direct naar inhoud van Regels
Plan: Sluiswachterskade
Status: vastgesteld
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0796.0002523-1401

Regels

Hoofdstuk 1 Inleidende regels

Artikel 1 Begrippen

1.1 aanbouw

een gebouw dat als afzonderlijke ruimte is gebouwd aan een hoofdgebouw waarmee het in directe verbinding staat, welk gebouw onderscheiden kan worden van het hoofdgebouw en dat in architectonisch opzicht ondergeschikt is aan het hoofdgebouw;

1.2 aanduiding

een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden;

1.3 aanduidingsgrens

de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft;

1.4 bebouwing

één of meer gebouwen en/of bouwwerken geen gebouwen zijnde;

1.5 bebouwingslint

min of meer aaneengesloten lijnvormige reeks van bebouwing langs een weg buiten bestaand stedelijk gebied;

1.6 bebouwingspercentage

een op de kaart of in de regels aangegeven percentage, dat de grootte van het deel van een bouwvlak aangeeft, dat maximaal bebouwd mag worden;

1.7 bedrijf

een inrichting of instelling gericht op het bedrijfsmatig voortbrengen, vervaardigen, bewerken, opslaan, installeren en/of herstellen van goederen dan wel het bedrijfsmatig verlenen van diensten, aan huis verbonden beroepen daaronder niet begrepen;

1.8 bedrijfsvloeroppervlakte

de totale oppervlakte van de voor bedrijfsuitoefening benodigde bedrijfsruimte, inclusief de verkoopvloeroppervlakte, opslag- en administratieruimten en dergelijke;

1.9 bedrijfswoning

een woning die een functionele binding heeft met het bedrijf, de instelling of de inrichting, ten behoeve van beheer en/of toezicht op het bedrijf, de instelling of de inrichting;

1.10 bestemmingsgrens

de grens van een bestemmingsvlak;

1.11 bestemmingsplan

de geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels en de daarbij behorende bijlagen;

1.12 bestemmingsvlak

een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming;

1.13 bijgebouw

een op zichzelf staand, al dan niet vrijstaand gebouw, dat door de vorm onderscheiden kan worden van het hoofdgebouw en dat in architectonisch opzicht ondergeschikt is aan het hoofdgebouw. Een bijgebouw kan zijn een aangebouwd bijgebouw in de vorm van een aanbouw of een uitbouw, dan wel een vrijstaand bijgebouw;

1.14 bijzonder nachtverblijf

Bus, boot of enig ander voertuig, of gewezen voertuig of gedeelte daarvan, een en ander voor zover deze onderkomens of voertuigen geheel of ten dele zijn bestemd of opgericht dan wel worden gebruikt als recreatief nachtverblijf.

1.15 bouwen

Het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk.

1.16 bouwgrens

de grens van een bouwvlak;

1.17 bouwperceel

een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten;

1.18 bouwperceelgrens

de grens van een bouwperceel;

1.19 bouwvlak

een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde zijn toegelaten;

1.20 bouwwerk

elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die hetzij direct hetzij indirect met de grond is verbonden, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond;

1.21 buitenbar

een bouwwerk welke gebruikt wordt voor het uitserveren van (niet-)alcoholische dranken en ondersteunend is aan de horecafunctie met een oppervlakte van maximaal 20m2.

1.22 complex van cultuurhistorisch belang

ensemble van bestaande bebouwing en bijbehorende omgeving met aldaar aanwezige cultuurhistorische waarden en kenmerken;

1.23 dagrecreatie

een vorm van recreatie die niet langer duurt dan een dag. Er is dus geen sprake van overnachting.

1.24 dagrecreatieve voorzieningen

recreatie-elementen, zoals wandelparken, lig- en speelweiden, stadsstrand en picknickplaatsen.

