direct naar inhoud van 5.7 Natuur en Ecologie
Plan: Zorgvlied 2008, 2e herziening (Burg. Damsstraat 15)
Status: onherroepelijk
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0855.BSP2010001-e001

5.7 Natuur en Ecologie

5.7.1 Gebiedsbescherming

Het plangebied van de Burg. Damsstraat 15 ligt niet in een Habitatrichtlijngebied of in de nabijheid of de invloedssfeer ervan. Bovendien gaat het om de sloop en bouw van woningen in het bestaand stedelijk gebied van Tilburg, waardoor geen sprake is van significant negatieve effecten op het Habitatrichtlijngebied. Bescherming in het kader van de Habitatrichtlijn is dan ook niet aan de orde.

Daarnaast ligt het plangebied niet in of nabij de Ecologische Hoofdstructuur of Groene Hoofdstructuur. Vanuit het bestaande rijks- of provinciale natuurbeleid rust dan ook geen planologische gebiedsbescherming op de locatie.

Tot slot ligt dit gebied niet in de Groene Mal. Vanuit het gemeentelijk natuurbeleid rust daarom ook geen planologische gebiedsbescherming op de locatie.

5.7.2 Soortenbescherming

TBV Wonen is voornemens het gebouw 'Mariëngaarde' aan de Burg. Damsstraat te renoveren. De renovatie bestaat gedeeltelijk uit het aanbouwen van het bestaande pand en gedeeltelijk uit sloop en nieuwbouw. Ten behoeve van de renovatie en sloop is men van plan enkele bomen in de binnentuin te kappen.

In het kader van de Flora- en faunawet is door Royal Haskoning een (verkennend) onderzoek gedaan naar de aanwezigheid van beschermde soorten in het plangebied, waarbij in februari 2010 een bezoek aan het plangebied is gebracht. Uit deze quickscan komt naar voren dat in het gebouw beschermde soorten kunnen huizen. Het gaat om vleermuizen, gierzwaluw en huismus. Daarom is aanvullend onderzoek naar het voorkomen van vleermuizen en broedvogels uitgevoerd. Op basis van dit onderzoek kan geconcludeerd worden dat:

- De aanwezigheid van nesten van beschermde broedvogels in de panden valt uit te sluiten.

- Er tijdens het onderzoek geen vleermuizen zijn waargenomen die binding met het gebouw Mariëngaarde hebben en hiermee de functie van het pand als vaste verblijfplaats voor vleermuizen kan worden uitgesloten.

Voor de geplande werkzaamheden hoeft geen ontheffing van de Flora- en faunawet te worden aangevraagd.

Naast het voorkomen van bovengenoemde soorten is het aannemelijk dat er in de tuin verschillende andere vogelsoorten kunnen broeden. Het rooien van stuiken en kappen van bomen (die niet kapvergunningsplichtig zijn) dient buiten de broedtijd plaats te vinden, omdat nesten en eieren van vogels beschermd zijn door de Flora- en faunawet. De broedtijd is niet te vatten in een begin- en einddatum. In de periode oktober tot en met februari is de kans zeer klein dat er gebroed wordt in het plangebied. Om er zeker van te zijn dat er niet gebroed wordt, is het sterk aan te raden om voorafgaand aan de kapwerkzaamheden de bomen en struiken te laten controleren door een ter zake kundig persoon, bijvoorbeeld een ecoloog.

Voor meer informatie over het onderzoek wordt verwezen naar het rapport 'Onderzoek naar beschermde soorten en noodzaak kapvergunning Mariëngaarde aan de Burgemeester Damsstraat te Tilburg' (Royal Haskoning, maart 2010) en 'aanvullend onderzoek naar het voorkomen van vleermuizen en broedvogels in Mariëngaarde te Tilburg' (Royal Haskoning, 1 oktober 2010) in de bijlage.