1.1 plan
Bestemmingsplan 'Buitengebied 2013, (inclusief Lint Oosteind), herziening 6, Maalderijstraat Oosteind' met identificatienummer 'NL.IMRO.0826.BSPMaalderij-VA01' van de gemeente Oosterhout;
1.2 bestemmingsplan
de geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels (en de daarbij behorende bijlagen);
1.3 aanduiding
een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels, regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden;
1.4 aaneengebouwde woning
een woning die deel uitmaakt van een blok van meer dan twee woningen, waarvan het hoofdgebouw aan ten minste één zijde aan het op het aangrenzende bouwperceel gelegen hoofdgebouw is gebouwd;
1.5 aan huis verbonden beroep of bedrijf
de uitoefening van een beroep op zakelijk, administratief, juridisch, financieel, therapeutisch, (para)medisch, cosmetisch, ontwerptechnische of hieraan gelijk te stellen gebied, dan wel de uitoefening van ambachtelijke bedrijfsactiviteiten geheel of overwegend door middel van handwerk, voor zover deze behoren tot de milieucategorie 1 of 2, zoals bepaald in de Staat van bedrijfsactiviteiten, of een daarmee qua aard en invloed op de omgeving vergelijkbare activiteit, waarbij de uitoefening in of bij een woning wordt uitgeoefend.
1.6 achtererfgebied
erf aan de achterkant en de niet naar openbaar toegankelijk gebied gekeerde zijkant, op meer dan 1 m. van de voorkant, van het hoofdgebouw;
1.7 achtergevelrooilijn
de van de weg, waarop het belangrijkste gebouw op een bouwperceel is georiënteerd, afgekeerde grens van een bouwvlak;
1.8 archeologische waarden
waarden van een terrein in verband met de zich mogelijk daarin bevindende oudheidkundige zaken die van belang zijn vanwege hun schoonheid, hun betekenis voor de wetenschap en/of hun cultuurhistorische waarde;
1.9 bebouwing
één of meer gebouwen en/of bouwwerken geen gebouwen zijnde;
1.10 bed & breakfast
een voorziening, die als doel heeft het verstrekken van logies en ontbijt aan steeds wisselend publiek, dat voor een korte periode, namelijk één tot enkele nachten, ter plaatse met een recreatieve doelstelling verblijft; onder bed & breakfast wordt niet verstaan overnachting, noodzakelijk in verband met het verrichten van tijdelijke, seizoensgebonden of permanente werkzaamheden en/of arbeid;
1.11 bedrijf
een inrichting of instelling gericht op het bedrijfsmatig voortbrengen, vervaardigen, bewerken, opslaan, installeren en/of herstellen van goederen;
1.12 bedrijfsgebouw
een gebouw dat dient voor de uitoefening van één of meer bedrijfsactiviteiten;
1.13 bedrijfswoning
een woning, bij een (agrarisch) bedrijf of instelling, bestemd voor de huisvesting van (het huishouden van) een persoon die op dat bedrijf of die instelling werkzaam is en al dan niet toezicht houdt;
1.14 beperkt kwetsbaar object
een object waarvoor ingevolge het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) een richtwaarde voor het risico c.q. een risicoafstand tot een risicovolle inrichting is bepaald, die in acht moet worden genomen;
- verspreid liggende woningen, woonschepen en woonwagens met een dichtheid van maximaal twee woningen, woonschepen of woonwagens per hectare alsmede bedrijfswoningen van derden;
- kantoorgebouwen, voor zover zij niet zijn aan te merken als kwetsbaar object;
- hotels en restaurants, voor zover zij niet zijn aan te merken als kwetsbaar object;
- winkels, voor zover zij niet zijn aan te merken als kwetsbaar object;
- sporthallen, sportterreinen, zwembaden en speeltuinen;
- kampeerterreinen en andere terreinen bestemd voor recreatieve doeleinden, voor zover zij niet zijn aan te merken als kwetsbaar object;
- bedrijfsgebouwen, voor zover zij niet zijn aan te merken als kwetsbaar object;
- objecten die met de onder a tot en met e en g genoemde objecten gelijkgesteld kunnen worden uit hoofde van de gemiddelde tijd per dag gedurende welke personen daar verblijven, het aantal personen dat daarmee doorgaans aanwezig is en de mogelijkheden voor zelfredzaamheid bij een ongeval, voor zover die objecten geen kwetsbare objecten zijn; en
- objecten met een hoge infrastructurele waarde, zoals een telefoon- of elektriciteitscentrale of een gebouw met vluchtleidingapparatuur, voor zover die objecten wegens de aard van de gevaarlijke stoffen die bij een ongeval kunnen vrijkomen, bescherming verdienen tegen de gevolgen van dat ongeval.
1.15 bestaand(e situatie)
- ten aanzien van bebouwing: bebouwing, zoals legaal aanwezig op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan, dan wel die mag worden gebouwd krachtens een voor dat tijdstip aangevraagde vergunning;
- ten aanzien van gebruik: het gebruik van grond en opstallen, zoals legaal aanwezig op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan;
1.16 bestemmingsgrens
de grens van een bestemmingsvlak;
1.17 bestemmingsvlak
een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming;
1.18 bijbehorend bouwwerk
uitbreiding van een hoofdgebouw dan wel functioneel met een zich op hetzelfde perceel bevindend hoofdgebouw verbonden, daar al dan niet tegen aangebouwd gebouw, of ander bouwwerk, met een dak;
1.19 bouwen
plaatsen, geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen, veranderen of vergroten van een bouwwerk;
1.20 bouwgrens
de grens van een bouwvlak;
1.21 bouwlaag
doorlopend gedeelte van een gebouw dat door op gelijke of bij benadering gelijke hoogte liggende vloeren of balklagen is begrensd;
1.22 bouwperceel
een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten;
1.23 bouwvlak
een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde zijn toegelaten;
1.24 bouwwerk
elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die hetzij direct hetzij indirect met de grond is verbonden, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond;
1.25 cultuurhistorische waarde
de aan een bouwwerk of gebied toegekende waarde, gekenmerkt door het beeld dat is ontstaan door het gebruik dat de mens in de loop van de geschiedenis heeft gemaakt van dat bouwwerk of dat gebied, zoals dat onder meer tot uitdrukking komt in de beplanting, het reliëf, de verkaveling, het sloten- of wegenpatroon en/of de architectuur;
1.26 dagrecreatie
activiteiten overdag ter ontspanning in de vorm van sport, spel, toerisme en educatie, waarbij overnachting niet is toegestaan;
1.27 dak
iedere bovenbeëindiging van een gebouw;
1.28 dakopbouw
een opbouw op een deel van een hellend dak, waarmee de goten en /of bouwhoogte van een gebouw wordt verhoogd;
1.29 detailhandel
het bedrijfsmatig te koop aanbieden (hieronder begrepen de uitstalling ten verkoop), het verkopen en/of leveren van goederen aan diegene die deze goederen kopen voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit, met dien verstande dat postorderbedrijven en daarmee vergelijkbare internetwinkels niet worden aangemerkt als detailhandel, tenzij ter plaatse sprake is van fysiek klantcontact.
