direct naar inhoud van Regels
Plan: TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22c supermarkt Baarzen Vught
Status: vastgesteld
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0865.vghTAMsupmrBaarzen-VG01

Regels

Preambule

Dit TAM-omgevingsplan is gericht op het faciliteren van de verplaatsing van een supermarkt en op het realiseren van woningen op de oude locatie van de supermarkt binnen het project Hart van de Baarzen in Vught. Dit TAM-omgevingsplan vormt juridisch een nieuw hoofdstuk (hoofdstuk 22c) van het omgevingsplan van de gemeente Vught. Dit hoofdstuk is op grond van artikel 11.1, tweede lid, van het Besluit elektronische publicaties bekend gemaakt en digitaal beschikbaar gesteld met de landelijke voorziening https://www.ruimtelijkeplannen.nl. Het is met deze landelijke voorziening niet mogelijk dit hoofdstuk conform de juridische vormgeving van het omgevingsplan in STOP-TPOD beschikbaar te stellen.

De in dit op https://www.ruimtelijkeplannen.nl uitgegeven deel van het omgevingsplan (hierna: dit deel) weergegeven hoofdstukken moeten gelezen worden als paragrafen van hoofdstuk 22c van het omgevingsplan van de gemeente Vught. In de artikelkop van de in dit deel weergegeven artikelen moet na het woord 'Artikel', na de spatie en direct voor het artikelnummer '22c' gelezen worden. In de kop van de bijlagen bij het in dit deel weergegeven hoofdstuk moet na het woord 'Bijlage', na de spatie en direct voor het nummer van de bijlage '22c' gelezen worden.

Hoofdstuk 1 Inleidende regels

Artikel 1 Toepassingsbereik

  • 1. De besluiten als bedoeld in artikel 4.6, eerste lid, onder a, b, c, g, h, i, j, k, l of m, van de Invoeringswet Omgevingswet zijn niet van toepassing op de locatie, bedoeld in het derde lid.
  • 2. De regels in afdeling 22.2, met uitzondering van paragraaf 22.2.7.3, en de regels in afdeling 22.3 zijn niet van toepassing op de locatie, bedoeld in het derde lid, voor zover die regels in strijd zijn met regels in dit hoofdstuk.
  • 3. In aanvulling op het bepaalde in lid 2. is artikel 22.36 onder a. niet van toepassing op dit hoofdstuk.
  • 4. De regels in dit hoofdstuk zijn van toepassing op de locatie 'supermarkt Baarzen Vught', waarvan de geometrische bepaalde planobjecten zijn vervat in het GML-bestand NL.IMRO.0865.vghTAMsupmrBaarzen-VG01 zoals vastgelegd op https://www.ruimtelijkeplannen.nl.

Artikel 2 Begrippen

Begripsbepalingen die zijn opgenomen in bijlage I bij het Besluit activiteiten leefomgeving, bijlage I bij het Besluit bouwwerken leefomgeving, bijlage I bij het Besluit kwaliteit leefomgeving, bijlage I bij het Omgevingsbesluit en bijlage I bij de Omgevingsregeling, zijn van toepassing op dit hoofdstuk, tenzij in dit artikel daarvan is afgeweken.

2.1 omgevingsplan

het omgevingsplan van de gemeente Vught.

2.2 TAM-omgevingsplan

het TAM-omgevingsplan voor de locatie 'supermarkt Baarzen Vught', als vervat in hoofdstuk 22c van het omgevingsplan.

2.3 detailhandel

het bedrijfsmatig te koop en/of te huur aanbieden, waaronder begrepen het uitstallen ten verkoop en/of ten verhuur, het verkopen, verhuren en/of bewaren van goederen aan personen die, die goederen kopen en/of huren voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit.

2.4 dienstverlening

een dienstverlenend bedrijf of een dienstverlenende instelling voor het bedrijfsmatig verrichten van economische en maatschappelijke diensten aan derden, waaronder zijn begrepen een kapperszaak, schoonheidsinstituut, fotostudio, uitzendbureau, bank, stomerij, wasserette, apotheek, reisbureau en naar de aard daarmee gelijk te stellen bedrijven en inrichtingen, evenwel met uitzondering van een garagebedrijf, een horecabedrijf, een centrum voor fysiotherapie of een fitnesscentrum. Dienstverlening door een horecabedrijf en een sekswinkel wordt hieronder niet begrepen.

2.5 maatschappelijke functies

doeleinden ten behoeve van educatieve, sociale, religieuze, culturele, sportieve, recreatieve, verzorgende en overheidsfuncties.

2.6 nutsvoorziening

voorziening ten behoeve van het openbare nut, zoals transformatorhuisjes, gasreduceerstations, schakelhuisjes, duikers, bemalingsinstallaties, gemaalgebouwtjes, telefooncellen en apparatuur voor telecommunicatie.

2.7 luifel

een afdak aangebracht aan de gevel van een gebouw eventueel rustend op kolommen.

