| Plan: | Schietbaan Kloosterstraat |
|---|---|
| Status: | vastgesteld |
| Plantype: | bestemmingsplan |
| IMRO-idn: | NL.IMRO.0796.0002228-1401 |
Aan de Tivoliweg in Rosmalen lag een binnenschietbaan die door de Stichting Schietbaan Rosmalen werd geëxploiteerd. Hiervan maakten drie schietsportverenigingen gebruik: Schietvereniging Prins Willem-Alexander, Schietvereniging De Vrijheid en Schietvereniging 's-Hertogenbosch. De binnenschietbaan heeft plaatsgemaakt voor de omlegging van de Zuid-Willemsvaart, nu: het Máximakanaal. De stichting en de schietsportverenigingen hebben op dit moment een tijdelijk onderkomen in de voormalige munitiefabriek 'De Kruithoorn'.
De gemeente 's-Hertogenbosch heeft afgesproken zorg te dragen voor een nieuwe definitieve locatie en voor de grond waarop de binnenschietbaan kan worden gebouwd. De Stichting Schietbaan Rosmalen heeft budget gekregen van Rijkswaterstaat voor de realisatie van de nieuwbouw en de gemeente heeft een bijdrage ontvangen van Rijkswaterstaat voor de realisatie van de ontsluiting en de aanleg van de nutsvoorzieningen.
Op 8 oktober 2013 stemde de gemeenteraad van 's-Hertogenbosch in met de resultaten van het onderzoek naar potentieel geschikte locaties voor de nieuwe binnenschietbaan en met de locatie Kloosterstraat als locatie voor de nieuwe binnenschietbaan. Recent heeft de gemeente overeenstemming bereikt met de Staat over de verwerving van dit perceel.
In vergelijking met andere potentiële locaties in bestaand stedelijk gebied of direct daaraan grenzend is er geen (bestaand) parkeer- en verkeersprobleem; de bebouwing leidt er niet tot meer druk op stedelijk recreatief groen; de locatie is niet solitair en afgelegen maar dichtbij danwel aan de rand van de stedelijke bebouwing van Rosmalen. De binnenschietbaan kan hier de stedelijke bebouwing rond de rijksweg A59 afronden en een goede overgang naar het beekdal vormen. Paragraaf 4.2 gaat nader in op de stedenbouwkundige en landschappelijke inpassing. Tenslotte is ook de geluidoverlast vanwege verkeer en parkeren en vanwege de activiteit zelf naar verwachting beperkt, zo niet afwezig. Paragraaf 5.2 verantwoordt de verwachte geluidsituatie.
Uit de toetsing aan het geldend beleidskader (hoofdstuk 3), uit de beschrijving van het plan en de verantwoording van de stedenbouwkundige en landschappelijke inpassing en de verkeer- en parkeersituatie (hoofdstuk 4) alsook uit de toetsing aan de normen op het gebied van verschillende milieuaspecten (hoofdstuk 5), water (hoofdstuk 6) en archeologie en cultuurhistorie (hoofdstuk 7) kan worden geconcludeerd dat de aanleg en bouw van een binnenschietbaan met bijbehorende voorzieningen van een goede ruimtelijke ordening getuigt. Omdat een binnenschietbaan in het geldende bestemmingsplan niet is toegestaan, is voorliggend bestemmingsplan voorbereid.
Het plangebied wordt aan de noordzijde begrensd door de Kloosterstraat. Dit gedeelte van de Kloosterstraat sloot oorspronkelijk aan op de Berlicumseweg maar loopt hier nu dood. Het plangebied wordt verder rondom begrensd door de ontsluitingsweg die na de doortrekking en aanpassing van de rijksweg A59 de Berlicumseweg met Hintham verbond. Deze bypass werd snel achterhaald door de daaropvolgende verbreding van de rijksweg A2, de aanpassing van het knooppunt Hintham en de omlegging van de Zuid-Willemsvaart. Tegenwoordig ontsluit deze infrastructuur alleen nog de Kloosterstraat op de Berlicumseweg. De Kloosterstraat loopt nu ook dood op het Máximakanaal.
afbeelding 1: ligging plangebied in omgeving
afbeelding 2: ligging plangebied
In het plangebied geldt het bestemmingsplan Kanaalpark dat door de gemeenteraad van 's-Hertogenbosch op 23 april 2013 is vastgesteld en dat inmiddels onherroepelijk is.
Het plangebied heeft de bestemming 'Groen'. De bestemmingsomschrijving staat er groen(voorziening), park, plantsoen, fiets- en voetpaden toe, met daaraan ondergeschikte voorzieningen. Ter plaatse van de aanduiding 'parkeren' zijn ook parkeervoorzieningen toegestaan maar daarvan is in het plangebied geen sprake. Een binnenschietbaan is niet toegestaan. Ook de verharding van de bestaande Kloosterstraat tussen de locatie van de binnenschietbaan en het bedrijfsterrein is bestemd als 'Groen'. Met voorliggend bestemmingsplan wordt hier de bestemming in overeenstemming gebracht met de bestaande situatie van verharding.
Naast de enkelbestemming 'Groen' heeft het plangebied ook de dubbelbestemmingen 'Waarde-Groenblauwe mantel', 'Waarde-Archeologie-1' en 'Waarde-Archeologie-2'. Op basis van eerder archeologisch onderzoek komen in dit bestemmingsplan beide dubbelbestemmingen met betrekking tot archeologie te vervallen (zie paragraaf 7.1.5). Dit bestemmingsplan houdt wel rekening met de waarden die met de dubbelbestemming 'Waarde-Groenblauwe mantel' worden beschermd: het watersysteem, de ecologische en landschappelijke waarden en kenmerken van de gronden.
afbeelding 3: uitsnede geldend bestemmingsplan
Het plangebied ligt in een gebied waar op infrastructureel gebied veel is veranderd (zie paragraaf 1.2). Ten noorden van het plangebied ligt een aantal bedrijfskavels. Op één kavel rust een woonbestemming. Alle kavels grenzen aan de rijksweg A59. Het meest oostelijke (bedrijfs)kavel is nog niet ontwikkeld. Recent is op het meest westelijke (bedrijfs)kavel een Pick Up Point van Albert Heijn geopend, een locatie waar vooraf bestelde boodschappen kunnen worden afgehaald.
Ten westen van het plangebied ligt het Máximakanaal. Ten oosten van het plangebied ligt de Berlicumseweg. Het plangebied wordt door en vanaf deze weg ontsloten. Aan de zuidkant van het plangebied staan momenteel de keten van Rijkswaterstaat. Deze dienen nu als informatiecentrum en projectkeet voor de ecologische verbindingszone Rosmalense Aa, het Dynamisch Beekdal en het Máximakanaal en zullen op termijn worden verwijderd.
afbeelding 4: omgeving plangebied
Het perceel waarop de binnenschietbaan is geprojecteerd is ontstaan door de aanleg van een ontsluitingsweg die na de doortrekking en aanpassing van de rijksweg A59 de Berlicumseweg met Hintham verbond. Na de verbreding van de rijksweg A2, de aanpassing van het knooppunt Hintham en de omlegging van de Zuid-Willemsvaart ontsluit deze bypass alleen nog de Kloosterstraat.
Het perceel, ingeklemd tussen de oude Kloosterstraat en de nieuwere ontsluitingsweg vanaf de Berlicumseweg, bestaat voornamelijk uit grasland. Er staan enkele jonge bomen op het perceel. Aan de noordzijde staat een bomenrij parallel aan de Kloosterstraat. Het perceel kent een redelijk hoogteverschil: het terrein loopt in hoogte op richting de Berlicumseweg en is min of meer vormgegeven als een kom. Het plangebied heeft een maximale afmeting van circa 150 x 40 meter.
afbeelding 5: huidige bebouwing Kloosterstraat
afbeelding 6: plangebied ingeklemd tussen de ontsluitingsweg (links) en de Kloosterstraat (rechts)
afbeelding 7: toegang vanaf de Berlicumseweg met op de achtergrond het informatiecentrum
Op 13 maart 2012 heeft de minister van Infrastructuur en Milieu de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) vastgesteld. Met deze structuurvisie brengt het rijk de ruimtelijke ordening zo dicht mogelijk bij burgers en bedrijven, laat het meer over aan gemeenten en provincies en komen de burgers en bedrijven centraal te staan. Het rijk kiest voor een selectieve inzet van rijksbeleid op dertien nationale belangen. Buiten deze dertien belangen hebben decentrale overheden beleidsvrijheid.
Eén van de dertien nationale belangen heeft betrekking op 'zorgvuldige afwegingen en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke plannen'. Het rijk behartigt dit belang met de 'ladder voor duurzame verstedelijking'. Deze ladder is als motiveringseis in artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening opgenomen:
'De toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, voldoet aan de volgende voorwaarden:
De behoefte aan een binnenschietbaan komt voort uit de omlegging van de Zuid-Willemsvaart waarvoor de oude binnenschietbaan aan de Tivoliweg moest wijken. Drie schietsportverenigingen hebben dringend behoefte aan een definitieve clubaccommodatie. De tijdelijke accommodatie bij de voormalige kruitfabriek 'De Kruithoorn' is niet toereikend: ze is technisch gebrekkig en het terrein is uiteindelijk bestemd voor de ontwikkeling van de tweede fase van Meerendonk.