1.30 erf
al dan niet bebouwd perceel of een gedeelte daarvan, dat direct is gelegen bij een hoofdgebouw en dat in feitelijk is ingericht ten dienste van het gebruik van dat gebouw;
1.31 extensief recreatief medegebruik
die vormen van natuurvriendelijke recreatie welke in hoofdzaak zijn gericht op natuur- en landschapsbeleving, zoals vogelobservatie, wandelen, fietsen, mountainbiken, picknicken, kanoën, survivaltochten, die niet bedrijfsmatig van aard is en qua omvang en ruimtelijke uitstraling, ondergeschikt is aan de overige, ingevolge de bestemmingsomschrijving toegestane gebruiken en dientengevolge niet het primaire c.q. hoofdgebruik betreffende, al dan niet in combinatie met extensieve dagrecreatieve voorzieningen zoals paden, banken, picknicktafels, bewegwijzering e.d.;
1.32 functie
doeleinden ten behoeve waarvan gebruik van gebouwen en/of gronden of aangewezen dalen daarvan is toegestaan;
1.33 garagebedrijf
een bedrijf, dat uitsluitend of in hoofdzaak is bestemd voor verkoop, en/of onderhoud en reparatie van motorvoertuigen, met dien verstande dat de verkoop van motorbrandstoffen is uitgezonderd;
1.34 gebouw
elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt;
1.35 geschakelde woning
een woning, waarvan het hoofdgebouw aan één zijde op de bouwperceelgrens is gebouwd en door middel van bijbehorende bouwwerken geschakeld is met een ander hoofdgebouw op een aangrenzend bouwperceel;
1.36 gevel
bouwkundige constructie die een ruimte in een woning of gebouw scheidt van de buitenlucht, daaronder begrepen het dak;
1.37 gevelvlak
het verticale vlak waarin de hoofdvlakken van een gevel zich bevinden;
1.38 grondgebonden woning
een woning die rechtstreeks contact heeft met het aangrenzende terrein;
1.39 groothandel
het bedrijfsmatig te koop aanbieden, waaronder begrepen de uitstalling ten verkoop, het verkopen en/of leveren van goederen aan wederverkopers, instellingen dan wel personen ten aanwending in een ander bedrijf;
1.40 hoofdfunctie
de belangrijkste functie waarvoor een gebouw mag worden gebruikt;
1.41 hoofdgebouw
gebouw, of gedeelte daarvan, dat noodzakelijk is voor de verwezenlijking van de geldende of toekomstige bestemming van een perceel en indien meer gebouwen op het perceel aanwezig zijn, gelet op die bestemming het belangrijkst is;
1.42 horeca (bedrijf)
het bedrijfsmatig verschaffen c.q. verstrekken van logies, dranken, maaltijden en kleine eetwaren, zoals een hotel, restaurant, café, cafetaria of een combinatie van twee of meer van deze bedrijven, waaronder eveneens wordt begrepen het exploiteren van zaalaccommodatie, doch met uitzondering van een seksinrichting.
1.43 horeca categorie 1
een bedrijf dat in hoofdzaak is gericht op het bedrijfsmatig verstrekken van al dan niet ter plaatse bereide etenswaren ten behoeve van consumptie ter plaatse, alsmede het daaraan ondergeschikt verstrekken van alcoholhoudende en niet-alcoholhoudende dranken, al dan niet in combinatie met het verstrekken van nachtverblijf en/of van zaalverhuur, zoals een (hotel)-restaurant, pannenkoekhuis, eetcafé en pizzeria, uitgezonderd een zelfstandig maaltijdafhaalcentrum;
1.44 horeca categorie 2
een bedrijf dat in hoofdzaak is gericht op het bedrijfsmatig verstrekken van ter plaatse bereide snacks, ijs en kleine maaltijden voor consumptie zowel ter plaatse als elders, met daaraan ondergeschikt het verstrekken van dranken, zoals een snackbar, cafetaria, lunchroom en ijssalon;
1.45 horeca categorie 3
een bedrijf dat in hoofdzaak is gericht op het bedrijfsmatig verstrekken van overwegend alcoholische dranken voor consumptie ter plaatse, al dan niet in combinatie met kleine etenswaren, zoals een café;
1.46 horeca categorie 4
een bedrijf dat in hoofdzaak is gericht op het bedrijfsmatig bieden van gelegenheid tot dansen in combinatie met het verstrekken van alcoholhoudende en niet-alcoholhoudende dranken, zoals een dancing of discotheek;
1.47 huishouden
de leefvorm of samenlevingsvorm van een alleenstaande of een gezin, waaronder mede wordt begrepen kamerbewoning tot ten hoogste 2 personen in een deel van het hoofdgebouw en/of een aangebouwd bijbehorend bouwwerk;
1.48 huisvesting in verband mantelzorg
huisvesting in of bij een woning van één huishouden, van wie ten miste één persoon mantelzorg verleent aan of ontvangt van een bewoner van de woning;
1.49 internetwinkel
het bedrijfsmatig via webshop's te koop aanbieden van goederen, alsmede het opslaan, verkopen en/of (af)leveren van deze goederen, waarbij de goederen niet ten verkoop worden uitgestald;
1.50 kamerverhuur
het bedrijfsmatig verhuren of het aanbieden van kamers voor bewoning;
1.51 kantoor
een gebouw of deel van een gebouw dat door de aard en indeling kennelijk is bestemd om uitsluitend of in hoofdzaak dienstig te zijn tot het verrichten van administratieve en/of ontwerptechnische arbeid, met de daarbij behorende voorzieningen;
1.52 kinderdagverblijf
een bedrijf of stichting gericht op de opvang van kinderen, niet zijnde gastouderschap;
1.53 kunstobject
een bouwwerk geen gebouw zijnde dat wordt aangemerkt als uiting van beeldende kunst;
1.54 kunstwerk
bouwwerken, geen gebouw zijnde van weg- en waterbouwkundige aard, zoals viaducten, duikers, keerwanden, beschoeiingen, kademuren en dergelijke;
1.55 kwetsbaar object
een object waarvoor ingevolge het Besluit externe veiligheid inrichtingen een grenswaarde voor het risico c.q. een risicoafstand tot een risicovolle inrichting is bepaald, die in acht genomen moet worden:
- woningen, woonschepen en woonwagens, voor zover zij niet zijn aan te merken als beperkt kwetsbaar object:
- gebouwen bestemd voor verblijf, al dan niet gedurende een gedeelte van de dag, van minderjarigen, ouderen, zieken of gehandicapten, zoals:
- ziekenhuizen, bejaardenhuizen en verpleeghuizen;
- scholen; of
- gebouwen of gedeelten daarvan ,bestemd voor dagopvang van minderjarigen;
- gebouwen waarin doorgaans grote aantallen personen gedurende een groot gedeelte van de dag aanwezig zijn, waartoe in ieder geval behoren;
- kantoorgebouwen en hotels met een bruto vloeroppervlak van meer dan 1500m2; of
- complexen waarin meer dan 5 winkels zijn gevestigd en waarvan het gezamenlijke bruto vloeroppervlak meer dan 1000m² bedraagt en winkels met een totaal bruto vloeroppervlak van meer dan 2000m² per winkel, voor zover in die complexen of in de winkels een supermarkt, hypermarkt of warenhuis is gevestigd; en
- kampeer- en andere recreatieterreinen bestemd voor het verblijf van meer dan 50 personen gedurende meerdere aaneengesloten dagen.
