direct naar inhoud van Regels
Plan: TAM-omgevingsplan hoofdstuk 22a Noenes
Status: vastgesteld
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0824.TAMDeNoenes-VA01

Regels

Preambule

Dit TAM-omgevingsplan is gericht op het faciliteren van gebiedsontwikkeling op de locatie De Noenes en vorm juridisch een nieuw hoofdstuk (hoofdstuk 22a) van het omgevingsplan van de gemeente Oisterwijk. Dit hoofdstuk 22a is op grond van artikel 11.1, tweede lid, van het Besluit elektronische publicaties, bekend gemaakt en digitaal beschikbaar gesteld met de landelijke voorziening www.ruimtelijkeplannen.nl. Het is met deze landelijke voorziening niet mogelijk dit hoofdstuk conform de juridische vormgeving van het omgevingsplan in STOP-TPOD beschikbaar te stellen.

De in dit op https://www.ruimtelijkeplannen.nl uitgegeven deel van het omgevingsplan (hierna: dit deel) weergegeven hoofdstukken moeten gelezen worden als paragrafen van hoofdstuk 22a van het omgevingsplan van de gemeente Oisterwijk. In de artikelkop van de in dit deel weergegeven artikelen moet na het woord 'Artikel', na de spatie en direct voor het artikelnummer '22a.' gelezen worden. In de kop van de bijlagen bij het in dit deel weergegeven hoofdstuk moet na het woord 'Bijlage', na de spatie en direct voor het nummer van de bijlage '22a.' gelezen worden.

Hoofdstuk 1 Inleidende bepalingen

Artikel 1 Toepassingsbereik

  • 1. De regels in dit hoofdstuk zijn van toepassing op de locatie De Noenes, waarvan de geometrische bepaalde planobjecten zijn vervat in het GML-bestand NL.IMRO.0824.TAMDeNoenes-VA01, zoals vastgelegd op https://www.ruimtelijkeplannen.nl.
  • 2. De besluiten op grond van artikel 22.1, onder a, van de Omgevingswet zijn niet van toepassing voor zover het gaat over regels opgenomen in een besluit als bedoeld in artikel 4.6, eerste lid, onder a, b, c, g, h, i, j, k, l, of m, van de Invoeringswet Omgevingswet op de locatie, bedoeld in het eerste lid.
  • 3. De regels uit afdelingen 22.1 tot en met 22.5 van het omgevingsplan van de gemeente Oisterwijk zijn van toepassing op de locatie zoals bedoeld in het eerste lid, tenzij in dit hoofdstuk 22a anders is bepaald.

Artikel 2 Begripsbepalingen

2.1 Begripsbepalingen uit de Omgevingswet en AMvB's

De begripsbepalingen die zijn opgenomen in de bijlage bij artikel 1.1 van de Omgevingswet onder A (begrippen), bijlage I van het Omgevingsbesluit, bijlage I van het Besluit kwaliteit leefomgeving, bijlage I van het Besluit activiteiten leefomgeving en bijlage I van het Besluit bouwwerken leefomgeving zijn van toepassing op dit hoofdstuk 22a, tenzij in 2.2 een afwijkende begripsomschrijving is opgenomen.

2.2 Aanvullende en afwijkende begrippen

Voor de toepassing van dit hoofdstuk 22a gelden, in aanvulling op en in afwijking van het bepaalde in 2.1, de volgende begripsbepalingen:

Omgevingsplan

Omgevingsplan van de gemeente Oisterwijk.

Aanduiding

Een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de planregels regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden.

Aan- en uitbouw

Een aan een hoofdgebouw gebouwd gebouw dat in bouwkundig opzicht te onderscheiden is van het hoofdgebouw.

Agrarisch bedrijf

Een bedrijf dat is gericht op het voortbrengen van producten door middel van het telen van gewassen en/of het houden van dieren alsmede het bewerken en verwerken van mest van het eigen agrarisch bedrijf.

Bebouwing

Eén of meer gebouwen en/of bouwwerken geen gebouw zijnde.

Bed and breakfast

Bed and breakfast is een kleinschalige vorm van verblijfsrecreatie en richt zich met name op de trekkende toeristen, die voor één of enkele nachten (maximaal 1 week) een onderkomen zoeken. Typerend voor bed and breakfast is:

  • a. de kleinschaligheid en de uitvoering is eenvoudig;
  • b. bed and breakfast is gekoppeld aan de woonfunctie, dat betekent dat mede gebruik wordt gemaakt van de keuken van de woning.

Bedrijf aan huis

Een bedrijf of het bedrijfsmatig uitoefenen van ambachtelijke bedrijvigheid gericht op consumentenverzorging, geheel of gedeeltelijk door middel van handwerk, dat door zijn beperkte omvang in een woning en daarbij behorende gebouwen, met behoud van woonfunctie, kan worden uitgeoefend.

Beroep aan huis

Een beroep of het beroepsmatig verlenen van diensten op administratief, juridisch, medisch, therapeutisch, kunstzinnig, ontwerptechnisch of hiermee gelijk te stellen gebied, dat door zijn beperkte omvang in een woning en daarbij behorende bijgebouwen met behoud van de woonfunctie kan worden uitgeoefend.

Bestaand gebruik

Gebruik zoals dat rechtens bestaat of mag bestaan op het tijdstip van terinzagelegging van het ontwerp van dit hoofdstuk 22a.

Bestaand bouwwerk, oppervlakte, goothoogte, bouwhoogte, plaats, inhoud, afstand, object

Bouwwerk, oppervlakte, goothoogte, bouwhoogte, plaats, inhoud, afstand, object, zoals dat of die rechtens bestaat of mag bestaan op het tijdstip van terinzagelegging van het ontwerp van dit hoofdstuk 22a.

Bijzondere woonvorm

Een woonvorm die niet op één lijn te stellen is met een huishouden, omdat er geen sprake is van onderlinge verbondenheid en continuïteit in de samenstelling van de groep en omdat de bewoners zijn aangewezen op noodzakelijke en aanwezige permanente begeleiding en/of therapie ter plaatse of in de directe omgeving. Opvang van personen met een problematiek op het gebied van verslaving of psychische situatie worden hier niet onder begrepen.

Bouwperceel

Een aaneengesloten stuk grond, waarop krachtens dit hoofdstuk 22a een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten.

Cultuurhistorische waarden

Waarden van een gebied of daar aanwezige zaken, verband houdend met het bouwkundig erfgoed, het stedenbouwkundig erfgoed, de historische groenwaarden, het historisch-geografisch erfgoed en met de bekende en verwachte archeologische waarden.

Detailhandel

Het bedrijfsmatig te koop aanbieden, waaronder begrepen de uitstalling ten verkoop, het verkopen of leveren van goederen aan personen die goederen kopen voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit. Onder detailhandel wordt ook begrepen een internetwinkel en afhaalpunten.

Extensieve dagrecreatie

Niet-gemotoriseerde recreatieve activiteiten, zoals wandelen, fietsen, skaten, paardrijden, vissen, zwemmen en natuurobservatie.

Gebouwgebonden teeltbedrijf en -kwekerij

Teelt en kweek van gewassen en dieren die alleen in een gebouw plaatsvindt, zoals champignonteeltbedrijven, witlofkwekerijen, viskwekerijen, wormenkwekerijen en insectenkwekerijen, niet zijnde een intensieve veehouderij of glastuinbouwbedrijf.

Gevoelige functie voor gewasbeschermingsmiddelen

Gronden en bouwwerken waar geregeld en gedurende langere periode mensen kunnen verblijven of samenkomen zoals (bedrijfs)woningen, tuinen, erven, zorgfuncties en kampeerterreinen.

Groen dak

Een plat of hellend dak dat is voorzien van vegetatie zoals grassen, kruiden of mossen.

Halfverharde weg

Een weg die is verhard met een granulaat, zoals meggranulaat, betongranulaat of varianten daarop, of een weg met een toplaag van natuursteen, zoals grauwacke, puinverharding, schelpen, gravel etc.

Hobbymatig houden van dieren

Het houden van dieren voor zover paragraaf 3.6.1 van het Besluit activiteiten leefomgeving en paragraaf 22.3.25 van het Omgevingsplan niet van toepassing zijn.

Horeca

Plaats waar tegen vergoeding dranken worden geschonken of spijzen worden bereid en verstrekt overwegend voor nuttiging ter plaatse.

Huishouden

De bewoning door een persoon of meerdere personen in de vorm van een vast samenlevingsverband, niet zijnde kamerverhuur, logies voor arbeidsmigranten of een bijzondere woonvorm, van een woning.

Kamerverhuur

Het bedrijfsmatig (nacht)verblijf aanbieden, waarbij het kenmerk is dat de kamerhuurder ter plaatse het hoofdverblijf heeft.

Kampeermiddel

Tenten, vouwagens, kampeerauto's, caravans of hiermee gelijk te stellen onderkomens, die bestemd zijn voor recreatief nachtverblijf.

Landschappelijke waarden

Gebruikswaarde, belevingswaarde en toekomstwaarde van het landschap, gericht op ruimtelijke, ecologische, cultuurhistorische en recreatieve aspecten.

Logies voor arbeidsmigranten

Het bedrijfsmatig verblijf en/of nachtverblijf (altijd voor meerdere nachten) aanbieden aan een arbeidsmigrant of arbeidsmigranten, waarbij de betreffende arbeidsmigrant of arbeidsmigranten het hoofdverblijf elders heeft of hebben, waarbij geen sprake is van continuïteit in de samenstelling ervan en onderlinge verbondenheid, ongeacht of arbeidsmigranten hetzelfde werk verrichten, dezelfde nationaliteit delen en gezamenlijk de huishouding doen.

Minicamping

Kleinschalig kampeerterrein met maximaal 5 kampeerplaatsen voor kampeermiddelen die uitsluitend tijdens het kampeerseizoen (15 maart tot 1 november) gebruikt mogen worden.

Onverharde weg

Een weg die niet is voorzien van een gesloten verharding, zoals asfalt, klinkers, betonplaten, gestort beton of die halfverhard is, maar een zandweg betreft.

Overkapping

Een bouwwerk, geen gebouw zijnde, voorzien van een gesloten dak, waaronder begrepen een luifel, afdak of carport.

Paardenbak

Een niet overdekt terrein ingericht voor het africhten, trainen en berijden van paarden en pony's en voor het anderszins beoefenen van de paardensport.

Peil

  • a. voor een gebouw waarvan de hoofdtoegang direct aan een weg grenst: de hoogte van die weg ter plaatse van die hoofdtoegang;
  • b. in andere gevallen: de gemiddelde hoogte van het aansluitende afgewerkte terrein ter hoogte van de hoofdtoegang bij voltooiing van de bouw.

Permanente bewoning

Het gebruik als hoofdverblijf.

Recreatief nachtverblijf

Recreatief nachtverblijf door personen die hun hoofdverblijf elders hebben.

Recreatiewoning

Een permanent aanwezig gebouw, geen woonkeet en een caravan of andere constructie op wielen zijnde, bestemd voor recreatief nachtverblijf.

Retentievoorziening

Een voorziening waarbij in tijden van overvloedige neerslag, water dat niet afkomstig is van de grote rivieren, tijdelijk vastgehouden kan worden om wateroverlast op andere plaatsen te voorkomen.

(teelt)ondersteunende voorzieningen

Boog- en gaaskassen, hagelnetten, foliekassen, containervelden en overkappingsconstructies als teeltondersteunende voorziening en stellingen ten behoeve van de bescherming van plantaardige agrarische teelten en/of de voorkweek van ten behoeve van het eigen bedrijf benodigd plantmateriaal en/ of de voorkoming van verspreiding van gewasbeschermingsmiddelen, ten behoeve van grondgebonden agrarische teelten.

Theetuin

Een kleinschalig koffie- en theehuis waar uitsluitend niet-alcoholische dranken worden geschonken voor gebruik ter plaatse.

Veehouderij

Agrarisch bedrijf gericht op het fokken, mesten en houden van runderen, varkens, schapen, geiten, pluimvee en tamme konijnen.

