| Plan: | Vossenberg West II |
|---|---|
| Status: | onherroepelijk |
| Plantype: | bestemmingsplan |
| IMRO-idn: | NL.IMRO.0855.BSP2011020-e001 |
In 1998 heeft de gemeenteraad de kadernota Ruimte voor Bedrijven vastgesteld. Het doel van de nota is het oplossen van de knelpunten op korte termijn en het reserveren van voldoende ruimte op langere termijn om in de vraag naar bedrijventerreinen te kunnen voorzien. Gezien de lange productietijd van bedrijventerreinen wordt als planhorizon het jaar 2015 aangehouden.
In de nota is de behoefte aan bedrijventerreinen in kaart gebracht. De behoefte is sterk afhankelijk van de conjunctuur en alleen globaal te ramen.
De feitelijke ontwikkelingen ten aanzien van de vraag naar en het aanbod van nieuwe bedrijventerreinen worden sindsdien gevolgd door middel van voortgangsrapportages. Na vaststelling van de kadernota Ruimte voor Bedrijven heeft zich een aantal belangrijke ontwikkelingen voorgedaan die de vraag naar, het aanbod van, de uitgifte en de beschikbaarheid van nieuwe bedrijventerreinen in de tijd hebben beïnvloed. Op basis van de in de voortgangsrapportages gesignaleerde ontwikkelingen wordt het ontwikkelingsprogramma voor nieuwe bedrijventerreinen periodiek geactualiseerd, zowel kwantitatief als kwalitatief.
In de Voortgangsrapportage Bedrijventerreinen 2004 is de segmentering enigszins aangepast. Nieuwe bedrijventerreinen worden in drie segmenten verdeeld (kwalitatief):
Het segment lokaal gemengd is te zien als verbijzondering van het segment kleinschalig gemengd en is te vinden in de dorpen en in woonwerkgebieden in het stedelijke gebied. Binnen de typen grootschalig en kleinschalig gemengd worden twee subtypen onderscheiden en wel standaardterreinen en hoogwaardige terreinen. Deze kwalitatieve segmentering is als uitgangspunt genomen in de Ruimtelijke Structuurvisie Tilburg 2020.
Nieuwe bedrijventerreinen, zoals de afronding van het bedrijventerrein Vossenberg, in de vorm van Vossenberg West II, vervullen een tweeledig doel. Ten eerste wordt ruimte geboden aan groeiende bedrijven en aan veranderingen in de economische structuur (onder andere schaalvergroting en nieuwe combinaties tussen industrie en dienstverlening) die ruimtelijk eisen stelt die niet meer te realiseren zijn in bedrijfsgebouwen op bestaande bedrijventerreinen. Hiermee wordt met name bedoeld: logistieke bedrijven. Bedrijventerreinen, zoals Vossenberg West II, kunnen wel voldoen aan die specifieke ruimtelijke wensen. Daarnaast vervullen bedrijventerreinen, zoals Vossenberg West II en Tradepark 58 ook een rol als opvangfunctie voor bedrijven vanuit de Oude Stad en vanuit de regio die niet optimaal op hun huidige locatie kunnen functioneren. Ook hiervoor wordt op de nieuwe bedrijventerreinen ruimte geboden.
Het beleid omtrent bedrijventerreinen in Tilburg komt overeen met de werkwijze conform de zogenaamde SER-ladder. Deze SER-ladder stelt dat voor de ruimtebehoefte van bedrijven eerst de ruimte binnen bestaand bebouwd gebied moet worden benut, vervolgens ruimte moet worden gezocht in de herstructurering van bestaande bedrijventerreinen en pas daarna mogen eventueel nieuwe terreinen worden ingericht. In de Nota Ruimte wordt de koppeling met de SER-ladder gelegd en is opgenomen dat nieuwe bedrijventerreinen pas aan de orde zijn wanneer de SER-ladder is doorlopen en bij een aantoonbaar urgent tekort aan bedrijventerreinen.