2.8 peil
  • a. voor een bouwwerk op een perceel, waarvan de hoofdtoegang direct aan de weg grenst: de hoogte van die weg ter plaatse van de hoofdtoegang;
  • b. in andere gevallen: de gemiddelde hoogte van het aansluitende maaiveld of het afgewerkte bouwterrein.

Artikel 3 Meet- en rekenbepalingen

3.1 meetbepalingen

De meet- en rekenbepalingen uit artikel 22.24 van het omgevingsplan zijn van overeenkomstige toepassing op het meten van de waarden dit in dit omgevingsplan in m, m2 of m3 zijn uitgedrukt, voor zover hiervan niet is afgeweken op grond van het bepaalde in de overige leden van dit artikel.

3.2 aanvullende meetbepalingen

In aanvulling op het bepaalde in artikel 22.24 gelden voor de toepassing van de regels in hoofdstuk 2 en 3 van dit omgevingsplan de volgende meetbepalingen:

3.3 afstanden

afstanden tussen bouwwerken onderling alsmede afstanden van bouwwerken tot perceelsgrenzen worden daar gemeten waar deze afstanden het kortst zijn.

3.4 bebouwingspercentage

het deel van het bouwvlak uitgedrukt in procenten dat bebouwd mag worden.

3.5 dakhelling

Langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak.

3.6 afstand tot de zijdelingse perceelsgrens

tussen de grens van het bouwperceel en enig punt van het op het bouwperceel voorkomend bouwwerk.

3.7 bouwhoogte van een bouwwerk

vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen. Voor zover een bouwwerk zich bevindt op een erf- of perceelsgrens wordt gemeten aan de kant waar het aansluitende afgewerkte terrein het hoogst is.

3.8 goothoogte van een bouwwerk

vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeiboord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel. Bij de bepaling van de goothoogte wordt een dakkapel op het hoofdgebouw niet meegerekend.

3.9 inhoud van een bouwwerk

tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidingsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen.

3.10 oppervlakte van een bouwwerk

tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk.

3.11 bruto-vloeroppervlakte van een bouwwerk

bruto-vloeroppervlakte als bedoeld in NEN 2580.

3.12 lengte, breedte en diepte van een bouwwerk

tussen de buitenzijde van de gevels of het hart van de scheidsmuren.

3.13 bedrijfsvloeroppervlakte

binnenwerks op de vloer van de ruimten die worden of kunnen worden gebruikt voor bedrijfsactiviteiten.

3.14 bebouwd oppervlak van een bouwperceel

de oppervlakte van alle op een bouwperceel gelegen bouwwerken tezamen.

3.15 ondergrondse (verticale) bouwdiepte van een bouwwerk

vanaf het peil tot de onderzijde van de constructie van het ondergrondse (deel van het) bouwwerk.

3.16 maten

de maatvoeringen die in meter of m² zijn uitgedrukt worden op de volgende wijze gemeten:

  • a. afstanden loodrecht;
  • b. hoogten vanaf het peil, waarbij plaatselijke, niet bij het verdere verloop van het terrein passende, ophogingen of verdiepingen aan de voet van het bouwwerk, anders dan noodzakelijk voor de bouw daarvan, buiten beschouwing blijven;
  • c. maten buitenwerks, waarbij uitstekende delen van ondergeschikte aard tot maximaal 0,50 meter buiten beschouwing blijven.
3.17 ondergeschikte bouwdelen

Bij de toepassing van het bepaalde ten aanzien van het bouwen worden ondergeschikte bouwdelen, als plinten, pilasters, kozijnen, gevelversieringen, ventilatiekanalen, liftschachten, gevel- en kroonlijsten, luifels, uitbouwen, balkons en overstekende daken buiten beschouwing gelaten, mits de overschrijding van bouw-, c.q. bestemmingsgrenzen niet meer dan 1 meter bedraagt en geen uitbreiding van het oppervlak plaatsvindt.

Artikel 4 Aanvraagvereisten

  • 1. De aanvraagvereisten, als bedoeld in paragraaf 22.5.2 van dit omgevingsplan, zijn van overeenkomstige toepassing op een omgevingsvergunning voor de omgevingsplanactiviteit bouwen, die is vereist op grond van dit hoofdstuk.
  • 2. Indien in dit hoofdstuk 22c aanvraagvereisten voor een omgevingsvergunning voor de omgevingsplanactiviteit bouwen worden gesteld, zijn dit aanvullende aanvraagvereisten op de aanvraagvereisten zoals bedoeld in lid 1.

 

Hoofdstuk 2 Functies en activiteiten

Artikel 5 Algemeen gebruiksverbod

Het is verboden om gronden of bouwwerken te gebruiken anders dan overeenkomstig de aan de locatie toegedeelde functies.

Artikel 6 Detailhandel - Supermarkt

6.1 Toepassingsbereik

De regels in dit artikel zijn van toepassing op de locaties die op de verbeelding zijn aangewezen als 'Detailhandel - Supermarkt'.