1.56 landschappelijke waarde
de aan een gebied toegekende waarde, gekenmerkt door het waarneembare deel van het aardoppervlak, die wordt bepaald door de onderlinge samenhang en beïnvloeding van de levende en niet-levende natuur.
1.57 mantelzorg
intensieve zorg of ondersteuning, die niet in het kader van een hulpverlenend beroep wordt aangeboden aan een hulpbehoevende, ten behoeve van zelfredzaamheid of participatie, rechtstreeks voortvloeiend uit een tussen personen bestaande sociale relatie, die de gebruikelijke hulp van huisgenoten voor elkaar overstijgt, en waarvan de behoefte met een verklaring van een huisarts, wijkverpleegkundige of andere door de gemeente aangewezen sociaal-medisch adviseur kan worden aangetoond;
1.58 natuurwaarde
de aan een gebied toegekende waarde, gekenmerkt door geologische, geomorfologische, bodemkundige en biologische elementen, zowel afzonderlijk als in onderlinge samenhang;
1.59 nutsvoorzieningen
gebouwde voorzieningen van openbaar nut ten behoeve van water, elektriciteit, gas e.d., zoals transformatorhuisjes, schakelhuisjes, duikers, bemalinginstallaties, gemaalgebouwtjes, telefooncellen, voorzieningen ten behoeve van (ondergrondse) afvalinzameling en apparatuur voor (tele)communicatie;
1.60 omgevingsvergunning
vergunning voor activiteiten als genoemd in artikel 2.1 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo);
1.61 onderbouw
een gedeelte van een gebouw, dat wordt afgedekt door een vloer waarvan de bovenkant minder dan 1,2 meter boven het peil is gelegen;
1.62 onderkomens
voor verblijf geschikte – al dan niet aan de bestemming onttrokken – voer- en vaartuigen, arken, caravans en stacaravans voor zover deze niet als bouwwerken zijn aan te merken, als ook tenten;
1.63 overkapping
een bouwwerk, geen gebouw zijnde, bestaande uit een vrijstaande dakconstructie met maximaal één wand;
1.64 patiowoning
een woning met een geheel of gedeeltelijk omsloten binnenplaats of binnenhof gevormd door zijmuren van naburige dan wel op het eigen (bouw)perceel aanwezige gebouwen, behorende bouwwerken en bouwwerken, geen gebouwen zijnde;
1.65 peil
- voor een bouwwerk op een perceel, waarvan de hoofdtoegang direct aan de weg grenst: de hoogte van de weg ter plaatse van die hoofdtoegang;
- voor een bouwwerk op een perceel, waarvan de hoofdtoegang niet direct aan de weg grenst: de hoogte van de weg of de toekomstige weg ter plaatse van die hoofdtoegang bij voltooiing van de bouw;
- in andere gevallen: de gemiddelde hoogte van het aansluitende afgewerkte terrein;
1.66 seksinrichting
een voor publiek toegankelijke, besloten ruimte waarin bedrijfsmatig of in een omvang alsof hij bedrijfsmatig was, seksuele handelingen worden verricht, of vertoningen van erotisch-pornografische aard plaatsvinden. Onder seksinrichting wordt in elk geval verstaan: seksbioscoop, seksautomatenhal, sekstheater, parenclub en (raam) prostitutiebedrijf, waaronder tevens begrepen een erotische massagesalon, al dan niet in combinatie met elkaar;
1.67 stedenbouwkundig beeld
het beeld dat wordt bepaald door de situering, de bouwmassa’s, de dakvormen en de dakrichtingen van de bebouwing in relatie tot de omgeving;
1.68 voorgevel
de naar de weg of naar het openbaar gebied gekeerde gevel van een gebouw of, indien het een gebouw betreft van meer dan één naar de weg of openbaar gebied gekeerde gevel, de gevel die door zijn aard, functie, constructie dan wel gelet op uitstraling ervan als belangrijkste gevel kan worden aangemerkt;
1.69 voorgevelrooilijn
de grens van het bouwvlak die gericht is naar de weg en waarop de bebouwing is georiënteerd;
1.70 vrijstaande woning
een woning waarvan het hoofdgebouw losstaat van de zijdelingse bouwperceelgrenzen;
1.71 waterhuishoudkundige voorzieningen
voorzieningen die het waterhuishoudingsbelang dienen, zoals watergangen, waterstaatkundige kunstwerken, onderhoudsstroken ten behoeve van het beheer en onderhoud van een watergang , alsmede voorzieningen voor waterafvoer, waterinfiltratie en waterberging, inclusief bijbehorende voorzieningen zoals bermen, paden, beschoeiingen;
1.72 wonen
het bewonen van een woning;
1.73 woning
een complex van ruimten, geschikt en bestemd voor de huisvesting van niet meer dan één huishouden;
1.74 woningsplitsing
het opdelen van een woning in meerdere wooneenheden;
1.75 zijstrook
de strook grond gelegen tussen de zijdelingse perceelsgrenzen de denkbeeldige lijn op 3 meter afstand vanaf de zijdelingse perceelsgrens over de volledige diepte van het bouwperceel;
Artikel 2 Wijze van meten
Bij toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten:
2.1 afstanden:
van bouwwerken tot andere bouwwerken, bebouwingsgrenzen en perceelsgrenzen worden daar gemeten waar deze afstanden het kleinst zijn;
2.2 bebouwingspercentage:
het oppervlak dat met bouwwerken mag worden bebouwd, uitgedrukt in procenten van de oppervlakte van het bouwperceel, voor zover dat is gelegen binnen de bestemming, of binnen een in de regels nader aan te duiden gedeelte van die bestemming;
2.3 bouwhoogte van een bouwwerk:
vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes, en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen;
2.4 bovenkant spoorstaaf:
de hoogte van de bovenkant van de laagst gesitueerde spoorstaaf;
2.5 dakhelling:
langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak;
2.6 diepte van een gebouw:
- de horizontale diepte: de lengte van een gebouw, gemeten loodrecht vanaf de naar de weg gekeerde gevel;
- verticale diepte: de diepte van een gebouw, gemeten vanaf de bovenzijde van de (afgewerkte) begane grond vloer;
2.7 goothoogte van een bouwwerk:
vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeibord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel;
2.8 hoogte van een molen
vanaf het peil tot aan de (wieken)as van de molen;
2.9 hoogte van een windturbine
vanaf het peil tot aan de (wieken)as van de windturbine;
2.10 inhoud van een bouwwerk
tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen. Ondergronds bouwen wordt niet meegerekend voor het bepalen van de inhoud van een bouwwerk;
2.11 oppervlakte van een bouwwerk
tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk;
2.12 ondergeschikte bouwonderdelen
Bij toepassing van het in dit artikel bepaalde worden ondergeschikte bouwonderdelen, zoals plinten, pilasters, kozijnen, gevelversieringen, ventilatiekanalen, schoorstenen, luchtkokers, wolfseinden, dakkapellen, liftschachten, gevel- en kroonlijsten, luifels, balkons en overstekende daken, ook indien gelegen buiten het aangegeven bestemmingsvlak, buiten beschouwing gelaten, mits de overschrijding van de bestemmingsgrenzen niet meer dan 1 meter bedraagt.
