1 Inleidende regels
Preambule
Dit TAM-omgevingsplan is gericht op het ontwikkelen van het Integraal Kind Centrum Baeks Kompas op de locatie Carmelstraat te Beek en is als een nieuw hoofdstuk (hoofdstuk 22d) opgenomen in het omgevingsplan van de gemeente Beek. Dit hoofdstuk is bekendgemaakt en digitaal beschikbaar gesteld met de landelijke voorziening, bedoeld in artikel 11.1, tweede lid, van het Besluit elektronische publicaties, bekend gemaakt en digitaal beschikbaar gesteld met de landelijke voorziening (
www.ruimtelijkeplannen.nl). Het is met deze landelijke voorziening niet mogelijk dit hoofdstuk conform de juridische vormgeving van het omgevingsplan in STOP-TPOD beschikbaar te stellen.
De in dit op https://www.ruimtelijkeplannen.nl uitgegeven deel van het omgevingsplan (hierna: dit deel) weergegeven hoofdstukken moeten gelezen worden als paragrafen van hoofdstuk 22d van het omgevingsplan van de gemeente Beek. In de artikelkop van de in dit deel weergegeven artikelen moet na het woord 'Artikel', na de spatie en direct voor het artikelnummer ‘22d' gelezen worden. In de kop van de bijlagen bij het in dit deel weergegeven hoofdstuk moet na het woord ‘Bijlage’, na de spatie en direct voor het nummer van de bijlage ‘22d’ gelezen worden.
Artikel 1 Begrippen
Voor toepassing van dit hoofdstuk gelden de volgende begripsbepalingen:
1.1 toepassing omgevingsplan
artikel 1.1 van de Omgevingswet, artikel 1.1 van het Omgevingsbesluit, artikel 1.1 van het Besluit kwaliteit leefomgeving, artikel 1.1 van het Besluit activiteiten leefomgeving, artikel 1.1 van het Besluit bouwwerken leefomgeving, artikel 1.1 van de Omgevingsregeling en artikel 1.1 van het Omgevingsplan gemeente Beek zijn van overeenkomstige toepassing op dit omgevingsplan (Hoofdstuk 22d), tenzij hierna daarvan is afgeweken.
1.2 omgevingsplan
het omgevingsplan van de gemeente Beek.
1.3 plan
het 'TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22d Integraal Kind Centrum Baeks Kompas', met identificatienummer NL.IMRO.0888.TAMOPKCBEEK25-VA01 van de gemeente Beek.
1.4 aanduiding
een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden.
1.5 aanduidingsgrens
de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft.
1.6 ander bouwwerk
bouwwerken, geen gebouwen zijnde.
1.7 archeologische waarde
de aan een gebied toegekende waarde in verband met de kennis en de studie van de in dat gebied voorkomende overblijfselen van menselijke aanwezigheid of activiteiten uit oude tijden.
1.8 bebouwing
één of meer gebouwen en/of bouwwerken, geen gebouwen zijnde.
1.9 bouwen
het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk.
1.10 bouwgrens
de grens van een bouwvlak.
1.11 bouwlaag
een gedeelte van een gebouw, dat door op gelijke of nagenoeg gelijke hoogte liggende vloeren of balklagen is begrensd, zulks met uitsluiting van onderbouw (souterrain of kelder) en zolder.
1.12 bouwperceel
een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten.
1.13 bouwperceelsgrens
de grens van een bouwperceel.
1.14 bouwvlak
een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zijn toegelaten.
1.15 bouwwerk
elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die hetzij direct hetzij indirect met de grond is verbonden, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond.
1.16 bijgebouw
een vrijstaand of aangebouwd gebouw dat een functionele eenheid vormt met, ondergeschikt en dienstbaar is, aan een hoofdgebouw.
1.17 calamiteit
één of meerdere plotselinge, onverwachte gebeurtenissen, die binnen korte tijd ernstige schade (kunnen) veroorzaken.
1.18 culturele voorzieningen:
voorzieningen op het gebied van kunst en cultuur (zoals ruimten voor het beoefenen van muziek of andere kunstuitingen) met inbegrip van bijbehorende voorzieningen alsmede tentoonstellingsruimten en werk- en presentatieruimten voor kunstenaars.
