| Plan: | TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22a Verwijderen mogelijkheid verkoop LPG Jan Heijmanslaan |
|---|---|
| Status: | vastgesteld |
| Plantype: | bestemmingsplan |
| IMRO-idn: | NL.IMRO.0796.TAMIMRO0002004-1401 |
Het tankstation aan Jan Heijmanslaan 92 in de gemeente 's-Hertogenbosch heeft volgens de geldende juridisch-planologische regeling zoals opgenomen in het omgevingsplan van rechtswege voor de gemeente 's-Hertogenbosch nog de mogelijkheid om LPG te verkopen (en ten behoeve daarvan op te slaan).
Hiervan wordt al jaren geen gebruik meer gemaakt. In 2014 is reeds een melding gemaakt dat de LPG-installatie verwijderd wordt.
Via deze wijziging van het omgevingsplan in de vorm van een TAMIMRO-plan wordt de juridisch-planologische situatie in overeenstemming gebracht met de feitelijke situatie.
De Omgevingswet integreert wetgeving en regels voor ruimte, wonen, infrastructuur, milieu, natuur en water. Het DSO ondersteunt bij de uitvoering van de wet en bestaat uit lokale systemen van overheden en de landelijke voorziening (DSO-LV), zoals Regels op de kaart en het Omgevingsloket. Er zijn Tijdelijke Alternatieve Maatregelen (TAMs) ontwikkeld voor organisaties die nog geen gebruik kunnen maken van lokale of landelijke onderdelen van het DSO. Een van deze TAMs is TAM-IMRO. Bij TAM-IMRO wordt het omgevingsplan gewijzigd via de - onder de Wet ruimtelijke ordening gebruikte - IMRO-standaard (Informatiemodel Ruimtelijke Ordening) en de voorziening ruimtelijkeplannen.nl.
Het gebruik van TAM-IMRO is toegestaan tot en met 31 december 2025. Als het ontwerp van een TAM-IMRO omgevingsplan uiterlijk 31 december 2025 ter inzage is gelegd, mag het ook na 1 januari 2026 worden afgemaakt met TAM-IMRO. Het ministerie van Binnenlandse Zaken en Klimaat geeft aan dat TAM-IMRO plannen uiterlijk voor 1 januari 2032 moeten worden omgezet naar de nieuwe Standaard officiële publicaties (STOP) met de bijbehorende Toepassingsprofielen omgevingsdocumenten (TPOD).
Het TAM-omgevingsplan bestaat uit regels, een verbeelding en een toelichting (inclusief bijlagen).
Achtereenvolgens komen na deze inleiding (hoofdstuk 1) de volgende onderwerpen aan bod:
Het 'TAM-omgevingsplan hoofdstuk 22a Verwijderen mogelijkheid verkoop en opslag LPG Jan Heijmanslaan 92' heeft betrekking op het tankstation aan de Jan Heijmanslaan in Hintham. Afbeelding 1 geeft het plangebied weer. Het gebied wordt als volgt begrensd:
Afbeelding 1: Ligging plangebied (bron: kadastrale ondergrond en luchtfoto googlemaps)
Het plangebied is overeenkomstig het plangebied van het bestemmingsplan 'Verplaatsing LPG-opslagtank Jan Heijmanslaan', welke vastgesteld is op 28 februari 2012. Dit bestemmingsplan is destijds opgesteld als wijzing van het bestemmingsplan Hintham. Het plan is gericht op het mogelijk maken van het verplaatsen van het LPG-vulpunt en opslagtank behorende bij het tankstation aan de Jan Heijmanslaan. Als gevolg van regelgeving rondom externe veiligheid (groepsrisico) was het namelijk noodzakelijk om het vulpunt te verplaatsen, zodat de verkoop van LPG ter plaatse voortgezet zou kunnen worden. Aan de locatie van het vulpunt is namelijk het grootste externe veiligheidsrisico verbonden, in de situatie van een tankstation met LPG.
Via het bestemmingsplan 'Verplaatsing LPG-opslagtank Jan Heijmanslaan' is de verplaatsing van de LPG-opslagtank met vulpunt mogelijk gemaakt. De daadwerkelijke verplaatsing van de LPG-opslagtank heeft echter in de praktijk nooit plaatsgevonden. In 2014 is vervolgens formeel melding gemaakt van de beëindiging van de LPG verkoop. Omdat de locatie van de te verplaatsen LPG-opslagtank onlosmakelijk gekoppeld is aan de verkoopmogelijkheid van LPG in het tankstation, maakt dit ook onderdeel uit van het plangebied.
In de westhoek van het plangebied (hoek Jan Heijmanslaan / Nicolaas Fierlantsstraat) is het tankstation met bijbehorende buitenruimte gelegen. Daarnaast bestaat het plangebied uit openbare ruimte met groen en verkeersruimte. In de verkeersruimte is de parkeerplaats voor de flat Hoogveld gelegen. Via de weg Hoogveld vanaf de Jan Heijmanslaan wordt deze parkeerplaats ontsloten. De doorgaande fietsroute via het Zuiderboschpad doorsnijdt het plangebied.
De gemeente 's-Hertogenbosch is eigenaar van de grond binnen het plangebied.
Dit TAM-omgevingsplan is erop gericht op de mogelijkheid van verkoop van LPG bij het tankstation weg te nemen. De mogelijkheid van verkoop van overige brandstoffen blijft bestaan.
Zoals in voorgaand hoofdstuk beschreven is, is er reeds in 2014 melding gemaakt van het beëindigen van de verkoop van LPG. Via dit TAM-omgevingsplan wordt de juridisch-planologische situatie aangepast aan de werkelijke situatie. Gekoppeld hieraan wordt ook de locatie voor de te verplaatsen LPG-opslagtank wegbestemd. Het verplaatsen van de LPG-opslagtank zal in de toekomst immers ook niet meer aan de orde zijn, omdat er al even geen LPG verkocht wordt en ook niet meer zal gaan worden.
De bestemming ter plaatse van de locatie die beoogd werd voor de te verplaatsen LPG-opslagtank wordt ook in overeenstemming gebracht met de werkelijke situatie: groen, aansluitend op het omringende gebied.
Dit TAM-omgevingsplan maakt dus geen nieuwe ontwikkeling mogelijk. Het is alleen gericht op het wegnemen van de mogelijkheid om LPG te verkopen ter plaatse van het tankstation alsmede het verwijderen van de planologische mogelijkheid voor het realiseren van een opslagtank voor LPG. De veiligheidszone-lpg zoals aangegeven op de verbeelding vervalt hiermee ook automatisch. Het huidige gebruik van het tankstation blijft juridisch planologisch mogelijk en daarmee dus ook de mogelijkheid tot verkoop van overige motorbrandstoffen.
Door deze juridisch-planologische aanpassing wordt de in acht te nemen afstand voor kwetsbare functies ten opzichte van het tankstation verkleind. Daarmee ontstaan er kansen voor de toekomstige herontwikkeling van het gebied van de direct nabij gelegen 'Hintham-flats': Hoogveld, Engstoep, Fort Prins Willem. Momenteel is gestart met het opstellen van een ontwikkelkader voor dit gebied. Als onderdeel van dit ontwikkelkader worden de kansen en mogelijkheden voor het gebied verkend. De bewoners, omwonenden en andere belanghebbenden worden bij deze planvorming betrokken.
Alle ruimtelijke ontwikkelingen onder de Omgevingswet dienen getoetst te worden aan het geldende omgevingsplan van de gemeente (nieuw deel en tijdelijk deel) en het Besluit kwaliteit leefomgeving. Het geldende omgevingsplan is opgebouwd uit de voormalige bestemmingsplannen en verordeningen gericht op de fysieke leefomgeving.
Het plangebied van het TAM-omgevingsplan komt precies overeen met het plangebied van het voormalige bestemmingsplan 'Verplaatsing LPG-opslagtank Jan Heijmanslaan'. Binnen het plangebied zijn de volgende bestemmingen gelegen:
Daarnaast zijn in het plangebied de volgende gebiedsaanduidingen gelegen:
In het TAM-omgevingsplan worden de volgende wijzigingen doorgevoerd ten opzichte van het voormalige bestemmingsplan 'Verplaatsing LPG-opslagtank Jan Heijmanslaan' (onderdeel geldend tijdelijk omgevingsplan van de gemeente 's-Hertogenbosch):
Afbeelding 2: verbeelding vigerend deel van het tijdelijke omgevingsplan gemeente 's-Hertogenbosch
Het TAM-omgevingsplan is gericht op het 'wegbestemmen' van de mogelijkheid tot verkoop van LPG bij het bestaande tankstation. Het tankstation met de overige eraan toegekende mogelijkheden blijft bestaan. Met deze wijziging wordt de planologische situatie in overeenstemming gebracht met de feitelijke situatie.
