direct naar inhoud van 1.2 Uitspraken Raad van State
Plan: Bedrijventerrein Nijverhei 2009 1H
Status: vastgesteld
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0840.7001V0004-DEF1

1.2 Uitspraken Raad van State

1.2.1 Bouwvlak perceel 8413 (uitspraak 201004708/2/R3)

Raad van State

Overweging

Ten aanzien van het beroep heeft de Raad van State het volgende overwogen.

  • De raad heeft op 11 februari 2010 het bestemmingsplan "Bedrijventerrein Nijverhei 2009" gewijzigd vastgesteld.
  • In de notitie zienswijzen is opgenomen:
    • 1. "perceel 8412: f. het bouwvlak wordt vergroot tot 4 meter vanaf de kadastrale grens ter plaatse van de watergang en 3 meter vanaf de overige kadastrale grenzen";
    • 2. "perceel 8413: h. Zie f".
    • 3. "conclusie: Zienswijzen gegrond. Voorgesteld wordt het plan op dit punt gewijzigd vast te stellen."
  • De voorgestelde wijzigingen zijn ten aanzien van perceel 8413 niet verwerkt.
  • De gemeenteraad heeft dit erkend.
  • De Raad van State ziet geen aanleiding zelf in de zaak te voorzien, omdat niet kan worden uitgesloten dat onbekende belanghebbenenden door de wijzigingen worden benadeeld, die op basis van de gewaarmerkte verbeelding geen aanleiding hebben gezien beroep in te stellen.

Besluit

De Raad van State heeft het volgende besloten.

  • Het besluit van de raad van de gemeente Rucphen wordt vernietigd voor zover het betreft het bouwvlak op het perceel met de bestemming "Bedrijf" en de aanduidingen (b2=<3.2) en (sb-5) tussen de Nijverheidsstraat en de Industriestraat.
  • De gemeente is opgedragen een nieuw besluit te nemen, waarbij de vorengenoemde overweging is opgenomen.

Aanpassing bestemmingsplan

Het bouwvlak op het perceel tussen de Nijverheidsstraat en de Industriestraat wordt vergroot:

  • tot 4 meter vanaf de kadastrale grens ter plaatse van de watergang;
  • tot 3 meter vanaf de kadastrale grens ter plaatse van de overige kadastrale grenzen. De bestemmingen blijven ongewijzigd.

1.2.2 Regeling buitenopslag (tussenuitspraak 201004708/1/T1/R4)

Raad van State

Overweging

De Raad van State heeft naar aanleiding van het beroep het volgende overwogen.

  • De bepalingen in de artikelen 3.5 en 3.6 geven onvoldoende duidelijkheid over de vormen van opslag van goederen en materialen die op de gronden met de bestemming "Bedrijf" zijn toegestaan. Het gaat daarbij om de artikelen:
    • 1. artikel 3.5, lid 3.5.1;
    • 2. artikel 3.5, lid 3.5.2 onder c;
    • 3. artikel 3.6, lid 3.6.1 onder c en d;
  • De regeling is in strijd met het rechtzekerheidsbeginsel.
  • Onvoldoende duidelijk is welke regeling de gemeenteraad van Rucphen in dit verband heeft beoogd vast te stellen.

Tussenuitspraak

De Raad van State heeft het volgende in een tussenuitspraak uitgesproken.

  • De raad van de gemeente Rucphen dient de in het plan in de artikel 3.5 en 3.6 opgenomen regeling voor het gebruik van gronden met de bestemming "Bedrijf" ten behoeve van opslag van goederen en materialen zo te wijzigen, dat daaruit met voldoende mate van zekerheid blijkt welke vormen van opslag, op welke gedeelten van de betrokken gronden en tot welke hoogte, op die gronden zijn toegestaan en welke vormen van opslag zijn verboden.
  • Verduidelijkt dient te worden of ten behoeve van het gebruik voor opslag van de betrokken gronden van het plan kan worden afgeweken en zo ja, van welke regels en onder welke voorwaarden.
  • Bij de voorbereiding van het nieuwe besluit van de gemeenteraad hoeft artikel 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht niet te worden toegepast.

Aanpassing bestemmingsplan

De regeling ten aanzien van opslag van goederen is verduidelijkt. Daarbij is aangesloten op de Notitie Zienswijzen en ambtshalve aanpassingen inzake Bestemmingsplan Bedrijventerrein Nijverhei 2009 van de gemeente Rucphen van 14 januari 2009.

In deze notitie is ten aanzien van buitenopslag van goederen aangegeven dat:

  • binnen het bouwvlak de buitenopslag van goederen en materialen op de onbebouwde gronden tot een hoogte van 6 meter rechtstreeks wenselijk wordt geacht;
  • buiten het bouwvlak de buitenopslag van goederen en materialen op de onbebouwde gronden - na ontheffing - tot een hoogte van 4 meter mogelijk wordt geacht.

Deze uitgangspunten zijn in deze herziening in artikel 3 Bedrijf verwerkt (zie ook paragraaf 2.2.3).