1.25 dak

iedere boven beëindiging van een gebouw;

1.26 dakopbouw

een gedeelte van een gebouw, gesitueerd op de bovenste bouwlaag van een gebouw, met een oppervlakte van maximaal 60% van de oppervlakte van de bovenste bouwlaag en een afstand van minimaal 1 meter tot de voorgevel;

1.27 dienstverlening

het bedrijfsmatig verlenen van diensten, waarbij het publiek rechtstreeks (al dan niet via een balie) te woord wordt gestaan en geholpen;

1.28 ecologische hoofdstructuur

samenhangend netwerk van natuurgebieden van nationaal en internationaal belang met als doel de veiligstelling van ecosystemen met de daarbij behorende soorten bestaande uit de meest waardevolle natuur- en bosgebieden en andere gebieden met belangrijke aanwezige en te ontwikkelen natuurwaarden;

1.29 ecologische waarden en kenmerken

aanwezige en potentiële waarden, gebaseerd op de beoogde natuurkwaliteit voor het gebied, waartoe behoren natuurdoelen en natuurkwaliteit, geomorfologische processen, waterhuishouding, kwaliteit van bodem, water en lucht, rust, mate van stilte, donkerte, openheid, landschapsstructuur en belevingswaarde;

1.30 erf

al dan niet bebouwd perceel, of een gedeelte daarvan, dat direct is gelegen bij een hoofdgebouw en dat in feitelijk opzicht is ingericht ten dienste van het gebruik van dat gebouw, en, voor zover een bestemmingsplan of een beheersverordening van toepassing is, deze die inrichting niet verbieden;

1.31 evenement

elke voor publiek toegankelijke verrichting van vermaak die op grond van de Algemene Plaatselijke Verordening 2012 als vergunningplichtig wordt aangemerkt. Festiviteiten die binnen een inrichting worden georganiseerd en een besloten karakter hebben (zoals bv. bedrijfsfeestjes), worden daaronder niet begrepen. Het besloten karakter van een festiviteit kan onder meer tot komen uiting in het niet-commercieel zijn, in het niet heffen van entreegeld, in het persoonlijk uitnodigen van bezoekers, in het feit dat geen reclame wordt gemaakt en in het feit dat consumpties gratis worden verstrekt.

1.32 gebouw

elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt;

1.33 geluidgevoelige ruimte

geluidsgevoelige ruimte: ruimte binnen een woning voor zover die kennelijk als slaap-, woon-, of eetkamer wordt gebruikt of voor een zodanig gebruik is bestemd, alsmede een keuken van ten minste 11 m2;

1.34 hoofdgebouw

gebouw, of gedeelte daarvan, dat noodzakelijk is voor de verwezenlijking van de geldende of toekomstige bestemming van een perceel en, indien meer gebouwen op het perceel aanwezig zijn, gelet op die bestemming het belangrijkst is;

1.35 horeca
  • horeca van categorie 1 (hotel): Een horecabedrijf dat in hoofdzaak bestaat uit het verstrekken van nachtverblijf en waarbij het verstrekken van voedsel en dranken (daaraan) ondergeschikt is;
  • horeca van categorie 2 (restaurant): Een horecabedrijf, primair gericht op het, overdag en avond, verstrekken en bereiden van maaltijden voor gebruik ter plaatse en waar het verstrekken van dranken (daaraan) ondergeschikt is. Hieronder valt in elk geval niet horeca als bedoeld onder horeca categorie 4;
  • horeca van categorie 3 (daghoreca): Een horecabedrijf, waarbij de bedrijfsactiviteit gericht is op het – overdag – al dan niet ter plaatse verstrekken en bereiden van etenswaren en dranken en waarvan de openingstijden (in belangrijke mate) binnen de openingstijden van winkels vallen, zoals o.a. een lunchroom, koffiezaak, broodjeszaak en ijssalon (tot maximaal 22:00 uur). Hieronder valt in elk geval niet horeca als bedoeld onder horeca categorie 4;
  • horeca van categorie 4 (cafetaria): Een horecabedrijf, dat in hoofdzaak bestaat uit het verstrekken en bereiden van (al dan niet voor consumptie ter plaatse) bereide kleine etenswaren en waar het verstrekken van dranken (daaraan) ondergeschikt is. Hieronder valt onder andere counterverkoop en fastservice zwaar, zoals snackbar, grillroom, fastfoodrestaurant, shoarmazaak, delivery formules.
  • horeca van categorie 5 (café en bars): Een horecabedrijf, dat in hoofdzaak bestaat uit het in de avond en nacht verstrekken van dranken voor gebruik ter plaatse en het gelegenheid bieden voor dansen, als dan niet als nevenactiviteit het verstrekken van maaltijden.
  • horeca van categorie 6 (nachtzaak, discotheek, partycentrum): Een horecabedrijf dat gericht is op het in de avond en nacht verstrekken van dranken voor gebruik ter plaatse waarbij overwegend mechanische muziek wordt beluisterd en het verschaffen van dansgelegenheid een wezenlijk onderdeel vormt, zoals o.a. een nachtzaak, discotheek en partycentrum. Een dergelijke horecabedrijf is veelal tot later geopend dan een café en bar.
  • horeca van categorie 7 (speelautomatenhal): Een horecabedrijf, waarin een speelautomatenhal (conform de Wet op de Kansspelen) wordt geëxploiteerd en waar het verstrekken van dranken (daaraan) ondergeschikt is.
  • horeca van categorie 8 (shishalounge): Een horecabedrijf waar rechtmatig het roken van shisha wordt aangeboden.
1.36 kampeermiddel

