1.3 Moederplan
De vigerende bestemmingsplannen 'Buitengebied fase II 2013, 2e bestuurlijke lus' en 'Buitengebied, correctieve herziening' (als vervat in de GML-bestanden NL.IMRO.0823.BPBGfaseII2013-VAS2 en NL.IMRO.0823.BPBGHerziening-VAST) met de bijbehorende regels en bijlagen.
Artikel 3 Gewijzigde regels
De regels van het moederplan worden als volgt gewijzigd:
artikel 3.1 onder a wijzigen in:
3.1 Bestemmingsomschrijving
a. De uitoefening van een agrarisch bedrijf met uitzondering van een veehouderij, intensieve veehouderij, geiten- en schapenhouderij en glastuinbouw.
3.2.1 Algemeen
h. ter plaatse van het bouwvlak aan De Maneschijn 3 mag de oppervlakte bedrijfsgebouwen niet worden uitgebreid ten opzichte van de bestaande oppervlakte, zijnde: 354 m2.
artikel 3.4 wordt aangevuld met sub lid:
3.4.8 voorwaardelijke verplichting landschappelijke inpassing
- Tot een met de bestemming strijdig gebruik wordt in ieder geval gerekend het gebruik van en het in gebruik laten nemen van gronden en bouwwerken overeenkomstig de in lid 3.1 van het moederplan opgenomen bestemmingsomschrijving zonder de aanleg en duurzame instandhouding van de landschappelijke inpassing zoals opgenomen in bijlage 1 bij de regels;
- In afwijking van het bepaalde onder a mogen gronden en bouwwerken overeenkomstig de bestemming worden gebruikt mits binnen een termijn van twee jaar na het in gebruik nemen van gronden en bouwwerken overeenkomstig de in lid 3.1 van het moederplan opgenomen bestemmingsomschrijving, de landschappelijke inpassing zoals opgenomen in bijlage 1 bij de regels is aangelegd en duurzaam in stand wordt gehouden.
artikel 3.5 wordt aangevuld met sub lid:
3.5.12 afwijken landschappelijke inpassing
Het bevoegd gezag kan bij omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in artikel 3.4.8 indien een minimaal gelijk te stellen maatregel wordt getroffen om te komen tot een goede landschappelijke inpassing. Vooraf kan het bevoegd gezag advies inwinnen bij een deskundige op het gebied van landschappelijke inpassing.