direct naar inhoud van Regels

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22u, Opslagboxen bedrijventerreinen

Status: ontwerp
Identificatie: NL.IMRO.0855.TAM2025008-c001
Plantype: bestemmingsplan

Motivering

 

Hoofdstuk 1 Plan en werkingsgebied

 

1.1 Aanleiding TAM-omgevingsplan

In de gemeente Tilburg vestigen zich (net als in veel andere gemeenten) steeds vaker bedrijven die opslagboxen verhuren of bedrijfsverzamelgebouwen realiseren met kleinschalige werkplaatsen met of zonder kantoor. Deze bedrijven bieden kleine units aan voor opslag of kleinschalige werkplaats of hobbyruimte, veelal binnen de bestemming 'Bedrijf'. Hierdoor zijn op diverse bedrijventerreinen inmiddels meerdere kleinschalige bedrijfsruimten, zoals opslagboxenbedrijven en bedrijfsverzamelgebouwen ontstaan.

Dit type bedrijvigheid draagt nauwelijks bij aan de economische doelstellingen van de gemeente. Veel lichte bedrijfs- en opslagactiviteiten hoeven niet op een bedrijventerrein plaats te vinden, maar kunnen prima in gemengd stedelijk gebied plaatsvinden. Voor het efficiënt gebruik van de milieuruimte en het tegengaan van oneigenlijk gebruik van schaarse bedrijfskavels op bedrijventerreinen is regulering van kleinschalige bedrijfsruimtendan ook noodzakelijk. Zo kan bevorderd worden dat de specifieke kavels op bedrijventerreinen met voldoende milieuruimte behouden blijven voor de zware bedrijven waarvoor zij bedoeld zijn. De kleinschalige bedrijfsruimtenleveren daarnaast weinig werkgelegenheid op en dragen niet bij aan een sterke, toekomstbestendige economie.

Daarnaast is het voor de gemeente lastig om toezicht te houden op de activiteiten die binnen kleinschalige bedrijfsruimtenplaatsvinden. Dit vergroot het risico op ongewenst gebruik. Door het reguleren van kleinschalige bedrijfsruimtenkan de gemeente sturen op behoud van milieuruimte en vestigingsmogelijkheden voor bedrijven die wél bijdragen aan de kwaliteit van het bedrijventerrein en de economische structuur.

1.2 Het werkingsgebied

Het werkingsgebied van dit TAM-omgevingsplan bestaat uit de middelgrote en grote bedrijventerreinen (Vossenberg, Albion, Kraaiven, Loven, Schepersven, Enschot, Kanaalzone, T58, Katsbogten, het Laar en Kreitenmolen) binnen het grondgebied van de gemeente Tilburg.

 

 [image]

Figuur 1: Begrenzing plangebied

 

 

 

 

 

1.3 Beoogde situatie

Met dit TAM-omgevingsplan wordt de vestiging van kleinschalige bedrijfsruimten zoals opslagboxen en bedrijfsverzamelgebouwen op bedrijventerreinen onmogelijk gemaakt. Dit geeft uitwerking aan beleid zoals opgenomen in programma revitalisering bedrijventerreinen, Toekomstbestendige bedrijventerreinen en de economische strategie van de gemeente Tilburg.

Hoofdstuk 2 Beleid

Het voorstel om de vestiging van kleinschalige bedrijfsruimten zoals opslagboxen en bedrijfsverzamelgebouwen te reguleren op bedrijventerreinen sluit aan op het beleid van Rijk, provincie, regio en gemeente. Hieronder volgt een korte beleidsonderbouwing vanuit de belangrijkste beleidsdocumenten.

 

Nota Ruimte

De Nota Ruimte is de opvolger van de NOVI – de omgevingsvisie van het Rijk. In de contourennotitie van de Nota Ruimte (2023) wordt de zorg uitgesproken dat de economische groei zoals we die de laatste decennia gekend hebben, geen gegeven is. De verwachting is dat er meer ruimte nodig is voor bedrijvigheid om het verdienvermogen in stand te houden. Dit komt mede door de transitie richting een circulaire economie en een hernieuwbare energievoorziening. Het Planbureau voor de Leefomgeving benadrukt in de studie Ruimte voor een circulaire economie (2023) eveneens dat gemeenten zuinig moeten zijn op bedrijventerreinen met milieuruimte.

 

Omgevingsverordening provincie Noord-Brabant

In de omgevingsverordening, Artikel 5.55 Duurzame stedelijke ontwikkeling, stelt de provincie Noord-Brabant dat het omgevingsplan ervoor moet zorgen dat het bedrijventerrein de functie kan blijven vervullen om bedrijven een plek te geven die vanwege hun bedrijfsvoering een effect hebben op hun omgeving en daardoor overlast kunnen geven voor hindergevoelige functies. Ook stelt de omgevingsverordening dat een oneigenlijk gebruik van bedrijventerreinen door functies als wonen of detailhandel moet worden beperkt.

Dit sluit aan bij de doelstellingen van het beleid zoals voorgesteld.

