direct naar inhoud van Regels
Plan: Natuurbegraafplaats De Utrecht
Status: vastgesteld
Plantype: wijzigingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0798.NBGdeUtrecht-VG01

Regels

Hoofdstuk 1 Inleidende regels

Artikel 1 Relatie met het moederplan

Dit plan is een gedeeltelijke wijziging van:

de verbeelding inzake het toevoegen van de functieaanduidingen 'specifieke vorm van maatschappelijk - natuurbegraafplaats crematie as' en 'specifieke vorm van maatschappelijk - natuurbegraafplaats crematie as en lichamen en een bouwvlak, alsmede het verwijderen van de gebiedsaanduiding 'wetgevingszone- wijzigingsgebied natuurbegraafplaats' van het bestemmingsplan Landgoed De Utrecht dat door de Gemeenteraad van Hilvarenbeek is vastgesteld op 13 maart 2014.

De regels van het bestemmingsplan Landgoed De Utrecht, zoals deze zijn vastgesteld door de gemeenteraad van Hilvarenbeek op 13 maart 2014, zijn onverminderd van toepassing op dit wijzigingsplan tenzij in dit wijzigingsplan een afwijkende regeling is opgenomen over hetzelfde onderwerp.

Artikel 2 Aanvullende begripsbepalingen

Ter aanvulling op de begripsbepalingen als vermeld in artikel 1 van het bestemmingsplan Landgoed De Utrecht wordt in de hierna volgende regels verstaan onder:

  • a. plan: het wijzigingsplan 'Natuurbegraafplaats De Utrecht' met identificatienummer NL.IMRO.0798.NBGdeUtrecht-VG01 van de gemeente Hilvarenbeek.
  • b. wijzigingsplan: de geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels.

Hoofdstuk 2 Bestemmingsbepalingen

Artikel 3 Bos

3.1 Bestemmingsomschrijving

3.1.1 Algemeen

De voor Bos aangewezen gronden zijn bestemd voor:

  • a. landschapsbouw, houtproductie en op natuurontwikkeling gerichte bosbouw;
  • b. behoud, herstel en ontwikkeling van landschappelijke en natuurwaarden, onder andere door maximale rust, ruimte en respect voor die waarden;
  • c. behoud, herstel en ontwikkeling van de bestaande biotopen;
  • d. behoud en bescherming van de aardkundige waarden;
  • e. behoud, herstel en ontwikkeling van cultuurhistorische en landschappelijke waarden;
  • f. water en waterhuishoudkundige doeleinden; 
  • g. extensief recreatief medegebruik;
  • h. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van recreatie - natuurkampeerterrein', een natuurkampeerterrein;
  • i. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van bos - natuurkampeerterrein', een natuurkampeerterrein;
  • j. ter plaatse van de aanduiding 'parkeerterrein', een parkeerterrein;  
  • k. ter plaatse van de aanduiding 'overig – in Verordening ruimte toe te voegen ecologische hoofdstructuur';
  • l. ter plaatse van de aanduiding 'wetgevingszone - wijzigingsgebied zoekgebied watersystemen' de instandhouding van waarden ten behoeve van de verwezenlijking, behoud en herstel van de ontwikkeling van een natuurlijk watersysteem, alsmede de instandhouding van waarden teneinde de toekomstige, via wijzigingsbevoegdheid te realiseren ecologische verbindingszones, niet onmogelijk te maken;
  • m. ter plaatse van de aanduiding 'wetgevingszone - wijzigingsgebied ecologische verbindingszone' de instandhouding van waarden teneinde de toekomstige, via wijzigingsbevoegdheid te realiseren ecologische verbindingszones, niet onmogelijk te maken;
  • n. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van maatschappelijk – natuurbegraafplaats crematie as', een natuurbegraafplaats in de vorm van het plaatsen van urnen, het herbegraven van reeds verteerde lichamen en het verstrooien van crematie-as onder de leeflaag (20cm);
  • o. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van maatschappelijk – natuurbegraafplaats crematie as en lichamen' een natuurbegraafplaats in de vorm van het plaatsen van urnen en het begraven van lichamen, het herbegraven van reeds verteerde lichamen en het verstrooien van crematie-as onder de leeflaag (20 cm) ;

een en ander met bijbehorende voorzieningen zoals (on)verharde paden en overeenkomstig de in artikel 3 lid 1.2 opgenomen nadere detaillering van de bestemmingsomschrijving.