1.19 detailhandel
het bedrijfsmatig te koop aanbieden, waaronder begrepen de uitstalling ten verkoop, het verkopen en/of leveren van goederen aan personen die, die goederen kopen voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit.
1.20 geluidgevoelige functie
onderwijsfuncties en kinderopvang met slaapaccommodatie.
1.21 hoofdgebouw:
gebouw, of bouwkundig en functioneel te onderscheiden gedeelte daarvan, dat noodzakelijk is voor het verrichten van andere activiteiten dan bouwactiviteiten die op grond van het omgevingsplan of een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit op het perceel zijn toegestaan en, als meer gebouwen op het perceel aanwezig zijn, gelet op die toegestane activiteiten het belangrijkst is.
1.22 integraal kind centrum
een voorziening waarin een breed aanbod aan organisaties is ondergebracht dat gericht is op de optimale ontwikkeling van kinderen van 0 tot 13 jaar in een doorlopende lijn. In een integraal kind centrum werken basisonderwijs en kinderopvang intensief samen; daarnaast kunnen jeugdgezondheidszorg- en -welzijnsinstellingen in een integraal kind centrum zijn ondergebracht.
1.23 jeudgezondheidszorg
de publieke gezondheidszorg voor kinderen tot en met 18 jaar, die in de uitvoering meestal door gemeenten is toegewezen aan de GGD en waaronder ook de uitvoering van het Rijksvaccinatieprogramma is begrepen.
1.24 jeugdwelzijnsinstanties
instanties die activiteiten verrichten met betrekking tot het jeugdwelzijnswerk. Het jeugdwelzijnswerk is met name gericht is op het ondersteunen en begeleiden van kinderen en jongeren in een maatschappelijk kwetsbare situatie en waarbij bijzondere aandacht is voor het fysieke en psychosociale welzijn van deze doelgroep.
1.25 maaiveld
de bovenkant van een terrein - inclusief bestrating en aardwerken (zoals een grondwal) - zonder bebouwing.
1.26 onderbouw
een gedeelte van een gebouw, dat wordt afgedekt door een vloer waarvan de bovenkant minder dan 1,20 meter boven peil is gelegen.
1.27 ondergronds
beneden peil.
1.28 peil
- voor een bouwwerk waarvan de hoofdtoegang direct aan een weg grenst: de hoogte van de weg ter plaatse van die hoofdtoegang;
- in andere gevallen: de gemiddelde hoogte van het aansluitende afgewerkte maaiveld.
1.29 prostitutie
het zich beschikbaar stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met een ander tegen vergoeding.
1.30 seksinrichting
een voor publiek toegankelijke, besloten ruimte waarin bedrijfsmatig, of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was, seksuele handelingen worden verricht, of vertoningen van erotisch-pornografische aard plaatsvinden. Onder een seksinrichting worden in ieder geval verstaan: een prostitutiebedrijf - waaronder begrepen een erotische massagesalon - een seksbioscoop, een seksautomatenhal, een sekstheater of een parenclub alsmede bedrijven die hun bedrijf voeren geheel of gedeeltelijk in overwegend seksueel geaarde dienstverlening, al dan niet in combinatie met elkaar.
1.31 selectiebesluit
een archeologisch inhoudelijke afweging van het bevoegd gezag na een onderzoeksfase over eventuele archeologische vervolgstappen.
1.32 stedenbouwkundig beeld/stedenbouwkundige kwaliteit:
ruimtelijke verschijningsvorm van de bestaande bebouwing, die wordt bepaald door de situering, de aansluitende terreinen, de bouwmassa's, de gevelindelingen en de dakvormen.
Artikel 2 Toepassingsbereik
- De besluiten op grond van artikel 22.1, onder a, van Omgevingswet zijn niet van toepassing voor zover het gaat over regels opgenomen in een besluit als bedoeld in artikel 4.6, eerste lid, onder a, b, c, g, h, i, j, k, l of m, van de Invoeringswet Omgevingswet op de locatie, bedoeld onder c.
- De regels in afdeling 22.2, met uitzondering van paragraaf 22.2.7.3, en afdeling 22.3 van dit omgevingsplan zijn niet van toepassing voor zover die regels in strijd zijn met regels in dit hoofdstuk.