tent, tentwagen, kampeerauto (camper), caravan of enig ander onderkomen of enig ander voertuig, geen bouwwerk zijnde, dat geschikt is voor tijdelijk recreatief nachtverblijf;

1.37 kampeerplaats

Een op het kampeerterrein aangegeven plek voor het plaatsen of geplaatst houden van maximaal één kampeermiddel, één bijzonder nachtverblijf of één recreatief nachtverblijf.

1.38 kampeerterrein

terrein, geheel of gedeeltelijk ingericht en bedrijfsmatig geëxploiteerd, dat is bestemd om daarop gelegenheid te geven tot het plaatsen of geplaatst houden van kampeermiddelen;

1.39 kap

de volledige of nagenoeg volledige afdekking van een gebouw in een gebogen vorm danwel met een dakhelling van ten minste 15° en ten hoogste 75°;

1.40 logies

Het gedurende een relatief kort tijdsbestek verstrekken van verblijf aan personen, die hun hoofdverblijf elders hebben.

1.41 maatschappelijke voorzieningen

sociaal-culturele en levensbeschouwelijke voorzieningen;

1.42 openbaar toegankelijk gebied

weg als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder b, van de Wegenverkeerswet 1994, alsmede pleinen, parken, plantsoenen, openbaar vaarwater en ander openbaar gebied dat voor publiek algemeen toegankelijk is, met uitzondering van wegen uitsluitend bedoeld voor de ontsluiting van percelen door langzaam verkeer;

1.43 plan

het bestemmingsplan Sluiswachterskade met identificatienummer NL.IMRO.0796.0002523-1401 van de gemeente 's-Hertogenbosch;

1.44 prostitutie

het zich tegen vergoeding beschikbaar stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met een ander;

1.45 recreatief nachtverblijf

Een bouwwerk waarbij het bieden van tijdelijk recreatief onderdak aan mensen centraal staat, niet zijnde een maatschappelijke voorziening.

1.46 seksinrichting

een voor publiek toegankelijke, besloten ruimte waarin bedrijfsmatig, of in omvang alsof zij bedrijfsmatig was, seksuele handelingen worden verricht, of vertoningen van erotisch pornografische aard plaatsvinden. Onder seksinrichting wordt in ieder geval verstaan: een (raam)prostitutiebedrijf, een seksbioscoop, een seksautomatenhal, een sekstheater, een parenclub, een privé-huis of een erotische massagesalon, al dan niet in combinatie met elkaar;

1.47 tentplaats

een plek die kan worden ingenomen door één tent.

1.48 terras

afgescheiden plek, met eventuele buitenbar, in de openlucht waar je kunt zitten, uitrusten of iets kunt consumeren.

