direct naar inhoud van Regels
Plan: Wijzigingsplan Oudelandsdijk 11 Spijkerboor
Status: vastgesteld
Plantype: wijzigingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0880.BW2017005016-0401

Regels

Hoofdstuk 1 Inleidende regels

Artikel 1 Begrippen

1.1 plan:

het wijzigingsplan 'Wijzigingsplan Oudelandsdijk 11 Spijkerboor' van de gemeente Wormerland.

1.2 wijzigingsplan:

de geometrisch bepaalde planobjecten met bijbehorende regels als vervat in het GML-bestand NL.IMRO.0880.BW2017005016-0401

Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels

Artikel 2 Agrarisch gebied met natuurlijke en landschappelijke waarden

2.1 Bestemmingsomschrijving

De op de kaart voor Agrarisch gebied met natuurlijke en landschappelijke waarden aangewezen gronden zijn bestemd voor:

  • a. de uitoefening van het grondgebonden agrarisch veehouderijbedrijf en voorzover op de plankaart een nadere aanduiding is aangegeven een intensief veehouderijbedrijf, een metaalbedrijf, een manege of een agrarisch loon- en grondverzetbedrijf;
  • b. het wonen ten behoeve van de agrarische bedrijfsvoering, voorzover de gronden op de kaart zijn voorzien van de aanduiding "bouwperceel" of "bouwperceel intensief veehouderijbedrijf";
  • c. de bescherming van het gebied Wormer- en Jisperveld, dat op de kaart is voorzien van de aanduidingen “Speciale Beschermingszone Wormer- en Jisperveld Vogelrichtlijn” en/of “Speciale Beschermingszone Wormer- en Jisperveld Habitatrichtlijn” door het nemen van passende maatregelen en het voorkómen van aantasting van de natuurlijke kenmerken van het gebied;
  • d. het behoud, het herstel en de ontwikkeling van de natuurlijke, landschappelijke en cultuurhistorische waarden, waaronder de openheid, de waterrijkdom, het verkavelingspatroon, het gebruik als grasland, de weidevogelstand, de betekenis voor foeragerende en pleisterende vogels en slootkant- en graslandvegetaties;
  • e. met daaraan ondergeschikt het behoud van bodemkundige waarden, cultuurgrond, nutsvoorzieningen, infrastructurele voorzieningen, waterhuishoudkundige doeleinden en het extensief dagrecreatief medegebruik, met de daarbijbehorende gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde.

2.2 Bebouwingsbepalingen
2.2.1 Voor het bouwen van gebouwen gelden de volgende bepalingen:
  • a. er mogen uitsluitend gebouwen ten behoeve van (intensieve) veehouderijbedrijven worden gebouwd;
  • b. er mogen geen kassen, tunnelkassen en torensilo's worden gebouwd;
  • c. er mogen per "bouwperceel" of "bouwperceel intensief veehouderijbedrijf" uitsluitend gebouwen ten behoeve van één (intensief) veehouderijbedrijf worden gebouwd;
  • d. de gebouwen mogen uitsluitend binnen een bouwvlak worden gebouwd op de gronden die op de kaart zijn voorzien van de aanduiding "bouwperceel" of "bouwperceel intensief veehouderijbedrijf";
  • e. de dienstwoning moet aan de wegzijde van het bouwvlak worden gebouwd. De bedrijfsgebouwen moeten achter de naar de weg gekeerde gevel(s) van de dienstwoningen dan wel het verlengde daarvan worden gebouwd. Indien geen dienstwoning aanwezig is, moet de afstand van bedrijfsgebouwen tot de naar de weg gekeerde grens/grenzen van het bouwperceel ten minste 15,00 m bedragen;
  • f. het bebouwingspercentage voor een manege mag per bouwvlak ten hoogste het op de plankaart aangegeven percentage bedragen, voor zover de gronden op de kaart zijn voorzien van de aanduiding “manege”;
  • g. er mag ten hoogste één dienstwoning per bouwvlak worden gebouwd, tenzij de gronden op de kaart zijn voorzien van de aanduiding “tweede dienstwoning toegestaan”;
  • h. de afstand van een dienstwoning ten opzichte van de weg mag ten minste de bestaande afstand bedragen;
  • i. vrijstaande bijgebouwen en overkappingen bij een dienstwoning moeten volledig binnen een afstand van 25,00 m vanuit het dichtstbijzijnde punt van de dienstwoning worden gebouwd;
  • j. de aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen moeten tenminste 3,00 m achter de naar de weg(en) gekeerde gevel(s) van de dienstwoning dan wel het verlengde daarvan worden gebouwd;
  • k. de afstand van gebouwen tot de niet naar de weg gekeerde grenzen van het bouwvlak moet ten minste 5,00 m bedragen;
  • l. de maatvoering van een gebouw moet voldoen aan de eisen die in het volgende bouwschema zijn gesteld:

