direct naar inhoud van Regels

Beheersverordening Reeshofweide 2023

Status: vastgesteld
Identificatie: NL.IMRO.0855.BHV2016003-e001
Plantype: beheersverordening

Toelichting

 

Hoofdstuk 1 Inleiding

 

 

1.1 Aanleiding

 

De Raad van State heeft op 3 augustus 2022 de beroepen van Barge Terminal tegen het bestemmingsplan Reeshofweide 2018, vanwege een procesfout, gegrond verklaard. Het besluit is namelijk genomen in strijd met het beginsel van fair play, omdat Barge Terminal niet op de hoogte is gesteld dat de raadsvergadering over het plan, anders dan was aangekondigd, al op 1 november 2021 plaats zou vinden. Daarmee is het vastgestelde bestemmingsplan Reeshofweide 2018 vernietigd en herleeft het oude bestemmingsplan.

 

Het bestemmingsplan Reeshofweide 2018 maakte in het gebied Reeshofweide het herstel en realisatie van de Dongeloop/EVZ Dongezone mogelijk alsmede de realisatie van natuurcompensatie vanwege de verbreding Wilhelminakanaal, de realisatie natuurcompensatie vanwege een uitbreiding van de Beekse Bergen, de aanleg van nieuwe natuur, de aanleg van een volkstuinencomplex en de bouw van 35 patiowoningen.

 

Deze beheersverordening legt de bestaande situatie, binnen het oorspronkelijke plangebied van het bestemmingsplan Reeshofweide 2018, vast

1.2 Besluitgebied: ligging en omgeving

 

Het besluitgebied is het gebied waarop de beheersverordening van toepassing is.

Het besluitgebied omvat het gebied Reeshofweide en wordt globaal begrensd door het Wilhelminakanaal aan de noordzijde, de wijk Reeshof aan de oostzijde, de Langendijk aan de zuidzijde en de tangent aan de westzijde. Een perceel in de hoek Langendijk / Burg Letschertweg valt buiten het besluitgebied. Daarnaast behoort het gebied Koeweiden tot het besluitgebied. Dit gebied ligt ten zuiden van het Wilhelminakanaal en ten westen van de Burg. Letschertweg.

 [image]

plangebied

1.3 Vigerende planologische regeling

 

De feitelijke situatie en de verleende omgevingsvergunningen zijn het uitgangspunt voor de planologische regeling. Op dit moment gelden de volgende regelingen:

 

1.4 Motivering beheersverordening

De gemeente heeft sinds 2008 in de Wro de keuze gekregen tussen een bestemmingsplan of een beheersverordening. De keuze tussen beide instrumenten is afhankelijk van het karakter van het plangebied. De beheersverordening is geïntroduceerd voor gebieden waar geen ruimtelijke ontwikkeling wordt voorzien (art. 3.38 Wro). De Wro geeft niet aan wat moet worden verstaan onder een 'ruimtelijke ontwikkeling', terwijl aan de hand van dit begrip moet worden bepaald of een beheersverordening kan worden opgesteld. In de wetsgeschiedenis is hierover onder meer te vinden 'dat van een ruimtelijke ontwikkeling sprake is als het gaat om ruimtelijk relevante veranderingen in het planologisch toegestane gebruik van gronden en opstallen alsmede om bouwkundige wijzigingen van bouwwerken, waarvoor een bouwvergunning (nu: omgevingsvergunning) nodig is'.

 

Een bestemmingsplan is voorbehouden aan gebieden waar ruimtelijke ontwikkelingen mogelijk is. Bij de beheersverordening gaat het om gebieden die 'af' of 'uitontwikkeld' zijn.

 

Cruciaal verschil met een bestemmingsplan is dat in een beheersverordening het bestaande feitelijke gebruik of de bestaande planologische situatie, en dus geen planologisch relevante ontwikkelingen, worden vastgelegd.

 

Het bestemmingsplan Reeshofweide 2018 dat de bouw van woningen en overige ontwikkelingen (zie paragraaf 1.1.) mogelijk maakte is van 30 juli 2019 tot 3 augustus 2022 van kracht geweest. In die periode zijn er vergunningen verstrekt, waartegen geen beroep is ingesteld.

Het betreft de volgende vergunningen:

Deze vergunningen zijn onherroepelijk en de vergunde activiteiten zijn gerealiseerd.

 

De Wro heeft een bovengrens gesteld voor gebieden waarvoor de verordening kan worden toegepast. Een beheersverordening vormt namelijk een beheerregeling voor het bestaand gebruik voor een gebied waarin geen ruimtelijke ontwikkelingen zijn voorzien binnen de horizon van de verordening. Onder beheerregeling wordt zowel een regeling voor de daadwerkelijk aanwezige situatie verstaan, als een regeling voor planologische ruimte. Dit betekent dat de beheersverordening kan worden ingezet voor gebieden waar op korte en middellange termijn (circa de komende 10 jaar) geen ontwikkelingen worden verwacht die afbreuk doen aan het bestaande straat‐en functiebeeld van het betreffende gebied. Naast de bestaande situatie, kan de beheersverordening ook voorzien in planologische ruimte, zolang hiermee geen ruimtelijke ontwikkeling ontstaat.

