Bedrijventerrein Spinder 2017, partiele herziening
| Status: | vastgesteld |
| Identificatie: | NL.IMRO.0855.BSP2023001-c002 |
| Plantype: | bestemmingsplan |
Toelichting
Plan en plangebied
Hoofdstuk 1 Aanleiding tot planontwikkeling
Op 11 april 2022 heeft de gemeenteraad besloten om te verklaren dat een bestemmingsplan wordt voorbereid voor het gehele grondgebied van Tilburg om aanvragen voor omgevingsvergunning ten behoeve van de vestiging van een installatie die is gericht op mestbewerking van niet ter plaatse vervaardigde mest aan te houden en om te bepalen dat het verboden is het gebruik van de desbetreffende gronden en bouwwerken te wijzigen ten behoeve van mestbewerking van niet ter plaatse vervaardigde mest (voorbereidingsbesluit d.d. 11 april 2022).
De provincie is van oordeel dat vestiging van mestbewerkers op een bedrijventerrein met zware milieucategorieën in beginsel toelaatbaar is. De provincie heeft aangegeven voor de agrarische sector op zoek te zijn naar bedrijventerreinen die volgens het Integraal Bedrijventerreinen Informatie Systeem (IBIS) nog ruimte hebben voor mestbewerking.
Locatie De Spinder is niet een dergelijk bedrijventerrein. Bovendien is een grootschalige mestbewerker op deze locatie niet passend in beleidsdoelstellingen van provincie en gemeente. De ligging van locatie De Spinder in Landschapspark Pauwels en nabij waardevolle natuugebieden is daar een belangrijke reden voor.
Deze partiële herziening van het bestemmingsplan Bedrijventerrein Spinder 2017 heeft daarom tot doel om de nieuw vestiging van mestbewerkende bedrijven in de ruimste zin van het woord niet langer toe te staan door aanpassing van de regels.
Hoofdstuk 2 Het plangebied
Het plangebied omvat De Spinder. Deze locatie ligt in het noorden van de gemeente Tilburg, nabij de Midden-Brabantweg. Zie ook de onderstaande afbeelding.
Op De Spinder vindt gespecialiseerde afvalverwerking plaats. Hier bevinden zich onder andere een vuilstortlocatie (Attero) en een waterzuiveringsbedrijf (RWZI) met waterberging in de vorm van een effluentvijver (waterschap De Dommel) en windmolens.
![i_NL.IMRO.0855.BSP2023001-c002_402000.png [image]](i_NL.IMRO.0855.BSP2023001-c002_402000.png)
Afbeelding: ligging plangebied in Tilburg (rood omlijnd gebied).
Hoofdstuk 3 Voorgaande plannen
Dit bestemmingsplan is een partiële herziening van bestemmingsplan 'Bedrijventerrein Spinder 2017' (vastgesteld 29 augustus 2017, onherroepelijk geworden 29 augustus 2017).
Ruimtelijk beleidskader
Hoofdstuk 1 Rijk
1.1 Nationale Omgevingsvisie (NOVI)
De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) is de langetermijnvisie van het Rijk op de toekomstige inrichting en ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland.
De NOVI geeft weer voor welke uitdagingen we staan, wat daarbij de nationale belangen zijn, welke keuzes we maken en welke richting we meegeven aan decentrale keuzes. Die keuzes hangen samen met de toekomstbeelden van de fysieke leefomgeving, de maatschappelijke opgaven en economische kansen die daarbij horen. Met de Nationale Omgevingsvisie geeft het Rijk een langetermijnvisie om de grote opgaven aan te pakken. Om samen ons land mooier en sterker te maken en daarbij voort te bouwen op het bestaande landschap en de (historische) steden.
De NOVI is tot stand is gekomen in nauwe samenwerking met provincies en gemeenten, waterschappen, maatschappelijke partijen en burgers.
1.2 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro)
Op 17 december 2011 is de Algemene Maatregel van Bestuur (AMvB) Ruimte gedeeltelijk in werking
getreden. Deze nieuwe AMvB Ruimte heeft de eerdere ontwerp AMvB Ruimte 2009 vervangen. Juridisch
wordt de AMvB Ruimte aangeduid als Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro). Het Barro is
op 1 oktober 2012 geactualiseerd en is vanaf die datum geheel in werking getreden. Met de
inwerkingtreding van het Barro naast het Besluit ruimtelijke ordening (Bro), is de juridische verankering van
de uitgangspunten uit de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte compleet.
In het Barro zijn de nationale belangen die juridische borging vereisen opgenomen. Het Barro is gericht op
doorwerking van de nationale belangen in gemeentelijke bestemmingsplannen. Het Barro is deels
opgebouwd uit hoofdstukken afkomstig van de ontwerp AMvB Ruimte die eind 2009 is aangeboden en
deels uit nieuwe onderwerpen. Per onderwerp worden vervolgens regels gegeven, waaraan
bestemmingsplannen zullen moeten voldoen.
