direct naar inhoud van Toelichting
Plan: Bedrijventerrein Kruisstraat-Kievitsven
Status: vastgesteld
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0796.0002218-1401

Toelichting

Hoofdstuk 1 Inleiding

1.1 Aanleiding voor het plan

Op grond van de in de Wet ruimtelijke ordening opgenomen actualisatieverplichting dienen de voor het plangebied 'Bedrijventerrein Kruisstraat-Kievitsven' geldende bestemmingsplannen 'Bedrijventerrein Kruisstraat II' en 'Bedrijven 1978' vóór 1 januari 2015 te worden herzien. Met het voorliggende bestemmingsplan wordt invulling gegeven aan de actualisatieverplichting.

De ontwikkeling van beleid, met name het milieubeleid en economisch beleid, is een continu proces. De actualisatieverplichting is dan ook aangegrepen om het thans geldende milieu- en economisch beleid te verankeren in het voorliggende bestemmingsplan.

1.2 Doel van het plan

Het bestemmingsplan 'Bedrijventerrein Kruisstaat-Kievitsven' is een beheerplan. Het legt in hoofdzaak de situatie vast die feitelijk of juridisch-planologisch bestaat en stelt regels ten behoeve van de rechtszekerheid van de burger en een goede ruimtelijke ordening. Bestaande functies zoals bedrijven, verkeer en groen krijgen een bestemming overeenkomstig het huidige gebruik. Daarbij is getracht op de verbeelding en in de regels voldoende flexibiliteit op te nemen.

1.3 Ligging en begrenzing van het plan

Het plangebied ligt aan de zuidzijde van buurtschap Kruisstraat in Rosmalen. De begrenzing van het plangebied op het volgende kaartje aangegeven en wordt globaal gevormd door:

  • de Friezenstraat in het noorden;
  • de achterzijde van de bedrijfskavels aan de oostzijde van het Kievitsven in het oosten
  • de spoorlijn 's-Hertogenbosch - Nijmegen in het zuiden;
  • de Vliertwijksestraat in het westen.

afbeelding "i_NL.IMRO.0796.0002218-1401_0001.jpg"

Afbeelding 1.1: Ligging plangebied in groter verband

afbeelding "i_NL.IMRO.0796.0002218-1401_0002.jpg"

Afbeelding 1.2: Ligging en begrenzing plangebied

Hoofdstuk 2 De huidige situatie

2.1 Geldend bestemmingsplan

Het plangebied ligt in de volgende geldende bestemmingsplannen:

  • 'Bedrijventerrein Kruisstraat II' (vastgesteld op 8 juli 2003, goedgekeurd op 3 februari 2004 en onherroepelijk op 19 januari 2005);
  • 'Bedrijven 1978' (vastgesteld op 12 april 1979; goedgekeurd op 19 december 1979 en onherroepelijk op 5 maart 1980).

2.2 Feitelijke situatie

Algemeen

Het plangebied maakt onderdeel uit van het bedrijventerrein Kruisstraat. Het plangebied is gelegen in het zuidwesten van het bedrijventerrein.

Het plangebied heeft een noord-zuid oriëntatie. Het plangebied heeft één entree; deze bevindt zich aan de noordzijde c.q. de Friezenstraat. Centraal in het plangebied ligt de straat met de naam Kievitsven. Aan de west- en oostzijde van het Kievitsven zijn de bedrijfskavels met bedrijfsgebouwen gesitueerd. Alleen de noordwestelijke bedrijfskavel is nog niet gerealiseerd.