3.1.2 Nadere detaillering van de bestemming

In het onderstaande is een nadere detaillering opgenomen van het bepaalde in artikel 3 lid 1.1:

  • a. Verhouding tussen de doeleinden
    Binnen deze bestemming is het beleid primair gericht op het beschermen van de landschappelijke en ecologische waarden.
  • b. Extensief recreatief medegebruik
    Het gehele gebied gelegen binnen deze bestemming mag worden gebruikt ten behoeve van extensief recreatief medegebruik. Ter ondersteuning van het recreatief medegebruik worden beperkte recreatieve voorzieningen toegestaan in het gehele gebied zoals paden, banken, informatieborden, bewegwijzering e.d.
  • c. Natuur- en landschapswaarden
    De binnen deze bestemming vallende gronden zijn de overige bos- en natuurgebieden. Deze overige bos- en natuurgebieden bevatten minder hoge natuurwaarden dan de natuurparels of zijn voorzien van minder hoge streefbeelden dan de natuurparels. Het zijn grotendeels (productie)bossen op droge gronden en graslanden, en voor een klein gedeelte landbouwgronden. Ook in de overige bos- en natuurgebieden moet worden gezorgd voor maximale rust en ruimte voor de ontwikkeling van de natuur- en landschapswaarden.
    • 1. Ter plaatse van de aanduiding 'wetgevingszone - wijzigingsgebied zoekgebied watersystemen' is het beleid gericht op verbetering en herstel van het natuurlijke watersysteem van bovenregionaal belang. Het betreft de waterlopen met de functie waternatuur, de (natte) ecologische verbindingszones en de gebieden die in de reconstructie- en gebiedsplannen zijn aangeduid als 'ruimte voor beek- en kreekherstel'. Maatregelen worden uitgevoerd op het gebied van de morfologie, zoals het laten hermeanderen van beken, het aanleggen van plas-draszones en het herstel van kwel. Naast de waterloop is ruimte nodig om de maatregelen goed te kunnen uitvoeren;  
    • 2. Ter plaatse van de aanduiding 'wetgevingszone - wijzigingsgebied zoekgebied watersystemen' alsmede ter plaatse van de aanduiding 'wetgevingszone - wijzigingsgebied ecologische verbindingszone' het beleid tevens is gericht op realisatie van een ecologische verbindingszone als onderdeel van de landelijke ecologische hoofdstructuur (EHS).
  • d. Aardkundige waarden
    Ter plaatse van de aanduiding 'wetgevingszone - omgevingsvergunning aardkundige waardevol' wordt gestreefd naar behoud van de aardkundige waarden vanwege hun landschappelijke, ecologische, wetenschappelijke, educatieve en cultuurhistorische betekenis. Deze gronden maken deel uit van de grotere aardkundig waardevolle gebied 'de Reusel, Mispeleindsche Heide': Dit betreft een heide- en beekdalgebied met sterke samenhang en nog vrij gave overgangen Vormende processen zijn verstuiving en duinvorming (windwerking), beekdalerosie en -afzetting; meerafzetting (vennen), verlanding, veenvorming  
  • e. Waterhuishoudkundige doeleinden
    De gronden binnen een strook van 5 m aan weerszijden vanaf de insteek van de als Water bestemde watergangen zijn tevens bestemd voor waterhuishoudkundige doeleinden.
  • f. Bosbouwloods
    Ter plaatse van de aanduiding 'bosbouwloods' een solitair gebouw, dat wordt gebruikt als opslagloods ten behoeve van bosonderhoud en -beheer. Uitbreiding van de bebouwing is niet toegestaan; 
  • g. Natuurkampeerterrein
    Ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van bos – natuurkampeerterrein', verblijfsrecreatie in de vorm van een natuurkampeerterrein waarbij maximaal 30 kampeerplaatsen zijn toegestaan, met dien verstande dat buiten de periode van 1 maart tot en met 31 oktober geen kampeermiddelen aanwezig mogen zijn; 
  • h. Parkeerterrein
    Ter plaatse van de aanduiding 'parkeerterrein', een verhard parkeerterrein; 
  • i. Toe te voegen ecologische hoofdstructuur
    Ter plaatse van de aanduiding 'overig – in Verordening ruimte toe te voegen ecologische hoofdstructuur', een wijziging van de begrenzing van de ecologische hoofdstructuur door het toevoegen van gronden aan de ecologische hoofdstructuur om niet-ecologische redenen.
  • j. Natuurbegraafplaats
  • uitsluitend natuurlijke materialen mogen worden gebruikt voor de urnen en graven en daarmee samenhangende voorzieningen;
  • maximaal 30 parkeerplaatsen zijn toegestaan;
  • paden (waaronder ook begrepen vlonders) en parkeerplaatsen mogen uitsluitend onverhard of half verhard aangelegd worden;

