direct naar inhoud van 6.1 Archeologie
Plan: St. Elisabeth ziekenhuis e.o. 2009
Status: onherroepelijk
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0855.BSP2008027-e001

6.1 Archeologie

6.1.1 Inleiding

Op 1 september 2007 is de Wet op de archeologische monumentenzorg (Wamz) in werking getreden. Hiermee is het Verdrag van Malta uit 1992 in de Nederlandse wetgeving geïmplementeerd. Dit betekent onder meer het volgende:

  • 1. De introductie van het veroorzakersprincipe, waardoor de kosten van archeologisch onderzoek verhaald kunnen worden op de verstoorder.
  • 2. De verankering van de archeologische monumentenzorg in de ruimtelijke ordening.

Met de komst van de wet is het archeologiebestel in Nederland met name voor de overheidsorganen sterk gewijzigd. De nota 'Grond voor het verleden' (2007) is het beleidsplan voor het Tilburgse archeologiebeleid.

Naar aanleiding van de herziening van het beheerbestemmingsplan Leijpark Koningshoeven (verder plangebied genoemd) is door Fontys-BILAN in 2007 een cultuurhistorisch en archeologisch bureauonderzoek uitgevoerd. Dit onderzoek is deel van een reeks onderzoeken in het kader van de globale herziening van de beheersbestemmingsplannen van de gemeente. Het plangebied Elisabethziekenhuis maakt deel uit van het gebied Leijpark Koningshoeven en derhalve kunnen de cultuurhistorische gegevens van dit laatste plangebied overgenomen voor het gebied Elisabethziekenhuis. In de volgende paragraaf wordt volstaan met een globale beschrijving. Voor gedetailleerde informatie wordt verwezen naar het desbetreffende rapport van BILAN (zie bijlage 1 bij toelichting: Archeologisch rapport Groenewoud-Koningshoeven).

Om de cultuurhistorische waarden van het gebied duidelijk in beeld te brengen worden vier aspecten uitgewerkt:

  • Historische geografie en ontwikkeling van het landschap
  • Archeologie
  • Objecten en structuren (monumentale objecten, ensembles en gebieden)
  • Richtlijnen en voorwaarden

Al naar hun belang en de beschikbare informatie worden deze aspecten nader belicht. Tevens wordt aangegeven welke aspecten onder enige vorm van beschermende wet- en regelgeving vallen.

Bronnen:

  • H. van Dijk & E. de Boer, Van Eselven tot Vyf Hoeven. Tilburg, Groenewoud-Koningshoeven Archeologisch en cultuurhistorisch bureauonderzoek, BILAN 2007 (concept).
  • Cultuurhistorische Inventarisatie Noord-Brabant / M.I.P., gemeente Tilburg, opgesteld door de provincie Noord-Brabant, oktober 1995.
  • Architectuur en stedenbouw 1940-1965, gemeente Tilburg, STOA 2005.
  • Herinventarisatie M.I.P.-panden, BILAN 2006.
6.1.2 Historische geografie en ontwikkeling

Het plangebied bevindt zich op het meest zuidoostelijke deel van de hoge gronden waarop de verschillende nederzettingen van Tilburg lagen. Het plangebied en de onmiddellijke omgeving kan grofweg worden verdeeld in hoge akkergronden in het noordwesten en het lage beekdal van de Oude en Nieuwe Leij in het zuidoosten.

Het gebied ten noorden van het plangebied behoorde tot de hooggelegen akkergronden van Broekhoven, Driehuizen en De Hoeven of De Vijfhoeven die de zuidelijkste uitloper vormden van het grootste, centrale akkercomplex van Tilburg (De Schijf). Er zijn aanwijzingen dat in dit gebied al in de twaalfde eeuw, maar zeer waarschijnlijk nog eerder, ontginningen plaatsvonden.

De hoge akkergronden van Tilburg werden in het zuiden begrensd door het brede beekdal van de Oude en Nieuwe Leij. Hier bevind zich ook het plangebied Elisabethziekenhuis. De Nieuwe Leij is een aftakking van de Oude, een waterloop die ontspringt in de omgeving van Ravels (B). Voorbij de grens met Tilburg stroomden beide beken door een zeer breed beekdal om ter hoogte van Moerenburg, aan de oostzijde van het Wilhelminakanaal, weer samen te komen. Het beekdal bestond uit beemden (hooi- en graslanden), weidegronden en 'moerassen'.

De omgeving van het plangebied werd van noordwest naar zuidoost doorsneden door een aantal dijken die het beekdal van de Oude en Nieuwe Leij overstaken. Dit waren, van oost naar west, de Harmen Aerts Dyck (nu Koningshoeven), de Driehuizen Dyk (nu in het Leijpark) en de Broekhovenschen Dyk (nu gedeeltelijk de Hilvarenbeekseweg). De laatste dijk ligt in het plangebied Elisabethziekenhuis. De meeste wegen waren in de Middeleeuwen (of wellicht al eerder) verhoogd om de routes naar het zuiden zeker te stellen. Vanaf die periode komt men de aanduiding 'dijk' dan ook veelvuldig tegen. De nederzettingen in het plangebied, Broekhoven, Driehuizen en De (Vyf)Hoeven, lagen bij het begin van deze verhoogde wegen.

Tot ver in de twintigste eeuw bleef het plangebied en de directe omgeving een overwegend agrarisch gebied. Rond 1920 werd ten noorden van Broekhoven een kleine wijk gebouwd (Vogeltjesbuurt). In 1939 werd het grootste deel van het plangebied omgevormd tot het Leijpark, naar een ontwerp van L. Springer. Rond de Koningshoeven ontwikkelde zich een klein bedrijventerrein, met name na de vestiging van de fabrieken van de familie Houben in de tweede helft van de negentiende eeuw die aan deze weg ook een aantal villa's liet bouwen.

