direct naar inhoud van Regels
Plan: De Bibliotheek, Fase 12, Futurahuis en aangrenzend woongebied
Status: vastgesteld
Plantype: uitwerkingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0867.BIBFASE12FUTURA-va01

Regels

Hoofdstuk 1 INLEIDENDE REGELS

Artikel 1 Van toepassing verklaring

Op dit uitwerkings-/wijzigingsplan zijn de regels van het bestemmingsplan "Driessen", vastgesteld op 14 juni 2013 door de gemeenteraad van Waalwijk en als bijlage 1 bij de regels gevoegd, van toepassing, voor zover in de regels van dit uitwerkings-/wijzigingsplan niet anders is bepaald en met dien verstande dat in geval van discrepantie tussen de regels van het bestemmingsplan "Driessen" en het uitwerkings-/wijzigingsplan, de regels van het uitwerkings-/wijzigingsplan van toepassing zijn.

Artikel 2 Begrippen

2.1 plan:

het bestemmingsplan "Driessen" uitwerkings-/wijzigingsplan "De Bibliotheek, Fase 12, Futurahuis en aangrenzend woongebied" met identificatienummer NL.IMRO.0867.BIBFASE12FUTURA-va01 van de gemeente Waalwijk.

2.2 uitwerkings-/wijzigingsplan:

de geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels (en eventuele bijlagen).

2.3 voorgevel:

de naar de weg gekeerde gevel van een gebouw, of indien een perceel met meerdere zijden aan een weg grenst, de gevel die door de ligging, de situatie ter plaatse en/of de indeling van het gebouw als voorgevel moet worden aangemerkt;

Hoofdstuk 2 BESTEMMINGSREGELS

Artikel 3 Groen

3.1 Bestemmingsomschrijving
3.1.1 Algemeen

De voor 'Groen' aangewezen gronden zijn bestemd voor:

  • a. (openbare) groenvoorzieningen;
  • b. kleinschalige recreatieve voorzieningen, zoals: speelgelegenheden hondenuitlaatplaatsen en trapveldjes;
  • c. waterlopen, waterpartijen en wadi’s;
  • d. fiets/voetpaden;
  • e. calamiteitenverkeer voor noodhulpdiensten, zoals brandweer en ambulances,
  • f. speelvoorzieningen;

met aan lid a tot en met f ondergeschikte:

  • g. tuinen;
  • h. verhardingen;
  • i. parkeervoorzieningen en perceelsontsluitingen;
  • j. nuts- en wko-voorzieningen;

met de bij lid a tot en met j behorende bouwwerken, geen gebouwen zijnde.

3.1.2 Specifiek

Ter plaatse van de aanduiding:

  • a. 'specifieke vorm van verkeer - autowasvoorziening' zijn de gronden mede bestemd voor een autowasvoorziening;
  • b. 'specifieke vorm van verkeer - fiets-/voetpad' zijn de gronden in ieder geval bestemd voor een voet- en/of fietspad.

3.2 Bouwregels
  • a. Op de in lid 3.1 bedoelde gronden mogen uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, waaronder begrepen straatmeubilair, ten dienste van de genoemde bestemming worden gebouwd;
  • b. in afwijking van het bepaalde onder a, zijn overhangende bouwdelen van de aangrenzende bestemmingen Wonen - 2 en Wonen - Bijzondere woonvorm toegestaan.

Artikel 4 Tuin - Parkeren

4.1 Bestemmingsomschrijving

De voor 'Tuin - Parkeren' aangewezen gronden zijn bestemd voor:

  • a. de aanleg en de handhaving van ten minste één parkeerplaats per woning, waarbij de oppervlakte van de parkeerplaats ten minste 18 m2 dient te bedragen;
  • b. tuinen en toegangspaden tot de gebouwen.

4.2 Bouwregels

Op de in lid 4.1 bedoelde gronden mogen uitsluitend andere bouwwerken ten dienste van de genoemde bestemmingen worden gebouwd waarbij geldt dat:

  • a. de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen voor (de lijn die kan worden getrokken in het verlengde van) de voorgevel van de woning niet meer dan 1 m mag bedragen;
  • b. de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen achter of in het verlengde van (de lijn die kan worden getrokken in het verlengde van) de voorgevel van de woning niet meer dan 2 m mag bedragen;
  • c. de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde niet meer dan 1 m mag bedragen.

