direct naar inhoud van 4.2 Milieu
Plan: Beheersverordening Enschotsebaan en omgeving
Status: onherroepelijk
Plantype: beheersverordening
IMRO-idn: NL.IMRO.0855.BHV2013001-e001

4.2 Milieu

4.2.1 Bedrijven en milieuhinder

Toetsingskader

Voor het in kaart brengen van de milieuruimte van bedrijven, wordt gebruik gemaakt van de VNG-uitgave Bedrijven en milieuzonering (2009). Hierin worden richtafstanden gegeven.

Onderzoek en conclusie

Nabij het gebied van de verordening bevindt zich het bedrijventerrein Enschotsebaan. De bedrijven liggen op voldoende afstand van de woningen, zodat deze geen invloed hebben op de woningen.

De beheersverordening laat geen nieuwe ontwikkeling toe maar legt de bestaand situatie vast. Destijds is in de procedure van de vrijstelling ex art 19 WRO (2008) reeds gekeken naar de milieubelasting van deze bedrijven op gevoelige bestemmingen. In het kader van deze procedure zijn voor een aantal activiteiten acties uitgevoerd of ingezet om op de gevoelige bestemmingen een goed woon- en leefklimaat te kunnen garanderen. Deze acties hebben betrekking op:

  • Enschotsebaan 21; bedrijfsactiviteiten zijn aangepast zodat deze passen binnen een woonomgeving. Zo wordt er niet meer op het perceel geweekt en gebruik gemaakt van bestrijdingsmiddelen.
  • Enschotsebaan 23; omdat de eigenaar nog gebruik maakt van bestrijdingsmiddelen op het eigen perceel, wordt voor het bedrijf een nieuwe locatie gezocht. Inmiddels is er een procedure opgestart om het bedrijf op termijn te verplaatsen naar een nieuwe locatie zodat het woon- en leefklimaat op omliggende gevoelige bestemmingen gegarandeerd kan worden.
4.2.2 Externe veiligheid

Toetsingskader

Risicovolle inrichtingen in het beheergebied moeten getoetst worden aan het Besluit externe veiligheid inrichtingen. Eventuele aanwezige buisleidingen worden getoetst aan het Besluit externe veiligheid buisleidingen en het vervoer van gevaarlijke stoffen aan de Circulaire risiconormering vervoer gevaarlijke stoffen.

Onderzoek en conclusies

Binnen de beleidskaders voor deze drie typen risicobronnen staan altijd twee kernbegrippen centraal: het plaatsgebonden risico en het groepsrisico. Hoewel beide begrippen onderlinge samenhang vertonen, zijn er belangrijke verschillen. Hieronder worden beide begrippen verder uitgewerkt.

plaatsgebonden risico

Het plaatsgebonden risico is de kans dat iemand die zich op een bepaalde plaats bevindt, komt te overlijden ten gevolge van een ongeval met gevaarlijke stoffen. Het plaatsgebonden risico wordt weergegeven door een lijn op een kaart die de punten met een gelijk risico met elkaar verbindt (zogeheten risicocontour). Het Rijk heeft als maatgevende risicocontour de kans op overlijden van 10-6 per jaar gegeven (indien een persoon zich gedurende een jaar binnen deze contour bevindt, is de kans op overlijden groter dan één op een miljoen jaar). Het plaatsgebonden risico 10-6 is voor ruimtelijke objecten en bestemmingen vertaald naar grenswaarden en richtwaarden.\

groepsrisico

Het groepsrisico is een maat voor de kans dat een bepaald aantal mensen overlijdt als direct gevolg van een ongeval met gevaarlijke stoffen. De hoogte van het groepsrisico hangt af van:

  • 1. de kans op een ongeval;
  • 2. het effect van het ongeval;
  • 3. het aantal personen dat in de omgeving van de bron (inrichting of transportroute) verblijft;
  • 4. de mate waarin personen in de omgeving beschermd zijn tegen de gevolgen van een ongeluk.

Het groepsrisico kan worden weergegeven in een grafiek met op de horizontale as het aantal dodelijke slachtoffers en op de verticale as de kans per jaar op tenminste dat aantal slachtoffers. Het groepsrisico wordt bepaald binnen het zogenaamde invloedsgebied van een risicovolle activiteit. Hoe meer personen per hectare in het invloedsgebied aanwezig zijn, hoe groter het aantal (potentiële) slachtoffers is en hoe hoger het groepsrisico.

inrichtingen

In of nabij het plangebied zijn de volgende risicovolle inrichtingen aanwezig;

  • Lydia van der Werken beheer B.V., oppervlaktebehandeling en overige metaalbewerking.
  • Garagebedrijf Verhoeven, LPG tankstation.

Het invloedsgebied van beide inrichtingen ligt niet over het plangebied.

buisleidingen

In en nabij het beheergebied zijn leidingen gelegen. De in het beheergebied gelegen leidingen zijn zijn op de verbeelding vermeld. In de nabijheid liggen de volgende leidingen.

Leidingbeheerder   Leidingnummer   Diameter
(inch)  
Ontwerpdruk
(bar)  
10-6 risicocontour
(meter)  
Invloedsgebied
(meter)  
opmerking  
Gasunie   Z 520-01             Buiten gebruik gesteld  
Petrochemical Pipeline Services   nafta   8   80   2 *13m   31    

Het beheergebied ligt buiten het invloedsgebied van de leidingen

Transport van gevaarlijke stoffen

Het niet-leidinggebonden transport van gevaarlijke stoffen in Tilburg vindt plaats over de weg, per spoor en over het Wilhelminakanaal.