 

Hart van Brabant: Regionaal afsprakenkader bedrijventerreinen

De provinciale prognose bedrijventerreinen (2022) toont aan dat in de regio Hart van Brabant, bij onvoldoende ontwikkeling van bedrijventerrein, tekorten gaan ontstaan voor verschillende typen bedrijventerrein. In regio Hart van Brabant zijn afspraken gemaakt voor bedrijventerreinen waarbij ingezet wort op een economisch toekomstbeeld waarbij wordt ingezet op de sectoren (hoogwaardige) logistiek, maak- en procesindustrie en voedingsindustrie. Het behoud van bestaande en nieuwe bedrijventerreinen voor deze sectoren met een zwaardere milieucategorie is van groot belang voor het behoud en groei van de regionale economische structuur.

 

Programma revitalisering bedrijventerreinen

Het intensiveren en verdichten van het gebruik op bedrijventerreinen vormt het centrale doel binnen het programma revitalisering bedrijventerreinen. De visie op intensiveren en verdichten zit met name in: juiste bedrijven op de juiste plek.

Op de grotere bedrijventerreinen aan de noordkant van de stad (in ieder geval Vossenberg, Kraaiven en Loven) is een deel van het gebruik door bedrijven niet altijd optimaal in lijn met de juridisch-planologische ruimte op deze locaties. Het gaat daarbij om o.a. om invulling van kavels waar hogere milieucategorieën mogelijk zijn (categorie 3.2 of hoger) door milieucategorie 1 en 2 bedrijven;

Door het stringenter vastleggen van die ruimte op deze bedrijventerreinen ontstaan kansen om efficiënter en effectiever om te gaan met de beschikbare ruimte op bedrijventerreinen.

Deze regeling voorziet juist in het tegengaan van kleinschalige bedrijfsruimten zoals opslagboxen en bedrijfsverzamelgebouwen op bedrijventerrein.

 

Toekomstbestendige werklocaties

De gemeente Tilburg streeft ernaar om werklocaties toekomstbestendig te maken. Dit betekent dat de kwaliteit van deze locaties wordt versterkt, de beschikbare ruimte behouden en slim benut wordt, en vraag en aanbod beter op elkaar worden afgestemd. Er wordt ingezet op het juiste type bedrijvigheid op de juiste plek, met oog voor veranderende behoeften van ondernemers.

Een goede inrichting van bedrijventerreinen is essentieel om deze optimaal te benutten en om zowel bedrijven als de gemeente voor te bereiden op toekomstige ontwikkelingen. Daarbij wordt steeds meer gekeken naar de economische en maatschappelijke waarde die bedrijven toevoegen aan de stad.

Werklocaties kunnen bovendien een rol spelen in de opwekking, besparing en opslag van duurzame energie. Voor bedrijven met een hogere milieucategorie wil de gemeente inzetten op schonere productieprocessen, terwijl er tegelijkertijd ruimte behouden blijft voor cruciale bedrijvigheid.

Om de bereikbaarheid te verbeteren, zet de gemeente in op collectief vervoer, versterking van het openbaar vervoer en betere fietsvoorzieningen op bedrijventerreinen en kantoorlocaties. Per bedrijventerrein worden hierbij specifieke uitgangspunten gehanteerd.

Het tegengaan van kleinschalige bedrijfsruimten zoals opslagboxen en bedrijfsverzamelgebouwen op bedrijventerreinen is in lijn met inzetten op het juiste type bedrijvigheid op de juiste plek.

 

Economische strategie

Ook hierin wordt de aanpak 'Het juiste bedrijf op de juiste plek' beschreven. Bedrijven die passen in wijken en dorpen, stimuleren we om zich zoveel mogelijk ook daar te vestigen, om zo een bijdrage te leveren aan de wijkeconomie. Grotere bedrijven die ruimte nodig hebben uit milieu- of bevoorradingsoogpunt, zijn bij voorkeur op de bedrijventerreinen gevestigd. De milieuruimte aldaar wordt dan optimaal benut, evenals de aanwezige vervoersmodaliteiten haven, spoor en weg. Op speciale plekken in de stad, zoals de Kennis as (Spoorzone en Kenniskwartier), werken bedrijven aan innovaties. Daarnaast ontstaan op de bedrijventerreinen innovatieve brandpunten rondom toonaangevende bedrijven.

Het tegengaan van kleinschalige bedrijfsruimten zoals opslagboxen en bedrijfsverzamelgebouwen op bedrijventerreinen is in lijn met inzetten op het juiste bedrijf op de juiste plek.

Hoofdstuk 3 Aspecten fysieke leefomgeving

De gemeente Tilburg zorgt met dit plan dat het vestigen van kleinschalige bedrijfsruimten zoals opslagboxen en bedrijfsverzamelgebouwen op bedrijventerreinen onmogelijk wordt gemaakt. Dit plan biedt dus geen nieuwe mogelijkheden waardoor er geen aspecten aan de orde zijn die een negatief effect hebben op de fysieke leefomgeving. Het zorgt er juist voor dat het juiste bedrijf zich vestigd op de juiste plaats.

