| Plan: | Bedrijventerrein Veghel-West, herziening De Amert 601 |
|---|---|
| Status: | vastgesteld |
| Plantype: | bestemmingsplan |
| IMRO-idn: | NL.IMRO.0860.VE01aa010000BP2014-VG01 |
Op de locatie De Amert 601 is op 12 mei 1998 een bouwvergunning verleend voor een kantoorgebouw, welke ook is gerealiseerd. In het nieuwe bestemmingsplan "Bedrijventerrein Veghel-West" (vastgesteld op 18 april 2013) is er geen aanduiding (k) voor het gebruik als zelfstandig kantoor opgenomen op dit perceel binnen de bestemming 'bedrijventerrein'. Daar het uitgangspunt van de actualisatie is om de bestaande situatie vast te leggen, moet dit gezien worden als een fout bij de inventarisatie.
De eigenaar van het perceel heeft begin 2014 geconstateerd dat zijn kantoorpand niet positief bestemd is in het bestemmingsplan en daarmee onder het overgangsrecht is geschaard. Hij verzoekt om de bestemming op het punt van de zelfstandige kantoorfunctie te repareren.
Het plangebied is gelegen op het bedrijventerrein De Amert ten westen van de kern van Veghel. Het plangebied wordt begrenst door het bedrijfsperceel kadastraal bekend als VHL sectie L nummer 2623, plaatselijk bekend als De Amert 601. Het betreft een perceel met de bestemming 'bedrijventerrein' van 2.170 m2 waar een zelfstandig kantoor op staat.
Figuur 1.2.1: uitsnede van de verbeelding van bestemmingsplan 'Bedrijventerrein Veghel-West', blauw omlijnd het plangebied.
Het bestemmingsplan betreft een aanvulling van de functieaanduiding 'kantoor' op de locatie De Amert, om zo de juiste feitelijke situatie van zelfstandig kantoor planologisch vast te leggen.
Figuur 1.3.1: kantoorpand De Amert 601
In het plangebied geldt het bestemmingsplan 'Bedrijventerrein Veghel-West', vastgesteld op 18 april 2013.
In Hoofdstuk 2 zal kort stilgestaan worden bij de opzet van het bestemmingsplan. In Hoofdstuk 3 wordt een korte beschrijving gegeven van de beleidsmatige en milieuhygiënische aspecten. In Hoofdstuk 4 wordt stilgestaan bij de economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan.
Het bedrijventerrein ‘De Amert’ is globaal gelegen tussen de oude spoorlijn, Zuid- Willemsvaart, A50 en de sloot tussen de wegen De Amert/Dorshout en De Knokert. Het terrein kent een logische opbouw in type bedrijvigheid en grootte van bebouwingsmassa’s. Langs de linten De Amert/Dorshout en ten noorden van de spoorlijn liggen de wat kleinschalige bedrijven, categorie 1, 2 en 3.1. In noordoostelijke richting zijn de grootschalige bedrijven gevestigd met de zwaardere milieucategorieën. Het plangebied ligt in dit gedeelte van het bedrijventrrein, maar bevindt zich aan de rand van het terrein dat grenst aan het buitengebied. In deze strook zijn kleinere kavels gesitueerd en er bevinden zich ook wat lichtere bedrijven.
Dit gedeelte van het bedrijventerrein heeft de bestemming 'Bedrijventerrein' met de aanduiding 'bedrijven in de categorie 3 t/m 4.2' en is dus primair bedoeld voor middelzware en zware bedrijvigheid. Voor de kavels grenzend aan het buitengebied (zo ook onderhavig plangebied) is tevens de aanduiding 'Wetgevingszone-ontheffingsgebied' opgenomen, waarmee de vestiging van categorie 2-bedrijven onder voorwaarden mogelijk is.
Dit gedeelte van het terrein ligt binnen de geluidszone die vastgesteld is voor CHV/ Rijksweg. Binnen het plangebied geldt daarom dat voor de vestiging van geluidsgevoelige functies voldaan moet worden aan de vastgestelde hogere grenswaarden dan wel de voorkeurgrenswaarde uit de Wet geluidhinder. Over het gehele plangebied ligt de gebiedsaanduiding ‘geluidszone – industrie’.