Op 13 december 2011 stelde de gemeenteraad het kader vast voor een onderzoek naar potentieel geschikte locaties voor een nieuwe binnenschietbaan in de gemeente 's-Hertogenbosch. Uitgangspunt was dat de binnenschietbaan een stedelijke voorziening is die moet worden gebouwd in stedelijk gebied als bedoeld in de Verordening Ruimte van de provincie Noord-Brabant (stedelijk concentratiegebied, kern in landelijk gebied, zoekgebieden voor stedelijke ontwikkeling en gebied integratie stad-land). Potentieel geschikte locaties met kansen voor intensief ruimtegebruik hadden de voorkeur, met dien verstande dat in de eerste plaats werd gezocht naar mogelijkheden voor medegebruik van de vereiste parkeerplaatsen en/of de benodigde (nuts)voorzieningen en in de tweede plaats naar mogelijkheden voor de combinatie van de bouw van een binnenschietbaan met die van een andere (sport)voorziening die technisch en functioneel met een binnenschietbaan zou kunnen worden gecombineerd. Op of nabij bestaande sportparken echter stuitte de komst van een binnenschietbaan steeds op een reeds bestaand parkeer- en/of verkeerprobleem of, mede gelet op de aard van de sport en de kenmerken van het gebouw, op de organisatorische en/of bouwkundige inpassing.
Uit de zoektocht naar inbreidingslocaties of mogelijkheden voor meervoudig of anderszins zorgvuldig ruimtegebruik is dan ook geen geschikte locatie naar voren gekomen (zie ook paragraaf 1.1.2). De ontwikkeling van een binnenschietbaan is echter passend aan de rand van de bebouwde kom van Rosmalen, direct aan de rijksweg A59 en - conform de Verordening Ruimte 2014 - in stedelijk gebied, i.h.b. gebied integratie stad-land (zie paragraaf 3.2 ). Bovendien is de locatie passend ontsloten voor autoverkeer en vanwege de nabijheid van de bebouwde kom van Rosmalen ook voor fietsverkeer. Tenslotte is aan de Berlicumseweg ook een bushalte.
Op 19 maart 2014 is de Structuurvisie ruimtelijke ordening 2014 in werking getreden. Deze structuurvisie is een actualisatie van de visie die in 2010 werd vastgesteld. De structuurvisie behelst de hoofdlijnen van het provinciaal ruimtelijk beleid tot 2025, met een doorkijk naar 2040. Op de visiekaart is het plangebied onderdeel van de 'internationale economische as' / 'regionale economische as', vanwege de ligging nabij de rijkswegen A2 en A59. Op de Structurenkaart daarentegen valt het plangebied binnen de globale aanduiding 'stedelijk concentratiegebied' / 'zoekgebied verstedelijking'. Het ligt ingeklemd tussen gebieden die als 'kerngebied groenblauw', 'groenblauwe mantel' en 'waterbergingsgebied' zijn aangeduid.
De Verordening Ruimte Noord-Brabant is één van de uitvoeringsinstrumenten voor de provincie om haar doelen te realiseren. Provinciale Staten van de provincie Noord-Brabant hebben op 7 februari en 14 maart 2014 de Verordening Ruimte 2014 vastgesteld.
Gebied integratie stad-land
Het plangebied is op de kaart bij de Verordening Ruimte als 'gebied integratie stad-land' aangewezen, een vertaling van het 'zoekgebied verstedelijking' op de Structurenkaart. Ten aanzien van stedelijke ontwikkeling bepaalt de Verordening Ruimte dat bestemmingsplannen die voorzien in een stedelijke ontwikkeling uitsluitend gelegen zijn in bestaand stedelijk gebied. In afwijking daarvan kan een bestemmingsplan ook in een 'gebied integratie stad-land' voorzien in een stedelijke ontwikkeling, mits deze stedelijke ontwikkeling in samenhang en in evenredigheid geschiedt met een groene en blauwe landschapsontwikkeling en ze geen betrekking heeft op een te ontwikkelen of een uit te breiden middelzwaar of zwaar bedrijventerrein. De landschapsontwikkeling kan betrekking hebben op het gebied zelf of de naaste omgeving ervan.
Uit de zoektocht naar inbreidingslocaties of mogelijkheden voor meervoudig of anderszins zorgvuldig ruimtegebruik is geen geschikte locatie naar voren gekomen (zie paragraaf 1.1.2). De ontwikkeling van een binnenschietbaan is echter passend aan de rand van de bebouwde kom van Rosmalen, direct aan de rijksweg A59. Ze draagt bij aan de ruimtelijke kwaliteit ter plaatse: het clubgebouw gaat de entree van Rosmalen markeren, de groen overdekte binnenschietbaan zelf draagt bij aan de overgang naar het landelijke gebied van het Kanaalpark en het beekdal van de Rosmalense Aa. In paragraaf 4.2 is de stedenbouwkundige en landschappelijke inpassing beschreven en hoe het plan bijdraagt aan de kwaliteitsverbetering van het landschap.
Groenblauwe mantel
Het plangebied is ook onderdeel van de groenblauwe mantel. Volgens de Verordening Ruimte moet een bestemmingsplan dat is gelegen in de groenblauwe mantel strekken tot behoud, herstel of duurzame ontwikkeling van het watersysteem en de ecologische en landschappelijke waarden en kenmerken van het gebied en moet het daartoe regels stellen. De toelichting bij een bestemmingsplan moet de wijze verantwoorden waarop de nodige kennis over de aanwezige ecologische en landschappelijke waarden en kenmerken is vergaard.
In paragraaf 4.2 is de stedenbouwkundige en landschappelijke inpassing beschreven en hoe het plan bijdraagt aan de kwaliteitsverbetering van het landschap. Paragraaf 5.3 beschrijft de ecologische waarden van het gebied. De watertoets in hoofdstuk 6 gaat nader in op het watersysteem ter hoogte van het plangebied.
Op 28 januari 2003 stelde de gemeenteraad van 's-Hertogenbosch de Ruimtelijke Structuurvisie vast (RSV). De RSV bestreek de periode tot 2010 maar gaf een doorkijk naar 2020. Op 28 januari 2014 stelde de gemeenteraad de actualisatie van de RSV vast: een raamwerk voor de ruimtelijke activiteiten en voor de investeringen van burgers, bedrijven, instellingen en overheden. De RSV is onder meer gericht op het maken van ruimtelijke contrasten op verschillende niveaus: in de stad, in het buitengebied en tussen de stad en het buitengebied. Het beeld van de stad als stedelijke contramal binnen de groene mal biedt goede aanknopingspunten voor de ontwikkeling van een contrastrijke stad. Het landschappelijk raamwerk - de groene mal - wordt verder ontwikkeld op basis van de al aanwezige landschappelijke en cultuurhistorische kwaliteiten. Het beleid voor het groen in en om de stad is gericht op verhoging van de landschappelijke, ecologische en recreatieve kwaliteiten.
De binnenschietbaan wordt gerealiseerd op de grens van de groene mal en de stedelijke contramal van de bebouwde kom van Rosmalen. Enerzijds rondt het gebouw de bebouwing aan de Kloosterstraat af, anderzijds draagt het gebouw bij aan de overgang naar het Kanaalpark en het beekdal van de Rosmalense Aa aan de zuidzijde en versterkt het zo de landschappelijke kwaliteit van het gebied.
Op 26 januari 2010 stelde de gemeenteraad van 's-Hertogenbosch het Bomenbeleidsplan vast. Met het Bomenbeleidsplan wil de gemeente haar eigen bomenbestand en dat van derden duurzaam ontwikkelen. In het Bomenbeleidsplan is een belangrijke rol weggelegd voor structurerend groen: waardevol groen dat op stadsniveau functioneert. Gemeente 's-Hertogenbosch wil deze structuren behouden, ontwikkelen en nieuw aanleggen. Het functioneel groen is het groen van de wijken, kantorenparken en bedrijventerreinen. Dit groen is in elke wijk weer anders van opzet. Gemeente 's-Hertogenbosch ziet die differentiatie als een pluspunt en speelt per plek in op de aanwezige kwaliteiten.
Gemeente 's-Hertogenbosch streeft naar een evenwichtige leeftijdsopbouw in haar bomenbestand waarbij kwaliteit belangrijker is dan kwantiteit. Ze onderscheidt bomen in drie categorieën:
In het plangebied bevinden zich geen monumentale bomen. De essen langs de Kloosterstraat vormen een boomstructuur die een bijdrage levert aan de groene kwaliteit van het gebied. De kastanjes op het terrein zelf zijn niet kapvergunningplichtig. In paragraaf 4.3 is beschreven hoe met de essen langs de Kloosterstraat en met de kastanjes op het terrein zelf wordt omgegaan.
Op 24 juni 2014 heeft de gemeenteraad van 's-Hertogenbosch de sportvisie ‘Sportief Samen Verder’ vastgesteld. De sportvisie geeft richting voor de komende jaren. Doel is om iedereen in gemeente 's-Hertogenbosch en de omliggende kernen een laagdrempelig en betaalbaar sport- of beweegaanbod in de directe omgeving te bieden. Er wordt ingezet op:
Met de accommodatie van schietsportverenigingen wordt invulling gegeven aan het streven van de gemeente 's-Hertogenbosch naar een kwalitatief hoogwaardig sportaanbod. Met een hoogwaardige binnenschietbaan worden inwoners in staat gesteld om deel te nemen aan een eigentijdse en kwalitatief goede sport- en bewegingsactiviteit.