afbeelding "i_NL.IMRO.0880.BW2017005016-0401_0001.png"

2.2.2 Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde,
  • a. silo's, mest- en kuilplaten en bassins mogen uitsluiten worden gebouwd binnen het op de kaart aangegeven bouwperceel;
  • b. de hoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag binnen een bouwperceel ten hoogste 10,00 m bedragen;
  • c. de hoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, buiten een bouwperceel mag ten hoogste 2,00 m bedragen;
  • d. de breedte van de rijplaten mag maximaal 4,00 m bedragen.
    De breedte van brughoofden mag maximaal 7,00 m bedragen.
    De hoogte van brughoofden mag maximaal 2,00 m bedragen;
  • e. de oppervlakte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag buiten het bouwperceel ten hoogste 10,00 m² bedragen;
  • f. de hoogte van erf- en terreinafscheidingen zal vóór de naar de weg gekeerde gevel(s) van de dienstwoning dan wel van het dichtst bij de weg aanwezige gebouw ten hoogste 1,00 m bedragen;
  • g. de hoogte van erf- en terreinafscheidingen zal achter de naar de weg gekeerde gevel(s) van de dienstwoning dan wel van het dichtst bij de weg aanwezige gebouw ten hoogste 2,00 m bedragen.

2.3 Vrijstelling van de bebouwingsbepalingen

Burgemeester en Wethouders kunnen vrijstelling verlenen van:

  • a. het bepaalde in lid 2.2.1. onder l en toestaan dat de inhoud van een dienstwoning wordt vergroot tot ten hoogste 900 m³, mits:
    • 1. deze vrijstelling uitsluitend wordt toegepast in geval de dienstwoning gebouwd wordt in de cultuurhistorisch waardevolle bouwvorm van een stolp;
    • 2. vooraf een positief advies van de gemeentelijke monumentencommissie is verkregen;
    • 3. geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de milieusituatie,
    • 4. de cultuurhistorische, landschappelijke en natuurlijke waarden, de verkeersveiligheid, het bebouwingsbeeld, en de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden;
  • b. het bepaalde in lid 2.2.2. onder b en toestaan dat de hoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, wordt vergroot tot ten hoogste 15,00 m;
    - geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de landschappelijke en natuurlijke waarden, het bebouwingsbeeld, en de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden;
  • c. het bepaalde in lid 2.2.2. onder d en toestaan dat de afmetingen voor bruggen met 50% worden vergroot, mits:
    • 1. de vergroting vanuit zwaarwegende bedrijfsmatige, dan wel economische belangen aantoonbaar noodzakelijk is;
    • 2. de wegbeheerder een bredere maatvoering vanuit een oogpunt van verkeersveiligheid of wegbeheer noodzakelijk acht;
    • 3. geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de landschappelijke waarden, het bebouwingsbeeld, en de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden.

2.4 Aanlegvergunningen
2.4.1 Het is verboden zonder of in afwijking van een schriftelijk vergunning van Burgemeester en Wethouders (aanlegvergunning) buiten de aangegeven bouwpercelen en bestemmingsvlakken de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden uit te voeren:
  • a. het verwijderen van riet en andere oevervegetatie;
  • b. het ontgronden en/of afgraven van gronden;
  • c. het graven, verbreden en/of verdiepen van (erf)sloten en/of andere watergangen;
  • d. het aanleggen van voorzieningen ten behoeve van het extensieve dagrecreatief medegebruik;
  • e. het aanleggen van ondergrondse en bovengrondse transport-, energie- en/of telecommunicatiekabels en/of -leidingen
  • f. het plaatsen van schotten en/of de aanleg van dammen;
  • g. het bezanden, egaliseren, diepploegen en/of mengwoelen van gronden en/of het op een andere wijze ingrijpend wijzigen van de bodemstructuur en/of de bodemsamenstelling dan wel de bodemopbouw, indien de gronden zijn aangegeven voor de realisatie van een ecologische verbindingszone zoals indicatief weergegeven op figuur 5 van de toelichting.

