direct naar inhoud van Artikel 22 Leiding - Hoogspanningsverbinding (dubbelbestemming)
Plan: Woongebieden
Status: vastgesteld
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0856.BPWKUDEN-VA01

Artikel 22 Leiding - Hoogspanningsverbinding (dubbelbestemming)

22.1 Bestemmingsomschrijving

De voor 'Leiding - Hoogspanningsverbinding' aangewezen gronden zijn, behalve voor de daar voorkomende bestemming, mede bestemd voor een hoogspanningsleiding voor zover de gronden gelegen zijn op 26 meter ter weerszijden van de leiding.

22.2 Bouwregels

In afwijking van het bepaalde in de voorgaande artikelen mag binnen het gebied met de bestemming 'Leiding - Hoogspanningsverbinding' niet worden gebouwd, met uitzondering van bouwwerken die ten dienste staan van de dubbelbestemming.

22.3 Ontheffing van de bouwregels

Burgemeester en wethouders kunnen ontheffing verlenen van lid 2 van dit artikel overeenkomstig het bepaalde in artikel 27, lid 13.

22.4 Aanlegvergunningen

Het is verboden om zonder of in afwijking van een vergunning van burgemeester en wethouders (aanlegvergunning) de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden uit te voeren ter plaatse van de dubbelbestemming 'Leiding - Hoogspanningsverbinding' aan weerszijden van de hoogspanningsleiding:

  • 1. het aanbrengen van hoogopgaande beplantingen of bomen;
  • 2. het aanbrengen van bovengrondse constructies, installaties of apparatuur hoger dan 2,5 m¹;
  • 3. het opslaan van materialen of stoffen, die onder bepaalde omstandigheden gevaar van brand of explosie kunnen opleveren;
  • 4. het ophogen en egaliseren, bodemverlaging of afgraven of anderszins wijzigen in maaiveld- of weghoogte.

22.5 Toelaatbaarheid

De werken en werkzaamheden als bedoeld in lid 4 zijn slechts toelaatbaar, indien door de werken en werkzaamheden, dan wel door de gevolgen daarvan, geen onevenredige aantasting ontstaat of kan ontstaan van de belangen van de leiding.

22.6 Uitzonderingen

Het in lid 4 opgenomen verbod geldt niet voor:

  • a. werken en werkzaamheden binnen het kader van het op de bestemming van die gronden gerichte normale onderhoud en beheer, dan wel die welke voortvloeien uit het normale gebruik overeenkomstig de bestemming;
  • b. werken en werkzaamheden, welke ten tijde van het van kracht worden van het plan in uitvoering waren.

Alvorens te beslissen omtrent een vergunning als bedoeld in lid 4, sub a wordt het advies ingewonnen van de leidingbeheerder.