Van 1999 tot 2010 heeft Tilburg in totaal circa 146 hectare aan bedrijventerrein uitgegeven. Dit is gemiddeld circa 12.2 hectare per jaar. In deze 12 jaar zijn flinke fluctuaties te zien geweest in de uitgiftecijfers. Zo was er een teruggang tussen 2002 en 2005, maar zijn de cijfers in de periode 2005 tot 2009 weer aangetrokken. Deze fluctuaties zijn te wijten aan de economische conjunctuur, maar zeker ook aan periodes met een beperkte voorraad direct uitgeefbare kavels. De grootschalige bedrijfskavels zijn vooral uitgegeven aan logistieke bedrijven. Dit sluit aan bij het beleidsdoel om de positie van de regio Tilburg als logistiek knooppunt te verstevigen.
Sinds de vorige bestemmingsplanprocedure voor bedrijventerrein Vossenberg West II (2007) is een verandering in het economische klimaat opgetreden door de kredietcrisis uit september 2008 en de daaropvolgende algehele economische crisis, waardoor de vraag gesteld kan worden of het gerechtvaardigd is of en dergelijk groot bedrijventerrein nog past binnen de huidige economische prognoses. Het antwoord daarop is bevestigend en kan aangetoond worden aan de hand van verschillende feiten.
Vanaf circa 1987 organiseert de provincie Noord-Brabant de regionale planning van nieuwe bedrijventerreinen. De ontwikkeling van het bedrijventerrein Vossenberg West II is onderdeel van het regionale bedrijventerreinenprogramma 2005-2015 van de stedelijke regio Breda-Tilburg. Op het moment dat dit programma in 2004 werd opgesteld, was een uitgangspunt dat in 30% van de ruimtebehoefte van bedrijvigheid anders zou worden voorzien dan door middel van uitbreiden. Om in de resterende 70% van de vraag te voorzien is Vossenberg West II nodig. In 2006 zijn nieuwe prognoses voor de vraag naar ruimte op bedrijventerreinen opgesteld. Deze vielen lager uit dan de prognoses van 2002 waarop het bedrijventerreinenprogramma 2005-2015 was gebaseerd. Door de lagere uitkomst van de prognoses 2006 is besloten om de looptijd van het regionale bedrijvenprogramma te verlengen tot 2020. Ook na deze aanpassing van het programma bleef de ontwikkeling van Vossenberg West II kwantitatief noodzakelijk om in de geprognotiseerde ruimtevraag te voorzien.
Eind 2010 heeft de provincie nieuwe prognoses voor de ruimtevraag op bedrijventerreinen voor de periode tot en met 2020 laten opstellen, met een doorkijk naar 2040. In deze prognoses worden 4 scenario's voor de toekomstige economische ontwikkeling onderscheiden. Op basis van deze prognoses wordt in december 2011 voor elk van de 4 ruimtelijke regio's de omvang van de ruimtebehoefte en een nieuw regionaal bedrijventerreinenprogramma voor de periode tot en met 2020 vastgesteld.
De prognoses 2010 voorzien een minder grote ruimtebehoefte dan de prognoses 2006. Het is mede daarom aannemelijk dat het nieuwe regionale bedrijventerreinenprogramma een minder grote omvang krijgt. Daarnaast is in 2009 het convenant bedrijventerreinen afgesloten tussen de (toenmalige) ministeries van VROM en EZ, IPO en VNG. In dat convenant is de afspraak gemaakt om voor de ruimtebehoefte aan nieuwe bedrijventerreinen niet meer uit te gaan van het hoogste groeiscenario (Global Economy, GE), maar van het op 1 na hoogste groeiscenario (Transatlantic Market, TM). Logischerwijs zorgt het doorvoeren van die afspraak eveneens voor een waarschijnlijk minder omvangrijk bedrijventerreinenprogramma.