2.4.2 Het in lid 2.2.1. vervatte verbod is niet van toepassing op werken en werkzaamheden welke:
  • a. het normale onderhoud betreffen of passen binnen het beheersplan van de provincie Noord-Holland;
  • b. reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van het van kracht worden van dit plan met een daarvoor benodigde vergunning.
2.4.3 De in lid 2.2.1. genoemde vergunning kan slechts worden verleend indien geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan landschappelijke, natuurlijke en cultuurhistorische waarden en, voorzover van toepassing, er geen aantasting plaatsvindt van het gebied Wormer- en Jisperveld, dat op de kaart is voorzien van de aanduidingen "Speciale Beschermingszone Wormer- en Jisperveld Vogelrichtlijn" en/of "Speciale Beschermingszone Wormer- en Jisperveld Habitatrichtlijn". Er zal advies worden gevraagd bij een ecologisch deskundige instantie.

2.5 Strijdig gebruik

Tot een strijdig gebruik van gronden en bouwwerken, zoals bedoeld in artikel 42 lid 42.1., wordt in ieder geval gerekend:

  • a. het opslaan van mest, hooibalen en/of overige landbouwproducten buiten het bouwperceel, tenzij de gronden op de kaart zijn voorzien van de aanduiding “opslag kuilvoer”;
  • b. het opslaan van niet-agrarische producten en/of het stallen van auto's, boten en caravans anders dan in gebouwen;
  • c. het gebruik van de bouwwerken voor intensieve veehouderij, tenzij de gronden op de kaart zijn voorzien van de aanduiding "bouwperceel intensief veehouderijbedrijf";
  • d. het gebruik van een dienstwoning voor meer dan één woning;
  • e. het gebruik van vrijstaande bijgebouwen voor bewoning;
  • f. het gebruik van gronden en bouwwerken ten behoeve van detailhandel, anders dan de uitoefening van productiegebonden detailhandel;
  • g. het gebruik van de gronden en bouwwerken ten behoeve van logiesverstrekking en/of verblijfsrecreatieve doeleinden, anders dan het kleinschalig kamperen, voorzover er meer dan 15 kampeermiddelen worden geplaatst;
  • h. het gebruik van de gronden ten behoeve van bosbouw, houtteelt of andere opgaande teeltvormen;
  • i. het aanplanten van bomen en/of ander houtgewas anders dan ten behoeve van erfbeplanting, laan- of wegbeplanting of schuilgelegenheid voor vee;
  • j. het aanbrengen van oppervlakteverhardingen en/of het verharden en/of verbreden van wegen en paden buiten het bouwperceel al dan niet ten behoeve van het agrarisch gebruik;
  • k. het aanbrengen van drainage;
  • l. het aanleggen van baggerdepots;
  • m. het dempen van sloten, het diepploegen van gronden en het scheuren en frezen van de zode, anders dan ten behoeve van graslandverbetering of herinzaai;
  • n. het gebruik van de gronden als permanente ligplaats voor vaartuigen en/of woonschepen;
  • o. de aanleg van een buitenrijbaan buiten de op de kaart aangegeven bouwpercelen en bestemmingsvlakken;
  • p. het plaatsen van bruggen, schotten en/of de aanleg van dammen;
  • q. het gebruik van de gronden als erf behorende bij de dienstwoningen, buiten een zone van 25,00 m vanaf de zij- en achtergevel(
  • r. van de dienstwoningen en buiten het op de kaart aangegeven bouwperceel;
  • s. het gebruik van de gronden en bouwwerken voor de plaatsing van windmolens.

