| Plan: | Mozartsingel 3 |
|---|---|
| Status: | vastgesteld |
| Plantype: | bestemmingsplan |
| IMRO-idn: | NL.IMRO.0796.0002418-1401 |
Het voorliggende plan heeft betrekking op een voormalige schoollocatie aan de Mozartsingel 3 te 's-Hertogenbosch. Het is de bedoeling om het bestaande gebouw te slopen en te vervangen voor een kleinschalig initiatief voor maximaal 18 woonzorgappartementen. Met de voorliggende bestemmingsplanherziening wordt deze herontwikkeling planologisch mogelijk gemaakt.
Voor het plangebied geldt het bestemmingsplan 'Zuid'. Dit bestemmingsplan is vastgesteld door de gemeenteraad van 's-Hertogenbosch op 17 mei 2011. Het plangebied is hierin bestemd als 'Maatschappelijk'. Binnen de bestemming 'Maaatschappelijk' is een bibliotheek, gezondheidszorg, kinderopvang, onderwijs, openbare dienstverlening, praktijkruimte, religie, verenigingsleven, welzijnsinstelling, zorginstelling en aan de hoofdfunctie ondergeschikte voorzieningen toegestaan.
Uitsnede bestemmingsplan 'Zuid'
Binnen het bouwvlak kunnen gebouwen met een maximale goot- en bouwhoogte van 10 meter worden gebouwd. Het bouwvlak mag voor 75% bebouwd worden.
Het voorliggende initiatief past qua functie binnen het bestemmingsplan, echter de nieuwbouw past niet binnen de bouwbepalingen.
In hoofdstuk 2 wordt de huidige situatie van het plangebied beschreven. Een korte planbeschrijving is te vinden in hoofdstuk 3. Het beleidskader dat van toepassing is op de locatie en het initiatief is opgenomen in hoofdstuk 4. Vervolgens worden de verschillende milieu aspecten beschreven in hoofdstuk 5. Hoofdstuk 6 geeft een toelichting op de regels. De financiële haalbaarheid van het initiatief komt in hoofdstuk 7 aan de orde. Hoofdstuk 8 beschrijft de resultaten van inspraak en vooroverleg.
Het plangebied ligt in het zuiden van 's-Hertogenbosch. Het plangebied beslaat het perceel van een voormalige school met plein. Het betreft het kadastrale perceel met nummer HTG00 N01044, het perceel is in eigendom van de gemeente 's-Hertogenbosch. De grond wordt ten behoeve van dit plan verkocht aan woningbouwcorporatie BrabantWonen.
Plangebied
Bestaande situatie
Het plangebied ligt in de wijk Zuid. Deze wijk kent een ruime opzet. Er is veel groen aanwezig. Het westelijke deel van Zuid is gebouwd in de jaren '50. De bebouwing in dit deel van de wijk wordt gekenmerkt door een herkenbare architectuur (Bossche en Delftse School). Het oostelijke deel van de wijk Zuid is later gebouwd. De bebouwing hier is voor het grootste deel in de jaren '60 en '70 gerealiseerd. Het plangebied Mozartsingel 3 ligt in een zone die als schakel kan worden gezien tussen deze twee delen van Zuid. Deze zone heeft een meer ambigu karakter als het gaat om de stedenbouwkundige structuur. Enerzijds wordt het gebied begrenst door ruime (vrijstaande) woningen op dito kavels, anderzijds ligt het plangebied tussen aaneengesloten bebouwing en appartementenblokken, variërend van 3 tot 4 lagen.
Het perceel zelf kent een ruime opzet. Het betreft hier een oude schoollocatie die thans tijdelijk wordt bewoond. Het voormalige schoolgebouw bestaat uit twee bouwlagen en ligt ten opzichte van de openbare ruimte wat verder naar achteren geschoven. De open ruimte aan de voorzijde van het gebouw werd in het verleden gebruikt als schoolplein. Hier staat ook een fraaie kastanjeboom. Aan de achterzijde van het schoolgebouw is een tuin. Hier staan enkele bomen en de tuin heeft verder een groene invulling.
Kenmerkend is de diversiteit aan functies en sferen die het plangebied omgeven. Beginnend bij de Zuiderparkweg, met de klok mee, zijn dat respectievelijk twee vrijstaande villas, een solitair kantoorgebouw met een alzijdige uitstraling, een appartementengebouw, een expeditiestraat voor de aanliggende aaneengesloten bebouwing met een gemengde functie en een parkeerterrein. Het parkeerterrein behoort bij de appartementen die ten zuidwesten van het plangebied zijn gesitueerd.
Vanuit ruimtelijk-stedenbouwkundige en historisch oogpunt bezien heeft de locatie Mozartsingel 3 echter het meeste verwantschap met de ruim opgezette verkaveling en het groene karakter rondom deze straat. Hier heeft het dan ook de voorzijde en vindt de ontsluiting plaats. Het is in dat opzicht vanzelfsprekend dat eventuele nieuwbouw aan de hand van de ruimtelijke kenmerken van de Mozartsingel uiteindelijk gestalte krijgt.
Het bouwplan betreft een kleinschalig initiatief voor maximaal 18 woonzorgappartementen. Het gaat om de huisvesting van 18 jongeren tussen de 20 en 35 jaar met een lichte verstandelijke of geestelijke beperking.
De jongeren wonen straks in groepsverband. De jongeren beschikken over een eigen appartement. Daarnaast zijn er in het complex twee gemeenschappelijke ruimten aanwezig; één op de begane grond en één op de verdieping. De jongeren eten onder andere daar samen. Het is de bedoeling dat er gezamenlijk gegeten wordt in twee groepen, waardoor vereenzaming voorkomen wordt.
De bewoners hebben straks 24 uur per dag zorg ter beschikking; er is altijd professionele begeleiding aanwezig in het complex en 's nachts is er altijd ook een slaapwacht aanwezig. Ook zal voor iedere bewoner een zorgplan worden opgesteld. De begeleiding is gericht op de dagelijkse bezigheden van de bewoners. Als iemand hulp nodig heeft, dan staat er begeleiding klaar om de bewoners hulp te bieden om steeds meer dingen zelfstandig te kunnen doen. De bewoners kunnen niet verblijven in de appartementen zonder professionele hulp. Overdag verblijven de jongeren niet in het woongebouw, er vindt voor alle bewoners dagbesteding of werk buitenhuis plaats.
Bij de herontwikkeling is veel aandacht besteed aan de inpassing bij de bestaande omgeving. De woonzorgappartementen passen goed in de lijn met het huidige bestemmingsplan voor de locatie Mozartsingel 3. Er geldt nu een maatschappelijke bestemming waarin de volgende functies zijn toegestaan: bibliotheek, gezondheidszorg, kinderopvang, onderwijs, openbare dienstverlening, praktijkruimte, religie, verenigingsleven, welzijnsinstelling en een zorginstelling. In het bestemmingsplan is een bouwvlak opgenomen met een maximale goot- en bouwhoogte van 10 meter, waarbij het bouwvlak voor 75% mag worden bebouwd.
De nieuwbouw van de woonzorgappartementen sluit hier in meerdere opzichten goed bij aan. De nieuwbouw bestaat uit twee bouwlagen. De absolute hoogte van de bouwmassa komt daarmee op circa 8 meter uit. Het gebouw is zo gesitueerd op het perceel dat het enerzijds kan worden gezien als een voortzetting van de bebouwingsstrook (appartementen) aan de zuidzijde van de kavel, maar anderzijds ook als een volume dat aansluiting zoekt bij de vrijstaande woonbebouwing aan de Zuiderparkweg.
Doordat de open ruimte aan de voorzijde, het voormalige schoolplein, ook in de nieuwe situatie grotendeels onbebouwd blijft, sluit de nieuwe situatie ook goed aan bij het solitaire kantoorgebouw dat aan op de hoek Mozartsingel-Vivaldistraat staat. Het beeld dat zo ontstaat sluit aan bij het open, ruime en groene karakter die de Mozartsingel kenmerkt. De toegepaste architectuur zal worden afgestemd op het informele (woon)karakter dat dit deel van de wijk Zuid kenmerkt.