3.1 Bestemmingsomschrijving
De voor ‘Tuin’ aangewezen gronden zijn bestemd voor:
- tuinen en groenvoorzieningen bij woningen;
- inritten;
- parkeren.
3.2.1 Gebouwen
Voor het bouwen van gebouwen en overkappingen gelden de volgende bepalingen:
- op of in deze gronden mogen geen gebouwen worden gebouwd, met uitzondering van het bepaalde onder 3.2.2;
- indien in afwijking van het bepaalde onder a. ten tijde van de tervisielegging van het ontwerp van het plan al gebouwen of overkappingen aanwezig zijn, dan mogen deze gebouwen of overkappingen in de huidige omvang en situering worden gehandhaafd.
3.2.2 Uitbreiding van een woning
Voor het bouwen van uitbreidingen aan een woning op de aangrenzende bestemming "Wonen" gelden de volgende bepalingen:
- de diepte van de uitbreidingen mag niet meer bedragen dan 1,5 m;
- de uitbreiding mag niet meer bedragen dan 1 bouwlaag;
- de breedte van de uitbreiding mag niet meer bedragen dan tweederde van de voorgevelbreedte van de woning;
- indien de uitbreiding wordt uitgevoerd in combinatie met een luifel, dan dient deze luifel, een open constructie te zijn met een breedte niet meer dan eenderde van de voorgevelbreedte en mag de uitbreiding inclusief luifel over de gehele breedte van de voorgevel worden gebouwd in verhouding tweederde - eenderde.
3.2.3 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde
Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen en overkappingen zijnde, gelden de volgende bepalingen:
- de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen mag niet meer bedragen dan 1 m;
- de bouwhoogte van overige tuinmeubilair, zoals pergola’s, etc. mag niet meer bedragen dan 2,5 m;
- de bouwhoogte van vlaggenmasten en antennes mag niet meer bedragen dan 5 m.
3.3 Specifieke gebruiksregels
Onder strijdig gebruik wordt in ieder geval verstaan het gebruik ten behoeve van het parkeren van motorvoertuigen op de gronden gelegen vóór de voorgevel van het deel van een woning, dat gezien de bouwhoogte, als belangrijkste onderdeel van de woning kan worden aangemerkt.
3.4 Afwijken van de gebruiksregels
Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in 3.3 voor het parkeren van motorvoertuigen voor de voorgevel van een woning, mits:
- het stedenbouwkundig beeld niet wordt geschaad;
- geen onevenredige schade wordt toegebracht aan het woonmilieu en aan de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden en bouwwerken;
- het aantal parkeerplaatsen op de openbare weg niet wordt verminderd.
4.1 Bestemmingsomschrijving
De voor Verkeer aangewezen gronden zijn bestemd voor:
- voorzieningen voor verkeer en verblijf;
- parkeervoorzieningen;
- garageboxen ter plaatse van de aanduiding 'garagebox (gab)';
- groenvoorzieningen;
- kunstobjecten;
- kunstwerken;
- speelvoorzieningen;
- geluidwerende voorzieningen;
- straatmeubilair;
- ontmoetingsplaatsen voor jongeren en/of ouderen;
- terrassen;
- (voorzieningen voor) ambulante detailhandel;
- nutsvoorzieningen;
- water en waterhuishoudkundige voorzieningen;
- evenementen;
- een ondergrondse waterberging ter plaatse van de aanduiding 'waterberging' (wb);
alsmede voor:
q. de bescherming en instandhouding van de ter plaatse van de aanduiding 'specifiek bouwaanduiding - rijksmonument' (sba-rm) /'specifiek bouwaanduiding - gemeentelijk monument' (sba-gm) aangeven gebouwen.
4.2.1 Gebouwen
Voor het bouwen van gebouwen gelden de volgende bepalingen:
- op of in deze gronden mogen geen gebouwen worden gebouwd met uitzondering van het bepaalde onder 4.2.2 en 4.2.3;
- indien in afwijking van het bepaalde onder a. ten tijde van de tervisielegging van het ontwerp van het plan al gebouwen aanwezig zijn, dan mogen deze gebouwen in de huidige vorm en situering worden gehandhaafd
4.2.2 Garageboxen
Voor het bouwen van autoboxen gelden de volgende bepalingen:
- garageboxen mogen uitsluitend worden gebouwd ter plaatse van de aanduiding 'garageboxen';
- de bouwhoogte mag niet meer bedragen dan 3,5 m;
- de oppervlakte per autobox mag niet meet bedragen dan 30m².
4.2.3 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde
Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde gelden de volgende bepalingen:
- de bouwhoogte van kunstwerken, kunstobjecten, palen, masten en portalen voor geleidingen, beveiliging en regeling voor verkeer mag niet meer bedragen dan 15 m.;
- de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde mag niet meer bedragen dan 3,5m.