Het besluit bepaalt tevens:
"Voor zover dit besluit strekt tot aanpassing van een bestemmingsplan dat van kracht is, stelt de
gemeenteraad uiterlijk binnen drie jaar na het tijdstip van inwerkingtreding van dit besluit een
bestemmingsplan vast met inachtneming van dit besluit."
Volgens de toelichting bij dit artikel geldt als hoofdregel, dat de regels van het Barro alleen van toepassing
zijn wanneer na inwerkingtreding van het Barro een nieuw bestemmingsplan voor het eerst nieuwe
ontwikkelingen mogelijk maakt binnen de aangegeven projectgebieden. Alleen wanneer het Barro expliciet
een aanpassing van bestemmingsplannen vergt, omdat een reeds bestaand bestemmingsplan binnen een
of meerdere van de projectgebieden is gelegen, dan moet dat binnen drie jaar gebeuren.
Het Barro draagt bij aan versnelling van de besluitvorming bij ruimtelijke ontwikkelingen van nationaal belang en "vermindering van de bestuurlijke drukte". Belemmeringen die de realisatie van de genoemde
projecten zouden kunnen frustreren of vertragen worden door het Barro op voorhand onmogelijk gemaakt.
Daar staat tegenover dat de regelgeving voor lagere overheden weer wat ingewikkelder is geworden.
Gemeenten die een bestemmingsplan opstellen dat raakvlakken heeft met een of meerdere belangen van
de projecten in het Barro, zullen nauwkeurig de regelgeving van het Barro moeten controleren. Het Barro
vormt daarmee een nieuwe, dwingende checklist bij de opstelling van bestemmingsplannen.
In het Barro zijn de projecten van nationaal belang beschreven. Deze projecten zijn in beeld gebracht in de
bij het Barro behorende kaarten.
Het voorliggende plan heeft geen gevolgen voor het op de planlocatie aanwezige nationale belang 'ruimte voor het hoofdnetwerk voor (duurzame) energievoorziening en energietransitie'.
1.3 (Ladder voor) Duurzame verstedelijking
Op grond van art. 3.1.6 Bro zijn provincies en gemeenten verplicht om in de toelichting van een ruimtelijk plan aandacht te besteden aan het aspect 'duurzame verstedelijking', wanneer een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk wordt gemaakt. Art. 1.1.1. Bro definieert het begrip stedelijke ontwikkeling als een ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen. Overheden dienen op grond van art. 3.1.6 Bro nieuwe stedelijke ontwikkelingen te motiveren. In de eerste plaats geschiedt dat door de behoefte aan de desbetreffende stedelijke ontwikkeling te onderbouwen. Uitgangspunt is vervolgens dat, met het oog op een zorgvuldig ruimtegebruik, de nieuwe stedelijke ontwikkeling in bestaand stedelijk gebied wordt gerealiseerd. Indien de nieuwe stedelijke ontwikkeling daarentegen voorzien wordt buiten het bestaand stedelijk stedelijk gebied, dan moet dat eveneens worden gemotiveerd in de plantoelichting. Het is toegestaan om de motivering van de behoefte aan en de locatie van een nieuwe stedelijke ontwikkeling door te schuiven naar een eventueel uitwerkings- of wijzigingsplan.
Met dit bestemmingsplan wordt geen nieuwe stedelijke ontwikkeling en of verstedelijking mogelijk gemaakt.
Hoofdstuk 2 Provincie
2.1 Brabantse omgevingsvisie
Op 14 december 2018 is de Omgevingsvisie Noord-Brabant in werking getreden. De basisopgave van de Brabantse Omgevingsvisie is: “Werken aan veiligheid, gezondheid en omgevingskwaliteit”. Voor 2030 is het doel om voor alle aspecten te voldoen aan de wettelijke normen. Brabant heeft dan een aanvaardbare leefomgevingskwaliteit. Voor 2050 is het doel om een goed leefomgevingskwaliteit te hebben door op alle aspecten beter te presteren dan wettelijk als minimumniveau is bepaald.
De visie noemt een vijftal hoofdopgaven:
De basis op orde: veiligheid, gezondheid en omgevingskwaliteit zijn van essentieel belang om goed te kunnen wonen, werken en leven in Brabant.
Brabantse energietransitie: om Brabant op termijn energieneutraal te maken moeten we minder energie gebruiken en meer duurzame energie op gaan wekken.
Slimme netwerkstad: de manier waarop we ons verplaatsen verandert en we stellen andere eisen aan steden. Dit heeft gevolgen voor het netwerk van steden en dorpen.
Klimaatproof Brabant: als gevolg van klimaatverandering krijgen we meer extremen in temperatuur en neerslag. Hoe gaan we deze gevolgen aanpakken ?
Concurrerende, duurzame economie: Brabant wil top kennis- en innovatieregio blijven, waarbij de omslag naar een circulaire economie nodig is en digitalisering steeds belangrijker wordt.