 

Aan de voorwaarden die gelden voor het toepassen van een beheersverordening wordt voldaan. Er zijn namelijk voor het besluitgebied van het bestemmingsplan Reeshofweide 2018 geen ontwikkelingen voorzien. Er is voor Reeshofweide ook geen (wettelijke) verplichting dat er een bestemmingsplan moet komen.

 

Procedure beheersverordening

 

De beheersverordening behoort wettelijk gezien tot de categorie verordeningen en wordt vastgesteld door de gemeenteraad (art. 3.38 lid 1 Wro). De gemeenteraad heeft veel vrijheid over hoe de beheersverordening eruit ziet, maar het Besluit ruimtelijke ordening (hierna: Bro) geeft wel enkele regels. Zo moet de beheersverordening langs elektronische weg worden vastgelegd en vastgesteld. De beheersverordening moet digitaal beschikbaar worden gesteld en volledig, toegankelijk en begrijpelijk worden verbeeld.

In de Wro is geen voorbereidingsprocedure voorgeschreven voor de beheersverordening. Hierdoor is de procedure tot vaststelling van een beheersverordening eenvoudiger en korter dan de vaststelling van een bestemmingsplan. Het bieden van inspraak voor belanghebbenden is daardoor niet wettelijke verplicht. Ook de 'Richtlijn omgevingsdialoog' gemeente Tilburg kent geen verplichte inspraak voor een beheersverordening.

Een ander gevolg van bovenstaande is dat ten aanzien van deze beheersverordening geen zienswijzen kenbaar kunnen worden gemaakt. Ook staat na vaststelling door de gemeenteraad geen beroep open bij een rechterlijke instantie.

De beheersverordening vormt één van de toetsingskaders voor het verlenen van omgevingsvergunningen. Indien er een omgevingsvergunning wordt verleend of geweigerd op grond van de beheersverordening kan tegen deze vergunning wel bezwaar en beroep worden ingesteld.

Hoofdstuk 2 Beschrijving bestaande situatie

 

Ruimtelijke structuur

Het gebied Reeshofweide grenst aan de bestaande woonbuurten Leeuwerik en Dalem Noord, het buitengebied en (indirect) aan Vossenberg West 2. Een deel van het gebied Koeweiden, dat ten westen van de Burgemeester Letschertweg ligt, is aan het besluitgebied toegevoegd.

Dominante elementen in de hoofdstructuur zijn de Dongezone, het Wilhelminakanaal, de Burgemeester Letschertweg, de Middeldijkdreef (wijkontsluitingsweg) en de Langendijk. Ingeklemd tussen deze structurerende vormen Reeshofweide en Dalemweide als het ware een overgangsgebied tussen het bebouwde stedelijke gebied en het agrarische buitengebied, terwijl Koeweiden onderdeel uitmaakt van het buitengebied.

Het riviertje de Donge loopt van zuid naar noord door de wijk Reeshof en is een belangrijke ecologische zone.

 

Functionele structuur

In de zuidelijke punt van het gebied is één burgerwoning aanwezig. In het gebied is een zwaaikom aangelegd voor schepen die de containerterminal van bedrijventerrein Vossenberg West II aandoen. Dit bedrijventerrein ligt aan de noordzijde van het Wilhelminakanaal. Er is een geluidswal / zichtwal aangelegd om het uitzicht op het bedrijventerrein, vanuit de woningen in de Leeuwerik, te verminderen. De Burgemeester Letschertweg maakt onderdeel uit van de ring om Tilburg. Deze weg verbindt de Midden-Brabantweg (N261) met rijksweg A58 en voert met een brug over het Wilhelminakanaal. Aan de westzijde van de weg bevindt zich het buitengebied van Gilze-Rijen, met agrarisch grondgebruik en waardevol natuurlandschap (Koeweiden).

 

Woonblok

Midden in de Reeshofweide ligt een woonblok van 35 patiowoningen als een rechthoekig 'eiland' in de Dongezone waarbij alle nieuwe woningen zicht hebben op het omliggende landschap. Het wooneiland is toegankelijk door middel van een weg met een brug door de Dongezone.

 

Natuur

Het overige gebied is ingericht als natuurgebied met veel water en overstromingsgraslanden. Hierin volgt de Dongestroom een nieuw tracé en is, onder de burgemeester Letschertweg door, verbonden met het gebied Koeweiden. Ook is er een verhard fietspad langs de Langendijk aanwezig en wandelpaden door het gebied.

 

Volkstuinen

Dicht bij de Burgemeester Letschertweg zijn volkstuinen aanwezig. Het complex bestaat uit in totaal 83 tuinen van 20 meter breed en 5 meter lang, een (half)verharde rondweg en afschermende hekwerken. Daarnaast is er een kantine met sanitaire- of opslagvoorzieningen en 32 parkeerplaatsen.

 

Vaarwegen

Binnen het besluitgebied liggen twee stukjes van het Wilhelminakanaal.