- De regels in dit hoofdstuk zijn van toepassing op de locatie TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22d Integraal Kind Centrum Baeks Kompas, waarvan de geometrische bepaalde planobjecten zijn vervat in het GML-bestand met identificatienummer NL.IMRO.0888.TAMOPKCBEEK25-VA01.
Artikel 3 Meet- en rekenbepalingen
In aanvulling op de meet- en rekenbepalingen als bedoeld in artikel 22.24 van het omgevingsplan, zijn de volgende meet- en rekenbepalingen van overeenkomstige toepassing op het meten van de waarden die in dit hoofdstuk in m, m² of m³ zijn uitgedrukt, voor zover hiervan niet is afgeweken in het eerste tot en met het zesde lid:
3.1 de bouwhoogte van een bouwwerk
vanaf het peil tot aan de hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes en naar aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen.
3.2 de goothoogte van een bouwwerk
vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeiboord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel.
3.3 de inhoud van een bouwwerk
tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidingsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen.
3.4 de oppervlakte van een bouwwerk
tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk.
3.5 het bebouwd oppervlak van een bouwperceel, een bouwvlak of een ander terrein
de oppervlakte van alle op een bouwperceel/bouwvlak of een ander terrein gelegen bouwwerken tezamen.
3.6 ondergeschikte bouwdelen
bij de toepassing van het bepaalde ten aanzien van het bouwen worden ondergeschikte bouwdelen als plinten, opstaande dakranden, balkons, pilasters, kozijnen, gevelversieringen, ventilatiekanalen, schoorstenen, gevel- en kroonlijsten en overstekende daken buiten beschouwing gelaten tot een maximum van 2,00 meter.
Artikel 4 Aanvraagvereisten
De aanvraagvereisten, bedoeld in paragraaf 22.5.2 van het omgevingsplan, zijn van overeenkomstige toepassing op een omgevingsvergunning die is vereist op grond van hoofdstuk 22d van het omgevingsplan.
2 Regels voor functies en activiteiten
Artikel 5 Algemeen gebruiksverbod
Het is verboden zonder omgevingsvergunning gronden of bouwwerken te gebruiken of te laten gebruiken anders dan overeenkomstig de aan die locatie toegedeelde functies en de daaraan verbonden regels over activiteiten.
6.1 Functieomschrijving
De voor 'Groen' aangewezen locaties mogen worden gebruikt voor:
- groen;
- speelvoorzieningen;
- verkeer in de vorm van fiets- en voetpaden;
- doeleinden van openbaar nut;
- parkeren;
- water en waterhuishoudkundige voorzieningen.
6.2 Beoordelingsregels bouwen
6.2.1 Algemeen
In het voor `Groen’ aangewezen gebied mogen uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde worden gebouwd ten behoeve van de in
artikel 6 lid 1 genoemde doeleinden.
6.2.2 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde
Ten aanzien van het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels:
- de bouwhoogte mag niet meer dan 5,00 meter bedragen, met uitzondering van voorzieningen voor de openbare verlichting, waarvan de bouwhoogte niet meer dan 8,00 meter mag bedragen.
- deze dienen naar aard en afmetingen bij de functie te passen.
6.3 Maatwerkvoorschriften
Burgemeester en wethouders kunnen maatwerkvoorschriften verbinden aan de plaats en afmetingen van bebouwing:
- ten behoeve van het straat- en bebouwingsbeeld;
- ten behoeve van de milieusituatie;
- ter waarborging van de verkeersveiligheid;
- ter waarborging van de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden;
- ter waarborging van de sociale veiligheid;
- ter waarborging van de externe veiligheid.
6.4 Specifieke gebruiksactiviteiten
6.4.1 Strijdig gebruik
Tot een met de functie strijdig gebruik wordt in ieder geval gerekend het gebruik van de gronden en opstallen anders dan het toegestane gebruik op grond van het bepaalde in
artikel 6 lid 1, alsmede het gebruik ten behoeve van (straat)prostitutie.
