1.1 plan:
het bestemmingsplan "Buitengebied 2013, (incl. Lint Oosteind), herziening 30(Steenovensebaan 29)" met identificatienummer NL.IMRO.0826.BSPhz30BG2013-VA01 van de gemeente Oosterhout;
1.2 bestemmingsplan:
de geometrische bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels en de daarbijbehorende bijlagen;
1.3 aan huis verbonden bedrijf:
een bedrijf of het bedrijfsmatig uitoefenen van activiteiten, dat door zijn beperkteomvang in een woning en daarbij behorende gebouwen kan worden uitgeoefend,waarbij de woning in overwegende mate de woonfunctie behoudt en dat eenruimtelijke uitwerking of uitstraling heeft die met de woonfunctie inovereenstemming is;
1.4 aan huis verbonden beroep:
de uitoefening van een beroep of het beroepsmatig verlenen van diensten opzakelijk, administratief, juridisch, medisch, therapeutisch, kunstzinnig,ontwerptechnisch of hieraan gelijk te stellen gebied, dat in een woning of eendaarbij behorend bijbehorend bouwwerk wordt uitgeoefend, waarbij de woning inoverwegende mate de woonfunctie behoudt en dat een ruimtelijke uitwerking ofuitstraling heeft die met de woonfunctie in overeenstemming is, met dien verstandedat er geen kapsalons zijn toegestaan en geen detailhandel (waaronder eenshowroom of afhaalpunt c.q. logistieke functie (internethandel) of vergelijkbarefuncties) is toegestaan. Wel is toegestaan detailhandel als ondergeschiktenevenactiviteit uit de uitoefening van het betrokken aan huis verbonden beroep ofhet hebben van een kantoorfunctie als onderdeel van een internethandel;
1.5 aanduiding:
een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waaringevolge de regels, regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of hetbebouwen van deze gronden;
1.6 achtergevelrooilijn:
de van de weg, waarop het belangrijkste gebouw op een bouwperceel isgeoriënteerd, afgekeerde grens van een bouwvlak;
1.7 afhankelijke woonruimte:
een deel van de (bedrijfs)woning of een vrijstaand bijbehorend bouwwerk bij een(bedrijfs)woning, dat qua ligging een ruimtelijke en planologische eenheid vormtmet die woning en waarin een gedeelte van de huishouding, zoals gehuisvest in diewoning, uit een oogpunt van mantelzorg is ondergebracht;
1.8 agrarisch bedrijf:
een bedrijf dat is gericht op het voortbrengen van producten door middel van hettelen van gewassen en/of door middel van het houden van landbouwhuisdieren;onder agrarische bedrijven worden tevens begrepen boomteeltbedrijven,sierteeltbedrijven en productiegerichte paardenhouderijen;
1.9 agrarisch-technisch hulpbedrijf:
bedrijf dat geheel of in overwegende mate gericht is op het leveren van dienstenwaarbij gemechaniseerd loonwerk ten behoeve van land-, tuin-, bos- of natuurbouwwordt verricht of waarbij gebruik gemaakt wordt van het telen van gewassen, hethouden van dieren of het toepassen van andere land-, tuin-, bos- ofnatuurbouwkundige methoden, met uitzondering van mestbewerking, zoalsgrootveeklinieken, KI-stations, mestopslag en mesthandelsbedrijven,loonwerkbedrijven, veetransport- en veehandelsbedrijven;
1.10 agrarisch verwant bedrijf:
bedrijf dat geheel of in overwegende mate gericht is op het verlenen van dienstenaan particulieren of niet-agrarische bedrijven, waarbij gebruik gemaakt wordt vanhet telen van gewassen, het houden van dieren of het toepassen van andere land-,bos- of natuurbouwkundige methoden, met uitzondering van mestbewerking, zoalshoveniersbedrijven, dierenpensions en kennels, dierenklinieken (groot- en kleinvee)en instellingen voor agrarisch proefonderwijs;
1.11 archeologische waarden:
waarden van een terrein in verband met de zich mogelijk daarin bevindendeoudheidkundige zaken die van belang zijn vanwege hun schoonheid, hun betekenisvoor de wetenschap en/of hun cultuurhistorische waarde;