Op 9 december 2003 stelde de gemeenteraad van 's-Hertogenbosch de 'Nota Parkeernormen, inclusief een methode voor het berekenen van het aantal parkeerplaatsen met behulp van de parkeerbalans' vast. Het doel van deze rapportage is het ontwikkelen van eenduidige parkeernormen die in de hele gemeente kunnen worden toegepast, waarbij evenwicht wordt gezocht tussen enerzijds de vraag naar parkeerplaatsen en anderzijds de kwaliteit van de openbare ruimte. Dit evenwicht kan worden berekend met behulp van de parkeerbalans.
In paragraaf 4.4.2 is het aantal vereiste parkeerplaatsen en de locatie ervan uiteengezet.
De binnenschietbaan zal bestaan uit zeven 50-meterbanen en drie 100-meterbanen. Aan de achterzijde liggen ruimtes gevuld met zand dat de kogels opvangt. Aan de voorzijde, de kant van de Berlicumseweg, is het clubgebouw gesitueerd, met de kantine-, opslag- en sanitaire ruimtes. De kogelvangers hebben een diepte van circa 5 meter, de ruimte voor kantine, opslag en sanitair is circa 10 meter diep. De binnenschietbaan wordt halfverdiept aangelegd en afgedekt met een groen grasdak.
De visie waarmee het Máximakanaal en zijn omgeving worden ontwikkeld tot een kwalitatief hoogwaardig landschap tussen Rosmalen en 's-Hertogenbosch is vastgelegd in bestemmingsplan Kanaalpark (zie paragraaf 1.3). De uitgangspunten op het gebied van landschap en ruimtelijke kwaliteit zijn:
De toelichting bij bestemmingsplan Kanaalpark stelt dat de Kloosterstraat een rommelige indruk maakt. Dit wordt veroorzaakt door de bebouwing (van lage bedrijfsgebouwen parallel aan de snelweg), het grote ruimtebeslag van de toerit richting de Kloosterstraat en de nabijheid van de rijksweg A59. In de oksel van de Berlicumseweg en de rijksweg A59 is nog ruimte gereserveerd voor een nieuw bedrijfsgebouw. Ten tijde van de vaststelling van het bestemmingsplan Kanaalpark bevond zich hier ook het informatiecentrum van Rijkswaterstaat, voor de informatievoorziening over in eerste instantie de verbreding en aanleg van de rijkswegen A2 en A59 en in tweede instantie ook de ecologische verbindingszone Rosmalense Aa, het Dynamisch Beekdal en het Máximakanaal. Voorbij de Kloosterstraat, zo schrijft de toelichting, gaat dit stedelijk gebied met snelwegen en bedrijfsgebouwen over in een meer landelijk gebied met de landgoederen Coudewater en De Wamberg en, langs de Berlicumseweg, enkele (voormalige) boerderijen.
De bedrijven en de woning Kloosterstraat 5 tussen de Kloosterstraat en de rijksweg A59 zijn in bestemmingsplan Kanaalpark bestemd conform het daaraan voorafgaande bestemmingsplan. Het deel van de Kloosterstraat dat nu doodloopt heeft de bestemming Groen gekregen waardoor op een bescheiden niveau de bedrijven konden worden voorzien van een groene omlijsting en waardoor dit gebiedje meer in harmonie kon worden gebracht met de kwalitatief hoogwaardige omgeving van natuur en landgoederen. Deze groene omlijsting heeft geen vervolg gekregen: het doodlopende deel van de Kloosterstraat is gebleven en gaat zeer waarschijnlijk functioneren als toegang naar de toekomstige bedrijfsbebouwing aan de noordzijde.
De groene omlijsting van de bedrijfsgebouwen die in bestemmingsplan Kanaalpark werd beoogd, wordt nu verankerd in de vormgeving van de schietbaan. In de eerste plaats is de instandhouding van de - historische - bomenrij langs de Kloosterstraat een belangrijke randvoorwaarde bij het ontwerp van de nieuwe binnenschietbaan. In de uitwerking van het bouwplan wordt aan de noordzijde een talud of een lage keermuur gemaakt. Waar ophoging van de grond mogelijk leidt tot aantasting van het wortelgestel, wordt sowieso een lage keermuur of een uitsparing in het talud gemaakt. Aan de zuidzijde van de binnenschietbaan wordt in elk geval een talud gemaakt.
De binnenschietbaan wordt halfverdiept aangelegd en voorzien van een groen dak. Door de verdiepte aanleg van de binnenschietbaan en het hoogteverschil van het terrein is de bouwhoogte beperkt. Bij de bepaling van de maximale bouwhoogte is ingespeeld op het komvormige terrein waardoor de maximale bouwhoogte niet meer bedraagt dan circa 2 meter ten opzichte van de rijbaan.
Ook het clubgebouw heeft een bescheiden maximale bouwhoogte van circa 5 meter ten opzichte van de rijbaan. Met de situering aan de Berlicumseweg verstoort het clubgebouw niet de overgang richting het beekdal en gaat het deel uitmaken van de bebouwingsstructuur die al aan de Berlicumseweg aanwezig is. Door het gebruik van de bestaande infrastructuur als parkeerplaats blijft bovendien verdere verstening van het gebied ten behoeve van de binnenschietbaan beperkt tot een nieuw voetpad naar het clubgebouw.
Na het verdwijnen van de tijdelijke bebouwing van Rijkswaterstaat en de bestrating eromheen, ronden de bomenrij, de halfverdiepte ligging, het groene dak en de taluds van de binnenschietbaan de rommelige bedrijfsbebouwing aan de Kloosterstraat af. Met de aanleg van de verdiepte binnenschietbaan ontstaat een duurzame en duidelijke overgang naar de kwalitatief hoogwaardige omgeving van natuur en landgoederen, waaronder het toekomstige beekdal aan de zuidzijde, landgoed Coudewater en landgoed De Wamberg.
Afbeelding 8: links huidige situatie, rechts toekomstige situatie
In oktober 2013 zijn de bomen in en direct nabij het plangebied geïnventariseerd. De beplanting langs de oude Kloosterstraat bestaat uit essen. Het zijn bomen van relatief jonge leeftijd. Er zijn twee exemplaren kleiner dan 6 meter, de overige bomen zijn 12 tot 15 meter hoog en hebben een kroondiameter van 8 tot 10 meter.
De essen hebben een goede levensverwachting en zijn structuurbomen of vormen een bomenstructuur (zie paragraaf 3.3.2). Een boomstructuur wordt gevormd door een verzameling van groene elementen die een bovenlokale bijdrage leveren aan de identiteit én de groene kwaliteit van de stad of een wijk. Er is een kapvergunning nodig voor alle bomen in een boomstructuur.
De gemeente 's-Hertogenbosch streeft naar behoud van deze structuurbomen / boomstructuur. In dat verband zijn aan het ontwerp van de binnenschietbaan eisen gesteld:
De bouwgrens op de verbeelding ligt op 4 meter van de stamvoet van de essen (zie paragraaf 8.3.1). Onder de essen vindt niet meer verharding plaats. De bestaande verharding ten behoeve van de parkeerplaatsen blijft ongewijzigd (zie paragraaf 4.4.2). Op basis hiervan is geen aanvullend wortelonderzoek nodig.
Op het perceel zelf staan 12 kastanjes en 1 es, tot 9 meter hoog. Deze bomen moeten plaatsmaken voor de binnenschietbaan en kunnen niet worden behouden. Hoewel de bomen verplantbaar zijn, is dat vanwege de soort niet wenselijk. De kastanjes worden elders vervangen door 12 bomen met een diameter van 25 tot 30 centimeter.
De locatie is goed en vlot bereikbaar vanaf het hoofdwegennet via de aansluiting van het nieuwere deel van de Kloosterstraat op de Berlicumseweg. Deze kruising is met een VRI geregeld. Er wordt uitgegaan van circa 120 extra verkeersbewegingen in de avond (op basis van 60 aanwezige personen). De extra verkeersbewegingen als gevolg van de nieuwe accommodatie leiden niet tot verkeersproblemen.
Bij de situering van de halfverdiepte binnenschietbaan is met name gekeken naar voldoende doorzicht in de bocht van de Kloosterstraat die om het gebouw heen loopt. De bouwgrens en de bouwhoogte zijn zodanig gesteld dat in de bochten voldoende doorzicht resteert.
De ingang van de binnenschietbaan is te voet bereikbaar via het doodlopende deel van de Kloosterstraat. Hier, direct aansluitend aan de ingang, is ook ruimte voor calamiteitenverkeer (brandweer/ambulance).
Het aantal parkeerplaatsen is in eerste instantie gebaseerd op de Nota Parkeernormen (zie paragraaf 3.3.4) en in tweede instantie op de verwachte reële behoefte van de schietsportverenigingen.
Er is in de Nota Parkeernormen geen specifieke norm voor een binnenschietbaan opgenomen. De meest geëigende norm is die van verenigingsgebouw (en sociaal cultureel centrum). Conform deze norm zijn per 100 m² 4,2 parkeerplaatsen vereist. Het clubgebouw is circa 250 m² groot, de ruimte waarin wordt geschoten circa 150 m². De schietbanen zelf zijn niet voor verblijf bestemd en zijn bij deze berekening dan ook buiten beschouwing gelaten. Op basis van de Nota parkeernormen zijn in totaal (400 m2 x 4,2 pp/100 m2 =) 17 parkeerplaatsen vereist. Dit komt overeen met de voormalige parkeercapaciteit van de binnenschietbaan aan de Tivoliweg in Rosmalen.