Hoofdstuk 4 Participatie en zienswijze

 

4.1 Kennisgeving ex artikel 16.29 Ow

Artikel 16.29 van de Omgevingswet verplicht gemeenten die een wijziging van het omgevingsplan voorbereiden op de in artikel 12 van de Bekendmakingswet bepaalde wijze kennis te geven van het voornemen om te komen tot vaststelling van het omgevingsplan. Het voornemen om te komen tot vaststelling van het voorliggende wijzigingsbesluit op 14 november 2025 gepubliceerd in het Gemeenteblad.

4.2 Omgevingsdialoog

Op 31 oktober 2023 heeft het college van burgemeester en wethouders de Richtlijn omgevingsdialoog vastgesteld. De Omgevingswet stimuleert het vroegtijdig betrekken van inwoners, bedrijven, maatschappelijke organisaties en partners bij initiatieven in de fysieke leefomgeving. Dit wordt participatie genoemd. Het vroegtijdig betrekken van de omgeving zorgt ervoor dat ideeën, zorgen, belangen, kansen en creativiteit op tijd ter tafel komen. Dat zorgt voor kwalitatief betere en meer herkenbare plannen en initiatieven en kan bezwaren in een later stadium voorkomen. Daarom is het voor initiatiefnemers verstandig om aan participatie te doen en voor de gemeente van publiek belang.

 

De Richtlijn Omgevingsdialoog beschrijft de methode om te bepalen in welke mate een initiatiefnemer aan participatie moet doen. Het vertrekpunt voor de omgevingsdialoog is de impact van het initiatief op de omgeving. Met het voorliggende wijzigingsbesluit wordt echter een beleidslijn ten aanzien van het niet meer realiseren van opslagboxen en bedrijfsverzamelgebouwen vertaald in regels voor het omgevingsplan. Dit initiatief scoort laag qua impact op de onderdelen verkeer (geen extra verkeer), groen (geen gevolgen voor groen), beleving (geen verandering van karakter van een straat), gezondheid/hinder (geen effecten qua geluid)(mogelijk positief effect qua sociale veiligheid). Wel is er sprake van een afwijking van het bestaande omgevingsplan. De totale impact is zeer gering. Er is daarom gekozen om enkel met Bedrijven Overleg Regio Tilburg (BORT) te participeren. BORT onderschrijft de aanpak en geeft aan dat gelet op de toenemende ruimte schaarste in Tilburg, passend gebruik van de bedrijventerreinen, nu en in de toekomst, van groot belang is om de economie verder te laten floreren.

4.3 Zienswijzen

Het ontwerpwijzigingsbesluit 'TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22u, Regeling (tegengaan) kleinschalige bedrijfsruimte' heeft ter visie gelegen van maandag 24 november 2025 tot en met maandag 5 januari 2026. In die periode is één zienswijze ingediend door de provincie Noord-Brabant.

 

De provincie vraagt aandacht voor de aansluiting van de regeling op de provinciale belangen, in het bijzonder het bevorderen van zorgvuldig ruimtegebruik. Daarbij wordt opgemerkt dat het hanteren van een grens van maximaal 500 m² bvo een generieke benadering is, waarbij zowel hoogwaardige als opslaggerichte bedrijvigheid binnen en buiten deze grens kan vallen. De provincie geeft in overweging om meer te sturen op functies of typen bedrijvigheid en wijst daarnaast op het belang van een regionale benadering, mede in relatie tot mogelijke verplaatsingseffecten.

 

Wij waarderen deze aandachtspunten en zijn van oordeel dat de gekozen regeling een passende en juridisch houdbare invulling vormt binnen de systematiek van de Omgevingswet, waarin niet langer met milieucategorieën wordt gewerkt. Door het begrenzen van de omvang van bedrijfsruimten wordt gestuurd op de schaal van bedrijvigheid en wordt ongewenste ontwikkeling van kleinschalige bedrijfsruimte beperkt, terwijl het Besluit activiteiten leefomgeving de milieubelasting reguleert. Het plan biedt daarnaast ruimte voor maatwerk via een vergunningprocedure. De gekozen aanpak sluit aan bij die van andere gemeenten en draagt daarmee bij aan regionale consistentie. Het verzoek tot verdere regionale afstemming zal worden ingebracht in de Regio Hart van Brabant.

Hoofdstuk 5 Kostenverhaal en nadeelcompensatie

Dit wijzigingsbesluit heeft enkel betrekking op de juridische verankering van de bestaande beleidslijn omtrent het tegengaan van kleinschalige bedrijfsruimten zoals opslagboxen en bedrijfsverzamelgebouwen. Derhalve is geen sprake van een bouwactiviteit als bedoeld in artikel 8.13 Omgevingsbesluit. Afdeling 13.6 van de Omgevingswet is om die reden niet van toepassing. De gemeentelijke plan- en apparaatskosten ten behoeve van het opstellen van dit wijzigingsbesluit worden betaald uit algemene middelen. Eventueel uit dit wijzigingsbesluit voortvloeiende uitkeringen van nadeelcompensatie worden eveneens betaald uit algemene middelen.