4.3 Afwijken van de bouwregels
4.3.1 Carports

Burgemeester en wethouders zijn bevoegd af te wijken van het bepaalde in lid 4.2 voor de bouw van een carport, waarbij:

  • a. de hoogte niet meer dan 3 m mag bedragen;
  • b. de oppervlakte niet meer dan 20 m2 mag bedragen;
  • c. de carport dient te worden gesitueerd op een afstand van ten minste 1 m achter (de lijn die kan worden getrokken in het verlengde van) de voorgevel van de woning.
4.3.2 Erfafscheidingen

Burgemeester en wethouders zijn bevoegd af te wijken van het bepaalde in lid 4.2 onder a voor de bouw van erfafscheidingen op de naar het openbaar gebied gekeerde perceelsgrens, indien:

  • a. de hoogte niet meer dan 2 m mag bedragen, en;
  • b. de voorwaardelijke bepaling zoals opgenomen in 4.4.1 van toepassing is
4.4 Specifieke gebruiksregels
4.4.1 Voorwaardelijke bepaling

Het realiseren van erfafscheidingen zoals bedoeld in 4.3.2 is alleen toegestaan indien bestaan uit een met groen begroeid hekwerk met een poort met een maximum hoogte van 2 m en een breedte van 1 m.

Artikel 5 Verkeer - Verblijfsgebied

5.1 Bestemmingsomschrijving
5.1.1 Algemeen

De voor 'Verkeer - Verblijfsgebied' aangewezen gronden zijn bestemd voor:

  • a. woonstraten en pleinen;
  • b. voet- en rijwielpaden;
  • c. parkeervoorzieningen en perceelsontsluitingen;
  • d. groenvoorzieningen;
  • e. waterlopen, waterpartijen en wadi's;
  • f. speelvoorzieningen;

met aan lid a tot en met f ondergeschikte:

  • g. tuinen;
  • h. bergbezinkvoorzieningen;
  • i. nuts- en wko-voorzieningen
  • j. autowasvoorzieningen;
  • k. uitlaatplaatsen voor honden;
  • l. ambulante handel;

met de bij lid a tot en met l behorende bouwwerken, geen gebouwen zijnde, waaronder kunstwerken en geluidwerende voorzieningen.

5.2 Bouwregels

Op de in lid 5.1 bedoelde gronden mogen uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, waaronder begrepen straatmeubilair en ondergrondse bergbezinkvoorzieningen, ten dienste van de genoemde bestemmingen worden gebouwd.

Artikel 6 Wonen

6.1 Bestemmingsomschrijving
6.1.1 Algemeen

De voor 'Wonen' aangewezen gronden zijn bestemd voor:

  • a. hoofdgebouwen ten behoeve van woonhuizen al dan niet in combinatie met de uitoefening van:
    • 1. beroepsmatige activiteiten tot een maximum van 50 m²;
    • 2. bedrijfsmatige activiteiten na afwijking van de regels;

met de bij lid a behorende:

  • b. aangebouwde en vrijstaande bijgebouwen;
  • c. tuinen en erven;
  • d. bouwwerken, geen gebouw zijnde.

6.2 Bouwregels
6.2.1 Hoofdgebouw

Voor het bouwen van hoofdgebouwen gelden de volgende bepalingen:

  • a. als hoofdgebouw mogen uitsluitend quadrantwoningen worden gebouwd;
  • b. een hoofdgebouw mag uitsluitend worden gebouwd binnen het bouwvlak;
  • c. ter plaatse van de aanduiding 'maximum bouwhoogte (m)' mag de bouwhoogte niet meer bedragen dan aangegeven;
  • d. ter plaatse van de aanduiding 'minimum bouwhoogte (m), maximum bouwthoogte (m)' mag de minimum bouwhoogte niet minder bedragen dan aangegeven en de maximum bouwhoogte niet meer bedragen dan aangegeven;
6.2.2 Bijbehorende bouwwerken