4.3 Nadere eisen
- het bevoegd gezag kan nadere eisen stellen ten aanzien van de situering en de afmetingen van de bebouwing op het bouwperceel;
- de onder a genoemde nadere eisen mogen slechts worden gesteld voor het behoud van en ter voorkoming van de aantasting van de ter plaatse van de aanduiding 'specifiek bouwaanduiding - rijksmonument'/'specifiek bouwaanduiding - gemeentelijk monument' aangegeven bebouwing.
5.1 Bestemmingsomschrijving
De voor 'Wonen' aangewezen gronden zijn bestemd voor:
- wonen;
- aan de woonfunctie ondergeschikte activiteiten in de vorm van:
- aan huis verbonden beroepen of bedrijven;
- gastouderschap;
- woonwagenstandplaatsen uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'woonwagenstandplaats'(wp):
- tuinen, erven en verhardingen;
- groenvoorzieningen;
- nutsvoorzieningen;
- ondergeschikte voorzieningen voor verkeer;
- een parkeergarage, ter plaatse van de aanduiding "parkeergarage'(pg);
- water en waterhuishoudkundige doeleinden;
alsmede voor:
j. de bescherming en instandhouding van de ter plaatse van de aanduiding 'specifiek bouwaanduiding - rijksmonument' (sba-rm) / 'specifiek bouwaanduiding - gemeentelijk monument' (sba-gm) aangeven gebouwen.
5.2.1 Algemeen
Voor het bouwen in het algemeen gelden de volgende bepalingen:
- per bouwperceel is maximaal 1 woning toegestaan, met uitzondering van bouwpercelen ter plaatse van de aanduiding 'gestapeld' (gs);
- voor het bouwen van woonwagens is het bepaalde in lid 5.2.6 van toepassing.
5.2.2 Gebouwen binnen het bouwvlak
Voor het bouwen van gebouwen binnen het bouwvlak gelden de volgende bepalingen:
de volgende bebouwingstypologie is van toepassing;
- ter plaatse van de aanduiding 'vrijstaand' mogen vrijstaande woningen worden gebouwd;
- ter plaatse van de aanduiding 'twee-aaneen' mogen twee-aaneengebouwde en geschakelde woningen worden gebouwd;
- ter plaatse van de aanduiding 'aaneengebouwd' mogen aaneengebouwde woningen worden gebouwd;
- ter plaatse van de aanduiding 'gestapeld' mag gestapelde bebouwing worden gebouwd
- de voorgevel van een woning moet worden gesitueerd in de voorgevelrooilijn dan wel op een afstand van niet meer dan 2 m daarachter.
- de goothoogte respectievelijk bouwhoogte mag niet meer bedragen dan de ter plaatse van de aanduiding 'maximum goothoogte (m)', 'maximum bouwhoogte (m)' is aangegeven.
- in afwijking van het bepaalde onder a tot en met c geldt bij:
- vrijstaande woningen, dat voor de gronden binnen 3 m. van de zijdelingse perceelsgrenzen de bepaling onder 5.2.3 (gebouwen en overkappingen buiten het bouwvlak) van toepassing zijn;
- twee-aaneengebouwde en geschakelde woningen, dat voor de gronden binnen 3 m. van één van beide zijdelingse perceelsgrenzen de bepalingen onder 5.2.3 (gebouwen en overkappingen buiten het bouwvlak) van toepassing zijn.
- ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - onderdoorgang'(sba-odd) dient een onderdoorgang behouden te blijven, waarbij tot minimaal de hoogte van de eerste bouwlaag geen bebouwing is toegestaan;
- ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - dove gevel' (sba-dg) dient de gevel aan de zijde van de 'aanduiding gevellijn' te worden gebouwd als dove gevel. De dove gevel dient in stand te worden gehouden;
- ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - blinde gevel' (sba-bg) dient de gevel aan de zijde van de 'aanduiding gevellijn' te worden gebouwd als blinde gevel. De blinde gevel dient in stand te worden gehouden;
- in afwijking van het bepaalde onder c mag ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - hoogteaccent 1' (sba-hac1) voor minimaal (pm)% van het maatvoeringsvlak de goot- en bouwhoogte niet meer bedragen dan (pm) m.
5.2.3 Gebouwen buiten het bouwvlak
Voor het bouwen van gebouwen en overkappingen buiten het bouwvlak gelden de volgende bepalingen:
- gebouwen en overkappingen dienen op een afstand van tenminste 1m achter de voorgevelrooilijn te worden gebouwd.
- de goot- en bouwhoogte mag niet mee dan 3,5m bedragen.
- bij vrijstaande woningen dient een der zijstroken vrij van gebouwen en overkappingen te blijven.
- de gezamenlijke oppervlakte voor gebouwen en overkappingen buiten het bouwvlak mag, met inachtneming van het bepaalde onder e:
- voor bouwpercelen met een oppervlakte van maximaal 500m2 niet meer bedragen dan 100 m2, met dien verstande dat maximaal 50m2, als vrijstaand (e) gebouw (en) buiten het bouwvlak mag/mogen worden gebouwd;
- voor bouwpercelen met een oppervlakte van maximaal 2000m2 niet meer bedragen dan 150m2, met dien verstande dat maximaal 100m2, als vrijstaand (e) gebouw (en) buiten het bouwvlak mag/mogen worden gebouwd;
- voor bouwpercelen met en oppervlakte groter dan 2000m2 niet meer bedragen dan 200m2, met dien verstande dat maximaal 150m2, als vrijstaand (e) gebouw (en) buiten het bouwvlak mag/mogen worden gebouwd;
- de gronden gelegen achter de achtergevelrooilijn en het verlengde daarvan mogen maximaal 50% worden bebouwd, met dien verstande dat in ieder geval 25m2 aan gebouwen buiten het bouwvlak mag worden gebouwd.
- indien in afwijking van het bepaalde onder a en c ten tijde van de tervisielegging van het ontwerp van het plan een kleinere afstand aanwezig was dan wel de betreffende zijstrook niet (geheel) vrij van gebouwen was, mag die afstand respectievelijk situatie gehandhaafd blijven.
- indien in afwijking van het bepaalde onder b en d ten tijde van de tervisielegging van het ontwerp van het plan een grotere goot- en bouwhoogte of oppervlakte was, mag die bestaande goot- en bouwhoogte respectievelijk oppervlakte gehandhaafd c.q. bij uitbreiding worden aangehouden.
5.2.4 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde
Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen en overkappingen zijnde, gelden de volgende bepalingen:
- bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mogen zowel binnen als buiten het bouwvlak worden gebouwd;
- de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen mag niet meer bedragen dan 2m, met dien verstande dat de bouwhoogte voor erf- en terreinafscheidingen vóór de lijn waarin de naar de weg gekeerde gevel van de woning staat niet meer mag bedragen dan 1m;
- de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer bedragen dan 3,5m.