Daarna volgt een doorvertaling in een Omgevingsverordening en programma’s. Om straks als de Omgevingswet in werking treedt (volgens de huidige planning in 2023) echt klaar te zijn, wordt er eerst een interim omgevingsverordening gemaakt. In deze interim omgevingsverordening worden de bestaande regels over de fysieke leefomgeving al zoveel mogelijk in één verordening onder gebracht. De interim omgevingsverordening is op 25 oktober 2019 vastgesteld en wordt hierna besproken. Deze interim omgevingsverordening is relatief beleidsarm.
2.2 Interim omgevingsverordening
De provincie heeft een Interim omgevingsverordening vastgesteld (25 oktober 2019, in werking 5 november 2019) waarin de bestaande regels m.b.t de fysieke leefomgeving zijn samengevoegd. In de Interim omgevingsverordening zijn de bestaande regels samengevoegd van de Provinciale milieuverordening, Verordening natuurbescherming, Verordening Ontgrondingen, Verordening ruimte, Verordening water en de Verordening wegen.
De Interim omgevingsverordening is beleidsneutraal van karakter. Dat betekent dat de regels van de genoemde verordeningen zijn gehandhaafd met het huidige beschermingsniveau en dat er in beginsel geen nieuwe beleidswijzigingen zijn doorgevoerd. Er zijn alleen wijzigingen doorgevoerd gebaseerd op eerder vastgesteld beleid, zoals de Brabantse omgevingsvisie.
Voordat de Omgevingswet in werking treedt, wordt de definitieve omgevingsverordening vastgesteld. Deze definitieve verordening wordt tegelijk met de Omgevingswet van kracht. In de definitieve verordening worden, in tegenstelling tot de interim verordening, ook beleidswijzigingen verwerkt.
De Omgevingsverordening bevat omgevingswaarden, algemene regels (rechtstreeks geldende regels) en instructieregels (regels waarmee een gemeente rekening moet houden bij het ontwikkelen van b.v. bestemmingsplannen en besluiten).
Specifiek voor het plangebied geldt:
Bedrijventerrein De Spinder is in de Interim omgevingsverordening (IOV) gelegen op gronden met instructieregels voor gemeenten:
Concentratiegebied
Stedelijk gebied
Stalderingsgebied
Gelet op dat het plan niet voorziet in een nieuwe (duurzame stedelijke) ontwikkeling of andere activiteit wordt voldaan aan de (IOV).
Voor het provinciale beleid ten aanzien van mestbewerking wordt verwezen naar paragraaf 2.4.
Hoofdstuk 3 Gemeente
3.1 Omgevingsvisie Tilburg 2040
Op 21 september 2015 heeft de Raad de Omgevingsvisie Tilburg 2040 vastgesteld.
De Omgevingsvisie richt zich op Tilburg als vitale, duurzame stad in een moderne netwerksamenleving. De ontwikkelingen in de economie, de maatschappij en de leefomgeving gaan niet ten koste van elkaar, maar sluiten op elkaar aan en versterken elkaar. People, planet en profit zijn in balans.
People: Het is prettig wonen en werken in Tilburg, een stad met veel verschillende woonbuurten en verschillende soorten werklocaties. De woonmilieus passen bij de leefstijl van de mensen.
Planet: We gaan voor een gezonde en leefbare stad, anticiperen op de effecten van klimaatverandering, zoals hitte, droogte en hogere temperaturen. In het economisch systeem wordt herbruikbaarheid van producten en grondstoffen steeds belangrijker. Verder krijgen groen en water een steeds prominentere rol in de stad. De grote natuurgebieden om de stad zijn met elkaar verbonden. Dat versterkt het ecologisch systeem en de veerkracht van de natuur.
Profit: Om ook in de toekomst sterk genoeg te zijn, wil Tilburg de kracht van BrabantStad benutten. Tilburg is een stad die mensen kansen biedt: op aangenaam werk en op een fijne woon- en leefomgeving.
Om antwoord te geven op de vraag hoe we dit gewenste toekomstbeeld samen met burgers en partners in de stad voor elkaar kunnen krijgen volgt de Omgevingsvisie Tilburg 2040 een strategie met drie sporen:
de Brabantstrategie
de Regiostrategie
de Stadsstrategie.
Brabantstrategie: Tilburg kiest voor de kracht van stedelijke samenwerking
Samen met de andere Brabantse steden wil Tilburg de kracht van het stedelijk netwerk BrabantStad versterken. Om de benodigde schaalsprong naar een stedelijk netwerk te kunnen maken, moet Tilburg aantrekkelijk bereikbaar en concurrerend zijn.
Aantrekkelijk: Tilburg wil een aantrekkelijke stad zijn waar mensen graag wonen en werken, en waar het voor bedrijven interessant is om zich te vestigen. Niet alleen moet het aanbod van voorzieningen in de stad zelf aansprekend en hoogwaardig zijn, ook de groene omgeving en religieus en historisch erfgoed zijn belangrijke factoren.