Bij iedere woning mogen bijbehorende bouwwerken worden gebouwd, waarbij geldt dat:

  • a. de maximale grondoppervlakte bijbehorende bouwwerken niet meer bedraagt dan 70 m²;
  • b. het achtererfgebied van de woning voor niet meer dan 50% van de oppervlakte bebouwd wordt;
  • c. van een aangebouwd bijbehorend bouwwerk:
    • 1. de goothoogte niet meer mag bedragen dan de hoogte van de eerste bouwlaag van de woning, vermeerderd met 0,3 m tot een maximum van 4 meter;
    • 2. de dakhelling niet meer mag bedragen dan de dakhelling van de woning;
    • 3. de hoogte niet meer dan 5 m mag bedragen;
  • d. van een vrijstaand bijgebouw en/of overkapping:
    • 1. de goothoogte niet meer dan 3 m mag bedragen;
    • 2. de dakhelling niet meer mag bedragen dan 450;
    • 3. de hoogte niet meer dan 4,5 m mag bedragen;
  • e. in afwijking van het bepaalde onder a tot en met d mogen bestaande bouwwerken worden gehandhaafd.
6.2.3 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde

De hoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde mag ten hoogste bedragen:

  • a. voor erf- en terreinafscheidingen: 2 m;
  • b. voor pergola's: 3 m;
  • c. vlaggenmasten 8 m;
  • d. voor het overige: 2,5 m.
  • e. in afwijking van het bepaalde onder a tot en met d mogen bestaande andere bouwwerken worden gehandhaafd.

6.3 Specifieke gebruiksregels

Onverminderd het bepaalde in lid 6.1 en artikel 23 (Algemene gebruiksregels) van het bestemmingsplan "Driessen" is het in ieder geval verboden de gronden en/of bouwwerken te gebruiken voor:

  • a. het hoofdgebouw ten behoeve van beroepsmatige activiteiten op meer dan 50 m² van het bruto-vloeroppervlak;
  • b. vrijstaande bijgebouwen ten behoeve van wonen.
  • c. gronden en gebouwen ten behoeve van een seksinrichting.

6.4 Afwijken van de gebruiksregels

Burgemeester en wethouders zijn bevoegd af te wijken van het bepaalde 6.1.1 lid a onder 1 en 2 en artikel 6.3 voor de uitoefening van:

  • beroepsmatige activiteiten in bijgebouw(en);
  • bedrijfsmatige activiteiten in hoofdgebouw en/of bijgebouw(en), niet zijnde een overkapping met een open constructie;

mits:

  • a. de woonfunctie in overwegende mate behouden blijft;
  • b. bedoeld gebruik geen onevenredige afbreuk mag doen aan het woonkarakter van de wijk of buurt. Dit betekent onder meer dat:
    • 1. uitsluitend medewerking wordt verleend voor het uitoefenen van bedrijven en beroepen die genoemd zijn in bijlage 1 behorende bij deze regels of indien zij niet voorkomen in bijlage 1, naar aard en invloed op de omgeving gelijk te stellen zijn met bedrijven in bijlage 1, mits:
      • het geen geluidzoneringsplichtige inrichting betreft;
      • het geen inrichtingen betreft zoals bedoeld in artikel 2, lid 1 van het Besluit externe veiligheid inrichtingen milieubeheer (BEVI);
    • 2. vast dient te staan dat het gebruik een kleinschalig karakter heeft en zal behouden;
    • 3. het gebruik naar aard met het karakter van de omgeving in overeenstemming moet zijn;
    • 4. het gebruik de woonfunctie dient te ondersteunen, dat wil zeggen dat degene die de activiteiten in het hoofdgebouw en/of de bijgebouwen uitvoert, tevens de gebruiker van de woning is;
  • c. het niet betreft zodanig verkeersaantrekkende activiteiten die kunnen leiden tot een nadelige beïnvloeding van de normale afwikkeling van het verkeer, dan wel tot een onevenredige parkeerdruk op de openbare ruimten;
  • d. op het bij de woning behorende bouwperceel voldoende parkeergelegenheid aanwezig is en gehandhaafd blijft;
  • e. het geen uitoefening van detailhandel betreft met uitzondering van beperkte detailhandel als niet-zelfstandige en ondergeschikte activiteit rechtstreeks voortvloeiend uit de beroeps- of bedrijfsmatige activiteit;
  • f. per bouwperceel maximaal 50 m² van het bruto-vloeroppervlak ten behoeve van de beroeps- of bedrijfsmatige activiteiten in gebruik wordt genomen.