Verblijfsrecreatie

Recreatief verblijf, door personen die hun hoofdverblijf elders hebben.

Verharde weg

Een weg die is voorzien van een gesloten verharding, zoals asfalt, klinkers, betonplaten of gestort beton.

Voorgevel

De naar de weg gekeerde of aan de voorzijde van een gebouw gelegen gevel of, indien het een gebouw betreft met meerdere zodanige gevels, één van die gevels.

Waterbassin

Een opslagreservoir, geen bouwwerk zijnde, voor water.

Water en waterhuishoudkundige voorzieningen

  • a. al het oppervlaktewater zoals sloten, greppels, (infiltratie)vijvers, kanalen, beken en andere waterlopen, ook als deze incidenteel of structureel droogvallen.
  • b. alle voorzieningen die nodig zijn ten behoeve van een goede wateraanvoer, waterafvoer, waterberging, hemelwaterinfiltratie en waterkwaliteit, zoals duikers, stuwen, infiltratievoorzieningen, gemalen, inlaten, etc.

Wonen

Het gehuisvest zijn in een woning.

Woning

Een gebouw of een gedeelte van een gebouw, dat dient voor de huisvesting van één afzonderlijk huishouden.

Artikel 3 Meet- en rekenbepalingen

Voor de toepassing van dit hoofdstuk 22a gelden, in aanvulling op en in afwijking van het bepaalde in artikel 22.24 van het omgevingsplan, de volgende meet- en rekenbepalingen:

Afstand

De afstand tussen bouwwerken onderling alsmede de afstand van bouwwerken tot perceelsgrenzen worden daar gemeten waar deze afstanden het kleinst zijn.

Bouwdiepte van gebouwen bij ondergronds bouwen

Vanaf het peil tot de bovenkant van de ondergronds en laagstgelegen vloer.

Bouwhoogte van een bouwwerk

Vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen.

Breedte, lengte en diepte van een bouwwerk

Tussen (de lijnen getrokken door) de buitenzijde van de gevels en het hart van de scheidsmuren.

Dakhelling

Langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak.

Goothoogte van een bouwwerk

Vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot/de druiplijn, het boeibord of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel; indien een bouwwerk met betrekking tot deze constructiedelen over verschillende hoogten beschikt, wordt als volgt gemeten:

  • a. als aan de voorgevelzijde een goot/druiplijn, boeibord of een ander, daarmee gelijk te stellen constructiedeel aanwezig is, dan wordt uitgegaan van de hoogte aan de voorgevelzijde;
  • b. als sprake is van een lessenaarsdak, waardoor aan de voorgevelzijde van het gebouw geen goot/druiplijn, boeibord of een ander, daarmee gelijk te stellen constructiedeel aanwezig is, dan wordt uitgegaan van de laagste hoogte.

Inhoud van een bouwwerk

Tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen.

Oppervlakte van een bouwwerk

Tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk.

Artikel 4 Aanvraagvereisten

De aanvraagvereisten, bedoeld in paragraaf 22.5.2 van dit omgevingsplan, zijn van overeenkomstige toepassing op een omgevingsvergunning voor de desbetreffende activiteit, die is vereist op grond van dit hoofdstuk 22a.

Hoofdstuk 2 Functies en activiteiten

Artikel 5 Algemeen gebruiksverbod

Het is verboden gronden of bouwwerken te gebruiken of te laten gebruiken anders dan overeenkomstig de aan de locatie toegedeelde functies en activiteiten.

Artikel 6 Agrarisch met waarden - Landschaps- en Natuurwaarden 2

6.1 Toepassingsbereik

De regels in artikel 6 zijn van toepassing op de locaties die op de verbeelding zijn aangewezen als 'Agrarisch met waarden - Landschaps- en Natuurwaarden 2'.

6.2 Functieomschrijving

Een locatie met de aanwijzing 'Agrarisch met waarden - Landschaps- en Natuurwaarden 2' heeft de volgende functies en toegestane activiteiten:

  • a. het exploiteren van grondgebonden agrarische bedrijven;
  • b. het hobbymatig houden van dieren;
  • c. het behouden en herstellen van landschapswaarden;
  • d. het behouden, herstellen en/ of ontwikkelen van de natuurwaarden;
  • e. het in stand houden van de aldaar voorkomende zandwegen;
  • f. recreatieve activiteiten in de vorm van landschappelijke en extensieve dagrecreatie,

met de daarbij behorende:

  • g. water en waterhuishoudkundige voorzieningen;
  • h. voorzieningen ten behoeve van extensieve openluchtrecreatie, zoals fiets- en voetpaden en picknickplaatsen.
6.3 Regels gebruiksactiviteiten

Het is verboden gronden die zijn aangewezen als 'Agrarisch met waarden - Landschaps- en Natuurwaarden 2' en de bouwwerken daarop te gebruiken of te laten gebruiken voor:

  • a. glastuinbouw, gebouwgebonden teeltbedrijven en -kwekerijen;
  • b. teeltondersteunende voorzieningen;
  • c. paardenbakken;
  • d. opslag van hooirollen;
  • e. de toename van de bestaande oppervlakte dierenverblijf voor een veehouderij en geitenhouderij door het oprichten van gebouwen of door het in gebruik nemen van een aanwezig gebouw als dierenverblijf;
  • f. open teelten van sierplanten en bomen en boomgaarden binnen een afstand van 50 m tot gevoelige functies voor gewasbeschermingsmiddelen, uitgezonderd en voor zover:
    • 1. het bestaande en vervanging van bestaande open teelten van sierplanten en bomen betreft;
    • 2. aangetoond is dat geen gebruik wordt gemaakt van gewasbeschermingsmiddelen;
    • 3. het woon- en leefklimaat en/of het verblijfsklimaat van voor bestrijdingsmiddelen gevoelige functies niet onevenredig wordt aangetast;
  • g. het plaatsen van retentievoorzieningen en waterbassins;
  • h. de aanleg van mestbassins.
6.4 Beoordelingsregels aanvraag omgevingsvergunning binnenplanse omgevingsplanactiviteit bouwwerken

In aanvulling op en in afwijking van paragraaf 22.2.7 van het omgevingsplan, gelden voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouw zijnde, de volgende regels:

  • a. overkappingen zijn niet toegestaan;
  • b. de bouwhoogte van voorzieningen voor extensieve openluchtrecreatie, zoals informatieborden, picknickplekken, banken en afvalbakken bedraagt niet meer dan 3 m;
  • c. de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten behoeve van de waterhuishouding bedraagt niet meer dan 10 m;
  • d. de bouwhoogte van perceelsafscheidingen bedraagt niet meer dan 1 m;
  • e. de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouw zijnde bedraagt niet meer dan 6 m.
6.5 Omgevingsvergunning voor de binnenplanse omgevingsplanactiviteit inzake het uitvoeren van een werk, niet zijnde een bouwwerk of een werkzaamheid
6.5.1 Aanwijzing vergunningplicht voor de binnenplanse omgevingsplanactiviteit inzake het uitvoeren van een werk, niet zijnde een bouwwerk of werkzaamheid

Het is verboden op of in de grond zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de volgende werken, niet zijnde bouwwerken, of werkzaamheden uit te voeren of te laten uitvoeren:

  • a. het aanleggen of aanplanten van bos-, natuur- en landschapselementen of ander opgaand houtgewas zonder agrarische productiefunctie;
  • b. het verzetten of vergraven van grond waarbij het maaiveld over meer dan 100 m² per perceel of met meer dan 0.50 m wordt gewijzigd of waarbij de maaiveldniveaus van een steilrand worden gewijzigd.
  • c. het omzetten van grond of uitvoeren van bodemingrepen dieper dan 0,50 m onder maaiveld;
  • d. het verlagen van de grondwaterstand door aanleg van drainage of bemaling;
  • e. het aanleggen, dempen of wijzigen van (oevers, profiel, doorstroom- of bergingscapaciteit van) oppervlaktewateren;
  • f. het verwijderen of rooien van bos-, natuur- en landschapselementen en ander opgaand houtgewas zonder agrarische productiefunctie;
  • g. het aanleggen of aanplanten van hoger dan 1,5 m opgaand of dieper dan 0,50 m wortelend houtgewas met agrarische productiefunctie;
  • h. het permanent (voor meer dan 2 jaar aaneengesloten) omzetten van grasland naar een andere bodemcultuur;
  • i. het verwijderen van perceelsindelingen, zoals tot uiting komend in greppels, sloten, steilrand en het verwijderen van paden of onverharde wegen;
  • j. het aanleggen en/of verharden van wegen, paden, parkeerterreinen of het aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen, anders dan containervelden, voor groter dan 100 m² per perceel;
  • k. het omzetten van grasland naar boomteelt.
6.5.2 Uitzonderingen

Het verbod zoals bedoeld in artikel 6.5.1 is niet van toepassing op het uitvoeren van werken, niet zijnde bouwwerken, of werkzaamheden die:

  • a. het normale onderhoud en/ of gebruik betreffen;
  • b. reeds in uitvoering zijn, dan wel krachtens een verleende omgevingsvergunning reeds mogen worden uitgevoerd op het tijdstip van het van kracht worden van dit hoofdstuk 22a.
6.5.3 Beoordelingsregels aanvraag omgevingsvergunning binnenplanse omgevingsplanactiviteit uitvoeren van een werk, niet zijnde een bouwwerk, of van een werkzaamheid

De omgevingsvergunning zoals bedoeld in 6.5.1 wordt verleend, indien er geen afbreuk wordt gedaan aan het behoud, het herstel en de ontwikkeling van de waarden zoals bedoeld in 6.2.

Artikel 7 Agrarisch met waarden - Landschapswaarden 2

7.1 Toepassingsbereik

De regels artikel 7 zijn van toepassing op de locaties die op de verbeelding zijn aangewezen als 'Agrarisch met waarden - Landschapswaarden 2'.

7.2 Functieomschrijving

Een locatie met de aanwijzing 'Agrarisch met waarden - Landschapswaarden 2' heeft de volgende functies en toegestane activiteiten:

  • a. het exploiteren van grondgebonden agrarische bedrijven;
  • b. bestaande nevenactiviteiten;
  • c. het hobbymatig houden van dieren;
  • d. het behoud, herstel en ontwikkeling van de landschapswaarden;
  • e. het behoud, herstel en/of ontwikkeling van de natuurwaarden;
  • f. het in stand houden van de aldaar voorkomende zandwegen,

met de daarbij behorende:

  • g. water en waterhuishoudkundige voorzieningen;
  • h. voorzieningen ten behoeve van extensieve openluchtrecreatie, zoals fiets- en voetpaden en picknickplaatsen.
7.3 Specifieke functieregels

Het is verboden gronden die zijn aangewezen als 'Agrarisch met waarden - Landschapswaarden 2' en de bouwwerken daarop te gebruiken of te laten gebruiken voor:

  • a. glastuinbouw, gebouwgebonden teeltbedrijven en kwekerijen;
  • b. teeltondersteunende voorzieningen;
  • c. paardenbakken;
  • d. de opslag van hooirollen;
  • e. de toename van de bestaande oppervlakte dierenverblijf voor een veehouderij en geitenhouderij door het oprichten van gebouwen of door het in gebruik nemen van een aanwezig gebouw als dierenbedrijf;
  • f. open teelten van sierplanten en bomen en boomgaarden binnen een afstand van 50 m tot gevoelige functies voor gewasbeschermingsmiddelen, uitgezonderd en voor zover:
    • 1. het bestaande en vervanging van bestaande open teelten van sierplanten en bomen betreft;
    • 2. aangetoond is dat geen gebruik wordt gemaakt van gewasbeschermingsmiddelen;
    • 3. het woon- en leefklimaat en/of verblijfsklimaat van voor bestrijdingsmiddelen gevoelige functies niet onevenredig wordt aangetast;
  • g. het plaatsen van retentievoorzieningen en waterbassins;
  • h. de aanleg van mestbassins.
7.4 Beoordelingsregels aanvraag omgevingsvergunning binnenplanse omgevingsplanactiviteit bouwwerken

In aanvulling op en in afwijking van paragraaf 22.7.2 van het omgevingsplan, gelden voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouw zijnde, de volgende regels:

  • a. overkappingen zijn niet toegestaan;
  • b. de bouwhoogte van voorzieningen voor extensieve openluchtrecreatie, zoals informatieborden, picknickplekken, banken en afvalbakken bedraagt niet meer dan 3 m;
  • c. de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouw zijnde, ten behoeve van de waterhuishouding bedraagt niet meer dan 10 m;
  • d. de bouwhoogte van perceelsafscheidingen bedraagt niet meer dan 1 m;
  • e. de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouw zijnde bedraagt niet meer dan 6 m.
7.5 Omgevingsvergunning voor de binnenplanse omgevingsplanactiviteit voor het exploiteren van een kampeerterrein
7.5.1 Aanwijzing vergunningplicht voor de binnenplanse omgevingsplanactiviteit voor het exploiteren van een kampeerterrein

Het exploiteren van een kampeerterrein voor kleinschalig kamperen met maximaal 25 kampeermiddelen, niet zijnde stacaravans, is toegestaan, mits hiervoor een omgevingsvergunning is verleend.