Bereikbaar: goede verbindingen (weg, water, rail én digitaal) met de andere Brabantse steden zijn essentieel voor een sterk stedelijk netwerk.
Concurrerend: En duurzame concurrentiekracht kent in Tilburg twee belangrijke pijlers, namelijk kennis & creativiteit en smart industries. Concreet richt de Brabantstrategie zich op vier stedelijke knooppunten en drie stadsregionale parken.
De vier stedelijke knooppunten:
Binnenstad van de 21e eeuw
Tilburg University Campus: kennisontwikkeling en -toepassing
Modern Industrieel Cluster Vossenberg-Loven
Modern Industrieel Cluster Midden-Brabant
De drie stadsregionale parken zijn:
Stadsregionaal park Moerenburg - Koningshoeven
Stadsregionaal park Stadsbos013
Stadsregionaal park Noord
De regiostrategie: de kracht van Tilburg als centrumstad
Bij de regiostrategie draait het om Tilburg in haar rol als centrumstad; Tilburg als belangrijke spil in de regio Hart van Brabant. Een goed bereikbare stad, waar bewoners uit de gehele omliggende regio graag komen voor werk, hoogwaardige medische zorg, uitstekend onderwijs, een compleet aanbod van winkels en spannende cultuur. Waar bedrijven hun ambities optimaal kunnen ontplooien. En waar het uitstekend (meerdaags) recreëren is. Een sterke stad kan niet zonder een sterke regio; omgekeerd geldt dat een sterke regio niet zonder een sterke stad kan. De regiostrategie richt zich op drie stedelijke knooppunten en twee regionale ecologische verbindingszones ten westen en oosten van de stad.
De drie stedelijke knooppunten zijn:
Bedrijvenpark Zuid
Zorgcluster Leijpark
Duurzaam energielandschap Noord
De twee ecologische verbindingszones:
Aan de oostzijde bestaat de verbinding uit ecologische stapstenen in het bestaande landschap en agrarisch productiegebied.
Aan de westzijde van de stad bestaat de verbinding uit een fijnmazig netwerk van ecologische verbindingszones langs wegen en waterlopen.
De stadsstrategie: leefbaarheid met oog voor de menselijke maat
De stadsstrategie richt zich op het realiseren van prettig leefbare wijken, dorpen en buitengebied.
Hoofdpunten van de stadsstrategie zijn:
Ruimte voor zelf- en samenredzaamheid in wijken en buurten
Basis op orde: wijken zijn schoon, heel en veilig
Vitale wijkeconomie: dynamiek en ondernemerschap in de wijk
Brandpunten in wijken zorgen voor dynamiek, ontmoeting en sociale binding.
Differentiatie in woonmilieus: aansluiten bij de leefstijlen van bewoners
Cultureel erfgoed: het verhaal van Tilburg centraal
Groen en water in de stad: toegankelijk en zichtbaar
Goede bereikbaarheid van wijken en buurten borgen
Betere verbinding stad en buitengebied: groene inprikkers
Economische vitaliteit van het landschap behouden en versterken
Functie van de Omgevingsvisie
De Omgevingsvisie Tilburg 2040 is een koers- en inspiratiedocument. Het is een kompas voor investeringen in
het fysieke domein. Een uitnodiging aan de stad om samen te werken aan de ontwikkeling van een stad waar het fijn wonen, werken, leven en recreëren is. De visie biedt burgers en bedrijven ruimte om initiatief te ontplooien en reikt de gemeente handvatten aan om haar strategie af te stemmen op het geschetste toekomstperspectief. De Omgevingsvisie Tilburg 2040 geeft ook richting aan de inzet van de gemeente; in welke onderdelen de gemeente haar geld, tijd en bestuurskracht investeert. En welke prioriteiten daarbij gelden.
Specifiek voor dit plan geeft de Omgevingsvisie aan dat De Spinder onderdeel is van / een poort is van het stadsregionaal park Noord. Het gebied is gericht op de huisvesting van een aantal noodzakelijke stadsrandfuncties zoals de afvalberg de Spinder, de bezinkbassins van de rioolwaterzuivering, hoogspanningsmasten en bijbehorende trafostations. Het streven is dat rondom de Spinder een modern energielandschap ontstaat waar Tilburg haar lokale duurzame energievoorziening organiseert en haar afvalstromen hergebruikt. De Spinder maakt onderdeel uit van het stedelijk knooppunt Duurzaam Energielandschap Noord.
In het omliggende gebied is veel ruimtelijke kwaliteit te vinden waarin de afgelopen jaren is geïnvesteerd. Zo ligt ten westen van de Spinder een prachtig vennengebied waarin de afgelopen jaren flink is geïnvesteerd in natuurontwikkeling.
Hierbij wordt ook geïnvesteerd in het aantrekkelijk maken van deze gebieden voor recreatieve doeleinden en wordt beoogd de gebieden te beschermen van een toename aan mogelijk nadelige milieueffecten.