De oostzijde van het plangebied grenst aan de achterkant van de bedrijfsgebouwen op het resterende deel van bedrijventerrein Kruisstraat.

afbeelding "i_NL.IMRO.0796.0002218-1401_0003.jpg"

Afbeelding 2.1: Luchtfoto bedrijventerrein Kruisstraat (blauwe lijn) en plangebied Bedrijventerrein Kruisstraat-Kievitsven (rode lijn)

Verkeersstructuur

Het bedrijventerrein wordt ontsloten door de Friezenstraat op de Vliertwijksestraat. Het plangebied wordt ontsloten door een dubbele straat met parkeerplaatsen en een middenberm, het Kievitsven. Deze ontsluiting sluit aan op de Friezenstraat. Het Kievitsven heeft aan beide zijden haaksparkeervakken. In de middenberm ligt een strook met grind, waarin regenwaterinfiltratie plaatsvindt.

afbeelding "i_NL.IMRO.0796.0002218-1401_0004.jpg"

Afbeelding 2.2: Verkeersstructuur

afbeelding "i_NL.IMRO.0796.0002218-1401_0005.jpg"

afbeelding "i_NL.IMRO.0796.0002218-1401_0006.jpg"

afbeelding "i_NL.IMRO.0796.0002218-1401_0007.jpg"

Afbeelding 2.3: Foto's verkeersstructuur

Bebouwingsstructuur

De bebouwing in het plangebied varieert van kleine tot grote panden. De panden zijn allemaal georiënteerd op het Kievitsven. Qua bebouwingsdichtheid kent het plangebied een hoog percentage. Vrijwel alle kavels zijn voor meer dan 80% bebouwd. Opvallend hierbij is dat in tegenstelling tot het overgrote deel van het bedrijventerrein er weinig tot geen buitenopslag plaatsvindt.

afbeelding "i_NL.IMRO.0796.0002218-1401_0008.jpg"

Afbeelding 2.3: Bebouwingsstructuur

De bedrijfsbebouwing is overwegend allemaal plat uitgevoerd. De meeste bedrijfsgebouwen hebben een bouwhoogte tussen 7 en 9 meter.

Aan de voorzijde zijn een aantal bedrijfsgebouwen voorzien van een overbouwing. Onder deze overbouwing bevinden zich parkeerplaatsen op eigen terrein. Op deze wijze wordt het meervoudig ruimtegebruik gestimuleerd. In het bestemmingsplan is dan ook de mogelijkheid opgenomen om deze overbouwing, onder voorwaarden, te realiseren.

In het plangebied moet nog één perceel worden ontwikkeld. Dit betreft het meest noordwestelijke kavel. Het kavel is gelegen op de hoek van het Kievitsven en de Friezenstraat, gelet op de ligging vormt het de entree van het plangebied. Eén van de uitgangspunten bij de ontwikkeling van het gebied was dat de entree een architectonische hoogwaardige uitstraling krijgt. Aan dit uitgangspunt dient bij de ontwikkeling van het kavel te worden voldaan. De ligging van deze kavel maakt dat het nieuwe bedrijfsgebouw georiënteerd dient te worden op de Vliertwijksestraat, de Friezenstraat én het Kievitsven.

afbeelding "i_NL.IMRO.0796.0002218-1401_0009.jpg"

afbeelding "i_NL.IMRO.0796.0002218-1401_0010.jpg"

afbeelding "i_NL.IMRO.0796.0002218-1401_0011.jpg"

Afbeelding 2.4: Foto's bebouwing

Openbare ruimte

De straat Kievitsven is noord-zuid georiënteerd en ligt centraal in het plangebied. Het Kievitsven vormt de enige ontsluitingsweg van het plangebied. De straat bevat twee rijbanen die gescheiden worden door een strook grind en twee stroken met parkeervakken (haaks parkeren). De strook grind fungeert als een wadi / grindkoffer. Hemelwater afkomstig van de verharde oppervlakten met uitzondering van de daken wordt afgevoerd naar de strook grind. Op deze strook staan de verlichtingsarmaturen.