Artikel 7 Wonen - 2

7.1 Bestemmingsomschrijving
7.1.1 Algemeen

De voor 'Wonen - 2' aangewezen gronden zijn bestemd voor:

  • a. hoofdgebouwen ten behoeve van woonhuizen al dan niet in combinatie met de uitoefening van:
    • 1. beroepsmatige activiteiten in het hoofdgebouw, op een maximum van 50 m² van het bruto-vloeroppervlak van het hoofdgebouw;
    • 2. bedrijfsmatige activiteiten na afwijking van de regels;

met de bij lid a behorende:

  • b. tuinen en erven;
  • c. bergingen;
  • d. bouwwerken, geen gebouw zijnde.
7.2 Bouwregels
7.2.1 Gebouwen

Voor het bouwen van gebouwen gelden de volgende bepalingen:

  • a. als hoofdgebouw mogen uitsluitend gestapelde of aaneengebouwde woningen worden gebouwd;
  • b. gebouwen mogen uitsluitend worden gebouwd binnen het bouwvlak;
  • c. ter plaatse van de aanduiding 'maximum bouwhoogte (m)' mag de bouwhoogte niet meer bedragen dan aangegeven;
7.2.2 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde

De hoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde mag ten hoogste bedragen:

  • a. voor erf- en terreinafscheidingen: 2 m;
  • b. voor pergola's: 3 m;
  • c. vlaggenmasten: 6 m
  • d. voor het overige: 2,5 m.

7.3 Specifieke gebruiksregels

Onverminderd het bepaalde in lid 6.1 en artikel 23 (Algemene gebruiksregels) van het bestemmingsplan "Driessen" is het in ieder geval verboden de gronden en/of bouwwerken te gebruiken voor:

  • a. het hoofdgebouw ten behoeve van beroepsmatige activiteiten op meer dan 50 m² van het bruto-vloeroppervlak;
  • b. vrijstaande bijgebouwen ten behoeve van wonen.
  • c. gronden en gebouwen ten behoeve van een seksinrichting.

7.4 Afwijken van de gebruiksregels

Burgemeester en wethouders zijn bevoegd af te wijken van het bepaalde 7.1.1 lid a onder 1 en 2 en artikel 7.3 voor de uitoefening van:

  • beroepsmatige activiteiten in bijgebouw(en);
  • bedrijfsmatige activiteiten in hoofdgebouw en/of bijgebouw(en), niet zijnde een overkapping met een open constructie;

mits:

  • a. de woonfunctie in overwegende mate behouden blijft;
  • b. bedoeld gebruik geen onevenredige afbreuk mag doen aan het woonkarakter van de wijk of buurt. Dit betekent onder meer dat:
    • 1. uitsluitend medewerking wordt verleend voor het uitoefenen van bedrijven en beroepen die genoemd zijn in bijlage 1 behorende bij deze regels of indien zij niet voorkomen in bijlage 1, naar aard en invloed op de omgeving gelijk te stellen zijn met bedrijven in bijlage 1, mits:
      • het geen geluidzoneringsplichtige inrichting betreft;
      • het geen inrichtingen betreft zoals bedoeld in artikel 2, lid 1 van het Besluit externe veiligheid inrichtingen milieubeheer (BEVI);
    • 2. vast dient te staan dat het gebruik een kleinschalig karakter heeft en zal behouden;
    • 3. het gebruik naar aard met het karakter van de omgeving in overeenstemming moet zijn;
    • 4. het gebruik de woonfunctie dient te ondersteunen, dat wil zeggen dat degene die de activiteiten in het hoofdgebouw en/of de bijgebouwen uitvoert, tevens de gebruiker van de woning is;
  • c. het niet betreft zodanig verkeersaantrekkende activiteiten die kunnen leiden tot een nadelige beïnvloeding van de normale afwikkeling van het verkeer, dan wel tot een onevenredige parkeerdruk op de openbare ruimten;
  • d. op het bij de woning behorende bouwperceel voldoende parkeergelegenheid aanwezig is en gehandhaafd blijft;
  • e. het geen uitoefening van detailhandel betreft met uitzondering van beperkte detailhandel als niet-zelfstandige en ondergeschikte activiteit rechtstreeks voortvloeiend uit de beroeps- of bedrijfsmatige activiteit;
  • f. per bouwperceel maximaal 50 m² van het bruto-vloeroppervlak ten behoeve van de beroeps- of bedrijfsmatige activiteiten in gebruik wordt genomen.