7.5.2 Beoordelingsregels aanvraag omgevingsvergunning binnenplanse omgevingsplanactiviteit exploiteren van een kampeerterrein

De omgevingsvergunning, zoals bedoeld in 7.5.1, wordt verleend indien:

  • a. er een afstand van 100 m ten opzichte van gevoelige functies wordt aangehouden;
  • b. de in het gebied aanwezige waarden niet onevenredig worden aangetast;
  • c. het kampeerterrein niet leidt tot onevenredige publieks- en/ of verkeersaantrekkende werking;
  • d. er op eigen terrein voldoende parkeergelegenheid wordt gerealiseerd en in stand wordt gehouden, conform de 'Beleidsregels Parkeernormen gemeente Oisterwijk 2024', met dien verstande dat indien voornoemde beleidsregels worden gewijzigd, de gewijzigde beleidsregels van toepassing zijn;
  • e. het kampeerterrein niet leidt tot een onevenredige beperking van de bedrijfsvoering en ontwikkelingsmogelijkheden van omliggende (agrarische) bedrijven;
  • f. het kampeerterrein is gelegen op of aangrenzend aan een bouwvlak;
  • g. er sprake is van een goede landschappelijke inpassing op basis van een door het bevoegd gezag goedgekeurd landschapsplan en borging van uitvoering en beheer.
7.6 Omgevingsvergunning voor de binnenplanse omgevingsplanactiviteit inzake het uitvoeren van een werk, niet zijnde een bouwwerk, of een werkzaamheid
7.6.1 Aanwijzing vergunningplicht voor de binnenplanse omgevingsplanactiviteit inzake het uitvoeren van een werk, niet zijnde een bouwwerk, of een werkzaamheid

Het is verboden op of in de grond zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de volgende werken, niet zijnde bouwwerken, en werkzaamheden uit te voeren of te laten uitvoeren:

  • a. het aanleggen of aanplanten van bos-, natuur- en landschapselementen of ander opgaand houtgewas zonder agrarische productiefunctie;
  • b. het aanleggen of aanplanten van hoger dan 1,5 m opgaand houtgewas met agrarische productiefunctie;
  • c. de aanleg van retentievoorzieningen.
7.6.2 Uitzonderingen

Het verbod, zoals bedoeld in 7.6.1, is niet van toepassing op werken, niet zijnde bouwwerken, en werkzaamheden die:

  • a. het normale onderhoud en/of gebruik betreffen;
  • b. reeds in uitvoering zijn, dan wel krachtens een verleende omgevingsvergunning reeds mogen worden uitgevoerd op het tijdstip van het van kracht worden van dit hoofdstuk 22a.
7.6.3 Beoordelingsregels aanvraag omgevingsvergunning binnenplanse omgevingsplanactiviteit uitvoeren van een werk, niet zijnde een bouwwerk, of een werkzaamheid

De omgevingsvergunning, zoals bedoeld in 7.6.1, wordt verleend indien:

  • a. er sprake is van een goede landschappelijke inpassing op basis van een door het bevoegd gezag goedgekeurd landschapsplan; en
  • b. er geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan het behoud, het herstel en de ontwikkeling van de in artikel 7.2 opgenomen waarden.

Artikel 8 Bos

8.1 Toepassingsbereik

De regels in artikel 8 zijn van toepassing op de locaties die op de verbeelding zijn aangewezen als 'Bos'.

8.2 Functieomschrijving

Een locatie met de aanwijzing 'Bos' heeft de volgende functies en toegestane activiteiten:

  • a. het behoud, herstel en ontwikkeling van bos en bebossing;
  • b. het behoud, herstel en/ of ontwikkeling van de natuurwaarden;
  • c. het behoud, herstel en/ of ontwikkeling van de landschapswaarden;
  • d. recreatieve activiteiten in de vorm van extensieve openluchtrecreatie,

met de daarbij behorende:

  • e. water en waterhuishoudkundige voorzieningen;
  • f. (behoud van) (onverharde) paden, wegen en parkeervoorzieningen;
  • g. nutsvoorzieningen;
  • h. tuinen en erven.
8.3 Specifieke functieregels
  • 1. Op een locatie met de aanduiding 'wonen' is, in aanvulling op het bepaalde in artikel 8.2 tevens het wonen in woningen toegestaan.
  • 2. Op een locatie met de aanduiding 'recreatie' mogen, in aanvulling op het bepaalde in artikel 8.2, tevens recreatieve activiteiten worden verricht in de vorm van verblijfsrecreatie in recreatiewoningen.
  • 3. Op een locatie met de aanduiding 'specifieke vorm van bos - minicamping' mogen, in aanvulling op het bepaalde in artikel 8.2, tevens recreatieve activiteiten worden verricht in de vorm van een minicamping.
  • 4. Op een locatie met de aanduiding 'specifieke vorm van bos – theetuin' mogen, in aanvulling op het bepaalde in artikel 8.2, tevens horeca-activiteiten worden verricht in de vorm van een kleinschalige horecavoorziening in de vorm van een koffie- en theehuis.
  • 5. Op een locatie met de aanduiding 'tuin' mogen gronden en bouwwerken, in afwijking van het bepaalde in artikel 8.2 sub e t/m h uitsluitend worden gebruikt en ingericht als tuin.

8.4 Toepassingsbereik afdeling 22.2 bij bouwen van bouwwerken

Artikel 22.36 onder a. en b. en artikel 22.27a. t/m c en f. zijn niet van toepassing op locaties met de functie 'Bos' zoals bedoeld in lid 8.1.

8.5 Algemene regels bouwen van perceelsafscheidingen
8.5.1 Algemene regels bouwen van perceelsafscheidingen

Het is zonder omgevingsvergunning toegestaan, een perceelsafscheiding te bouwen, mits voldaan wordt aan de volgende regels:

  • a. bij (recreatie)woningen:
    • 1. de perceelsafscheiding staat op een erf of perceel waarop al een(recreatie)woning staat en waarmee de perceelsafscheiding in functionele relatie staat;
    • 2. de bouwhoogte van een perceelsafscheiding achter de (voor)gevel bedraagt niet meer dan 2 m; en
    • 3. de bouwhoogte van een perceelsafscheiding vóór de (voor)gevel bedraagt niet meer dan 1 m.
  • b. overig:
    • 1. de bouwhoogte van een perceelsafscheiding bedraagt niet meer dan 1 m.
8.6 Beoordelingsregels aanvraag omgevingsvergunning binnenplanse omgevingsplanactiviteit bouwwerken voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouw zijnde

In aanvulling op paragraaf 22.2.7 van het omgevingsplan, voor zover van toepassing gelet op artikel 8.4 van dit hoofdstuk 22a, gelden voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, de volgende regels:

  • a. overkappingen zijn niet toegestaan;
  • b. perceelsafscheidingen die niet voldoen aan het bepaalde in lid 8.5.1 zijn niet toegestaan;
  • c. bouwwerken, geen gebouw zijnde, voor extensieve openluchtrecreatie, zoals informatieborden, picknickplekken, banken en afvalbakken, zijn toegestaan mits:
    • 1. geen onevenredige schade wordt aangericht aan de aanwezige waarden; en
    • 2. de bouwhoogte ervan niet meer bedraagt dan 3 m;
  • d. de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer bedragen dan 2 m.
8.7 Omgevingsvergunning voor de binnenplanse omgevingsplanactiviteit inzake het uitvoeren van een werk, niet zijnde een bouwwerk of een werkzaamheid
8.7.1 Aanwijzing vergunningplicht voor de binnenplanse omgevingsplanactiviteit inzake het uitvoeren van een werk, niet zijnde een bouwwerk, of van een werkzaamheid

Het is verboden op of in de grond zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de volgende werken, niet zijnde bouwwerken, of werkzaamheden uit te voeren of te laten uitvoeren:

  • a. het vellen of rooien van bos en/of het verwijderen van houtopstanden;
  • b. het aanbrengen van meer dan 100 m2 aan nieuwe verharding door oppervlakteverhardingen en bebouwing;
  • c. het verzetten of vergraven van grond waarbij het maaiveld over meer dan 100 m2 per perceel of met meer dan 0,50 m wordt gewijzigd of waarbij de maaiveldniveaus van een steilrand worden gewijzigd;
  • d. het omzetten van grond of uitvoeren van bodemingrepen dieper dan 0,50 m onder maaiveld;
  • e. het uitvoeren van heiwerken of het anderszins indringen van voorwerpen in de bodem;
  • f. het graven, dempen dan wel verdiepen, vergroten, of anderszins herprofileren van waterlopen, sloten en greppels;
  • g. het verlagen van de waterstand anders dan door sloten/ greppels of drainage met uitzondering van grondwateronttrekkingen;
  • h. het verwijderen van natuur- en landschapselementen die ten tijde van het van kracht worden van dit hoofdstuk 22a aanwezig waren;
  • i. het verwijderen van perceelsindelingen, paden en onverharde wegen;
  • j. het aanbrengen en/of verharden van wegen of paden, dan wel aanbrengen van andere niet omkeerbare oppervlakteverhardingen groter dan 100 m2 per perceel.
8.7.2 Uitzonderingen

Het verbod zoals bedoeld in 8.7.1 is niet van toepassing op het uitvoeren van werken, niet zijnde bouwwerken, of werkzaamheden die:

  • a. het normale onderhoud en/ of gebruik betreffen; of
  • b. reeds in uitvoering zijn, dan wel krachtens een verleende vergunning reeds mogen worden uitgevoerd op het tijdstip van het van kracht worden van dit hoofdstuk 22a.
8.7.3 Beoordelingsregels aanvraag omgevingsvergunning binnenplanse omgevingsplanactiviteit uitvoeren van een werk, niet zijnde een bouwwerk, of een werkzaamheid

De omgevingsvergunning zoals bedoeld in 8.7.1 wordt verleend indien:

  • a. geen afbreuk wordt gedaan aan het behoud, het herstel en de ontwikkeling van de waarden zoals bedoeld in 8.2; en
  • b. voldoende hemelwaterberging wordt gerealiseerd op eigen terrein conform het beleid zoals neergelegd in de Verordening afvoer hemelwater en grondwater 2022, met dien verstande dat indien deze verordening wordt gewijzigd, de gewijzigde verordening van toepassing is.
8.8 Aanvullende beoordelingsregel parkeren
  • 1. De gronden zoals aangewezen in dit hoofdstuk 22a mogen slechts worden bebouwd of gebruikt onder de voorwaarden dat op eigen terrein voldoende parkeergelegenheid wordt gerealiseerd en in stand wordt gehouden, conform de 'Beleidsregels Parkeernormen gemeente Oisterwijk 2024', met dien verstande dat indien voornoemde beleidsregels worden gewijzigd, de gewijzigde beleidsregels van toepassing zijn.
  • 2. Een omgevingsvergunning voor de omgevingsplanactiviteit betreffende het bouwen van een gebouw kan op grond van dit hoofdstuk 22a slechts worden verleend, indien wordt voldaan aan de parkeernormen in de 'Beleidsregels Parkeernormen gemeente Oisterwijk 2024, met dien verstande dat indien voornoemde beleidsregels worden gewijzigd, de gewijzigde beleidsregels van toepassing zijn.
  • 3. In afwijking van het bepaalde in lid 1 en 2 kan de omgevingsvergunning ook worden verleend indien wordt voldaan aan de regels en voorwaarden voor afwijking in de 'Beleidsregels Parkeernormen gemeente Oisterwijk 2024, met dien verstande dat indien voornoemde beleidsregels worden gewijzigd, de gewijzigde beleidsregels van toepassing zijn.
8.9 Specifieke functieregels aanduiding 'wonen'
8.9.1 Verboden gebruik
  • 1. Het is op locaties met de aanduiding 'wonen' verboden gronden of bouwwerken te gebruiken of te laten gebruiken voor:
    • a. een bed and breakfast;
    • b. bewoning van vrijstaande bijbehorende bouwwerken;
    • c. recreatief nachtverblijf door een persoon, gezin of andere groep van personen, die hun vaste woon- en verblijfplaats elders hebben; en
    • d. een bedrijf aan huis.
  • 2. Het verbod, zoals bedoeld onder 1, onder c, geldt niet voor het gebruik van de woning als een tweede woning, waaronder wordt verstaan het verblijf in de woning door de eigenaar die elders hoofdverblijf heeft.
8.9.2 Aanwijzing vergunningplicht voor de binnenplanse omgevingsplanactiviteit voor het uitoefenen van een beroep aan huis

Het is verboden om zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning een beroep aan huis uit te oefenen ter plaatse van de aanduiding 'wonen'.

8.9.3 Beoordelingsregels aanvraag omgevingsvergunning binnenplanse omgevingsplanactiviteit uitoefenen van een beroep aan huis

De omgevingsvergunning, zoals bedoeld in artikel 8.9.2 wordt verleend indien:

  • a. maximaal 20 m2 van de woning wordt gebruikt voor het uitoefenen van een beroep aan huis;
  • b. de bewoner van de woning tevens degene is die het beroep aan huis uitoefent;
  • c. er geen detailhandel plaatsvindt;
  • d. er geen afbreuk wordt gedaan aan de omgeving;
  • e. het aantal verkeersbewegingen niet onevenredig toeneemt;
  • f. het beroep aan huis passend is binnen de omgeving; en
  • g. er op eigen terrein voldoende parkeergelegenheid wordt gerealiseerd en in stand wordt gehouden, conform de 'Beleidsregels Parkeernormen gemeente Oisterwijk 2024', met dien verstande dat indien voornoemde beleidsregels worden gewijzigd, de gewijzigde beleidsregels van toepassing zijn.
8.9.4 Voorwaardelijke verplichting kwaliteits- en landschapsverbetering

Het gebruik van een woning voor permanente bewoning ter plaatse van de aanduiding 'wonen' is slechts toegestaan als de in bijlage 1 opgenomen landschappelijke maatregelen of soortgelijke landschappelijke maatregelen binnen tien jaar na het onherroepelijk worden van dit hoofdstuk 22a worden uitgevoerd en in stand gehouden.

8.10 Aanvullende beoordelingsregels aanvraag omgevingsvergunning op locaties met de aanduiding 'wonen'
8.10.1 Toepassingsbereik

De regels in artikel 8.10 zijn van toepassing op locaties met de aanduiding 'wonen'.

8.10.2 Aanvullende beoordelingsregels aanvraag omgevingsvergunning binnenplanse omgevingsplanactiviteit bouwwerken voor het bouwen van een woning

In aanvulling op paragraaf 22.2.7 van het omgevingsplan, voor zover van toepassing gelet op artikel 8.4 van dit hoofdstuk 22a, gelden voor het bouwen van een woning de volgende regels:

  • a. een woning mag uitsluitend op de locatie met de aanduiding 'wonen' worden gebouwd;
  • b. de oppervlakte van een woning inclusief bijbehorende bouwwerken in de vorm van aanbouwen, uitbouwen en aangebouwde overkappingen mag niet meer bedragen dan 90 m2;
  • c. de inhoud van een woning mag niet meer bedragen dan 480 m3;
  • d. de goothoogte van een woning mag niet meer bedragen dan 3,5 m;
  • e. de bouwhoogte van een woning mag niet meer bedragen dan 7 m;
  • f. een woning dient te zijn voorzien van een kap met een helling van niet meer dan 50°;
  • g. de afstand van de woning tot enige perceelsgrens is minimaal 2,5 m;
8.10.3 Afwijkende beoordelingsregels aanvraag omgevingsvergunning binnenplanse omgevingsplanactiviteit bouwwerken voor het bouwen van een woning
  • 1. Het bevoegd gezag verleent de omgevingsvergunning in afwijking van het bepaalde in 8.10.2, aanhef en onder a, waarbij maximaal 20% van de oppervlakte van de woning buiten de aanduiding 'wonen' mag worden gerealiseerd indien:
    • a. dit ten behoeve van een betere stedenbouwkundige plaatsing van het hoofdgebouw op een perceel noodzakelijk is; en
    • b. maximaal 1,5 meter buiten de aanduiding 'wonen' wordt gebouwd.
  • 2. Het bevoegd gezag verleent de omgevingsvergunning in afwijking van het bepaalde in 8.10.2, aanhef en onder d, ook om een goothoogte toe te staan van maximaal 5,5 meter ten behoeve van de realisering van een groen dak.
8.10.4 Aanvullende beoordelingsregels aanvraag binnenplanse omgevingsplanactiviteit bouwwerken voor ondergronds bouwen bij een woning

Voor het bouwen van een kelder bij een woning, geen recreatiewoning zijnde, gelden de volgende regels:

  • a. de verticale diepte mag bij ondergronds bouwen niet meer bedragen dan 3,5 m;
  • b. een kelder is uitsluitend toegestaan binnen de aanduiding 'wonen';
  • c. de oppervlakte van een kelder bedraagt niet meer 12 m2.
8.10.5 Aanvullende beoordelingsregels aanvraag omgevingsplanactiviteit bouwwerken voor het bouwen van vrijstaande bijbehorende bouwwerken bij een woning

In aanvulling op paragraaf 22.2.7 van het omgevingsplan, voor zover van toepassing gelet op artikel 8.4 van dit hoofdstuk 22a, gelden voor het bouwen van vrijstaande bijbehorende bouwwerken bij een woning, geen recreatiewoning zijnde, de volgende regels:

  • a. de totale oppervlakte van vrijstaande bijbehorende bouwwerken, inclusief aangebouwde overkappingen aan vrijstaande bijbehorende bouwwerken of vrijstaande overkappingen, mag niet meer bedragen dan 25 m2, bij een bouwperceel van minder dan 1.000 m2;
  • b. de totale oppervlakte van vrijstaande bijbehorende bouwwerken, inclusief aangebouwde overkappingen aan vrijstaande bijbehorende bouwwerken of vrijstaande overkappingen, mag niet meer bedragen dan 30 m2, bij een bouwperceel van 1.000 m2 tot en met 2.000 m2;
  • c. de totale oppervlakte van vrijstaande bijbehorende bouwwerken, inclusief aangebouwde overkappingen aan vrijstaande bijbehorende bouwwerken of vrijstaande overkappingen, mag niet meer bedragen dan 40 m2, bij een bouwperceel van meer dan 2.000 m2;
  • d. vrijstaande bijbehorende bouwwerken mogen op een afstand van maximaal 10 meter van de woning worden gebouwd;
  • e. de goothoogte van een vrijstaand bijbehorend bouwwerk mag niet meer bedragen dan 3 meter;
  • f. de bouwhoogte van een vrijstaand bijbehorend bouwwerk mag niet meer bedragen dan 4,5 meter;
  • g. de afstand van een vrijstaand bijbehorend bouwwerk tot enige perceelsgrens is minimaal 2,5 m;
  • h. het vrijstaand bijbehorend bouwwerk mag niet worden voorzien van een kelder.
8.10.6 Afwijkende beoordelingsregels aanvraag binnenplanse omgevingsplanactiviteit bouwwerken voor het bouwen van vrijstaande bijbehorende bouwwerken bij een woning

Het bevoegd gezag verleent de omgevingsvergunning in afwijking van het bepaalde in 8.10.5 onder d voor het bouwen van een vrijstaand bijbehorend bouwwerk op een grotere afstand van de woning, indien:

  • a. geen afbreuk wordt gedaan aan het behoud, herstel en de ontwikkeling van de waarden zoals bedoeld in 8.2;
  • b. geen afbreuk wordt gedaan aan:
      • het bestaande bebouwingsbeeld en de ruimtelijke structuur;
      • het bestaande landschapsbeeld;
      • de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden; en
  • c. de afwijking vanuit het oogpunt van een doelmatige inrichting van het perceel wenselijk is.
8.10.7 Aanvullende beoordelingsregel waterberging

In afwijking van artikel 8.6 onder a, en in aanvulling op de overige beoordelingsregels in artikel 8.10, geldt voor het bouwen van nieuwe gebouwen en/of overkappingen met een (gezamenlijke) oppervlakte van meer dan 10 m2 dat de omgevingsvergunning slechts wordt verleend indien op eigen terrein wordt voorzien in de aanleg en duurzame instandhouding van waterhuishoudkundige voorzieningen ten behoeve van waterberging, ter grootte van 60 mm per m2 verhard oppervlak, waarbij onder verhard oppervlak zowel bestaand als nieuw toe te voegen verhard oppervlak wordt verstaan.

8.10.8 Voorwaardelijke verplichtingen waterberging en hemelwater
  • 1. Het gebruik van nieuwe gebouwen en/of overkappingen met een (gezamenlijke) oppervlakte van meer dan 10 m2 in afwijking van artikel 8.6 onder a, en overeenkomstig de bepalingen in artikel 8.10 van dit hoofdstuk 22a, is uitsluitend toegestaan nadat op eigen terrein wordt voorzien in de aanleg en duurzame instandhouding van waterhuishoudkundige voorzieningen ten behoeve van waterberging, ter grootte van 60 mm per m2 verhard oppervlak, waarbij onder verhard oppervlak zowel bestaand als nieuw toe te voegen verhard oppervlak wordt verstaan.
  • 2. Het gebruik van nieuwe gebouwen ten behoeve van wonen is alleen toegestaan als een goede waterhuishouding is gerealiseerd en in stand wordt gehouden, waarbij het hemelwater wordt afgekoppeld van het riool.
8.11 Specifieke functieregels aanduiding 'recreatie'
8.11.1 Verboden gebruik

Het is op locaties met de aanduiding 'recreatie' verboden gronden of bouwwerken te gebruiken of te laten gebruiken voor:

  • a. zelfstandige bewoning van vrijstaande bijbehorende bouwwerken;
  • b. recreatief nachtverblijf van vrijstaande bijbehorende bouwwerken.
8.11.2 Aanwijzing vergunningplicht voor de binnenplanse omgevingsplanactiviteit het gebruik en of laten gebruiken van een recreatiewoning voor permanente bewoning

Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning een recreatiewoning te gebruiken of te laten gebruiken voor permanente bewoning.

