direct naar inhoud van Artikel 8 Algemene ontheffingsregels
Plan: De Locht 3, Wijbosch
Status: vastgesteld
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0844.BPDeLocht3-VG01

Artikel 8 Algemene ontheffingsregels

Het bevoegd gezag kan door middel van een omgevingsvergunning afwijken voor het hierna bepaalde voor zover niet reeds op grond van een andere bepaling bij omgevingsvergunning afgeweken kan worden van de bouwregels, en afwijken van:

  • a. de bouwhoogte, de goothoogte, de dakhelling en de voorgeschreven afstand tot de bestemmingsgrens ten einde maximaal 10% van de voorgeschreven maatvoering af te wijken, mits de afwijking:
    • 1. niet leidt tot een onevenredige aantasting van het landelijk karakter van de omgeving;
    • 2. niet leidt tot een onevenredige aantasting van het woon- en leefklimaat van naburige percelen;
    • 3. om stedenbouwkundige, esthetische en/of bouwtechnische redenen noodzakelijk is;
  • b. de voorgeschreven maximale bebouwingshoogte van erfafscheidingen voor zover deze gelegen zijn voor de voorgevel, mits:
    • 1. de hoogte van erfafscheidingen maximaal 2 meter bedraagt;
    • 2. de met de naburige percelen verbonden belangen en/of het landelijk karakter van de omgeving niet onevenredig wordt aangetast;
  • c. de voorgeschreven maximale bebouwingshoogte van andere bouwwerken, mits de met naburige percelen verbonden belangen en/ of landschappelijke, cultuurhistorische en natuurwaarden binnen de betreffende gronden niet onevenredig worden aangetast.

8.1 Algemene bepaling over bestaande afstanden en andere maten
8.1.1 Ondergeschikte bouwdelen

Bij de toepassing van het bepaalde ten aanzien van hetbouwen worden ondergeschikte bouwdelen, als plinten, pilasters, kozijnen, gevelversieringen, ventilatiekanalen, liftschachten, gevel- en kroonlijsten, luifels, uitbouwen, balkons en overstekende daken buiten beschouwing gelaten, mits de overschrijding van bouwgrenzen maximaal 1 meter bedraagt.

8.1.2 Algemene bepalingen over bestaande afstanden en andere maten
a Maximale maatvoering

Indien afstanden tot, en bouwhoogten, inhoud, aantallen en/of oppervlakten van bestaande bouwwerken die gebouwd zijn met inachtneming van het bepaalde bij of krachtens de Woningwet, op het tijdstip van de terinzagelegging van het ontwerp van het plan meer bedragen dan ingevolge hoofdstuk 2 is voorgeschreven, mogen deze maten en hoeveelheden als maximaal toelaatbaar worden aangehouden.

b Minimale maatvoering

In die gevallen dat afstanden tot, en bouwhoogten, inhoud, aantallen en/of oppervlakten van bestaande bouwwerken, die gebouwd zijn met inachtneming van het bepaalde bij of krachtens de Woningwet, op het tijdstip van de terinzagelegging van het ontwerp van het plan minder bedragen dan ingevolge hoofdstuk 2 is voorgeschreven, mogen deze maten en hoeveelheden als minimaal toelaatbaar worden aangehouden.

c Heroprichting

In het geval van (her)oprichting van gebouwen is het bepaalde in a en b uitsluitend van toepassing indien het geschiedt op dezelfde plaats.