1.12 bebouwde oppervlakte:
de oppervlakte van alle aanwezige bouwwerken tezamen;
1.13 bebouwing:
één of meer gebouwen en/of bouwwerken geen gebouwen zijnde;
1.14 bebouwingspercentage:
een in de regels opgenomen of aangeduid percentage, dat de grootte van het deelvan een terrein (bouwvlak, bestemmingsvlak, bouwperceel etc.) aangeeft, datmaximaal mag worden bebouwd;
1.15 bed & breakfast:
een voorziening, die als doel heeft het verstrekken van logies en ontbijt aan steedswisselend publiek, dat voor een korte periode, namelijk één tot enkele nachten, terplaatse met een recreatieve doelstelling verblijft; onder bed & breakfast wordt nietverstaan overnachting, noodzakelijk in verband met het verrichten van tijdelijke,seizoensgebonden of permanente werkzaamheden en/of arbeid;
1.16 bedrijf:
een onderneming waarbij de bedrijfsactiviteiten gericht zijn op het vervaardigen,bewerken, installeren inzamelen, en verhandelen van goederen, waarbij eventueledetailhandel uitsluitend plaatsvindt als ondergeschikt onderdeel van deonderneming in de vorm van verkoop c.q. levering van ter plaatse vervaardigde,bewerkte of herstelde goederen, dan wel goederen die in rechtstreeks verbandstaan met de uitgeoefende handelingen;
1.17 bedrijfsactiviteiten:
handelingen en werkzaamheden die plaatsvinden in het kader van de uitoefeningvan een bedrijf;
1.18 bedrijfsgebouw:
een gebouw dat dient voor de uitoefening van één of meer bedrijfsactiviteiten;
1.19 bedrijfsmatige exploitatie:
het via een bedrijf, stichting of ander rechtspersoon voeren van een zodanig beheer/ exploitatie, dat in de recreatieverblijven daadwerkelijk recreatief gebruikplaatsvindt;
1.20 bedrijfswoning:
een woning, bij een bedrijf of instelling, bestemd voor de huisvesting van (hethuishouden van) een persoon die op dat bedrijf of instelling werkzaam is en al danniet toezicht houdt;
1.21 begane grond:
de bouwlaag van een gebouw, die rechtstreeks ontsloten wordt vanaf hetstraatniveau;
1.22 beperkt kwetsbaar object:
zoals gehanteerd in het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi);
1.23 bestaand(e) situatie:
a. ten aanzien van bebouwing: bebouwing, zoals legaal aanwezig op het tijdstip
van inwerkingtreding van het bestemmingsplan, dan wel die mag worden
gebouwd krachtens een voor dat tijdstip aangevraagde vergunning;
b. ten aanzien van gebruik: het gebruik van grond en opstallen, zoals legaal
aanwezig op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan;
1.24 bestemmingsgrens:
de grens van een bestemmingsvlak;
1.25 bestemmingsvlak:
een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming;
1.26 bevoegd gezag:
bestuursorgaan dat bevoegd is tot het nemen van een besluit ten aanzien van eenaanvraag om een omgevingsvergunning of ten aanzien van een al verleendeomgevingsvergunning;
1.27 bijbehorend bouwwerk:
uitbreiding van een hoofdgebouw dan wel functioneel met een zich op hetzelfdeperceel bevindend hoofdgebouw verbonden, daar al dan niet tegen aangebouwdgebouw, of ander bouwwerk, met een dak;
1.28 bouwen:
plaatsen, geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen, veranderen of vergroten vaneen bouwwerk;
1.29 bouwgrens:
de grens van een bouwvlak;
1.30 bouwlaag:
doorlopend gedeelte van een gebouw dat door op gelijke of bij benadering gelijkehoogte liggende vloeren of balklagen is begrensd;
1.31 bouwperceel:
een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bijelkaar behorende bebouwing is toegelaten;
1.32 bouwvlak:
een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge deregels bepaalde gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde zijn toegelaten;
1.33 bouwwerk:
elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, diehetzij direct hetzij indirect met de grond is verbonden, hetzij direct of indirect steunvindt in of op de grond;