De erfafscheidingen worden groen aangeplant. Aan de Mozartsingel wordt het bestaande groen ingepast in de nieuwe terreininrichting. De drie bomen die moeten wijken voor de nieuwbouw, zullen worden gecompenseerd binnen het plangebied en zijn opgenomen in het inrichtingsplan. Voor de bomen die dicht tegen de nieuwbouw aan staan, is een bomenbeschermingsplan opgesteld.
Gevels en impressie nieuwe situatie
Ontsluiting
De huidige uitrit wordt versmald, zodat die uitrit alleen gebruikt kan worden als langzaam verkeersontsluiting. Voor de toegang naar het parkeerterrein wordt een nieuwe uitrit aangelegd. Vanuit veiligheid worden beide verkeersstromen gesplitst. Er wordt zoveel mogelijk rekening gehouden met de bestaande groenstructuur.
Parkeren
Voor ontwikkelingen op het gebied van de ruimtelijke ordening is op 6 september 2016 een parkeernormenbeleid vastgesteld. Dit beleid is vastgelegd in de Nota Parkeernormering 2016 Auto en Fiets. De nota geeft normen en richtlijnen voor functies, gebaseerd op kentallen van het CROW, voor de zes verschillende zones binnen de gemeente. Het plangebied ligt volgens de "Nota Parkeernormering 2016" in zone 3: overig bebouwde kom (plaats). Per wooneenheid in een verpleeg/verzorgingstehuis geldt een parkeernorm van 0,6, waarvan 0,3 parkeerplaats toegerekend wordt voor bezoekers.
In de nieuwe situatie zijn 18 woonzorgappartementen aanwezig. 18x 0,6= 10.8 parkeerplaatsen. Op onderstaande tekening wordt aangegeven waar deze parkeerplaatsen gerealiseerd gaan worden. Deze parkeerplaatsen worden op eigen terrein aangelegd.
Concept tekening ontsluiting en parkeren nieuwe situatie
Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte
Op 13 maart 2012 is de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte in werking getreden. Met de Structuurvisie brengt het Rijk de ruimtelijke ordening zo dicht mogelijk bij burgers en bedrijven, laat het meer over aan gemeenten en provincies en komen de burgers en bedrijven centraal te staan. Het Rijk kiest voor een selectieve inzet van rijksbeleid op 13 nationale belangen. Buiten deze 13 belangen hebben decentrale overheden beleidsvrijheid:
Het laatstgenoemde nationaal belang houdt in dat bij stedelijke ontwikkelingen de ladder van duurzame verstedelijking (zoals opgenomen in artikel 3.1.6 lid 2 Bro) dient te worden gemotiveerd.
Toetsing van het initiatief aan de Ladder voor duurzame verstedelijking en overig rijksbeleid
In de SVIR is de ladder voor duurzame verstedelijking geïntroduceerd. Deze ladder is per 1 oktober 2012 als motiveringseis in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) (artikel 3.1.6, lid 2) opgenomen. Doel van de ladder voor duurzame verstedelijking is een goede ruimtelijke ordening door een optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden. Hierbij dient de behoefte aan een stedelijke ontwikkeling te worden aangetoond. De ladder kent drie treden die achter elkaar worden doorlopen.
Indien de ladder voor duurzame verstedelijking wordt doorlopen, wordt het volgende geconstateerd.
De eerste vraag is, is of er sprake is van een 'nieuwe stedelijke ontwikkeling'. Als eerste kan worden geconstateerd, dat er in ieder geval sprake lijkt van een stedelijke ontwikkeling. De bouw van 18 woonzorgappartementen voldoet aan dat criterium. De vraag is vervolgens of het plan moet worden gezien als een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Volgens vaste jurisprudentie moet bij het beoordelen van een nieuwe stedelijke ontwikkeling, beschouwd worden of de bebouwingsmogelijkheden c.q. nieuw ruimtebeslag dusdanig toenemen, en/of de functiewijziging van aard en omvang dusdanig is, dat er sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Dat lijkt in het geval van de Mozartsingel niet het geval.
Er is op dit moment immers al een pand aanwezig met een maatschappelijke bestemming. De nieuwbouw wijkt niet veel af van de footprint van de huidige bebouwing. Het nieuwe plan gaat uit van een woonzorgcomplex ten opzichte van de huidige functie schoolcomplex. Wat betreft aard en omvang is het nieuwe plan niet per se belastender of stedelijker dan het huidig planologisch regime. Het is dus maar de vraag of er sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Zekerheidshalve wordt wel verder getoetst aan de ladder duurzame verstedelijking.
Dat betekent dat moet worden beschouwd of het bestemmingsplan binnen stedelijk gebied ligt en wat de behoefte is aan de ontwikkeling.
De locatie ligt binnen het bestaand stedelijk gebied van de wijk Zuid en voldoet dus aan de eerste vereiste.
Wat betreft de behoefte het volgende. In het Sociaal Woonakkoord hebben gemeente en corporaties Brabant Wonen, Zayaz, Kleine Meierij en Mooiland afspraken gemaakt over de toekomstige beschikbaarheid van sociale huurwoningen. Onder andere is afgesproken het langer thuis wonen (met zorg) en het streven naar inclusie in de samenleving van kwetsbare groepen te faciliteren door hen passende huisvesting te bieden. De partijen ondersteunen zowel de trend van intramuraal naar zelfstandig (beschut) wonen (extramuralisering) als de wens van mensen om zo lang mogelijk zelfstandig én zelfredzaam te blijven (ambulantisering en langer thuis wonen).
Gemeente en corporaties willen medewerking verlenen aan goede initiatieven die voorzien in deze nieuwe en groeiende behoefte. Daarvoor kunnen enkele vrijkomende scholen /locaties of ander maatschappelijk vastgoed (ook van zorginstellingen) goed gebruikt worden. Daarnaast kan ook leegkomend zorgvastgoed opnieuw bestemd worden voor nieuwe zorginitiatieven. Toevoegingen hierbinnen vallen ook onder de quotumafspraken van het Sociaal Woonakkoord.
Ouderinitiatieven & zorginstellingen benaderen op dit moment zowel gemeente als de individuele corporaties om hun woonzorg initiatief te bespreken en medestanders te vinden. Er ligt stedelijk een groot aantal verzoeken voor woonzorg initiatieven, sterk variërend in doelgroep en haalbaarheid. Vanuit woon- en zorgbeleid is er een voorkeur voor kleinschalige wooncomplexen, levensloopbestendige en flexibele woningen die ook gebruikt kunnen worden voor reguliere bewoning. Voor deze nieuwe kleinschalige woonzorgcomplexen zoeken wij locaties verspreid over de wijken. De locatie Mozartsingel 3 (voormalig leegstaand schoolgebouw) in Zuidoost is een goede locatie voor een woonzorginitiatief voor jongeren.
De woonzorgwoningen die met deze ontwikkeling worden toegevoegd aan de voorraad passen in de regionale afspraken die daarover zijn gemaakt in de Regionale Agenda Wonen 2016. De bevolking van 's-Hertogenbosch blijft groeien de komende decennia en deze mensen zullen op zoek gaan naar huisvesting in de stad. 's-Hertogenbosch heeft als centrale stad met betrekking tot de opvang van de woningbehoefte een regionale taakstelling. Volgens de laatste bevolkingsprognoses van de provincie Noord-Brabant (2017) moet de woningvoorraad van 's-Hertogenbosch de komende jaren nog fors groeien. In de periode 2016-2026 is de opgave voor 's-Hertogenbosch liefst 7.365 woningen. De vraag naar woonruimte in 's-Hertogenbosch is en blijft dus groot. Om deze behoefte te kunnen opvangen, dienen er voldoende woningen te worden gebouwd.
De nieuwbouw van betaalbare woningen voor de doelgroepen starters, senioren en alleenstaanden past in het gemeentelijk woonbeleid zoals vastgelegd in de Nota Wonen 2012 en de Woonagenda 2017/2018. Kernpunten van het woonbeleid zijn, onder andere:
- Een evenwichtige woningmarkt met voldoende slaagkansen voor de diverse doelgroepen en inkomensgroepen
- Levensloopbestendige wijken en woningen
- Duurzaam ruimtegebruik
- Vitaal houden van dorpskernen
De herontwikkeling van de locatie Mozartsingel 3 naar woonzorgwoningen voor de doelgroep jongeren past in dit beleid. Gezien het vorenstaande wordt geconcludeerd dat het voornemen in lijn is met de ladder voor duurzame verstedelijking en met het rijksbeleid.