Artikel 7 Maatschappelijk - Kindcentrum
7.1 Functieomschrijving
De voor 'Maatschappelijk - Kindcentrum' aangewezen locaties mogen worden gebruikt voor:
- een integraal kind centrum, waarbinnen de volgende functies zijn toegestaan:
- basisonderwijs;
- kinderopvang;
- jeugdgezondheidszorginstanties;
- jeugdwelzijnsinstanties,
- een bibliotheek;
- culturele voorzieningen,
met daaraan ondergeschikt:
- speelvoorzieningen, tuinen en erven;
- ontmoetingsruimten;
- ontsluitings- en parkeervoorzieningen;
- openbare nutsvoorzieningen;
- groenvoorzieningen;
- water en waterhuishoudkundige voorzieningen.
7.2 Beoordelingsregels bouwen
7.2.1 Algemeen
In het voor 'Maatschappelijk - Kindcentrum' aangewezen gebied mogen uitsluitend gebouwen worden gebouwd ten behoeve van de in
artikel 7 lid 1 genoemde doeleinden en de daarbij behorende bouwwerken, geen gebouwen zijnde, welke qua aard en afmetingen bij de functie passen.
7.2.2 Regels met betrekking tot het bouwvlak
Met betrekking tot het bouwvlak gelden de volgende bepalingen:
- gebouwen mogen uitsluitend binnen het bouwvlak worden gebouwd;
- het bouwvlak mag volledig worden bebouwd;
- de goot- en bouwhoogte van een gebouw bedraagt maximaal de waarde zoals aangegeven ter plaatse van de aanduiding 'maximum goothoogte (m), maximum bouwhoogte (m)';
- het aantal bouwlagen mag niet meer bedragen dan ter plaatse van de aanduiding 'maximum aantal bouwlagen' is aangeduid.
7.2.3 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde
Ten aanzien van het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels:
- de bouwhoogte mag niet meer dan 4,00 meter bedragen, met uitzondering van erfafscheidingen, waarvan de bouwhoogte maximaal 2,00 meter mag bedragen, met dien verstande dat de maximale bouwhoogte van een erfafscheiding aan de voorzijde niet meer dan 1,00 meter mag bedragen;
- bouwwerken, geen gebouwen zijnde, dienen voor het overige naar aard en afmetingen bij de functie 'Maatschappelijk - Kindcentrum' te passen.
7.3 Maatwerkvoorschriften
Burgemeester en wethouders kunnen maatwerkvoorschriften verbinden aan de plaats en afmetingen van bebouwing:
- ter voorkoming van onevenredige aantasting van de gebruiksmogelijkheden en het woon- en leefklimaat van aangrenzende gronden en bouwwerken;
- ter waarborging van het stedenbouwkundig beeld/de stedenbouwkundige kwaliteit van de naaste omgeving;
- ter waarborging van de verkeersveiligheid;
- ter waarborging van de sociale veiligheid;
- ter waarborging van de brandveiligheid en rampenbestrijding.
7.4 Specifieke gebruiksregels
7.4.1 Functiebeperking avondperiode
Ter plaatse van de gebiedsaanwijzing 'functiebeperking avondperiode' geldt dat de inpandige ruimten grenzend aan deze geveldelen niet gebruikt mogen worden voor geluidgevoelige functies in de avondperiode van 19.00 tot 23.00 uur.
7.4.2 Functiebeperking nachtperiode
Ter plaatse van de gebiedsaanwijzing 'functiebeperking nachtperiode' mogen de locaties niet gebruikt worden voor geluidgevoelige functies in de nachtperiode van 23.00 tot 07.00 uur.
Artikel 8 Anti-dubbeltelregel
Gronden die eenmaal in aanmerking zijn genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijven bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.
Artikel 9 Algemene bouwregels
9.1 Ondergrondse bouwwerken
Voor het bouwen van ondergrondse bouwwerken gelden, behoudens in deze planregels opgenomen afwijkingen, de volgende regels:
- ondergrondse bouwwerken zijn uitsluitend toegestaan binnen het bouwvlak;
- het oppervlak aan ondergrondse bouwwerken mag niet meer bedragen dan het toegestane oppervlak aan bouwwerken boven peil vermeerderd met 15 m²;
- de ondergrondse bouwdiepte van ondergrondse bouwwerken bedraagt maximaal 3,00 meter onder peil.