6.2 Functieomschrijving

In een als 'Detailhandel - Supermarkt' aangewezen locatie zijn de volgende functie(s) en activiteit(en) toegestaan:

  • a. detailhandel, uitsluitend in de vorm van een supermarkt;
  • b. parkeervoorzieningen;

met bijbehorende:

  • a. erven en terreinen;
  • b. groenvoorzieningen;
  • c. geluidwerende voorzieningen;
  • d. nutsvoorzieningen;
  • e. water- en waterhuishoudkundige voorzieningen.
6.3 Bouwactiviteiten - toelaatbaar
6.3.1 Algemeen

Op de locatie mogen de volgende bouwwerken worden gebouwd:

  • a. gebouwen, met inachtneming van de in lid 6.3.2 genoemde beoordelingsregels;
  • b. luifels aan gebouwen, met inachtneming van de in lid 6.3.3 
  • c. bouwwerken geen gebouwen zijnde, met inachtneming van de in lid 6.3.4 genoemde beoordelingsregels.
6.3.2 Beoordelingsregels - gebouwen

Voor het bouwen van gebouwen gelden de volgende bepalingen:

  • a. gebouwen dienen binnen het bouwvlak te worden gebouwd;
  • b. per bouwvlak is maximaal één hoofdgebouw toegestaan;
  • c. de bouwhoogte bedraagt maximaal 7,5 meter;
  • d. de goothoogte bedraagt maximaal 5,5 meter.
6.3.3 Beoordelingsregels - luifels aan gebouwen

Voor het bouwen van luifels aan gebouwen gelden de volgende bepalingen:

  • a. een luifel aan een gebouw is uitsluitend toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - luifel';
  • b. de bouwhoogte bedraagt maximaal 4 meter.
6.3.4 Beoordelingsregels - bouwwerken geen gebouwen zijnde

Voor het bouwen van bouwwerken geen gebouwen zijnde, gelden de volgende bepalingen:

  • a. een bouwwerk geen gebouw zijnde ten behoeve van reclame is niet toegestaan;
  • b. in afwijking van het bepaalde onder a zijn maximaal 2 supermarktlogo's aan de gevel van het gebouw toegestaan, waarvan:
    • 1. maximaal 1 logo aan de westgevel mag worden geplaatst, en;
    • 2. maximaal 1 logo aan de noordgevel mag worden geplaatst;
    • 3. de bouwhoogte maximaal 6 meter bedraagt
  • c. de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen bedraagt maximaal 2 meter;
  • d. de bouwhoogte van vlaggenmasten bedraagt maximaal 10 meter;
  • e. een bouwwerk geen gebouw zijnde ten behoeve van een winkelwagenstalling mag uitsluitend worden gerealiseerd ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - luifel';
  • f. de bouwhoogte van overige bouwwerken geen gebouwen zijnde bedraagt maximaal 3 meter.
6.4 Gebruiksactiviteiten - toelaatbaar
6.4.1 Supermarkt

Het gebruik van de locatie als supermarkt is toegestaan, indien voldaan wordt aan de volgende bepalingen:

  • a. de supermarkt is uitsluitend op de begane grond van een gebouw toegestaan;
  • b. de totale omvang van de supermarkt bedraagt maximaal 2.000 m2 bruto-vloeroppervlakte (bvo) exclusief laden en lossen;
  • c. het laden en lossen vindt uitsluitend inpandig plaats ter plaatse van de locatie 'laad- en losplaats'. Ter plaatse van deze locatie is geen winkelvloeroppervlak toegestaan.
6.4.2 Voorwaardelijke verplichting - beëindiging supermarkt oude locatie

In aanvulling op het bepaalde in 6.4.1 is het gebruik van de locatie als supermarkt uitsluitend toegestaan, indien het gebruik van de supermarkt op de oude locatie (Rouppe van der Voortlaan 46, Vught) is gestaakt en gestaakt blijft.

Artikel 7 Groen

7.1 Toepassingsbereik

De regels in dit artikel zijn van toepassing op de locaties die op de verbeelding zijn aangewezen als 'Groen'.

7.2 Functieomschrijving

In een als 'Groen' aangewezen locatie zijn de volgende functie(s) en activiteit(en) toegestaan:

  • a. groenvoorzieningen;
  • b. bermen en beplanting;

met de daarbij behorende voorzieningen:

  • c. voet- en fietspaden;
  • d. voorzieningen van algemeen nut;
  • e. kunstwerken;
  • f. waterlopen, waterpartijen en waterhuishoudkundige voorzieningen;
  • g. nutsvoorzieningen.
7.3 Bouwactiviteiten - verbod

Het is verboden op deze locatie gebouwen te bouwen met uitzondering van een gebouw ten behoeve van nutsvoorzieningen.