Dit hoofdstuk onderbouwt of de beoogde ontwikkeling passend is binnen het beleid van hogere overheden en van de gemeente. Alleen het voor het TAM-omgevingsplan relevante beleid wordt hierbij behandeld.
4.2.1. Nationale Omgevingsvisie
Met de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) geeft het Rijk een langetermijnvisie op de toekomst en de ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. Uitgangspunt in de nieuwe aanpak is dat ingrepen in de leefomgeving niet los van elkaar plaatsvinden, maar in samenhang. Om dit te kunnen bewerkstelligen laat het Rijk de inrichting van de fysieke leefomgeving meer over aan de decentrale overheden en komt de gebruiker centraal te staan.
Het Rijk blijft verantwoordelijk voor het systeem van de fysieke leefomgeving. Daarnaast kan een rijksverantwoordelijkheid aan de orde zijn indien:
Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie in beeld. Op nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven. Die komen samen in vier prioriteiten:
1. ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie
2. duurzaam economisch groeipotentieel
3. sterke en gezonde steden en regio's
4. toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied.
De druk op de fysieke leefomgeving in Nederland is zo groot, dat belangen soms botsen. Het streven is om combinaties te maken en win-win situaties te creëren, dit is echter niet altijd mogelijk. In die gevallen dienen belangen te worden afgewogen. Hiervoor gebruikt de NOVI drie afwegingsprincipes:
1. Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies.
2. Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal.
Afwentelen wordt voorkomen.
Afweging beoogde ontwikkeling via het TAM-omgevingsplan
Het wegnemen van de mogelijkheid tot verkoop van LPG bij het te handhaven tankstation draagt bij aan het verbeteren van het woon- en leefklimaat. Dit kan geschaard worden onder prioriteit 3 'sterke en gezonde steden en regio's' uit de nationale omgevingsvisie. De juridisch-planologische wijziging leidt immers tot het wegnemen van een potentieel toekomstig externe veiligheidsrisico. Aan de verkoop van LPG is namelijk een externe veiligheidsrisico verbonden.
4.2.2 Rijk: Omgevingswet en AMvB's
De Omgevingswet bevat alle regels voor de fysieke leefomgeving. Deze wet werkt door in vier algemene maatregelen van bestuur (AMvB's). Hierin staan de regels voor het praktisch uitvoeren van de wet:
Besluit kwaliteit leefomgeving
Het Besluit kwaliteit leefomgeving stelt de inhoudelijke normen voor gemeenten, provincies, waterschappen en het Rijk met het oog op het realiseren van de nationale doelstellingen en het voldoen aan internationale verplichtingen. Het Bkl is opgebouwd uit de volgende onderwerpen:
Artikel 8.0b, eerste lid, van het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) bepaalt dat de instructieregels in hoofdstuk 5 van het Bkl, de provinciale instructieregels en eventuele instructies, het beoordelingskader vormen voor zowel een wijziging van het omgevingsplan en voor een Bopa.
Afweging beoogde ontwikkeling via het TAM-omgevingsplan
Het TAM-omgevingsplan is alleen gericht op het wegnemen van de mogelijkheid tot verkoop van LPG bij het te handhaven tankstation. Dit leidt tot een verbetering van de kwaliteit van de leefomgeving. In paragraaf 5.1.2 van het Bkl zijn algemene en specifieke instructieregels opgenomen voor het waarborgen van een veilige leefomgeving. Deze instructieregels zien onder meer op het plaatsgebonden risico en de aandachtsgebieden. In hoofdstuk 5 van deze motivering wordt hieraan getoetst. De conclusie is dat eraan voldaan wordt. Er is immers sprake van een verbetering: een potentiële bron voor een risico op het gebied van externe veiligheid wordt weggenomen.
4.3.1 Omgevingsvisie Provincie Noord-Brabant: De kwaliteit van Brabant
Op 14 december 2018 hebben de Provinciale Staten de omgevingsvisie Noord-Brabant vastgesteld. Met de omgevingsvisie formuleert de provincie haar ambitie over de Brabantse leefomgeving in 2050. Daarbij stelt zij tussendoelen voor 2030, maar legt nu nog niet vast hoe zij die doelen wil bereiken.
Met de visie geeft de provincie aan wat zij belangrijk vindt voor de verbetering en duurzame ontwikkeling van Brabant. Daarbij legt zij de focus op vier hoofdopgaven voor de middellange en lange termijn, welke allen ten dienste staan van de basisopgave: werken aan veiligheid, gezondheid en omgevingskwaliteit. Al deze opgaven staan in nauwe verbinding tot elkaar.
Afweging beoogde ontwikkeling via met het TAM-omgevingsplan
Zoals in voorgaand hoofdstuk 3 beschreven, is dit TAM-omgevingsplan gericht op het wegnemen van de mogelijkheid tot verkoop van LPG. Hiermee wordt de juridisch-planologische situatie aangepast aan de werkelijke situatie zoals die zich al jaren voordoet. Dit heeft zeer beperkt raakvlakken met het provinciale beleid. Wel kan gesteld worden dat de het TAM-omgevingsplan bijdraagt aan de basisopgave zoals de provincie die geformuleerd heeft: werken aan veiligheid, gezondheid en omgevingskwaliteit.
4.3.2 Instructieregels provincie: Omgevingsverordening Noord-Brabant
De TAM-Omgevingsverordening Noord-Brabant is op 5 december 2023 vastgesteld door Provinciale Staten. Deze is op 1 januari 2024 in werking getreden, op het moment dat de Omgevingswet van kracht werd. Via de Omgevingsverordening draagt de provincie bij aan het dichterbij brengen van de doelen en de ambities uit haar Omgevingsvisie. Momenteel wordt er gewerkt aan het wijzigen van de provinciale omgevingsverordening.
In de Omgevingsverordening Noord-Brabant wordt gesteld dat een ontwikkeling die mogelijk wordt gemaakt via een omgevingsplan of Bopa, invulling moet geven aan een evenwichtige toedeling van functies aan locaties met het oog op een veilige, gezonde leefomgeving met een goede omgevingskwaliteit. Dit kan bereikt worden via:
a. zorgvuldig ruimtegebruik als bedoeld in artikel 5.8;
b. de lagenbenadering, bedoeld in artikel 5.9, en;
c. meerwaardecreatie als bedoeld in artikel 5.10. De fysieke verbetering van de landschappelijke kwaliteit bij ontwikkelingen in het landelijk gebied, bedoeld in 'artikel 5.11 Kwaliteitsverbetering landschap' kan deel uitmaken van de meerwaardecreatie.
In de Omgevingsverordening Noord-Brabant zijn in hoofdstuk 5 instructieregels opgenomen. De gemeenteraad moet deze betrekken bij de vaststelling van een wijziging van het omgevingsplan, zoals het geval is bij een TAM-omgevingsplan.
De provincie vindt het belangrijk dat zij al zoveel mogelijk in de voorfase betrokken wordt bij ontwikkelingen in de fysieke leefomgeving (voorkantsamenwerking). De provincie is van het TAM-omgevingsplan op te hoogte gesteld. Het plan voor het wegnemen van de mogelijkheid om LPG te verkopen raakt geen provinciale belangen. Verdere afstemming met de provincie rondom dit plan is niet aan de orde.
In de provinciale Omgevingsverordening is een groot aantal instructieregels opgenomen, van waterwinning tot zonneparken en vitaal platteland. De relevante instructieregels moeten meegenomen worden bij de motivering van de beoogde ontwikkeling. Hoofdstuk 5 laat hiervan voor de verschillende onderwerpen de conclusies zien. Daarnaast gelden een aantal specifieke regels, afhankelijk van de locatie van de beoogde (her)ontwikkeling.