Bij het bepalen van de ruimtebehoefte en het nieuwe regionale bedrijventerreinenprogramma is de keuze voor het op 1 na hoogste groeiscenario Transatlantic Market een belangrijk element. Andere belangrijke elementen zijn de ruimtewinst door herstructurering en ruimteverlies door transformatie / herprofilering van bestaande bedrijventerreinen (vervangingsvraag), de ambitie zorgvuldig ruimtegebruik, de structurele leegstand (langer dan 3 jaar) en regionale economische speerpuntsectoren (logistiek, leisure, life care en aerospace & maintenance). Deze elementen bepalen gezamenlijk de kwantitatieve ruimtebehoefte en vervolgens moet dat worden vertaald in een programma voor nieuwe bedrijventerreinen dat inspeelt op de kwalitatieve vraag vanuit het bedrijfsleven. Dit proces loopt op dit moment nog, maar wordt volgens planning in december 2011 afgerond met vaststelling van een regionaal bedrijventerreinenprogramma voor regio Hart van Brabant voor de periode 2011-2020.
In het vigerende programma is Vossenberg West II voorzien voor ontwikkeling vanaf circa 2010. Daarin is Vossenberg West II gericht op de sector logistiek, met als specifieke sterke punten de grootschalige verkaveling en multimodale bereikbaarheid. Uit de prognose 2010 blijkt dat in de komende 10 jaar voor de regio Hart van Brabant nog steeds een stevige ruimtebehoefte wordt voorzien vanuit de logistieke sector. Hetzelfde geldt ook voor de regio West-Brabant. De regio Hart van Brabant heeft in het samenwerkingsverband Midpoint de sector logistiek bovendien benoemd als regionaal economische speerpuntsector. Het is erg aannemelijk dat de specifieke inspanningen van de regio voor het faciliteren en accommoderen van de sector logistiek nog resulteren in extra ruimtevraag bovenop de geprognotiseerde ruimtevraag. De combinatie van de gepronotiseerde ruimtevraag en de extra inspanningen van de regio Hart van Brabant voor de speerpuntsector logistiek onderstrepen de noodzaak van en de behoefte aan ontwikkeling van Vossenberg West II alleen maar verder.
Vanwege het specifieke profiel van Vossenberg West II (logistiek en multimodaal) en de behoefte vanuit het bedrijfsleven staat de ontwikkeling van dit bedrijventerrein noch in de regio noch bij provincie ter discussie. De behoefte aan dergelijke grootschalige, multimodale bedrijventerreinen voor de logistieke sector is door provincie bovenregionaal getoetst en de ontwikkeling is afgestemd op andere logistieke ontwikkelingen in Midden- en West-Brabant, zoals Logistiek Park Moerdijk (LPM). Bovendien is Vossenberg West II zeer snel bouwrijp en uitgeefbaar te maken. Ook daarom staat Vossenberg West II bovenaan in het vigerende programma en zal daar ook in het nieuwe regionale bedrijventerreinenprogramma blijven staan.
Het ministerie van Infrastructuur en Milieu heeft deze onderbouwing van de vraag naar bedrijventerreinen in de provincie en regio Noord-Brabant en dan specifiek gericht op het bedrijventerrein Vossenberg West II onderschreven. Het ministerie heeft Vossenberg West II vanwege de aangetoonde nut en noodzaak opgenomen in de derde tranche van de Crisis- en Herstelwet.
Zowel rijk als provincie hebben een forse subsidie toegekend voor de ontwikkeling van multimodale faciliteiten op dit terrein, omdat zij een dergelijke ontwikkeling van dit terrein vanuit het beleidsdoel multimodale knooppunten noodzakelijk achten.