7.4 Bouwactiviteiten - toelaatbaar
7.4.1 Algemeen

Op de locatie mogen de volgende bouwwerken worden gebouwd:

  • a. gebouwen, met inachtneming van de in lid 7.4.2 genoemde beoordelingsregels;
  • b. op de locatie mogen bouwwerken, geen gebouwen, worden gebouwd met in achtneming van de in artikel 7.4.3 genoemde beoordelingsregels Op de locatie mogen geen bouwwerken, geen gebouwen, worden gebouwd.
7.4.2 Beoordelingsregels - nutsgebouwen

Voor het bouwen van nutsgebouwen gelden de volgende bepalingen:

  • a. de oppervlakte bedraagt maximaal 25 m2;
  • b. de bouwhoogte bedraagt maximaal 3 meter.
7.4.3 Beoordelingsregels - bouwwerken geen gebouwen zijnde

Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende bepalingen:

  • a. de bouwhoogte van bouwwerken geen gebouwen zijnde bedraagt maximaal 5 meter.
7.5 Gebruiksactiviteiten - verbod
  • 1. Het is verboden om de locatie en bouwwerken op de locatie te gebruiken op een wijze die niet ten dienste staat van de in 7.2 genoemde functies.
  • 2. Hieronder wordt in ieder geval verstaan:
    • a. opslag van onbruikbare of althans aan hun oorspronkelijke gebruik onttrokken voorwerpen, goederen, stoffen en materialen en van emballage en/of afval, behoudens voor zover zulks noodzakelijk is in verband met het op de bestemming gerichte gebruik van de grond;
    • b. het opslaan, opgeslagen houden, storten of lozen van vaste of vloeibare afvalstoffen behoudens voor zover zulks noodzakelijk is in verband met het op de bestemming gerichte gebruik van de grond.

Artikel 8 Verkeer

8.1 Toepassingsbereik

De regels in dit artikel zijn van toepassing op de locaties die op de verbeelding zijn aangewezen als 'Verkeer'.

8.2 Functieomschrijving

In een als 'Verkeer' aangewezen locatie zijn de volgende functie(s) en activiteit(en) toegestaan:

  • a. bewegend en stilstaand verkeer en de daarbij behorende voorzieningen;
  • b. duurzaam bodem- en waterbeheer, waaronder begrepen watergangen, zaksloten en infiltratievoorzieningen;
  • c. voorzieningen ten behoeve van het openbaar nut, waaronder begrepen pompputten;
  • d. groenvoorzieningen, ter aankleding van niet direct voor bewegend en stilstaand verkeer noodzakelijke gronden, zoals bermen en/of middenbermen;
  • e. geluidwerende voorzieningen;
  • f. bruggen en duikers;
  • g. onderdoorgangen en tunnels.
8.3 Bouwactiviteiten - verbod

Het is verboden op deze locatie gebouwen te bouwen.

8.4 Bouwactiviteiten - toelaatbaar
8.4.1 Algemeen

Op de locatie mogen met in achtneming van de in artikel 8.4.2 genoemde beoordelingsregels uitsluitend worden gebouwd:

  • a. bouwwerken, geen gebouwen zijnde;
  • b. (ondergrondse) voorzieningen ten behoeve van de afvalinzameling en afvalverwijdering;
  • c. Uitingen van kunst en/of herdenkingen.
8.4.2 Beoordelingsregels - bouwwerken geen gebouwen zijnde

Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende bepalingen:

  • a. binnen het bestemmingsvlak mag de hoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, niet meer dan 3,50 meter bedragen, met uitzondering van:
    • 1. geluidwerende voorzieningen, waarvan de hoogte niet meer mag bedragen dan de hoogte, welke vereist is op grond van een akoestisch onderzoek op basis van de Omgevingswet tot maximaal 5,50 meter;
    • 2. masten ten behoeve van telecommunicatie anders dan ten behoeve van het C-2000 netwerk, waarvan de hoogte niet meer dan 20,00 meter mag bedragen;
    • 3. voorzieningen voor verlichting, waarvan de hoogte niet meer dan 8,00 meter mag bedragen.
8.4.3 Maatwerkvoorschriften en vergunningvoorschriften
  • 1. Het bevoegd gezag kan een maatwerkvoorschrift stellen of een vergunningvoorschrift verbinden aan een omgevingsvergunning ten aanzien van de situering, afmeting van bouwwerken met een maximum afwijkingspercentage van 10% ter voorkoming van onevenredige nadelige gevolgen voor de milieusituatie, verkeersveiligheid, sociale veiligheid en gebruiksmogelijkheden en/of privacy van aangrenzende gronden, dan wel voor zover dit noodzakelijk is ten behoeve van het na te streven stedenbouwkundig beeld.
8.5 Gebruiksactiviteiten - verbod
  • 1. Het is verboden om de locatie en bouwwerken op de locatie te gebruiken op een wijze die niet ten dienste staat van de in 8.2 genoemde functies.
8.6 Gebruiksactiviteiten - vergunningplicht standplaatsen
8.6.1 Aanwijzing vergunningplicht

Het is verboden om zonder omgevingsvergunning gronden te gebruiken voor een standplaats voor de verkoop van goederen en diensten, promotie, markten, kermissen en evenementen.

8.6.2 Beoordelingsregels

De omgevingsvergunning als bedoeld in 8.6.1 wordt alleen verleend indien:

  • a. het geen belemmering voor de verkeersafwikkeling vormt;
  • b. het geen onomkeerbare verandering van de in 8.2 genoemde functie(s) en activiteit(en) tot gevolg heeft.
8.6.3 Aanvraagvereisten

Bij de aanvraag van een omgevingsvergunning worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:

  • a. een toets aan de relevante milieu- en omgevingsaspecten, waarbij in elk geval ingegaan moet worden op de verkeersaantrekkende werking van de standplaats(en).