Het onderhavige bestemmingsplan neemt de bestaande regels uit bestemmingsplan 'Bedrijventerrein Veghel-West' over. De enige aanvulling betreft het toevoegen van de functieaanduiding 'kantoor' op de plankaart. Daarmee is volgens de bestemmingsomschrijving van de bestemming 'Bedrijventerrein' tevens de vestiging van een zelfstandig kantoor toegestaan. Dit doet recht aan de feitelijke situatie ter plaatse.
Voor het bestemmingsplan 'Bedrijventerrein Veghel-West' en onderhavig bestemmingsplan Bedrijventerrein Veghel-West, herziening De Amert 601 geldt geen vastgesteld beeldkwaliteitplan.
De herziening voorziet niet in een wijziging van de bedrijfsbestemming van het perceel, maar voorziet in een planologische regeling die recht doet aan de feitelijke situatie. Op beleidsmatig gebied veranderd er derhalve ook niets aan de ruimtelijke aanvaardbaarheid van de functie.
het bestemmingsplan voorziet niet in ontwikkelingen. Er is geen noodzaak tot onderzoek naar de gevolgen van de herziening op de diverse milieuhygiënische aspecten zoals bodem, geluid, lucht, water externe veiligheid, archeologie en flora en fauna.
Binnen het plangebied is er geen sprake van enige gebiedswaarde. Het perceel is in zijn geheel in gebruik als bedrijventerrein (kantoor).
Het plan voorziet niet in wijzigingen die economische gevolgen heeft voor de gemeente. Daarmee is de economische uitvoerbaarheid verder niet aan de orde. Dit hoofdstuk zal zich derhalve beperken tot eventuele tijdens de voorbereidingsprocedure ingediende reacties (maatschappelijke uitvoerbaarheid).
De procedures voor vaststelling van een bestemmingsplan zijn door de wetgever geregeld. Aangegeven is dat tussen gemeente en verschillende instanties waar nodig overleg over het plan moet worden gevoerd alvorens een ontwerpplan ter visie gelegd kan worden. Pas daarna wordt de wettelijke procedure met betrekking tot vaststelling van het bestemmingsplan opgestart (artikel 3.8 Wro).
De Wro bevat geen procedurevoorschriften met betrekking tot de inspraak, en is in Wro zelf niet verplicht gesteld. Dat neemt niet weg dat het de gemeente vrij staat toch inspraak te verlenen bijvoorbeeld op grond van de gemeentelijke inspraakverordening. In relatie daarmee bepaalt artikel 150 van de Gemeentewet onder meer dat in een gemeentelijke inspraakverordening moet worden geregeld op welke wijze bovenbedoelde personen en rechtspersonen hun mening kenbaar kunnen maken.
Er is een zeer beperkte kring van belanghebbenden bij de herziening en de herziening van het bestemmingsplan gevoerd wordt om de bestaande situatie vast te leggen. Er wordt daarom geen toegevoegde waarde gezien in het geven van de mogelijkheid om inspraak in te dienen, voorafgaande aan de formele zienwijzentermijn.
Het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.1.1) geeft aan dat burgemeester en wethouders bij de voorbereiding van een bestemmingsplan overleg voeren met de besturen van betrokken gemeenten en waterschappen en met die diensten van provincie en Rijk die betrokken zijn bij de zorg voor de ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen welke in het plan in het geding zijn. Er is vooroverleg gevoerd met het Waterschap Aa en Maas en de provincie Noord-Brabant.
De vaststellingsprocedure van het bestemmingsplan zal plaatsvinden volgens artikel 3.8 van de Wet ruimtelijke ordening. Het bestemmingsplan wordt in dit kader ter visie gelegd gedurende een periode van zes weken. Gedurende deze periode kan een ieder zijn zienswijzen kenbaar maken tegen het plan. Het plan zal daarna, al dan niet gewijzigd, ter vaststelling worden aangeboden aan de gemeenteraad.