In 2008 heeft Stec groep in opdracht van de regio Breda-Tilburg (gemeenten en provincie) de kwalitatieve ruimtevraag van bedrijven / sectoren in de regio Breda-Tilburg onderzocht, welk onderzoek nadien is verbreed naar Midden- en West-Brabant. De vraag naar bedrijventerreinen komt uit verschillende sectoren. Vanuit de traditionele bedrijventerreinsectoren zijn met name de sectoren logistiek en groothandel in de periode tot en met 2020 belangrijke en (nog steeds) groeiende ruimtevragers. Voor circa 75% van het aantal ruimtevragende bedrijven geldt dat ze een kavel zoeken met een omvang van 5.000 m2 of kleiner. Dit wil dus zeggen dat circa 25% van het aantal ruimtevragende bedrijven vraagt om kavels groter dan 5.000m2 vraagt. Deze bedrijven zorgen voor het grootste deel van de ruimtevraag in hectares. Een belangrijk deel van deze bedrijven is actief in de logistieke sector.
Blijkens de onderzoeken van Stec is de sector logistiek in de afgelopen 10 jaar zowel landelijk als in de regio's Midden- en West-Brabant in aantallen hectares veruit de grootste ruimtevrager geweest. Ook voor de komende 10 jaar wordt nog een forse ruimtevraag vanuit de logistieke sector voorzien. De Stec-onderzoeken bevestigen de kwantitatieve noodzaak én de kwalitatieve toegevoegde waarde van het nieuwe aanbod op Vossenberg West II voor de totale voorraad bedrijventerreinen in de regio.
Stec geeft aan dat de logistieke sector als belangrijke ruimtevrager specifieke eisen stelt aan de ruimtelijke en stedenbouwkundige opzet en inrichting van bedrijventerrein. Bij die specifieke eisen moet worden gedacht aan mogelijkheden voor bouwhoogtes tot 30 meter, kavels van 3 tot 4 hectare voor 'kleinere' specialisten en zeer grote kavels tot 10 hectare voor Europese distributiecentra (EDC's), kavels met mogelijkheden voor bedrijfsgebouwen van minimaal 35 meter diep en voldoende brede wegen. Daarnaast heeft de logistieke sector een groeiende behoefte aan multimodaal ontsloten bedrijventerreinen. Vooral vervoer van goederen over water wint aan populariteit. Bedrijventerreinen die aan deze eisen beantwoorden en multimodaal zijn ontsloten, hebben een sterke concurrentiepositie onder logistieke eindgebruikers, ontwikkelaars en beleggers. Vossenberg West II voorziet in een grootschalige verkaveling met multimodale ontsluiting, wat dus zeer goed aansluit bij de specifieke locatie-eisen van de sector logistiek.
Voor Tilburg is het belangrijk om de ambities voor nieuwe en af te ronden bedrijventerreinen te richten op kansrijke bedrijventerreinensectoren, zoals logistiek, industrie/productie/assemblage en maintenance. De vernieuwende verbindingen tussen sectoren zorgen ook dat in Tilburg veel activiteiten te vinden zijn die veel toegevoegde waarde kunnen creëren in de keten van productontwikkeling tot levering van het eindproduct. Door op nieuwe bedrijventerreinen te voorzien in ruimte voor deze ontwikkelingen en deze bedrijvigheid wordt de economische structuur van Tilburg verbreed en versterkt. Deze nieuwe bedrijventerreinen dragen zo bij aan de economische ontwikkeling van de stad en behoud van duurzame groei van nieuwe werkgelegenheid voor met name lager- en middelbaar opgeleide werknemers, maar ook voor hoger opgeleiden.
De vraag om bedrijventerreinen zoals hier eerder geschetst is, met name in de logistieke sector, is de reden voor de uitbreiding van het bestaande bedrijventerrein Vossenberg in de vorm van de uitbreiding met het logistiek georiënteerde Vossenberg West II. Ook het bestaande bedrijventerrein Vossenberg heeft profijt van het multimodale karakter van Vossenberg West II, met name voor wat betreft de langshaven en containerterminal.