Besluit Algemene Regels Ruimtelijke Ordening
Op 30 december 2011 is het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) in werking getreden. Dit besluit stelt eisen aan een bestemmingsplan daar waar het gaat om gebieden van nationaal belang:
Structuurvisie Ruimtelijke Ordening
Op 1 januari 2011 is de Structuurvisie Ruimtelijke Ordening in werking getreden. Hierin geeft de provincie Noord-Brabant de hoofdlijnen aan van het provinciaal ruimtelijk beleid tot 2025 (met een doorkijk naar 2040). De visie is bindend voor het ruimtelijk handelen van de provincie. Het is de basis voor de wijze waarop de provincie de instrumenten inzet die de Wet ruimtelijke ordening haar biedt. De visie ondersteunt daarnaast het beleid op andere provinciale beleidsterreinen, zoals het economisch, mobiliteits-, sociaal, cultureel, milieu- en natuurbeleid. Met deze structuurvisie geeft de provincie ook (mede) gestalte aan nationale ruimtelijke belangen en doelen.
Deel A bevat de hoofdlijnen van het beleid. Op basis van trends en ontwikkelingen heeft de provincie haar ruimtelijke belangen gedefinieerd en ruimtelijke keuzes gemaakt. De ruimtelijke visie is uitgewerkt in dertien provinciale ruimtelijke belangen, zoals de concentratie van verstedelijking. De wijze waarop de provincie deze ruimtelijke belangen behartigt is uitgewerkt in vier manieren van sturen: regionaal samenwerken; ontwikkelen, zowel gebiedsgericht als thematisch zoals de Ecologische Hoofdstructuur en de herstructurering van bedrijventerreinen; beschermen van provinciale belangen zoals zorgvuldig ruimtegebruik en ruimtelijke kwaliteit, door middel van de Verordening ruimte; stimuleren, door middel van subsidies en door het beschikbaar stellen van kennis en informatie. In deel B staan de ambities, het beleid en de uitvoering voor de vier ruimtelijke structuren: de groenblauwe structuur, het landelijk gebied, de stedelijke structuur en de infrastructuur.
Het voornemen sluit aan bij de provinciale beleidsvisie.
Verordening Ruimte Noord-Brabant
De Verordening Ruimte Noord-Brabant is één van de uitvoeringsinstrumenten voor de provincie om haar doelen te realiseren. Provinciale Staten van de provincie Noord-Brabant hebben op 11 mei 2012 de Verordening ruimte Noord-Brabant 2012 vastgesteld.
Belangrijke onderwerpen in de Verordening ruimte zijn:
Figuur 5: Kaart Verordening Ruimte provincie Noord-Brabant
Op de kaart behorende bij de provinciale verordening is het plangebied aangeduid als 'bestaand stedelijk gebied, stedelijk concentratiegebied'. Binnen de stedelijke concentratiegebieden en de daarbij behorende zoekgebieden voor verstedelijking liggen mogelijkheden voor verdere verstedelijking. Het initiatief past binnen dit beleidsvoornemen.
Tevens voldoet het voornemen aan de formele artikelen van de Verordening Ruimte. Artikel 4.2 geeft aan dat een stedelijke ontwikkeling uitsluitend in bestaand stedelijk gebied ligt. Gelet op bovenstaande en figuur 5 voldoet het voornemen hier aan.
De ruimtelijke ontwikkeling is in overeenstemming met het provinciaal ruimtelijk beleid.
Ruimtelijke StructuurVisie 's-Hertogenbosch
In juni 2003 heeft de gemeenteraad van 's-Hertogenbosch de Ruimtelijke StructuurVisie vastgesteld, met de ondertitel 'Stad tussen stromen'. De Ruimtelijke StructuurVisie geeft richting aan de ruimtelijke ambities van de stad. Op 28 januari 2014 heeft de gemeenteraad de actualisatie van de structuurvisie uit 2003 vastgesteld. In deze geactualiseerde structuurvisie integreert gemeente het provinciaal beleid. De geactualiseerde structuurvisie bevat een integrale visievorming voor lange termijn, 10 jaar met een doorkijk naar 15 à 20 jaar.
De structuurvisie bestaat uit het Ruimtelijk Casco, een visie geformuleerd op het plangebied. Een ruimtelijke analyse van de stad en het gemeentelijk beleid vormen de input voor deze visie. De visie formuleert de ontwikkelingskoers, beschrijft een wensbeeld van de stad voor de lange termijn en biedt het casco voor concrete projecten en plannen. Het is een toetsingskader, en tegelijkertijd ook een inspiratiekader voor ruimtelijke ontwikkeling. Zo wordt bepaald waar strakke contouren ter bescherming van kwetsbare waarden liggen en kansen voor ontwikkeling. En er worden locaties aangeduid waar deze ontwikkeling tegen randvoorwaarden mogelijk zijn en afweegbare gebieden voor uitbreidingen en intensiveringen aangewezen. Het 'ruimtelijk motto' van compacte, complete en contrastrijke stad als het uitgangspunt voor de ruimtelijke ontwikkeling voor de stad blijft gehanteerd, in de overtuiging dat dit de juiste basis biedt voor een duurzame ruimtelijk hoofdstructuur.
De in dit plan besloten ontwikkeling betreft het ontwikkelen van een woonzorgcomplex op een reeds bebouwd perceel. Het plangebied ligt binnen bestaand bebouwd gebied. Dit sluit daarmee naadloos aan op het ruimtelijk motto van compacte stad. Er wordt geen nieuw ruimtebeslag aangesproken. Geconcludeerd wordt dat de ontwikkeling in overeenstemming is met de gemeentelijke structuurvisie.
Woonagenda 2017/2018
Op 3 april 2017 heeft de gemeenteraad van 's-Hertogenbosch de Woonagenda 2017/2018 vastgesteld. De Woonagenda is geen structurele aanpassing, maar een actualisatie van het woonbeleid van de Nota Wonen. De belangrijkste speerpunten en doelstellingen uit de Nota Wonen 2012 zijn daarin nog steeds van toepassing. De Woonagenda speelt in op nieuwe ontwikkelingen en formuleert een ambitie waar de stad komende jaren op inzet. De ambitie is vertaald in vier hoofdopgaven en uitgewerkt in een aantal deelopgaven.
Opgave 1 - Versnellen van de woningproductie en slim programmeren van nieuwe woonmilieus
Opgave 2 - Betaalbaar en bereikbaar wonen; balans op de woningmarkt in een ongedeelde stad
Opgave 3 - Bestaande woningen verduurzamen en wijken vitaal houden
Opgave 4 - Samen zorgen: passend woonzorgaanbod in een inclusieve samenleving
Onder het versnellen van de woningproductie wordt uitgegaan van een productie van 8.000 woningen in de koop- en huursector tot en met 2025. Dit plan draagt daarnaast specifiek bij aan opgave 4.
Conclusie
Concluderend, kan gesteld worden dat het initiatief van woonzorgappartementen naadloos aansluit op het gemeentelijke woonbeleid.
Archeologiebeleid
De archeologische verwachtingskaart vormt de basis voor het archeologiebeleid van de gemeente. Dit beleid is op 15 juni 2010 vastgesteld. Ten behoeve van het beleid zijn voor archeologische waarden en archeologische verwachtingsgebieden binnen de gemeentegrenzen specifieke eisen of voorwaarden opgesteld en verwerkt tot een archeologische beleidskaart. De zones met een hoge en middelhoge archeologische verwachting zijn op de beleidskaart vertaald in zones waar verspreide nederzettingen en grafvelden uit de prehistorie, Romeinse tijd en Middeleeuwen aanwezig zijn (al dan niet afgedekt door een recent ophogingspakket). Voor de zones met een lage verwachting zijn op de beleidskaart geen nadere eisen opgenomen. Wel zal bij m.e.r. plichtige projecten en projecten die onder de Tracéwet vallen nader onderzoek worden verlangd.
Een uitwerking van het archeologiebeleid voor het bestemmingsplan is opgenomen in paragraaf 5.7.