8.11.3 Beoordelingsregels aanvraag omgevingsvergunning binnenplanse omgevingsplanactiviteit voor het gebruiken of laten gebruiken van een recreatiewoning voor permanente bewoning

De omgevingsvergunning, zoals bedoeld in 8.11.2, wordt verleend indien:

  • a. het aantal woningen gelijk blijft;
  • b. een onderbouwing wordt aangeleverd waaruit volgt dat met de beoogde ontwikkeling sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties, hetgeen onder meer een toetsing aan de relevante beleidskaders en relevante (milieu)aspecten voor de fysieke leefomgeving omvat;
  • c. er sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat;
  • d. de gebruiksomzetting niet leidt tot een onevenredige aantasting van de gebruiks- en ontwikkelingsmogelijkheden van naastgelegen percelen;
  • e. geen afbreuk wordt gedaan aan het behoud, het herstel en de ontwikkeling van waarden zoals bedoeld in 8.2;
  • f. op eigen terrein wordt voorzien in de aanleg en duurzame instandhouding van voldoende parkeergelegenheid conform de 'Beleidsregels Parkeernormen gemeente Oisterwijk 2024', met dien verstande dat indien voornoemde beleidsregels worden gewijzigd, de gewijzigde beleidsregels van toepassing is;
  • g. op eigen terrein is voorzien in de aanleg en duurzame instandhouding van waterhuishoudkundige voorzieningen ten behoeve van waterberging, ter grootte van 60 mm per m2 per verhard oppervlak, waarbij onder verhard oppervlak zowel bestaand als nieuw toe te voegen verhard oppervlak wordt verstaan;
  • h. veilig is gesteld en vastgelegd is dat voldaan wordt aan de Werkafspraken kwaliteitsverbetering landschap Hart van Brabant, actualisering 2023, met dien verstande dat indien voornoemde werkafspraken worden gewijzigd, de gewijzigde werkafspraken van toepassing zijn.
8.12 Aanvullende beoordelingsregels aanvraag omgevingsvergunning op locaties met de aanduiding 'recreatie'
8.12.1 Toepassingsbereik

De regels in artikel 8.12 zijn van toepassing op locaties met de aanduiding 'recreatie'.

8.12.2 Aanvullende beoordelingsregels aanvraag omgevingsvergunning binnenplanse omgevingsplanactiviteit bouwwerken voor het bouwen van een recreatiewoning

In aanvulling op paragraaf 22.2.7 van het omgevingsplan, voor zover van toepassing gelet op artikel 8.4 van dit hoofdstuk 22a, gelden voor het bouwen van een recreatiewoning de volgende regels:

  • a. een recreatiewoning mag uitsluitend op de locatie met de aanduiding 'recreatie' worden gebouwd;
  • b. de oppervlakte van een perceel waarop een recreatiewoning wordt gebouwd dient ten minste 375 m2 groot te zijn;
  • c. de oppervlakte van een recreatiewoning is minimaal 35 m2 en maximaal 60 m2;
  • d. de goothoogte van een recreatiewoning is niet meer dan 3 m;
  • e. de nokhoogte van een recreatiewoning is niet meer dan 4,5 m;
  • f. de inhoud van een recreatiewoning is maximaal 225 m3;
  • g. een recreatiewoning dient te zijn voorzien van een kap met een helling van niet meer dan 50°;
  • h. de oppervlakte van een kelder van een recreatiewoning mag niet meer bedragen dan 12 m2;
  • i. de verticale diepte mag bij bouwen niet meer bedragen dan 3,5 m;
  • j. de afstand van een recreatiewoning tot enige perceelsgrens is minimaal 2,5 m;
  • k. het terras van een recreatiewoning, indien van toepassing, al dan niet verhoogd of gedeeltelijk verhoogd, heeft maximaal de lengte van de recreatiewoning en is maximaal 3 meter breed.
8.12.3 Afwijkende beoordelingsregels aanvraag omgevingsvergunning binnenplanse omgevingsplanactiviteit bouwwerken voor het bouwen van een recreatiewoning

In afwijking van de regels in 8.12.2 gelden de regels in 8.10.2 tot en met 8.10.6 indien een omgevingsvergunning is verleend voor het gebruiken of te laten gebruiken van een recreatiewoning voor permanente bewoning zoals bedoeld in artikel 8.11.2.

8.12.4 Aanvullende beoordelingsregels aanvraag omgevingsvergunning binnenplanse omgevingsplanactiviteit bouwwerken voor het bouwen van bijbehorende bouwwerken bij een recreatiewoning

In aanvulling op paragraaf 22.2.7 van het omgevingsplan, voor zover van toepassing gelet op artikel 8.4 van dit hoofdstuk 22a, gelden voor het bouwen van een bijbehorend bouwwerk bij een recreatiewoning de volgende regels:

  • a. de oppervlakte van het bijbehorend bouwwerk, inclusief aangebouwde overkapping aan bijbehorend bouwwerk of vrijstaande overkapping, is niet meer dan 12 m2;
  • b. de bouwhoogte van het bijbehorend bouwwerk, inclusief aangebouwde overkapping aan bijbehorend bouwwerk of vrijstaande overkapping, is niet meer dan 2,75 m; en
  • c. de afstand van het bijbehorend bouwwerk, inclusief aangebouwde overkapping aan bijbehorend bouwwerk of vrijstaande overkapping, tot enige perceelsgrens is minimaal 2,5 m; en
  • d. het bijbehorend bouwwerk mag niet worden voorzien van een kelder.
8.12.5 Aanvullende beoordelingsregel waterberging

In afwijking van artikel 8.6 onder a en in aanvulling op de overige beoordelingsregels in artikel 8.12, geldt voor het bouwen van nieuwe gebouwen en/of overkappingen met een (gezamenlijke) oppervlakte van meer dan 10 m2 dat de omgevingsvergunning slechts wordt verleend indien op eigen terrein wordt voorzien in de aanleg en duurzame instandhouding van waterhuishoudkundige voorzieningen ten behoeve van waterberging, ter grootte van 60 mm per m2 verhard oppervlak, waarbij onder verhard oppervlak zowel bestaand als nieuw toe te voegen verhard oppervlak wordt verstaan.

8.12.6 Beoordelingsregels bouwen van bouwwerken geen gebouwen zijnde
  • 1. Het gebruik van nieuwe gebouwen en/of overkappingen met een (gezamenlijke) oppervlakte van meer dan 10 m2 in afwijking van artikel 8.6 onder a en overeenkomstig de bepalingen in artikel 8.12 van dit hoofdstuk 22a, is uitsluitend toegestaan nadat op eigen terrein wordt voorzien in de aanleg en duurzame instandhouding van waterhuishoudkundige voorzieningen ten behoeve van waterberging, ter grootte van 60 mm per m2 verhard oppervlak, waarbij onder verhard oppervlak zowel bestaand als nieuw toe te voegen verhard oppervlak wordt verstaan.
  • 2. Het gebruik van nieuwe gebouwen ten behoeve van recreatie is alleen toegestaan als een goede waterhuishouding is gerealiseerd en in stand wordt gehouden, waarbij het hemelwater wordt afgekoppeld van het riool.
8.13 Specifieke functieregels aanduiding 'specifieke vorm van bos - minicamping'

Op locaties met de aanduiding 'specifieke vorm van bos - minicamping' is zonder omgevingsvergunning een minicamping toegestaan, met maximaal 5 standplaatsen.

8.14 Aanvullende beoordelingsregels aanvraag omgevingsvergunning op locaties met de aanduiding 'specifieke vorm van bos - minicamping'
8.14.1 Toepassingsbereik

De regels in artikel 8.14 zijn van toepassing op locaties met de aanduiding 'specifieke vorm van bos - minicamping'.

8.14.2 Aanvullende beoordelingsregels aanvraag omgevingsvergunning binnenplanse omgevingsplanactiviteit bouwwerken

In aanvulling op paragraaf 22.2.7 van het omgevingsplan, voor zover van toepassing gelet op artikel 8.4 van dit hoofdstuk 22a, gelden voor het bouwen van bouwwerken de volgende regels:

  • a. de oppervlakte van een sanitaire en ondersteunende voorziening ten behoeve van de minicamping bedraagt maximaal 7 m2;
  • b. de bouwhoogte van sanitaire en ondersteunende voorziening ten behoeve van de minicamping bedraagt maximaal 2,6 m;
  • c. de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde bedraagt maximaal 2 m.
8.15 Specifieke functieregels aanduiding 'specifieke vorm van bos - theetuin'

Op locaties met de aanduiding 'specifieke vorm van bos - theetuin' is zonder omgevingsvergunning een kleinschalig koffie- en theehuis toegestaan, waarvoor de volgende regels gelden:

  • a. er zijn maximaal 22 bezoekers gelijktijdig toegestaan;
  • b. er mogen slechts niet-alcoholische dranken worden geschonken voor gebruik ter plaatse;
  • c. het verstrekken van voor consumptie ter plaatse bereide etenswaren is toegestaan; en
  • d. de horeca mag uitsluitend open zijn van 1 april tot 1 oktober op zaterdagen en zondagen van 10:00 tot 17:00 uur.

Artikel 9 Natuur

9.1 Toepassingsbereik

De regels in artikel 9 zijn van toepassing op de locaties die op de verbeelding zijn aangewezen als 'Natuur'.

9.2 Functieomschrijving

Een locatie met de aanwijzing 'Natuur' heeft de volgende functies en toegestane activiteiten:

  • a. het behouden, herstellen en/of ontwikkelen van bos, natuur en bijbehorende groeiplaats;
  • b. het behouden, herstellen en/of ontwikkelen van landschappelijke waarden en natuurwaarden;
  • c. recreatieve activiteiten in de vorm van extensieve openluchtrecreatie,

met de daarbij behorende:

  • d. water en waterhuishoudkundige voorzieningen;
  • e. behoud van (onverharde) paden en wegen.
9.3 Beoordelingsregels aanvraag omgevingsvergunning binnenplanse omgevingsplanactiviteit bouwwerken

In aanvulling op en in afwijking van paragraaf 22.2.7 van het omgevingsplan, gelden voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, de volgende regels:

  • a. overkappingen zijn niet toegestaan;
  • b. de oppervlakte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten behoeve van waterbeheer en natuurbeheer is niet meer dan 20 m2;
  • c. de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten behoeve van waterbeheer en natuurbeheer is niet meer dan 3 m.
9.4 Omgevingsvergunning voor de binnenplanse omgevingsplanactiviteiten inzake het uitvoeren van een werk, niet zijnde een bouwwerk, of een werkzaamheid
9.4.1 Aanwijzing vergunningplicht voor de binnenplanse omgevingsplanactiviteit inzake het uitvoeren van een werk, niet zijnde een bouwwerk, of van een werkzaamheid

Het is verboden op of in de grond zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning voor de binnenplanse omgevingsplanactiviteit de volgende werken, niet zijnde bouwwerken, of werkzaamheden uit te voeren of te laten uitvoeren:

  • a. het verzetten of vergraven van grond waarbij het maaiveld over meer dan 100 m² per perceel of met meer dan 0,50 m wordt gewijzigd of waarbij de maaiveldniveaus van een steilrand worden gewijzigd;
  • b. het omzetten van grond of uitvoeren van bodemingrepen dieper dan 0,50 m onder maaiveld;
  • c. het uitvoeren van heiwerken of het anderszins indringen van voorwerpen in de bodem;
  • d. het graven, dempen, dan wel verdiepen, vergroten, of anderszins herprofileren van waterlopen, sloten en greppels;
  • e. het verlagen van de waterstand anders dan door sloten/greppels of drainage met uitzondering van grondwateronttrekkingen;
  • f. het vellen of rooien van bos en/of het verwijderen van houtopstanden;
  • g. het verwijderen van natuur- en landschapselementen die ten tijde van het van kracht worden van dit hoofdstuk 22a aanwezig waren;
  • h. het verwijderen van perceelsindelingen, paden en onverharde wegen;
  • i. het aanleggen en/of verharden van wegen of paden, dan wel aanbrengen van andere niet omkeerbare oppervlakteverhardingen groter dan 100 m² per perceel.
9.4.2 Uitzonderingen

Het verbod zoals bedoeld in 9.4.1 is niet van toepassing op het uitvoeren van werken, niet zijnde bouwwerken, of werkzaamheden die:

  • a. het normale onderhoud en/of gebruik betreffen;
  • b. reeds in uitvoering zijn, dan wel krachtens een verleende omgevingsvergunning reeds mogen worden verricht op het tijdstip van het van kracht worden van dit hoofdstuk 22a.
9.4.3 Beoordelingsregels aanvraag omgevingsvergunning binnenplanse omgevingsplanactiviteit uitvoeren van een werk, niet zijnde bouwwerk, of van een werkzaamheid

De omgevingsvergunning zoals bedoeld in 9.4.1 kan worden verleend indien geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan het behoud, het herstel en de ontwikkeling van de waarden zoals genoemd in 9.2.