Het aantal van 17 parkeerplaatsen geldt als ondergrens. Vervolgens is de verwachte reële behoefte van de schietsportverenigingen ingeschat. De grootste behoefte bestaat op wedstrijddagen. Naar inschatting van de stichting die de binnenschietbaan gaat exploiteren is op zulke dagen ruimte voor circa 40 auto's tegelijk nodig. Op het doodlopende deel van de Kloosterstraat direct voor het clubgebouw is ruimte voor 51 openbare, haakse parkeerplaatsen. Deze parkeerplaatsen kunnen door de schietsportverenigingen worden gebruikt.
Het aantal van 51 parkeerplaatsen is gebaseerd op de fysiek aanwezige ruimte aan de zuidzijde van dit deel van de Kloosterstraat. In de huidige situatie is sprake van een profiel dat bestaat uit een rijbaan met fietsstroken en met aan de zuidzijde een langsparkeerstrook met aanliggend voetpad. De verhardingsbreedte tot aan het voetpad is ruim 10 meter. Door op 4,5 meter vanaf het voetpad een doorgaande witte lijn, evenwijdig met de as, aan te geven, kunnen vervolgens met wegenverf de haakse parkeerplaatsen worden aangeduid. Geparkeerde auto's steken enigszins met hun voorzijde over het voetpad. Zodoende ontstaat er voldoende rij- en manoeuvreerruimte op de rijbaan. Omdat dit deel van de Kloosterstraat doodlopend is, is er geen behoefte meer aan aparte fietssuggestiestroken. Met deze overmaat aan parkeerplaatsen kunnen piekmomenten zoals wedstrijddagen goed worden opgevangen. Tevens ontstaat op dit deel van de Kloosterstraat een rustig en eenduidig (verkeers)beeld.
De mogelijke milieubelasting van de binnenschietbaan is beoordeeld aan de hand van de brochure 'Bedrijven en Milieuzonering' (VNG, 2009). De brochure is opgesteld als handreiking bij de hoofdvraag van milieuzonering: hoe kunnen milieubelastende en milieugevoelige activiteiten ten opzichte van elkaar worden gesitueerd? In de brochure is voor een breed scala aan typen bedrijvigheid - waaronder ook voorzieningen op het gebied van cultuur, sport en recreatie - een lijst opgenomen met de richtafstanden voor geur, stof, geluid en gevaar. Deze lijst kunnen gemeenten gemotiveerd toepassen bij de bepaling van de afstand tussen deze bedrijven, i.c. voorzieningen, en een rustige woonwijk, een rustig buitengebied of een gemengd gebied. De richtafstanden gelden tussen enerzijds de grens van de bestemming die bedrijven (of andere milieubelastende functies) toelaat en anderzijds de uiterste situering van de gevel van een woning die juridisch-planologisch mogelijk is.
De locatie aan de Kloosterstraat is vanwege de ligging ten opzichte van de rijksweg A59 en de direct aangrenzende bedrijfsbestemming een gemengd gebied. Op basis van de brochure geldt voor de vestiging van een binnenschietbaan (SBI-code 2008: 931.1) in een gemengd gebied een richtafstand van 100 meter, waarbij de verwachte geluidhinder maatgevend is. De afstand tussen de uiterste situering van de kavelgrens (tevens grens van de bestemming met een milieubelastende functie, het parkeerterrein bij de binnenschietbaan) en de gevel van de dichtstbijgelegen woning bedraagt 25 meter. De brochure vereist een gemotiveerde toepassing. Omdat de richtafstand van 100 meter is ingegeven door de verwachte geluidhinder is in het geluidonderzoek nader gekeken naar de reële geluidbelasting van de binnenschietbaan.
Om te onderzoeken wat de geluiduitstraling van de binnenschietbaan is, is een akoestisch onderzoek uitgevoerd (Schietbaan Kloosterstraat Rosmalen, Jansen Raadgevend Ingenieursbureau, kenmerk 814.960/53.320/MZ1, 21 november 2013; zie bijlage). Hiervoor is de toekomstige activiteit van de binnenschietbaan geprojecteerd op het plangebied en is berekend wat de geluiduitstraling naar de omgeving is. Uitgangspunt is dat de binnenschietbaan op doordeweekse avonden tot 24.00 open is en in de weekenden tot 20.00 uur en dat elke dag circa 60 mensen de inrichting bezoeken. De schietactiviteiten zullen plaatsvinden in een deels verdiepte bunker voorzien van een grasdak.
Berekend is wat de geluiduitstraling is naar de omliggende woningen. Circa 25 meter ten noordwesten van het plangebied ligt een woonhuis aan de Kloosterstraat 5, ongeveer 120 meter ten zuidoosten ligt een woning aan de Berlicumseweg 5. De richtwaarden voor het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau (LAr,LT) waaraan de activiteiten kunnen worden getoetst, bedragen 50 dB(A) in de dagperiode, 45 dB(A) in de avondperiode en 40 dB(A) in de nachtperiode. Deze richtwaarden komen overeen met de grenswaarden uit het Activiteitenbesluit ingevolge de Wet milieubeheer.
In het geluidonderzoek zijn de volgende uitgangspunten gehanteerd:
Met een geluidisolerende constructie op basis van deze uitgangspunten is de geluidbelasting op de gevels van de maatgevende woning aan de Kloosterstraat 5 maximaal 37 dB(A). Dit is onder de norm van 45 dB(A) in de avond en 40 dB(A) in de nacht. Gelet op de geluidisolerende constructie en de op basis daarvan berekende geluiduitstraling is de binnenschietbaan ruimtelijk inpasbaar, op een kortere afstand van de dichtstbijzijnde woning dan in de brochure 'Bedrijven en milieuzonering' is aangegeven (zie paragraaf 5.1). Uit het geluidonderzoek blijkt dat, gegeven de uitgangspunten, de inrichting ruimschoots kan voldoen aan de geluidnormen. Bij een aanvraag om omgevingsvergunning moet de bouwkundige uitvoering van het gebouw worden afgestemd op de werkelijke bedrijfs- en gebruikssituatie van de binnenschietbaan en de geldende geluidnormen. Hiervoor is nader akoestisch onderzoek nodig bij de aanvraag om omgevingsvergunning.
De activiteiten hebben een verkeersaantrekkende werking. Bezoekers komen met de fiets, scooter of auto. Uitgaande van gemiddeld 120 extra verkeersbewegingen, op basis van het verwachte gemiddeld aantal bezoekers, is de geluidbelasting vanwege verkeers- en parkeerbewegingen maximaal 38 dB(A) op de maatgevende woning aan de Kloosterstraat 5. Ook deze geluidbelasting, zowel het langtijdgemiddelde als het maximale piekniveau, is ruim beneden de norm. Ook gelet op geluidbelasting vanwege verkeers- en parkeerbewegingen is de binnenschietbaan ruimtelijk inpasbaar en leidt hij niet tot een verslechtering van het woon- en leefklimaat.
Het plangebied ligt tussen de oude Kloosterstraat en de ontsluitingsweg vanaf de Berlicumseweg die in 2005 is aangelegd. Voor de aanleg van deze weg bestond het gebied uit intensief gebruikt grasland, voor landbouw. De soortenrijkdom van productiegraslanden (Engels raaigras) is uitermate gering. In 2005 bevonden zich hier dan ook vrijwel geen beschermde soorten of soorten van de rode lijst bij de Flora- en Faunawet. Mogelijk was het gebied wel in gebruik als foerageergebied van de das. Deze heeft verschillende burchten op en rond het landgoed De Wamberg.
Na 2005 is de situatie verder gewijzigd door de bouw van de informatie- en projectkeet van Rijkswaterstaat. Door de weg en de gebouwen is de groenstrook van zijn omgeving geïsoleerd geraakt. De das maakt geen gebruik meer van het gebied.
afbeelding 9: situatie 2002; de locatie was in gebruik voor landbouw
afbeelding 10: situatie in 2005; tijdens de aanleg van de ontsluitingsweg is het grasland gebruikt als werkterrein en is het vrijwel geheel kapot- en vastgereden
Na de aanleg van de ontsluitingsweg is het grasland uit productie genomen. Hoewel de bemestingsdruk is afgenomen, is de soortenrijkdom door het intensieve maaibeheer nog steeds beperkt. Er broeden geen vogels op het grasperceel. De vegetatie is ook niet geschikt voor sprinkhanen of dagvlinders. Kortom, er bevinden zich anno 2013 geen beschermde soorten of soorten van de rode lijst.
afbeelding 11: situatie in 2013; intensief maaibeheer leidt tot soortenarme vegetatie
De beplanting langs de oude Kloosterstraat bestaat uit essen. Het zijn bomen van relatief jonge leeftijd en blijven gehandhaafd (zie paragraaf 4.3). In deze bomenrij bevinden zich geen beschermde soorten of soorten van de rode lijst. De bomen zijn niet geschikt voor vleermuizen als vestigings- of overwinteringsbiotoop en door hun geïsoleerde ligging ook niet als migratieroute. De kastanjes die na de aanleg van de weg verspreid in het grasland zijn geplaatst, zijn slechts enkele jaren oud en zijn ecologisch gezien niet waardevol. De kastanjes kunnen door de komst van de binnenschietbaan niet worden gehandhaafd maar zullen worden gecompenseerd (zie paragraaf 4.3).