Waterplan
Het doel van het Waterplan "Waterstad 's-Hertogenbosch" (14 juli 2009) is het bereiken van een veilig en een duurzaam watersysteem in en om 's-Hertogenbosch, waarbij zo goed mogelijk aan de wensen van alle belanghebbenden tegemoet wordt gekomen. Het Waterplan betreft een koepelplan voor alle waterzaken. Het gaat daarbij om de gewenste inrichting en het beheer van oppervlaktewater en grondwater, als ook om de afvoer van hemelwater en afvalwater.
Het Waterplan omvat het gemeenschappelijk beleid van gemeente en de waterschappen. Dit gemeenschappelijke beleid moet leiden tot een klimaatbestendig, robuust en mooi watersysteem in de Groene Delta. De bijdrage aan energiebesparing vanuit het watersysteem zijn verkend met het oog op de doelstelling om in 2050 als stad klimaatneutraal te zijn. Ambities zijn hierbij verwoord naar beleid op hoofdlijnen. In het Verbreed Gemeentelijk Rioleringsplan (vGrp) is het beleid ten aanzien van afvalwater, regenwater en grondwater verder uitgewerkt.
In paragraaf 5.9 worden de belangrijkste beleidsuitgangspunten voor het plangebied beschreven.
Nota Grondbeleid
In de Nota Grondbeleid 2005 (februari 2005) stelt de Raad primair de kaders vast voor het door het college te voeren grondbeleid. Grondbeleid wordt door de gemeente 's-Hertogenbosch gezien als het beleid dat, ten behoeve van de gemeentelijke doelstellingen op het gebied van ruimtelijke ordening, streeft naar het creëren van ruimte voor wonen, werken, winkelen en recreëren in zowel uitleggebieden als bestaand stedelijk gebied, door het oppakken of ondersteunen van concrete ontwikkelinitiatieven.
In de Nota Grondbeleid zijn vastgelegd: de kaders voor actief en passief grondbeleid, het prijsbeleid, de financiële grondslagen, het risicomanagement en de mate waarin voorzieningen worden opgenomen in de grondexploitatie.
In hoofdstuk 7 wordt aandacht besteed aan de financieel-economische uitvoerbaarheid van het plan.
Milieuzonering zorgt ervoor dat nieuwe bedrijven een passende locatie ten opzichte van woningen krijgen en dat nieuwe woningen op een verantwoorde wijze (door afstand of bouwkundige maatregelen) gesitueerd worden ten opzichte van bedrijven. Enerzijds dient milieuzonering om hinder als gevolg van bedrijven te voorkomen en anderzijds dient het om bedrijven hun activiteiten te kunnen laten uitvoeren binnen de gangbare (hinder)normen. Om dit zorgvuldig af te wegen en te verantwoorden is de VNG-Handreiking “Bedrijven en milieuzonering” gehanteerd.
Vlakbij, op 5 meter afstand ten zuidoosten van het nieuwe complex met (een 18-tal) woonzorg-appartementen, bevindt zich een perceel met een 'gemengde' bedrijfsbestemming. Hier is de begane grond bestemd voor lichte bedrijvigheid als dienstverlening en kantoren, alsook bestemd voor opslag, ten behoeve van magazijnen, ateliers, autoboxen en dergelijke. Deze lichte bedrijvigheid is zodanig weinig milieubelastend zodat ook woningen op de eerste verdieping bestemd (en aanwezig) zijn. Hinder als gevolg van deze bestemde bedrijvigheid wordt niet verwacht. Op de eerste plaats omdat dit soort lichte bedrijfsactiviteiten prima aanpandig of nabij woningen kunnen worden uitgevoerd. Daarnaast vallen bedrijven onder de algemene milieuregels uit het “Besluit algemene regels voor inrichtingen milieubeheer” (Activiteitenbesluit). Bedrijven zijn in beginsel verplicht zich te houden aan de hindernormen uit dit Activiteitenbesluit om eventuele hinder in de nabije omgeving te voorkomen. Deze normen gelden reeds op dichterbij aanwezige woningen, zodat de reeds bestaande woningen al bepalend en beperkend zijn voor de eventuele hinderuitstraling van deze gemengde activiteiten. Van een hinderlijke situatie hier is overigens geen sprake.
Verder bevindt zich op 13 meter afstand van het nieuwe woonobject een bestemde nutsvoorziening, c.q. een transformatorhuisje dat één of meer transformatoren herbergt om hoogspanning om te zetten naar laagspanning voor levering van elektriciteit aan huishoudens. Dergelijke voorzieningen zijn weinig hinderlijk. Wel wordt - uit voorzorg voor eventuele gezondheidsrisico's als gevolg van een elektromagnetisch veld – een minimale afstand (van 4 meter) aangehouden ten opzichte van nieuwe woningen. Uit onderzoek van het Rivm (Rivm, 2009, “verkenning van extreem-laagfrequente
(ELF) magnetische velden bij verschillende bronnen”) blijkt namelijk dat het elektromagnetisch veld na 4 meter is afgenomen tot een waarde van onder 0,4 microTesla. Deze waarde hanteert de Gezondheidsraad als het gaat om het aanhouden van een - uit voorzorg voor eventuele gezondheidsrisico's – bepaalde afstand.
Ten zuidwesten – op zo'n 60 meter afstand - van het beoogde plan bevindt zich een object met een 'centrum-bestemming'. Deze bestemming laat lichte bedrijvigheid toe die zodanig weinig milieubelastend is dat ook woningen op de eerste verdieping bestemd (en aanwezig) zijn. Hinder als gevolg van deze bestemde bedrijvigheid wordt gezien de bestemde aard en afstand niet verwacht.
Nabije bestemde bedrijfspercelen vormen geen knelpunt voor realisatie van de nieuwe woningen op de beoogde locatie. Verder zullen de geplande woningen de belangen van de reeds bestemde bedrijvigheid niet schaden. De geplande functie die woon-zorg-appartementen toelaat past prima in dit gebied.
Bij een ruimtelijk plan dient rekening te worden gehouden met geluidsbronnen en de mogelijke hinder of overlast daarvan voor mensen. De beoordeling van het aspect geluid in ruimtelijke plannen vindt zijn grondslag in vooral de Wet geluidhinder en Wet milieubeheer. Daarnaast vindt de beoordeling zijn grondslag in de Wet ruimtelijke ordening (Wro), op grond van een goed woon- en leefklimaat. Het aspect geluid kent voor een aantal bestemmingen (zoals wonen) in combinatie met een aantal typen geluidsbronnen een wettelijk kader die van belang zijn bij het opstellen van ruimtelijke plannen. Zo zijn in de Wet geluidhinder voor woningen grenswaarden opgenomen voor industrielawaai, wegverkeerlawaai en spoorweglawaai. Wegverkeerslawaai is relevant bij onderhavig plan.
Wettelijk kader
Langs alle wegen bevinden zich conform de Wet geluidhinder (Wgh) geluidszones, met uitzondering van wegen op woonerven en 30 km/uur-wegen. Binnen de geluidszone van een weg dient de geluidsbelasting op de gevel van geluidsgevoelige bestemmingen (zoals woningen) aan wettelijke normen te voldoen. De breedte van een geluids-onderzoeks-zone is afhankelijk van het aantal rijstroken en de ligging van de weg (binnen- of buitenstedelijk). De beoogde ontwikkeling ligt binnen de zone van 200 meter van de Zuiderparkweg en Pettelaarseweg. Voor de geluidsbelasting op de gevels van nieuwe geluidsgevoelige functies binnen de wettelijke geluidszone van deze wegen geldt een voorkeurswaarde van 48 dB. Onder voorwaarden is een hogere waarde mogelijk tot 63 dB. Indien uit akoestisch onderzoek blijkt dat de ten hoogst toelaatbare geluidbelasting van 48 dB wordt overschreden, zijn maatregelen noodzakelijk gericht op het verminderen van de geluidsbelasting aan de gevel. Voor zulke maatregelen wordt onderstaande volgorde aangehouden:
Zijn deze maatregelen niet mogelijk, niet gewenst of niet doeltreffend, dan kan de gemeente onder bepaalde voorwaarden voor nieuwe geluidsgevoelige objecten een hogere (geluid)waarde verlenen. Voorwaarden die worden gesteld aan een te verlenen hogere waarde zijn ten gunste van de geluidsituatie en dus het woon- en leefklimaat bij de gevoelige objecten. Hiervoor heeft gemeente 's-Hertogenbosch een 'hogere waarde beleid' vastgesteld. De voorwaarden waaronder een eventuele hogere waarde wordt verleend zijn afhankelijk van de hoogte van de geluidsbelasting en het type gebied waarin het plan zich bevindt. Per gebiedstype geldt een ambitie voor wat betreft de geluidsbelastingen. Zo wordt bijvoorbeeld in een (normaliter rustig) buitengebied een lager geluidsniveau nagestreefd dan in een rumoerig gebied langs een drukke snelweg met verhoogde geluidsbelastingen. Een hogere waarde mag – zoals gezegd - de maximale geluidsbelasting van 63 dB niet overschrijden. Voorwaarden voor een vast te stellen hogere waarde zijn bijvoorbeeld de aanwezigheid van een geluidsluwe (rustige) zijde en een geluidsniveau in de buitenruimte (zoals achtertuin/balkon) dat voldoet aan de ambitie voor het betreffende gebied. Voor geluidsbelastingen op gevels meer dan 63 dB kan formeel geen ontheffing worden verleend.