Artikel 8 Wonen - Bijzondere woonvorm

8.1 Bestemmingsomschrijving
8.1.1 Algemeen

De voor 'Wonen - Bijzondere woonvorm' aangewezen gronden zijn bestemd voor:

  • a. bijzondere woonvormen;
  • b. hoofdgebouwen ten behoeve van maatschappelijke voorzieningen met hieraan ondergeschikte en niet zelfstandige lichte horeca en detailhandel;

met de bij lid a en b behorende:

  • c. tuinen en erven;
  • d. parkeervoorzieningen;
  • e. bergingen;
  • f. bouwwerken, geen gebouw zijnde;
8.1.2 Specifiek

Ter plaatse van de aanduiding:

  • a. 'parkeerterrein' zijn de gronden uitsluitend bestemd voor de aanleg en de handhaving van een parkeerterrein met ten minste 15 parkeerplaatsen.

8.2 Bouwregels
8.2.1 Gebouwen

Voor het bouwen van hoofdgebouwen gelden de volgende bepalingen:

  • a. gebouwen worden uitsluitend gebouwd binnen het bouwvlak;
  • b. ter plaatse van de aanduiding 'maximum bouwhoogte (m)' mag de bouwhoogte niet meer bedragen dan aangegeven;
8.2.2 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde

De hoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde mag ten hoogste bedragen:

  • a. voor erf- en terreinafscheidingen: 2 m;
  • b. voor pergola's: 3 m;
  • c. vlaggenmasten: 6 m
  • d. voor het overige: 2,5 m.

8.2.3 Specifieke gebruiksregels

De ter plaatse van de aanduiding 'parkeerterrein' aanwezige parkeerplaatsen zijn tevens bedoeld als de parkeervoorziening van de aangrenzende bestemming Wonen - 2.

Artikel 9 Wonen - Vrijstaand

9.1 Bestemmingsomschrijving
9.1.1 Algemeen

De voor 'Wonen - Vrijstaand' aangewezen gronden zijn bestemd voor:'

  • a. hoofdgebouwen ten behoeve van woonhuizen al dan niet in combinatie met de uitoefening van:
    • 1. beroepsmatige activiteiten tot een maximum van 50 m²;
    • 2. bedrijfsmatige activiteiten na afwijking van de regels;

met de bij lid a behorende:

  • b. aangebouwde en vrijstaande bijgebouwen;
  • c. tuinen en erven;
  • d. bouwwerken, geen gebouw zijnde.
9.1.2 Specifiek

In aanvulling op het bepaalde in lid 9.1.1 zijn de gronden in ieder geval mede bestemd voor ten minste twee parkeerplaatsen per woonperceel, waarbij de oppervlakte van de parkeerbestemming ten minste 18 m2 per parkeerplaats dient te bedragen.