3.2 Bouwregels
3.2.1 Algemeen

Uitsluitend zijn toegestaan bouwwerken, geen gebouwen zijnde.

3.2.2 Maatvoering

Voor bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende maatvoeringseisen:

  • a. de bouwhoogte bedraagt niet meer dan 2 m;
  • b. in afwijking van het bepaalde onder a. bedraagt de bouwhoogte voor bouwwerken ten behoeve van informatievoorzieningen, entreevoorzieningen dan wel schuilvoorzieningen maximaal 3 m;
  • c. in afwijking van het bepaalde onder a. bedraagt de bouwhoogte van een brandtoren/uitkijktoren niet meer dan 30 m; 
  • d. de bebouwde oppervlakte bedraagt maximaal 10 m;
  • e. in afwijking van het bepaalde onder a. bedraagt de bouwhoogte voor erfafscheidingen maximaal 1 m.

3.2.3 Specifiek ten behoeve van de functie natuurbegraafplaats

In afwijking van het bepaalde in lid 3.2.1 zijn ten behoeve van de functie natuurbegraafplaats gebouwen toegestaan, met dien verstande dat:

  • f. gebouwen uitsluitend mogen worden gebouwd binnen het bouwvlak;
  • g. een gebouw ten behoeve van een bezinningsruimte en schuilgelegenheid maximaal 150 m² bedraagt en een gebouw ten behoeve van opslag maximaal 50 m²;
  • h. de maximum bouwhoogte 9 m is, met uitzondering van een oriëntatiepunt waarvan de hoogte maximaal 20 m is;
  • i. de inhoud van de gebouwen (inclusief oriëntatiepunt) bedraagt maximaal 2.550 m³.

3.3 Afwijken van de bouwregels
3.3.1 Omgevingsvergunning voederberging

Het bevoegd gezag kan door middel van het verlenen van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in artikel 3 lid 2.1 ten behoeve van de bouw of het plaatsen van een voederberging en/of voederruif voor wild, mits wordt voldaan aan de volgende bepalingen:

  • a. dit bouwwerk is noodzakelijk voor de instandhouding van het wild;
  • b. de inhoud bedraagt niet meer dan 10 m³;
  • c. de hoogte bedraagt niet meer dan 3 m;
  • d. de aanwezigheid van dit bouwwerk schaadt de andere dan op het behoud van de wildstand gerichte belangen niet in onevenredige mate;
  • e. de afstand tot de as van een openbare weg bedraagt niet minder dan 15 m;
  • f. het bouwwerk wordt niet onttrokken een aan het oorspronkelijk gebruik voertuig betreft.

3.3.2 Omgevingsvergunning hoogzit voor de jacht

Het bevoegd gezag kan door middel van het verlenen van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in artikel 3 lid 2.1 ten behoeve van de bouw of het plaatsen van een hoogzit ten behoeve van de uitoefening van de jacht, mits wordt voldaan aan de volgende bepalingen:

  • a. dit bouwwerk is noodzakelijk om de wildstand op peil te houden in het kader van een verantwoord faunabeheer;
  • b. de hoogte bedraagt niet meer dan 5 m;
  • c. de aanwezigheid van dit bouwwerk schaadt de andere dan op het behoud van de wildstand gerichte belangen niet in onevenredige mate;
  • d. de afstand tot de as van een openbare weg niet minder dan 15 m bedraagt.

