direct naar inhoud van Regels
Plan: Buitengebied, wijziging Esperenweg 1
Status: vastgesteld
Plantype: wijzigingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0823.WPBGESPERENWEG1-VAST

Regels

Hoofdstuk 1 Inleidende regels

Artikel 1 Begrippen

1.1 Plan

Het wijzigingsplan 'Buitengebied, wijziging Esperenweg 1' met identificatienummer NL.IMRO.0823.WPBGESPERENWEG1-VAST van de gemeente Oirschot.

1.2 Wijzigingsplan

De geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels en de daarbij behorende bijlagen

1.3 Moederplan

De vigerende bestemmingsplannen 'Buitengebied fase II 2013, 2e bestuurlijke lus' en 'Buitengebied, correctieve herziening' (als vervat in de GML-bestanden NL.IMRO.0823.BPBGfaseII2013-VAS2 en NL.IMRO.0823.BPBGHerziening-VAST) met de bijbehorende regels en bijlagen.

1.4 Verbeelding

De verbeelding van het wijzigingsplan 'Buitengebied, wijziging Esperenweg 1' van de gemeente Oirschot.

Artikel 2 Wijze van meten

Hiervoor blijven de regels behorende bij artikel 2 van het moederplan voor zover relevant, van toepassing.

Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels

Artikel 3 Van toepassing verklaring

Op onderhavig plan zijn de regels en bijlagen van het moederplan, voor zover relevant, van toepassing.

Artikel 4 gewijzigde regels

de regels van het moederplan worden als volgt gewijzigd:
artikel 19.4 wordt aangevuld met:

19.4.4 Voorwaardelijke verplichting landschappelijke inpassing

  • a. Tot een met de bestemming strijdig gebruik wordt in ieder geval gerekend het gebruik van en het in gebruik laten nemen van gronden en bouwwerken overeenkomstig de in lid 19.1 van het moederplan opgenomen bestemmingsomschrijving zonder de aanleg en duurzame instandhouding van de landschappelijke inpassing voor de Esperenweg 1 zoals opgenomen in bijlage 1 bij de regels;
  • b. In afwijking van het bepaalde onder a mogen gronden en bouwwerken overeenkomstig de bestemming worden gebruikt mits binnen een termijn van één jaar na het in gebruik nemen van gronden en bouwwerken overeenkomstig de in lid 19.1 van het moederplan opgenomen bestemmingsomschrijving de landschappelijke inpassing voor de Esperenweg 1 zoals opgenomen in bijlage 1 bij de regels is aangelegd en duurzaam in stand wordt gehouden.

19.4.5 Voorwaardelijke verplichting beeldbepalende woonboerderij

Tot een met de bestemming strijdig gebruik wordt in ieder geval gerekend het gebruik van en het in gebruik laten nemen van gronden en bouwwerken overeenkomstig de in lid 19.1 opgenomen bestemmingsomschrijving zonder het herstel en behoud van het beeldbepalende karakter van de woonboerderij ter plaats van de aanduiding 'cultuurhistorische waarden'

zoals opgenomen in bijlage 2 bij de regels.

19.4.6 Voorwaardelijke verplichting sloop

Het gebruiken en/of laten gebruiken van de voor 'Wonen' aangewezen gronden en bouwwerken conform lid 19.1 uit het moederplan, is alleen toegestaan als sloop van opstallen conform de in bijlage 1 bij deze regels opgenomen landschappelijke inpassing waarin de te slopen bebouwing en te saneren
erfverharding is weergegeven, volledig is uitgevoerd binnen 1 jaar na het onherroepelijk worden van het wijzigingsplan.

artikel 19.5 wordt aangevuld met:

19.5.6 afwijken landschappelijke inpassing

Het bevoegd gezag kan bij omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in artikel 19.4.4 indien een minimaal gelijk te stellen maatregel wordt getroffen om te komen tot een goede landschappelijke inpassing. Vooraf kan het bevoegd gezag advies inwinnen bij een deskundige op het gebied van landschappelijke inpassing.

Hoofdstuk 3 Algemene regels

Hiervoor blijven de regels behorende bij artikel 34 tot en met 41 van het moederplan voor zover relevant, van toepassing.

Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels

Artikel 5 Overgangsrecht

5.1 Overgangsrecht bouwwerken
  • a. Een bouwwerk dat op het tijdstip van de inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot,
    • 1. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd;
    • 2. na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan.
  • b. Het bevoegd gezag kan eenmalig in afwijking van het eerste lid een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in het eerste lid met maximaal 10%.
  • c. Het eerste lid is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van de inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan.

5.2 Overgangsrecht gebruik
  • a. Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van de inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet.
  • b. Het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld in het eerste lid, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind.
  • c. Indien het gebruik, bedoeld in het eerste lid, na het tijdstip van de inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten.
  • d. Het eerste lid is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangs- bepalingen van dat plan.

Artikel 6 Slotregel

Deze regels worden aangehaald als: Regels van het wijzigingsplan 'Buitengebied, wijziging Esperenweg 1'.