua aard en uitstraling ondergeschikt te zijn aan de woonfunctie.
6.3.1 Algemeen
Het is verboden om gronden en bouwwerken te gebruiken op een wijze die:
- niet ten dienste staat van de in subsubparagraaf 6.2.1 genoemde functies van gronden; en
- niet in overeenstemming is met de in subsubparagraaf 6.2.2 opgenomen nadere regels over het gebruik van gronden en bouwwerken.
6.4.1 Algemeen
Bouwwerken zijn alleen toegestaan indien zij ten dienste staan van de functies genoemd in
artikel 6 lid 2 en als voldaan wordt aan de voorwaardelijke bepalingen in
artikel 11.
6.4.2 Beoordelingsregels
- Woningen
Voor het bouwen van woningen gelden de volgende regels:
- de inhoud van een woning, inclusief bijbehorende bouwwerken mag uitsluitend bestaan uit een enkelvoudig volume, waarbij het maximale volume niet meer mag bedragen dan 1.200 m3;
- de goothoogte van de woning mag niet meer bedragen dan 3,5 m;
- de woning, inclusief bijbehorende bouwwerken moet worden afgedekt met een kap met een dakhelling van ten minste 15 graden;
- burgemeester en wethouders winnen advies in bij de Kwaliteitscommissie t.b.v. de beoordeling van het bouwplan;
- in geval van herbouw dient het aantal woningen gelijk te blijven en dient de woning op dezelfde locatie te worden terug gebouwd;
- in geval van nieuwbouw dient de voorgevel van een woning achter de voorgevelrooilijn te worden gebouwd, op minimaal 25 m afstand van de naar de weg gekeerde perceelsgrens van het locatievlak;
- Bijbehorende bouwwerken
Op een locatie die is aangewezen voor het gebruiksdoel Wonen – 5 zijn geen bijbehorende bouwwerken toegestaan.
- Bouwwerken, geen gebouwen zijnde
Op een locatie die is aangewezen voor het gebruiksdoel Wonen – 5 zijn geen bouwwerken, geen gebouwen zijnde toegestaan, met uitzondering van;
- erf- en terreinafscheidingen of hekwerken met een maximale hoogte van 1,5 m, met dien verstande dat erf- en terreinafscheidingen of hekwerken dienen te bestaan uit een open constructie;
- grondgebonden zonnepanelen, indien voldaan wordt aan de voorwaarden van subsubparagraaf 6.5.1 sub a onder 1.
- Uitsluiting vergunningvrije bouwwerken
- Voor gronden met de gebiedsaanduiding ‘Uitsluiting vergunningvrije bouwwerken’ geldt dat zij geen deel uitmaken van een gebouwerf als bedoeld in bijlage l van het Besluit bouwwerken leefomgeving;
- Het is verboden deze gronden in te richten of te gebruiken als gebouwerf ten dienst van het gebruik van het hoofdgebouw, met dien verstande dat gebruik als tuin wel is toegestaan;
- Als gevolg hiervan zijn op deze gronden de vergunningvrije bouwwerken als bedoeld in artikel 2.29 van het Besluit bouwwerken leefomgeving niet toegestaan;
- De bouw van een hoofdgebouw, zijnde een woning met een schuurkarakter, blijft hierbij mogelijk.
6.5 Afwijken van de beoordelingsregels
6.5.1 Zonnepanelen
- Burgemeester en wethouders zijn bevoegd om de omgevingsvergunning voor de bouwactiviteit te verlenen in afwijking van subsubparagraaf 6.4.2 sub c om het bouwen van zonnepanelen bij de woning toe te staan, mits:
- het gaat om grondgebonden zonnepanelen binnen de gebieden die zijn aangemerkt als zone 2 en 3 zoals opgenomen op de in bijlage 22K.5 bij deze regels opgenomen 'geschiktheidskaart zonne- en windenergie Bergen' dan wel diens rechtsgeldige opvolger;
- wordt aangetoond dat de zonnepanelen niet op het dak kunnen worden geplaatst vanwege de constructie of beschikbare ruimte;
- de oppervlakte aan zonnepanelen niet meer bedraagt dan noodzakelijk om in de eigen energiebehoefte te voorzien;
- wordt voorzien in een passende landschappelijke inpassing;
- er geen hinder ontstaat voor nabijgelegen woningen en het verkeer.