1.34 bouwwerk, geen gebouw zijnde:
een bouwwerk, dat geen gebouw is;
1.35 bruto vloeroppervlak:
het bruto vloeroppervlak van een gebouw is de som van de bepaalde brutovloeroppervlakten van alle tot het gebouw behorende binnenruimten;
1.36 cultuurhistorische waarde:
de aan een bouwwerk of gebied toegekende waarde, gekenmerkt door het beelddat is ontstaan door het gebruik dat de mens in de loop van de geschiedenis heeftgemaakt van dat bouwwerk of dat gebied, zoals dat ondermeer tot uitdrukkingkomt in de beplanting, het reliëf, de verkaveling, het sloten- of wegenpatroon en/ofde architectuur;
1.37 dagrecreatie:
activiteiten overdag ter ontspanning in de vorm van sport, spel, toerisme eneducatie, waarbij overnachting niet is toegestaan;
1.38 detailhandel:
het bedrijfsmatig te koop aanbieden (hieronder begrepen de uitstalling tenverkoop) het verkopen en/of leveren van goederen aan diegenen die deze goederenkopen voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van eenberoeps- of bedrijfsactiviteit, met dien verstande dat postorderbedrijven, endaarmee te vergelijken internethandel, flitsbezorgdiensten of darkstores (al danniet met een baliefunctie) niet worden aangemerkt als detailhandel, tenzij terplaatse de goederen ten verkoop worden uitgestald, en er sprake is van fysiekklantcontact, en minimaal 50% van de totale oppervlakte in gebruik is alsverkoopvloeroppervlak, geheel toegankelijk voor klanten.
1.39 extensief dagrecreatief medegebruik:
die vormen van natuurvriendelijke recreatie welke in hoofdzaak zijn gericht opnatuur- en landschapsbeleving, zoals vogelobservatie, wandelen, fietsen,mountainbiken, picknicken, kanoën, survivaltochten, die niet bedrijfsmatig van aardis en qua omvang en ruimtelijke uitstraling, ondergeschikt is aan de overige,ingevolge de bestemmingsomschrijving toegestane gebruiken en dientengevolgeniet het primaire c.q. hoofdgebruik betreffende, al dan niet in combinatie metextensieve dagrecreatieve voorzieningen zoals paden, banken, picknicktafels,bewegwijzering e.d.;
1.40 gastouderschap
kinderopvang op het woonadres van een gastouder of de ouder(s) die tot standkomt door bemiddeling van een gastouderbureau en die betrekking heeft op tenhoogste 6 kinderen, naast eventuele eigen kinderen van de gastouder;
1.41 gebouw:
elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel ofgedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt;
1.42 geomorfologisch:
de vorm van het landschap, ontstaan door geologische processen en beïnvloedtdoor menselijk handelen;
1.43 glastuinbouwbedrijf:
een agrarisch bedrijf met een bedrijfsvoering die geheel of in overwegende mate inkassen plaatsvindt;
1.44 groepsaccommodatie / logeergebouw:
een gebouw bestemd voor verblijfsrecreatie door meerdere personen ingroepsverband;
1.45 grondgebonden agrarisch bedrijf:
agrarisch bedrijf met een bedrijfsvoering die geheel of in overwegende mate niet ingebouwen plaatsvindt, waaronder een productiegerichte paardenhouderij;
1.46 grondgebonden veehouderij:
veehouderij, waarvan het voer en de mest voor het overgrote deel gewonnenrespectievelijk aangewend worden op gronden die in gebruik zijn van deveehouderij en die in de directe omgeving liggen van de bedrijfslocatie; hierondervalt in ieder geval niet de intensieve veehouderij;
1.47 grondgebonden woning:
een gebouw dat uitsluitend één woning omvat, rechtstreeks contact heeft met hetaangrenzende terrein en toegankelijk is vanaf de weg;
1.48 hobbymatig:
een omvang die niet als bedrijfsmatig wordt aangemerkt en/of waarbij geenvergoeding wordt gevraagd voor de verleende diensten of geleverdeproductengebruik;
1.49 hoofdfunctie:
de belangrijkste functie waarvoor een gebouw mag worden gebruikt;
1.50 hoofdgebouw:
gebouw, of gedeelte daarvan, dat noodzakelijk is voor de verwezenlijking van degeldende of toekomstige bestemming van een perceel en, indien meer gebouwenop het perceel aanwezig zijn, gelet op die bestemming het belangrijkst is;
1.51 horeca:
het bedrijfsmatig verschaffen c.q. verstrekken van logies, dranken, maaltijden enkleine eetwaren, zoals een hotel, restaurant, café, cafetaria of een combinatie vantwee of meer van deze bedrijven, waaronder eveneens wordt begrepen hetexploiteren van zaalaccommodatie, doch met uitzondering van een sexinrichting,onderscheiden in de volgende horecacategorieën:
1. Horecacategorie 1:
Een bedrijf dat in hoofdzaak is gericht op het bedrijfsmatig verstrekken van aldan niet ter plaatse bereide etenswaren ten behoeve van consumptie terplaatse, alsmede het daaraan ondergeschikt verstrekken van alcoholhoudendeen niet-alcoholhoudende dranken, al dan niet in combinatie met hetverstrekken van nachtverblijf en/of van zaalverhuur, zoals een (hotel)-restaurant, pannenkoekhuis, eetcafé en pizzeria, uitgezonderd een zelfstandigmaaltijdafhaalcentrum;
2. Horecacategorie 2:Pagina 7 van 38
Een bedrijf dat in hoofdzaak gericht is op het bedrijfsmatig verstrekken van terplaatse bereide snacks, ijs en kleine maaltijden voor consumptie zowel terplaatse als elders, met daaraan ondergeschikt het verstrekken van dranken,zoals een snackbar, cafetaria, lunchroom en ijssalon;
3. Horecacategorie 3:
Een bedrijf dat in hoofdzaak gericht is op het bedrijfsmatig verstrekken vanoverwegend alcoholische dranken voor consumptie ter plaatse, al dan niet incombinatie met kleine etenswaren, zoals een café;
4. Horecacategorie 4:
Een bedrijf dat in hoofdzaak is gericht op het bedrijfsmatig bieden vangelegenheid tot dansen in combinatie met het verstrekken vanalcoholhoudende en niet-alcoholhoudende dranken, zoals een dancing ofdiscotheek;
1.52 houtgewas:
bomen, struiken, houtopstanden, boomgaarden, knotbomen, singels en houtwallen;
1.53 (inpandige) statische opslag:
het in een gebouw bergen van goederen, die geen regelmatige verplaatsingbehoeven, zoals (antieke) auto's, boten en caravans. De opslag mag niet bestemdzijn voor de handel dan wel worden opgeslagen voor een elders gevestigd (niet-)agrarisch bedrijf;
1.54 kamerverhuur:
het bedrijfsmatig verhuren of het aanbieden van kamers voor bewoning;
1.55 kampeerboerderij:
het gelegenheid geven tot het houden van recreatief dag- en nachtverblijf ingebouwen deel uitmakend van een agrarische bedrijf dan wel een voormaligagrarisch bedrijf;
1.56 kampeermiddel:
tent, tentwagen, kampeerauto of caravan dan wel enig ander onderkomen of enigander voertuig of gewezen voertuig of gedeelte daarvan, voor zover geenbouwwerk zijnde, een en ander voor zover deze onderkomens of voertuigen geheelof ten dele blijvend zijn bestemd of opgericht dan wel worden of kunnen wordengebruikt voor recreatief verblijf;
1.57 kampeerplaats:
standplaats voor één of een aantal bij elkaar behorende kampeermiddelen;
1.58 kampeerterrein:
terrein of plaats, geheel of gedeeltelijk ingericht, en blijkens die inrichting bestemd,om daarop gelegenheid te geven tot het plaatsen of geplaatst houden vankampeermiddelen ten behoeve van recreatief dag- en nachtverblijf en daaraangelieerde en (qua omvang en ruimtelijke uitstraling) ondergeschikte vormen vandagrecreatie;
1.59 kantoorvoorziening:
een verblijfsruimte die door haar aard, indeling en inrichting kennelijk is bedoeldvoor het verrichten van werkzaamheden van hoofdzakelijk administratieve aardzonder baliefunctie;
1.60 kas:
agrarisch bedrijfsgebouw waarvan de wanden en het dek voornamelijk bestaan uitglas of een ander lichtdoorlatend materiaal en dienend voor de productie vangewassen onder geconditioneerde klimaatomstandigheden, waaronder medebegrepen een schuurkas of een permanente tunnel- of boogkas hoger dan 1,5meter;
1.61 kleinschalige veehouderij
veehouderij ondergeschikt aan de hoofdfunctie met een omvang die niet alsbedrijfsmatig wordt aangemerkt en/of waarbij geen vergoeding wordt gevraagdvoor het houden van dieren;
1.62 kwetsbaar object:
zoals gehanteerd in het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi);
1.63 landschappelijke inpassing:
het inpassen van een gebouw of een gebruik in het landschap, waarbij afstemmingplaatsvindt op de context van het landschap door middel van de architectuur vanhet gebouw en de aanplant van gebiedseigen beplanting;
1.64 landschappelijke waarde:
de aan een gebied toegekende waarde, gekenmerkt door het waarneembare deelvan het aardoppervlak, die wordt bepaald door de onderlinge samenhang enbeïnvloeding van de levende en niet-levende natuur;
1.65 legaal:
in overeenstemming met de Woningwet dan wel de Wet algemene bepalingenomgevingsrecht;
1.66 manege:
een dagrecreatief bedrijf dat hoofdzakelijk op eigen terrein binnen of buiten eengebouw gelegenheid geeft tot het beoefenen van de paardensport en al dan nietmogelijkheden biedt voor het verblijf en de verzorging van paarden;
1.67 mantelzorg:
het bieden van zorg aan eenieder die hulpbehoevend is op het fysieke, psychischen/of sociaal vlak, op vrijwillige basis en buiten organisatorisch verband;
1.68 natuurwaarde:
de aan een gebied toegekende waarde, gekenmerkt door geologische,geomorfologische, bodemkundige en biologische elementen, zowel afzonderlijk alsin onderlinge samenhang;
1.68 nevenactiviteiten:
het door de eigenaar / exploitant van het ter plaatse gevestigde bedrijf ontplooienvan activiteiten bij de hoofdfunctie van de bestemming die niet rechtstreeks deuitoefening van de bedrijfsvoering betreffen, die ingevolge de geldendebestemming zijn toegestaan, maar wel daaraan (qua omvang en ruimtelijkeuitstraling) ondergeschikt zijn;
1.69 niet-zelfstandige woonruimte:
een woonruimte welke geen eigen toegang heeft en welke niet door een persoon ofhuishouden kan worden bewoond, zonder dat deze daarbij afhankelijk is vanwezenlijke voorzieningen - zoals sanitair, kookgelegenheid, wasgelegenheid -buiten die woonruimte;
1.70 nutsvoorzieningen:
gebouwde voorzieningen van openbaar nut ten behoeve van water, elektriciteit, gase.d., zoals transformatorhuisjes, schakelhuisjes, duikers, bemalingsinstallaties,gemaalgebouwtjes, telefooncellen, voorzieningen ten behoeve van (ondergrondse)afvalinzameling en apparatuur voor telecommunicatie;
1.71 omgevingsvergunning:
vergunning voor activiteiten als genoemd in artikel 2.1 van de Wet algemenebepalingen omgevingsrecht (Wabo);
1.72 omschakeling:
geheel of gedeeltelijk overstappen van de ene (agrarische) bedrijfsvorm naar eenandere (agrarische) bedrijfsvorm, dan wel het overstappen van een (niet)-agrarischbedrijfsmatig gebruik naar een niet bedrijfsmatig gebruik;
1.73 ondergeschikte detailhandel
detailhandelsactiviteiten die qua uitstraling passend bij en ondergeschikt aan dehoofdfunctie, ter ondersteuning dienen van de hoofdfunctie en niet zelfstandigworden uitgeoefend en/of toegankelijk zijn los van de hoofdfunctie;
1.74 ondergeschikte voorzieningen voor verkeer en verblijf
voorzieningen voor verkeer en verblijf die ondergeschikt en gelieerd zijn aan defuncties die ingevolge de geldende bestemming ter plaatse zijn toegestaan, zoalsin- en uitritten, voorzieningen en paden voor calamiteitenverkeer enafvalafhandeling, langzaam verkeerspaden, onverharde paden, trottoirs enbrandgangen. Hieronder worden in ieder geval geen wegen enparkeervoorzieningen voor gemotoriseerd verkeer begrepen;