2.6 Vrijstelling van gebruiksbepaling

Burgemeester en Wethouders kunnen vrijstelling verlenen van:

  • a. het bepaalde in lid 4.1. juncto artikel 42 lid 42.1. en toestaan dat de uitoefening van een agrarisch bedrijf wordt gecombineerd met een ondergeschikte tweede tak of een deeltijdfunctie in de vorm van de in bijlage 4 opgenomen bedrijvigheid, mits:
    • 1. de gronden op de kaart zijn voorzien van de aanduiding “bouwperceel” of "bouwperceel intensief veehouderijbedrijf";
    • 2. de vestiging geen onevenredige afbreuk doet aan de milieusituatie van agrarische bedrijven in de directe omgeving.
    • 3. alle activiteiten ten behoeve van de kleinschalige uitoefening van de toegelaten bedrijvigheid binnen de bestaande bebouwing wordt ondergebracht;
    • 4. geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de milieusituatie, de natuurlijke waarden, de verkeersveiligheid en de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden;
  • b. het bepaalde in lid 4.5. onder a juncto artikel 45 lid 45.1. en toestaan dat gronden en bouwwerken buiten het bouwperceel worden gebruikt voor het opslaan van mest, hooibalen en/of andere agrarische producten, mits;
    • 1. dit om bedrijfseconomische, ontsluitings- of milieuredenen, bijvoorbeeld vanwege de nabijheid van woningen, noodzakelijk is;
    • 2. de opslag van de mest direct aansluitend aan het bouwperceel plaatsvindt;
    • 3. geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de milieusituatie, de landschappelijk en natuurlijke waarden, de verkeersveiligheid en de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden;
  • c. het bepaalde in lid 2.5. sub d juncto artikel 42 lid 42.1. en toestaan dat een dienstwoning wordt gebruikt voor meer dan één woning, mits:
    • 1. deze vrijstellingsbevoegdheid uitsluitend wordt toegepast, indien de gronden op de kaart zijn voorzien van de aanvullende bestemming “Stolpen”, teneinde de landschappelijke en cultuurhistorische waarden van de stolpen te kunnen behouden;
    • 2. de bestaande bouwmassa niet wordt vergroot;
    • 3. er voldoende parkeergelegenheid op het bijbehorende erf wordt aangelegd;
    • 4. er een positief advies is ontvangen van de gemeentelijke monumentencommissie;
    • 5. de vestiging geen onevenredige afbreuk doet aan de milieusituatie van agrarische bedrijven in de directe omgeving;
    • 6. de geluidbelasting van de geluidgevoelige gebouwen niet hoger is dan de daarvoor geldende voorkeursgrenswaarde, of een verkregen hogere waarde;
    • 7. geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de verkeersveiligheid en de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden;
  • d. het bepaalde in lid 2.5. sub g juncto artikel 42 lid 42.1. en toestaan dat gebouwen in combinatie met de agrarische bedrijfsvoering worden gebruikt voor logiesverstrekking ten behoeve van recreatieve bewoning, mits:
    • 1. de exploitatie van de logiesverstrekking alleen plaats mag vinden in de vorm van een ondergeschikte tweede tak bij een volwaardig agrarisch bedrijf;
    • 2. per agrarisch bedrijf ten behoeve van de logiesverstrekking niet meer dan 6 appartementen of kamers zijn toegestaan;
    • 3. de ruimtes voor logiesverstrekking in het boerderijpand en/of de dienstwoning worden ondergebracht en niet in bijgebouwen;
    • 4. de logiesverstrekking gekoppeld is aan het gebruik van een (dienst)woning en daaraan ondergeschikt is. Hotel De Boerenkamer anders dan in het hoofdgebouw gevestigd kan alleen worden toegestaan als het laatste gebruik van het gebouw voorafgaand aan de vestiging van de Hotel De Boerenkamer een woning is geweest;
    • 5. de vestiging geen onevenredige afbreuk doet aan de milieusituatie van agrarische bedrijven in de directe omgeving;
    • 6. geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de verkeersveiligheid en de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden;
  • e. het bepaalde in lid 2.5. sub l juncto artikel 42 lid 42.1. en toestaan dat baggerdepots worden aangelegd, mits:
    • 1. een baggerdepot uitsluitend wordt ingericht met gebiedseigen bagger;
    • 2. de aanleg van het baggerdepot noodzakelijk is voor het onderhoud en de instandhouding van de gronden;
    • 3. de oppervlakte van een baggerdepot ten hoogste 6 hectare zal bedragen;
    • 4. geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de natuurlijke en landschappelijke waarden, de cultuurhistorische en archeologische waarden, de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden en, voorzover van toepassing, er geen aantasting plaatsvindt van het gebied Wormer- en Jisperveld, dat op de kaart is voorzien van de aanduidingen “Speciale Beschermingszone Wormer- en Jisperveld Vogelrichtlijn” en/of “Speciale Beschermingszone Wormeren Jisperveld Habitatrichtlijn”. Er zal advies worden gevraagd bij een ecologisch deskundige instantie;
  • f. het bepaalde in lid 2.5. sub o juncto artikel 42 lid 42.1. en toestaan dat buiten de bouwpercelen buitenrijbaan worden aangelegd, mits:
    • 1. de buitenrijbaan uitsluitend wordt opgericht bij een volwaardige en/of reële agrarische bedrijfsvoering;
    • 2. de maximale omvang van de buitenrijbaan maximaal 20,00 bij 40,00 m mag bedragen;
    • 3. er onvoldoende ruimte is op het bouwperceel en de buitenrijbaan direct grenst aan het bouwperceel;
    • 4. geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de natuurlijke en landschappelijke waarden, de cultuurhistorische en archeologische waarden, de woonsituatie en de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden;
  • g. het bepaalde in lid 2.5. sub p juncto artikel 42 lid 42.1. en toestaan dat bruggen, schotten en/of dammen worden aangelegd, mits:
    • 1. de aanleg van een brug, een schot of een dam noodzakelijk is voor het agrarisch beheer of het natuurbeheer van de gronden;
    • 2. per perceel ten hoogste één brug of dam wordt geplaatst;
    • 3. in geval van de aanleg van een dam, de dam wordt voorzien van een duiker;
    • 4. geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de natuurlijke en landschappelijke waarden, de cultuurhistorische en archeologische waarden, de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden.