Artikel 9 Wonen

9.1 Toepassingsbereik

De regels in dit artikel zijn van toepassing op de locaties die op de verbeelding zijn aangewezen als 'Wonen'.

9.2 Functieomschrijving

In een als 'Wonen' aangewezen locatie zijn de volgende functie(s) en activiteit(en) toegestaan:

  • a. wonen in gestapelde woningen, niet zijnde woonwagens;
  • b. ter plaatse van de locatie 'centrum' is tevens toegestaan:
    • 1. dienstverlening;
    • 2. maatschappelijke doeleinden;
    • 3. kantoren;
    • 4. detailhandel met uitzondering van een supermarkt;
  • c. ter plaatse van de locatie 'horeca' is tevens toegestaan: een snackbar
  • d. tuinen, erven en terreinen;
  • e. ondergeschikte voorzieningen zoals parkeervoorzieningen, groenvoorzieningen, nutsvoorzieningen, water en waterhuishoudkundige voorzieningen.
9.3 Bouwactiviteiten - toelaatbaar
9.3.1 Algemeen

Op de locatie mogen bouwwerken worden gebouwd:

  • a. hoofdgebouwen, met in achtneming van de in artikel 9.3.2 genoemde beoordelingsregels;
  • b. bijbehorende bouwwerken, met inachtneming van de in artikel 9.3.3 genoemde beoordelingsregels;
  • c. bouwwerken geen gebouwen zijnde, met inachtneming van de in artikel 9.3.4 genoemde beoordelingsregels.
9.3.2 Beoordelingsregels - hoofdgebouwen

Voor het bouwen van hoofdgebouwen, gelden de volgende bepalingen:

  • a. hoofdgebouwen dienen binnen het bouwvlak te worden gebouwd;
  • b. het aantal hoofdgebouwen mag niet meer bedragen dan 2;
  • c. het aantal bouwlagen mag niet meer bedragen dan middels de omgevingsnorm 'maximum aantal bouwlagen' op de verbeelding is aangegeven;
  • d. de hoogte van een bouwlaag bedraagt niet meer dan 4 meter;
  • e. ter plaatse van de locatie 'maximum aantal wooneenheden 1' mag het aantal woningen op de begane grond (eerste bouwlaag) niet meer bedragen dan op de verbeelding is aangegeven.
  • f. ter plaatse van de locatie 'maximum aantal wooneenheden 2' mag het aantal (bedrijfs)woningen niet meer bedragen dan op de verbeelding is aangegeven.
  • g. ondergronds bouwen is in het bouwvlak toegestaan tot een maximale diepte van 3 meter, mits daarbij niet wordt voorzien in een toegang van buitenaf, ten behoeve van het zelfstandig functioneren van de ruimte.
9.3.3 Beoordelingsregels - bijbehorende bouwwerken

Voor het bouwen van bijbehorende bouwwerken gelden de volgende bepalingen:

  • a. bijbehorende bouwwerken mogen uitsluitend worden gebouwd ter plaatse van de locatie 'bijgebouwen';
  • b. de bouwhoogte mag niet meer bedragen dan 3 meter, tenzij met de locatie 'maximum bouwhoogte' een ander hoogte is aangegeven.
9.3.4 Beoordelingsregels - bouwwerken geen gebouwen zijnde

Voor het bouwen van bouwwerken geen gebouwen zijnde, gelden de volgende bepalingen:

  • a. de bouwhoogte van bouwwerken geen gebouwen zijnde voor een naar de weg gekeerde gevel van een hoofdgebouw bedraagt maximaal 1 meter;
  • b. de bouwhoogte van overige bouwwerken geen gebouwen zijnde bedraagt maximaal 4 meter.
9.4 Gebruiksactiviteiten - verbod
  • 1. Het is verboden om de locatie en bouwwerken op de locatie te gebruiken op een wijze die niet ten dienste staat van de in 9.2 genoemde functies.
  • 2. Hieronder wordt in ieder geval verstaan:
    • a. activiteiten met geluidzonering;
    • b. supermarkten;
    • c. verkooppunten voor motorbrandstoffen (inclusief LPG);
    • d. seksinrichtingen;
    • e. kamperen;
    • f. bed & breakfasts;
    • g. opslag van goederen en materialen binnen en buiten het bouwvlak.
9.5 Gebruiksactiviteiten - toelaatbaar 'centrum'

Het gebruik van de locatie 'centrum' met de functies zoals genoemd in artikel 9.2 onder b. is toegestaan, indien voldaan wordt aan de volgende bepaling:

  • a. de functies zijn uitsluitend toegestaan op de begane grond.
9.6 Gebruiksactiviteiten - vergunningplicht kamergewijze bewoning
9.6.1 Aanwijzing vergunningplicht

Het is verboden om zonder omgevingsvergunning een woning te gebruiken voor kamerverhuur.