Naast het toetsingskader en wettelijke eisen van de Wgh dienen er altijd zodanige gevelmaatregelen te worden genomen dat wordt voldaan aan de maximale geluidsbinnenwaarde op grond van het Bouwbesluit. Deze maximale geluidsbinnenwaarde is ten gunste van het woon-, leef- en verblijfsklimaat in betreffend object. Met de aanvraag om omgevingsvergunning zal moeten worden aangetoond dat deze binnenwaarde wordt voldaan.
Akoestisch onderzoek
In oktober 2018 is de geluidsituatie van het plan voor het woonzorgcomplex aan de Mozartsingel 3 in 's-Hertogenbosch onderzocht door bureau DPA Cauberg-Huygen. Het onderzoek is uitgevoerd omdat het bouwplan is gelegen binnen de geluidzone van de Zuiderparkweg en de Pettelaarseweg. In het kader van goede ruimtelijke ordening zijn de omliggende 30 km/h wegen – welke niet gezoneerd zijn volgens de Wet geluidhinder – mee onderzocht op het gebied van geluid. De uitkomsten van dit onderzoek zijn vastgelegd in “Woonzorgcomplex Mozartsingel 3 te 's-Hertogenbosch; akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai, rapportnummer 04728-45145-02, d.d. 1 oktober 2018”. (bijlage 1)
Resulaten en conclusies
Uit het geluidsonderzoek blijkt dat overal op het zorgwooncomplex de voorkeursgrenswaarde van 48 dB vanwege de omliggende gezoneerde wegen nergens wordt overschreden. Het verlenen van een hogere geluidswaarde volgens de Wet geluidshinder is daarom niet aan de orde.
In het kader van goede ruimtelijke ordening is de geluidsbelasting vanwege de 30 km/h wegen berekent op maximaal 53 dB. De gecumuleerde geluidsbelasting (de totale geluidsbelasting van alle wegen bij elkaar) bedraagt maximaal 54 dB, en wel aan de oostzijde van het complex. Hieruit blijkt dat er (minimale) gevelmaatregelen moeten worden genomen om te kunnen voldoen aan de maximale geluidsbinnenwaarde van 33 dB op grond van het Bouwbesluit. Deze maximale geluidsbinnenwaarde is ten gunste van het woon-, leef- en verblijfsklimaat in betreffend object. De standaard isolatiewaarde van nieuw te bouwen woningen is namelijk tenminste 20 dB, terwijl aan de oostzijde minimaal 21 dB isolatiewaarde nodig is om een binnenniveau van 33 dB te behalen. Met de aanvraag om omgevingsvergunning zal moeten worden aangetoond dat aan deze binnenwaarde kan worden voldaan.
Bij lucht gaat het enerzijds om de productie van luchtverontreiniging als gevolg van nieuwe plannen – waarop de luchtkwaliteitseisen van de Wet Milieubeheer van toepassing zijn - en om de zorg van kwetsbare functies in luchtbelaste zones uit een oogpunt van een goede ruimtelijke ordening.
Kleine projecten en ruimtelijke plannen, waarvan duidelijk is dat deze niet in betekenende mate bijdragen aan de luchtkwaliteit, hoeven niet getoetst te worden aan de grenswaarden voor luchtkwaliteit. Dit is geregeld in het “Besluit niet in betekenende mate bijdragen (NIBM)”. De grens NIBM voor de stoffen PM10 (fijnstof) en NO2 ligt vanaf 1 augustus 2009 op 1,2 ìg/m3. De grens waarbij een plan als gevolg van extra verkeer niet in betekenende mate (NIBM) bijdraagt aan een verslechtering van de luchtkwaliteit ligt op meer dan 1500 vervoersbewegingen (van auto's) per etmaal. 18 woon-zorgappartementen zullen qua verkeersgeneratie ver beneden de 1500 vervoersbewegingen blijven en derhalve niet in betekenende mate bijdragen aan een verslechtering van de luchtkwaliteit. Daarom hoeft onderhavig plan niet wettelijk te worden getoetst aan de luchtkwaliteitsnormen.
Verder blijkt uit de landelijke Monitoringstool dat de jaargemiddelde concentraties van de relevante stoffen NO2 (stikstofdioxide) en PM10 (fijn stof) in dit gebied voor beide stoffen onder respectievelijk 31 en 21 µg/m3 liggen. Hiermee wordt ruimschoots voldaan aan de wettelijke maximale grenswaarden (van 40 µg/m3 voor beide stoffen). Verder is de heersende jaargemiddelde concentratie PM2,5 (de fijnere fractie van fijn stof) hier beneden 14 microgram/m3. Hiermee wordt eveneens ruimschoots voldaan aan de jaargemiddelde grenswaarde (van 25 microgram/m3). Naar verwachting nemen deze concentraties in de toekomst verder af door nationale en lokale maatregelen ter verbetering van de luchtkwaliteit. De luchtkwaliteit vormt geen knelpunt vormt voor de realisatie van het bestemmingsplan.
Bij het opstellen van bestemmingsplannen of het wijzigen daarvan is altijd de hoofdvraag of de aanwezige bodemkwaliteit past bij het huidige of toekomstige gebruik van die bodem en hoe deze optimaal op elkaar kunnen worden afgestemd. Uitgangspunt is dat de bodemkwaliteit als gevolg van aanwezige bodemverontreiniging geen onaanvaardbaar risico oplevert voor de gebruikers van de bodem. Bovendien mag de bodemkwaliteit niet verslechteren door grondverzet (bijvoorbeeld graafwerkzaamheden).
De bodemkwaliteit binnen het plangebied dient voor de ontwikkeling van de nieuwe functie bekend te zijn. Hiermee kan worden beoordeeld of de aanwezige bodemkwaliteit wel of niet geschikt is voor de toekomstige bestemming, danwel wat er eventueel gedaan (gesaneerd) dient te worden om de bodem voor de bestemming 'wonen' geschikt te laten zijn.
Uit het verkennend bodem (Verhoeven milieutechniek b.v, Verkennend bodemonderzoek Mozartsingel 3 te 's-Hertogenbosch, d.d. 14 februari 2019, projectnummer B17.6755P/Brfrpp-01/JB ) blijkt dat de bodem geschikt is voor de nieuwe bestemming. Nadat de school gesloopt is, zal ter plaatse van de aanwezige bebouwing de bodemkwaliteit nog aanvullend worden onderzocht. Dit wordt als voorschrift in de omgevingsvergunning opgenomen.
Externe veiligheid heeft betrekking op de risico's die mensen lopen als gevolg van mogelijke ongelukken met gevaarlijke stoffen bij bedrijven, transportroutes (wegen, spoorwegen en waterwegen) en buisleidingen. Omdat de gevolgen van een ongeluk met gevaarlijke stoffen groot kunnen zijn, zijn de aanvaardbare risico's vastgelegd in diverse besluiten. De belangrijkste zijn:
Binnen de beleidskaders voor deze drie typen risicobronnen staan altijd twee kernbegrippen centraal: het plaatsgebonden risico (PR) en het groepsrisico (GR). Hoewel beide begrippen onderlinge samenhang vertonen zijn er belangrijke verschillen. Hieronder worden beide begrippen verder uitgewerkt.