Artikel 10 Verkeer

10.1 Toepassingsbereik

De regels in artikel 10 zijn van toepassing op de locaties die op de verbeelding zijn aangewezen als 'Verkeer'.

10.2 Toegestane gebruiksactiviteiten

Een locatie met de aanwijzing 'Verkeer' heeft de volgende functies en toegestane activiteiten:

  • a. activiteiten die zien op het behouden, beschermen en verbeteren van de verkeersafwikkeling van gemotoriseerd en langzaam verkeer;

met de daarbij behorende:

  • b. verharde wegen met bijbehorende voorzieningen;
  • c. groenvoorzieningen;
  • d. water en waterhuishoudkundige voorzieningen.
10.3 Omgevingsvergunning voor de binnenplanse omgevingsplanactiviteit inzake het uitvoeren van een werk, niet zijnde een bouwwerk, of een werkzaamheid
10.3.1 Aanwijzing vergunningplicht voor de binnenplanse omgevingsplanactiviteit inzake het uitvoeren van een werk, niet zijnde een bouwwerk, of van een werkzaamheid

Het is verboden op of in de grond zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de volgende werken, niet zijnde bouwwerken, of werkzaamheden uit te voeren of te laten uitvoeren:

  • a. het beplanten van gronden met struiken of bomen.
10.3.2 Uitzonderingen

Het verbod zoals bedoeld in 10.3.1 is niet van toepassing voor het uitvoeren van werken, niet zijnde bouwwerken, of werkzaamheden die:

  • a. het normale onderhoud en/of gebruik betreffen;
  • b. reeds in uitvoering zijn, dan wel krachtens een verleende omgevingsvergunning reeds mogen worden uitgevoerd op het tijdstip van het van kracht worden van dit hoofdstuk 22a.
10.3.3 Beoordelingsregels aanvraag omgevingsvergunning binnenplanse omgevingsplanactiviteit uitvoeren van een werk, niet zijnde een bouwwerk, of een werkzaamheid

De omgevingsvergunning zoals bedoeld in 10.3.1 kan worden verleend indien geen afbreuk wordt gedaan aan de verkeersafwikkeling van gemotoriseerd en langzaam verkeer.

Artikel 11 Verkeer - Onverhard

11.1 Toepassingsbereik

De regels in artikel 11 zijn van toepassing op de locaties die op de verbeelding zijn aangewezen als 'Verkeer - Onverhard'.

11.2 Toegestane gebruiksactiviteiten

Een locatie met de aanwijzing 'Verkeer - Onverhard' heeft de volgende functies en toegestane activiteiten:

  • a. het behouden, beschermen en verbeteren van de hier aanwezige landschaps-, natuur- en cultuurhistorische waarden;
  • b. onverharde en halfverharde wegen en instandhouding daarvan als zodanig;
  • c. on- of halfverharde fiets- en voetpaden;
  • d. groenvoorzieningen;
  • e. water en waterhuishoudkundige voorzieningen.
11.3 Omgevingsvergunning voor de binnenplanse omgevingsplanactiviteit inzake het uitvoeren van een werk, niet zijnde een bouwwerk, of een werkzaamheid
11.3.1 Aanwijzing vergunningplicht voor de binnenplanse omgevingsplanactiviteit inzake het uitvoeren van een werk, niet zijnde een bouwwerk, of een werkzaamheid

Het is verboden op of in de grond zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de volgende werken, niet zijnde bouwwerken, of werkzaamheden uit te voeren of te laten uitvoeren:

  • a. het verharden van wegen;
  • b. het vellen of rooien van struiken of bomen;
  • c. het beplanten van gronden met struiken of bomen.
11.3.2 Uitzonderingen

Het verbod zoals bedoeld in 11.3.1 geldt niet voor werken, niet zijnde bouwwerken, of werkzaamheden die:

  • a. het normale onderhoud en/of gebruik betreffen;
  • b. reeds in uitvoering zijn, dan wel krachtens een verleende omgevingsvergunning reeds mogen worden uitgevoerd op het tijdstip van het van kracht worden van dit hoofdstuk 22a.
11.3.3 Beoordelingsregels aanvraag omgevingsvergunning binnenplanse omgevingsplanactiviteit uitvoeren van een werk, niet zijnde een bouwwerk, of een werkzaamheid

De omgevingsvergunning zoals bedoeld in 11.3.1 kan worden verleend indien geen afbreuk wordt gedaan aan het behoud, het herstel en de ontwikkeling van de waarden zoals genoemd in 11.2.

Artikel 12 Wonen

12.1 Toepassingsbereik

De regels in artikel 12 zijn van toepassing op de locaties die op de verbeelding zijn aangewezen als 'Wonen'.

12.2 Functieomschrijving

Een locatie met de aanwijzing 'Wonen' heeft de volgende functies en toegestane activiteiten:

  • a. wonen
  • b. tuinen en erven;
  • c. landschappelijke inpassing;
  • d. ondergeschikte voorzieningen ten behoeve van duurzame energie;
  • e. water en waterhuishoudkundige voorzieningen.
12.3 Specifieke functieregels

Het is verboden gronden met de functie 'Wonen' en de bouwwerken daarop te gebruiken of te laten gebruiken voor:

  • a. recreatief nachtverblijf door een persoon, gezin of andere groep van personen, die hun vaste woon- en verblijfsplaats elders hebben;
  • b. het bewonen van vrijstaande bijbehorende bouwwerken.
12.4 Beoordelingsregels aanvraag omgevingsvergunning binnenplanse omgevingsplanactiviteit bouwwerken voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde

In aanvulling op en in afwijking van paragraaf 22.2.7 van het omgevingsplan, gelden voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde de volgende regels:

  • a. de bouwhoogte van perceelsafscheidingen bedraagt niet meer dan 2,5 m, met dien verstande dat de hoogte vóór de voorgevel niet meer bedraagt dan 1,5 m;
  • b. de hoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer bedragen dan 5 m.
12.5 Beoordelingsregels aanvraag omgevingsvergunning binnenplanse omgevingsplanactiviteit bouwwerken voor het bouwen van hoofdgebouwen

In aanvulling op en in afwijking van paragraaf 22.2.7 van het omgevingsplan, gelden voor het bouwen van hoofdgebouwen de volgende regels:

  • a. er mag niet meer dan één woning worden gebouwd per perceel;
  • b. een woning mag uitsluitend op de bestaande fundering worden gebouwd met de voorgevel(s) op niet minder dan de bestaande afstand tot de weg;
  • c. de inhoud van een woning bedraagt niet meer dan 750 m3;
  • d. de goothoogte en bouwhoogte van woningen mogen ten hoogste 2 m meer bedragen dan de bestaande goothoogte en bouwhoogte, waarbij geldt dat:
    • 1. de goothoogte niet meer bedraagt dan 6 m;
    • 2. de bouwhoogte niet meer bedraagt dan 10 m.
12.6 Beoordelingsregels aanvraag omgevingsvergunning binnenplanse omgevingsplanactiviteit bouwwerken voor het bouwen van bijbehorende bouwwerken
12.6.1 Aanvullende beoordelingsregels aanvraag omgevingsvergunning binnenplanse omgevingsplanactiviteit bouwwerken voor het bouwen van bijbehorende bouwwerken

In aanvulling op en in afwijking van paragraaf 22.2.7 van het omgevingsplan, gelden voor het bouwen van bijbehorende bouwwerken de volgende regels:

  • a. bijbehorende bouwwerken moeten worden gebouwd achter het verlengde van de voorgevel van de woning;
  • b. de gezamenlijke oppervlakte van bij eenzelfde woning behorende bijbehorende bouwwerken bedraagt niet meer dan 100 m2;
  • c. de goothoogte van een bijbehorend bouwwerk bedraagt niet meer dan 3 m;
  • d. de bouwhoogte van een bijbehorend bouwwerk bedraagt niet meer dan 5,5 m.
12.6.2 Afwijkende beoordelingsregels aanvraag omgevingsvergunning binnenplanse omgevingsplanactiviteit bouwwerken voor het bouwen van bijbehorende bouwwerken
  • 1. Het bevoegd gezag kan de omgevingsvergunning in afwijking van het bepaalde in artikel 12.6.1, aanhef en onder b, verlenen, indien:
    • a. de gezamenlijke oppervlakte van de bijbehorende bouwwerken niet meer bedraagt dan 200 m2;
    • b. er sprake is van een zorgvuldige landschappelijke en stedenbouwkundige inpassing; en
    • c. er sprake is van zorgvuldig ruimtegebruik.
  • 2. Het bevoegd gezag kan de omgevingsvergunning in afwijking van het bepaalde in artikel 12.6.1, aanhef en onder d, verlenen indien:
  • e. de bouwhoogte van een bijbehorend bouwwerk niet meer bedraagt dan 8 m;
  • f. er sprake is van een zorgvuldige landschappelijke en stedenbouwkundige inpassing door middel van een inrichtings- en beheersplan; en
  • g. er sprake is van zorgvuldig ruimtegebruik.
12.7 Omgevingsvergunning voor de binnenplanse omgevingsplanactiviteit voor de uitoefening van een bedrijf of beroep
12.7.1 Aanwijzing vergunningplicht voor de binnenplanse omgevingsplanactiviteit voor het uitoefenen van een bedrijf of beroep aan huis

Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning een bedrijf of beroep aan huis uit te oefenen.

12.7.2 Beoordelingsregels aanvraag omgevingsvergunning binnenplanse omgevingsplanactiviteit uitoefenen van een bedrijf of beroep aan huis

De omgevingsvergunning zoals bedoeld in 12.7.1 kan worden verleend indien:

  • a. de omvang van de activiteit niet meer bedraagt dan 60 m2 van de gezamenlijke vloeroppervlakte van de bebouwing;
  • b. het te vestigen bedrijf of beroep aan huis naar aard passend is binnen de omgeving;
  • c. het geen detailhandel betreft;
  • d. de activiteit wordt uitgeoefend door de bewoner van het hoofdgebouw;
  • e. er sprake is van voldoende parkeergelegenheid conform de 'Beleidsregels Parkeernormen gemeente Oisterwijk 2024' met dien verstande dat indien deze beleidsregels worden gewijzigd, rekening wordt gehouden met die gewijzigde beleidsregels; en
  • f. normale afwikkeling van het verkeer mogelijk blijft en de verkeersveiligheid niet in het geding komt.

Artikel 13 Waarde - Archeologie 2

13.1 Toepassingsbereik

De regels in artikel 13 zijn van toepassing op de locaties die op de verbeelding zijn aangewezen als 'Waarde - Archeologie 2'.