Afweging beoogde ontwikkeling via met het TAM-omgevingsplan
Via deze toelichting wordt voldaan aan de vereiste van een goede motivering van de beoogde ontwikkeling, leidend tot een 'evenwichtige toedeling van functies aan locaties'. In hoofdstuk 5 vindt de toetsing aan de diverse milieu- en overige omgevingsaspecten plaats. Deze laat zien dat er geen sprake is van belemmeringen. Het beoogde doel met het TAM-omgevingsplan leidt immers alleen maar tot een verbetering van de kwaliteit van de leefomgeving: een potentieel externe veiligheidsrisico wordt weggenomen.
4.3.1 De omgevingsvisie 'Zin in 's-Hertogenbosch', 9 september 2025
De omgevingsvisie is opgebouwd uit twee delen: deel A met de visie en deel B met de verantwoording. Naast een visie op de wenselijke toekomstige ontwikkelingsrichting op hoofdlijnen, omvat deel A ook een omschrijving van de waarden en verschijningsvorm van onder andere het landschap, de bodem, cultuurhistorie, onze positie in de regio, maar ook een typering van de Bossche samenleving en de trends en opgaven die op ons afkomen. De drie grote maatschappelijke veranderingen waar we op in moeten spelen zijn: de klimaatverandering, de toenemende schaarste op meerdere vlakken (arbeidskrachten, grondstoffen en ruimte) en de continu veranderende samenleving met als belangrijke aandachtspunten de stevige vergrijzing en de aanhoudende migratie.
Via vier doelen en ontwikkellijnen speelt de gemeente 's-Hertogenbosch in op de maatschappelijke opgaven. Deze lijnen zijn leidend voor de wenselijke toekomstige ontwikkeling van de leefomgeving:
Groots vergroenen
Groots vergroenen betekent ruimte in de stad, dorpen en het ommeland voor klimaatadaptatie, biodiversiteit, een gezonde bodem en een veerkrachtig stedelijk groen en natuur. We nemen hiervoor zoveel mogelijk het natuurlijk systeem als basis en gebruiken techniek waar het moet. Een gezonde balans tussen mens en natuur en een volhoudbaar perspectief voor het natuurlijk kapitaal zijn hierin leidend. Om hieraan te werken, zijn in de omgevingsvisie hoofdopgaven benoemd. Om met deze hoofdopgaven aan de slag te gaan, zijn verschillende keuzes gemaakt. Zoals het hanteren van de 3-30-300-regel, waarbij vanuit ieder huis zicht moet zijn op 3 bomen, 30% van de openbare ruimte beschaduwd moet zijn in warme maanden en een woning op maximaal 300 m2 mag staan tot een koele groene plek van minimaal een halve hectare. Daarnaast is bijvoorbeeld ook het 'stad als spons' principe van belang bij ontwikkelingen.
Bouwen aan generaties
Bouwen aan generaties in 's-Hertogenbosch betekent buurten, wijken en dorpen met een diversiteit aan woningen, bewoners en voorzieningen. Het samenstel van centra, buurten en wijken staat in dienst van een compacte en efficiënte stad en moet sociale binding, gelijke kansen en mogelijkheden voor iedereen bevorderen. De groei van de stad mag daarin niet remmend werken, maar biedt juist de kans om de wijken, buurten en dorpen beter te benutten en te laten functioneren, nu en in de toekomst. Om hieraan te werken, zijn in de omgevingsvisie hoofdopgaven benoemd. Om met deze hoofdopgaven aan de slag te gaan, zijn verschillende keuzes gemaakt. Zoals de keuze om maximaal binnen de bestaande stad en dorpen te bouwen en het centraal stellen van nabijheid en diversiteit bij ontwikkelingen.
Welvarend welzijn
Welvarend welzijn in 's-Hertogenbosch betekent dat werken, educatie, zorg, leven en wonen weer meer en beter in elkaar overvloeien en elkaars nabijheid opzoeken. Met voldoende ruimte voor extra arbeidsplaatsen en ondernemers en oog voor het welzijnsperspectief van en gelijke kansen voor eenieder. En waarin samen de noodzakelijke stappen gezet worden voor een circulaire economie.
Om hieraan te werken, zijn in de omgevingsvisie hoofdopgaven benoemd. Om met deze hoofdopgaven aan de slag te gaan, zijn verschillende keuzes gemaakt. Zoals de keuze om bestaande kwaliteiten te koesteren en erop voort te bouwen, het streven naar een stad als een caleidoscoop van werklandschappen, het ontmengen voor een sterk productielandschap en het mengen gericht op een divers interactielandschap.
Vorstelijk verbinden
Vorstelijk verbinden in 's-Hertogenbosch betekent een openbare ruimte van allure, die ontmoeting, sporten, beweging en gezond gedrag bevordert. Het netwerk van paden, straten en verbindingen staan in dienst van een compacte en efficiënte stad en moet gelijke kansen en mogelijkheden voor iedereen bevorderen. En het nu nemen van verantwoordelijkheid voor de energie en het drinkwater dat we gebruiken. Om hieraan te werken, zijn in de omgevingsvisie hoofdopgaven benoemd. Om met deze hoofdopgaven aan de slag te gaan, zijn verschillende keuzes gemaakt. Zoals de keuze om nabijheid centraal te stellen, het maken van een schaalsprong in mobiliteit, het creëren van een doorwaardbare en gezonde leefomgeving en verantwoordelijkheid nemen voor voldoende energie en drinkwater.
Naast de vier ontwikkellijnen zijn drie principes voor het ordenen van de ruimte van groot belang: compact, nabij en meervoudig.
De ontwikkellijnen zijn op hoofdlijnen vertaald naar de vier gebieden. Belangrijke bouwsteen hiervoor zijn de vier gebiedsvisies voor de deelgebieden:
Afweging beoogde ontwikkeling via met het TAM-omgevingsplan
Het TAM-omgevingsplan is gericht op het wegnemen van de mogelijkheid om LPG te verkopen bij het bestaande (en te handhaven) tankstation aan de Jan Heijmanslaan. Dit leidt ertoe dat een potentieel externe veiligheidsrisico verdwijnt en de kwaliteit van het woon- en leefmilieu verbetert. Hierdoor ontstaan er kansen voor de toekomstige herontwikkeling van het gebied van de direct nabij gelegen 'Hintham-flats': Hoogveld, Engstoep, Fort Prins Willem. Er hoeft geen rekening meer gehouden te worden met het externe veiligheidsrisico als gevolg van de mogelijke verkoop van LPG.
Dit hoofdstuk geeft weer hoe de afweging rondom het beschermen van de omgevingsaspecten (de diverse waarden en de milieuaspecten) een rol heeft gespeeld bij het TAM-omgevingsplan gericht op het wegnemen van de mogelijkheid om LPG te verkopen bij het tankstation aan de Jan Heijmanslaan. Beschreven wordt op welke wijze bij de activiteit(en) rekening is gehouden met de diverse aspecten en hoe gekomen is tot een 'Evenwichtige Toedeling van Functies Aan Locaties (voortaan ETFAL). De aspecten sluiten aan op de onderdelen zoals genoemd in artikel 1.2 Omgevingswet.
Bij de opzet van dit hoofdstuk is de indeling uit hoofdstuk 5 van het Besluit kwaliteit leefomgeving (voortaan Bkl) gevolgd. Hier zijn immers instructieregels opgenomen waaraan in het kader van wijzigingsprocedures van het omgevingsplan getoetst wordt. Centraal bij de afweging van de verschillende omgevingsaspecten staat het bereiken en in stand houden van een veilige en gezonde leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit. Dit zijn belangrijke maatschappelijke doelen van de Omgevingswet, die zijn vastgelegd in artikel 1.3, aanhef en onderdeel a, van de Omgevingswet. De aspecten veilige en gezonde fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit hangen nauw met elkaar samen. Daarbij speelt het beschermen en het bevorderen van gezondheid een belangrijke, overkoepelende rol.
Omdat het TAM-omgevingsplan geen fysieke of functionele ontwikkeling mogelijk maakt en alleen gericht is op het wegnemen van de mogelijkheid om LPG te verkopen, zijn de effecten op de (fysieke) leefomgeving beperkt en alleen maar positief. Daarom zijn de deelparagrafen heel beknopt gehouden. Alleen het omgevingsaspect Externe veiligheid is in dit kader relevant.
Onderdeel van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties (ETFAL) is het waarborgen van een veilige leefomgeving. Het gaat dan om omgevingsveiligheid in zijn algemeenheid. Daarbij wordt gedoeld op het voorkomen, beperken en bestrijden van veiligheidsrisico's bij branden, rampen en crisis. Een specifiek onderdeel van omgevingsveiligheid is externe veiligheid. Daarbij gaat het om het voorkomen en beperken van rampen en zware ongevallen als gevolg van een incident bij de opslag, productie, gebruik en vervoer van gevaarlijke stoffen en windturbines.