Het enige groen van importantie bevindt zich aan de westzijde van het plangebied c.q. ten westen van de westelijke bedrijfskavel. Het betreft een groenstrook, die het bedrijventerrein aan het zicht onttrekt vanaf de Vliertwijksestraat. Ter hoogte van de meest noordwestelijke bedrijfskavel eindigt de groenstrook. Daar grenst deze bedrijfskavel direct aan (het fietspad van) de Vliertwijksestraat.

afbeelding "i_NL.IMRO.0796.0002218-1401_0012.jpg"

afbeelding "i_NL.IMRO.0796.0002218-1401_0013.jpg"

afbeelding "i_NL.IMRO.0796.0002218-1401_0014.jpg"

Afbeelding 2.5: Foto's openbare ruimte

2.3 Ontstaansgeschiedenis

  • 1. Inleiding

Met de invoering van de Wet op de Archeologische Monumentenzorg (WAMZ) d.d. 1 september 2007 en de Wet modernisering van de monumentenzorg (MoMo) behoren nieuwe bestemmingsplannen te omschrijven hoe omgegaan dient te worden met cultuurhistorische waarden in het bestemmingsplangebied. Ten behoeve van het bestemmingsplan Kruisstraat-Kievitsven is door SO/BAM een cultuurhistorische paragraaf opgesteld waarin de cultuurhistorische achtergronden en kenmerken van dit plangebied worden toegelicht.

  • 2. Landschappelijke informatie

Het bestemmingsplangebied ligt landschappelijk gezien op een dekzandrug. Deze dekzandrug, die vanaf 's-Hertogenbosch met onderbrekingen doorloopt via Rosmalen naar Oss, is in feite een soort zandduin dat is gevormd in de laatste ijstijd. In deze periode was er nauwelijks begroeiing aanwezig om het zand vast te houden. Het losse zand kon door de wind worden meegevoerd en er ontstond een reliëfrijk dekzandlandschap. Richting het westen loopt de dekzandrug geleidelijk af naar een dekzandvlakte.

Op basis van de bodemkundige informatie kan worden afgeleid dat in het deel van het plangebied ten zuiden van de Kruisstraat sprake is (of is geweest) van hoge zwarte enkeerdgronden. Dit houdt in dat in het gebied een door mensen opgebracht cultuurdek van minstens 50 cm dikte aanwezig is. Deze ophoging is geleidelijk ontstaan door de bemesting van de akkers met een mengsel van dierenmest en heideplaggen. Deze vorm van bemesting zorgde op deze manier niet alleen voor een verhoging van de vruchtbaarheid maar ook voor een verhoging van het maaiveld. Door menselijk ingrijpen en bebouwing zijn veel elementen van het oorspronkelijke landschap intussen grotendeels verdwenen of aangetast.

afbeelding "i_NL.IMRO.0796.0002218-1401_0015.jpg"

Afbeelding 2.6: De landschapskaart van de gemeente 's-Hertogenbosch met in rood de globale grens van het bestemmingsplangebied. 1. Dekzandrug, 2. Dekzandvlakte.

  • 3. Bewoningsgeschiedenis

Tijdens diepe ontgravingen en ontzandingen in de omgeving van 's-Hertogenbosch en Rosmalen zijn herhaaldelijk werktuigen aangetroffen die er op wijzen dat in dit gebied al ruim 35.000 jaar geleden mensen en dieren leefden. Met name uit de zandput van De Groote Wielen (Rosmalen) en de Noorderplas zijn dergelijke oude resten aangetroffen. De kampjes van de jagers-verzamelaars uit deze periode liggen echter verstopt onder vele meters zand en klei en komen daarom alleen bij diepe bodemingrepen aan het licht. Vanwege de diepe ligging (10 tot 13 meter onder het maaiveld) en de geringe omvang van de kampementen zijn de resten van deze oudste bewoningsfasen vrijwel niet op te sporen met archeologisch onderzoek. De dekzandruggen zijn door hun relatief hogere ligging altijd een aantrekkelijke locatie voor bewoning geweest. Gezien de ouderdom van de dekzandruggen kan deze bewoning teruggaan tot het Laat-Paleolithicum (vanaf circa 15.000 jaar geleden) maar sporen uit deze periode zijn nog maar weinig bekend in de gemeente 's-Hertogenbosch. In of in de nabijheid van het bestemmingsplangebied zijn geen concrete aanwijzingen voor bewoning uit de vroege prehistorie. Uit de late prehistorie zijn wel verschillende aanwijzingen uit de directe omgeving van het plangebied.