13.2 Functieomschrijving

Een locatie met de aanwijzing 'Waarde – Archeologie 2' heeft de volgende functie:

  • a. het behoud en de bescherming van archeologische waarden van de gronden.
13.3 Aanvullende aanvraagvereisten omgevingsvergunning
  • 1. Bij de aanvraag om een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit op een locatie met de aanwijzing 'Waarde - Archeologie 2', wordt een archeologisch onderzoek van een ter zake deskundige overlegd.
  • 2. Het bevoegd gezag is bevoegd af te wijken van het bepaalde in artikel 13.3 lid 1 indien de archeologische waarde van het terrein in andere beschikbare informatie afdoende is vastgesteld.
13.4 Beoordelingsregels aanvraag omgevingsvergunning binnenplanse omgevingsplanactiviteit bouwwerken
13.4.1 Aanvullende beoordelingsregels aanvraag omgevingsvergunning omgevingsplanactiviteit bouwwerken

In aanvulling op hetgeen elders in dit hoofdstuk 22a is bepaald ten aanzien van het bouwen van bouwwerken geldt de volgende beoordelingsregel:

  • a. Indien naar het oordeel van het bevoegd gezag met het archeologisch onderzoek als bedoeld in artikel 13.3 de archeologische waarden van de gronden die blijkens de aanvraag zullen worden verstoord voldoende zijn vastgesteld, kan de omgevingsvergunning worden verleend.
13.4.2 Vergunningvoorschriften

Indien uit het archeologische onderzoek zoals bedoeld in artikel 13.3 lid 1 blijkt dat de archeologische waarden van de gronden door verlening van de omgevingsvergunning kunnen worden verstoord, dan kan het bevoegd gezag aan de omgevingsvergunning de volgende voorschriften verbinden:

  • a. het voorschrift tot het treffen van technische maatregen, waardoor archeologische waarden in de bodem kunnen worden behouden;
  • b. het voorschrift tot het doen van opgravingen;
  • c. de verplichting de werken of werkzaamheden die leiden tot bodemverstoring, te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van archeologische monumentenzorg die voldoet aan door het bevoegd gezag bij de omgevingsvergunning te stellen kwalificaties.
13.4.3 Uitzonderingen

Het bepaalde in artikel 13.3, 13.4.1 en 13.4.2 geldt niet, indien het in de aanvraag om omgevingsvergunning besloten liggend bouwplan betrekking heeft op bouwwerken met een oppervlakte van 100 m2 of minder.

13.5 Omgevingsvergunning voor de binnenplanse omgevingsplanactiviteit inzake het uitvoeren van een werk, niet zijnde een bouwwerk, of een werkzaamheid
13.5.1 Aanwijzing vergunningplicht voor de binnenplanse omgevingsplanactiviteit inzake het uitvoeren van een werk, niet zijnde een bouwwerk, of een werkzaamheid

Het is verboden op of in de grond zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning t de volgende werken, niet zijnde bouwwerken, of werkzaamheden uit te voeren of te laten uitvoeren:

  • a. het uitvoeren van grondbewerkingen dieper dan 0,50 m onder het maaiveld;
  • b. het graven, dempen dan wel verdiepen, vergroten of anderszins herprofileren van waterlopen, sloten en greppels;
  • c. het aanleggen van leidingen dieper dan 0,50 m onder het maaiveld.
13.5.2 Uitzonderingen

Het verbod zoals bedoeld in 13.5.1 is niet van toepassing op werken, niet zijnde bouwwerken, of werkzaamheden die:

  • a. het normale onderhoud en/ of gebruik betreffen;
  • b. reeds in uitvoering zijn, dan wel krachtens een verleende omgevingsvergunning reeds mogen worden uitgevoerd op het tijdstip van het van kracht worden van dit hoofdstuk 22a;
  • c. gelegen zijn binnen het bouwvlak.
13.5.3 Beoordelingsregels aanvraag omgevingsvergunning binnenplanse omgevingsplanactiviteit uitvoeren van een werk, niet zijnde een bouwwerk, of een werkzaamheid

De omgevingsvergunning zoals bedoeld in 13.5.1 wordt verleend indien geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan het behoud en de bescherming van de archeologische waarden van de gronden zoals bedoeld in artikel 13.2.

Artikel 14 Aanwijzing specifieke functies gebieden

14.1 milieuzone - boringsvrije zone
14.1.1 Toepassingsbereik

De regels in artikel 14.1 zijn van toepassing op de gebieden en locaties die op de verbeelding zijn aangewezen als 'milieuzone - boringsvrije zone'.

14.1.2 Functieomschrijving

Een gebied of locatie aangewezen als 'milieuzone - boringsvrije zone' heeft de volgende functie:

    • a. de bescherming van de kwaliteit van het grondwater ten behoeve van de drinkwatervoorzieningen.
14.1.3 Aanwijzing vergunningplicht voor de binnenplanse omgevingsplanactiviteit inzake het uitvoeren van een werk, niet zijnde een bouwwerk, of een werkzaamheid

Het is verboden op of in de grond zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning boringen of grondwerkzaamheden uit te voeren of te laten uitvoeren, als de diepte meer is dan 10 m beneden maaiveld.

14.1.4 Beoordelingsregels aanvraag omgevingsvergunning binnenplanse omgevingsplanactiviteit uitvoeren van een werk, niet zijnde een bouwwerk, of werkzaamheid

De omgevingsvergunning zoals bedoeld in artikel 14.1.3 wordt verleend indien de werkzaamheden de beschermende kleilaag niet kunnen aantasten.

14.2 milieuzone - waterwingebied
14.2.1 Toepassingsbereik

De regels in artikel 14.1 zijn van toepassing op de gebieden en locaties die op de verbeelding zijn aangewezen als 'milieuzone - waterwingebied'.

14.2.2 Functieomschrijving

Een gebied of locatie aangewezen als 'milieuzone - waterwingebied' heeft de volgende functie:

  • a. de bescherming van de grondwaterwinning in verband met de openbare drinkwatervoorziening.
14.2.3 Afwijkende beoordelingsregels aanvraag omgevingsvergunning voor de binnenplanse omgevingsplanactiviteit bouwwerken

In afwijking van het bepaalde elders in dit hoofdstuk 22a gelden ter plaatse van de aanduiding 'milieuzone - waterwingebied' de volgende regels:

  • a. er mogen uitsluitend gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden gebouwd ten dienste van de productie van drinkwater;
  • b. de oppervlakte van een gebouw c.q. de gezamenlijke oppervlakte van gebouwen bedraagt niet meer dan 100 m2;
  • c. de bouwhoogte van een gebouw bedraagt niet meer dan 8 m.
  • d. de hoogte van perceelsafscheidingen bedraagt niet meer dan 2 m.
14.2.4 Aanwijzing vergunningplicht voor de binnenplanse omgevingsplanactiviteit inzake het uitvoeren van een werk, niet zijnde een bouwwerk, of een werkzaamheid

Het is verboden op of in de grond zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de volgende werken, niet zijnde bouwwerken of werkzaamheden uit te voeren of te laten uitvoeren:

  • a. het aanleggen of verharden van interne bedrijfsontsluitingswegen of paden of parkeergelegenheden alsmede het aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen;
  • b. het aanbrengen van ondergrondse leidingen en daarmee verband houdende constructies;
  • c. het verlagen, vergraven, ophogen of egaliseren van de bodem;
  • d. het vellen of rooien van houtgewas.
14.2.5 Uitzonderingen

Het verbod zoals bedoeld in 14.2.4 geldt niet voor het uitvoeren werken, niet zijnde bouwwerken, of werkzaamheden die:

  • a. het normale onderhoud en/ of het gebruik betreffen;
  • b. van ondergeschikte betekenis zijn;
  • c. reeds in uitvoering zijn, dan wel krachtens een verleende omgevingsvergunning reeds mogen worden uitgevoerd op het tijdstip van het van kracht worden van dit hoofdstuk 22a.
14.2.6 Beoordelingsregels aanvraag omgevingsvergunning binnenplanse omgevingsplanactiviteit uitvoeren van een werk, niet zijnde een bouwwerk, of een werkzaamheid

De omgevingsvergunning zoals bedoeld in artikel 14.2.4 wordt verleend, indien de te verwachten gevolgen geen onevenredige schade aanrichten aan het waterwingebied dan wel de mogelijkheden tot het herstel van het waterwingebied niet onevenredig worden of kunnen worden verkleind.

14.3 overige zone - attentiezonde waterhuishouding
14.3.1 Toepassingsbereik

De regels in artikel 14.3 zijn van toepassing op de gebieden en locaties die op de verbeelding zijn aangewezen als 'overige zone - attentiezonde waterhuishouding'.

14.3.2 Functieomschrijving

Een gebied of locatie aangewezen als 'overige zone - attentiezonde waterhuishouding' heeft de volgende functies:

  • a. het behoud en herstel van het bodem- en watersysteem en de daarmee samenhangende ecologische waarden en kenmerken, biodiversiteit en landschappelijke waarden en kenmerken; en
  • b. de duurzame ontwikkeling van het bodem- en watersysteem en de daarmee samenhangende ecologische waarden en kenmerken, biodiversiteit en landschappelijke waarden en kenmerken.
14.3.3 Aanwijzing vergunningplicht voor de binnenplanse omgevingsplanactiviteit inzake het uitvoeren van een werk, niet zijnde een bouwwerk, of een werkzaamheid

Het is verboden op of in de grond zonder omgevingsvergunning de volgende werken, niet zijnde bouwwerken, of werkzaamheden uit te voeren of te laten uitvoeren:

  • a. het verzetten van grond van meer dan 100 m3 of op een diepte van meer dan 60 cm beneden maaiveld, voor zover geen omgevingsvergunning is vereist op grond van artikel 5.1 lid 1 onder c van de Omgevingswet;
  • b. het aanleggen van een drainage;
  • c. het verlagen van de grondwaterstand anders dan door middel van het graven van sloten of het toepassen van drainagemiddelen, met uitzondering van grondwateronttrekkingen;
  • d. het buiten een agrarisch bouwperceel aanbrengen van oppervlakteverhardingen of verharde oppervlakten.
14.3.4 Uitzonderingen

Het verbod zoals bedoeld in artikel 14.3.3 geldt niet voor het uitvoeren van werken, niet zijnde bouwwerken, of werkzaamheden die:

  • a. het normale onderhoud en/of gebruik betreffen;
  • b. van ondergeschikte betekenis zijn;
  • c. reeds in uitvoering zijn, dan wel krachtens een verleende vergunning reeds mogen worden uitgevoerd op het tijdstip van het van kracht worden van dit hoofdstuk 22a;
  • d. bedoeld zijn ter uitvoering van de landbouw- en kwaliteitsverbetering van het gebied.
14.3.5 Beoordelingsregels aanvraag omgevingsvergunning binnenplanse omgevingsplanactiviteit uitvoeren van een werk, niet zijnde een bouwwerk, of een werkzaamheid

De omgevingsvergunning zoals bedoeld in artikel 14.3.3 wordt verleend, indien de te verwachten gevolgen geen onevenredige schade aanrichten aan de waterhuishouding en de hydrologische instandhoudingsdoelen van het hierbinnen gelegen Natuur Netwerk Brabant.

14.4 overige zone - cultuurhistorisch vlak
14.4.1 Toepassingsbereik

De regels in artikel 14.4 zijn van toepassing op de gebieden en locaties die zijn aangewezen als 'overige zone - cultuurhistorisch vlak'.

14.4.2 Functieomschrijving

Een gebied of locatie aangewezen als 'overige zone - cultuurhistorisch vlak' heeft de volgende functies:

  • a. het behoud en herstel van de cultuurhistorische waarden en kenmerken; en
  • b. de duurzame ontwikkeling van de cultuurhistorisch waarden en kenmerken.
14.4.3 Aanvullende beoordelingsregels aanvraag omgevingsvergunning binnenplanse omgevingsactiviteit bouwwerken

Ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - cultuurhistorisch vlak' geldt in aanvulling op de beoordelingsregels voor de binnenplanse omgevingsplanactiviteit bouwwerken elders in dit hoofdstuk 22a dat een omgevingsvergunning voor de binnenplanse omgevingsplanactiviteit bouwwerken uitsluitend kan worden verleend indien de te verwachten gevolgen geen onevenredige schade aanrichten aan de wezenlijke cultuurhistorische waarden en kenmerken van het betreffende gebied, zoals opgenomen in de Cultuurhistorische Waardenkaart van de provincie Noord-Brabant.