3.3.3 Omgevingsvergunning bouwwerk voor onderhoud

Het bevoegd gezag kan door middel van het verlenen van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in artikel 3 lid 2.1 ten behoeve van de bouw of het plaatsen van bouwwerken van beperkte omvang ten diensten van de exploitatie en het onderhoud van het bos en natuurbegraafplaats, mits wordt voldaan aan de volgende bepalingen:

  • a. de oppervlakte van deze bouwwerken bedraagt niet meer dan 50 m² ;
  • b. de goothoogte van deze bouwwerken bedraagt niet meer dan 4 m ;
  • c. de bouwhoogte van deze bouwwerken bedraagt niet meer dan 6 m ;
  • d. deze bouwwerken voorzien worden van een kap met een dakhelling van niet minder dan 12° en niet meer dan 45°.

3.4 Specifieke gebruiksregels

3.4.1 Strijdig gebruik

Onder het gebruiken van gronden of bouwwerken in strijd met het bestemmingsplan, als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder c van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, wordt onder gebruik strijdig met de bestemming in ieder geval begrepen gebruik van gronden en opstallen:

  • a. het opslaan, storten of bergen van materialen, producten, (chemisch) afval en mest, behoudens voor zover zulks noodzakelijk is voor het op de bestemming gerichte gebruik van de grond en/ of opstallen;
  • b. het betreden met en beproeven van, racen of crossen met motoren of overige motorvoertuigen (lawaaisporten);
  • c.  verblijfsrecreatieve doeleinden zoals lig- en/of speelweide, staanplaats voor onderkomens of kamperen;
  • d.  als wedstrijd- of sportterrein en voor het beoefenen van de modelvliegtuigsport;
  • e.  voor de wielersport, buiten de als zodanig gemarkeerde en aangeduide paden en routes;
  • f.  het plukken en uitsteken van planten en paddenstoelen, en het winnen van bosstrooisel of mos;
  • g.  het stoken van vuur danwel roken;
  • h.  het beproeven en in gebruik hebben van geluidsapparaten en toestellen;
  • i.  het niet-aangelijnd hebben van honden;
  • j.  betreding buiten de opengestelde paden en gemarkeerde wandel- en fietsroutes;
  • k.  het uitzetten van niet-inheemse plant- en diersoorten;
  • l.  voor het aanbrengen van teeltondersteunende voorzieningen;
  • m. het aanleggen van drainage;
  • n. verlagen van de waterstand door de aanleg van beregeningsinstallaties;
  • o. voor het diepwoelen en diepploegen van de bodem vanaf 50 cm diepte, met dien verstande dat dit niet geldt ten aanzien van de gronden die zijn gelegen binnen de aanduidingen 'specifieke vorm van maatschappelijk – natuurbegraafplaats crematie as' en 'specifieke vorm van maatschappelijk – natuurbegraafplaats crematie as en lichamen'.

 

3.5 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden

 

3.5.1 Omgevingsvergunningsplicht

Het is verboden op de in dit artikel bedoelde gronden zonder of in afwijking van een schriftelijke vergunning van het bevoegd gezag (omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken en werkzaamheden) de in het schema onder artikel 3 lid 5.4 opgenomen omgevingsvergunningsplichtige werken en werkzaamheden uit te (doen) voeren.

3.5.2 Uitzonderingen vergunningplicht

Het onder artikel 3 lid 5.1 vervatte verbod geldt niet voor werken en werkzaamheden:

  • a. waarvoor ten tijde van het van kracht worden van het bestemmingsplan omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken en werkzaamheden is verleend;
  • b. welke onderdeel uitmaken van de werkzaamheden zoals benoemd in het plan 'cultuurhistorie en natuurontwikkeling de Utrecht' dat als bijlage 2 bij dit bestemmingsplan is opgenomen, alsmede welke onderdeel uitmaken ten behoeve van de functie natuurbegraafplaats;
  • c. welke ten tijde van het van kracht worden van het bestemmingsplan in uitvoering waren;
  • d. welke plaatsvinden in het kader van het normale onderhoud en/of bos- en natuurbeheer.

3.5.3 Toetsing aan aanwezige waarden

De in artikel 3 lid 5.1 bedoelde vergunning wordt slechts verleend indien na een belangenafweging blijkt dat er geen onevenredige aantasting plaatsvindt van de aanwezige waarden als opgenomen in artikel 3 lid 1. Ten behoeve van de belangenafweging zijn in het schema onder artikel 3 lid 5.4 de toetsingscriteria weergegeven.