Wat betreft de Flora- en Faunawet is geen ontheffing nodig in het kader van die wet: er zijn geen beschermde soorten of soorten van de rode lijst en ook geen broedvogels op het grasland of in de bomen aanwezig. Er mag dan ook in het broedseizoen worden gewerkt. Wat betreft de Natuurbeschermingswet 1998 ligt de binnenschietbaan niet in de directe nabijheid van Natura 2000-gebieden. Het Bossche Broek ligt op circa 5 kilometer afstand. Het dichtstbijzijnde gebied binnen de ecologische hoofdstructuur is landgoed De Wamberg en de ecologische verbindingszone Grote Wetering. (De bouw van de) binnenschietbaan is niet van invloed op het genoemde Natura 2000-gebied, de ecologische hoofdstructuur of de ecologische verbindingszone: de binnenschietbaan wordt halfverdiept aangelegd en is geluidarm; de verkeersafwikkeling gaat over de bestaande wegen.
Ruimtelijke ontwikkelingen moeten worden getoetst aan de luchtkwaliteitseisen die zijn vastgelegd in de Wet milieubeheer en de hierop gebaseerde AMvB's met betrekking tot luchtkwaliteit. Uitgaande van gemiddeld circa 60 aanwezige personen genereert de binnenschietbaan zo'n 120 extra verkeersbewegingen per dag. Met deze toename van het aantal verkeersbewegingen is sprake van een project dat valt binnen de definitie van 'niet in betekende mate'. Dit houdt in dat geen sprake is van een relevante verslechtering van de luchtkwaliteit. De luchtkwaliteit van het plangebied direct naast de rijksweg A59 is zwaarbelast. Echter, aangezien personen slechts een beperkte hoeveelheid tijd doorbrengen op deze locatie is het verantwoord dat deze activiteiten hier plaatsvinden.
In verschillende bodemonderzoeken in de directe omgeving van het plangebied zijn in de grond over het algemeen lichte overschrijdingen aan zware metalen, PAK en minerale olie gemeten. In het grondwater zijn lichte overschrijdingen aan zware metalen gemeten. Tevens is in de directe nabijheid van het plangebied in het verleden een bodemsanering uitgevoerd. Uit de beschikbare informatie over de bodemkwaliteit in het plangebied blijken geen bijzonderheden. Het plangebied is historisch onverdacht. Bij grondverzet, door de verdiepte aanleg van de binnenschietbaan, valt vrijkomende grond onder de bepalingen van het besluit Bodemkwaliteit. Bij bronneringswerkzaamheden zullen voor zover relevant ingevolge de Grondwaterwet, de Wet Verontreiniging Oppervlaktewateren en de Lozingsregeling riolering meldingen of aanvragen om vergunningen moeten worden ingediend.
Externe veiligheid betreft het risico dat aan bepaalde activiteiten verbonden is voor niet bij de activiteit betrokken personen. Het externe-veiligheidsbeleid richt zich op het voorkomen en beheersen van de risico's van risicovolle bedrijfsactiviteiten en van risicovol transport. Het gaat daarbij om bescherming van individuele burgers en groepen tegen ongevallen met gevaarlijke stoffen of omstandigheden. Daarbij kan het gaan om de risico's die verbonden zijn aan 'risicovolle inrichtingen', waar gevaarlijke stoffen worden geproduceerd, opgeslagen of gebruikt, en om het 'vervoer van gevaarlijke stoffen' via wegen, spoorwegen, waterwegen en buisleidingen. Het is een beleidsterrein dat zich richt op rampenbestrijding maar meer nog op voorkoming van calamiteiten en dat daarbij ook randvoorwaarden stelt aan ruimtelijke plannen. Om risico's te beperken worden afstandseisen gesteld tussen de risicobron en de personen of objecten die risico lopen (kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten). Daarbij kan zowel sprake zijn van voorgeschreven vaste afstanden tussen risicobron en (beperkt) kwetsbare objecten als van risicocontouren: afstandseisen gerelateerd aan de kans op een calamiteit en de gevolgen daarvan, die in acht moeten worden genomen. Op basis van het onderstaande en ook de risicokaart van de provincie Noord-Brabant kan worden geconcludeerd dat externe veiligheid geen belemmeringen oplevert:
Het waarborgen van de kwaliteit van de leefomgeving is een belangrijke opgave van de gemeente. Van ontwerp, aanleg, inrichting tot beheer wordt stedelijke ontwikkeling steeds duurzamer vormgegeven. De gemeente 's-Hertogenbosch wil een voortrekkersrol blijven spelen op het gebied van duurzame stedelijke ontwikkeling. Onder duurzame stedelijke ontwikkeling wordt verstaan: het rekening houden met milieuaspecten gedurende planontwikkeling, bouw, inrichting en beheer. Belangrijke onderwerpen zijn: energie, water, afval, verkeer, materiaalgebruik, bodem, geluid en natuur. De speerpunten van het gemeentelijk beleid zijn energie, integraal waterbeheer en duurzaam hout. Op basis van dit beleid streeft de gemeente 's-Hertogenbosch bij een nieuwe stedelijke ontwikkeling naar 25% minder CO2-uitstoot ten opzichte van het wettelijk vereiste, in combinatie met de toepassing van duurzame energiebronnen. Het integraal waterbeheer vereist dat in de bouw geen uitlogende materialen worden gebruikt. Tenslotte moet hout met het FSC-keurmerk of het PEFC-keurmerk (SFI, CSA en ATFS), niet zijnde MTCS, worden toegepast.
Binnen het plangebied zijn geen kabels en leidingen en evenmin grote transportleidingen die een ruimtelijk effect hebben of die een ruimtelijke ontwikkeling beperken. Voorafgaand aan de realisatie van het plan moet door een klic-melding inzichtelijk worden gemaakt of bij de uitvoering van de werkzaamheden rekening moet worden gehouden met de aanwezigheid van kabels en leidingen in het gebied. Op basis van de nu beschikbare informatie zijn geen ondergrondse kabels en leidingen in het gebied aanwezig.
Integraal waterbeheer beoogt een duurzaam en veerkrachtig watersysteem waarbij kansen worden benut en functies zoveel mogelijk worden gecombineerd. De beleidsdoelen voor integraal waterbeheer zijn door de gemeenteraad op 14 juli 2009 vastgesteld in de nota Waterstad 's-Hertogenbosch. Het is een visiedocument dat is onderschreven door de verschillende actoren op het gebied van water in en rondom de stad. De nota beschrijft de wijze waarop 's-Hertogenbosch een mooi, robuust en klimaatbestendig watersysteem zal houden, nu en in de toekomst.
Het waterbeheerplan van het Waterschap Aa en Maas uit 2010 beschrijft de hoofdlijnen voor het te voeren beleid voor de periode 2010-2015, met een doorkijk naar 2027. Hierin zijn acht uitgangspunten geformuleerd:
In ruimtelijke plannen van de gemeente 's-Hertogenbosch worden bovenstaande uitgangspunten zoveel mogelijk meegenomen in de planvorming.
Huidige situatie
In de huidige situatie ligt het maaiveld op gemiddeld 6 m +NAP. De matig doorlatende deklaag, met een dikte van circa 30 m, bestaat uit fijn tot matig grove zanden met kleilagen. De freatische grondwaterstand bedraagt 3 m +NAP ofwel 3 m beneden maaiveld. De stromingsrichting van het freatisch grondwater is noordwestelijk gericht. Het plangebied is niet gelegen in een grondwaterbeschermingsgebied.
Inundatiegebied
Het plangebied ligt op de rand van een inundatiegebied. De ingang van de binnenschietbaan ligt net buiten deze zone, de achterkant ligt erin. Het inundatiegebied wil zeggen dat door het waterschap is ingeschat dat het peil, met water vanuit de Aa, vaker dan eens per 100 jaar tot op het maaiveld kan komen. Gezien de hoogteligging van de ingang van de binnenschietbaan - hoger en niet in het inundatiegebied - wordt verwacht dat geen water in de binnenschietbaan zal stromen als er heftige peilstijgingen in de Aa zijn. In geval van extreme neerslag (met een herhalingstijd groter dan eens in de 100 jaar) en als het peil hoger komt dan het maaiveld, dan zal dit tijdig zichtbaar worden en kunnen tijdig maatregelen worden getroffen, zoals ontruiming of het hoger opbergen van kostbare materialen.
Riolering; afvalwater
Afvalwater moet gescheiden worden aangeboden op de perceelgrens waar het via de gemeentelijke riolering kan worden afgevoerd.
Verharding; waterberging
Het plan leidt per saldo niet tot een toename van het verhard oppervlak. De binnenschietbaan krijgt een groen dak, met graszoden. Als de grond verzadigd is, watert het dak af op het naburige, lager gelegen groen. Dit ontwerp zorgt dus niet voor een verhardingstoename en al het hemelwater zal infiltreren in de grond. De parkeervoorziening wordt uitgevoerd op bestaande verharding. Het nieuwe voetpad naar het clubgebouw zal met klinkers worden verhard. Hiertegenover staat dat de verharding van de oude bushalte en van het bestaande voetpad over het perceel wordt verwijderd en plaatsmaakt voor de groen afgedekte binnenschietbaan. Conform de beleidsuitgangspunten van het waterschap ten aanzien van een hydrologisch neutrale ontwikkeling is geen compensatie aan de orde.
Materiaalgebruik
Bij de bouw van de binnenschietbaan zal gebruik worden gemaakt van niet uitloogbare bouwmaterialen om vervuiling van oppervlakte- en grondwater te voorkomen. Dit, met het oog op een duurzaam behoud van de grondwater- en oppervlaktewaterkwaliteit. Zo zal afvloeiend hemelwater in elk geval aan de kwaliteitseisen voldoen.