In 1947 is langs de noordgrens van het plangebied de Ringbaan Zuid aangelegd als onderdeel van de Rijksweg 63 naar Breda. In 1958 werd ten zuiden hiervan de A58 aangelegd waarvoor vanaf de Ringbaan Zuid een verbindingsweg werd aangelegd (Kempenbaan).

6.1.3 Archeologie (bodemarchief)

Het gebied ten noorden van het plangebied heeft op de Archeologische Waarschuwingskaart van Tilburg (ARWATI), vanwege de ligging op een relatief hooggelegen dekzandrug, deels een zeer hoge archeologische verwachtingswaarde. Het iets lager gelegen gebied ten zuiden hiervan, in de omgeving van het Leijpark, heeft een hoge verwachtingswaarde, terwijl de noordoever van het beekdal van de Oude en Nieuwe Leij een basis- tot middelhoge verwachtingswaarde is toegekend. Het beekdal ter hoogte van het plangebied heeft een 'onbekende' verwachting. De grote wegen in en langs het plangebied hebben eveneens een onbekende verwachtingswaarde. Om deze verwachting nader te kunnen specificeren is in het uitgevoerde onderzoek vertrokken vanuit de reconstructie van het prestedelijke landschap, die in nauwe relatie staat tot de bewoningsgeschiedenis. Belangrijk onderdeel is hierbij het hanteren van een lagenbenadering. De verschillende landschappelijke lagen zijn reliëf, water, bodem en wegenpatroon. Deze aspecten werden aangevuld met onder andere archeologische waarnemingen, bekende historische bebouwing en toponymisch onderzoek om een overzicht te krijgen van de historische bewoning en het type landschapsgebruik. De landschapsreconstructie werd gekoppeld aan bekende nederzettingspatronen uit diverse perioden. Op deze manier werd uitspraak gedaan over locaties die gunstig kunnen zijn geweest voor (pre)historische bewoning.

De archeologische verwachting, zoals aangeduid op de ARWATI, is op basis van het uitgevoerde cultuurhistorisch en archeologisch onderzoek nader toegespitst en weergegeven in een verwachtingskaart. Deze verwachting geeft echter een historische situatie weer, waarbij geen rekening is gehouden met moderne en submoderne verstoringen waarmee de snelle urbanisatie van het plangebied in de twintigste eeuw gepaard is gegaan. Zo zullen bij de aanleg van woonwijken delen van het plangebied zijn geëgaliseerd en/of afgegraven (funderingen), waardoor de kans op archeologische waarden sterk is verminderd of zelfs geheel is verdwenen. Deze delen van het plangebied hebben daardoor een lagere archeologische verwachting. In figuur 1 zijn de verwachtings- en de verstoringskaart samengevoegd tot een kaart, waarin onderscheid wordt gemaakt in terreinen met geen tot lage archeologische verwachting, terreinen met middelhoge tot hoge archeologische verwachting en archeologisch waardevolle terreinen (o.a. archeologische monumenten).

In het plangebied liggen geen terreinen van bijzondere archeologische trefkans of waarde, waarvoor wordt aanbevolen om deze als primaire bestemming archeologie te geven.

6.1.4 Structuren

Uit het BILAN-rapport blijkt dat het plangebied tot ver in de twintigste eeuw doorkruist werd door een aantal wegen en paden, dat mogelijk teruggaat op een zeer oud padenpatroon. Bij de aanleg van het Leijpark, de bouw van het Sint-Elisabethziekenhuis en de aanleg van de Kempenbaan is een deel van het netwerk van wegen en paden verloren gegaan. Het tracé van enkele van deze wegen en paden is echter nog deels herkenbaar in het huidige wegenpatroon. Tot de meest bijzondere structuren behoren de Driehuizen Dyk (nu in het Leijpark) en de Broekhovenschen Dyk (gedeeltelijk bewaard tussen de gebouwen van het Sint-Elisabethziekenhuis en bijhorende parkeerplaats).

6.1.5 Richtlijnen en voorwaarden

De resultaten van het archeologisch inventariserend bureauonderzoek met inbegrip van de indicatieve periodenkaart van het plangebied, vormen, in combinatie met de vigerende verwachtingskaart(en) en de bekende archeologische waarnemingen, de basis voor advisering en toetsing betreffende archeologische waarden en eventueel vooronderzoek bij ruimtelijke ontwikkelingen en met name vrijstellings- en andere voor archeologie van toepassing zijnde vergunningsprocedures op een bepaalde locatie. Zeker indien het bodemarchief van een bepaald terrein (vermoedelijk) nog niet verstoord is, is nader onderzoek naar eventuele archeologische sporen en vondsten aan de orde.

a. Gebied met (middel)hoge archeologische verwachting: bij planvorming (c.q. bouwaanvragen) waarbij sprake is van grondverzet geldt, in die locaties die op de waarschuwingskaart een aanduiding hebben van (middel)hoge archeologische verwachting, advies- en/of onderzoeksplicht inzake archeologie. Deze verplichting geldt bovendien op grond van rijks- en provinciaal beleid voor vrijstellingsprocedures, bestemmingsplanprocedures en MER-plichtige projecten.

b. Archeologisch waardevol terrein: aanlegvergunning met als voorwaarde archeologisch vooronderzoek bij planologische ontwikkelingen voor locaties aangeduid op de plankaart als terrein met bestemming archeologie.