9.2 Bouwregels
9.2.1 Hoofdgebouw

Voor het bouwen van hoofdgebouwen gelden de volgende bepalingen:

  • a. als bebouwingstypologie uitsluitend vrijstaande woningen mogen worden gebouwd;
  • b. een hoofdgebouw mag uitsluitend worden gebouwd binnen het bouwvlak;
  • c. de afstand van de woning tot de zijdelingse perceelsgrenzen zal ten minste 3 m bedragen;
  • d. de voorgevel van de woning dient in, of voor minimaal één punt op een afstand van ten hoogste 3 m achter, de naar een weg toegekeerde bouwgrens dient te worden geplaatst;
  • e. ter plaatse van de aanduiding 'maximum goothoogte (m), maximum bouwhoogte (m)' mag de goot- en bouwhoogte niet meer bedragen dan aangegeven;
  • f. in afwijking van het bepaalde onder e mag de maximum bouwhoogte ter plaatse van de gebiedsaanduiding 'Vrijwaringszone - molenbeschermingszone' niet meer bedragen dan 3 meter;
  • g. de dakhelling niet meer mag bedragen dan 600;
  • h. in afwijking van het bepaalde onder e en g mag in plaats van een kap ook een extra bouwlaag worden geplaatst, op voorwaarde, dat deze derde bouwlaag past binnen het profiel van een kap met een dakhelling van ten hoogste 600;
  • i. de voorgevel van het hoofdgebouw dient primair op het figuur 'gevellijn' te worden georiënteerd.
9.2.2 Bijbehorende bouwwerken

Bij iedere woning op het achterfgebied mogen bijbehorende bouwwerken worden gebouwd, waarbij geldt dat:

  • a. de maximale grondoppervlakte bijbehorende bouwwerken niet meer bedraagt dan 70 m²;
  • b. het achtererfgebied van de woning voor niet meer dan 50% van de oppervlakte bebouwd wordt;
  • c. van een aangebouwd bijbehorend bouwwerk:
    • 1. de goothoogte niet meer mag bedragen dan de hoogte van de eerste bouwlaag van de woning, vermeerderd met 0,3 m tot een maximum van 4 m;
    • 2. de dakhelling niet meer mag bedragen dan de dakhelling van de woning;
    • 3. de hoogte niet meer dan 5 m mag bedragen, behoudens de op de verbeelding aangegeven molenbeschermingszone, waar de maximum toegestane hoogte 3,5 m bedraagt.
  • d. van een vrijstaand bijgebouw en/of overkapping:
    • 1. de goothoogte niet meer dan 3 m mag bedragen;
    • 2. de dakhelling niet meer dan 450 mag bedragen;
    • 3. de hoogte niet meer dan 5 m mag bedragen, behoudens de op de verbeelding aangegeven molenbeschermingszone, waar de maximum toegestane hoogte 3,5 m bedraagt.
9.2.3 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde

De hoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde mag ten hoogste bedragen:

  • a. op het voorerfgebied:
    • 1. voor erf- en terreinafscheidingen: 1 m, of niet hoger dan 2 meter op een erf of perceel waarop al een gebouw staat waarmee de erf- of perceelsafscheiding in functionele relatie staat, achter de voorgevelrooilijn en op meer dan 1 meter van openbaar toegankelijk gebied;
    • 2. vlaggenmasten 6 m
  • b. op het achtererfgebied:
    • 1. voor erf- en terreinafscheidingen: 1 m of niet hoger dan 2 meter op een erf of perceel waarop al een gebouw staat waarmee de erf- of perceelsafscheiding in functionele relatie staat, achter de voorgevelrooilijn en op meer dan 1 meter van openbaar toegankelijk gebied;
    • 2. voor pergola's: 3 m;
    • 3. voor het overige: 2,5 m.

9.3 Afwijken van de bouwregels

Burgemeester en wethouders zijn bevoegd af te wijken van het bepaalde in 9.2.1:

  • a. onder b voor de bouw van een blok van ten hoogste twee aaneengesloten woningen, waarbij:
    • 1. de afstand van iedere woning tot één van de zijdelingse perceelsgrenzen ten minste 3 m bedraagt;
    • 2. binnen ieder bouwvlak slechts eenmaal toepassing mag worden gegeven aan deze afwijking;
  • b. onder d voor het bouwen van een vrijstaande woning op een afstand van ten minste 2,5 m uit een zijdelingse perceelsgrens op voorwaarde dat de som van de afstanden tot de zijdelingse perceelsgrens ten minste 6 m blijft bedragen;
  • c. onder d tot een afstand van ten hoogste 5 m achter de naar een weg toegekeerde bouwgrens;
  • d. onder e, g en h:
    • 1. voor de afdekking van het gebouw met een andere dakhelling dan wel een bijzondere kapvorm, zoals een gebogen kap;
    • 2. voor de een extra bouwlaag in plaats van een kap, op voorwaarde, dat de oppervlakte van de extra bouwlaag niet meer dan 60% van de oppervlakte van de onderliggende bouwlaag beslaat, waarbij de goothoogte niet meer dan 9 m mag bedragen over ten hoogste 60% van een gevellengte..