Hoofdstuk 4 Bestuurlijke doelstellingen provincie en gemeente
In deze paragraaf wordt ingegaan op de bestuurlijke doelstelling van provincie en gemeente die van invloed zijn op de mestbewerking.
Bestuursakkoord Provincie Noord-Brabant 2020-2023
Een fijn, veilig en gezond Brabant, is de doelstelling van het Brabantse provinciebestuur. Natuur is belangrijk van Brabant, zo wordt onderschreven in het akkoord, maar de kwaliteit van de natuur staat onder druk. Daarom blijft de provincie met partners werken aan het herstel van biodiversiteit in de Natura 2000-gebieden en de versnelde realisatie van het Natuurnetwerk Brabant (NNB) en de bijbehorende Ecologische Verbindingszones (EVZ). De provincie daagt partners uit om ook te investeren in verbetering van natuur en landschap.
De provincie investeert hier veel in. Een greep uit de financiering vanuit de provincie in het gebied waar De Spinder deel van uitmaakt:
Natuurbod van B5 bij GOB (Groenontwikkelfonds Brabant) voor 100 ha omzetting naar natuur in Pauwels voor het waterlandschap in Pauwels. Hierin staan verschillende natuurontwikkelingsprojecten waarvoor een subsidie wordt aangevraagd bij het GOB. Bijvoorbeeld de EVZ Huis ter Heide – De Brand is hiervan onderdeel.
een Europese subsidie (2 miljoen voor gemeente/waterschap) voor uitvoering GOB bod wordt voor 98% zeker toegekend.
€700.000.- subsidie van de provincie voor landelijk programma natuur als voorbereidingssubsidie voor klimaatlandgoed Zwaluwenbunders. Provincie heeft project in z’n totaliteit beoordeeld. Na de voorbereidingsfase dienen we een aanvraag in voor de realisatiefase (circa 8 miljoen euro).
Verbreding B5 bod GOB, in voorbereiding. Doet ook een beroep op geld van de provincie (en denkkracht en medewerking).
Pauwels; de samenwerking is een gezamenlijke projectorganisatie.
Aanvraag GOB Pauwelshoeve.
Huis ter Heide aanleg EVZ, Lobelia circa €200.000,-.
Recro passage ten behoeve van ecologische verbindingszone en voor verbetering fietsinfrastructuur, provincie doet mee met 3,4 miljoen euro.
Tennet gaat ook fors investeren in het waterlandschap: compensatie waterberging (doordat 380kV station deels in waterberging komt te liggen), robuuste ecologische zone t.b.v. de genoemde EVZ, compensatie natuur/bos vanwege het station. Aan de robuuste ecologische zone draagt de provincie €650.000,- bij.
Aanvraag loopt voor erfgoeddeal voor waterlandschap (€1miljoen euro).
LPN aanvraag voor revitalisering van het Noorderbos in voorbereiding (€500.000,-).
Waterschap gaat een subsidieaanvraag indienen bij de provincie voor de waterharmonica (dood gezuiverd afvalwater verder zuiveren tot het weer ecologische waarde krijgt en gebruikt kan worden.
Brabantse Ontwikkelaanpak Stikstof
De provincie blijft in stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden inzetten op een afnemende depositielijn, zoals wettelijk voorgeschreven.
Addendum op bestuursakkoord
De ambities zijn helder vastgelegd volgens de provincie, en het addendum spreekt van het proactief verder uitvoeren van de ambitie om de natuur robuust en weerbaar te maken.
Alle Brabantse Natura 2000 gebieden zijn overbelast met stikstofdepositie. Het effect van stikstof op Natura 2000 gebieden neemt significant toe naarmate de afstand van de bron tot deze gebieden kleiner is. De Spinder ligt op relatief korte afstand van meerdere Natura 2000 gebieden. De Spinder ligt binnen 3 kilometer van Natura 2000 gebied Loonse en Drunense Duinen en binnen 5 kilometer van Kampina en Oisterwijkse Vennen en Riels Laag. Het stikstofeffect van een grootschalige mestbewerker op de locatie De Spinder is dan ook groot (4 mol/ha/jr)
Provincie Noord Brabant is samen met het Rijk druk bezig om piekbelasters uit te kopen. Het Rijk heeft hier 750 miljoen voor uitgetrokken. Het gaat hier om veehouderijen met een stikstofdepositie van meer dan 2 mol/ha/jaar. Een grootschalige mestbewerker veroorzaakt een veelvoud van die stikstofdepositie. Wanneer een mestverwerker op deze locatie gerealiseerd wordt zal een aanzienlijk deel van de aangekochte stikstofwinst teniet worden gedaan. Dit zal ook de Brabantse Aanpak Stikstof frustreren.