- Indien de aanvrager in zijn aanvraag een beroep doet op het bepaalde onder 1, overlegt de aanvrager de gegevens en bescheiden die nodig zijn voor de beoordeling in lid 1.
6.6 Omgevingsplanactiviteit
6.6.1 Aan-huis-verbonden bedrijf en nevenactiviteiten
- Het is verboden om zonder omgevingsvergunning de volgende gebruiksactiviteiten uit te oefenen:
- aan-huis-verbonden bedrijven uit milieucategorie 2 van de Staat van bedrijfsactiviteiten, die als bijlage 22K.4 bij deze regels is gevoegd, dan wel een bedrijf dat gelet op de milieubelasting naar aard en invloed op de omgeving gelijkwaardig is aan deze bedrijfsactiviteiten;
- een ondergeschikte nevenactiviteit in de zin van een bed & breakfast;
- De omgevingsvergunning bedoeld onder 1 wordt alleen verleend indien voldaan wordt aan de volgende voorwaarden:
- de landschappelijke, natuurlijke en cultuurhistorische waarde van de gronden niet onevenredig worden aangetast;
- een en ander uit stedenbouwkundig oogpunt aanvaardbaar is;
- er geen milieuhygiënische belemmeringen zijn;
- het een nevenactiviteit betreft en de woonfunctie de overheersende functie blijft;
- geen beperking ontstaat van de ontwikkelingsmogelijkheden van nabij gelegen bedrijven en woningen;
- de oppervlakte die voor alle nevenactiviteiten tezamen wordt benut, mag maximaal 30% van het totale oppervlak van de gebouwen bedragen;
- er geen sprake is van een grote verkeersaantrekkende werking;
- er zorg wordt gedragen voor een goede landschappelijke inpassing;
- parkeren op eigen terrein plaatsvindt;
- geen buitenopslag en/of buitenstalling plaatsvindt;
- voor bed & breakfast gelden daarnaast de volgende voorwaarden:
- er is geen sprake van zelfstandige ruimten/units met eigen keukenblok;
- er is een gemeenschappelijke ruimte beschikbaar voor het nuttigen van het ontbijt;
- degene die gebruik maakt van de hoofdbestemming, is ook degene die de bed & breakfast exploiteert;
- het aantal kamers bedraagt maximaal 3 en het aantal bedden binnen de voorziening bedraagt maximaal 6;
- de maximale oppervlakte van een kamer bedraagt 50 m2;
- de bed & breakfast mag worden opgericht in het hoofdgebouw of een bestaand bijbehorend bouwwerk.
3 Algemene regels over functies
Artikel 7 Toepassingsbereik
De regels van dit artikel zijn van toepassing op de locatie die in het GML-bestand met identificatienummer NL.IMRO.0893.TOP25006H22KVR27-VA01.
Artikel 8 Aanvraagvereisten
- De aanvraagvereisten, bedoeld in paragraaf 22.5.2 van het omgevingsplan gemeente Bergen (L), zijn van overeenkomstige toepassing op een omgevingsvergunning die is vereist op grond van dit plan. In het bijzonder geldt dat:
- het bepaalde in artikel 22.284 van het omgevingsplan gemeente Bergen (L) van toepassing is op een aanvraag om omgevingsvergunning voor een aanlegactiviteit in dit plan; en
- het bepaalde in artikel 22.286 van het omgevingsplan gemeente Bergen (L) van toepassing is op een aanvraag om omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit in dit plan.
- In aanvulling op het bepaalde onder 1 worden bij de aanvraag om omgevingsvergunning die gegevens en bescheiden overlegd die naar het oordeel van het bevoegde gezag noodzakelijk zijn voor een toets aan de beoordelingsregels.
Artikel 9 Anti-dubbeltelregel
Gronden die eenmaal in aanmerking zijn genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijven bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.
Artikel 10 Bouwactiviteit – algemeen
10.1 Ondergronds bouwen – algemeen
10.1.1 Ondergrondse werken en werkzaamheden
Voor het uitvoeren van ondergrondse werken, geen bouwwerken zijnde en werkzaamheden gelden, behoudens in deze regels opgenomen afwijkingen, geen beperkingen.
