direct naar inhoud van 6.10 Ecologie
Plan: Reit Zonnehof
Status: onherroepelijk
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0855.BSP2009022-e001

6.10 Ecologie

Gebiedsbescherming

Het plangebied van de Zonnehof ligt niet in een Habitatrichtlijngebied of in de nabijheid of de invloedssfeer ervan. Bescherming in het kader van de Habitatrichtlijn is dan ook niet aan de orde.

Daarnaast ligt het plangebied niet in de Ecologische Hoofdstructuur of Groene Hoofdstructuur. Vanuit het bestaande rijks- of provinciale natuurbeleid rust dan ook geen planologische gebiedsbescherming op de locatie.

Tot slot ligt dit gebied niet in de Groene Mal. Vanuit het gemeentelijk natuurbeleid rust daarom ook geen planologische gebiedsbescherming op de locatie.

Soortenbescherming

Voor de sloop en nieuwbouw van panden op het terrein van Zonnehof is het nodig om een flora- en faunaonderzoek in te stellen, aangezien hier een aantal oudere gebouwen staat en in een deel van het plangebied grote bomen aanwezig zijn. Dit verkennende onderzoek is in januari 2008 door Ecologisch Adviesbureau Cools uitgevoerd.

Uit dit onderzoek komt naar voren dat beschermde plantensoorten niet zijn niet aangetroffen. Wel is in dit onderzoek geconcludeerd dat te rekenen valt met enkele algemene soorten (broed)vogels en zoogdieren, die alle beschermd zijn volgens de Flora- en faunawet.

Met betrekking tot (broed)vogels, die van het plangebied gebruik maken, dient het volgende in acht te worden genomen. Om verstoring van vogels, die mogelijk in en om het plangebied broeden, te voorkomen dienen de werkzaamheden buiten het broedseizoen (ongeveer half maart tot half juli) te worden uitgevoerd. Mochten de werkzaamheden onverhoopt wel in het broedseizoen dienen te worden uitgevoerd, dan dient het plangebied één à twee weken voor de aanvang van de werkzaamheden door een bioloog/ecoloog te worden gecontroleerd op de aanwezigheid van broedende vogels. Indien broedende exemplaren worden aangetroffen dan dienen verstorende werkzaamheden in een voor de soort specifieke straal rondom de broedlocatie achterwege te worden gelaten tot het tijdstip waarop de jongen het nest hebben verlaten.

Met betrekking tot de zoogdieren wordt in de quickscan geconcludeerd dat naast enkele algemene soorten mag worden aangenomen dat het gebied af en toe zal worden bezocht door enkele gewone dwergvleermuizen om te foerageren. In de omgeving van het plangebied zijn echter voldoende alternatieve foerageerplaatsen aanwezig.

Indien met bovenstaande rekening wordt gehouden, dan is een ontheffing van de Flora- en faunawet niet nodig.

Te allen tijde dient echter wel aan de zorgplicht van de Flora- en faunawet te worden voldaan. Deze zorgplicht houdt in, dat handelingen die niet noodzakelijk verband houden met het beoogde doel en tevens nadelig zijn voor de flora en fauna achterwege moeten blijven.

Voor meer informatie wordt verwezen naar het rapport ´Quick scan beschermde natuurwaarden in het plangebied Zonnehof te Tilburg´ (Ecologisch Adviesbureau Cools, januari 2008). Dit rapport is te vinden in bijlage 3 (Quickscan natuurwaarden).