![i_NL.IMRO.0855.BSP2023001-c002_402001.png [image]](i_NL.IMRO.0855.BSP2023001-c002_402001.png)
Figuur: ligging Spinder nabij stikstofoverbelaste Natura 200-gebieden
Meer voor elkaar gemeente Tilburg
Het Tilburgse bestuursakkoord is erop gericht om de stad ook naar de toekomst toe een aantrekkelijke en fijne stad te laten zijn. Het Tilburg van de toekomst herbergt het beste van twee werelden: de dynamiek van een grote stad en de rust en ruimte van grote en kleine groene (buiten).
Een stad in balans betekent een klimaatbestendige stad waar we droogte, hittestress en wateroverlast het hoofd bieden. We versterken de groenblauwe verbindingen tot in het hart van de stad en versnellen de waterbergingsopgave met aanleg van wadi's en blauwe aders. Onze samenwerking met de waterschappen voor onze klimaatopgave verstevigen we.
Kortom, een stevige groenimpuls. Groen om de stad draagt nadrukkelijk bij aan de aantrekkelijkheid van de stad en versterkt de aantrekkingskracht voor nieuwe inwoners en ondernemers. Onze inzet op het bevorderen van natuurontwikkeling in combinatie met recreatiemogelijkheden in onze stadsregionale parken zetten we daarom met volle kracht door.
Samen met andere partijen werken we verder aan de uitwerking van het Masterplan Landschapspark Pauwels en aan de realisatie van het Water- en klimaatlandschap, waar het gebied Zwaluwenbunders onderdeel van is geworden. Ook gaan we verder met het verbinden van het groen om de stad met het groen in de stad.
De stad-land verbinding tussen Tilburg-Noord en Landschapspark Pauwels verbeteren we met de aanleg van wandel- en fietsverbindingen, zodat onze inwoners er makkelijker een frisse neus kunnen halen. We ontwikkelen beleid om natuurinclusief te ondernemen en korte voedselketens te stimuleren. Zo leveren we een bijdrage aan de oplossing van de stikstofproblematiek. Een functie als een grootschalige mestberwerker past hier niet bij.
Regionale samenwerking Hart van Brabant
Op regionaal niveau werken we (gemeenten, provincie en waterschappen) samen aan het verhogen van de brede welvaart. Gestoeld op het doel van de Nationale Omgevingsvisie benoemen we in de Regionale Omgevingsagenda onze gezamenlijke hoofdopgaven en brengen hier focus in aan.
We spreken hier uit dat ook stadsregionale parken, waaronder landschapspark Pauwels, in het kader van natuur en landschapsbeheer voldoende aandacht moeten blijven houden.
De overkoepelende ambitie is het verhogen van de brede welvaart voor iedereen in de regio.
De ruimtelijke inrichting speelt een belangrijke rol in de versterking van de brede welvaart. Zo betekent ruimte bieden aan de natuur een versterking van het ecologisch kapitaal. En dat combineert weer goed met een aantrekkelijke inrichting van ons landschap waarin bezoekers en bewoners zich kunnen ontspannen. Dat resulteert in een bijdrage aan hun gezondheid en welzijn.
De verwevenheid van opgaven en ambities maakt dat ruimtelijke inrichting steeds gekoppeld moet zijn aan de brede welvaartsgedachte. De grote dynamiek van het stedelijk gebied moet worden afgewisseld met landschap als belangrijke dragende gebiedswaarde.
In Van Gogh Nationaal Park in oprichting is de ambitie om natuurgebieden samen te voegen tot een groot nationaal park. Het masterplan dat hiervoor is opgesteld door Noord-Brabantse overheden, bedrijven en organisaties en particulieren geeft blijk van de ambitie om natuurgebieden van de Loonse en Drunense Duinen, de Dommelvallei, Landgoed Pauwels en Nationaal Landschap Het Groene Woud met Kampina, de Geelders, De Mortelen samen te voegen tot één groot nationaal park.
Landschapspark Pauwels
Er werken negen partners, waaronder de provincie en de gemeente Tilburg, aan verschillende opgaven in het gebied. Het vergroten van de kracht, impact en aantrekkelijkheid van de natuurgebieden en het maximaal verduurzamen van de landbouw zijn in het gebied twee belangrijke opgaven (uit: Masterplan Pauwels, 2019).
We streven in Pauwels naar een duurzame vorm en natuurinclusieve landbouw waarbij de nadruk ligt op het verminderen van de effecten op het Natura 2000 gebied van de Loonse en Drunense Duinen, De Brand en Leemkuilen.
De wijze waarop we in Pauwels met de partners samenwerken en vanuit de verschillende belangen toch tot gezamenlijke opgaven en projecten weten te komen, legt een belangrijke basis voor de gebiedsgerichte aanpak die de provincie in de gebieden rond de Natura 2000 gebieden nastreeft. De samenwerking in Pauwels is ook van belang voor de gebiedsgerichte aanpak rond de Loonse en Drunense Duinen.