Vervoer van gevaarlijke stoffen over de weg

Door de gemeente Tilburg worden over verschillende wegen gevaarlijke stoffen vervoerd.

Voor gemeentelijke wegen blijkt uit de Inventarisatie vervoer gevaarlijke stoffen, die is opgesteld door Royal Haskoning in april 2008, dat op geen van deze wegen een 10-6 risicocontour aanwezig is c.q. een overschrijding van een risicocontour aan de orde is. Aangezien er geen sprake is van een ontwikkeling kan het groepsrisico niet toenemen en hoeft de verantwoordingsplicht niet ingevuld te worden.

De Burgemeester Bechtweg is opgenomen in de route gevaarlijke stoffen. Aangezien er geen ontwikkelingen mogelijk worden gemaakt, is er geen sprake van een toename van het groepsrisico, de verantwoordingsplicht hoeft niet te worden ingevuld.

Vervoer van gevaarlijke stoffen per spoor

Door de gemeente Tilburg loopt de spoorlijn Breda - Tilburg - Eindhoven/'s-Hertogenbosch. Hierover worden onder andere brandbare gassen en brandbare vloeistoffen vervoerd.

Ten aanzien van het groepsrisico geldt dat er voor dit bestemmingsplan geen sprake is van een toename van het groepsrisico en geen overschrijding van de oriëntatiewaarde, de spoorlijn is daarom niet relevant voor de verantwoordingsplicht.

Vervoer van gevaarlijke stoffen over het Wilhelminakanaal

Uit de circulaire Risiconormering vervoer gevaarlijke stoffen (december 2009) blijkt dat er voor het Wilhelminakanaal geen risico- en veiligheidsafstanden gelden.

restconclusie

Het plangebied ligt binnen het invloedsgebied van de volgende relevante risicobronnen: spoor en Burgemeester Bechtweg. Personen in het plangebied worden aan een externe veiligheidsrisico blootgesteld, ook na maatregelen.

Het bevoegd gezag accepteert de externe veiligheidsrisico's en neemt de verantwoording voor het groepsrisico.

4.2.3 Geluid

Toetsingskader

Het toetsingskader voor geluid is de Wet geluidhinder. Toetsing aan de normen uit de Wet geluidhinder vindt plaats bij nieuwe situaties, bijvoorbeeld bij een nieuwe weg en/of nieuwe woningen. In het geval van deze beheersverordening is geen sprake van nieuwe situaties, waardoor er geen toetsing aan de Wet geluidhinder plaatsvindt.

Geluidszone industrie

Buiten het gebied van de beheersverordening ligt het gezoneerd industrieterrein Loven. Om dit industrieterrein ligt een geluidszone als bedoeld in de Wet geluidhinder. De zone valt gedeeltelijk over de percelen aan de Enschotsebaan 27 en 25. Dit zijn reeds bestaande woningen.

Wegverkeerslawaai

In het gebied van de beheersverordening liggen voornamelijk 30-km/u wegen. De Burgemeester Bechtweg kent een zone van 350 m ingevolge de Wet geluidhinder.

Railverkeerslawaai

Op enige afstand is de spoorlijn Tilburg - Vught v.v. gelegen. De invloed van deze spoorlijn op de woningen in het beheersgebied, is beperkt vanwege onder andere afscherming door tussenliggende bebouwing.

4.2.4 Lucht

Toetsingskader

Het toetsingskader voor de luchtkwaliteit omvat de grenswaarden uit titel 5.2 en bijlage 2 van de Wet Milieubeheer en het Besluit niet in betekende mate bijdragen.

Onderzoek en conclusies

Deze beheersverordening maakt geen nieuwe ontwikkelingen mogelijk die van invloed zijn op de concentraties luchtverontreinigende stoffen. Een formele toetsing aan de grenswaarden kan dan ook achterwege blijven.

4.2.5 Geur

In de omgeving zijn diverse veehouderijen actief. Voorheen waren er veehouderijen gevestigd die van invloed waren op het beheergebied. De veehouderijen met een voorgrondbelasting over of in het beheergebied zijn inmiddels beëindigd. De achtergrond belasting (het woon- en leefklimaat) was 'Goed' tot 'Zeer goed'.

4.2.6 Hoogspanning

Binnen het plangebied zijn hoogspanningsleidingen aanwezig.

Uit het voorzorgbeginsel blijkt dat er bij een 150 kV leiding rekening gehouden moet worden met een indicatieve zone van 2 keer 80 meter. Hier kan namelijk sprake zijn van een magneetveldzone die hoger is dan 0,4 microtesla.

Binnen deze indicatieve zones zijn woningen voorzien die vanuit het voorzorgbeginsel worden ontraden. Aangezien het om bestaande geprojecteerde woningen gaat zijn deze in dit plan wel opgenomen.

4.2.7 Bodem

Toetsingskader

Het toetsingskader bevat de Wet bodembescherming.

Onderzoek en conclusies

In het gebied van de beheersverordening is bekend dat er op enkele plekken bodemverontreining en asbest aanwezig zijn. Bij het verlenen van iedere vergunning op basis van deze beheersverodening zal op de desbetreffende locaties een actueel onderzoek moeten worden verricht.