Hoofdstuk 3 Beleid

 

3.1 Rijk en provincie

Rijksbeleid

In het gebied spelen geen rijksbelangen, daarom wordt het beleid van het rijk niet in deze beheersverordening besproken.

 

Provinciaal beleid

Op 1 januari 2011 is de Structuurvisie ruimtelijke ordening Noord-Brabant in werking getreden. Provinciale Staten hebben deze op 1 oktober 2010 vastgesteld. De Structuurvisie geeft een ruimtelijke vertaling aan de opgaven en doelen uit de Agenda van Brabant. Daarnaast ondersteunt de structuurvisie het beleid op andere provinciale beleidsterreinen, zoals het economisch-, mobiliteits-, sociaal-, cultureel,- milieu- en natuurbeleid.

 

Het besluitgebied is gelegen in bestaand stedelijk gebied en er vinden geen nieuwe ontwikkelingen plaats, daarom wordt het beleid op provinciaal niveau niet verder uitgewerkt.

3.2 Gemeentelijk beleid

Omgevingsvisie Tilburg 2040

Op 21 september 2015 heeft de Raad de Omgevingsvisie Tilburg 2040 vastgesteld.

De Omgevingsvisie richt zich op Tilburg als vitale, duurzame stad in een moderne netwerksamenleving. De ontwikkelingen in de economie, de maatschappij en de leefomgeving gaan niet ten koste van elkaar, maar sluiten op elkaar aan en versterken elkaar. People, planet en profit zijn in balans.

People: Het is prettig wonen en werken in Tilburg, een stad met veel verschillende woonbuurten en verschillende soorten werklocaties. De woonmilieus passen bij de leefstijl van de mensen.

Planet: We gaan voor een gezonde en leefbare stad, anticiperen op de effecten van klimaatverandering, zoals hitte, droogte en hogere temperaturen. In het economisch systeem wordt herbruikbaarheid van producten en grondstoffen steeds belangrijker. Verder krijgen groen en water een steeds prominentere rol in de stad. De grote natuurgebieden om de stad zijn met elkaar verbonden. Dat versterkt het ecologisch systeem en de veerkracht van de natuur.

Profit: Om ook in de toekomst sterk genoeg te zijn, wil Tilburg de kracht van BrabantStad benutten. Tilburg is een stad die mensen kansen biedt: op aangenaam werk en op een fijne woon- en leefomgeving.

 

Functie van de Omgevingsvisie

De Omgevingsvisie Tilburg 2040 is een koers- en inspiratiedocument. Het is een kompas voor investeringen in het fysieke domein. Een uitnodiging aan de stad om samen te werken aan de ontwikkeling van een stad waar het fijn wonen, werken, leven en recreëren is. De visie biedt burgers en bedrijven ruimte om initiatief te ontplooien en reikt de gemeente handvatten aan om haar strategie af te stemmen op het geschetste toekomstperspectief. De Omgevingsvisie Tilburg 2040 geeft ook richting aan de inzet van de gemeente; in welke onderdelen de gemeente haar geld, tijd en bestuurskracht investeert. En welke prioriteiten daarbij gelden.

 

Specifiek voor dit besluitgebied geeft de Omgevingsvisie het volgende aan:

In de Omgevingsvisie Tilburg 2040 is het gebied binnen de tangent aangeduid als 'Verstedelijking binnen 10 jaar' en 'Natte ecologische verbindingszone'

In de Omgevingsvisie Tilburg 2040 is een deel van dit gebied tevens aangeduid als 'Regionale Ecologische verbinding'

 

Overige gemeentelijke structuurvisies

Visie integratie stad-land Reeshof- en Dalemweide

Reeshof- en Dalemweide zijn door de aanleg van de Burgemeester Letschertweg en het bedrijventerrein Vossenberg West II sterk van karakter veranderd. De tangent maakt deze plek meer stedelijk gericht van aard waardoor de beleving heel anders is dan voorheen. Dit vraagt om een andere ruimtelijke benadering van het gebied.

De visie is een uitwerking van de Omgevingsvisie Tilburg 2040. De ambitie is om de ruimtelijke kwaliteit en natuurwaarden in de Reeshof- en Dalemweide te versterken en de leefbaarheid te vergroten. Dit levert een bijdrage aan een leefbare en duurzame woonomgeving en aan een aantrekkelijk vestigingsklimaat ten behoeve van de economische bedrijvigheid in Tilburg.

De visie geeft aan hoe in het gebied verstedelijking en natuur in evenwicht met elkaar ontwikkeld kunnen

worden en hoe dit bijdraagt aan een duurzame inrichting van het gebied. De hoofdopgaven zijn:

  1. De visie geeft inzicht in de ecologische opgave voor dit gebied. De ecologische verbindingszone (EVZ) Dongezone kan op een goede manier worden doorgezet met voldoende ruimte voor water en natuur en een meer natuurlijk verloop van de Donge.

  2. Ten gevolge van de uitbreiding van de Beekse Bergen heeft de gemeente Tilburg de verplichting tot natuurcompensatie, waarvan voor de Reeshofweide een compensatieopgave van 4,9ha is bepaald.