Plaatsgebonden risico (PR)
Het plaatsgebonden risico geeft de kans, op een bepaalde plaats, om te overlijden ten gevolge van een ongeval bij een risicovolle activiteit. Het PR kan op de kaart van het gebied worden weergeven met zogeheten risicocontouren: lijnen die punten verbinden met eenzelfde PR. Binnen de 10-6 contour (welke als wettelijk harde norm fungeert) mogen geen kwetsbare objecten (zoals woningen, ziekenhuizen, scholen) geprojecteerd worden. Voor beperkt kwetsbare objecten (zoals kleine kantoren, winkels en bedrijfsgebouwen) geldt de 10-6 contour niet als grenswaarde, maar als een richtwaarde.
Groepsrisico (GR)
Het groepsrisico is een maat voor de kans dat bij een ongeval een groep slachtoffers valt met een
bepaalde omvang (10 personen of meer). Het GR is daarmee een maat voor de maatschappelijke ontwrichting. Het GR wordt bepaald binnen het invloedsgebied van een risicovolle activiteit. Voor het groepsrisico geldt een verantwoordingsplicht. Dit houdt in dat iedere wijziging met betrekking tot planologische keuzes moet worden onderbouwd én verantwoord door het bevoegd gezag.
Tot slot wordt in het kader van een 'goede ruimtelijke ordening ' (art. 3.1 Wro) getoetst aan eventueel van toepassing zijnde veiligheidsafstanden uit het Activiteitenbesluit.
Beleidsvisie externe veiligheid gemeente 's-Hertogenbosch
De gemeente 's-Hertogenbosch beschikt over een beleidsvisie externe veiligheid (Uitvoeringskader externe veiligheid gemeente 's-Hertogenbosch, deel A t/m C). Hierin zijn aanvullende kaders gegeven voor de integrale aanpak van externe veiligheid. Voor ontwikkelingen bevat deze beleidsvisie ook een kleurenkaart van het gemeentelijk gebied, waarin is met een kleur (groen, oranje of rood) is aangegeven welke objecten (kwetsbaar, beperkt kwetsbaar of extra kwetsbaar) juist wel (groen), niet (rood) of onder voorwaarden (oranje) toelaatbaar zijn.
De beoogde ontwikkeling vindt plaats in een groen gebied (buiten de 325 meter van het spoor en de wegen). Nieuwe kwetsbare objecten zijn hierin toegestaan.
Beschouwing risicobronnen
Hieronder is een uitsnede opgenomen van de landelijke risicokaart. De locatie van de 18 woonzorg-appartementen is met een groene pijl weergegeven.
Figuur: uitsnede risicokaart november 2018
Inrichtingen
Op 700 meter ten zuidoosten van het plan bevindt zich een tankstation met LPG (Gestelseweg 1). Het plan van 18 woonzorgappartementen ligt ver buiten de risicocontouren en invloedgebieden van dit LPG-tankstation, levert derhalve geen belemmering op. Dit LPG-tankstation wordt derhalve verder buiten beschouwing gelaten. Eventuele belangen van het LPG-tankstation zullen vanwege deze ontwikkelingen – gezien de grote afstand en buiten de contouren - tevens niet worden geschaad.
Transportroutes
Wegen
De dichtst bijzijnde transportroute (met transport van gevaarlijke stoffen) betreft de A2 op circa 1000 meter ten zuiden en oosten van het plangebied. Deze weg is onderdeel van het Basisnet voor het vervoer van gevaarlijke stoffen. Uit de Regeling basisnet blijkt dat dit traject van de A2 geen PR 10-6-contour en/of plasbrandaandachtsgebied heeft. Voor wat betreft het Groepsrisico (GR) ligt de waarde op het relevante A2-traject (tussen knooppunt Vught en afslag 21 Veghel) onder 10% van de oriëntatiewaarde. Gezien de afstand tot de relevante A2 (1 km), het beperkt aantal nieuwe kwetsbare objecten (18 stuks), alsook het gegeven dat het hier gaat om sloop-nieuwbouw (waarbij in de reeds bestemde maatschappelijk bestemming ook personen geprojecteerd zijn), verandert het aantal personen voor GR niet significant ten opzichte van de bestaande/bestemde situatie, en daarmee zal ook het berekende (lage) GR ongewijzigd blijven en zich onder de 10% van de oriënterende waarde blijven bevinden. Een nadere verantwoording van het GR is derhalve niet nodig.
Andere transportroutes belast met transport van gevaarlijke stoffen (zoals het spoor, buisleiding of vaarweg) bevinden zich op grote afstand van het plangebied en zijn daarom niet relevant.
Veiligheidsregio
In overleg met de regionale brandweer is besloten dat voor ruimtelijke ontwikkelingen in het gebied buiten 325 meter van relevante transportroutes (wegen of spoorwegen) geen aanvullende eisen vanuit externe veiligheid meer worden gesteld. Tevens is in het kader van de verantwoording van het GR niet meer nodig is om voor dergelijke ontwikkelingen advies in te winnen bij de regionale brandweer (Veiligheidsregio). Een advies van de Veiligheidsregio is derhalve niet gevraagd en betrokken.
Conclusie
Het bestemmingsplan voldoet aan de belangrijke grenswaarde voor het PR en aan de aanvullende kaders die zijn vastgelegd in het Uitvoeringskader externe veiligheid van de gemeente 's-Hertogenbosch. Uit het voorgaande blijkt dat het (lage) GR van de nabije A2 als gevolg van dit plan niet zal wijzigen en derhalve geen belemmering hoeft te zijn voor het plan. Aanvullende veiligheidseisen zijn conform de afspraken met de Veiligheidsregio niet nodig en niet gesteld gezien de grote afstanden tot de (op ruime afstand gelegen) risicobronnen (Rijksweg A2 en het LPG-tankstation).
Het aspect externe veiligheid vormt geen belemmeringen voor onderhavig plan.
Binnen de gemeente 's-Hertogenbosch is ons klimaat- en energiebeheer een belangrijk speerpunt. De ambitie is om als stad in 2050 klimaatneutraal te zijn. In 2035 dient de bebouwde omgeving klimaatneutraal te zijn. Hierdoor wordt het milieu en het klimaat in het algemeen minder belast. Energiebesparing draagt bij aan de vermindering van de uitstoot van CO2 in Nederland. Een ander voordeel van duurzaam bouwen is de energiebesparing, en daarmee ook de kosten voor het energieverbruik. De gemeentelijke ambitie van een klimaat neutrale bebouwde omgeving is een flinke ambitie waarbij 'alles uit de kast' moet worden gehaald. Deze doelstelling betekent dat niet alleen de gemeente veel moet doen, maar ook de bedrijven, inwoners, ontwikkelaars, maatschappelijke groepen, woningcorporaties zullen hierin moeten investeren, samenwerken, creatief zijn en vooruitdenken. De gemeentelijke energie-ambitie en -doelstellingen zijn vastgelegd in het Energie-transitieprogramma 's-Hertogenbosch 2016-2020, vastgesteld door de gemeenteraad op 31 januari 2017.Tevens heeft het bestuur haar duurzame ambities en wensen nog eens duidelijk verwoord in een “bestuursakkoord 2018-2022'
Voor energie, als speerpunt van het gemeentelijk milieubeleid, wordt voor nieuwbouw van woningen gestimuleerd aan te sluiten op de toekomstige bouwnorm, op dit moment de bouw-eisen zoals deze al in 2020 voor nieuw te bouwen woningen zullen zijn, namelijk BENG (Bijna Energie Neutraal Gebouw). De ambitie blijft natuurlijk volledig energieneutraal. Met een (bouw)plan dat voldoet aan tenminste de eisen van BENG, wordt voldaan aan de duurzaamheidsambities van gemeente 's-Hertogenbosch.
Voor dit project wordt op de volgende thema's invulling gegegeven op het gebied duurzaamheid:
De archeologische verwachtingskaart vormt de basis voor het archeologiebeleid van de gemeente. Dit beleid is op 15 juni 2010 vastgesteld. Ten behoeve van het beleid zijn voor archeologische waarden en archeologische verwachtingsgebieden binnen de gemeentegrenzen specifieke eisen of voorwaarden opgesteld en verwerkt tot een archeologische beleidskaart. De zones met een hoge en middelhoge archeologische verwachting zijn op de beleidskaart vertaald in zones waar verspreide nederzettingen en grafvelden uit de prehistorie, Romeinse tijd en Middeleeuwen aanwezig zijn (al dan niet afgedekt door een recent ophogingspakket). Voor de zones met een lage verwachting zijn op de beleidskaart geen nadere eisen opgenomen. Wel zal bij m.e.r. plichtige projecten en projecten die onder de Tracéwet vallen nader onderzoek worden verlangd.