Opgaven in Pauwels:
Zwaluwenbunders landschappelijk in plaats van bedrijventerrein;
Recropassage; verbinding voor mens en dier, samen met provincie;
Stadsrand Noord; ontwikkeling met als doel om een aantrekkelijk en samenhangend overgangsgebied tussen stad en natuur te maken; de voortuin van Tilburg Noord (+ 5.000 woningen verdichtingsopgave);
Ondergronds brengen 150 kV hoogspanningsverbinding door TenneT;
Waterparklandschap (berging en zuiveren van water).
Versterken natuurnetwerk Brabant.
![i_NL.IMRO.0855.BSP2023001-c002_402002.png [image]](i_NL.IMRO.0855.BSP2023001-c002_402002.png)
Figuur: ligging De Spinder in Landschapspark Pauwels
Verstedelijkingsstrategie Brabant
Uitgangspunt voor de Brabantse verstedelijkingsstrategie in wording is de woningbouwopgave van het Rijk (+ 1 miljoen woningen).
Met de verstedelijkingsstrategie wil Brabant de belangen en opgaven van de stedelijke en landschappelijke laag van Brabant beter afwegen en verknopen zodat de doelen uit de Brabantse omgevingsvisies kunnen worden gerealiseerd en stad en landschap kunnen worden versterkt.
Verstedelijkingsopgave Tilburg
In Tilburg ramen we op basis van provinciale prognoses de noodzaak om 25.000 woningen toe te voegen aan de woningvoorraad tot 2040.
Volgens de Novi principes bouwen we die in of nabij stedelijk gebied.
De stadsregionale parken zijn onderdeel van het grotere Van Gogh Nationaal Park en bieden kansen om stad en landschap met elkaar te verbinden en door te trekken tot in de stad zelf. Onze ambitie is het Brabantse mozaïeklandschap te versterken, met natuur en landschap tot in het hart van onze stad en dorpen.
In Tilburg Noord zoeken we ruimte voor verdichting waarmee zo’n 5.000 woningen kunnen worden gebouwd.
De verbinding van Tilburg Noord met het buitengebied is van belang. Landschapspark Pauwels is de voortuin van Tilburg Noord.
Landschap vormt een belangrijke vestigingsvoorwaarde en is de basis voor klimaatadaptatie en verstedelijking. Het verbinden van Stadsbos 013 en Landschapspark Pauwels vormt daarbij de inzet van gemeente Tilburg. Hier ontvouwt zich ook een nieuwe groene corridor vanuit Wandelbos/Drijflanen tussen Kraaiven en Vossenberg I richting Pauwels.
![i_NL.IMRO.0855.BSP2023001-c002_402003.png [image]](i_NL.IMRO.0855.BSP2023001-c002_402003.png)
Figuur: landschap als vestigingsvoorwaarde
Mestbeleid
Door landelijk en provinciaal beleid (Nationaal programma landelijk gebied en Beleidskader Voedsel en Landbouw) wordt een versnelde afname van het aantal veehouderijen verwacht (opkoopregeling o.a.). Het beleid is erop gericht om de bedrijven die blijven te ondersteunen om natuurinclusief te worden en stalsystemen aan te passen.
De verwachting is dat er snel minder mest (centraal) te verwerken zal zijn en dus ook minder mestberwerkingsinstallaties nodig zijn. De centrale installaties die gebouwd worden zullen strategisch gezien op de juiste plekken moeten worden opgericht; dichtbij de bron en ver weg van gevoelige gebieden. Locatie de Spinder past als locatie niet in deze eisen te weten, dicht bij de bron en ver weg van gevoelige gebieden.
Uitvoeringsagenda Mest en Plan MER mest
Ter verwezenlijking van de opgaven in de Uitvoeringsagenda Mest (november 2022) van de provincie Noord-Brabant wordt gewerkt aan een plan MER mest, teneinde de ruimtelijke weerslag van de opgave en de (on)mogelijkheden hierin te duiden.
In het staande mestbeleid hanteert de provincie de randvoorwaarde dat een bedrijventerrein van 1ha bruto beschikbaar voor mestberwerking in aanmerking komt, indien het vanwege zijn bestemming bestemd en geschikt is voor gebruik door handel, nijverheid, industrie en commerciële en niet-commerciële dienstverlening (definitie Toelichting IBIS 2022). Hierbij wordt ook expliciet gemaakt dat terreinen voor grondstoffenwinning, olie en gaswinning, waterwinning, afvalstort en agrarische doeleinden zonder verwerkende industrie en logistiek niet bedoeld zijn voor mestberwerking.
Locatie De Spinder is gericht op bedrijven met een stadsrandfunctie. Op basis van de aanwezige bedrijfsbestemming is deze locatie een gespecialiseerd terrein dat gericht is op de berging van afval, afvalverwerking, (afval)waterzuivering en bedrijvigheid die past in een duurzaam energielandschap zoals het opwekken van groene energie. Daarbij is aangegeven dat op de Spinder geen ruimte is voor inrichtingen die in belangrijke mate geluidshinder kunnen veroorzaken of risicovol zijn.