Ten oosten van het plangebied is een aantal scherven uit de Vroege Middeleeuwen gevonden aan het maaiveld. Het is dus goed mogelijk dat (de omgeving van) het plangebied ook in de Vroege Middeleeuwen bewoond is geweest. Vanaf de Late Middeleeuwen zijn er voldoende aanwijzingen voor bewoning. Op de dekzandrug bij Rosmalen is in de Late Middeleeuwen intensief gewoond en geboerd. In deze periode is vermoedelijk ook het plaggendek ontstaan waardoor het oorspronkelijke maaiveld flink werd opgehoogd. In het gebied Sprokkelbosch dat ten westen van het plangebied ligt, is nog een aantal percelen aanwezig waar het plaggendek redelijk intact gebleven is. Dit gebied is daarom deels aangewezen als gemeentelijk archeologisch monument en deels als een terrein van hoge archeologische waarde.

Op historische kaarten uit het begin van de 19e eeuw is de bewoning in het plangebied hoofdzakelijk beperkt tot de bewoningsas van de Kruisstraat.

  • 4. Archeologische waarden en verwachtingen

In 2008 is een archeologische verwachtingskaart opgesteld voor het deel van de gemeente buiten de middeleeuwse stadskern van 's-Hertogenbosch (afbeelding 2.7). De archeologische verwachtingskaart bevat niet alleen de reeds bekende archeologische vindplaatsen maar geeft ook een overzicht van de gebieden waar archeologische vindplaatsen verwacht kunnen worden, de zogenaamde verwachtingsgebieden. Gebieden waar de kans op het aantreffen van archeologie hoog is, worden aangeduid als gebieden met een hoge archeologische verwachting. Verder wordt nog een onderscheid gemaakt in gebieden met een middelhoge en gebieden met een lage archeologische verwachting. Of er ook daadwerkelijk archeologische vindplaatsen aanwezig zijn, moet archeologisch onderzoek uitwijzen maar de verwachtingsgebieden geven al wel aan in welke mate men met mogelijke archeologische resten rekening moet houden. Voor deze kaart is gebruik gemaakt van meest gedetailleerde en beschikbare bodemkundige en geo(morfo)logische gegevens zodat de archeologische verwachtingszones zo gedetailleerd mogelijk zijn begrensd.

afbeelding "i_NL.IMRO.0796.0002218-1401_0016.jpg"

Afbeelding 2.7: De archeologische verwachtingskaart van plangebied Kruisstraat - Kievitsven. 1. Zone met een hoge verwachting, 2. Zone met een middelhoge verwachting.

De hoge dekzandrug heeft een hoge archeologische verwachting en de lagere delen van het dekzandgebied hebben een middelhoge archeologische verwachting.

De archeologische vindplaatsen uit de periode Laat-Paleolithicum tot en met de Vroege Middeleeuwen bevinden zich in de top van het dekzand. Van het plangebied is bekend dat het is opgehoogd. Deze ophoging bedraagt vermoedelijk 1 meter. De top van het pleistocene zand bevindt zich naar verwachting, afhankelijk van het dekzandreliëf en de dikte van een plaggendek of bouwvoor, rond 1,5 meter beneden het maaiveld.

Sporen uit de Late Middeleeuwen en Nieuwe tijd kunnen aan of direct onder het maaiveld voorkomen of op enige diepte in het plaggendek. In gebieden die zijn afgedekt door een plaggendek kunnen vindplaatsen in de top van het dekzand verstoord zijn geraakt door de eerste aanleg van de akkers. De geleidelijke ophoging zal echter na verloop van tijd tevens als een beschermende buffer voor bodemingrepen zoals ploegen hebben gefungeerd zodat onder het plaggendek nog relatief intacte bewoningssporen zijn te verwachten.