In paragraaf 5.1.2 van het Bkl zijn algemene en specifieke instructieregels opgenomen voor het waarborgen van een veilige leefomgeving. Deze instructieregels zien onder meer op het plaatsgebonden risico en de aandachtsgebieden. Het gemeentelijk externe veiligheidsbeleid is neergelegd in het "Uitvoeringskader externe veiligheid gemeente 's-Hertogenbosch".
De in acht te nemen afstand als gevolg van het plaatsgebonden risico bij 'tanken van LPG' is afhankelijk van de doorzet per jaar van het betreffende LPG-tankstation. Er zijn in het Bal (Besluit activiteiten leefomgeving) afstanden opgenomen ten opzichte van het vulpunt, ten opzichte van de bovengronds vloeistofvoerende leiding en de aansluitpunten van die leiding en pomp, ten opzichte van de bovengrondse opslagtank en ten opzichte van de tankzuil. Deze afstanden zijn als gevolg van de juridisch-planologische wijziging waar het TAM-omgevingsplan zich op richt niet aan de orde. De wijziging leidt immers tot het wegnemen van de mogelijkheid tot verkoop van LPG bij het bestaande tankstation.
Voor het groepsrisico zijn in het Bkl (artikelen 5.12, 5.13 en 5.15, Besluit kwaliteit leefomgeving) de volgende aandachtsgebieden opgenomen:
Als gevolg van het TAM-omgevingsplan dat de mogelijkheid (en opslag daarvoor) van LPG verkoop wegneemt bij het bestaande tankstation, vervallen de aandachtsgebieden. Bij de (her)ontwikkeling van kwetsbare functies in de omgeving van het tankstation, hoeft dus geen rekening meer gehouden te worden met de aanwezigheid van deze aandachtsgebieden.
Conclusie
Het TAM-omgevingsplan leidt dus tot een 'theoretische' verbetering van de kwaliteit van de woon- en leefomgeving (theoretisch omdat de verkoop van LPG al een flink aantal jaren niet meer plaatsvindt). Anderzijds maakt het TAM-omgevingsplan geen ontwikkeling van kwetsbare functies mogelijk, waarvoor een afweging gemaakt moet worden. Het aspect externe veiligheid vormt dus geen belemmering voor de beoogde juridisch-planologische wijziging.
Algemeen
Bij een ruimtelijke ontwikkeling moet inzicht worden gekregen in de gevolgen voor de waterhuishouding. In deze paragraaf wordt omschreven op welke wijze bij de activiteit rekening wordt gehouden met de waterbelangen. Aangezien het TAM-omgevingsplan alleen gericht is op het wegnemen van de mogelijkheid van de verkoop van LPG bij een bestaand tankstation, is er geen sprake van toename van de verharding. Ook leidt de juridisch-planologische wijziging niet tot een wijziging van gebruik als gevolg waarvan mogelijk verontreiniging van het (bodem)water plaats kan vinden. De toetsing en weging van het waterbelang kan derhalve beperkt zijn. Hieronder is alleen het beleid gericht op het thema water opgenomen, zoals dat geldt op de verschillende overheidsniveaus.
Rijksregels en Rijksbeleid
Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl)
Uit artikel 5.37 van het Bkl volgt dat bij een ruimtelijke ontwikkeling rekening moet worden gehouden met de gevolgen voor het beheer van watersystemen. Voor een duiding van de gevolgen voor het beheer van het watersysteem moeten de opvattingen van het bestuursorgaan dat is belast met het beheer van die watersystemen, worden betrokken. Denk bijvoorbeeld aan regels van de provincie en de waterschappen.
Het Bkl bevat ook enkele specifieke instructieregels voor primaire waterkeringen, de kust in de vorm van kustfundamenten en de grote rivieren en het IJsselmeergebied. Ook zijn in artikel 5.165 van het Bkl (en paragraaf 22.3.8 van het omgevingsplan, de Bruidsschat) regels opgenomen met betrekking tot het lozen van (industrieel) afvalwater in het openbaar vuilwaterriool. Artikel 5.165 Bkl schrijft voor in welke gevallen lozingen van industrieel afvalwater mogen worden toegestaan. Gemeenten kunnen voor sommige lozingen ook specifieke regels stellen.
In artikel 2.2 vijfde lid van de Waterschapsverordening van Aa en Maas en in artikel 3.4 tweede lid van de Waterschapsverordening van de Dommel is opgenomen dat bij een toename van verhard oppervlakte groter dan 500 m² de noodzaak aanwezig is om waterbelangen mee te nemen.
NOVI
Het Nationaal Omgevingsvisie (NOVI) biedt een strategische en integrale visie voor de fysieke leefomgeving van Nederland, met een sterke focus op duurzaam waterbeheer. De belangrijkste thema's zijn:
Nationaal Water Programma 2022-2027
Het landelijke waterbeleid in Nederland wordt voornamelijk geregeld door het Nationaal Water Programma 2022-2027. Dit programma beschrijft hoe Nederland de komende jaren omgaat met waterbeheer en de uitdagingen die daarbij komen kijken, zoals klimaatverandering, bodemdaling, milieuverontreiniging, biodiversiteitsverlies en ruimtedruk.
Het programma richt zich op verschillende aspecten, waaronder:
- Verbetering van de waterkwaliteit: Het aanpakken van vervuiling door meststoffen en medicijnresten
- Bescherming tegen overstromingen: het versterken van dijken en andere waterkeringen
- Duurzaam watergebruik: het bevorderen van efficiënter watergebruik in landbouw en industrie
- Het verbeteren van de ecologische kwaliteit van waterlichamen.
Provinciale regels en beleid
Omgevingsverordening Noord-Brabant
In de Omgevingsverordening Noord-Brabant zijn de regels en normen vastgelegd waarmee een veilige, gezonde en duurzame leefomgeving wordt gewaarborgd. Het heeft tot doel om de natuur, het milieu en waterkwaliteit te beschermen.
Zo zijn er omgevingswaarden opgenomen voor het beschermen van grondwater, de veiligheid van een kering, de overstromingskans van 1/100 per jaar voor gebouwde gebieden en 1/10 jaar voor overige gebieden. Voor 's-Hertogenbosch is een afwijkende omgevingswaarde voor wateroverlast stedelijke gebied bepaald van 1/150 jaar voor gebieden met de ruimtelijke bestemming bebouwing, hoofdinfrastructuur spoorwegen.
Regionaal Water en Bodem Programma (RWP) 2022-2027
In de provincie Noord-Brabant wordt het waterbeleid vormgegeven door het Regionaal Water en Bodem Programma (RWP) 2022-2027. Dit programma richt zich op het creëren van een klimaatadaptief Brabant met veilig, schoon en voldoende water en een vitale bodem. Het programma is onderdeel van het bredere planstelsel voor waterbeheer in Nederland en werkt samen met het Nationaal Water Programma en de waterbeheerprogramma's van de waterschappen.
Regels en beleid Waterschap
Waterschap Aa en Maas
In het Waterbeheerplan (WBP) van waterschap Aa en Maas is beschreven welke doelstellingen het waterschap nastreeft in de periode 2022-2027 en hoe zij die doelstellingen wil gaan halen. Het waterbeheerplan is uitgewerkt in de volgende drie programma's:
Voor bebouwde gebieden heeft het waterschap specifieke doelen geformuleerd. In bebouwd gebied werkt het waterschap toe naar een klimaatrobuust watersysteem waarin:
Deze programma's zijn verder uitgewerkt in het WBP naar concrete doelstellingen. Deze doelstellingen vinden onder andere een doorwerking in de beschikbare instrumenten van het waterschap; de waterschapsverordening, het waterbeheerprogramma en vergunningen en ontheffingen stelsel.
De waterschapsverordening
Iedere waterschap heeft een eigen waterschapsverordening. Deze verordening bevat alle regels over de fysieke leefomgeving binnen het beheergebied van het waterschap. De regels zijn gericht op het beheer van waterkeringen, watergangen, grondwater en andere waterstaatswerken.