10.1.2 Ondergrondse bouwwerken
Voor het bouwen van ondergrondse bouwwerken gelden de volgende regels:
- ondergrondse bouwwerken zijn uitsluitend toegestaan binnen het bouwvlak; indien geen bouwvlak is opgenomen, dan zijn ondergrondse bouwwerken uitsluitend toegestaan onder het hoofdgebouw;
- het oppervlak aan ondergrondse bouwwerken mag niet meer bedragen dan het toegestane oppervlak aan bouwwerken boven peil vermeerderd met 15 m²;
- de ondergrondse bouwdiepte van ondergrondse bouwwerken bedraagt maximaal 3,5 meter onder peil, met dien verstande dat een voorziening ten behoeve van de waterhuishouding tot maximaal 6 meter onder peil gebouwd mag worden.
10.1.3 Afwijken
Burgemeester en wethouders zijn bevoegd om de omgevingsvergunning voor de bouwactiviteit te verlenen in afwijking van het bepaalde in
subsubparagraaf 10.1.2 sub c voor het bouwen van ondergrondse bouwwerken met een ondergrondse bouwdiepte van maximaal 6,5 meter onder peil onder de voorwaarden dat:
- de waterhuishouding niet wordt verstoord;
- geen afbreuk wordt gedaan aan archeologische waarden.
10.1.4 Zwembaden
Op een bouwperceel is maximaal 1 niet-overdekt zwembad toegestaan onder de volgende voorwaarden:
- het zwembad dient te worden gebouwd achter de achtergevel of het verlengde daarvan en op een afstand van ten minste 3 meter van de zijdelingse en van de achterste perceelsgrens;
- het zwembad mag uitsluitend voor hobbymatig gebruik worden benut;
- de oppervlakte van het zwembad mag maximaal 50 m² bedragen;
- de diepte van het zwembad bedraagt maximaal 3 meter onder peil.
10.2 Hydrologisch neutraal bouwen
Het bebouwen van de gronden is slechts toegestaan indien dit geen negatieve hydrologische gevolgen heeft voor de omliggende gronden. De aanleg van een waterhuishoudkundige voorziening dient op eigen terrein plaats te vinden en in stand te worden gehouden.
10.3.1 Beoordelingsregel parkeren op eigen terrein
- De omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 22.26 van het omgevingsplan Bergen (L) wordt voor een bouwwerk, uit het gebruik waarvan een behoefte aan parkeergelegenheid voortvloeit, alleen verleend, indien op het bijbehorende bouwperceel in voldoende parkeergelegenheid is voorzien.
- Van voldoende parkeergelegenheid is sprake, indien wordt voldaan aan de Nota Parkeernormen of de nadien gewijzigde beleidsregels met betrekking tot parkeren, zoals die gelden ten tijde van de indiening van de aanvraag om een omgevingsvergunning als bedoeld in 22.26 van het omgevingsplan Bergen (L).
10.3.2 Afwijken beoordelingsregel parkeren op eigen terrein
Burgemeester en wethouders zijn bevoegd om de omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 22.26 van het omgevingsplan Bergen (L) te verlenen in afwijking van
subsubparagraaf 10.3.1 indien:
- er voldoende parkeergelegenheid in het openbaar gebied is, of;
- er door andere omstandigheden mede verband houdende met de aard en omvang van de nieuwe functie of het bouwwerk zoals dubbelgebruik, aanwezigheidspercentages en fietsgebruik volstaan kan worden met een lagere norm;
- er geen onevenredige aantasting plaatsvindt van:
- de parkeersituatie in de openbare ruimte;
- de woon- en leefsituatie.
Artikel 11 Gebruiksactiviteiten – algemeen
11.1 Verboden gebruik
Het is in ieder geval verboden om gronden en bouwwerken te gebruiken ten behoeve van:
- het gebruik van gronden, gebouwen, bouwwerken en onderkomens ten behoeve van een erotisch (getint) bedrijf of (straat)prostitutie;
- het gebruik van gronden, gebouwen, bouwwerken en onderkomens als coffeeshop;
- het gebruik van vrijstaande bijbehorende bouwwerken bij een woning als zelfstandige woningen en als afhankelijke woonruimte;
- het opslaan of bergen van onbruikbare of althans aan hun oorspronkelijke gebruik onttrokken voorwerpen, goederen, stoffen en materialen en van emballage en/of afval;
- het inpandig of in de openlucht opslaan, opgeslagen houden, storten of lozen van vaste of vloeibare afvalstoffen;
- het inpandig of in de openlucht opslaan en/of opgeslagen houden van goederen;
- het gebruik en/of laten gebruiken van gronden en gebouwen voor tijdelijke of permanente bewoning;
- het innemen van een ligplaats met een vaartuig, waarbij ter plaatse sprake is van horeca-activiteiten, of met een vaartuig dat gebruikt wordt ten behoeve van een seksinrichting of prostitutie.