Artikel 10 Algemene gebruiksregels
10.1 Strijdig gebruik
Het is verboden de locaties en bouwwerken te gebruiken of te laten gebruiken op een wijze of tot een doel, strijdig met de in het plan aan de gronden toebedeelde functie(s). Hieronder wordt in ieder geval verstaan:
- het gebruik voor opslag, al dan niet voor de verhuur of de verkoop van machines, voer- of vaartuigen, welke bruikbaar en niet aan hun oorspronkelijke gebruik onttrokken zijn, behalve indien dit noodzakelijk is in verband met het op de functie(s) gerichte gebruik van de gronden;
- het gebruik voor het opslaan, storten of bergen van bruikbare en/of onbruikbare of althans aan hun oorspronkelijke gebruik onttrokken voorwerpen, stoffen of producten, behalve inden dit noodzakelijk is in verband met het op de functie(s) gericht gebruik van de grond;
- het plaatsen van kampeerwagens, caravans, kampeerauto's, kampeertenten en vaartuigen, behalve indien dit noodzakelijk is voor het op de functie(s) gerichte gebruik van gronden;
- het opslaan van hout en aannemersmaterialen, behalve indien dit noodzakelijk is voor het op de functie(s) gerichte gebruik van de grond;
- het gebruik voor detailhandel, met uitzondering van aan de toegelaten activiteiten ondergeschikte detailhandel;
- het (laten) gebruiken van gronden en gebouwen ten behoeve van een seksinrichting en (straat)prostitutie.
10.2 Uitzonderingen op gebruik in strijd met functie
Onder gebruik in strijd met de functie wordt niet verstaan:
- het gebruiken of laten gebruiken van gronden ten behoeve van kortstondige, incidentele evenementen, festiviteiten en manifestaties. Indien hiervoor ingevolge een (wettelijk) voorschrift een omgevingsvergunning of ontheffing is vereist dient deze vergunning of ontheffing te zijn verleend;
- het aanleggen of laten aanleggen van kabels en/of leidingen;
- die, voor zover het aardgastransportleidingen betreft, een diameter hebben van minder dan 4" en/of een druk van minder dan 40 bar;
- die, voor zover het transportleidingen voor brandbare vloeistoffen van de K1-, K2- en K3-categorie betreft, een diameter hebben van minder dan 4",
met dien verstande dat indien voor de aanleg van de kabel(s) of leiding(en) een omgevingsvergunning is vereist, deze dient te zijn verleend.
Artikel 11 Algemene aanduidingsregels
11.1 geluidzone - industrie
11.1.1 Algemeen
Ter plaatse van de gebiedsaanwijzing 'geluidzone - industrie' geldt dat die locaties - naast de andere aangewezen functie(s) - tevens dienen voor de bescherming en instandhouding van de geluidruimte voor industrie.
11.1.2 Verbod
Het is verboden om ter plaatse van de gebiedsaanwijzing 'geluidzone - industrie' nieuwe geluidgevoelige bebouwing op te richten.
11.1.3 Beoordelingsregels
De omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit bouwen van geluidgevoelige bebouwing in 'geluidzone - industrie' wordt alleen verleend indien uit een akoestisch onderzoek blijkt dat sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.
Artikel 12 Omgevingsplanactiviteit afwijkend bouwen
12.1 Verbod
Het is verboden zonder omgevingsvergunning bebouwing op te richten in afwijking van het bepaalde in artikel 7.
12.2 Beoordelingsregels
De omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit bouwen wordt alleen verleend voor:
- het afwijken van de voorgeschreven maten ten aanzien van goothoogten, bouwhoogten, bouwperceelsgrensafstanden en bebouwde oppervlakten met ten hoogste 10%;
het bouwen van niet voor bewoning bestemde bouwwerken openbaar nut, zoals wachthuisjes, transformatorhuisjes, schakelhuisjes, gemaalgebouwtjes, telefooncellen, monumenten, kapellen en naar aard en omvang daarmee gelijk te stellen bouwwerken, mits:
- de oppervlakte van een bouwwerk niet meer bedraagt dan 15 m²;
- de goothoogte niet meer bedraagt dan 3,00 meter;
- de bouwwerken naar aard en afmetingen passen bij de aan de locatie toebedeelde functie(s), met dien verstande dat de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, niet meer dan 10,00 meter mag bedragen.