1.75 onderkomens:
voor verblijf geschikte – al dan niet aan de bestemming onttrokken – voer- envaartuigen, arken, caravans en stacaravans voor zover deze niet als bouwwerkenzijn aan te merken, als ook tenten;
1.76 ondersteunende horeca:
horeca, welke (qua omvang en ruimtelijke uitstraling) ondergeschikt en gelieerd isaan de functie die ingevolge de geldende bestemming ter plaatse is toegestaan;
1.77 onversterkte muziek:
muziek die niet elektronisch wordt versterkt;
1.78 overig agrarisch bedrijf:
agrarisch bedrijf dat niet binnen de begripsbepaling van veehouderij,vollegrondsteeltbedrijf of glastuinbouwbedrijf valt;
1.79 paardenbak:
een buitenrijbaan ten behoeve van paardrijactiviteiten, met een bodem van zand,hout, boomschors of ander natuurlijk materiaal en al dan niet voorzien van eenomheining;
1.80 paardenhouderij:
hierbij wordt een onderscheid gemaakt in:
a. productiegericht: een grondgebonden agrarisch bedrijf dat zich richt op het
produceren van paarden, zoals hengstenstations, opfokbedrijven, paarden- en
ponyfokbedrijven, africhtings- en trainingsstallen, africhtingsbedrijven e.d., al
dan niet een combinatie van vorenstaande of in combinatie met handelstallen;
b. gebruiksgericht:
- een semi-agrarisch bedrijf in de vorm van pensionstalling;
- een sportbedrijf in de vorm van een manege;
1.81 peil:
a. voor een bouwwerk op een perceel, waarvan de hoofdtoegang direct aan de
weg grenst: de hoogte van de weg ter plaatse van die hoofdtoegang;
b. voor een bouwwerk op een perceel, waarvan de hoofdtoegang niet direct aan
de weg grenst: de hoogte van de weg of de toekomstige weg ter plaatse van
die hoofdtoegang bij voltooiing van de bouw;
c. in andere gevallen: de gemiddelde hoogte van het aansluitende afgewerkte
terrein;
d. indien in of op het water wordt gebouwd: het Nieuw Amsterdams Peil / of een
ander plaatselijk aan te houden waterpeil;
1.82 paardenpension / pensionstalling:
het stallen en weiden van paarden van derden;
1.83 plattelandswoning:
een bij een bedrijf behorende woning die als bedrijfswoning en/of door een derdebewoond mag worden, in de zin van artikel 1.1a van de Wet algemene bepalingenomgevingsrecht;
1.84 recreatief verblijf:
verblijf, al dan niet door een wisselend publiek, dat voor een korte periode terplaatse met een recreatieve doelstelling verblijft; hieronder wordt niet verstaanovernachting, noodzakelijk in verband met het verrichten van tijdelijke,seizoensgebonden of permanente werkzaamheden en/of arbeid;
1.85 recreatieverblijf:
een gebouw dat dient als recreatief dag- en nachtverblijf, niet zijnde eenstacaravan;
1.86 risicovolle inrichting:
een inrichting, zoals bedoeld in artikel 2 lid 1 van het Besluit externe veiligheidinrichtingen (Bevi);
1.87 ruimtelijke ontwikkeling:
bouwactiviteiten en planologische gebruiksactiviteiten waarvoor op grond van deWet algemene bepalingen omgevingsrecht en het Besluit omgevingsrecht eenomgevingsvergunning is vereist;
1.88 seksinrichting:
een voor publiek toegankelijke, besloten ruimte waarin bedrijfsmatig of in eenomvang alsof hij bedrijfsmatig was, seksuele handelingen worden verricht, ofvertoningen van erotisch-pornografische aard plaatsvinden. Onder seksinrichtingwordt in elk geval verstaan: seksbioscoop, seksautomatenhal, sekstheater,parenclub en (raam) prostitutiebedrijf, waaronder tevens begrepen een erotischemassagesalon, al dan niet in combinatie met elkaar;
1.89 semi-agrarisch bedrijf:
een agrarisch verwant bedrijf en/of een agrarisch-technisch hulpbedrijf;
1.90 slopen:
geheel of gedeeltelijk afbreken;
1.91 stacaravan:
een kampeermiddel in de vorm van een caravan of soortgelijk onderkomen opwielen, dat mede gelet op de afmetingen, kennelijk niet bestemd is om regelmatig