11.2 Landschappelijke inpassing (voorwaardelijke bepaling)
Voor de hierna genoemde locatie is het gebruik van de toegevoegde bouw- en/of gebruiksmogelijkheden ten opzichte van het voorheen geldende omgevingsplan, zoals dat gold op de datum van het besluit over het inpassingsplan zoals opgenomen in de tabel landschappelijke inpassing bij deze regels, uitsluitend toegestaan onder de voorwaarde dat sprake is van een landschappelijke inpassing en/of van sloop van bebouwing overeenkomstig het inpassingsplan zoals genoemd in de tabel landschappelijke inpassing bij deze regels, waarbij het volgende in acht moet worden genomen:
- De inpassing wordt gerealiseerd overeenkomstig het inpassingsplan en uiterlijk op de datum genoemd in de volgende tabel en wordt vervolgens in stand gehouden;
Tabel landschappelijke inpassing
| Datum wijzigingsbesluit omgevingsplan | Landschappelijk inpassingsplan | Dient te zijn gerealiseerd op |
Vrij 27, 5853EJ te Siebengewald | | Inpassing dient te geschieden overeenkomstig het inpassingsplan, zoals bij deze regels gevoegd als bijlage 22K.3 | 2 jaar na het onherroepelijk worden van het TAM-omgevingsplan ‘Vrij 27 Siebengewald’. |
11.3 Uitvoeren bodemonderzoek (voorwaardelijke bepaling)
Voor de hierna genoemde locatie is het gebruik van de toegevoegde bouw- en/of gebruiksmogelijkheden ten opzichte van het voorheen geldende omgevingsplan, zoals dat gold op de datum van het besluit over het wijzigen van het omgevingsplan op onderstaande locatie, zoals opgenomen in de tabel bodemonderzoek bij deze regels, uitsluitend toegestaan onder de voorwaarde dat sprake is van een goede bodemkwaliteit, ter waarborging van een goed woon- en leefklimaat, waarbij het volgende in acht moet worden genomen:
- Voorafgaand aan de sloop wordt een inventariserend bodemonderzoek conform NEN5707 uitgevoerd;
- Na de sloop, en voor de bouw van de nieuwe woningen incl. bijbehorende bouwwerken, dient een eindonderzoek naar de bodemkwaliteit te worden uitgevoerd, conform NEN5740.
Tabel bodemonderzoek
| Datum wijzigingsbesluit omgevingsplan | Asbest inventariserend onderzoek (NEN5707) | Eindonderzoek bodemkwaliteit (NEN5740) |
Vrij 27, 5853EJ te Siebengewald | | Dient te worden uitgevoerd voorafgaand aan de sloop van de bedrijfsbebouwing ter plaatse. | Dient te worden uitgevoerd na de sloop en voor de bouw van de nieuw woningen incl. bijbehorende bouwwerken. |
Artikel 12 Afwijken – algemeen
12.1 Algemeen
Burgemeester en wethouders zijn bevoegd om de omgevingsvergunning voor de bouwactiviteit te verlenen in afwijking van het bepaalde in hoofdstuk 2 met betrekking tot:
- de in de regels gegeven (inhouds-)maten, afmetingen en percentages tot niet meer dan 10% van die maten, afmetingen en percentages;
- de regels, en toestaan dat het locatievlak in geringe mate wordt overschreden, indien een meetverschil daartoe aanleiding geeft tot een maximale afmeting van 3 m;
- de regels ten aanzien van de dakhelling van de kap van gebouwen, indien het stedenbouwkundig beeld zich hiervoor leent ten behoeve van een bijzonder gebouw;
- de regels ten aanzien van de (bouw)hoogte van overige bouwwerken, en toestaan dat de bouwhoogte van overige bouwwerken wordt vergroot:
- ten behoeve van de bouw van waarschuwings- en/of communicatiemasten tot maximaal 65 m boven NAP, onder de voorwaarden dat:
- deze passen binnen het stedenbouwkundige en landschappelijke beeld ter plaatse;
- ten behoeve van speelvoorzieningen, beeldende kunst en dergelijke tot maximaal 10 m;
- ten behoeve van de bouw van andere overige bouwwerken tot 8 m;
- de situering en de begrenzing van bouwpercelen dan wel locatievlakken of functievlakken indien bij de uitvoering van het plan mocht blijken dat verschuivingen in verband met de ingekomen aanvragen nodig zijn ter uitvoering van een plan, mits de oppervlakte van het betreffende bouwperceel, dan wel bouwvlak, met niet meer dan 10% zal worden gewijzigd.