  3. De visie speelt in op het voorzien in de behoefte aan groen-stedelijke woonmilieus en biedt gelegenheid voor specifieke (leefstijl)varianten daarvan.

  4. In de volkstuinnota 2002 van de gemeente Tilburg is vastgelegd dat er behoefte is aan volkstuinen in de Reeshof. Er zijn locatiestudies uitgevoerd waarbij de locatie Reeshofweide als meest geschikt is geduid.

  5. Er is behoefte aan een zorgvoorziening op een goed bereikbare en prikkelarme natuurlijke omgeving in Tilburg. De Reeshofweide is hiervoor een geschikte locatie.

  6. De visie geeft uitwerking van de opgaven uit de Groene Mal (GSP+). De groene zone (Reeshofweide en ten westen van de tangent) is van belang voor soorten van de vochtige graslanden, droge graslanden, beekdalen, natte struwelen met soorten als struweelvogels, moerasvogels, amfibieën, kleine zoogdieren en dagvlinders van de natte biotopen.

 

Alle hoofdopgaven, met uitzondering van punt 5, uit de visie zijn inmiddels gerealiseerd. De realisatie van een zorgvoorziening als bedoeld onder 5 zal niet plaatsvinden in het besluitgebied van deze beheersverordening. Als deze plaats zal vinden zal het mogelijk worden gerealiseerd in de zuiwest hoek nabij de Burg. Letschertweg, het deel van het gebied dat geen onderdeel is van de beheersverordening.

Hoofdstuk 4 Omgevingsaspecten

 

4.1 Inleiding

In het kader van de beheersverordening heeft voor het verordeningsgebied een scan plaatsgevonden van relevante omgevingsaspecten in het gebied. Dit onderzoek is beperkt van aard, omdat de beheersverordening gericht is op instandhouding van de bestaande situatie met de bestaande kwaliteit. Het onderzoek richtte zich erop te bepalen of in het gebied vanuit het oogpunt van milieu, natuur, verkeer of water aanleiding bestaat tot het treffen van maatregelen. Hiervoor is een toets uitgevoerd op het voldoen aan wet‐en regelgeving.

4.2 Archeologie, cultuurhistorie en monumentenzorg

 

Historische geografie

Ligging: De planlocatie ligt in het noordwesten van de gemeente Tilburg langs de westelijke beekdalzijde van de Donge in het gebied Dalem (Reeshof) en wordt aan de oostzijde begrensd door de Burgemeester Letschertweg. Aan de noordwestelijke zijde is het gebied Koeweiden toegevoegd.

Geografie: Het terrein ligt van oudsher in een groot heidegebied, van zuid naar noord doorsneden door de Donge. Deze voormalige Tilburgsche Heide vormde het middendeel van een uitgestrekt heidegebied ten westen van Tilburg tussen de gemeenten Loon op Zand, Dongen, Hulten en Riel. Het glooiende heidegebied met lokale landduinen was van oorsprong doorspekt met grote, relatief ondiepe vennen zoals de Blaak, de Witten Brand, De Hoge en lage Witsie, het Zwartven en het Leikeven, evenals talrijke kleinere drassige laagten zoals de Stoorblaak bij het Kraaiven. De eerste grote (her)ontginning van de heide vond plaats ca. 1760 met de inrichting van het landgoed van Charles de Rey (Rey´s Hof), De nattere gronden langs de Donge, waren eertijds ruigte en werden gaandeweg in gebruik genomen als grasland.

Geomorfologie: de Dongevallei bestaat uit een terrasvlakte met daarbinnen de dalvormige laagte (beekdal) van de Donge.

Bodemgesteldheid: veldpodzolgronden; leemarm en zwak lemig fijn zand. Ten noorden van het besluitgebied komen meerveengronden op zand voor zonder humuspodzol, veen beginnend ondieper dan 120 cm.

Historisch grondgebruik: in de eerste helft van de twintigste eeuw ligt de planlocatie nog centraal in een steeds kleiner wordend heideareaal. Vanaf medio twintigste eeuw neemt het agrarisch gebruik toe en na WOII ontstaan als gevolg van ruilverkavelingen steeds grotere aaneengesloten kavels.

Vanwege de drassige omstandigheden was het gebied moeilijk toegankelijk en slechts te doorkruisen via enkele paden over de natuurlijke hoogten, zoals de Langendijk en de Korte Dijk (de huidige Reeshofdijk).

Vanaf de Middeleeuwen is men op kleine schaal begonnen het gebied te ontwateren door het middel van sloten. Ontginningen bestonden uitsluitend uit het creëren van wei- en hooilanden.

De grootschalige ontginningen en de bouw van boerderijen vonden pas in het begin van de twintigste eeuw plaats, nadat het waterpeil was verlaagd.

Aan het einde van de jaren zeventig van de twintigste eeuw is begonnen met de aanleg van het stadsdeel De Reeshof, waarna het gebied in hoog tempo is volgebouwd. De westelijke rondweg (Burgemeester Letschertweg) werd in 2012 voltooid.

 

Archeologie

Het besluitgebied kent een lage trefkans op de indicatieve kaart van Archeologische Waarden (IKAW) van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE).