3.5.4 Schema omgevingsvergunningsplichtige werken en werkzaamheden

mgevingsvergunningsplichtige werken/werkzaamheden   Criteria voor verlening van de omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken en werkzaamheden  
aanbrengen van (infrastructurele) ondergronds leidingen   - de werkzaamheden mogen geen onevenredige aantasting van de natuur- en landschapswaarden tot gevolg hebben;  
afgraven, vergraven, ophogen en egaliseren van de bodem;   - de werkzaamheden mogen geen onevenredige aantasting van de natuur- en landschapswaarden tot gevolg hebben;
- ter plaatse van de aanduiding 'wetgevingszone - wijzigingsgebied ecologische verbindingszone' en 'wetgevingszone - wijzigingsgebied zoekgebied watersystemen' mogen de werkzaamheden geen onevenredige aantasting tot gevolg hebben van de in
artikel 3 lid 1 bij de aanduiding omschreven waarden;
- ter plaatse van de aanduiding 'wetgevingszone - wijzigingsgebied zoekgebied watersystemen' mogen de werkzaamheden geen onevenredige aantasting tot gevolg hebben van de mogelijkheid tot verwezenlijking, behoud en herstel van een natuurlijk watersysteem. Hiertoe vindt overleg plaats met het waterschap;  
diepploegen en diepwoelen van de bodem;   - de werkzaamheden mogen geen onevenredige aantasting van de natuur- en landschapswaarden tot gevolg hebben;
- ter plaatse van de aanduiding 'wetgevingszone - wijzigingsgebied ecologische verbindingszone' en 'wetgevingszone - wijzigingsgebied zoekgebied watersystemen' mogen de werkzaamheden geen onevenredige aantasting tot gevolg hebben van de in
artikel 3 lid 1 bij de aanduiding omschreven waarden;
- ter plaatse van de aanduiding 'wetgevingszone - wijzigingsgebied zoekgebied watersystemen' mogen de werkzaamheden geen onevenredige aantasting tot gevolg hebben van de mogelijkheid tot verwezenlijking, behoud en herstel van een natuurlijk watersysteem. Hiertoe vindt overleg plaats met het waterschap;  
dempen van poelen, sloten en greppels;   - de werkzaamheden mogen geen onevenredige aantasting van de grondwaterafhankelijke natuurwaarden tot gevolg hebben;
- de werkzaamheden mogen geen onevenredige aantasting van de waterberging tot gevolg hebben; vellen of rooien van houtgewas,
- de werkzaamheden mogen geen onevenredige aantasting van de natuur- en landschapswaarden tot gevolg hebben; het wijzigen van de perceelsindeling, zoals door sloten, greppels en beplantingselementen is aangegeven
- de werkzaamheden mogen geen onevenredige aantasting van de natuur- en landschapswaarden tot gevolg hebben;  
vellen of rooien van houtgewas, uitgezonderd ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch - productiebos';   - de werkzaamheden mogen geen onevenredige aantasting van de natuur- en landschapswaarden tot gevolg hebben;  

 

3.6 Wijzigingsbevoegdheid

3.6.1 Wijziging naar Water

Burgemeester en wethouder kunnen de bestemming van de gronden wijzigen ter plaatse van de aanduiding 'wetgevingszone - wijzigingsgebied zoekgebied watersystemen' in de bestemming Water , mits wordt voldaan aan de volgende voorwaarden:

  • a. de bestaande cultuurhistorische waarden worden niet onevenredig aangetast;
  • b. de wijziging mag niet leiden tot extra belemmeringen voor de bedrijfsontwikkelingen van de omliggende agrarische bedrijven, voortvloeiende uit de milieu- en dierenwelzijnwetgeving;
  • c. het woon- en leefmilieu van de omgeving wordt niet onevenredig aangetast; dit betekent in ieder geval dat de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende percelen niet onevenredig mogen worden beperkt;
  • d. de regels van Water worden van overeenkomstige toepassing verklaard.

 

Hoofdstuk 3 Overgangs- en slotregels

Artikel 4 Slotregel

Deze regels worden aangehaald als: Regels van het wijzigingsplan Natuurbegraafplaats De Utrecht.