Het plangebied ligt landschappelijk gezien op een dekzandwelving. Deze dekzandwelving is gevormd in de laatste ijstijd. In deze periode was er nauwelijks begroeiing aanwezig om het zand vast te houden. Het losse zand kon door de wind worden meegevoerd en er ontstond een reliëfrijk dekzandlandschap bestaande uit dekzandruggen, welvingen en vlaktes. Richting het noorden loopt de dekzandwelving op tot een dekzandrug en richting het westen loopt het geleidelijk af naar een dekzandvlakte. Op basis van de bodemkundige informatie kan worden afgeleid dat in het plangebied sprake is (of is geweest) van beekeerdgronden. Dit betekent dat het gebied van oorsprong relatief laag lag en vermoedelijk regelmatig overstroomde.
afbeelding 12: de landschapskaart van de gemeente 's-Hertogenbosch met in blauw de globale grens van het plangebied; 1. dekzandrug, 2. dekzandwelving, 3. dekzandvlakte. De groene lijn vormt de ligging van de Stelling van 1629 (niet gecorrigeerd).
Tijdens diepe ontgravingen en ontzandingen in de omgeving van 's-Hertogenbosch en Rosmalen zijn herhaaldelijk werktuigen aangetroffen die er op wijzen dat in dit gebied al ruim 35.000 jaar geleden mensen en dieren leefden. Met name in de zandput van De Groote Wielen (Rosmalen) en de Noorderplas zijn dergelijke oude resten aangetroffen. De kampjes van de jagers-verzamelaars uit deze periode liggen echter verstopt onder vele meters zand en klei en komen daarom alleen bij diepe bodemingrepen aan het licht. Vanwege de diepe ligging (10 tot 13 meter onder het maaiveld) en de geringe omvang van de kampementen zijn de resten van deze oudste bewoningsfasen vrijwel niet op te sporen met archeologisch onderzoek. De dekzandruggen zijn door hun relatief hogere ligging altijd een aantrekkelijke locatie voor bewoning geweest. Gezien de ouderdom van de dekzandruggen kan deze bewoning teruggaan tot het Laat-Paleolithicum (vanaf circa 15.000 jaar geleden) maar sporen uit deze periode zijn nog maar weinig bekend in de gemeente 's-Hertogenbosch. In of in de nabijheid van het plangebied zijn geen concrete aanwijzingen voor bewoning uit de vroege prehistorie. Tijdens archeologisch onderzoek zijn in een aantal boringen fragmenten aardewerk uit de IJzertijd aangetroffen. Mogelijk is dit toe te schrijven aan een nederzetting ter plaatse.
In 1629 werd Den Bosch belegerd door de Staatse troepen van Frederik Hendrik. Voor deze belegering werd een omvangrijk stelsel van wallen, forten en schansen aangelegd. Deze Stelling van 1629 loopt deels door het plangebied. Op basis van historisch kaartmateriaal zou zelfs sprake zijn van een grote vierhoekige schans. Uit recent onderzoek is echter gebleken dat de projectie van de stellingen niet helemaal overeenkomt met de daadwerkelijke ligging. De schans heeft vermoedelijk meer naar het noorden gelegen, wat betekent dat in het uiterst westelijke deel van het plangebied nog wel een lijnvormig deel van de stelling zal hebben gelegen (afbeelding 13).
Vanaf de Late Middeleeuwen zijn er aanwijzingen voor bewoning ter hoogte van het klooster Coudewater dat ten oosten van het plangebied ligt. Op historische kaarten uit het begin van de 19e eeuw is in het plangebied geen bebouwing zichtbaar.
Afbeelding 13: de herinterpretatie van de ligging van de Stelling van 1629 (rode lijn) op basis van het archeologisch onderzoek dat is uitgevoerd in het kader van de aanleg van het Máximakanaal. De dikke zwarte lijn markeert de globale ligging van het plangebied.
In 2008 is een archeologische verwachtingskaart opgesteld voor het deel van de gemeente buiten de middeleeuwse stadskern van 's-Hertogenbosch. De archeologische verwachtingskaart bevat niet alleen de reeds bekende archeologische vindplaatsen maar geeft ook een overzicht van de gebieden waar archeologische vindplaatsen verwacht kunnen worden, de zogenaamde verwachtingsgebieden. Gebieden waar de kans op het aantreffen van archeologie hoog is, worden aangeduid als gebieden met een hoge archeologische verwachting. Verder wordt een onderscheid gemaakt in gebieden met een middelhoge en gebieden met een lage archeologische verwachting. Of er ook daadwerkelijk archeologische vindplaatsen aanwezig zijn, moet archeologisch onderzoek uitwijzen maar de verwachtingsgebieden geven al wel aan in welke mate men met mogelijke archeologische resten rekening moet houden. Voor deze kaart is gebruik gemaakt van de meest gedetailleerde en beschikbare bodemkundige en geo(morfo)logische gegevens zodat de archeologische verwachtingszones zo gedetailleerd mogelijk zijn begrensd.
De hoge dekzandrug in het plangebied heeft een hoge archeologische verwachting en de lagere delen van het dekzandgebied hebben een middelhoge archeologische verwachting (afbeelding 14). De archeologische vindplaatsen uit de periode Laat-Paleolithicum tot en met de Vroege Middeleeuwen bevinden zich in de top van het dekzand. Sporen uit de Late Middeleeuwen en Nieuwe tijd kunnen aan of direct onder het maaiveld voorkomen. Van het plangebied is bekend dat het grotendeels is ontgrond. In het plangebied kunnen resten van de Stelling van 1629 worden verwacht. Deze resten hebben daarom een hoge archeologische verwachting gekregen. Op basis van recent onderzoek is gebleken dat deze resten vermoedelijk alleen betrekking hebben op een wal met greppel. Op basis van de ontgrondingen in het plangebied is de kans zeer klein dat hiervan nog resten bewaard zijn gebleven. De hoge verwachting voor de Stelling van 1629 is daarom bijgesteld naar laag.
Afbeelding 14: de archeologische verwachtingskaart met in blauw de globale ligging van plangebied; 1. zone met een hoge verwachting, 2. zone met een middelhoge verwachting, 3. ligging Stelling van 1629 (niet gecorrigeerd).
De archeologische verwachtingskaart vormt de basis voor het archeologiebeleid van de gemeente 's-Hertogenbosch. Ten behoeve van het beleid zijn voor archeologische waarden en archeologische verwachtingsgebieden binnen de gemeentegrenzen specifieke eisen of voorwaarden opgesteld en verwerkt tot een archeologische beleidskaart. Deze kaart werd op 15 juni 2010 door de gemeenteraad van 's-Hertogenbosch vastgesteld. De zones met een hoge en middelhoge archeologische verwachting zijn op de beleidskaart vertaald in zones waar verspreide nederzettingen en grafvelden uit de prehistorie, Romeinse tijd en Middeleeuwen aanwezig zijn, al dan niet afgedekt door een recent ophogingspakket (afbeelding 15). Voor de zones met een lage verwachting zijn op de beleidskaart geen nadere eisen opgenomen. Wel zal bij m.e.r.-plichtige projecten en projecten die onder de Tracéwet vallen nader onderzoek worden verlangd.
afbeelding 15: de archeologische beleidskaart van de gemeente 's-Hertogenbosch met in blauw de globale grens van het plangebied; 4F geeft de ligging van de Stelling van 1629 aan (niet gecorrigeerd), 5A omvat verspreide nederzettingen en grafvelden uit de prehistorie, Romeinse tijd en Middeleeuwen.
In de archeologische beleidsnota van de gemeente is aangegeven dat bij het opstellen van elk bestemmingsplan zal worden bekeken in hoeverre de zones met een hoge en middelhoge verwachting nader kunnen worden uitgewerkt. Ten behoeve van dit bestemmingsplan is ook bekeken in hoeverre de bestaande verwachting nader is te specificeren. In 2001 is in het plangebied een archeologisch onderzoek uitgevoerd. Hieruit is gebleken dat het plangebied grotendeels is ontgrond.
In bestemmingsplan 'Kanaalpark' (zie paragraaf 1.3) heeft het plangebied de dubbelbestemmingen 'Waarde-Archeologie-1' en 'Waarde-Archeologie-2'. Op basis van het voorstaande kan de archeologische verwachtingswaarde echter naar een lage verwachting worden bijgesteld en is geen archeologisch onderzoek meer noodzakelijk. In dit bestemmingsplan heeft het plangebied daarom geen dubbelbestemming met betrekking tot archeologie meer.
Als tijdens werkzaamheden geïsoleerde, zogenaamde 'losse' archeologische vondsten worden gedaan, is men wettelijk verplicht deze vondsten te melden aan de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE). Ook de gemeentelijk archeoloog moet in dat geval op de hoogte worden gebracht.
In het plangebied zijn geen bouwhistorische of andere cultuurhistorische waarden aanwezig.
Het bestemmingsplan bestaat uit een verbeelding en regels en is voorzien van een toelichting. De eerste twee onderdelen zijn juridisch bindend, de toelichting is juridisch niet bindend maar helpt bij de interpretatie van de verbeelding en de regels. De regels zijn als volgt ingedeeld:
Definiëren van begrippen en aanwijzingen voor het meten vergroten de duidelijkheid en de rechtszekerheid. In artikel 1 worden belangrijke begrippen die in het plan veel voorkomen nader gedefinieerd. In artikel 2 is aangegeven hoe afstanden en maten die in de regels worden voorgeschreven, moeten worden gemeten.