2.7 Wijzigingsbevoegdheid ex artikel 11 WRO

Burgemeester en Wethouders kunnen het plan wijzigen in die zin dat:

  • a. de aan een bouwperceel grenzende gronden worden voorzien van de aanduiding "bouwperceel", met inbegrip van een wijziging van het daarbinnen gelegen bouwvlak, mits:
    • 1. de oppervlakte wordt vergroot tot ten hoogste 1,50 hectare;
    • 2. er zicht is op een langdurige vergroting van de productieomvang als gevolg van schaalvergroting of extensivering/ verbreding van de bedrijfsactiviteiten en de noodzakelijkheid van de bedrijfsuitbreiding is aangetoond;
    • 3. er binnen het bestaande bouwperceel geen ruimte meer is voor de benodigde uitbreiding;
    • 4. geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de milieusituatie, de natuurlijke en landschappelijke waarden, de cultuurhistorische en archeologische waarden, de woonsituatie en de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden;
  • b. een op de kaart aangegeven bouwperceel geheel of gedeeltelijk van de kaart wordt verwijderd of qua situering wordt gewijzigd, met inbegrip van een wijziging van het daarbinnen gelegen bouwvlak, mits:
    • 1. de bedrijfsvoering geheel of gedeeltelijk wordt beëindigd;
    • 2. er een bedrijfstechnische noodzaak is om ten behoeve van de bouw van bedrijfsgebouwen of het opslaan van mest, hooibalen en/of andere agrarische producten de situering van het bouwperceel/-vlak te wijzigen;
    • 3. geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de milieusituatie, de natuurlijke en landschappelijke waarden, de cultuurhistorische en archeologische waarden, de woonsituatie en de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden;
  • c. op de kaart een nieuw bouwperceel, met inbegrip van het daarbinnen gelegen bouwvlak, wordt aangegeven, mits:
    • 1. vestiging op een bestaand bouwperceel niet mogelijk is;
    • 2. de omvang van het te vestigen bedrijf zodanig is dat het werk en inkomen biedt aan tenminste één arbeidskracht, dan wel er een redelijke zekerheid bestaat dat het bedrijf binnen een redelijke termijn tot een volwaardige omvang zal uitgroeien. Als ondergrens wordt een maatvoering gehanteerd van een gemiddelde bedrijfsomvang van een volwaardig agrarisch bedrijf, op basis van de normering van het LEI (Landbouw Economisch Instituut);
    • 3. de aanvrager in hoofdberoep aan het bedrijf is verbonden;
    • 4. er een zodanige bedrijfsopzet is dat het bedrijf ook op langere termijn perspectief biedt als zelfstandig bedrijf;
    • 5. het bouwperceel maximaal 1,5 hectare mag bedragen;
    • 6. de mest- en milieuwetgeving het nieuwe bedrijf mogelijk maken;
    • 7. de geluidbelasting van de geluidgevoelige gebouwen niet hoger zal zijn dan de daarvoor geldende voorkeursgrenswaarde, of een verkregen hogere waarde;
    • 8. geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de milieusituatie, de natuurlijke en landschappelijke waarden, de cultuurhistorische en archeologische waarden, de woonsituatie, de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden en, voorzover van toepassing, er geen aantasting plaatsvindt van het gebied Wormer- en Jisperveld, dat op de kaart is voorzien van de aanduidingen “Speciale Beschermingszone Wormer- en Jisperveld Vogelrichtlijn” en/of “Speciale Beschermingszone Wormer- en Jisperveld Habitatrichtlijn”. Er zal advies worden gevraagd bij een ecologisch deskundige instantie;
  • d. de aanduiding "bouwperceel intensief veehouderijbedrijf" van de kaart wordt verwijderd, met inbegrip van het daarbinnen gelegen bouwvlak, mits:

- de bedrijfsactiviteiten ter plaatse zijn beëindigd;.

  • e. de aanduiding “tweede dienstwoning toegestaan” op de kaart wordt aangebracht, mits:
    • 1. de tweede dienstwoning noodzakelijk is voor het toezicht op het agrarisch bedrijf en er voldoende bedrijfsomvang aanwezig is in verband met de continuïteit van het agrarisch bedrijf. Als ondergrens wordt een maatvoering gehanteerd van twee maal de gemiddelde bedrijfsomvang van een volwaardig agrarisch bedrijf, op basis van de normering van het LEI (Landbouw Economisch Instituut);
    • 2. de tweede dienstwoning zodanig wordt gesitueerd, dat toekomstige burgerbewoning niet voor de hand ligt, aan de wegzijde binnen het bouwvlak in de directe omgeving van de bedrijfsgebouwen;
    • 3. er geen sprake is van onevenredige schade voor de aangrenzende agrarische bedrijven, in die zin dat de bedrijven in hun ontwikkelingsmogelijkheden worden beperkt;
    • 4. de geluidbelasting van de geluidgevoelige gebouwen niet hoger zal zijn dan de daarvoor geldende voorkeursgrenswaarde, of een verkregen hogere waarde;
    • 5. er nog niet eerder een tweede dienstwoning is gebouwd;
    • 6. er geen sprake is van een situatie waarin een eerder gebouwde tweede dienstwoning is vervreemd;
  • f. de bestemming "Agrarisch gebied met natuurlijke en landschappelijke waarden" ten behoeve van natuurontwikkeling wordt gewijzigd in de bestemming "Natuurgebied", mits:
    • 1. er geen sprake is van onevenredige schade voor de aangrenzende agrarische bedrijven, in die zin dat de bedrijven in hun ontwikkelingsmogelijkheden worden beperkt;
    • 2. de wijziging niet eerder plaats mag vinden dan nadat de betreffende gronden voor de daadwerkelijke natuurontwikkeling zijn verworven of zeker is gesteld;
    • 3. na toepassing van deze wijzigingsbevoegdheid de bepalingen van artikel 5 van overeenkomstige toepassing zijn;
    • 4. geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de natuurlijke en landschappelijke waarden, de cultuurhistorische waarden, de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden en, voorzover van toepassing, er geen aantasting plaatsvindt van het gebied Wormer- en Jisperveld, dat op de kaart is voorzien van de aanduidingen “Speciale Beschermingszone Wormer- en Jisperveld Vogelrichtlijn” en/of “Speciale Beschermingszone Wormer- en Jisperveld Habitatrichtlijn”. Er zal advies worden gevraagd bij een ecologisch deskundige instantie;
  • g. de bestemming "Agrarisch gebied met natuurlijke en landschappelijke waarden" ten behoeve van de aanleg van ecologische verbindingszones wordt gewijzigd in de bestemming "Natuurgebied", mits:
    • 1. de aanleg van ecologische verbindingszones plaatsvindt, zoals indicatief is weergegeven op figuur 5 van de toelichting;
    • 2. er geen sprake is van onevenredige schade voor de aangrenzende agrarische bedrijven, in die zin dat de bedrijven in hun ontwikkelingsmogelijkheden worden beperkt;
    • 3. de wijziging past binnen het rijks- en provinciale beleid aangaande de Ecologische Hoofdstructuur;
    • 4. de wijziging niet eerder plaats mag vinden dan nadat de betreffende gronden voor de daadwerkelijke natuurontwikkeling zijn verworven of zeker is gesteld;
    • 5. na toepassing van deze wijzigingsbevoegdheid de bepalingen van artikel 5 van overeenkomstige toepassing zijn;