9.6.2 Beoordelingsregels

De omgevingsvergunning als bedoeld in 9.6.1 wordt alleen verleend indien:

  • a. er geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan het woon- en leefklimaat;
  • b. geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan het straatbeeld en het woonkarakter van de wijk of buurt, waarbij ook het fietsparkeren en opslag van afval een toetsingskader is;
  • c. geen onevenredige toename van de verkeersaantrekkende werking plaatsvindt;
  • d. voldaan wordt aan de realisatie en het in stand houden van voldoende parkeerplaatsen waarbij de op het tijdstip van aanvraag van de omgevingsvergunning geldende parkeernorm uit de beleidsnota 'Parkeernota gemeente Vught' moet worden gehanteerd of de daarvoor in de plaats tredende parkeernota, waarbij kamerverhuur qua parkeernorm gelijkgesteld wordt met huur van een etage;
  • e. niet meer dan 10% van de woningen in de straat gebruikt wordt als kamergewijs bewoond pand voor kamerverhuur;
  • f. per persoon wordt voorzien in voldoende gebruiks- en leefoppervlakte, waarbij geldt:
    • 1. de minimale gebruiksoppervlakte 9 m2 bedraagt;
    • 2. de minimale leefoppervlakte 25 m2 bedraagt.
9.6.3 Aanvraagvereisten

Bij de aanvraag van een omgevingsvergunning worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:

  • a. het aantal personen waaraan kamerverhuur of logies wordt geboden;
  • b. een toets aan de relevante milieu- en omgevingsaspecten, waarbij in elk geval ingegaan moet worden op de omgang met parkeren en de verkeersaantrekkende werking van de kamerverhuur.
9.7 Gebruiksactiviteiten - vergunningplicht aan huis gebonden beroep en bedrijf
9.7.1 Aanwijzing vergunningplicht

Het is verboden om zonder omgevingsvergunning een beroep of bedrijf aan huis te verrichten.

9.7.2 Beoordelingsregels

De omgevingsvergunning als bedoeld in 9.7.1 wordt alleen verleend indien:

  • a. de uitoefening van een beroep of bedrijf aan huis ondergeschikt is aan het wonen;
  • b. de omvang van het beroep of bedrijf aan huis niet meer bedraagt van 25% van de vloeropprvlakte van de woning met een maximum van 60 m2;
  • c. een bedrijf aan huis alleen is toegestaan als het een categorie 1 bedrijf is conform de Lijst van bedrijfsactiviteiten, zoals opgenomen in Bijlage 1;
  • d. het gebruik naar aard met het woonkarakter van de omgeving in overeenstemming moet zijn en het geen voorzieningen betreft met een publieksaantrekkend karakter;
  • e. het gebruik de woonfunctie dient te ondersteunen, dat wil zeggen dat degene die de activiteiten in de woning of het bijgebouw uitvoert, tevens de gebruiker van de woning is;
  • f. het niet zodanig verkeersaantrekkende activiteiten betreft die verkeersoverlast veroorzaken of die verkeersmaatregelen, waaronder extra parkeervoorzieningen, noodzakelijk maken in de openbare ruimte en/ of er geparkeerd wordt op eigen terrein;
  • g. het gebruik niet gepaard gaat met horeca en/of detailhandel, uitgezonderd beperkte verkoop die ondergeschikt is aan de uitoefening van de betrokken activiteiten;
  • h. de normale afwikkeling van het verkeer mogelijk blijft en de verkeersveiligheid komt niet in het geding;
  • i. er geen sprake is van prostitutie.
9.7.3 Aanvraagvereisten

Bij de aanvraag van een omgevingsvergunning worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:

  • j. een opgave van de omvang van het beroep of bedrijf aan huis in m2;
  • k. plattegrondtekening van de woning met daarop aangegeven de ruimte(n) waarin het beroep of bedrijf aan huis plaatsvindt;
  • l. een beschrijving van het type beroep of bedrijf aan huis dat is voorzien;
  • m. een toets aan de relevante milieu- en omgevingsaspecten, waarbij in elk geval ingegaan moet worden op welke wijze het parkeren op eigen terrein wordt opgelost en de verkeersaantrekkende werking van het beroep of bedrijf aan huis.

Artikel 10 Waarde - Archeologie 5

10.1 Toepassingsbereik

De regels in dit artikel zijn van toepassing op locaties die zijn aangewezen als 'Waarde - Archeologie 5'.

10.2 Functieomschrijving

De als 'Waarde - Archeologie 5' aangewezen locaties hebben, naast de andere daar voorkomende functies, als functie het behoud en de bescherming van archeologische waarden.

10.3 Aanvullende beoordelingsregels voor het bouwen van bouwwerken

In aanvulling op de beoordelingsregels die elders in dit hoofdstuk zijn bepaald voor het bouwen van één of meer bouwwerken:

  • a. groter dan 250 m2 en met een bodemverstoring dieper dan 0,3 m onder maaiveld; en
  • b. er is geen andere beschikbare informatie die de archeologische waarde afdoende vaststelt en tevens getoetst is door een deskundige op het gebied van archeologische monumentenzorg,

geldt tevens dat uit een bij de aanvraag overlegde rapport moet blijken dat er op de gronden waarop de aanvraag betrekking heeft de archeologische waarde ervan in voldoende mate is vastgesteld.