Omdat het peil van de wegen rond de binnenschietbaan sterk varieert en ook het terrein zelf in hoogte verschilt, hanteert dit plan voor het gebouw binnen de bestemming 'Sport' een eenduidige hoogtebepaling van 0 meter +NAP als peil. De hoogte van andere gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, wordt bepaald aan de hand van de gemiddelde hoogte van het afgewerkte terrein ter plaatse van de bouw.
Het terrein waarop de binnenschietbaan en bijbehorende functies (entree, kantine, opslag, groen(voorzieningen) et cetera) zijn toegestaan is bestemd als Sport. De sportfunctie is in de bestemmingsomschrijving beperkt tot binnenschietbaan.
De bebouwing moet plaatsvinden binnen het bouwvlak. De grenzen ervan zijn bepaald met het oog op de instandhouding van de essen langs de Kloosterstraat (zie paragraaf 4.3.1) en met het oog op de verkeersveiligheid, dat wil zeggen voor een voldoende doorzicht voor auto- en fietsverkeer in de bocht (zie paragraaf 4.4.1). In totaal mag niet meer dan 65% van het bouwvlak worden bebouwd.
De bouwhoogte aan de kant van de Berlicumseweg is op de verbeelding beperkt tot 10,50 m +NAP. Hier is dan ook een klein stedelijk accent toegestaan in de vorm van een clubgebouw. De Berlicumseweg ligt ter plaatse op een hoogte van 5,60 m +NAP, zodat vanaf deze weg een hoogte van maximaal circa 4,90 m wordt ervaren.
De bouwhoogte van de binnenschietbaan zelf is beperkt tot 6,60 m +NAP. De binnenschietbaan moet zo halfverdiept worden aangelegd. De hoogte van de binnenschietbaan vanaf de Kloosterstraat bedraagt maximaal circa 2 meter vanaf de rijbaan. Vervolgens kan de binnenschietbaan met een zandpakket en graszoden worden afgedekt. In de eerste plaats maakt dit de binnenschietbaan geluidarm (zie paragraaf 5.2), in de tweede plaats draagt dit bij aan een groene afronding van het landelijk gebied (zie paragraaf 4.2).
De bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, is in beginsel beperkt tot 1 meter, dat wil zeggen voor bankjes et cetera. Voor hogere bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zoals hekwerken, kunnen burgemeester en wethouders hiervan afwijken tot een bouwhoogte van 3 meter, mits onder meer aan het straat- en bebouwingsbeeld niet onevenredig afbreuk wordt gedaan.
Het deel van de Kloosterstraat waarop de bezoekers van de binnenschietbaan moeten parkeren is bestemd voor Verkeer. Hier is ruimte voor 51 openbare, haakse parkeerplaatsen. Daarmee is in voldoende mate in de parkeerbehoefte van de binnenschietbaan voorzien.
De dubbelbestemming ter bescherming van de groenblauwe mantel, in het bijzonder het behoud, herstel of de duurzame ontwikkeling van het watersysteem en de ecologische en landschappelijke waarden en kenmerken van de gronden, is overeenkomstig de dubbelbestemming 'Waarde-Groenblauwe mantel' in bestemmingsplan Kanaalpark.
Op basis van deze dubbelbestemming is het verboden om zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning grondwerkzaamheden zoals afgraven, egaliseren et cetera uit te (laten) voeren en/of waterlopen, sloten en greppels te graven, te dempen et cetera. Zo'n omgevingsvergunning wordt alleen verleend als door zulke werkzaamheden geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan het heersende watersysteem en de ecologische en landschappelijke waarden van de gronden.
In artikel 6 is de anti-dubbeltelregel opgenomen: grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing
Artikel 7 bevat de algemene gebruiksregel dat, voor zover onder een bestemmingsomschrijving de bestemming van een seksinrichting zou kunnen worden verstaan, het gebruik ten behoeve van een seksinrichting in elk geval in strijd is met de bestemmingsomschrijving van alle bestemmingen in dit bestemmingsplan. Een seksinrichting wordt in lid 1.18 nader gedefinieerd.
Voor alle bouwregels geldt dat burgemeester en wethouders er conform de algemene afwijkingsregels in artikel 8 van af kunnen wijken. Deze regels betreffen onder meer vermeerdering dan wel vermindering van de voorgeschreven maten en normen met niet meer dan 10% en vergroting van de bouwhoogte van gebouwen ten behoeve van plaatselijke verhogingen, zoals schoorstenen. Steeds geldt dat hiervoor alleen toestemming kan worden verleend als de afwijking het straat- en bebouwingsbeeld, de woonsituatie, de milieusituatie, de verkeersveiligheid, de sociale veiligheid en de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden niet onevenredig aantast.
In artikel 9 is het overgangsrecht opgenomen. De tekst ervan is wettelijk voorgeschreven in het Besluit ruimtelijke ordening.
In artikel 10 is de slotregel opgenomen. Hierin is formeel bepaald dat in andere bestemmingsplannen en/of in andere juridisch-planologische besluiten (de regels van) het bestemmingsplan 'Regels van het bestemmingsplan Schietbaan Kloosterstraat' wordt/worden genoemd.
Bestemmingsplan 'Schietbaan Kloosterstraat' maakt de accommodatie van een binnenschietbaan mogelijk. De Stichting Schietbaan Rosmalen heeft budget gekregen van Rijkswaterstaat voor de realisatie van de nieuwbouw en de gemeente heeft een bijdrage ontvangen van Rijkswaterstaat voor de realisatie van de ontsluiting en de aanleg van de nutsvoorzieningen. Beide budgetten zijn toereikend voor de realisatie van de binnenschietbaan en de inrichting van het terrein rondom.
Het plangebied is en blijft naar verwachting eigendom van de gemeente 's-Hertogenbosch. Met de Stichting Schietbaan Rosmalen wordt naar verwachting een recht van erfpacht in combinatie met een recht van opstal overeengekomen.
Op basis van het bovenstaande kan worden geconcludeerd dat dit bestemmingsplan economisch uitvoerbaar is.
In het kader van het vooroverleg als bedoeld in artikel 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening is het voorontwerpbestemmingsplan 'Schietbaan Kloosterstraat' toegezonden aan:
Voorontwerpbestemmingsplan 'Schietbaan Kloosterstraat' ligt in het Kanaalpark in de gebiedsbestemming 'groenblauwe mantel' en de aanduiding 'integratie stad-land'. Een bestemmingsplan in een 'gebied integratie stad-land' kan voorzien in een stedelijke ontwikkeling, mits deze stedelijke ontwikkeling in samenhang en in evenredigheid geschiedt met een groene en blauwe landschapsontwikkeling. De Verordening Ruimte 2014 voegt toe dat landschapsontwikkeling betrekking kan hebben op het gebied zelf of de naaste omgeving ervan. Daarnaast moet een bestemmingsplan dat binnen de groenblauwe mantel ligt, strekken tot behoud, herstel of duurzame ontwikkeling van het watersysteem en de ecologische en landschappelijke waarden en kenmerken van het gebied. De realisatie van de ecologische verbindingszone Rosmalense Aa en op termijn het Kanaalpark binnen het bestemmingsplan 'Kanaalpark' draagt bij aan de doelstelling van de 'groenblauwe mantel' en 'integratie stad-land'. In het Kanaalpark wordt de kwaliteitsverbetering van het landschap op een goede doordachte manier uitgevoerd. In het voorontwerpbestemmingsplan 'Schietbaan Kloosterstraat' mist de provincie echter een link naar de kwaliteitsverbetering van het landschap in bestemmingsplan 'Kanaalpark'.
De visie waarmee het Màximakanaal en zijn omgeving worden ontwikkeld tot een kwalitatief hoogwaardig landschap tussen Rosmalen en 's-Hertogenbosch is vastgelegd in bestemmingsplan 'Kanaalpark'. De uitgangspunten op het gebied van landschap en ruimtelijke kwaliteit zijn:
De toelichting bij bestemmingsplan 'Kanaalpark' stelt dat de Kloosterstraat een rommelige indruk maakt. Dit wordt veroorzaakt door de bebouwing (van lage bedrijfsgebouwen parallel aan de snelweg), het grote ruimtebeslag van de toerit richting de Kloosterstraat en de nabijheid van de rijksweg A59. In de oksel van de Berlicumseweg en de rijksweg A59 is nog ruimte gereserveerd voor een nieuw bedrijfsgebouw. Ten tijde van de vaststelling van het bestemmingsplan 'Kanaalpark' bevond zich hier ook het informatiecentrum van Rijkswaterstaat, voor de informatievoorziening over in eerste instantie de verbreding en aanleg van de rijkswegen A2 en A59 en in tweede instantie ook de ecologische verbindingszone Rosmalense Aa, het Dynamisch Beekdal en het Màximakanaal. Voorbij de Kloosterstraat, zo schrijft de toelichting, gaat dit stedelijk gebied met snelwegen en bedrijfsgebouwen over in een meer landelijk gebied met de landgoederen Coudewater en De Wamberg en, langs de Berlicumseweg, enkele (voormalige) boerderijen.
De bedrijven en de woning Kloosterstraat 5 tussen de Kloosterstraat en de rijksweg A59 zijn in bestemmingsplan 'Kanaalpark' bestemd conform het daaraan voorafgaande bestemmingsplan. Het deel van de Kloosterstraat dat nu doodloopt heeft de bestemming Groen gekregen waardoor op een bescheiden niveau de bedrijven konden worden voorzien van een groene omlijsting en waardoor dit gebiedje meer in harmonie kon worden gebracht met de kwalitatief hoogwaardige omgeving van natuur en landgoederen. Deze groene omlijsting heeft geen vervolg gekregen: het doodlopende deel van de Kloosterstraat is gebleven en gaat zeer waarschijnlijk functioneren als toegang naar toekomstige bedrijfsbebouwing aan de noordzijde.