  • 5. Algemeen archeologiebeleid gemeente 's-Hertogenbosch

De archeologische verwachtingskaart vormt de basis voor het archeologiebeleid van de gemeente. Dit beleid is in juni 2010 vastgesteld. Ten behoeve van het beleid zijn voor archeologische waarden en archeologische verwachtingsgebieden binnen de gemeentegrenzen specifieke eisen of voorwaarden opgesteld en verwerkt tot een archeologische beleidskaart (afbeelding 2.8). De zones met een hoge en middelhoge archeologische verwachting zijn op de beleidskaart vertaald in zones waar verspreide nederzettingen en grafvelden uit de prehistorie, Romeinse tijd en Middeleeuwen aanwezig zijn (al dan niet afgedekt door een recent ophogingspakket). Voor de zones met een lage verwachting zijn op de beleidskaart geen nadere eisen opgenomen. Wel zal bij m.e.r. plichtige projecten en projecten die onder de Tracéwet vallen nader onderzoek worden verlangd.

Archeologiebeleid bestemmingsplan Kruisstraat - Kievitsven

In de archeologische beleidsnota van de gemeente is aangegeven, dat bij het opstellen van elk bestemmingsplan zal worden bekeken in hoeverre de zones met een hoge en middelhoge verwachting nader kunnen worden uitgewerkt. Ten behoeve van dit bestemmingsplan is ook bekeken in hoeverre de bestaande verwachting nader is te specificeren. Gezien de ophoging en de sterke bebouwing is geen aanvullend onderzoek uitgevoerd. Indien in de toekomst blijkt, dat de archeologische verwachting voor (delen van) het plangebied niet aansluit bij de bestaande verwachting dan zal worden bekeken hoe deze verwachting kan worden bijgesteld zodat een meer realistisch verwachtingsbeeld ontstaat.

Uitgaande van de archeologische beleidskaart geldt voor het plangebied het volgende (zie afbeelding 2.8 en tabel 2.1):

afbeelding "i_NL.IMRO.0796.0002218-1401_0017.jpg"

Afbeelding 2.8: De archeologische beleidskaart van de gemeente 's-Hertogenbosch met in rood de globale grens van het bestemmingsplangebied. Zie kopje 5 Algemeen archeologiebeleid gemeente 's-Hertogenbosch en tabel 2.1 voor legenda.

afbeelding "i_NL.IMRO.0796.0002218-1401_0018.jpg"

Tabel 2.1: Legenda van de archeologische beleidskaart van de gemeente 's-Hertogenbosch ten behoeve van het bestemmingsplangebied

In zijn algemeenheid geldt dat, indien tijdens werkzaamheden geïsoleerde, zogenaamde 'losse' archeologische vondsten worden gedaan, men wettelijk verplicht is dergelijke vondsten te melden aan de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE). Ook de gemeentelijk archeoloog wordt in dit geval op de hoogte gebracht.

  • 6. Bouwhistorische waarden

In het bestemmingsplangebied zijn geen bouwhistorische waarden aanwezig.

  • 7. Overige cultuurhistorische elementen

In het bestemmingsplangebied zijn geen cultuurhistorische waarden aanwezig.

Hoofdstuk 3 Beleidskader

3.1 Rijksbeleid

3.1.1 Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte

De 'ladder voor duurzame verstedelijking' is in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte geïntroduceerd en vastgelegd als procesvereiste in artikel 3.1.6, lid 2 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). Het Bro bepaalt dat voor onder meer bestemmingsplannen de treden van de ladder moet worden doorlopen.

Doel van de ladder voor duurzame verstedelijking is een goede ruimtelijke ordening in de vorm van een optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden. Met de ladder voor duurzame verstedelijking wordt een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke en infrastructurele besluiten nagestreefd.