10.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde of van werkzaamheden
10.4.1 Vergunningplicht

Het is verboden op de gronden met de bestemming ‘Waarde-archeologie 5’ zonder een omgevingsvergunning de volgende werken geen bouwwerken zijnde en werkzaamheden uit te voeren of uit te laten voeren, indien de oppervlakte van het werk of de werkzaamheden groter is dan 250 m2:

  • a. het uitvoeren van graafwerkzaamheden en/of grondbewerkingen, het roeren en omwoelen van gronden, dieper dan 0,3 m onder maaiveld of dieper dan 0,5 m onder maaiveld bij de aanduiding ‘overige zone - enkeerdgronden ’, waaronder begrepen het aanleggen van drainage;
  • b. het aanbrengen van diepwortelende beplantingen en het rooien van diepwortelende beplantingen, waarbij de stobben worden verwijderd;
  • c. het ophogen en egaliseren van gronden;
  • d. het verlagen van het waterpeil;
  • e. het uitvoeren van heiwerkzaamheden of het op andere wijze indrijven van objecten in de bodem;
  • f. het graven, verbreden en verdiepen van sloten, vijvers en andere wateren;
  • g. het omzetten van gras- of akkerland in een teelt waarbij grond wordt afgevoerd, waartoe gerekend wordt boomteelt en graszodenteelt;
  • h. het afplaggen van heide- of natuurgebieden;
  • i. het aanbrengen van ondergrondse transportleidingen en de daarmee verband houdende constructies waarbij de breedte van de grondwerken meer dan 50 cm bedragen.
10.4.2 Uitzonderingen op de vergunningplicht

Het in artikel 10.4.1 opgenomen verbod is niet van toepassing op werken en werkzaamheden welke:

  • a. het normale onderhoud en/of beheer betreffen overeenkomstig de overige bestemmingen van deze gronden, dan wel van ondergeschikte betekenis zijn, met inbegrip van onderhouds- en vervangingswerkzaamheden van bestaande bestratingen en beplantingen binnen bestaande tracés van kabels en leidingen;
  • b. reeds in uitvoering zijn, dan wel krachtens een vergunning reeds mogen worden uitgevoerd op het tijdstip van het van kracht worden van dit plan;
  • c. worden uitgevoerd in het kader van archeologisch onderzoek en het doen van opgravingen, mits verricht door een erkende archeologische partij;
  • d. binnen een afstand van maximaal 2,5 m uit een bestaande fundering van een bouwwerk worden uitgevoerd.
10.4.3 Beoordelingsregels

De omgevingsvergunning, als bedoeld in artikel 10.4.1 wordt alleen verleend als:

  • a. uit het bij de aanvraag overlegde rapport blijkt dat er op de gronden waarop de aanvraag betrekking heeft de archeologische waarde ervan in voldoende mate is vastgesteld.
10.5 Omgevingsvergunning voor het slopen van bouwwerken
10.5.1 Vergunningplicht

Het is verboden op de gronden met de bestemming ‘Waarde-archeologie 5’ zonder een omgevingsvergunning een gebouw te slopen en funderingen te verwijderen indien de oppervlakte groter is dan 250 m2.

10.5.2 Beoordelingsregels:

De omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 10.5.1 wordt alleen verleend als:

  • a. uit het bij de aanvraag overlegde rapport blijkt dat er op de gronden waarop de aanvraag betrekking heeft de archeologische waarde ervan in voldoende mate is vastgesteld.
10.6 (Aanvullende) Aanvraagvereisten

Bij de aanvraag van een omgevingsvergunning zoals bedoeld in artikel 22.26, 10.4.1 en 10.5.1 worden de volgende (aanvullende) gegevens en bescheiden verstrekt:

  • a. een rapport waarin de archeologische waarde naar het oordeel van het bevoegd gezag in voldoende mate is vastgesteld.
10.7 Vergunningvoorschriften

Aan de omgevingsvergunning artikel 22.26, 10.4.1 en 10.5.1 , kunnen in het belang van de archeologische monumentenzorg de volgende voorschriften worden verbonden:

  • a. ten aanzien van de afmetingen en de situering van bouwwerken, de inrichting en het gebruik van gronden, indien uit onderzoek is gebleken dat ter plaatse behoudens- en beschermingswaarde archeologische monumenten of resten aanwezig zijn. Deze voorschriften zijn erop gericht dat de archeologische waarden zoveel mogelijk in de grond (in situ) worden behouden;
  • b. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waaronder waardoor (ondanks de uitvoering van een bouw- of aanlegplan) archeologische resten in de bodem kunnen worden behouden, zoals alternatieven voor heiwerk, het aanbrengen van een beschermende bodemlaag of andere voorzieningen die op dit doel zijn gericht;
  • c. de verplichting tot het doen van opgravingen op basis van een door het bevoegd gezag goedgekeurd Programma van Eisen;
  • d. de verplichting de activiteit die tot de bodemverstoring leidt, te laten begeleiden door een erkende archeologische partij of deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg die voldoet aan door burgemeester en wethouders bij de omgevingsvergunning te stellen kwalificaties;
  • e. de verplichting om na beëindiging van de activiteiten schriftelijk verslag uit te brengen waaruit blijkt op welke wijze met de archeologische waarden is omgegaan;
  • f. richtlijnen geven omtrent de wijze waarop omgegaan wordt met (toevals)vondsten die worden gedaan tijdens de uitvoering van de werkzaamheden.
10.8 Advies archeologisch deskundige