14.4.4 Aanwijzing vergunningplicht voor de binnenplanse omgevingsplanactiviteit inzake het uitvoeren van een werk, niet zijnde een bouwwerk, of een werkzaamheid

Het is verboden op of in de grond zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de volgende werken, niet zijnde bouwwerken, of werkzaamheden uit te voeren of te laten uitvoeren:

  • a. het aanplanten van opgaande begroeiing, niet zijnde boomteelt;
  • b. het aanleggen, verharden, verbreden, verwijderen, wijzigen van paden- en wegentracés;
  • c. het ophogen, afgraven en egaliseren;
  • d. het verwijderen of kappen van begroeiing, niet zijnde boomteelt;
  • e. het graven, verbreden, verdiepen, dempen, tracéverlegging van waterpartijen of-lopen;
  • f. slopen.
14.4.5 Uitzonderingen

Het verbod uit artikel 14.4.4 is niet van toepassing op het uitvoeren van werken, geen bouwwerken zijnde of werkzaamheden die:

  • a. reeds in uitvoering zijn, dan wel krachtens een verleende omgevingsvergunning reeds mogen worden uitgevoerd op het tijdstip van het van kracht worden van dit plan;
  • b. binnen een bouwvlak worden uitgevoerd.
14.4.6 Beoordelingsregels aanvraag omgevingsvergunning binnenplanse omgevingsplanactiviteit uitvoeren van een werk, niet zijnde een bouwwerk, of van een werkzaamheid

De in artikel 14.4.4 genoemde omgevingsvergunning kan slechts worden verleend, indien de te verwachten gevolgen geen onevenredige schade aanrichten aan de wezenlijke cultuurhistorische waarden en kenmerken van het betreffende gebied, zoals opgenomen in de Cultuurhistorische Waardenkaart van de provincie Noord-Brabant.

14.5 overige zone - groenblauwe waarden
14.5.1 Toepassingsbereik

De regels in artikel 14.5 zijn van toepassing op de gebieden en locaties die zijn aangewezen als 'overige zone - groenblauwe waarden'.

14.5.2 Functieomschrijving

Een gebied of locatie aangewezen als 'overige zone - groenblauwe waarden' heeft de volgende functies:

  • a. het behoud, herstel van het bodem- en watersysteem en de daarmee samenhangende ecologische waarden en kenmerken, biodiversiteit en landschappelijke waarden en kenmerken;
  • b. de duurzame ontwikkeling van het bodem- en watersysteem en de daarmee samenhangende ecologische waarden en kenmerken, biodiversiteit en landschappelijke waarden en kenmerken.
14.5.3 Aanvullende beoordelingsregels aanvraag omgevingsvergunning binnenplanse omgevingsplanactiviteit bouwwerken

Ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - groenblauwe waarden' geldt in aanvulling op de beoordelingsregels voor de binnenplanse omgevingsplanactiviteit bouwwerken elders in dit hoofdstuk 22a dat een omgevingsvergunning voor de binnenplanse omgevingsplanactiviteit bouwwerken uitsluitend kan worden verleend indien:

  • a. geen afbreuk wordt gedaan aan de ecologische-, landschappelijke- en hydrologische waarden en kenmerken van het gebied; en
  • b. een positieve bijdrage wordt gebracht aan het versterken van biodiversiteit en de bescherming en ontwikkeling van ecologische-, landschappelijke- en hydrologische waarden en kenmerken van het gebied.
14.6 overige zone - Natuur Netwerk Brabant
14.6.1 Toepassingsbereik

De regels in artikel 14.6 zijn van toepassing op gebieden en locaties die zijn aangewezen als 'overige zone - Natuur Netwerk Brabant'.

14.6.2 Functieomschrijving

Een gebied of locatie aangewezen als 'overige zone - Natuur Netwerk Brabant' heeft de volgende functie:

    • 1. het behoud, herstel of de duurzame ontwikkeling van de ecologische waarden en kenmerken van de onderscheiden gebieden zoals vastgelegd op de beheertypenkaart en de ambitiekaart van het natuurbeheerplan.
14.6.3 Afwijkende beoordelingsregels aanvraag omgevingsvergunning binnenplanse omgevingsplanactiviteit

In afwijking op hetgeen elders in dit hoofdstuk 22a is bepaald, zijn uitsluitend bestaande bebouwing en bestaande planologische gebruiksactiviteiten toegestaan zolang het Natuur Netwerk Brabant op de desbetreffende locatie niet is gerealiseerd.

14.7 overige zone - regionale waterberging
14.7.1 Toepassingsbereik

De regels in artikel 14.7 zijn van toepassing op gebieden en locaties die zijn aangewezen als 'overige zone - regionale waterberging'.

14.7.2 Functieomschrijving

Een gebied of locatie aangewezen als 'overige zone - regionale waterberging' heeft de volgende functie:

  • a. het behoud van het waterbergend vermogen van dat gebied.
14.7.3 Specifieke functieregels

In gebieden en op locaties met de aanduiding 'overige zone - regionale waterberging' gelden in aanvulling op de specifieke functieregels elders in dit hoofdstuk 22a, dat het gebruik van bouwwerken slechts toegestaan indien:

  • a. de geschiktheid van het gebied voor waterberging behouden blijft;
  • b. maatregelen worden genomen waardoor het waterbergend vermogen van het gebied gelijk blijft; en
  • c. uit overleg met het waterschap blijkt dat hiertegen geen bezwaren bestaan.
14.7.4 Aanvullende beoordelingsregels aanvraag omgevingsvergunning binnenplanse omgevingsplanactiviteit bouwwerken

In gebieden en op locaties met de aanduiding 'overige zone - regionale waterberging' gelden in aanvulling op de beoordelingsregels voor de omgevingsvergunning voor de binnenplanse omgevingsplanactiviteit bouwwerken elders in dit hoofdstuk 22a, de volgende regels:

  • a. het bouwen van bouwwerken slechts is toegestaan wanneer is aangetoond dat:
    • 1. de geschiktheid van het gebied voor waterberging behouden blijft;
    • 2. reële alternatieven voor de bouwactiviteit ontbreken;
    • 3. maatregelen worden genomen waardoor het waterbergend vermogen van het gebied gelijk blijft; en
    • 4. uit overleg met het waterschap blijkt dat hiertegen geen bezwaren bestaan;
  • b. de bouwhoogte van bouwwerken ten dienste van de waterberging mag niet meer bedragen dan 2 m.
14.7.5 Aanwijzing vergunningplicht voor de binnenplanse omgevingsplanactiviteit inzake het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of een werkzaamheid

Het is verboden op of in de grond zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren of te laten uitvoeren:

  • a. het ophogen van gronden;
  • b. het aanbrengen of wijzigen van kaden.
14.7.6 Uitzonderingen

Het verbod, zoals bedoeld in artikel 14.7.5, is niet van toepassing op werken, niet zijnde bouwwerken of werkzaamheden die worden uitgevoerd in het kader van normaal beheer en onderhoud.

14.7.7 Aanvullende beoordelingsregels aanvraag omgevingsvergunning binnenplanse omgevingsplanactiviteit uitvoeren van een werk, niet zijnde een bouwwerk, of een werkzaamheid

De omgevingsvergunning, zoals bedoeld in artikel 14.7.5, wordt verleend indien geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan het waterbergend vermogen van de gronden.

14.8 overige zone - reservering waterberging
14.8.1 Toepassingsbereik

De regels in artikel 14.8 zijn van toepassing op gebieden en locaties die zijn aangewezen als 'overige zone - reservering waterberging'.

14.8.2 Functieomschrijving

Een gebied of locatie aangewezen als 'overige zone - reservering waterberging' heeft de volgende functie:

  • a. het behoud van het waterbergend vermogen van het gebied.
14.8.3 Specifieke functieregels

In gebieden en op locaties met de aanduiding 'overige zone - reservering waterberging' gelden in aanvulling op de functieregels elders in dit hoofdstuk 22a dat het gebruik van bouwwerken slechts is toegestaan indien:

  • a. de geschiktheid van het gebied voor waterberging behouden blijft;
  • b. maatregelen worden genomen waardoor het waterbergend vermogen van het gebied gelijk blijft; en
  • c. uit overleg met het waterschap blijkt dat hiertegen geen bezwaren bestaan.
14.8.4 Aanvullende beoordelingsregels aanvraag omgevingsvergunning binnenplanse omgevingsplanactiviteit bouwwerken

In gebieden en op locaties met de aanduiding 'overige zone - reservering waterberging' geldt in aanvulling op de beoordelingsregels voor de omgevingsvergunning voor de binnenplanse omgevingsplanactiviteit bouwwerken elders in dit hoofdstuk 22a, dat het bouwen van bouwwerken slechts is toegestaan wanneer aangetoond is dat:

  • a. de geschiktheid van het gebied voor waterberging behouden blijft;
  • b. reële alternatieven voor de bouwactiviteit ontbreken;
  • c. maatregelen worden genomen waardoor het waterbergend vermogen van het gebied gelijk blijft; en
  • d. uit overleg met het waterschap blijkt dat hiertegen geen bezwaren bestaan.

Hoofdstuk 3 Algemene regels

Artikel 15 Anti-dubbeltelregel

Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.

 

Artikel 16 Bestaande afwijkende maatvoering

16.1 Bestaande maten

Met betrekking tot bestaande maten gelden de volgende regels:

  • a. bestaande afstands-, hoogte-, inhouds- en oppervlaktematen die meer bedragen dan in artikel 5 tot en met 14 is voorgeschreven, mogen als ten hoogste toelaatbaar worden aangehouden;
  • b. bestaande afstands-, hoogte-, inhouds- en oppervlaktematen die minder bedragen dan in artikel 5 tot en met 14 is voorgeschreven, mogen als ten minste toelaatbaar worden aangehouden;
  • c. ingeval van herbouw is het bepaalde onder a en b slechts van toepassing, indien de herbouw op dezelfde plaats plaatsvindt; en
  • d. op een bouwwerk als hiervoor onder c is bedoeld, is het overgangsrecht bouwwerken zoals opgenomen in artikel 17 van dit hoofdstuk 22a niet van toepassing.
16.2 Omgevingsvergunning afwijkende maten

Het is verboden zonder omgevingsvergunning voor de binnenplanse omgevingsplanactiviteit bouwwerken af te wijken van het bepaalde in 16.1, aanhef en onder c, voor het toestaan van:

  • a. de herbouw van een gebouw met dezelfde inhoud dan wel oppervlakte of kleiner; of
  • b. de uitbreiding van een gebouw tot ten hoogste de maximale inhoud of oppervlakte.

16.3 Beoordelingsregels afwijkende maten

De omgevingsvergunning, zoals bedoeld in 16.2, kan worden verleend indien:

  • a. de afstand tot de perceelsgrenzen gelijk blijf of wordt verkleind bij een maximummaat;
  • b. de afstand tot de perceelsgrenzen gelijk blijft of wordt vergroot bij een minimummaat; en
  • c. geen onevenredige aantasting plaatsvindt van:
    • 1. de woonsituatie;
    • 2. het straat- en bebouwingsbeeld;
    • 3. de verkeersveiligheid; en
    • 4. de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden.

Hoofdstuk 4 Overgangsbepalingen

Artikel 17 Overgangsrecht bouwwerken

  • 1. Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van dit hoofdstuk 22a aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen of omgevingsvergunning voor de omgevingsplanactiviteit bouwwerken, en afwijkt van het bepaalde in dit hoofdstuk 22a mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot:
    • a. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd;
    • b. na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen of de omgevingsvergunning voor omgevingsplanactiviteit bouwwerken wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is tenietgegaan.
  • 2. Het bepaalde onder 1 is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van dit hoofdstuk 22a, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met de regels die op grond van het omgevingsplan Oisterwijk golden direct voorafgaand aan de inwerkingtreding van dit hoofdstuk 22a, daaronder begrepen de op dat moment geldende overgangsbepaling van dat omgevingsplan.

Artikel 18 Overgangsrecht gebruik

  • 1. Het gebruik van gronden en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van dit hoofdstuk 22a en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet.
  • 2. Het is verboden het met dit hoofdstuk 22a strijdige gebruik, bedoeld in het eerste lid, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dit hoofdstuk 22a strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind.
  • 3. Indien het gebruik, bedoeld in het eerste lid, na het tijdstip van inwerkingtreding van dit hoofdstuk 22a voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten.
  • 4. Het eerste lid is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met de regels die op grond van het omgevingsplan Oisterwijk golden direct voorafgaand aan de inwerkingtreding van dit hoofdstuk 22a, daaronder begrepen de op dat moment geldende overgangsbepalingen van dat omgevingsplan.