- geringe afwijkingen welke in het belang zijn van een ruimtelijk beter verantwoorde plaatsing van bouwwerken of welke noodzakelijk zijn in verband met de werkelijke toestand van het terrein;
- het in geringe mate afwijken van een functiegrens, van het profiel van de weg, alsmede de vorm van de bouwvlakken, voor zover zulks noodzakelijk en/of wenselijk is om het plan aan de bij de uitmeting blijkende werkelijke toestand van het terrein aan te passen;
- het oprichten van voorzieningen ten dienste van het ontvangen en zenden van radio- en televisiesignalen, voor zover deze voorzieningen van geringe horizontale afmetingen zijn en de bouwhoogte niet meer bedraagt dan 15,00 meter voor antennes voor privégebruik en niet meer dan 30,00 meter voor antennes voor gemeenschappelijk gebruik,
mits is aangetoond dat er geen onevenredige aantasting plaatsvindt van:
- het straat- en bebouwingsbeeld;
- de landschappelijke waarden;
- de milieusituatie;
- de verkeersveiligheid;
- de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden;
- de sociale veiligheid;
- de externe veiligheid.
Artikel 13 Overige regels
13.1.1 Parkeren
- Bij het verlenen van een omgevingsvergunning voor bouwen en/of een omgevingsvergunning voor een wijziging van het gebruik is verzekerd dat op eigen terrein, aan, in of onder dat gebouw, dan wel op of onder het onbebouwde terrein dat bij dat gebouw behoort, wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid voor motorvoertuigen en dat deze parkeergelegenheid in stand wordt gehouden. Daarbij moet worden voldaan aan de parkeernormen zoals neergelegd in de 'Parkeernota 2018 gemeente Beek'.
- De afmetingen van de onder a. bedoelde parkeergelegenheid moeten voldoen aan de daarvoor geldende richtlijnen zoals opgenomen in de 'Parkeernota 2018 gemeente Beek';
- Indien de 'Parkeernota 2018 gemeente Beek', wordt gewijzigd of herzien gelden de regels van de nieuwe dan wel herziene versie van de Parkeernota.
13.1.2 Laden en lossen
Indien de functie aanleiding geeft tot een te verwachten behoefte aan ruimte voor het laden of lossen van goederen, moet in deze behoefte in voldoende mate zijn voorzien aan, in of onder dat gebouw, dan wel op of onder het onbebouwde terrein dat bij dat gebouw behoort. In deze behoefte moet op eigen terrein zijn voorzien. De ruimte voor het laden en lossen van goederen moet tevens in stand worden gehouden.
13.1.3 Maatwerkvoorschriften
Burgemeester en wethouders kunnen bij de omgevingsvergunning voor bouwen en/of een omgevingsvergunning voor een wijziging van het gebruik maatwerkvoorschriften opnemen ten aanzien van de maatvoering van de parkeervoorzieningen, zoals bedoeld in
subsubparagraaf 13.1.1 sub b, indien dit, gelet op de feitelijke omstandigheden, noodzakelijk is.
13.1.4 Omgevingsplanactiviteit afwijken parkeerregels
13.1.4.1 Verbod
Het is verboden zonder omgevingsvergunning een omgevingsplanactiviteit afwijken parkeerregels te verrichten.
13.1.4.2 Beoordelingsregels
De omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit afwijking parkeerregels wordt alleen verleend:
- indien het voldoen aan de parkeerregels door bijzondere omstandigheden op overwegende bezwaren stuit, of voor zover op andere wijze in de nodige parkeer- of stallingruimte, dan wel laad- of losruimte wordt voorzien;
onder de voorwaarde dat geen onevenredige aantasting plaatsvindt van:
- de parkeersituatie in de openbare ruimte;
- de woon- en leefsituatie.
- burgemeester en wethouders passen de beoordelingsregels als bedoeld onder a. een b. toe conform hetgeen daarover is opgenomen in de 'Parkeernota 2018 gemeente Beek'.