Het college van burgemeester en wethouders wint schriftelijk advies in bij een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg omtrent de vraag of er door het bouwen, slopen of het uitvoeren van werken of werkzaamheden geen onevenredige afbreuk wordt of kan worden gedaan aan de archeologische waarden en of en zo ja welke voorschriften aan de omgevingsvergunning dienen te worden verbonden.

Hoofdstuk 3 Algemene regels

Artikel 11 Anti-dubbeltelregel

Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.

Artikel 12 Algemene bouwregels

12.1 Aanvullende beoordelingsregels

In aanvulling op de beoordelingsregels voor bouwactiviteiten, zoals opgenomen in hoofdstuk 2 gelden er aanvullende beoordelingsregels voor:

  • a. artikel 6 en artikel 9 voor ondergronds bouwen;
  • b. artikel 6 en artikel 9 voor parkeren.
12.1.1 Ondergronds bouwen
  • 1. Op locaties waar gebouwen staan of worden gebouwd, mag eveneens ondergronds gebouwd worden.
  • 2. De verticale bouwdiepte bedraagt maximaal 3,5 meter.
12.1.2 Parkeren
  • 1. Een omgevingsvergunning voor het bouwen of gebruiken van gronden, waarbij sprake is van een parkeerbehoefte, wordt pas verleend nadat is vastgesteld dat in voldoende mate in parkeergelegenheid op eigen terrein kan worden voorzien.
  • 2. De op het tijdstip van de aanvraag van de omgevingsvergunning geldende parkeernorm uit de beleidsnota ‘Parkeernota gemeente Vught’ moet worden gehanteerd of de daarvoor in de plaats tredende parkeernota.
  • 3. Indien de ‘Parkeernota gemeente Vught’ niet van toepassing is, gelden de kencijfers van de CROW.
  • 4. Als de noodzakelijke parkeervoorzieningen onvoldoende op eigen terrein kunnen worden gerealiseerd, dient aan te worden getoond op welke wijze op andere wijze in de parkeerbehoefte wordt voorzien.
  • 5. Bij de situering van parkeerplaatsen in het openbaar gebied mogen het stedenbouwkundig beeld, het groene karakter van de omgeving, de verkeersveiligheid en de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden niet onevenredig worden aangetast.
12.2 Afwijkende beoordelingsregels
12.2.1 Afwijkende maatvoering

Een omgevingsvergunning voor het bouwen van een bouwwerk met een afwijkende maatvoering dan in artikel 6 tot en met artikel 9 is bepaald, wordt ook verleend indien:

  • a. de bouwhoogte van een bouwwerk geen gebouw zijnde maximaal 10 meter bedraagt, mits:
    • 1. de ruimtelijke kwaliteit gewaarborgd blijft; en
    • 2. hierdoor de in het gebied aanwezige waarden niet onevenredig worden geschaad.
  • b. de bouwhoogte van een kunstwerk en zend-, ontvang- en/of een sirenemast maximaal 40 meter bedraagt;
    • 1. de ruimtelijke kwaliteit gewaarborgd blijft; en
    • 2. hierdoor de in het gebied aanwezige waarden niet onevenredig worden geschaad.

Hoofdstuk 4 Overgangsbepalingen

Artikel 13 Overgangsrecht

13.1 Overgangsrecht bouwwerken
  • a. Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van dit TAM-IMRO-Omgevingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning en afwijkt van dit TAM-IMRO-Omgevingsplan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot, gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd. Na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk teniet is gegaan.
  • b. Bestaande bebouwing die krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen van een bouwwerk is opgericht en in overeenstemming is met dit TAM-IMRO-Omgevingsplan, maar afwijkt van één of meer bebouwingsregels, wordt geacht aan dit TAM-IMRO-Omgevingsplan te voldoen. Hieronder wordt tevens vergunde bebouwing verstaan, die nog moet worden opgericht.
13.2 Overgangsrecht gebruik
  • a. Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van dit TAM-IMRO-Omgevingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet.
  • b. Het is verboden het met dit TAM-IMRO-Omgevingsplan strijdige gebruik, bedoeld onder a., te veranderen of te laten veranderen in een ander met dit plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind.
  • c. Indien het gebruik, bedoeld onder a., na het tijdstip van inwerkingtreding van dit TAM-IMRO-Omgevingsplan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten.
  • d. Het bepaalde onder a. is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met dit plan voor de inwerkingtreding van dit TAM-IMRO-Omgevingsplan, daaronder begrepen het overgangsrecht van dat plan.