1.49 verblijfsrecreatie

het verblijf voor recreatieve doeleinden buiten de eerste woning, waarbij ten minste één nacht wordt doorgebracht, met uitzondering van overnachtingen bij familie en kennissen;

1.50 vloeroppervlakte

de totale oppervlakte van hoofdgebouwen en aan- en bijgebouwen op de begane grond en de verdieping(en) met inbegrip van beneden peil gelegen bouwdelen;

Artikel 2 Wijze van meten

Bij toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten:

2.1 de bouwhoogte van een bouwwerk:

vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes, en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen.

2.2 de dakhelling:

langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak.

2.3 de goothoogte van een bouwwerk:

vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeibord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel;

2.4 de hoogte van een dakopbouw:

vanaf de afdekking van de bovenste bouwlaag tot aan het hoogste punt van de dakopbouw.

2.5 de hoogte van een kap:

vanaf de bovenkant goot, boeibord of daarmee gelijk te stellen constructiedeel tot aan het hoogste punt van de kap.

2.6 de inhoud van een bouwwerk:

tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen.

2.7 de oppervlakte van een bouwwerk:

tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk of ingeval dat geen gevelvlakken of scheidingsmuren aanwezig zijn, de oppervlakte vanaf de buitenzijde van het dak neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk.

2.8 het bebouwd oppervlak van een bouwperceel:

de oppervlakte van alle op een bouwperceel gelegen bouwwerken tezamen.

2.9 peil:
  • a. voor een hoofdgebouw met aangebouwde bijgebouwen: de hoogte van de kruin van de aan het bouw perceel grenzende weg;
  • b. voor andere gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde: de gemiddelde hoogte van het afgewerkte terrein ter plaatse van de bouw.

Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels

Artikel 3 Gemengd

3.1 Bestemmingsomschrijving

De voor 'Gemengd' aangewezen gronden zijn bestemd voor:

  • a. dagrecreatieve voorzieningen;
  • b. kunst, cultuur en ontspanning;
  • c. maatschappelijke voorzieningen;
  • d. sport- en speelvoorzieningen;
  • e. tuinen, erven en terreinen;
  • f. volkstuin;
  • g. ter plaatse van de aanduiding 'evenemententerrein' tevens voor evenementen, met in achtneming van het gestelde in artikel 3.3.2;
  • h. ter plaatse van de aanduiding 'horeca van categorie 3' tevens voor een horecabedrijf categorie 3, uitsluitend op de begane grond;
  • i. ter plaatse van de aanduiding 'kampeerterrein' tevens voor kampeerterrein, met dien verstande dat ter plaatse van de aanduiding 'Waardevolle boom' kamperen uitsluitend kan plaatsvinden in tenten geplaatst op een vlonder;
  • j. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van gemengd - stadsstrand uitgesloten' zijn alle dagrecreatieve voorzieningen met uitzondering van een stadsstrand toegestaan;
  • k. ter plaatse van de aanduiding 'terras' tevens voor (overdekt) terras met een buitenbar en toilet;
  • l. ter plaatse van de aanduiding 'Waardevolle boom' tevens voor instandhouding en bescherming van de waardevolle bomenstructuur;
  • m. aan de hoofdfunctie ondergeschikte voorzieningen zoals verkeersvoorzieningen, fietsrekken, groen en groenvoorzieningen, water en waterhuishoudkundige voorzieningen, tuinen, erven en terreinen.