Waterschapsverordening van Waterschap Aa en Maas
De waterschapsverordening van Waterschap Aa en Maas bevat regels voor het beheer van rivieren, beken, sloten, grondwater en dijken(waterkeringen) binnen hun werkgebied. Deze verordening is een aanvulling op de Omgevingswet en geeft aan wat wel en niet mag, welke plichten er zijn bij activiteiten in en rondom water. In de waterschapsverordening wordt vaak verwezen naar de legger. In de legger zijn alle waterstaatswerken (ligging, vorm, afmeting en constructie) opgenomen.
Belangrijke punten uit de verordening zijn:
Beleid gemeente 's-Hertogenbosch
Visie Groen en Klimaatbestendig
In 2021 is de Visie Groen en Klimaatbestendig vastgesteld, hierin beschrijft de gemeente de ambities en maatregelen die nodig zijn om de stad voor te bereiden op de gevolgen van klimaatverandering en om een groene, duurzame leefomgeving te creëren. Het uitvoeringsprogramma Groen en klimaatbestendig omvat concrete maatregelen en projecten om de stad groener en klimaatbestendiger te maken.
De visie is vertaald in de gemeentelijke Verordening Bomen, Water en Groen 's-Hertogenbosch 2021 en in gebiedsgericht beleid (Gebiedspaspoorten Groen en Klimaatbestendig 's-Hertogenbosch, 2024).
In het "Plan Water en Riolering 's-Hertogenbosch 2023-2028" richt de gemeente zich op het beheer van regen- en afvalwater. Dit omvat maatregelen zoals het afkoppelen van regenwater van het riool en het aanleggen van wadi's om water lokaal te infiltreren. Het gebiedsgerichte beleidsplan Gebiedspaspoorten Groen en Klimaatbestendig zorgt samen met het Plan Water en Riolering 's-Hertogenbosch 2023-2028 voor een integrale en effectieve aanpak van waterbeheer en groenvoorzieningen. Hiermee wordt handen en voeten gegeven aan een klimaatbestendige stad door wateroverlast te verminderen, hittestress tegen te gaan, sponswerking van de bodem te vergroten door verharding te verminderen en de biodiversiteit te bevorderen.
Denk hierbij aan:
Ontwerp-omgevingsvisie
In de ontwerp-omgevingsvisie van 's-Hertogenbosch speelt water een cruciale rol in het creëren van een duurzame en klimaatbestendige stad. Het historisch moeraslandschap, de "Moerasdraak" wordt opnieuw ingezet om de stad en het omliggend gebied beter bestand te maken tegen klimaatverandering. Dit omvat het creëren van meer ruimte voor waterberging om overstromingen te voorkomen en het concept van de "sponsstad", waarbij regenwater lokaal wordt geïnfiltreerd.
De "Groene Delta" vormt een netwerk van groen- en natuurgebieden die bijdragen aan waterbeheer, biodiversiteit en recreatie. De 3-30-300 regel bevordert stedelijke vergroening door te zorgen dat elke woning zicht heeft op drie bomen, 30% van de wijk groen is en er binnen 300 meter een groene ruimte is.
Innovaties zoals wadi's en retentiegebieden worden gebruikt om wateroverlast te beheersen. De visie benadrukt ook het belang van samenwerking met waterschappen, inwoners en andere stakeholders om de doelen voor waterbeheer en klimaatadaptatie te realiseren. Dit alles draagt bij aan een veerkrachtige en leefbare stad voor toekomstige generaties. De Omgevingsvisie wordt naar verwachting na de zomer van 2025 vastgesteld.
Weging van het waterbelang
Om Nederland veilig en bewoonbaar te houden is het noodzakelijk dat water en bodem sturend zijn in ruimtelijke keuzes. De 'weging van het waterbelang' betekent dat bij ruimtelijke ontwikkelingen rekening moet worden gehouden met de gevolgen voor het beheer van watersystemen.
Het doel van de weging van het waterbelang is om ervoor te zorgen dat waterveiligheid, waterkwaliteit en waterkwantiteit worden meegenomen in ruimtelijke plannen. Maar ook dat steden zich moeten aanpassen aan de gevolgen van klimaatverandering, zoals hevigere regenval en langere periodes van droogte. Dit kan door het implementeren van klimaatbestendige infrastructuur (groene daken en gevels, waterdoorlatende bestrating, wadi's, vergroenen) en bevorderen van waterbesparende maatregelen (grijswatersystemen (hergebruik douche -en, wasmachinewater) waterbesparende douchekoppen etc). Op die manier wordt er bijgedragen aan een duurzame leefomgeving.
Omdat het TAM-omgevingsplan alleen gericht is op het wegnemen van de mogelijkheid van LPG-verkoop, leidt dit niet tot extra verharding als gevolg waarvan inpassing van de wateropgave moet plaatsvinden. Het TAM-omgevingsplan leidt er juist toe dat de locatie die bedacht was voor het te verplaatsen LPG-vulpunt en -opslagtank weer als 'groen' wordt bestemd in plaats van 'bedrijf'. Hier kan geen bebouwing plaatsvinden. Juridisch-planologisch leidt dit TAM-omgevingsplan dus tot minder verharding.
Bij de voorbereiding van dit TAM-omgevingsplan is contact geweest met het Waterschap Aa en Maas. Aangegeven is dat er bij deze ontwikkeling geen waterschapsbelangen spelen. Een verdere betrokkenheid van het waterschap bij de planvorming is daarom niet nodig.
Een goede luchtkwaliteit draagt bij aan een gezond woon- en leefklimaat en hoort daarom bij de afweging of sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties (ETFAL).
In de Omgevingswet zijn regels opgenomen om mensen en het milieu te beschermen tegen de negatieve effecten van luchtverontreiniging. Deze regels vloeien onder meer voort uit de Europese Lichtkwaliteitsrichtlijn (Richtlijn 2008/50/EG). Zo gelden bijvoorbeeld rijksomgevingswaarden voor luchtkwaliteit voor NO2 (stikstofdioxide) en PM10 (fijn stof).
Omdat het TAM-omgevingsplan alleen gericht is op het wegnemen van de mogelijkheid van LPG-verkoop bij een bestaand tankstation, is er geen sprake van effect op luchtkwaliteit. De kwaliteit van de buitenlucht vormt dus geen belemmering voor het TAM-omgevingsplan.
Mensen ervaren in hun fysieke leefomgeving vele geluiden. Dat kan omgevingseigen geluid zijn zoals het ruisen van de wind in de bomen. Ook kan het gaan om bewust geproduceerd geluid zoals muziek. Andere geluiden zijn functioneel zoals stemgeluid of geluiden bij een film. Daarnaast is veelal geluid waarneembaar afkomstig van activiteiten zoals verkeer, industrie, evenementen, laden en lossen en bouwen.
Geluid heeft invloed op de kwaliteit van de fysieke leefomgeving, waaronder het woon- en leefklimaat van mensen en hun gezondheid. Daarom zijn op Europees, landelijk en lokaal niveau regels ingevoerd om mensen te beschermen tegen blootstelling aan onaanvaardbare geluidsniveaus. Op Europees niveau geldt onder meer de Richtlijn Omgevingslawaai. Op landelijk niveau zijn deze regels opgenomen in de Omgevingswet en bijbehorende wet- en regelgeving, waaronder het Bkl. De Richtlijn Omgevingslawaai is daarin verwerkt. Op lokaal niveau gelden, aanvullend daarop, de regels uit het omgevingsplan, waaronder de voormalige rijksregels uit de Bruidsschat en het gemeentelijke geluidbeleid, bestaande uit de Nota gebiedsgericht geluidbeleid en de uitwerkingen daarvan.
Omdat het TAM-omgevingsplan alleen gericht is op het wegnemen van de mogelijkheid van LPG-verkoop bij een bestaand tankstation, is er geen sprake van wijziging in mogelijke geluidshinder als gevolg van het TAM-omgevingsplan. Met het plan worden eventuele toekomstige extra verkeersbewegingen voorkomen van klanten die LPG willen afnemen. Het aspect geluid vormt dus geen belemmering voor het TAM-omgevingsplan.
Trillingen ontstaan doordat een bepaalde bron een kracht uitoefent op de constructie van een gebouw of op de bodem. Net als bij geluid kunnen trillingen beschreven worden in de trits "bron - overdracht - ontvanger". De overdracht van trillingen vindt echter niet plaats via de lucht, maar via vaste materie (bodem, vloeren, wanden). De trilling plant zich voort in de bodem of de constructie en kan, hoewel de sterkte in het algemeen afneemt naarmate de afstand tot de bron groter wordt, elders hinder of zelfs schade opleveren. Trillingen kunnen daarom een nadelige invloed hebben op de kwaliteit van de fysieke leefomgeving.