- het gebruiken van bouwwerken en gronden, waarop krachtens de regels van dit omgevingsplan niet mag worden gebouwd, ten behoeve van de realisering van voorzieningen voor duurzame energieopwekking, zoals passieve, actieve en fotovoltaïsche zonne-energie en kleinschalige windmolens, waarbij geldt dat:
- de energieopwekking voor eigen gebruik is;
- de voorzieningen voor duurzame-energieopwekking worden opgericht binnen een zone van maximaal 100 m aansluitend aan een agrarisch locatievlak dan wel het functievlak 'Wonen';
- de bouwhoogte van windmolens maximaal 15 m mag bedragen;
- de bouwhoogte van overige voorzieningen voor duurzame-energieopwekking maximaal 5 m mag bedragen;
- grondgebonden zonnepanelen uitsluitend zijn toestaan binnen de gebieden die zijn aangemerkt als zone 2 en 3 zoals opgenomen op de in bijlage 22K.5 bij deze regels opgenomen 'geschiktheidskaart zonne- en windenergie Bergen' danwel diens rechtsgeldige opvolger;
- windmolens dienen te worden uitgeschakeld bij een snelheid van < 6 m/s;
- er geen onevenredige aantasting plaats mag vinden van de belangen van omwonenden;
- er geen onevenredige aantasting plaats mag vinden van landschappelijke, natuurlijke en/ of cultuurhistorische waarden.
12.2 Aanvulling voor functie ‘Wonen – 5’
De afwijkingen zoals genoemd in
artikel 12 lid 1 onder a, b, c en d, kunnen niet worden toegepast op gronden welke zijn aangewezen als ‘Wonen – 5’.
12.3 Afwijkingsregels met nadere beoordeling
Burgemeester en wethouders verlenen een omgevingsvergunning voor het afwijken van het bepaalde in
artikel 12 lid 2 en staan een gewijzigde landschappelijke inpassing toe, onder de voorwaarden dat:
- er sprake is van gewijzigde omstandigheden die aanleiding geven tot een aangepaste landschappelijke inpassing;
- de gewijzigde landschappelijke inpassing tenminste een gelijkwaardige landschappelijke kwaliteit waarborgt als het inpassingsplan ‘Vrij 27, Siebengewald’ d.d. 28 oktober 2025;
- het nieuwe inpassingsplan voorzien is van een positief advies van de kwaliteitscommissie.
Artikel 13 Overgangsrecht
13.1 Overgangsrecht bouwwerken
13.1.1 Algemeen
Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van dit plan aanwezig of in uitvoering is, danwel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning, en afwijkt van dit plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot,
- gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd;
- na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan.
13.1.2 Afwijken bij omgevingsvergunning
Het bevoegd gezag kan eenmalig in afwijking van het bepaalde in
subsubparagraaf 13.1.1 een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in
subsubparagraaf 13.1.1 met maximaal 10 %.
13.1.3 Uitzondering
Het bepaalde in
subsubparagraaf 13.1.1 is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van dit plan, maar zijn gebouwd zonder omgevingsvergunning en in strijd zijn met het omgevingsplan zoals dat gold voor inwerkingtreding van dit plan.
13.2 Overgangsrecht gebruik
13.2.1 Algemeen
Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het TAM-omgevingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet.
13.2.2 Strijdig gebruik
Het is verboden het met dit plan strijdige gebruik, bedoeld in
subsubparagraaf 13.2.1, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dit plan strijdige gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind.
13.2.3 Onderbroken gebruik
Indien het gebruik, bedoeld in
subsubparagraaf 13.2.1, na het tijdstip van inwerkingtreding van dit plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten.
13.2.4 Uitzondering
Het bepaalde in
subsubparagraaf 13.2.1 is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het omgevingsplan voor inwerkingtreding van dit plan.