De functie van centrale mestbewerking past hierom niet in het huidige provinciale mestbeleid.
De bestemming bedrijventerrein is nodig voor de activiteiten van de afvalverwerker en de waterzuivering. De bestemming is daarvoor ook toegespitst. Dat wil zeggen dat niet willekeurige bedrijvigheid hier mogelijk is. De functie van afvalverwerker is eindig. De afvalberg zal op termijn worden afgedekt en een andere functie krijgen, passend binnen de doelstellingen van Landschapspark Pauwels. Reeds om deze reden is er ook op basis van eventueel toekomstig mestbeleid van de provincie geen plek voor centrale mestbewerking op Spinder.
Uitgangspunten Bestemmingsplanregeling
Hoofdstuk 1 uitgangspunten en opzet bestemmingsplan
1.1 Uitgangspunten en opzet verbeelding
Het plan voorziet in een partiële herziening van de planregels van bestemmingsplan 'Bedrijventerrein Spinder 2017'. Bij het plan vinden geen wijzingen plaats aan de begrenzing van bestaande bestemmingen en aanduidingen. Op de planverbeelding is een aanduiding “specifieke vorm van bedrijf – bedrijf 1” opgenomen zodat het gevestigde, vergunde bedrijf postief bestemd wordt.
1.2 Uitgangspunten en opzet planregels
Dit bestemmingsplan voorziet in het uitsluiten van nieuwe mestbewerkingsbedrijven op De Spinder en de uitbreiding van het bestaande mestbewerkingsbedrijf.
Dit gebeurt door het opnemen van een verbod in de bestemmingsbeschrijving en een expliciet verbod bij de gebruiksregels.
Financiële uitvoerbaarheid
Artikel 3.1.6. van het Bro bepaalt dat in een vast te stellen bestemmingsplan een toelichting moet worden opgenomen, waarin (o.a.) de inzichten staan over de uitvoerbaarheid van het plan. Het onderhavige plan is gericht op het verbod op de vestiging van mestbewerkers op het bedrijventerrein De Spinder en bevat geen bouwplan als bedoeld in artikel 6.2.1 Bro. De grondexploitatiewet (afdeling 6.4 van de Wro) is om die reden niet van toepassing. Er hoeft geen exploitatieplan te worden opgesteld. De gemeentelijke plan- en apparaatskosten worden voldaan uit de algemene middelen. Eventuele wettelijk verplichte tegemoetkomingen in planschade worden ten laste van de algemene reserve van de gemeente gebracht.
Gelet op het voorgaande is het plan economisch uitvoerbaar.
Overleg en maatschappelijke uitvoerbaarheid
Hoofdstuk 1 Kennisgeving voorbereiding bestemmingsplan
De raad heeft op 12 april 2022 kennis gegeven van het voornemen te komen tot vaststelling van het voorliggende bestemmingsplan door bekendmaking van het voorbereidingsbesluit 'Voorbereidingsbesluit mestbewerking'.
Hoofdstuk 2 Overleg ex artikel 3.1.1 Bro
Ten aanzien van het vormgeven van het provinciaal mestbeleid en deze aangelegenheid heeft zowel ambtelijk als bestuurlijk meermaals overleg plaatsgevonden met de provincie. (zie bijgevoegde brief van de provincie Noord-Brabant d.d. 15 juli 2022 kenmerk C2291602 / 5107622) Over dit bestemmingsplan heeft geen afzonderlijk formeel vooroverleg plaatsgevonden. Gedurende het informele vooroverleg zijn de belangen van de provincie ons bekend geworden en is ook de provincie op de hoogte gebracht van het gemeentelijk standpunt.
Hoofdstuk 3 Omgevingsdialoog
Dit bestemmingsplan is een uitvloeisel van het op 11 april 2022 genomen voorbereidingsbesluit. Er heeft over dit plan geen omgevingsdialoog plaats gevonden. In verband met de vestiging van een mestfabriek op het bedrijventerrein De Spinder hebben vele groeperingen aangegeven hiertegen te zijn. Het is bij het betreffende bedrijf bekend dat de gemeente tegenstander is van de komst van een mestfabriek op deze locatie. Dit bestemmingsplan is een logisch vervolg op eerdere besluiten van het gemeentebestuur. Een omgevingsdialoog over dit plan heeft derhalve geen toegevoegde waarde
Hoofdstuk 4 Zienswijzen
Het ontwerpbestemmingsplan heeft, in overeenstemming met het bepaalde in artikel 3.8 van de Wet ruimtelijke ordening (Wro), gedurende zes weken ter inzage gelegen, te weten van maandag 13 februari tot en met 27 maart 2023. Tijdens deze periode zijn er 3 zienswijzen ingediend. In de nota van zienswijzen behorend bij het bestemmingsplan zijn de zienswijzen samengevat en beoordeeld.