5.2.5 Woonwagens
Woonwagens zijn uitsluitend toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'woonwagenstandplaats (wp)', waarbij de volgende voorwaarden van toepassing zijn:
- het aantal standplaatsen per aanduidingsvlak mag niet meer bedragen dan is aangegeven ter plaatse van de aanduiding 'maximum aantal';
- de oppervlakte van een woonwagen mag niet meer bedragen dan is aangegeven ter plaatse van de aanduiding 'maximum oppervlakte' (m²);
- de bouwhoogte van een woonwagen mag niet meer bedragen dan 4,5 m;
- de afstand tussen woonwagens onderling mag niet minder bedragen dan 2 m;
per woonwagen is maximaal één bijgebouw toegestaan onder de volgende voorwaarden:
- de oppervlakte mag niet meer bedragen dan 15 m2;
- de bouwhoogte mag niet meer bedragen dan 3,5 m.
5.3 Nadere eisen
- het bevoegd gezag kan nadere eisen stellen ten aanzien van situering en de afmetingen van bebouwing op het bouwperceel;
- de onder a genoemde eisen mogen slechts gesteld worden voor het behoud van en ter voorkoming van de aantasting van de ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - rijksmonument'/ 'specifieke bouwaanduiding - gemeentelijke monument' aangegeven bebouwing.
5.4 Afwijken van de bouwregels
- het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in 5.2.2 onder a voor het afwijken van de toegestane bebouwingstypologie en ter plaatse van de aanduiding:
- 'aaneengebouwd' ook twee-aaneengebouwde, geschakelde of vrijstaande woningen toestaan;
- 'twee-aaneen' ook vrijstaande woningen toestaan;
- 'gestapeld' ook grond gebonden woningen toestaan;
- mits aan de volgende voorwaarden wordt voldaan:
- de afwijking past binnen de stedenbouwkundige structuur van de omgeving en het plaatselijke straatbeeld.
- er wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid. Hierbij dient te worden voldaan aan het bepaalde in artikel 12.2
- het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in 5.2.2 onder c voor het bouwen van een dakopbouw, mits aan de volgende voorwaarden wordt voldaan:
- de afwijking past binnen de stedenbouwkundige structuur van de omgeving en het plaatselijke straatbeeld;
- een dakopbouw is uitsluitend toegestaan op een gebouw binnen het bouwvlak;
- een dakopbouw is uitsluitend toegestaan op een kapconstructie;
- de maximale toegestane bouwhoogte wordt niet overschreden;
- de breedte van de dakopbouw bedraagt niet meer dan 2/3 van de breedte van het dakvlak.
- het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in 5.2.3 onder b voor een grotere bouwhoogte van gebouwen buiten het bouwvlak ten behoeve van het oprichten van een kapconstructie, mits aan de volgende voorwaarden wordt voldaan:
- de goothoogte niet meer mag bedragen dan 3,5m;
- de bouwhoogte niet meer mag bedragen dan 6m
- de afwijking past binnen de stedenbouwkundige structuur van de omgeving en het plaatselijke straatbeeld;
- de mogelijkheden van de belendende percelen worden niet onevenredig aangetast en er wordt onevenredige hinder van wordt ondervonden.
- het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde onder 5.2.3 onder c voor het bouwen van een vrijstaand gebouw of vrijstaande overkapping in de vrij van gebouwen en overkappingen te blijven zijstrook, mits aan de volgende voorwaarden wordt voldaan:
- deze bebouwing wordt gerealiseerd op een afstand van 1 m of meer achter de achtergevelrooilijn;
- de afwijking past binnen de stedenbouwkundige structuur van de omgeving en het plaatselijke straatbeeld;
- de mogelijkheden van de belendende bouwpercelen worden niet onevenredig aangetast en er wordt geen onevenredige hinder ondervonden.
- lid 6.2.5 onder b voor het toestaan van hogere erf- en terreinafscheidingen vóór de lijn waarin de naar de weg gekeerde gevel van een woning staat, mits aan de volgende voorwaarden wordt voldaan:
- de bouwhoogte niet meer bedraagt dan 2,5m;
- de afwijking past binnen de stedenbouwkundige structuur van de omgeving en het plaatselijke straatbeeld;
- er zijn geen bezwaren vanuit het oogpunt van verkeersveiligheid.
5.5 Specifieke gebruiksregels
5.5.1 Strijdig gebruik
Onder het gebruiken van gronden of bouwwerken in strijd met het bestemmingsplan, wordt in ieder geval begrepen:
- het gebruik van platte daken als dakterras;
- het gebruik van vrijstaande bijbehorende bouwwerken bij een woning als zelfstandige woning of ten behoeve van mantelzorg.
5.5.2 Aan huis verbonden beroep of aan huis verbonden bedrijf.
Voor de uitoefening van een aan huis verbonden beroep of een aan huis verbonden bedrijf zijn de volgende bepalingen van toepassing:
- de activiteit wordt uitsluitend uitgeoefend door een bewoner van de woning;
- de activiteit bedraagt niet meer dan 30% van de gezamenlijk vloeroppervlakte van de woning en de bij deze woning behorende bijbehorende bouwwerken, tot een maximum van 50 m2;
- buitenactiviteiten, waaronder opslag, ten dienste van het aan huis verbonden beroep of bedrijf zijn niet toegestaan;
- machinale productie en machinale reparatie- en herstelwerkzaamheden alsmede het uitvoeren van herstelwerkzaamheden aan gemotoriseerde voertuigen zijn niet toegestaan;
- er dient te worden voorzien in voldoende parkeergelegenheid. hierbij dient voldaan te worden aan het bepaalde in artikel 12.2;
- horeca en detailhandel (w.o. showroom en/of afhaalpunt c.q. logistieke functie, al dan niet t.b.v. internethandel) zijn niet toegestaan;
5.6 Afwijken van de gebruiksregels
5.6.1 Omgevingsvergunning huisvesting in verband met mantelzorg
Het bevoegd gezag kan door middel van het verlenen van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in de gebruiksregels en toestaan dan een vrijstaand bijbehorend bouwwerk of een deel van de woning gebruikt wordt ten behoeven van huisvesting in verband met mantelzorg, mits aan de volgende voorwaarden wordt voldaan:
- ingeval van een vrijstaand bijbehorend bouwwerk is de woonruimte gelegen op een maximale afstand van 15 m. van de woning;
- de totale toegestane oppervlakte, welke ten behoeve van de huisvesting mag worden ingezet, bedraagt maximaal 100 m2;
- de huisvesting moet ten dienste staan van het verlenen van mantelzorg aan een zorgbehoevende, waarvan de noodzaak via een indicatiestelling is aangetoond;
- ten behoeve van de huisvesting van een zorgbehoevende mogen die voorzieningen worden aangebracht die zelfstandige bewoning mogelijk maken;
- er is sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat ter plaatse van de woonruimte;
- de situering van de afhankelijke woonruimte leidt niet tot extra belemmeringen voor de bedrijfsontwikkelingen van de omliggende bedrijven, voortvloeiende uit milieuregelgeving;
- de omgevingsvergunning wordt ingetrokken, indien de noodzaak uit een oogpunt van mantelzorg vervalt. Daarbij dienen de voorzieningen, die zelfstandige bewoning mogelijk maakten, dusdanig verwijderd te worden, dat zelfstandige bewoning niet meer mogelijk is.
