direct naar inhoud van 1.4 De beheersverordening
Plan: Beheersverordening Enschotsebaan en omgeving
Status: onherroepelijk
Plantype: beheersverordening
IMRO-idn: NL.IMRO.0855.BHV2013001-e001

1.4 De beheersverordening

1.4.1 Verschil tussen bestemmingsplan en beheersverordening

De gemeente heeft sinds 2008 in de Wro de keuze gekregen tussen een bestemmingsplan of een beheersverordening. De keuze tussen beide instrumenten is afhankelijk van het karakter van het plangebied. De beheersverordening is geïntroduceerd voor gebieden waar geen ruimtelijke ontwikkeling wordt voorzien (art. 3.38 Wro). De Wro geeft niet aan wat moet worden verstaan onder een 'ruimtelijke ontwikkeling', terwijl aan de hand van dit begrip moet worden bepaald of een beheersverordening kan worden opgesteld. In de wetsgeschiedenis is hierover onder meer te vinden 'dat van een ruimtelijke ontwikkeling sprake is als het gaat om ruimtelijk relevante veranderingen in het planologisch toegestane gebruik van gronden en opstallen alsmede om bouwkundige wijzigingen van bouwwerken, waarvoor een bouwvergunning (nu: omgevingsvergunning) nodig is'.

Een bestemmingsplan is voorbehouden aan gebieden waar ruimtelijke ontwikkelingen mogelijk is. Bij de beheersverordening gaat het meestal om gebieden die 'af' of 'uitontwikkeld' zijn.

In de 'Handreiking beheersverordening' van de Vereniging Nederlandse Gemeenten is onder meer aangegeven dat het begrip 'bestaand' op twee manieren kan worden gedefinieerd. Gebruik in enge zin is het gebruik dat feitelijk bestaand is op het moment van het vaststellen van de beheersverordening. Gebruik in ruime zin gaat uit van het vigerende bestemmingsplan en verleende vrijstellingen. Al de in het vigerende bestemmingsplan/vrijstelling toegelaten gebruik en al de op basis van het bestemmingsplan/vrijstelling toegestane bouwwerken worden in deze uitleg als bestaand beschouwd.

Cruciaal verschil met een bestemmingsplan is dat in een beheersverordening het bestaande feitelijke gebruik of de bestaande planologische situatie en dus geen planologisch relevante ontwikkelingen worden vastgelegd. Het vastleggen van deze situatie betekent niet dat een beheersverordening geen enkele ontwikkeling toestaat.

Voor gebieden waar weinig tot geen planologische ontwikkelingen plaatsvindt, kan ook een conserverend bestemmingsplan worden opgesteld. Vergeleken met een conserverend bestemmingsplan biedt een beheersverordening echter enkele voordelen, zowel financieel als procedureel (zie hiervoor paragraaf 1.4.3).

1.4.2 Casus Enschotsebaan

De reden waarom gekozen is voor het instrument van de beheersverordening is het feit dat het besluitgebied in planologische zin nagenoeg uitontwikkeld is. Het gebied is gedeeltelijk bebouwd en voor het overige deel planologisch al ingericht voor bebouwing (op grond van art. 19 WRO, 2008). Er is in planologische zin geen sprake van nieuwe ontwikkelingsruimte. Ook het gemeentelijke en provinciaal beleid geven aan dat in het gebied weinig tot geen nieuwe planologische ontwikkelingen zullen worden doorgevoerd.

De keuze voor een beheersverordening voor het gebied aan de Enschotsebaan is daarnaast gebaseerd op het feit dat procedureel gezien tijdwinst wordt geboekt ten opzichte van een bestemmingsplan. Zoals in de aanleiding is aangegeven is er een bestemmingsplan in voorbereiding, maar dit kan niet tijdig worden vastgesteld door de gemeenteraad. Gestreefd wordt namelijk om voor 1 juli 2013 alle bestemmingsplannen actueel te hebben. Dit mede in verband met de sanctie dat indien er geen actueel bestemmingsplan aanwezig is er voor dat gebied geen leges geheven kunnen worden. Door gebruik te maken van het instrument beheersverordening is deze streefdatum haalbaar en kan worden voldaan aan de actualisatieplicht.

1.4.3 Juridische situatie en procedure

De beheersverordening behoort wettelijk gezien tot de categorie verordeningen en wordt vastgesteld door de gemeenteraad (art. 3.38 lid 1 Wro). De gemeenteraad heeft veel vrijheid over hoe de beheersverordening eruit ziet, maar het Besluit ruimtelijke ordening (hierna: Bro) geeft wel enkele regels. Zo moet de beheersverordening langs elektronische weg wordt vastgelegd en vastgesteld. De beheersverordening moet digitaal beschikbaar worden gesteld en volledig, toegankelijk en begrijpelijk worden verbeeld.

In de Wro is geen voorbereidingsprocedure voorgeschreven voor de beheersverordening. Hierdoor is de procedure tot vaststelling van een beheersverordening eenvoudiger en korter dan de vaststelling van een bestemmingsplan. Het bieden van inspraak voor belanghebbenden is daardoor niet wettelijke verplicht. Ook de 'Handreiking burgerparticipatie' gemeente Tilburg kent geen verplichte inspraak voor een beheersverordening. Toch heeft de gemeente de betrokkenen een mogelijkheid tot inspraak gegeven door het organiseren van een bewonersavond op 24 april 2013 en de mogelijkheid gegeven om tot 1 mei 2013 een (schriftelijke) reactie in te sturen.

Een ander gevolg van bovenstaande is dat ten aanzien van deze beheersverordening geen zienswijzen kenbaar kunnen worden gemaakt. Ook staat na vaststelling door de gemeenteraad geen beroep open bij een rechterlijke instantie.

De beheersverordening vormt één van de toetsingskader voor het verlenen van omgevingsvergunningen. Indien er een omgevingsvergunning wordt verleend of geweigerd op grond van de beheersverordening kan tegen deze vergunning wel bezwaar en beroep worden ingesteld.