De ladder kent drie treden, die achter elkaar worden doorlopen.

afbeelding "i_NL.IMRO.0796.0002218-1401_0019.jpg"

Afbeelding 3.1: Ladder voor duurzame verstedelijking

Het bestemmingsplan 'Bedrijventerrein Kruisstraat-Kievitsven' sluit als volgt aan bij de uitgangspunten van de 'ladder voor duurzame verstedelijking':

  • 1. met het voorgenomen plan is en wordt voorzien in de behoefte naar bedrijfskavels;
  • 2. het bestemmingsplan heeft betrekking op een verdere invulling en afronding van het bestaande bedrijventerrein Bedrijventerrein Kruisstraat II. Hiermee wordt voldaan aan het uitgangspunt om eerst bestaande stedelijke locaties te benutten voor stedelijke ontwikkeling;
  • 3. gezien trede 2 is trede 3 niet aan de orde.
3.1.2 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening

Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) voorziet in de juridische borging van het nationaal ruimtelijk beleid. Het bevat regels die de beleidsruimte van andere overheden ten aanzien van de inhoud van ruimtelijke plannen inperken, daar waar nationale belangen dat noodzakelijk maken.

Voor het plangebied is artikel 2.6.10 van het Barro relevant. Dit wetsartikel luidt als volgt:

'Bij de eerstvolgende herziening van een bestemmingsplan dat betrekking heeft op een laagvliegroute voor jacht- en transportvliegtuigen worden geen bestemmingen opgenomen die het oprichten van bouwwerken met een hoogte van meer dan 40 meter te meten vanaf het maaiveld mogelijk maken'.

Op de plankaart van het vigerende plan 'Bedrijventerrein Kruisstraat II' is de 'indicatieve aanduiding laagvlieggebied Maas-Waal' opgenomen. In het bestemmingsplan 'Bedrijventerrein Kruisstraat-Kievitsven' zijn geen bestemmingen opgenomen, die het oprichten van bouwwerken met een hoogte van meer dan 40 meter mogelijk maken. In zoverre is het in dit bestemmingsplan niet nodig de laagvliegroute juridisch-planologisch te regelen (in de regels en op de verbeelding). In het voorliggende bestemmingsplan is dan ook geen juridisch-planologische regeling voor een laagvliegroute opgenomen zoals in het vorige plan 'Bedrijventerrein Kruisstraat II'.

3.2 Provinciaal beleid

3.2.1 Ruimtelijke structuurvisie

Algemeen

Op 19 maart 2014 is de Structuurvisie ruimtelijke ordening Noord-Brabant in werking getreden. Provinciale Staten hebben deze op 7 februari 2014 vastgesteld.

De Structuurvisie RO geeft de hoofdlijnen van het provinciaal ruimtelijk beleid tot 2025 (met een doorkijk naar 2040). De visie is bindend voor het ruimtelijk handelen van de provincie. Het is de basis voor de wijze waarop de provincie de instrumenten inzet die de Wet ruimtelijke ordening biedt. De visie ondersteunt daarnaast het beleid op andere provinciale beleidsterreinen, zoals het economisch-, mobiliteits-, sociaal-,cultureel-, milieu- en natuurbeleid.

De provinciale Structuurvisie RO is een belangrijke schakel tussen de structuurvisies van het Rijk en de gemeenten op het vlak van ruimtelijke ordening. Met deze structuurvisie biedt de provincie helderheid aan gemeenten over de provinciale belangen en de wijze waarop de provincie daarbij haar instrumentarium inzet. Met deze structuurvisie geeft de provincie ook (mede) gestalte aan nationale ruimtelijke belangen en doelen.

In de structuurvisie RO benoemt de provincie haar provinciale ruimtelijke belangen en de wijze waarop zij deze behartigt. De structuurvisie is opgebouwd uit een ‘Deel A Visie en sturing’, waarin de ruimtelijke visie, de belangen en de sturingsfilosofie is opgenomen. De ruimtelijke visie is uitgewerkt in dertien provinciale ruimtelijke belangen:

  • 1. regionale contrasten;
  • 2. een multifunctioneel landelijk gebied;
  • 3. een robuust en veerkrachtig water- en natuursysteem;
  • 4. een betere waterveiligheid door preventie;
  • 5. koppeling van waterberging en droogtebestrijding;
  • 6. ruimte voor duurzame energie;
  • 7. concentratie van verstedelijking;
  • 8. sterk stedelijk netwerk: BrabantStad;
  • 9. groene geledingszones tussen steden;
  • 10. goed bereikbare recreatieve voorzieningen;
  • 11. economische kennisclusters;
  • 12. (inter)nationale bereikbaarheid;
  • 13. beleefbaarheid stad en land vanaf de hoofdinfrastructuur.