Het besluitgebied ligt op de Archeologische Waarschuwingskaart Tilburg (ArWaTi) in een gebied met middelhoge verwachting;

Het besluitgebied ligt niet in of grenst niet aan een AMK-Terrein.

Archeologische waarnemingen: niet bekend in en nabij de planlocatie.

Als archeologische regio is het voormalige heidegebied in hoofdzaak bekend om zijn rijke mesolithische vondstgeschiedenis. Langs en nabij de vennen in de Tilburgse Heide en in het beekdal van de Donge zijn diverse laatpaleolithische en mesolithische vindplaatsen bekend. De sites van Lepelare Zand en Kraaiven ten noorden van het kanaal behoren tot de grootste mesolithische sites van Nederland. Neolithische vondsten zijn bekend bij zowel de Hoge Witsie als bij de Voldijk.

In 2006 werd door Fontys Hogescholen Bilan een archeologisch vooronderzoek (bureau- en verkennend booronderzoek) in het besluitgebied uitgevoerd: Tilburg (NB), Dalem Stadsrand. Archeologisch vooronderzoek, ISSN 1572-3194-2006. Uit zowel het bureau- als het veldonderzoek blijkt dat het besluitgebied in het verleden tot een nat gebied behoorde dat weinig geschikt was voor bewoning. Kleine lokale hoogtes die aantrekkelijk waren als kampplaats voor jagers-verzamelaars in de steentijd komen evenmin in het besluitgebied voor en ook van archeologische waarnemingen en indicatoren is in en rond het besluitgebied geen sprake. De kans om rituele deposities uit de periode bronstijd t/m Romeinse tijd in het besluitgebied aan te treffen is niet uit te sluiten, maar wordt, gezien het ontbreken van aanwijzingen dat dit natte gebied in het verleden werd overgestoken, zeer laag ingeschat. Bovendien zijn bij het veldonderzoek diverse verstoringen in het besluitgebied vastgesteld.

Verwachting op basis vooronderzoek: een lage trefkans op resten van bewoning uit de steentijd (m.n. Paleo-Meso), want kleine hoogtes in het landschap komen in het besluitgebied niet voor.

 

Cultuurhistorie, objecten en structuren, historisch groen

In het besluitgebied bevinden zich geen op grond van de Monumentenwet 1988 of de Monumentenverordening gemeente Tilburg beschermde monumenten.

De bebouwing uit de periode 1850 – 1940 is geïnventariseerd in het Monumenten Inventarisatie Project (MIP). In het besluitgebied komen geen panden voor uit die periode.

Historische structuren: Het besluitgebied werd tot in het begin van de twintigste eeuw doorkruist door een aantal wegen en paden, die mogelijk teruggaan op een zeer oud padenpatroon. Bij de aanleg van de stadswijk is dit netwerk van wegen en paden echter grotendeels verloren gegaan. Het tracé van enkele van deze paden is echter nog deels herkenbaar in het huidige wegenpatroon: Langendijk, Korte Dijk (de huidige Reeshofdijk), Kamerikpad – Kamerikstraat - Reeshofweg.

Voor de architectuur en stedenbouw uit de periode na de Tweede Wereldoorlog dient onderzoek uit 2005 als basis. In of in de directe nabijheid van het besluitgebied zijn geen waardevolle panden uit de periode na de Tweede Wereldoorlog aanwezig.

Hoofdstuk 3 Verkeer en parkeren

Ligging besluitgebied:

Reeshofweide is gelegen aan de westrand van woonwijk De Reeshof.

 

Omschrijving van de wegen in en om het gebied:

Het gebied wordt aan de westzijde begrensd door de Burgemeester Letschertweg. Het betreft een gebiedsontsluitingsweg buiten de bebouwde kom, met een maximum toegestane snelheid van 80 km/h. Aan de Noordzijde ligt het Wilhelminakanaal, aan de zuidzijde Langendijk, een erftoegangsweg buiten de bebouwde kom met een maximaal toegestane snelheid van 60 km/h. Aan de zuidoostzijde sluit de Langendijk aan op de Middeldijkdreef, een gebiedsontsluitingsweg met een maximum toegestane snelheid van 50 km/h.

De grens van de bebouwde kom ligt juist ten westen van de toegangsweg naar de 35 patiowoningen .

De maximaal toegestane snelheid op de Langendijk is tot aan de nieuwe bebouwde kom grens 30 km/h.

 

Fietsverkeer:

De Langendijk is een Sternetfietsroute, welke via de Flaassendijk de verbinding met Rijen vormt. Langs de zuidzijde van het Wilhelminakanaal ligt een secundaire fietsroute.

  

Ontsluiting van het gebied:

De ontsluiting van het gebied verloopt via de Langendijk. De Langendijk is op Middeldijkdreef aangesloten via een secundaire aansluiting.

Nieuwe straten in het gebied zijn erftoegangswegen binnen de bebouwde kom, met een maximum toegestane snelheid van 30 km/h.

 

Parkeren:

Nabij de patiowoningen liggen voldoende parkeerplaatsen om aan het parkeerbeleid van de gemeente Tilburg te voldoen.