3.2 Bouwregels
3.2.1 Algemeen
  • a. voor het bouwen geldt algemeen dat in of op deze gronden uitsluitend voor deze bestemming mag worden gebouwd;
  • b. de gebouwen en overkappingen moeten binnen een bouwvlak worden gebouwd en vallen onder het bebouwingspercentage;
  • c. een bouwwerk dat dient als buitenbar is alleen toegestaan binnen de aanduiding 'terras';
  • d. de maximale bebouwingspercentages van de bouwvlakken zijn op de verbeelding aangegeven.
3.2.2 Gebouwen
  • a. Voor het bouwen van gebouwen gelden de volgende regels;
    • 1. de maximale bouwhoogte is op de verbeelding aangegeven;
    • 2. de maximale goothoogte is op de verbeelding aangegeven.
  • b. In afwijking van 3.2.1. onder b zijn ter plaatse van de aanduiding 'Waardevolle boom' gebouwen niet toegestaan.
3.2.3 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde
  • a. Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, bedraagt de maximale bouwhoogte 3 meter met dien verstande dat:
    • 1. de maximale bouwhoogte van terrein- en erfafscheidingen vanaf de voet gemeten 1 meter bedraagt;
    • 2. de maximale bouwhoogte van terrein- en erfafscheidingen vanaf de voet gemeten 2 meter bedraagt, mits sprake is van een gaaswerk met begroeiing.
  • b. In afwijking van 3.2.3. onder a zijn ter plaatse van de aanduiding 'Waardevolle boom' bouwwerken, geen gebouwen zijnde, niet toegestaan.
3.2.4 Afwijking bouwregels
  • a. Het bevoegd gezag kan met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 3.2.3 onder b voor het bouwen van een vlonder ten behoeve van het plaatsen van tenten;
  • b. Een omgevingsvergunning kan pas worden verleend, nadat een door een gecertificeerd European Tree Technician (of adviseur van vergelijkbare expertise) uitgevoerde bomeneffectanalyse overlegd wordt, waarin de gevolgen voor de (monumentale) waarden van de boom zijn beoordeeld en naar het oordeel van het bevoegd gezag geen onevenredige aantasting plaatsvindt van de conditie, levensverwachting en groeiplaats van de ter plaatse aanwezige boom of bomen.

3.3 Specifieke gebruiksregels
3.3.1 Algemeen

Als met het plan strijdig gebruik wordt in ieder geval bedoeld het gebruik van de gronden en de daarop voorkomende bouwwerken c.q. gebouwen of delen daarvan ten behoeve van:

  • wonen;
  • horeca categorie 1, 2. 4, 5, 6, 7 en 8;
  • dienstverlening;
  • prostitutie;
  • seksinrichting.
3.3.2 Evenementen

Ter plaatse van de aanduiding 'evenemententerrein' zijn evenementen alleen toegestaan indien:

  • 1. het maximaal aantal bezoekers, dat gelijktijdig aanwezig is, 600 bedraagt;
  • 2. maximaal 12 evenementen per jaar, waarvan maximaal 2 per maand, mogen plaatsvinden, waarvan maximaal 5 geluidsevenementen per jaar waarbij versterkt geluid bepalend is voor de aard van het evenement;
  • 3. een evenement maximaal 1 dag (excl. opbouwen en afbreken) mag duren;
  • 4. bij geluidsevenementen vindt de opstelling van de muziekinstallatie niet onder de brug plaats;
  • 5. bij 5 geluidsevenementen het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau op de gevel van van een geluidsgevoelige bestemming niet meer bedraagt dan 60dB(A) en 75 dB(C) (norm voor lage tonen);
  • 6. bij niet-geluidsevenementen het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau op de gevel van een geluidsgevoelige bestemming niet meer bedraagt dan 50 dB(A) etmaalwaarde;
  • 7. de eindtijd van muziekactiviteiten op vrijdag en zaterdag (en weekdagen waarop een nationale feestdag volgt) uiterlijk 24:00 uur is en voor de overige dagen uiterlijk 23:00 uur;
  • 8. bij (de op- en afbouw van) een evenement dient het Ecologisch werkprotocol, zoals opgenomen in bijlage 2 bij deze regels, in acht te worden genomen;
  • 9. het fietsparkeren in ieder geval op eigen terrein plaatsvindt.

3.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden
  • a. Het is verboden binnen de aanduiding 'Waardevolle boom', zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning, de volgende werken en werkzaamheden uit te voeren of te laten uitvoeren:
  • het ophogen en afgraven van gronden;
  • het aanbrengen van verhardingen;
  • het aanbrengen van ondergrondse en bovengrondse transport-, energie- of telecommunicatieleidingen, en daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur.