Omdat het TAM-omgevingsplan alleen gericht is op het wegnemen van de mogelijkheid van LPG-verkoop bij een bestaand tankstation, is er geen sprake van effecten op het gebied van trillingen. Het aspect trillingen vormt dus geen belemmering voor het TAM-omgevingsplan.
Bij een initiatief is het de vraag of de aanwezige bodemkwaliteit past bij het huidige of toekomstige gebruik van die bodem en hoe deze optimaal op elkaar kunnen worden afgestemd. Uitgangspunt is dat de bodemkwaliteit als gevolg van een aanwezige bodemverontreiniging geen onaanvaardbaar risico oplevert voor de gebruikers van de bodem. Bovendien mag de bodemkwaliteit niet verslechteren door grondverzet (bijvoorbeeld graafwerkzaamheden).
Omdat het TAM-omgevingsplan alleen gericht is op het wegnemen van de mogelijkheid van LPG-verkoop bij een bestaand tankstation, is het niet noodzakelijk om de bodemkwaliteit in beeld te brengen. Het aspect bodem vormt dus geen belemmering voor het TAM-omgevingsplan.
De meest geurstoffen zijn al te ruiken bij lage hoeveelheden. Veel geurstoffen zijn op zichzelf niet schadelijk voor de gezondheid. Wel kunnen geuren nadelige effecten tot gevolg hebben, zoals hinder. In het algemeen wordt geurhinder veroorzaakt door onder meer de volgende bronnen:
Uit artikel 5.92 van het Bkl volgt dat bij een initiatief rekening moet worden gehouden met de geur door activiteiten. Ook moet erin worden voorzien dat de geur door een activiteit aanvaardbaar is.
Omdat het TAM-omgevingsplan alleen gericht is op het wegnemen van de mogelijkheid van LPG-verkoop bij een bestaand tankstation, is er geen sprake van wijziging ten aanzien van het aspect geur. In de werkelijke situatie is er reeds ruim 10 jaar geen sprake meer van verkoop van LPG. Met het TAM-omgevingsplan wordt de juridisch-planologische situatie in overeenstemming gebracht met de werkelijkheid. Theoretisch kan er juist sprake zijn van een verbetering op het gebied van het aspect 'geur'. Het wordt immers voor de toekomst onmogelijk gemaakt om LPG te verkopen bij het bestaande tankstation.
Landschappelijke, stedenbouwkundige en ook cultuurhistorische waarden zijn van groot belang voor de kwaliteit van de leefomgeving. Het maakt dat een gebied als aangenaam om te wonen, werken of recreëren wordt beoordeeld. Daarnaast is het van groot belang om unieke waarden te beschermen die bijdragen aan de identiteit en kwaliteit van een gebied of locatie. Beschermen wil niet zeggen dat er geen ontwikkelingen plaats mogen vinden. Aanwezige waarden moeten gerespecteerd worden en kunnen gebruikt worden als inspiratie bij ontwikkelingen.
Omdat het TAM-omgevingsplan alleen gericht is op het wegnemen van de mogelijkheid van LPG-verkoop bij een bestaand tankstation, is er geen sprake van effecten op stedenbouwkundige-, landschappelijke of cultuurhistorische structuren en/of waarden. Dit aspect vormt dus geen belemmering voor het TAM-omgevingsplan.
Dit thema uit het Bkl is vooral gericht op het beschermen van mogelijke toekomstige tracés voor (auto/spoor/vaar/landelijke fiets)wegen, buisleidingen, militaire voorzieningen, elektriciteitsvoorzieningen, hoogspanningsverbindingen en telefonienetwerken.
Omdat het TAM-omgevingsplan alleen gericht is op het wegnemen van de mogelijkheid van LPG-verkoop bij een bestaand tankstation, is er geen sprake van het vormen van een belemmering voor eventuele toekomstige ontwikkelingen zoals hiervoor genoemd. Daarbij komt dat er in rijks- of provinciaal beleid dergelijke ontwikkelingen op deze locatie of in de directe omgeving daarvan, niet voorzien zijn. Dit aspect vormt dus geen belemmering voor het TAM-omgevingsplan.
In het Bkl is opgenomen dat voor zover een wijzigingsbesluit omgevingsplan of een Bopa voorziet in nieuwe ontwikkelingen met gevolgen voor de inrichting van de openbare buitenruimte, er rekening wordt gehouden met het belang van het bevorderen van de toegankelijkheid van die openbare buitenruimte voor personen met een functiebeperking.
Als gemeente 's-Hertogenbosch maakt het werken aan 'inclusieve mobiliteit' onderdeel uit van ons Actieplan Duurzame Mobiliteit. Onze ambitie is: "Iedereen in de gemeente heeft toegang tot mobiliteit en voor iedereen is duurzame mobiliteit haalbaar en betaalbaar." Het is belangrijk dat bij alle initiatieven hier aandacht aan wordt besteed, bijvoorbeeld via de toegankelijkheid van de openbare ruimte.
Omdat het TAM-omgevingsplan alleen gericht is op het wegnemen van de mogelijkheid van LPG-verkoop bij een bestaand tankstation, is er geen sprake een eventueel effect op de toegankelijkheid van openbare (buiten)ruimte. Dit aspect vormt dus geen belemmering voor het TAM-omgevingsplan.
De toename aan functies zorgt in het algemeen voor extra verkeersbewegingen. Bij het toelaten van een nieuwe functie moet daarom worden aangetoond wat het effect is op de bereikbaarheid en verkeersafwikkeling. Daarbij dient in beeld te worden gebracht of er sprake is van een (extra) parkeerbehoefte voor auto's, fietsen en/of scooters. Er mag geen onaanvaardbaar effect zijn. Dit geldt ook bij buitenplanse omgevingsvergunningen (mobiliteit en parkeren, aandeslagmetdeomgevingswet.nl). De gemeente stelt parkeerbeleid op met daarin parkeernormen waaraan nieuwe ontwikkelingen moeten voldoen. De activiteit dient dus aan het gemeentelijk beleid getoetst te worden.
Primair is verkeersveiligheid geregeld in de weg- en verkeerswetgeving (o.a. Wegenverkeerswet). Deze regelgeving maakt geen deel uit van de Omgevingswet. Ook de bekende richtlijnen vanuit het CROW blijven bestaan
Omdat het TAM-omgevingsplan alleen gericht is op het wegnemen van de mogelijkheid van LPG-verkoop bij een bestaand tankstation, is er geen sprake een eventueel effect op de verkeersafwikkeling, ontsluiting of het parkeren in het plangebied of de directe omgeving daarvan. Dit aspect vormt dus geen belemmering voor het TAM-omgevingsplan.
Ter bescherming van de natuur zijn in de Omgevingswet diverse regels opgenomen. Het gaat hierbij om regels voor de gebiedsbescherming van aangewezen Natura 2000-gebieden, regels voor de soortenbescherming van te beschermen planten diersoorten (waaronder vogels) en regels ter bescherming van houtopstanden. Het gebieds- en soortenbeschermingsregime vloeit voor een belangrijk deel voort uit twee Europese richtlijnen: de Vogelrichtlijn (79/409/EEG) en de Habitatrichtlijn (92/43/EEG).
Omdat het TAM-omgevingsplan alleen gericht is op het wegnemen van de mogelijkheid van LPG-verkoop bij een bestaand tankstation, is er geen sprake van effecten op natuur en biodiversiteit. In theorie kan er ook sprake zijn van een positief effect: het TAM-omgevingsplan maakt het immers onmogelijk om het LPG-vulpunt en de LPG-opslagtank te verplaatsen naar een groen gebied en kan het groen conform de huidige situatie behouden blijven. Dit aspect vormt dus geen belemmering voor het TAM-omgevingsplan.
Kunstmatige verlichting kan hinder geven en negatieve effecten hebben voor de mens en de natuur. Hinder bij mensen ontstaat bijvoorbeeld wanneer mensen zich niet kunnen onttrekken aan het aanwezige kunstlicht, terwijl ze daar wel behoefte aan hebben. Negatieve effecten voor de natuur bestaan bijvoorbeeld uit beïnvloeding van het gedrag van dieren door kunstmatige verlichting. Hinder door licht hangt af van de aard, intensiteit, duur en plaats van de verlichting. Maar ook door de kans op blootstelling.