 

Openbaar Vervoer:

Het gebied is slecht bereikbaar met het openbaar vervoer. Op de Middeldijkdreef rijdt buslijn 4. De meest nabijgelegen bushaltes liggen op de Renkumlaan en de Middeldijkdreef, op een loopafstand van ongeveer 1 km.

4.4 Milieuhinder bedrijven

Bij het beoordelen van de (binnen het besluitgebied of elders gelegen) bedrijven welke invloed hebben op het besluitgebied, is gebruik gemaakt de VNG-brochure Bedrijven en Milieuzonering. De VNG brochure is een richtlijn en vormt geen wettelijk kader. Er is voor deze richtlijn gekozen omdat er verder geen goede andere richtlijnen of kaders voorhanden zijn om milieuzonering goed in ruimtelijke plannen af te wegen. In de VNG-uitgave staan richtafstanden voor geur, stof, geluid en gevaar die gebaseerd zijn op een “gemiddeld” modern bedrijf. Deze richtafstanden gelden vanaf de perceelsgrens (of de opslagvoorziening of installatie) tot aan de gevel van woningen in een ´rustige woonwijk´. Indien het bedrijf afwijkt door grootte, technische voorzieningen et cetera is het mogelijk om gemotiveerd af te wijken van de (indicatieve) afstanden.

 

In het gebied zijn naast natuur en patiowoningen een volkstuinencomplex aanwezig. Het gebied ligt tussen de ontsluitingsweg (Burgemeester Letschertweg), industrieterrein Vossenberg West en woonwijk de Kievit. Vanuit milieuzonering geldt dat de woningen in het gebied voldoen aan de richtafstanden uit de VNG-brochure. Ter plaatse van de woningen is sprake van een aanvaardbaar woon‐en leefklimaat. Het aspect bedrijven en milieuhinder staat de vaststelling van de beheersverordening dan ook niet in de weg.

4.5 Externe veiligheid

Inleiding

Externe veiligheid beschrijft de risico's die kunnen ontstaan als gevolg van opslag of handelingen met gevaarlijke stoffen. Dit heeft betrekking op inrichtingen (bedrijven), transportroutes en buisleidingen.

De geldende regels zijn te vinden in het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi), het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) en het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb). Daarnaast heeft de gemeente Tilburg een beleidsvisie externe veiligheid vastgesteld met de titel "Veilig en verantwoord ontwikkelen".

 

Verantwoordingsplicht

Bij het opstellen van een bestemmingsplan moet worden beschreven of een ontwikkeling ligt in het invloedsgebied van een risicobron. Per risicobron (transportas, buisleiding of inrichting) is vastgelegd wanneer de verantwoordingsplicht moet worden ingevuld en is de inhoud van de verantwoording bepaald.

 

In de bij dit plan gevoegde Bijlage 3 Inventarisatie risicobronnen en verantwoording groepsrisico zijn de relevante risicobronnen geïnventariseerd. Uit de inventarisatie blijkt dat het besluitgebied ligt in het invloedsgebied van Versteijnen Internationaal Transport, de spoorlijn Breda-Tilburg en de N260.

De verantwoordingsplicht is hiervoor ingevuld en opgenomen in bijlage 3. Er is een groepsrisicoberekening uitgevoerd door Agel Adviseurs met de titel 'Groepsrisicoberekening Transportroute N260, Patiowoningen en volkstuinen Reeshofweide te Tilburg', rapportnummer 20150138-01 d.d. 15 december 2017. Zie bijlage 4.

 

Beleidsvisie externe veiligheid

Het besluitgebied is gedeeltelijk gelegen binnen 200 meter van de Burgemeester Letschertweg (N260) en behoort derhalve tot het deelgebied Transportasgebied. Hiervoor gelden de volgende restricties:

 

Afgewogen ontwikkelen in transportasgebieden is een ambitie met betrekking tot risico's op de

omgang van ruimtelijke ontwikkelingen nabij grote transportassen.

De patiowoningen worden gerealiseerd op een afstand van meer dan 200 meter en bevinden zich dus

in het deelgebied “luwe gebieden”. Voor dit gebied geldt dat geen nadere voorwaarden worden

gesteld aan de realisatie van kwetsbare objecten. Het toevoegen van patiowoningen past derhalve

binnen het gemeentelijk beleid.

 

Het volkstuinencomplex kan aangemerkt worden als een beperkt kwetsbaar project. Het betreft een

vorm van recreatiefgebruik waarbij geen sprake is van een verblijf gedurende meerdere aangesloten

dagen. Deze recreatievorm past binnen het gemeentelijk beleid.

 

Conclusie en restrisico

Het besluitgebied ligt binnen het invloedsgebied van Versteijnen Internationaal Transport, de spoorlijn Breda-Tilburg en de N260. Personen in het besluitgebied worden aan externe veiligheidsrisico's blootgesteld, ook na maatregelen. Vanwege de ligging van het bestemmingsplan binnen het invloedsgebied van deze risicobronnen is de verantwoordingsplicht ingevuld. Hierbij is gebruik gemaakt van het advies van de Brandweer Midden- en West- Brabant, d.d. 8 december 2017. De relevante onderdelen uit dit advies zijn verwerkt in de verantwoording.