De groene omlijsting van de bedrijfsgebouwen wordt nu verankerd in de vormgeving van de schietbaan. In de eerste plaats is de instandhouding van de - historische - bomenrij langs de Kloosterstraat een belangrijke randvoorwaarde bij het ontwerp van de nieuwe schietbaan. Als de ruimte tussen de binnenschietbaan en de bomen het toelaat, is aan de noordzijde een talud mogelijk. Waar ophoging van de grond mogelijk leidt tot aantasting van het wortelgestel, is een lage keermuur of een uitsparing in het talud voorstelbaar. Een lage keermuur kan eventueel een natuurlijke, groene uitstraling krijgen. Aan de zuidzijde van de binnenschietbaan wordt sowieso een talud gemaakt.
De binnenschietbaan wordt half verdiept aangelegd en voorzien van een groen dak. Door de verdiepte aanleg van de schietbaan en het hoogteverschil van het terrein is de bouwhoogte beperkt. Bij de bepaling van de maximale bouwhoogte en in het ontwerp is ingespeeld op het komvormige terrein waardoor de maximale bouwhoogte niet meer bedraagt dan 2 meter ten opzichte van de rijbaan. Uitzondering hierop vormt de kantine aan de kant van de Berlicumseweg die bovenop de schietbaan wordt gesitueerd om het ruimtebeslag te beperken. Ook de kantine heeft een bescheiden maximale bouwhoogte van 5 meter ten opzichte van de rijbaan. Met de situering aan de Berlicumseweg verstoort de kantine niet de overgang richting het beekdal en gaat hij deel uitmaken van de bebouwingsstructuur die al aan de Berlicumseweg aanwezig is.
Verder: door het gebruik van de bestaande infrastructuur als parkeerplaats blijft verdere verstening van het gebied ten behoeve van de schietbaan beperkt tot een toegang naar de schietbaan.
Na het verdwijnen van de tijdelijke bebouwing van Rijkswaterstaat en de bestrating eromheen, ronden de bomenrij, de half verdiepte ligging, het groene dak en de taluds de rommelige bedrijfsbebouwing aan de Kloosterstraat af en schermen ze deze bebouwing af van het beekdal. Met de aanleg van de verdiepte binnenschietbaan ontstaat een duurzame en duidelijke overgang naar de kwalitatief hoogwaardige omgeving van natuur en landgoederen, waaronder het toekomstige beekdal aan de zuidzijde, landgoed Coudewater en landgoed De Wamberg.
Bestaande situatie Nieuwe situatie
Van Rijkswaterstaat is geen vooroverlegreactie ontvangen.
Het waterschap en de gemeente hebben over het voorontwerpbestemmingsplan overlegd. Bij het treffen van maatregelen om het gebouw of zaken in het gebouw te beschermen tegen hoogwatersituaties (ontruimen, hoger opbergen van spullen et cetera) draagt de initiatiefnemer vanwege de gekozen ligging van het gebouw de primaire verantwoording.
Initiatiefnemer en gemeente zijn zich bewust van de ligging van het gebouw op de rand van een inundatiegebied. De ingang van de schietbaan is net buiten deze zone, de achterkant ligt erin. Gezien de hoogteligging van de ingang - hoger en niet in het inundatiegebied - wordt verwacht dat geen water in de schietbaan zal stromen als er heftige peilstijgingen in de Aa zijn. In geval van extreme neerslag (met een herhalingstijd groter dan eens in de 100 jaar) en als het peil hoger komt dan het maaiveld, dan zal dit tijdig zichtbaar worden en kunnen tijdig maatregelen worden getroffen, zoals ontruiming of het hoger opbergen van kostbare materialen.
Het voorontwerpbestemmingsplan 'Schietbaan Kloosterstraat' lag voor iedereen ter inzage van 20 januari tot en met 3 maart 2014. Op 29 januari 2014 vond een inloopavond plaats in 'De Boerderij' bij Coudewater. De enkele aanwezigen, waaronder vertegenwoordigers van een van de schietverenigingen, waren positief over het voorontwerpbestemmingsplan.
Gedurende de inspraaktermijn kon iedereen schriftelijk of mondeling een inspraakreactie bij het college van burgemeester en wethouders naar voren brengen. Hieronder worden de ingekomen inspraakreacties samengevat weergegeven. Ze worden cursief voorzien van gemeentelijk commentaar. Dit betekent niet dat die onderdelen van de reactie die niet expliciet worden genoemd niet bij de beoordeling zouden zijn betrokken: elke inspraakreactie wordt in zijn geheel beoordeeld.
Er zijn twee inspraakreacties ingediend:
Bij de vormgeving c.q. de hoogtebepaling van de schietbaan houdt de gemeente 's-Hertogenbosch rekening met de uitstraling en de invloed van het gebouw op de omgeving. Door de verdiepte aanleg van de schietbaan en het verloop van het terrein is de hoogte van de schietbaan ter hoogte van Kloosterstraat 5 niet meer dan 2 meter. De bomenrij langs de Kloosterstraat blijft gehandhaafd. Het uitzicht van inspreker wordt dan ook niet in onevenredige mate beperkt of geschaad.
Een milieueffectrapportage en de eisen uit de Wet geluidhinder zijn niet aan de orde. De activiteiten van de schietbaan moeten voldoen aan de eisen uit het Activiteitenbesluit en het Bouwbesluit, zowel ten aanzien van geluid als geur.
In de berekening van de parkeerbalans is uitgangspunt dat op de drukste (wedstrijd)dagen parkeerruimte nodig is voor circa 40 auto's. Op zulke dagen zijn naar verwachting circa 60 personen aanwezig. Een deel ervan komt met de fiets. De benodigde parkeerruimte is beschikbaar langs de Kloosterstraat: hier worden circa 50 haakse parkeervakken aangeduid.
Dit deel van de Kloosterstraat is een bedrijvenstraat. De visie van de gemeente 's-Hertogenbosch op dit gebied is vooral gelegen in de harmonie van deze bedrijvenstraat met de kwalitatief hoogwaardige omgeving van natuur en landgoederen. Zie hiervoor de reactie op de vooroverlegreactie van provincie Noord-Brabant.
De aanleg van het Màximakanaal is in 2015 afgerond. Rijkswaterstaat zal dan haar werkterreinen ontruimen. Tegelijkertijd zal de aanleg van het Kanaalpark starten. Het gebied ondergaat de komende jaren dan ook een forse kwaliteitsverbetering. De schietbaan draagt hieraan bij. Zie ook hier de reactie op de vooroverlegreactie van provincie Noord-Brabant.
Zie de reactie onder a: evenals het zicht van inspreker wordt ook het zicht op gebouw en perceel Kloosterstraat 5 niet in onevenredige mate beperkt.
De Stichting Schietbaan Rosmalen is gebaat bij een goede beveiliging van de schietbaan. In het ontwerp van de schietbaan wordt hieraan veel aandacht besteed. De Wet Wapens en Munitie stelt bovendien hoge eisen aan de beveiliging en de opslag van wapens en munitie als ook aan de verlening van een wapenverlof of -vergunning. Tenslotte hanteren de schietverenigingen een strikt aannamebeleid.
Op 13 december 2013 stelde de gemeenteraad van 's-Hertogenbosch de wijziging van de Drank- en horecaverordening vast, naar aanleiding van de wijziging van de Drank- en Horecawet op 1 januari 2013. Deze nieuwe wet verplicht de gemeente om regels te stellen voor paracommerciële horecabedrijven, zoals sportkantines. De kantine bij de schietbaan is zo'n paracommercieel horecabedrijf en moet aan de daarvoor geldende regels voldoen. Bovenal vraagt de gemeente de Stichting Schietbaan Rosmalen en inspreker als goede buren te handelen.
Naar aanleiding van een aanschrijving is eind 2011 een kennisgeving ontvangen over de start van de bouw. De bouwvergunning is niet ingetrokken. De bouwvergunning en de handhaving ervan hebben geen relatie met bestemmingsplan 'Schietbaan Kloosterstraat'.
Zie reactie op inspraakreactie onder a tot en met i.
De keuze voor de Kloosterstraat als nieuwe locatie voor een schietbaan is gemaakt na een zorgvuldige afweging van potentieel geschikte locaties. Op 8 oktober 2013 stemde de gemeenteraad van 's-Hertogenbosch in met de resultaten van het onderzoek naar potentieel geschikte locaties voor de nieuwe schietbaan en met de locatie Kloosterstraat als locatie voor de nieuwe schietbaan. De Kruithoorn was geen potentieel geschikte locatie: dit gebied is gereserveerd voor een grootschalige stedelijke herontwikkeling, de vervolgfase in de ontwikkeling van Meerendonk.
Op grond van artikel 6.1 van de Wet ruimtelijke ordening kennen burgemeester en wethouders op aanvraag een (planschade)vergoeding toe aan degene die door een nieuw planologisch regime schade lijdt in de vorm van inkomensderving of vermindering van de waarde van een onroerende zaak, voor zover de schade redelijkerwijs niet voor rekening van de aanvrager behoort te blijven en tegemoetkoming niet voldoende anderszins verzekerd is.
Inspreker hoopt dat de schietbaan niet teveel overlast gaat veroorzaken met dubieus volk of parkeerproblemen.
Zie onder reactie op inspraakreactie onder 1, met name b, c, e en g.