Omdat het TAM-omgevingsplan alleen gericht is op het wegnemen van de mogelijkheid van LPG-verkoop bij een bestaand tankstation, is er geen sprake een eventueel effect in de vorm van lichthinder. Dit aspect vormt dus geen belemmering voor het TAM-omgevingsplan.
Een milieueffectrapportage (mer) is een hulpmiddel bij het nemen van besluiten. Het doel is het milieubelang een volwaardige plaats te geven in de besluitvorming. Het gaat hier dan ook met name over besluitvorming voor plannen of projecten die duidelijk een milieueffect hebben.
Onderdeel van de motivering van een TAM-IMRO-plan, is een toets aan de regels over een milieueffectrapportage. Of een te nemen besluit m.e.r.-plichtig of m.e.r.-beoordelingsplichtig is, kan worden afgeleid uit bijlage V bij het Omgevingsbesluit, in samenhang met de artikelen 11.6 en 11.8 van het Omgevingsbesluit.
In deze bijlage V zijn activiteiten opgenomen die aanleiding kunnen geven tot het opstellen van een milieueffectrapport (m.e.r.) of het uitvoeren van een m.e.r.-beoordeling. Hierin wordt onder andere 'ondergrondse opslag van gasvormige brandstoffen' (categorie I5) genoemd. Het TAM-omgevingsplan is gericht op het wegbestemmen van de mogelijkheid van LPG-verkoop bij een bestaand tankstation. Dit houdt concreet in dat de gebruiksmogelijkheden voor de brandstof LPG, namelijk het opslaan en verkopen van LPG binnen onderhavig tankstation worden verwijderd. Deze ontwikkeling betreft een juridische wijziging van de bestemde mogelijkheden binnen de onderhavige bedrijfsbestemming. Deze voorgenomen 'wijziging' sluit overigens aan bij de bestaande situatie van het tankstation. Het tankstation is al in 2014 gestopt met de opslag en verkoop van LPG. Alle voorzieningen ten behoeve van de opslag en verkoop van LPG zijn verwijderd.
In 2012 is ten behoeve van de 'externe veiligheid' weliswaar een nieuwe opslaglocatie voor de ondergrondse LPG-tank bestemd (verder weg van woningen), maar onderhavig tankstation heeft nooit gebruik van gemaakt van de nieuwe opslaglocatie.
De ontwikkeling kent derhalve geen fysieke gevolgen voor de bestaande situatie en omgeving. Ook geen negatieve effecten ten aanzien van milieu gerelateerde aspecten als geluid, geur, bedrijfshinder, luchtkwaliteit en bodem. De wijziging heeft een gunstig effect op de 'omgevingsveiligheid' omdat de planologisch (mogelijke) veiligheidscontouren gekoppeld aan de lpg-verkoop bij dit tankstation komen te vervallen. Er is vanwege de 'wijziging' ook geen sprake van een verkeersaantrekkende werking en leidt dan ook niet tot een relevante toename van stikstofdepositie of andere milieudruk. Deze wijziging kent tevens geen effecten op kwetsbare natuur of gevoelige functies. Geconcludeerd kan worden dat de voorgenomen wijziging - het weg bestemmen van het LPG deel - niet leidt tot belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu.
Conclusie
Gelet op de aard, omvang en ligging van de voorgenomen ontwikkeling van het wegbestemmen van het LPG-deel, is het opstellen van een milieueffectrapport gekoppeld aan het TAM-omgevingsplan niet aan de orde. De voorgenomen wijziging heeft namelijk geen nadelige gevolgen voor het milieu. Ook op het gebied van duurzaamheid en gezonde leefomgeving is er geen sprake van nadelige gevolgen. Het TAM-omgevingsplan leidt hiertoe juist tot een theoretische verbetering: de verkoop (en opslag daarvoor) van LPG wordt voor de toekomst onmogelijk gemaakt.
In dit hoofdstuk wordt aangegeven hoe het beleid en de planuitgangspunten zijn verwoord in de planregels. Zo wordt een toelichting gegeven op het juridische systeem en op alle afzonderlijke toegestane functionele mogelijkheden.
Het TAM-omgevingsplan is opgebouwd uit:
Sinds 1 januari 2024 heeft elke gemeente een omgevingsplan van rechtswege (hierna: omgevingsplan). In de fase direct na inwerkingtreding van de Omgevingswet is dit het tijdelijk deel van het omgevingsplan, bestaande uit:
De Omgevingswet integreert wetgeving en regels voor ruimte, wonen, infrastructuur, milieu, natuur en water. Het DSO ondersteunt bij de uitvoering van de wet en bestaat uit lokale systemen van overheden en de landelijke voorziening (DSO-LV), zoals Regels op de kaart en het Omgevingsloket. Er zijn tijdelijke alternatieve maatregelen (TAMs) ontwikkeld voor organisaties die nog geen gebruik kunnen maken van lokale of landelijke onderdelen van het DSO. Een van deze TAMs is TAM-IMRO. Bij TAM-IMRO wordt het omgevingsplan gewijzigd via de - onder de Wet ruimtelijke ordening gebruikte - IMRO-standaard (Informatiemodel Ruimtelijke Ordening) en de voorziening ruimtelijkeplannen.nl.
Het gebruik van TAM-IMRO is toegestaan tot en met 31 december 2025. Als het ontwerp van een TAM-IMRO omgevingsplan uiterlijk 31 december 2025 ter inzage is gelegd, mag het ook na 1 januari 2026 worden afgemaakt met TAM-IMRO. Het ministerie van Binnenlandse Zaken en Klimaat geeft aan dat TAM-IMRO plannen uiterlijk voor 1 januari 2032 moeten worden omgezet naar de nieuwe Standaard officiële publicaties (STOP) met de bijbehorende Toepassingsprofielen omgevingsdocumenten (TPOD).
Onderhavig TAM-omgevingsplan vormt een wijziging van het omgevingsplan voor de gemeente 's-Hertogenbosch. Hiervoor is gekozen omdat het wegnemen van een bestemming niet mogelijk is via een Bopa-procedure (buitenplanse omgevingsplan activiteit). Het TAM-omgevingsplan komt voor het betreffende plangebied in de plaats van het oude bestemmingsplan. De regels uit het TAM-omgevingsplan vervangen voor die 'pons' dus de regels uit het oude bestemmingsplan. Het TAM-omgevingsplan is op het oog een omgevingsplan dat losstaat van de rest van het omgevingsplan. Toch is het functioneel en juridisch een integraal onderdeel van het omgevingsplan. Om te zorgen dat het TAM-omgevingsplan juridisch één geheel is met het omgevingsplan van rechtswege, wordt het als het ware als een nieuw hoofdstuk toegevoegd. Onderhavig TAM-omgevingsplan dient dus ook als dusdanig gelezen te worden, in samenhang met de bruidsschat van het omgevingsplan. Daarom is er in de regels van onderhavig TAM-omgevingsplan een pre-ambule opgenomen, waarin staat dat het plan vigeert als hoofdstuk 22a van het omgevingsplan.
De regels zijn opgenomen in artikelen die onderverdeeld zijn in vier delen. In de "Inleidende regels" zijn algemene artikelen opgenomen die voor het gehele plan van belang zijn. Artikel 1 omvat het toepassingsbereik. Dit is specifiek opgesteld voor het TAM-omgevingsplan. Dit TAM-omgevingsplan maakt onderdeel uit van het omgevingsplan van de gemeente 's-Hertogenbosch. Dat betekent dat de regels uit het omgevingsplan ook van toepassing zijn op onderhavige 'ontwikkeling' aan de Jan Heimanslaan 82 (tenzij ze daarmee strijdig zijn).
Een plankaart van het wijzigingsgebied van het plan is niet direct onderdeel van het omgevingsplan. Daarvoor zijn in dit plan bepalingen opgenomen die dit borgen.
De regels in dit hoofdstuk zijn van toepassing op de locatie Jan Heijmanslaan 92 en een deel van het perceel, kadastraal bekend als RML00-E-5935, waarvan de geometrische bepaalde planobjecten zijn vervat in het GML-bestand NL.IMRO.0796.TAMIMRO0002004 op https://www.ruimtelijkeplannen.nl.
In artikel 2 zijn omschrijvingen opgenomen van de in het plan voorkomende relevante begrippen. In artikel 3 is vastgelegd op welke wijze dient te worden gemeten.