en op normale wijze op de verkeerswegen ook over grotere afstanden als eenaanhangsel van een auto te worden voortbewogen;
1.92 stedenbouwkundig beeld:
het beeld dat wordt bepaald door de situering, de bouwmassa’s, de dakvormen ende dakrichtingen van de bebouwing;
1.93 streekeigen producten:
producten, gemaakt met grondstoffen die als streekeigen worden beschouwd en/ofvolgens streektraditie geteelde producten, en/of producten die volgens eenspecifieke bereidingswijze of receptuur van een bepaalde regio wordtgeproduceerd;
1.94 teeltondersteunende voorziening:
een ondersteunende voorziening in, op of boven de grond die een onderdeel is vaneen overwegend grondgebonden agrarische bedrijfsvoering, gericht op het telenvan (sier)gewassen (zoals tuinbouw, boomteelt of sierteelt) en wordt gebruikt omde productie onder meer gecontroleerde omstandigheden te laten plaatsvinden en /of de arbeidsomstandigheden te verbeteren. Teeltondersteunende voorzieningenkunnen zowel een gebouw als een bouwwerk, geen gebouw zijnde, zijn.Vraathekken (zoals boomteelthekken) en veekeringen worden niet gezien alsteeltondersteunende voorzieningen;
1.95 vakantieappartement:
deel van een gebouw welke blijvend is ingericht voor recreatief dag- ennachtverblijf, waarbij wordt verbleven in zelfstandige eenheden;
1.96 veehouderij:
agrarisch bedrijf, gericht op het fokken, mesten en houden van runderen, varkens,schapen, geiten, pluimvee, tamme konijnen en pelsdieren;
1.97 verblijfsrecreatie:
recreatie in ruimten welke zijn bestemd of opgericht voor recreatief dag- ennachtverblijf, zoals een recreatiewoning, groepsaccommodatie / logeergebouw,pension, bed & breakfast, kampeermiddel of trekkershut door personen die hunhoofdwoonverblijf elders hebben;
1.98 verkoopvloeroppervlak:
de voor het publiek zichtbare en toegankelijke winkelruimte ten behoeve van dedetailhandel;
1.99 vloeroppervlak(te):
de totale oppervlakte, gemeten op vloerniveau, die voor een functie wordt gebruikt;
1.100 volwaardig (agrarisch) bedrijf:
bedrijf met de omvang van ten minste één volwaardige arbeidskracht met eendaarbij passende arbeidsomvang en een daaruit te verwachten redelijk inkomen;
1.101 voorgevelrooilijn:
de denkbeeldige lijn, evenwijdig aan de as van de weg waaraan gebouwd wordt, opeen afstand van de weg die:
a. gelijk is aan de in de regels voorgeschreven afstand van gebouwen uit de as
van de weg op het betreffende bouwperceel;
b. gelijk is aan de afstand van bestaande gebouwen tot de as van de weg op het
betreffende bouwperceel, indien die afstand kleiner is dan de in de regels
voorgeschreven afstand;
1.102 vormverandering van een bouwvlak:
wijziging van de begrenzing van een bouwvlak zonder dat dit gepaard gaat met eenvergroting van de totale oppervlakte;
1.103 waterhuishoudkundige voorzieningen:
voorzieningen die het waterhuishoudingsbelang dienen, zoals watergangen,waterstaatkundige kunstwerken, onderhoudsstroken ten behoeve van het beheeren onderhoud van een watergang e.d., voorzieningen ten behoeve van dewaterhuishouding, waterafvoer, waterinfiltratie en waterberging, inclusiefbijbehorende voorzieningen zoals bermen, paden, beschoeiingen;
1.104 watergang:
een voor de oppervlaktewaterkwantiteit van overwegend belang zijnde sloot;
1.105 woning / wooneenheid:
een complex van intern met elkaar in verbinding staande ruimten, in een (gedeeltevan een) gebouw, uitsluitend bedoeld voor de huisvesting van één huishouden;
1.106 woningsplitsing:
het opdelen van een woning in meerdere wooneenheden;
1.107 (woon)boerderij:
een (voormalige) agrarische bedrijfswoning met in de bouwmassa opgenomen(voormalige) agrarische bedrijfsruimten, die samen een geïntegreerde eenheid(bouwkarakteristiek waarbij woon- en bedrijfsgedeelte van oudsher aan elkaarverbonden zijn) vormen;