5.6.2 Omgevingsvergunning bed & breakfast
Het bevoegd gezag kan door middel van het verlenen van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in de gebruiksregels en toestaan dat een woning gebruikt wordt ten behoeve van een bed & breakfast, mits aan de volgende voorwaarden wordt voldaan:
- de activiteit bedraagt niet meer dan 30% van de gezamenlijke vloeroppervlakte van de woning tot een maximum van 100 m2;
- het aantal bedden mag niet meer bedragen dan 6;
- een bed & breakfast is alleen toegestaan in de vorm van niet-zelfstandige woonruimte(n);
- de activiteit wordt uitsluitend uitgeoefend door een bewoner van de woning;
- er dient te worden voorzien in voldoende parkeergelegenheid. Hierbij dient te worden voldaan aan het bepaalde in artikel 10.2.
5.6.3 Omgevingsvergunning meerdere huishoudens
Het bevoegd gezag kan door middel van het verlenen van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 6.1 en toestaan dat één woning wordt gebruikt ten behoeve van meerdere huishoudens, mits aan de volgende voorwaarden wordt voldaan:
- huisvesting vindt plaats in de woning;
- het aantal personen waaraan woonruimte wordt geboden mag niet meer bedragen dan 6;
- de extra huishoudens mogen uitsluitend worden gehuisvest in niet-zelfstandige woonruimte;
- in geval van kamerverhuur is per bewoner minimaal 12 m2 gebruiksoppervlakte, zoals gedefinieerd in de bouwverordening en het bouwbesluit, aan gezamenlijke woonruimten en eigen woonruimten aanwezig;
- er dient te worden voorzien in voldoende parkeergelegenheid. Hierbij dient te worden voldaan aan het bepaalde in artikel 10.2.
5.6.4 Omgevingsvergunning toevoegen woning
Het bevoegd gezag kan afwijken van het bepaalde binnen de deze bestemming teneinde woningsplitsing toe te staan, mits aan de volgende voorwaarden wordt voldaan:
- splitsing is uitsluitend toegestaan onder de volgende voorwaarden:
- de extra woning komt in een pand met een monumentenstatus of in een langgevelboederij. Over het aspect of er sprake is van een langgevelboederij wordt onafhankelijk deskundig advies ingewonnen;
- de extra woning is uitsluitend toegestaan, indien dit mede is gericht op het behoud of herstel van deze cultuurhistorische waardevolle bebouwing als bedoeld onder sub 1: hieromtrent wordt deskundig advies ingewonnen;
- het pand mag (ten behoeve van de extra woning) niet worden uitgebreid;
- overtollige bebouwing dient te worden gesloopt, met uitzondering van monumenten. Er is in die situatie maximaal 20% van het te slopen bebouwde oppervlakte aan niet voor bewoning bestemde bijbehorende bouwwerken toegestaan, tot een bebouwde oppervlakte van in totaal maximaal 200 m2;
- de toevoeging van de woning is stedenbouwkundig, landschappelijk, verkeerskundig en milieukundig (w.o. woon- en leefklimaat) aanvaardbaar;
- er dient te worden voorzien in voldoende parkeergelegenheid. hierbij dient voldaan te worden aan het bepaalde in artikel 10.2.
Artikel 6 Anti-dubbeltelregel
Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.
Artikel 7 Algemene bouwregels
7.1 Algemeen
Indien de bestaande maatvoering afwijkt van hetgeen in deze planregels is bepaald, mag deze afwijkende maatvoering worden gehandhaafd.
7.2.1 algemeen
Voor ondergronds bouwen gelden de volgende bepalingen:
- op plaatsen waar bestaande bovengrondse gebouwen zijn of nieuwe bovengrondse gebouwen worden gebouwd mag eveneens ondergronds gebouwd worden; eveneens en direct aansluitend mogen in- dan wel uitritten ten behoeve van de ondergrondse bouwwerken worden gebouwd;
- de verticale diepte mag bij ondergronds bouwen niet meer bedragen dan 4 m.
7.2.2 niet-overdekte zwembaden
Voor het bouwen/aanleggen van niet-overdekte zwembaden gelden de volgende bepalingen:
- zwembaden mogen uitsluitend worden gebouwd/aangelegd bij woningen;
- zwembaden dienen op minimaal 3 m achter de voorgevel van een woning te worden gebouwd/aangelegd.
7.3 Afwijken van de bouwregels
Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde onder 7.2.1 onder a voor het bouwen van ondergrondse bouwwerken op andere locaties dan onder een gebouw mits:
- de oorspronkelijke functie op maaiveld niveau gehandhaafd blijft;
- hierdoor de eventueel in het gebied aanwezige waarden en functies (conform de dubbelbestemmingen) niet onevenredig worden aangetast;
- er geen bezwaren zijn uit milieutechnische oogpunt;
- er geen bezwaren zijn uit oogpunt van waterhuishouding.
Artikel 8 Algemene gebruiksregels
8.1 Strijdig gebruik
Onder strijdig gebruik, wordt in ieder geval verstaan:
- het gebruik van gronden als stort- en /of opslagplaats van grond en/of afval, met uitzondering van een zodanig gebruik voor het normale op de bestemming gerichte gebruik en onderhoud;
- het gebruik van gronden als stalling- en/of opslagplaats van één of meer aan het gebruik onttrokken machines, voer-, vaar- of vliegtuigen, met uitzondering van een zodanig gebruik voor het normale op de bestemming gericht gebruik en onderhoud;
- het gebruik van gronden, gebouwen, bouwwerken en onderkomens ten behoeve van een seksinrichting en/of escortbedrijf, raamprostitutie en straatprostitutie;
- het gebruik van gronden en gebouwen, bouwwerken en onderkomens voor de exploitatie van een smart-, grow-, en headshop, alsmede voor de groothandel in smart-, grow-, en/of headproducten;
- het gebruik van gronden en gebouwen voor een belwinkel;
- het gebruik van gronden en gebouwen als risicovolle inrichting, voor de opslag van propaan of ander ontvlambaar gas in een ondergrondse of bovengrondse tank of voor het opslaan of bewerken van gevaarlijke stoffen, in die gevallen dat het plaatsgebonden risico op een perceel van derden 10-6/jaar of meer bedraagt, tenzij dit gebruik ingevolge de regels in hoofdstuk 2 van dit bestemmingsplan expliciet is toegestaan.