Dit terrein heeft een lage archeologische verwachting en daarom is er in dit geval geen archeologisch onderzoek noodzakelijk
Het plangebied betreft de school, het voormalig schoolplein en openbaar groen gelegen direct naast de school. Vanuit de Wet Natuurbescherming is onderzocht of er beschermende soorten voorkomen in het te slopen gebouw of in de directe omgeving van het plangebied. Uit de Nationale database Flora en fauna blijkt dat in de directe omgeving van het plangebied diverse (zang)vogels en grondgebonden zoogdieren voorkomen zoals egels en kleine marters. Deze worden door de ontwikkelingen echter niet bedreigt en er vinden geen overtredingen plaats ten aanzien van de Wet Natuurbescherming. Er zijn ook geen effecten te verwachten op Natura2000-gebieden.
Uit de ecologische quickscan (Regelink Ecologie & Landschap, Ecologische quickscan Mozartsingel 3 's-Hertogenbosch, d.d. 07-01-2019, rapportnummer: RA18187-02) en de aanvullende onderzoeken (Regelink Ecologie & Landschap, Vleermuisonderzoek school Mozartsingel, 's-Hertogenbosch, d.d. 29-10-2018, rapportnummer: RA18299-02) en (Regelink Ecologie & Landschap, Notitie aanvullend onderzoek school Mozartsingel, 's-Hertogenbosch, d.d. 07-01-2019, rapportnummer: NO18299-02) komt naar voren dat het plangebied fungeert als foerageergebied voor gewone dwergvleermuizen. Gelet op het kleine aantal foeragerende dieren en het ruime aanbod aan vergelijkbaar foerageergebied in de directe omgeving is het plangebied geen essentieel foerageergebied. Het plangebied is gelegen naast het Zuiderpark met veel oude bomen. In de directe omgeving is voldoende alternatief foerageergebied te vinden voor vleermuizen. Gedurende het onderzoek werden ook geen vliegroutes waargenomen. Aangenomen mag worden dat in het plangebied geen essentiële vliegroutes aanwezig zijn. Ook zijn er geen zomer, winter- en kraamverblijfplaatsen waargenomen. In het te slopen gebouw is wel een paarverblijfplaats van een gewone dwergvleermuis aanwezig. Doordat tijdig vervangende verblijfplaatsen zijn aangeboden mag worden aangenomen dat de functie van deze paarverblijfplaats behouden blijft. De voorgestelde ontwikkeling heeft dus geen significante negatieve gevolgen voor beschermde soorten en met het vooraf uitvoeren van mitigerende maatregelen wordt overtreding van de Wet Natuurbescherming voorkomen. De mitigerende maatregelen houden in dat de sloop van het gebouw op aangepaste wijze uitgevoerd wordt. Hiervoor wordt een ecologisch werkprotocol opgesteld en wordt de ingreep begeleid door een deskundige ter zake.
De vleermuiskasten die inmiddels zijn aangebracht in de omgeving van het plangebied zijn gemaakt van duurzaam materiaal en geschikt als permanente voorziening. Echter permanente verblijfplaatsen in het gebouw zelf hebben de voorkeur vanwege betere klimaatomstandigheden. Het nieuw te bouwen pand wordt natuurinclusief gebouwd. Dit houdt in dat op voorhand maatregelen genomen in het ontwerp en tijdens de bouw voor gebouw bewonende soorten. Hiermee wordt tevens voldaan aan de aangenomen motie van de gemeenteraad die stelt dat alle gemeentelijke ontwikkelingen natuurinclusief uitgevoerd worden. Met de ontwikkelaar en architect en gemeentelijk ecoloog worden afspraken gemaakt over welke maatregelen voor mussen, zwaluwen en vleermuizen onderdeel uitmaken van het ontwerp. Ook wordt bij het natuurinclusief ontwerpen rekening gehouden met aanbod van voldoende leefgebied in de directe omgeving. Zo hebben mussen naast nestgelegenheid ook stuweel en hagen nodig in combinatie met de mogelijkheden tot het nemen van een zandbad. Mussen zijn sociale vogels die gezamenlijk foerageren, slapen en nestelen. Voor vleermuizen wordt naast inbouwkasten rekening gehouden met voldoende aanbod van lijnvormig groen. Daarnaast zal het nieuw aan te leggen groen van inheemse kwaliteit zijn bestaande uit struiken van bloeiende en besdragende soorten. Daarnaast wordt voorzien in de aanleg van bloemen- en kruidenrijke vegetaties met voldoende nectar- en waardplanten die van belang zijn voor insecten waaronder bijen en vlinders. Hiermee wordt een ecologische basis gelegd die nodig is voor het behouden en versterken van soorten die leefgebied vinden in het stedelijk gebied. Het plangebied wordt natuurinclusief uitgevoerd wat past binnen vastgestelde beleidsdoelen zoals natuurinclusief bouwen en de visie Natuur in de stad.
Watertoets algemeen
Ruimte maken voor water: dat is de kern van het waterbeleid voor de 21e eeuw. Met de ondertekening van de Startovereenkomst Waterbeheer op 14 februari 2001 door Rijk, provincies, gemeenten en waterschappen, werd de watertoets van toepassing verklaard op ruimtelijke plannen. Vanaf 1 november 2003 is deze juridisch verankerd in het Besluit op de ruimtelijke ordening (Bro).
De watertoets omvat het gehele proces van vroegtijdig informeren, adviseren, afwegen en uiteindelijk beoordelen van de in ruimtelijke plannen voorkomende waterhuishoudkundige aspecten. Het doel van de watertoets is het evenwichtig meewegen van de waterbelangen in het planvormingsproces. Hierbij wordt een veilig, gezond en duurzaam watersysteem nagestreefd. Zowel waterkwantiteits- als waterkwaliteitsaspecten zijn daarbij belangrijk. Kansen worden benut en functies zoveel mogelijk gecombineerd.
De beleidsdoelen voor integraal waterbeheer zijn door de gemeente vastgesteld in het Waterplan 2016. Hierin staat het voornemen in 's-Hertogenbosch een mooi, robuust en klimaatbestendig watersysteem te ontwikkelen voor nu en in de toekomst. In het Waterplan 2016 is het 'Hemelwater uitvoeringsbeleid' vastgelegd. In 2017 in een hemelwater-verordening. De afspraken uit de watertoets worden in een waterparagraaf vastgelegd.
Uitgangspunten voor integraal waterbeheer
De uitgangspunten bij het toetsen van ruimtelijke plannen zijn:
Gescheiden houden van vuil (afval)water en schoon hemelwater;
Voorkomen van vervuiling van water;
Voor schoon hemelwater gelden de afwegingsstappen: hergebruik-infiltratie-buffering-afvoer;
Hydrologisch neutraal ontwikkelen (HNO). Zodat een ontwikkeling niet leidt tot een hydrologische achteruitgang zowel in als buiten het plangebied. Ook mogen er geen hydrologische knelpunten ontstaan voor huidige en vastgelegde toekomstige landgebruiksfuncties. Concreet betekent dit dat:
Daarnaast kan water als kans worden gezien voor meervoudig ruimtegebruik en vergroting van de beleving van water. Deze uitgangspunten dragen bij aan een mooi, robuust en klimaatbestendig watersysteem.
Waterparagraaf
Volgens het vastgesteld gemeentelijk hemelwaterbeleid en de 'hemelwaterverordening' dient met het plan een totale waterbergingsopgave worden gerealiseerd van 60 mm per vierkante meter verhard oppervlak. Daarbij moet tevens worden aangegeven waar het overtollige hemelwater naartoe stroomt bij extreme buien.