Door deze vaste omschrijving van de begrippen en van de wijze van meten wordt eenduidigheid in de bedoelingen van het plan gegeven en wordt de rechtszekerheid vergroot. In de bouw- en gebruiksregels zijn de toegestane functies en de gebruiks- en/of bebouwingsmogelijkheden van de betreffende gronden aangegeven. Deze zijn op alfabetische volgorde benoemd.
Deze regels worden in paragraaf 6.4 nader uitgewerkt. In de "Algemene regels" staan artikelen benoemd die voor alle of meerdere toegestane functies gelden. Het betreffen onder andere de afwijkingsregels en de algemeen geldende aanduiding regels.
De algemene afwijkingsregels zorgen voor enige verruiming ten behoeve van de flexibiliteit van het plan. Deze afwijkingen zijn niet specifiek op één functie gericht.
In de "Overgangs- en slotregels" staan artikelen benoemd die voor alle voorgaande regels gelden. Het overgangsrecht voor bouwwerken en gebruik is hierin geregeld alsmede de slotregel.
Artikel 4 Algemeen gebruiksverbod
Artikel 4 omvat een algemeen gebruiksverbod. Dit geeft aan dat de gronden alleen gebruikt mogen worden voor de toegestane functies en activiteiten. Voor overige activiteiten dient een omgevingsvergunning aangevraagd te worden.
Artikel 5 Bedrijf
Het tankstation aan de Jan Heijmanslaan is bestemd als "Bedrijf". Binnen deze functie zijn bedrijven toegestaan die passen binnen de Staat van bedrijfsactiviteiten bij functiemenging die als "Bijlage 1 Staat van bedrijfsactiviteiten bij functiemenging" onderdeel van de regels is. Gebouwen mogen worden gebouwd binnen het op de verbeelding aangegeven bouwvlak.
Op de verbeelding is ook een aanduiding "verkoopverkooppunt motorbrandstoffen zonder lpg" opgenomen, waarmee de verkoop van motorbrandstoffen met bijbehorende voorzieningen en de verkoop van een weggebonden assortiment aan goederen, rookartikelen en kleine etens- en drinkwaren mogelijk is. De verkoop van LPG wordt hierbij uitgesloten.
Artikel 6 Groen
Relatief grote groenvoorzieningen (grote perken en plantsoenen, parken) zijn geduid met de functie "Groen". Kleinere groenvoorzieningen (bermen, kleine perken en plantsoenen) zijn onderdeel van de functie "Verkeer". Ook fiets- en voetpaden ondergeschikte voorzieningen zoals speel- en sportvoorzieningen waaronder wijkspeelplaatsen maken deel uit van de functie.
Artikel 7 Verkeer
Deze gronden zijn primair bedoeld voor voorzieningen van verkeer en verblijf. Wegen, fiets- en voetpaden en bouwwerken ten behoeve van de functie zijn binnen deze functie toegestaan.
Bij het opstellen van een TAM-omgevingsplan (zijnde een wijziging van het omgevingsplan) moet onder de Omgevingswet aangetoond worden hoe burgers, bedrijven, maatschappelijke organisaties en bestuursorganen bij het plan zijn betrokken (artikel 10.2 Omgevingsbesluit). Het is de bedoeling om elkaar zo vroeg mogelijk te betrekken in het proces ter voorbereiding van een besluit, zodat vroegtijdig de knelpunten, belangen en verbeterpunten worden gesignaleerd.
Participatie met burgers, maatschappelijke organisaties, bestuursorganen en ketenpartners
In gezamenlijkheid tussen de Woningbouwcorporatie JOOST en de gemeente 's-Hertogenbosch is gestart met een visieontwikkeling voor het gebied van de 3 Hinthamflats (De Engstoep, Fort Prins Willem en Hoogveld). Dit ligt ten noorden en direct aansluitend op de locatie van het TAM-omgevingsplan. Er is sprake van een inhoudelijke relatie tussen de gebiedsontwikkeling en het tankstation. Door het wegnemen van de mogelijkheid van de verkoop van LPG bij het bestaande tankstation, kan in de toekomst op kortere afstand van het tankstation gebouwd worden. Daarnaast wordt de kwaliteit van de woon- en leefomgeving verbeterd. Er hoeft geen rekening gehouden te worden met de externe veiligheidsrisico's die aan LPG-verkoop en -opslag verbonden zijn. In 2014 is reeds een melding gemaakt dat er geen verkoop van LPG meer plaatsvindt. Via het TAM-omgevingsplan wordt dit ook voor de toekomst onmogelijk gemaakt. De juridisch-planologische situatie wordt in overeenstemming gebracht met het feitelijke gebruik.
In verband met de aangrenzende gebiedsontwikkeling en de participatie in het kader daarvan, is de omgevingsdialoog voor het TAM-omgevingsplan gekoppeld aan de participatie in het kader van de gebiedsontwikkeling. Als onderdeel hiervan vinden op verschillende momenten tijdens het visievormingsproces bijeenkomsten met omwonenden plaats. Naast deze sessies is ook een bijeenkomst georganiseerd met vertegenwoordigers van sociaal maatschappelijke partijen en andere relevante betrokken partijen, denk aan de wijkagent, wijkraad, GGD en Seniorenplatform. Tijdens de verschillende bijeenkomsten wordt specifiek aandacht gevraagd voor onderhavig TAM-omgevingsplan. Deelnemers aan de diverse bijeenkomsten zijn voorstander van het voor de toekomst onmogelijk maken van de verkoop van LPG.
Daarnaast is op 10 april en 2 juni 2025 gesproken met de exploitant van het tankstation (DHMO). Op 7 juli 2025 gesproken met de eigenaar van het tankstation (BP Europe). Beide partijen zijn van de wijziging van de gebruiksmogelijkheden als gevolg van de wijziging van het omgevingsplan op de hoogte gesteld. De eigenaar beschouwt deze stap als een formalisering van de melding die door de eigenaar in 2014 gedaan is. Er wordt ingestemd met het toesnijden van de planologisch-juridische situatie op de werkelijke situatie.
Omdat er geen provinciale en waterschapsbelangen in het geding zijn bij deze ontwikkeling, heeft er als onderdeel van de planvorming geen overleg met de provincie Noord-Brabant en het Waterschap Aa en Maas plaatsgevonden. Zij zijn wel op de hoogte gebracht van het voornemen.
Het ontwerp TAM-omgevingsplan wordt voor een ieder ter inzage gelegd.
Zienswijzen
Het TAM-omgevingsplan heeft van 27 oktober 2025 tot en met 8 december 2025 ter inzage gelegen. Gedurende deze periode heeft een ieder de mogelijkheid gehad om een zienswijze naar voren te brengen. Tijdens deze zes weken zijn er geen reacties ingediend. Dit betekent dat op basis van de inspraakperiode er geen aanleiding is om het TAM-plan aan te passen. Het TAM-plan wordt voorgelegd aan de gemeenteraad ter vaststelling.
Op 3 maart 2026 is deze wijziging van het omgevingsplan door de gemeenteraad vastgesteld. Vanaf 16 maart 2026 wordt het vastgestelde TAM-plan gedurende 6 weken ter inzage gelegd. Gedurende deze periode kan beroep ingesteld worden.
Met dit TAM-omgevingsplan worden geen nieuwe ontwikkelingen mogelijk gemaakt. Er zijn dan ook geen andere kosten dan de gebruikelijke plan- en procedurekosten.
Het TAM-omgevingsplan is gericht op het wegnemen van de mogelijkheid tot verkoop van LPG bij een bestaand tankstation aan de Jan Heijmanslaan. In de praktijk vindt reeds jaren geen verkoop van LPG meer plaats. In 2014 is reeds melding gemaakt van het staken van de verkoop van LPG. Dit betekent dat met het TAM-omgevingsplan de juridisch-planologische situatie in overeenstemming wordt gebracht met de werkelijke situatie. Het plan maakt geen ruimtelijke- of functionele ontwikkelingen mogelijk die nadelige effecten kunnen hebben op de kwaliteit van het woon- en leefklimaat.
Deze motivering toont aan dat de juridisch-planologische wijziging waarop dit TAM-omgevingsplan gericht is, leidt tot een 'evenwichtige toedeling van functies aan locaties'. Het TAM-omgevingsplan leidt tot een theoretische verbetering: de verkoop van LPG wordt voor de toekomst onmogelijk gemaakt.