Artikel 9 Algemene afwijkingsregels
9.1 Algemene afwijkingen
Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken:
- van de in de planregels gegeven maten inzake afstanden en percentages voor oppervlakten tot niet meer dan 10% van die afmetingen respectievelijk percentages;
- van de planregels en toestaan dat het beloop of het profiel van wegen of de aansluiting van wegen in geringe mate wordt aangepast indien de verkeersveiligheid en/of –intensiteit daartoe aanleiding geeft;
- van de planregels en toestaan dat bouwgrenzen worden overschreden, waarbij een overschrijding van maximaal 3 m is toegestaan, mits deze noodzakelijk is in verband met de uitmeting van het terrein of uit een oogpunt van doelmatig gebruik van de gronden en/of bebouwing;
- van de planregels en toestaan dat de binnen de diverse bestemmingen aangegeven begrenzingen van de maatvoeringsaanduidingen voor de maximale goot- en bouwhoogte wordt overschreden, waarbij een overschrijding van deze begrenzing van maximaal 5 m is toegestaan, mits deze noodzakelijk is in verband met de uitmeting van het terrein of uit een oogpunt van doelmatig gebruik van de gronden en/of bebouwing;
van de planregels en toestaan dat openbare nutsgebouwtjes en openbare voorzieningen worden gebouwd, met dien verstande dat:
- de bouwhoogte niet meer mag bedragen dan 4 m;
- de oppervlakte niet meer dan 50 m²;
van de planregels ten aanzien van de maximaal toegestane bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, en toestaan dat de bouwhoogte van deze bouwwerken wordt vergroot:
- ten behoeven van palen, masten en portalen voor geleiding, beveiligingen en regeling voor verkeer tot niet meer dan 35 m;
- ten behoeve van kunstwerken tot niet meer dan 40 m;
- ten behoeve van signalerings- en telecommunicatiemasten tot minder dan 40 m;
- ten behoeve van kunstobjecten tot niet meer dan 35 m;
- ten behoeve van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, tot niet meer dan 10 m;
van de planregels ten aanzien van de maximaal toegestane bouwhoogte van gebouwen ten behoeve van een overschrijding van deze maximaal toegestane bouwhoogte voor plaatselijke verhogingen, zoals lichtkappen en technische ruimten, met dien verstande dat:
- de maximale oppervlakte van de vergroting niet meer mag bedragen dan 10% van het betreffende platte dakvlak of de horizontale projectie van het schuine dakvlak;
- de bouwhoogte niet meer mag bedragen dan 1,25 maal de maximaal toegestane bouwhoogte van het betreffende gebouw;
- van de planregels ten aanzien van de maximaal toegestane bouwhoogte van gebouwen ten behoeve van een overschrijding van deze maximaal toegestane bouwhoogte door zonnepanelen, met dien verstande dat de overschrijding niet meer mag bedragen dan 2 m.
- van de planregels en toestaan dat de achtergevelrooilijn wordt overschreden, waarbij een overschrijding van maximaal 5 m is toegestaan, mits:
- er een tuindiepte van minimaal 10 m resteert;
- de gronden gelegen achter de achtergevelrooilijn of het verlengde daarvan voor maximaal 50% mogen zijn bebouwd.
9.2 Voorwaarden afwijking
De omgevingsvergunning voor het afwijken, als bedoeld in lid 9.1 kan slechts worden verleend, indien:
- de belangen van de eigenaren en/of gebruikers van betrokken en nabijgelegen gronden niet onevenredig worden geschaad;
- het straat- en bebouwingsbeeld en de verkeersveiligheidsbelangen niet onevenredig worden geschaad.
Artikel 10 Overige regels
10.1 Verwijzing naar andere wettelijke regelingen
Indien en voor zover in deze planregels wordt verwezen naar wetten, verordeningen of enige andere algemeen verbindende regeling, dienen deze regelingen te worden gelezen zoals deze luiden op het tijdstip van de tervisielegging van het ontwerp van dit plan.
10.2 Parkeren
Het bevoegd gezag toets bij het verlenen van een omgevingsvergunning voor het bouwen en het verlenen van een omgevingsvergunning voor het afwijken van de gebruiksregels of wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid en ruimte voor laden en lossen. Hiervoor gelden de volgende regels :
- in het geval van oprichting of uitbreiding van een gebouw dient ten behoeve van het parkeren van auto's te worden voorzien in voldoende parkeergelegenheid;
- in het geval van functiewijziging van een gebouw en/of gronden dient ten behoeve van het parkeren van auto's te worden voorzien n voldoende parkeergelegenheid
- indien voor het gebruik van een gebouw en/of gronden daar aanleiding toe geeft, dient te worden voorzien in voldoende ruimte voor laden en lossen;
- Voor het bepalen van de benodigde parkeergelegenheid en/of ruimte voor laden en lossen dient te worden voldaan aan het parkeerbeleid van de gemeente Oosterhout.
- De parkeervoorzieningen als bedoeld onder a en b en de ruimte voor laad- en losvoorzieningen als bedoeld onder c dienen in stand te worden gehouden.
4 Overgangs- en slotregels
Artikel 11 Overgangsrecht
11.1 Overgangsrecht bouwen
11.1.1 Overgangsrecht bouwwerken
- een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, danwel gebouwd kan worden krachtens een bouw- of omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot,
- gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd;
- na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan;
- het bevoegd gezag kan eenmalig met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in dit artikel onder a voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in het bepaalde onder a met maximaal 10%;
- het bepaalde in onder a en b is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan.
11.2 Overgangsrecht gebruik
- het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet;
- het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld onder a, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind.
- indien het gebruik, bedoeld onder a, na het tijdstip van inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan één jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten;
- het bepaalde onder a is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.
Artikel 12 Slotregel
Deze regels worden aangehaald als:
Regels van het bestemmingsplan 'Buitengebied 2013 (incl. Lint Oosteind), herziening 6, Maalderijstraat Oosteind' met identificatienummer 'NL.IMRO.0826.BSPMaalderij-VA01' van de gemeente Oosterhout.