  • b. Het verbod onder a geldt niet voor werken of werkzaamheden:
  • 1. die het normale onderhoud en beheer betreffen;
  • 2. die op het tijdstip waarop het plan rechtskracht verkrijgt in uitvoering zijn;
  • 3. die mogen worden uitgevoerd op grond van een reeds verleende vergunning.

  • c. Een omgevingsvergunning voor werken en werkzaamheden als bedoeld onder a kan pas worden verleend, nadat een door een gecertificeerd European Tree Technician (of adviseur van vergelijkbare expertise) uitgevoerde bomeneffectanalyse overlegd wordt, waarin de (monumentale) waarden van de boom zijn beoordeeld en naar het oordeel van het bevoegd gezag geen onevenredige aantasting plaatsvindt van de conditie, levensverwachting en groeiplaats van de ter plaatse aanwezige boom of bomen.

3.5 Nadere eisen

Burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen aan de plaats en afmeting van de bebouwing, ten behoeve van:

  • a. een samenhangend straat- en bebouwingsbeeld;
  • b. de verkeersveiligheid;
  • c. de milieusituatie;
  • d. de sociale veiligheid;
  • e. de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden;
  • f. de situering van het laden en lossen op het perceel.

Artikel 4 Verkeer

4.1 Bestemmingsomschrijving

De voor 'Verkeer' aangewezen gronden zijn bestemd voor:

  • a. wegen en wegverkeer;
  • b. fiets- en voetpaden en langzaam verkeer;
  • c. verblijfsgebied en verblijf;
  • d. verkeersvoorzieningen;
  • e. groen en groenvoorzieningen;
  • f. water en waterhuishoudkundige voorzieningen;
  • g. ter plaatse van de aanduiding 'gemengd' onder de brug tevens voor de functies onder artikel 3.1 aanhef, sub a tot en met f;
  • h. ter plaatse van de aanduiding 'parkeerterrein' onder de brug tevens voor parkeerterrein;
  • i. ter plaatse van de aanduiding 'water' onder de brug tevens voor water;
  • j. ter plaatse van de aanduiding 'evenemententerrein' tevens voor evenementen, met in achtneming van het gestelde in artikel 4.3.2
  • k. aan de hoofdfunctie ondergeschikte voorzieningen zoals speelvoorzieningen, openbare verblijfsvoorzieningen, nutsvoorzieningen, standplaatsen en terrassen.
4.2 Bouwregels
4.2.1 Algemeen

Voor het bouwen geldt algemeen dat in of op deze gronden uitsluitend voor deze bestemming mag worden gebouwd.

4.2.2 Gebouwen

Ter plaatse van de bestemming 'Verkeer' zijn gebouwen niet toegestaan.

4.2.3 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde

Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels:

  • a. de maximale bouwhoogte van kunstobjecten en bouwwerken voor verlichting, geleiding, beveiliging en regeling van het verkeer is 10 meter;
  • b. de maximale bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, is 5 meter;

4.3 Specifieke gebruiksregels
4.3.1 Algemeen

Als met het plan strijdig gebruik wordt in ieder geval bedoeld het gebruik van de gronden en de daarop voorkomende bouwwerken c.q. gebouwen of delen daarvan ten behoeve van:

  • wonen;
  • horeca categorie 1, 2. 4, 5, 6, 7 en 8;
  • dienstverlening;
  • prostitutie;
  • seksinrichting.

4.3.2 Evenementen

Ter plaatse van de aanduiding 'evenemententerrein' zijn evenementen alleen toegestaan indien:

  • 1. het maximaal aantal bezoekers, dat gelijktijdig aanwezig is, 600 bedraagt;
  • 2. maximaal 12 evenementen per jaar, waarvan maximaal 2 per maand, mogen plaatsvinden, waarvan maximaal 5 geluidsevenementen per jaar waarbij versterkt geluid bepalend is voor de aard van het evenement;
  • 3. een evenement maximaal 1 dag (excl. opbouwen en afbreken) mag duren;
  • 4. bij geluidsevenementen vindt de opstelling van de muziekinstallatie niet onder de brug plaats;
  • 5. bij 5 geluidsevenementen het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau op de gevel van van een geluidsgevoelige bestemming niet meer bedraagt dan 60dB(A) en 75 dB(C) (norm voor lage tonen);
  • 6. bij niet-geluidsevenementen het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau op de gevel van een geluidsgevoelige bestemming niet meer bedraagt dan 50 dB(A) etmaalwaarde;
  • 7. de eindtijd van muziekactiviteiten op vrijdag en zaterdag (en weekdagen waarop een nationale feestdag volgt) uiterlijk 24:00 uur is en voor de overige dagen uiterlijk 23:00 uur.
  • 8. bij (de op- en afbouw van) een evenement dient het Ecologisch werkprotocol, zoals opgenomen in bijlage 2 bij deze regels, in acht te worden genomen;
  • 9. het fietsparkeren in ieder geval op eigen terrein plaatsvindt.

4.4 Nadere eisen

Burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen aan de plaats en afmeting van de bebouwing, ten behoeve van:

  • a. een samenhangend straat- en bebouwingsbeeld;
  • b. de verkeersveiligheid;
  • c. de milieusituatie;
  • d. de sociale veiligheid;
  • e. de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden.

Artikel 5 Water

5.1 Bestemmingsomschrijving

De voor 'Water' aangewezen gronden zijn bestemd voor:

  • a. water en waterhuishoudkundige voorzieningen;
  • b. waterberging;
  • c. recreatief medegebruik ten behoeve van dagrecreatie waaronder recreatievaart;
  • d. oever;
  • e. groen en groenvoorzieningen;
  • f. ter plaatse van de aanduiding 'steiger' uitsluitend voor steiger(s) met dien verstande dat;
  • 1. de steiger(s) drijvend is/zijn;
  • 2. de drijvende steiger fungeert ten behoeve van de functies die binnen de bestemming 'Gemengd';
  • g. aan de hoofdfunctie ondergeschikte voorzieningen zoals groen en groenvoorzieningen, watersportvoorzieningen, openbare verblijfsvoorzieningen, kunstobjecten, nutsvoorzieningen, taluds, bermen, kademuren.
5.2 Bouwregels
5.2.1 Algemeen

Voor het bouwen geldt algemeen dat in of op deze gronden uitsluitend voor deze bestemming mag worden gebouwd.

5.2.2 Gebouwen

Op of in deze bestemming mogen geen gebouwen worden gebouwd met uitzondering van het afmeren van boten ter plaatse van de aanduiding 'steiger'.

5.2.3 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde

Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels:

  • a. ter plaatse van de aanduiding 'steiger' zijn drijvende steigers toegestaan;
  • b. de maximale bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, is 3 meter.
5.3 Specifieke gebruiksregels
  • a. Het is verboden de in deze bestemming begrepen gronden en de daarop voorkomende bouwwerken te gebruiken of in gebruik te geven of te laten gebruiken voor een doel of op een wijze strijdig met deze bestemming.
  • b. Als met het plan strijdig gebruik wordt in ieder geval bedoeld het gebruik van de gronden ter plaatse van de aanduiding 'steiger' voor nachtverblijf en het afmeren van woonschepen.

Hoofdstuk 3 Algemene regels

Artikel 6 Anti-dubbeltelregel

Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.

Artikel 7 Algemene bouwregels

  • a. Bij de toepassing van de bouwregels in dit plan worden ondergeschikte bouwdelen zoals plinten, pilasters, kozijnen, gevelversieringen, ventilatiekanalen, liftschachten, gevel- en kroonlijsten, luifels, uitbouwen, balkons en overstekende daken buiten beschouwing gelaten, mits de overschrijding van bouw- c.q. bestemmingsgrenzen niet meer bedraagt dan 1 meter.
  • b. Bouwwerken die op het moment van vaststelling van dit bestemmingsplan met een daartoe verleende vergunning binnen het plangebied aanwezig of opgericht zijn of kunnen worden opgericht maar die in strijd zijn met dit bestemmingsplan, worden geacht aan dit bestemmingsplan te voldoen.
  • c. Bij het verlenen van een omgevingsvergunning voor het bouwen staat vast dat voldoende parkeergelegenheid voor auto's wordt gerealiseerd, overeenkomstig de normen in de beleidsregels die zijn neergelegd in de Nota Parkeernormering 2021;
  • d. Als de beleidsregels als bedoeld onder c wijzigen, wordt met die wijziging rekening gehouden.