Voor de te berekenen waterbergingsopgave zijn verhardingen in de vorm van groene daken uitgezonderd. Verhardingen waar het in onderhavig plan om gaat zijn (niet groene) dakoppervlakken, verhardingen ten behoeve van looppaden, parkeervakken en eventueel verharde buitenoppervlakken (zoals terrassen of een patio). Voor halfopen bestrating geldt de helft van de waterbergingsopgave, mits hemelwater ook op langere termijn kan infiltreren door deze bestrating. In de nieuwe situatie bedraagt de totale verharding van bebouwing en verharding circa 1.750 m2. (oppervlakte gebouw en verharding). De waterbergingsopgave zal worden uitgevoerd met een hergebruiksysteem of sedumdak met infiltratiekratten.
Het bestemmingsplan 'Mozartsingel 3' heeft tot doel een juridisch-planologische regeling te scheppen voor het bouwen van een woonzorgcomplex, en het gebruik van de gronden, gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, binnen het plangebied.
De juridisch-planologische regeling van het voorliggende plan is gebaseerd op het Besluit ruimtelijke ordening en de Standaard Vergelijkbare BestemmingsPlannen 2012 (SVBP 2012).
Op de verbeelding zijn de bestemming en de aanduidingen met kleuren, cijfer- en lettercombinaties en vlakken aangegeven. De kleuren, cijfer- en lettercombinaties en vlakken dienen in samenhang met de regels te worden gelezen. Een onderdeel van de in het Besluit ruimtelijke ordening geformuleerde eisen betreft de vormgeving, inrichting en beschikbaarstelling van een bestemmingsplan. Door de uniformering en standaardisering zijn de vormgeving en inrichting van een digitale verbeelding verschillend van een 'traditionele' analoge plankaart. Met de vormgeving en inrichting van een digitale verbeelding wordt beoogd bestemmingsplannen als een interactief plan raadpleegbaar te maken (op internet). Deze wijze van beschikbaarstelling is per 1 januari 2010 wettelijk verplicht.
De planregels zijn verdeeld over vier hoofdstukken, te weten:
Hoofdstuk 1: Inleidende regels;
Hoofdstuk 2: Bestemmingsregels;
Hoofdstuk 3: Algemene regels;
Hoofdstuk 4: Overgangs- en slotregels.
De artikelen in hoofdstuk 1 van de planregels hebben betrekking op de toepassing van de planregels. In artikel 1 wordt een omschrijving van de in de regels gehanteerde begrippen gegeven. Artikel 2 geeft de meet- en rekenwijze aan. In dit geval wordt het peil bepaald aan de hand van de gemiddelde hoogte van het afgewerkte terrein ter plaatse van de bouw. De goot -en bouwhoogten worden vervolgens weer bepaald op basis van dit peil.
Hoofdstuk 2 van de regels omvat een toelichting op de in het plangebied voorkomende bestemmingen. In het plangebied komt de bestemming 'Maatschappelijk' voor.
De gronden binnen de bestemming Maatschappelijk zijn bedoeld ten behoeve van maatschappelijke voorzieningen. Daarnaast is een aantal ondergeschikte functies toegestaan.
Op de verbeelding is een bouwvlak aangegeven, waarbinnen de hoofdbebouwing dient te worden opgericht. Ook is op de verbeelding de maximale bouwhoogte van het complex aangegeven. Daarnaast is een aanduiding opgenomen zodat een bijgebouw buiten het bouwvlak gebouwd kan worden. De hoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer bedragen dan 3 meter en een maximale hoogte van 2 meter voor terrein- en erfafscheidingen.
In de algemene regels zijn de anti-dubbeltelregel, algemene bouwregels en algemene afwijkingsregels opgenomen. Deze algemene regels gelden voor het gehele plan.
Dit vierde en laatste hoofdstuk bevat het overgangsrecht en de slotregel.
Bij het opstellen van een nieuw bestemmingsplan dient op grond van artikel 3.1.6 lid 1 sub f van het Besluit ruimtelijke ordening onderzoek plaats te vinden naar de economische uitvoerbaarheid van het plan.
De ontwikkeling van het woonzorgcomplex vindt plaats op grond die eigendom is van de gemeente. De gemeente zal zorg dragen voor het bouw- en woonrijp maken van de locatie. Voor de herontwikkeling van deze locatie is de gemeente daarom voornemens een grondexploitatie te openen. Hierin worden de kosten voor het bouw- en woonrijp maken van de grond, de gemeentelijke plankosten en overige kosten opgenomen. Uit de eerste raming blijkt dat deze kosten worden gedekt door de opbrengst van de gronduitgifte. Met initiatiefnemer is al een reserveringsovereenkomst gesloten voor de afname van de grond, welke opgevolgd zal worden door een koopovereenkomst.
De financieel-economische haalbaarheid is hiermee in voldoende mate aangetoond. Het kostenverhaal is anderszins verzekerd. Daarnaast is het bepalen van een tijdvak of fasering niet noodzakelijk en is het ook niet nodig om locatie-eisen te stellen. Gelet op het voorgaande en gelet op het bepaalde in artikel 6.12 lid 2 van de Wet ruimtelijke ordening kan worden afgezien van het vaststellen van een exploitatieplan.
Op basis van artikel 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening is het voorontwerpbestemmingsplan toegezonden aan de vooroverlegpartners. Het waterschap Aa en Maas heeft per mail op 10 december 2018 schriftelijk aangegeven dat het betreffende bestemmingsplan geen directe waterbelangen mogelijk maakt.
Informele inspraakfase
BrabantWonen heeft op 31 januari 2018 de direct omwonenden geïnformeerd over de ontwikkelingen op de locatie Mozartsingel 3. Naar aanleiding van de terugkoppeling van deze gesprekken is de gemeente met de direct omwonenden thuis in gesprek gegaan over het verdere proces rondom de ontwikkeling op de locatie Mozartsingel 3. Deze gesprekken hebben in februari en maart 2018 plaatsgevonden. Vervolgens is besloten om een participatietraject met omwonenden op te starten. Het eerder opgestelde schetsontwerp is terzijde gelegd en het doel van het participatietraject was te komen tot een gezamenlijk gedragen ontwerp samen met de direct omwonenden. Deze avonden hebben op 5 en 26 juni 2018 plaatsgevonden. Er lag nog geen uitgewerkt ontwerp en er waren nog geen onderzoeken uitgevoerd. Er lagen alleen een aantal uitgangspunten qua programma (woonzorgconcept) en een maquette van de locatie. Tijdens de eerste avond zijn een aantal varianten bedacht. Tijdens de tweede participatieavond op 26 juni 2018 zijn er door de architect, op basis van de eerste avond, drie varianten gepresenteerd. Over deze varianten hebben de omwonenden een voorkeursvariant kunnen aangeven. Hieruit zijn twee varianten naar voren gekomen, die uitgewerkt zijn tot één definitieve variant. Deze variant is vertaald in het voorontwerpbestemmingsplan.
Formele inspraakfase
Het voorontwerpbestemmingsplan 'Mozartsingel 3' heeft vanaf 3 december 2018 gedurende 2 weken ter inzage gelegen. Daarnaast heeft er in het kader van de terinzage legging van het voorontwerpbestemmingsplan 'Mozartsingel 3' op 3 december 2018 een inloopavond plaatsgevonden.
Op het voorontwerpbestemmingsplan is één inspraakreactie ingediend. De inspraakreactie heeft niet geleid tot aanpassing van het bestemmingsplan, zie bijlage 'Eindverslag vooroverleg en inspraak voorontwerpbestemmingsplan Mozartsingel 3'.
Het ontwerpbestemmingsplan en de ontwerp omgevingsvergunning Mozartsingel 3 hebben van 23 april 2019 tot en met 4 juni 2019 ter inzage gelegen. Na afloop van de terinzagelegging is gebleken dat bij de eerdere bekendmaking niet alle stukken analoog ter inzage hebben gelegen. Hierdoor is het noodzakelijk geweest om de stukken opnieuw ter inzage te leggen. Het ontwerpbestemmingsplan en de ontwerp omgevingsvergunning hebben vanaf 29 juli 2019 gedurende zes weken opnieuw ter inzage gelegen. Er is gedurende de eerste terinzagelegging één zienswijze ingediend, tijdens de tweede terinzagelegging zijn geen zienswijzen ingediend.
In de 'Nota Zienswijzen' is de zienswijze samengevat en van een gemeentelijke reactie voorzien. De zienswijze heeft niet geleid tot aanpassing van het plan.