 

Uit het bovenstaande kunnen de volgende relevante conclusies worden getrokken:

 

Het bevoegd gezag accepteert de externe veiligheidsrisico's en neemt de verantwoording voor het groepsrisico.

4.6 Geluid

Sinds het einde van de jaren zeventig vormt de Wet geluidhinder (hierna: Wgh) het juridische kader voor het Nederlandse geluidbeleid. De Wgh bevat een uitgebreid stelsel van bepalingen ter voorkoming en bestrijding van geluidhinder door wegverkeer, railverkeer en industriële activiteit. Het stelsel is gericht op het voorkomen van nieuwe geluidgehinderden.

 

Het plan voorziet niet in oprichting van nieuwe geluidgevoelige objecten en er behoeft derhalve niet aan de (normen van de) Wet geluidhinder te worden getoetst.

4.7 Lucht

De beheersverordening maakt geen ontwikkelingen mogelijk die van invloed zijn op de concentraties

luchtverontreinigende stoffen. Formele toetsing aan de grenswaarden uit de Wet luchtkwaliteit kan

daarom achterwege blijven.

4.8 Geur

De beheersverordening maakt geen nieuwe geurgevoelige ontwikkelingen mogelijk. Toetsing op dit punt kan daarom achterwege blijven.

4.9 Bodem

In de Wet bodembescherming is bepaald dat bij functiewijzigingen onderzocht dient te worden of de bodemkwaliteit voldoende is voor de betreffende functiewijziging. Deze beheersverordening is gericht op instandhouding van de bestaande planologische situatie. Er wordt in de beheersverordening geen functiewijziging mogelijk gemaakt waarbij rekening moet worden gehouden met de bodemkwaliteit ter plaatse. Hierdoor is geen nader bodemonderzoek noodzakelijk. Het aspect bodem staat de vaststelling van de beheersverordening niet in de weg.

4.10 Natuur en ecologie

 

Natura 2000-gebieden

Het besluitgebied ligt op ruime afstand van wettelijk beschermde natuurgebieden. Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied betreft Loonse en Drunense Duinen & Leemkuilen op circa 7 km afstand van het besluitgebied.

Gezien deze afstand en de beperkte externe invloed van de geplande ontwikkeling kunnen negatieve effecten op dit Natura 2000-gebied op voorhand redelijkerwijs worden uitgesloten.

 

Natuurbescherming in Verordening Ruimte 2014

Natuurnetwerk Brabant (gebieden)

Het besluitgebied, met uitzondering van de patiowoningen en de volkstuinen, is aangewezen als Natuur Netwerk Brabant in de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant.

 

De gemeente Tilburg en het Waterschap Brabantse Delta hebben samen zorg gedragen voor inrichting tot natuurgebied.

 

Negatieve effecten vanuit de patiowoningen en ontsluitingsweg in de gebruiksfase door licht en geluid zijn voorkomen. De patiowoningen zijn van het nieuwe natuurgebied gescheiden door water en/of afrasteringen om de grazers in het gebied binnen het natuurgebied te houden. Betreding van het natuurgebied vanuit de tuinen (wat kan leiden tot verstoring van natuurwaarden) is daarmee uitgesloten. Verlichting van de tuinen zal beperkt blijven tot kleinschalige tuinverlichting. Dit zal redelijkerwijs niet leiden tot een wezenlijke verstoring van natuurwaarden. In de patiowoningen zijn geen geluidsintensieve functies voorzien. De ontsluitingsweg is ingericht als 30 km-weg en is beperkt verlicht (maximale uitstraling 5 meter van de weg) Hiermee zijn wezenlijke negatieve effecten van de ontsluitingsweg op het omliggende natuurgebied uitgesloten.

 

Conclusie

De beheersverordening staat geen ontwikkelingen toe, die een negatieve invloed hebben op de omliggende natuurgebieden of voor de in het wild levende dieren en planten, alsmede voor hun directe leefomgeving.

4.11 Water

Het besuitgebied ligt binnen het beheersgebied van het waterschap Brabantse Delta, dat verantwoordelijk is voor het waterkwantiteits‐en waterkwaliteitsbeheer.

De beheersverordening maakt geen ontwikkelingen mogelijk die voor een toename in verharding van het oppervlak zorgen. Het gebied is in de huidige situatie al grotendeels verhard. De beheersverordening heeft geen negatieve gevolgen voor het waterhuishoudkundig systeem ter plaatse.

Hoofdstuk 5 Toelichting op de regels

 

5.1 Inleiding

 

De verbeelding geeft de primaire informatie over de bouw- en gebruiksmogelijkheden binnen het beheergebied. Vervolgens kan men in de regels lezen welk gebruik en welke bouwmogelijkheden zijn toegestaan op de desbetreffende plek.

De verbeelding bestaat uit een besluitgebied, besluitvlakken en besluitsubvlakken. Het besluitgebied is het gebied waarop de beheersverordening van toepassing is. Besluitvlakken geven aan welke 'bestemmingen' er mogelijk zijn op een bepaalde plek. Het besluitsubvlak geeft vervolgens een nadere aanduiding aan binnen het besluitvlak, zoals maatvoering, type woningen enzovoorts.