Artikel 8 Algemene gebruiksregels

  • a. Het is verboden de in deze bestemming begrepen gronden en de daarop voorkomende bouwwerken te gebruiken of in gebruik te geven of te laten gebruiken voor een doel of op een wijze strijdig met de bestemmingen van dit plan.
  • b. Het gebruik van gronden en gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, voor de bestemmingen in dit plan is uitsluitend toegestaan als voldoende parkeergelegenheid voor auto's wordt gerealiseerd en gehandhaafd, overeenkomstig de normen in de beleidsregels die zijn neergelegd in de Nota Parkeernormering 2021.

Artikel 9 Algemene aanduidingsregels

Geluidzone - industrie

In afwijking van het bepaalde bij de andere voor die gronden aangewezen bestemmingen geldt ter plaatse van de aanduiding 'geluidzone - industrie', dat een op grond van de aangewezen bestemmingen toelaatbaar gebouw, of de uitbreiding daarvan, welk aangemerkt kan worden als een geluidsgevoelig object, slechts mag worden gebouwd indien de geluidsbelasting vanwege het industrieterrein Zuid '66 op de gevels van dit gebouw niet hoger zal zijn dan de daarvoor geldende voorkeursgrenswaarde of een verkregen hogere grenswaarde.

Artikel 10 Algemene afwijkingsregels

  • a. Het bevoegd gezag kan, mits het straat- en bebouwingsbeeld, de woonsituatie, de milieusituatie, de verkeersveiligheid, de sociale veiligheid en de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden niet onevenredig worden aangetast, met een omgevingsvergunning afwijken van de regels en de verbeelding:
    • 1. voor een vermeerdering of vermindering van maten en normen tot 10% van die maten en normen;
    • 2. voor een geringe afwijking van plaats en richting van bestemmingsgrenzen en bouwgrenzen als dit noodzakelijk is in verband met afwijkingen of onnauwkeurigheden van de verbeelding ten opzichte van de feitelijke situatie of in die gevallen waarin een rationele verkaveling van de gronden een geringe afwijking vergt;
    • 3. voor een grotere bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, en bouwwerken ten behoeve van verlichting, geleiding, beveiliging en regeling van het verkeer tot een bouwhoogte van 10 meter;
    • 4. voor een grotere bouwhoogte van gebouwen vanwege plaatselijke verhogingen, zoals schoorstenen, luchtkokers, liftkokers en lichtkappen, onder de volgende voorwaarden:
      • de maximale oppervlakte van de plaatselijke verhoging is 10% van het dakoppervlak;
      • de maximale hoogte van de plaatselijke verhoging is 4 meter.
  • b. Het bevoegd gezag wijkt met een omgevingsvergunning af van het bepaalde in artikel 8, indien strikte toepassing daarvan zou leiden tot een beperking van het meest doelmatige gebruik die niet door dringende redenen wordt gerechtvaardigd.

Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels

Artikel 11 Overgangsrecht

11.1 Overgangsrecht bouwwerken
  • 1. Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot,
    • a. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd;
    • b. na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan.
  • 2. Het bevoegd gezag kan eenmalig in afwijking van het eerste lid een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in het eerste lid met maximaal 10%.
  • 3. Het eerste lid is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan.
11.2 Overgangsrecht gebruik
  • 1. Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet.
  • 2. Het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld in het eerste lid, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind.
  • 3. Indien het gebruik, bedoeld in het eerste lid, na het tijdstip van inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten.
  • 4. Het eerste lid is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.

Artikel 12 Slotregel

Deze regels worden aangehaald als:

Regels van het bestemmingsplan Sluiswachterskade.