9.4 Specifieke gebruiksregels

Onverminderd het bepaalde in lid 9.1 en artikel 23 (Algemene gebruiksregels) van het bestemmingsplan "Driessen" is het in ieder geval verboden de gronden en/of bouwwerken te gebruiken voor:

  • a. het hoofdgebouw ten behoeve van beroepsmatige activiteiten op meer dan 50 m² van het bruto-vloeroppervlak;
  • b. vrijstaande bijgebouwen ten behoeve van wonen.
  • c. gronden en gebouwen ten behoeve van een seksinrichting.

9.5 Afwijken van de gebruiksregels

Burgemeester en wethouders zijn bevoegd af te wijken van het bepaalde 9.1.1 lid a onder 1 en 2 en artikel 9.4 voor de uitoefening van:

  • beroepsmatige activiteiten in bijgebouw(en);
  • bedrijfsmatige activiteiten in hoofdgebouw en/of bijgebouw(en), niet zijnde een overkapping met een open constructie;

mits:

  • a. de woonfunctie in overwegende mate behouden blijft;
  • b. bedoeld gebruik geen onevenredige afbreuk mag doen aan het woonkarakter van de wijk of buurt. Dit betekent onder meer dat:
    • 1. uitsluitend medewerking wordt verleend voor het uitoefenen van bedrijven en beroepen die genoemd zijn in bijlage 1 behorende bij deze regels of indien zij niet voorkomen in bijlage 1, naar aard en invloed op de omgeving gelijk te stellen zijn met bedrijven in bijlage 1, mits:
      • het geen geluidzoneringsplichtige inrichting betreft;
      • het geen inrichtingen betreft zoals bedoeld in artikel 2, lid 1 van het Besluit externe veiligheid inrichtingen milieubeheer (BEVI);
    • 2. vast dient te staan dat het gebruik een kleinschalig karakter heeft en zal behouden;
    • 3. het gebruik naar aard met het karakter van de omgeving in overeenstemming moet zijn;
    • 4. het gebruik de woonfunctie dient te ondersteunen, dat wil zeggen dat degene die de activiteiten in het hoofdgebouw en/of de bijgebouwen uitvoert, tevens de gebruiker van de woning is;
  • c. het niet betreft zodanig verkeersaantrekkende activiteiten die kunnen leiden tot een nadelige beïnvloeding van de normale afwikkeling van het verkeer, dan wel tot een onevenredige parkeerdruk op de openbare ruimten;
  • d. op het bij de woning behorende bouwperceel voldoende parkeergelegenheid aanwezig is en gehandhaafd blijft;
  • e. het geen uitoefening van detailhandel betreft met uitzondering van beperkte detailhandel als niet-zelfstandige en ondergeschikte activiteit rechtstreeks voortvloeiend uit de beroeps- of bedrijfsmatige activiteit;
  • f. per bouwperceel maximaal 50 m² van het bruto-vloeroppervlak ten behoeve van de beroeps- of bedrijfsmatige activiteiten in gebruik wordt genomen.

Hoofdstuk 3 OVERGANGS- EN SLOTREGELS

Artikel 10 Slotregel

Deze regels worden aangehaald als: Regels van het bestemmingsplan "Driessen" uitwerkings-/wijzigingsplan "De Bibliotheek, Fase 12, Futurahuis en aangrenzend woongebied".

Aldus vastgesteld door het college van burgemeester en wethouders op 16 december 2014.

De Secretaris, De Burgemeester,

J. Lagendijk drs. A.M.P. Kleijngeld