    • 6. geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de natuurlijke en landschappelijke waarden, de cultuurhistorische waarden, de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden en, voorzover van toepassing, er geen aantasting plaatsvindt van het gebied Wormer- en Jisperveld, dat op de kaart is voorzien van de aanduidingen “Speciale Beschermingszone Wormer- en Jisperveld Vogelrichtlijn” en/of “Speciale Beschermingszone Wormer- en Jisperveld Habitatrichtlijn”. Er zal advies worden gevraagd bij een ecologisch deskundige instantie;
  • h. de bestemming "Agrarisch gebied met natuurlijke en landschappelijke waarden" wordt gewijzigd in de bestemming "Woondoeleinden" ten behoeve van een functieverandering van een bouwperceel, mits:
    • 1. na toepassing van deze wijzigingsbevoegdheid de bepalingen van artikel 6 van overeenkomstige toepassing zijn;
    • 2. deze wijzigingsbevoegdheid uitsluitend wordt toegepast indien de gronden op de kaart zijn voorzien van de aanduiding "bouwperceel" of "bouwperceel intensief veehouderijbedrijf";
    • 3. er geen sprake is van onevenredige schade voor de aangrenzende (agrarische) bedrijven, in die zin dat de bedrijven in hun ontwikkelingsmogelijkheden worden beperkt;
    • 4. de woonfunctie ondergebracht wordt in de voormalige dienstwoning, dan wel het voormalige boerderijpand;
    • 5. het voormalige boerderijpand of andere beeldbepalende bouwvormen als landschappelijk waardevolle verschijningsvorm worden gehandhaafd;
  • i. de bestemming "Agrarisch gebied met natuurlijke en landschappelijke waarden" wordt gewijzigd in de bestemming "Woondoeleinden" ten behoeve van compensatie, mits:
    • 1. na toepassing van deze wijzigingsbevoegdheid de bepalingen van artikel 6 van overeenkomstige toepassing zijn;
    • 2. deze wijzigingsbevoegdheid uitsluitend wordt toegepast indien de gronden op de kaart zijn voorzien van de aanduiding "bouwperceel" of "bouwperceel intensief veehouderijbedrijf";
    • 3. er geen sprake is van onevenredige schade voor de aangrenzende (agrarische) bedrijven, in die zin dat de bedrijven in hun ontwikkelingsmogelijkheden worden beperkt;
    • 4. op het betreffende voormalige bouwperceel ten minste 1.000 m² aan voormalige agrarische bedrijfsgebouwen, niet zijnde cultuurhistorisch waardevolle gebouwen, wordt gesloopt;
    • 5. het ter compensatie van de sloop nieuw te bouwen woonhuis direct achter en aan het voormalig boerderijpand wordt gebouwd;
    • 6. er middels een beeldkwaliteitsplan sprake is van een verbetering van de ruimtelijke en milieukwaliteit;
    • 7. de geluidbelasting van de geluidgevoelige gebouwen niet hoger zal zijn dan de daarvoor geldende voorkeursgrenswaarde, of een verkregen hogere waarde;
    • 8. geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de milieusituatie, de natuurlijke en landschappelijke waarden, de cultuurhistorische en archeologische waarden, de woonsituatie en de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden;
  • j. de bestemming "Agrarisch gebied met natuurlijke en landschappelijke waarden" wordt gewijzigd in de bestemming “Bedrijfsdoeleinden”, ten behoeve van een uitbreiding van een bedrijf, mits:
    • 1. deze wijzigingsbevoegdheid uitsluitend wordt toegepast ten behoeve van de uitbreiding van een bestaand bestemmingsvlak met de bestemming “Bedrijfsdoeleinden”;
    • 2. na toepassing van deze wijzigingsbevoegdheid de bepalingen van artikel 13 van overeenkomstige toepassing zijn;
    • 3. er zicht is op een langdurige vergroting van de productieomvang en de noodzakelijkheid van de bedrijfsuitbreiding is aangetoond;
    • 4. er binnen het bestaande bestemmingsvlak geen ruimte meer is voor de benodigde uitbreiding;
    • 5. de oppervlakte van het bestemmingsvlak met de bestemming “Bedrijfsdoeleinden” na toepassing van de wijzigingsbevoegdheid ten hoogste 1,00 hectare zal bedragen;
    • 6. er geen sprake is van onevenredige schade voor de aangrenzende (agrarische) bedrijven, in die zin dat de bedrijven in hun ontwikkelingsmogelijkheden worden beperkt;
    • 7. geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de milieusituatie, de natuurlijke en landschappelijke waarden, de cultuurhistorische en archeologische waarden, de woonsituatie en de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden;
  • k. de bestemming "Agrarisch gebied met natuurlijke en landschappelijke waarden" wordt gewijzigd in de bestemming “Agrarisch dienstverlenende bedrijven”, "Agrarisch aanverwante bedrijven" of “Bedrijfsdoeleinden”, ten behoeve van een functieverandering van een bouwperceel, mits:
    • 1. na toepassing van deze wijzigingsbevoegdheid respectievelijk de bepalingen van artikel 9, artikel 10 of artikel 13 van overeenkomstige toepassing zijn;
    • 2. deze wijzigingsbevoegdheid uitsluitend wordt toegepast indien de gronden op de kaart zijn voorzien van de aanduiding "bouwperceel" of "bouwperceel intensief veehouderijbedrijf";
    • 3. er geen sprake is van onevenredige schade voor de aangrenzende (agrarische) bedrijven, in die zin dat de bedrijven in hun ontwikkelingsmogelijkheden worden beperkt;
    • 4. de functie ondergebracht wordt in de voormalige dienstwoning, dan wel het voormalige boerderijpand;
    • 5. het voormalige boerderijpand of andere beeldbepalende bouwvormen als landschappelijk waardevolle verschijningsvorm worden gehandhaafd;
    • 6. geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de milieusituatie, de woonsituatie, de verkeersveiligheid en de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden.

Naast dit voorschrift gelden ook de overige voorschriften van dit bestemmingsplan. Alle voorschriften bij elkaar beschrijven de rechten voor gronden en/of opstallen.

Hoofdstuk 3 Algemene regels

Artikel 3 Van toepassing verklaring

Van toepassing zijnde bepalingen bestemmingsplan Landelijk Gebied

Het bepaalde in de volgende hoofdstukken en artikelen van het bestemmingsplan Landelijk Gebied van de gemeente Wormerland is onverkort van toepassing op het “Wijzigingsplan Oudelandsdijk 11 Spijkerboor”.

Hoofdstuk 1 Inleidende bepalingen van algemene aard:

Alle artikelen, met uitzondering van:

Artikel 1 Begripsbepalingen:

1a. plan;

1b. wijzigingsplan

Hoofdstuk 3 Overige bepalingen

Alle artikelen met uitzondering van de slotbepaling

Artikel 4 Slotbepaling

Deze regels worden aangehaald als:

Regels van het wijzigingsplan Wijzigingsplan Oudelandsdijk 11 Spijkerboor van de gemeente Wormerland.