5.2 Toelichting besluitvakken en subbesluitvakken

Natuur: dit besluitvak geldt voor het hele westelijke plandeel Koeweiden plus het grootste deel van het besluitgebied Reeshofweide. Zoals in par. 1.1. is aangegeven is het gebied Reeshofweide (zijnde het oostelijke deel van het besluitgebied) onderdeel van de Groenblauwe mantel en Natuurnetwerk Brabant en heeft de gemeente hier een aantal groene opgaves gerealiseerd, zijnde beekherstel en continueren van de Dongezone aanleg natuurcompensatie tbv verbreding Wilhelminakanaal (5,7 ha) en aanleg van de natuurcompensatie t.b.v. de Beekse Bergen (4,9ha). Daarnaast is ook in het westelijke deel van het besluitgebied, het gebied Koeweiden natuur aangelegd.

 

Groen: deze bestemming geldt voor het binnenterrein van het plot met patiowoningen en voor een strook ten oosten van de tangent. De groenbestemming langs de tangent heeft een afschermende functie voor het volkstuinencomplex.

 

Wonen: deze bestemming geldt voor de bestaande 35 patiowoningen en voor de bestaande vrijstaande woning in het zuidelijk deel van het besluitgebied.

 

Recreatie: deze bestemming geldt voor het volkstuinencomplex.

 

Verkeer-Verblijf: deze bestemming geldt voor de ontsluitingsweg naar de patiowoningen.

 

Water-Waterstaatkundige doeleinden: deze bestemming ligt over het Wilhelminakanaal.

 

Binnen deze besluit vlakken gelden de volgende subbesluitvlakken:

Binnen het besluit vlak Natuur liggen het subbesluitvlak geluidwal en calamiteitenweg. De geluidwal is een

bestaande - te handhaven - geluidwal die ten tijde van de realisatie van bedrijventerrein Vossenberg West II is

aangelegd, vóórdat de containerterminal op dat terrein in gebruik werd genomen. Voor de motivatie van de

calamiteitenweg wordt verwezen naar de paragraaf 4.5 Conclusies en restrisico's van de milieuparagraaf.

 

Binnen het besluitvlak Wonen ligt het subbesluitvlak patiowoningen op de 35 patiowoningen en vrijstaand op de vrijstaande woning. Dit om te bepalen dat er uitsluitend patiowoningen resp. vrijstaande woningen gebouwd mogen worden. Binnen het besluitvlak Wonen van de vrijstaande woning ligt op het noordelijke deel het subbesluitvlak 'erf'. Dit om aan te geven waar aan-, uit- en bijgebouwen gesitueerd mogen worden. Binnen het besluitvlak Wonen van de patiowoningen ligt op het deel direct grenzend aan het water het subbesluitvlak 'tuin'. Dit subbesluitvlak is opgenomen om binnen op deze plek vergunningvrij bouwen uit te sluiten. Vanuit zuinig ruimtegebruik en om het landschap zoveel mogelijk te sparen, hebben de patiowoningen een compact bouwblok. Alle voorzieningen, zoals erfontsluitingen, parkeervakken en speelvoorzieningen zijn aan de binnenzijde van het bouwblok gesitueerd. Vanwege de specifieke ligging in de natuur vraagt de schil van het bouwblok, zijnde de buitenrand, om bijzondere aandacht. Hier mogen geen ontsierende aan- of uitbouwen, schuttingen en dergelijke worden gesitueerd om te voorkomen dat de stedenbouwkundig eenduidige structuur verloren gaat. Om te garanderen dat de ruimtelijke kwaliteit van het complex intact blijft, is ervoor gekozen om ook geen vergunningsvrije bouwwerken toe te staan. Dit is ingegeven vanuit de beleving van het bouwblok door recreanten in het natuurgebied en door bewoners in de bestaande woningen langs de Mostheuvel. De impact van het bouwblok op de omringende natuur dient immers zo beperkt mogelijk te zijn. Vergunningsvrije bouwwerken kunnen de beleving van recreanten aantasten en het woon- en leefklimaat van de omwonenden verminderen. Daarom is in de beheersverordening een regeling opgenomen waardoor vergunningvrij bouwen in de achtertuinen van de patiowoningen wordt uitgesloten.

 

Binnen het besluitvlak Recreatie liggen de subbesluitvlakken volkstuin, gemeenschappelijke voorziening en parkeerterrein. Hierdoor is bepaald dat er binnen het besluitvlak Recreatie uitsluitend een volkstuinencomplex aanwezig mag zijn en verder zijn de locatie van het parkeerterrein en de gemeenschappelijke voorziening vastgelegd.

5.3 Algemene regels

 

Antidubbelbepaling

Deze bepaling is opgenomen ter voorkoming van onbedoeld gebruik van de regels.

Overgangsrecht

Voor de overige bouwwerken en gebruiksmogelijkheden die (nog) legaal op percelen bestaan, is