De wijze waarop de provincie deze ruimtelijke belangen behartigt is uitgewerkt in vier manieren van sturen, namelijk:

  • 1. Regionaal samenwerken: in vier regio’s West, Midden, Noordoost en Zuidoost stelt de provincie samen met de gemeenten regionale agenda’s op voor wonen en werken.
  • 2. Ontwikkelen: in negen gebiedsontwikkelingen (Brabantse Wal, Oostelijk Langstraat, Groene Woud, Levende Beerze, Brainport Oost, Grenscorridor, Waterpoort, Peelhorst en de As N65) neemt de provincie het initiatief en is zij bereid ontwikkelingsgerichte instrumenten in te zetten. Daarnaast onderscheidt de provincie een aantal thematische ontwikkelopgaven, zoals de Ecologische Hoofdstructuur en de herstructurering van bedrijventerreinen.
  • 3. Beschermen: De provincie zet de Verordening ruimte in voor het veiligstellen van een aantal provinciale belangen. De kern is de zorgplicht voor de ruimtelijke kwaliteit. Die omvat dat er zorgvuldig wordt omgegaan met het ruimtegebruik, er rekening wordt gehouden met de omgeving en dat de ontwikkeling bijdraagt aan het behoud of de versterking van de ruimtelijke kwaliteit.
  • 4. Stimuleren: De provincie ondersteunt andere partijen door middel van subsidies en stelt kennis en informatie beschikbaar. De provincie zet actief in op cultuurhistorische landschappen en heeft zogenaamde gebiedspaspoorten opgesteld.

In 'Deel B Structuren en beleid' staat op welke wijze de provincie stuurt op de functies in Noord-Brabant. Daarvoor zijn vier ruimtelijke structuren opgesteld: de groenblauwe structuur, het landelijk gebied, de stedelijke structuur en de infrastructuur. Binnen deze structuren worden de belangrijkste maatschappelijke ontwikkelingen opgevangen en kiest de provincie voor een bepaalde ordening van functies. De structuren geven een integrale hoofdkoers aan: een ruimtelijk ontwikkelingsperspectief voor een combinatie van functies.

De manier waarop dit perspectief wordt gerealiseerd is opgenomen in de uitvoeringsparagrafen van de structuren. Daarin komen de vier manieren van sturen terug en is af te lezen voor welke wijze van sturen de provincie kiest bij de realisatie van haar doelen. De ruimtelijke structuren zijn opgenomen in Deel B van deze structuurvisie. Samen vormen ze de provinciale ruimtelijke structuur.

Het laatste onderdeel van de structuurvisie is de uitwerking gebiedspaspoorten. De gebiedspaspoorten geven aan wat het provinciale belang van landschap is.

Structurenkaart en visiekaart

Voor het bestemmingsplan zijn de 'structurenkaart' en de 'visiekaart' uit de Structuurvisie ruimtelijke ordening relevant.

afbeelding "i_NL.IMRO.0796.0002218-1401_0020.jpg"

Afbeelding 3.2: Structurenkaart

Op de Structurenkaart is het plangebied aangeduid als 'Stedelijk concentratiegebied'. In het stedelijk concentratiegebied met bijbehorende zoekgebieden voor verstedelijking wordt het merendeel van de verstedelijkingsopgave opgevangen. De verstedelijkingsopgave in de buurtschap Kruisstraat beperkt zich tot bedrijventerrein Kruisstraat, waar het plangebied 'Bedrijventerrein Kruisstraat-Kievitsven' deel van uitmaakt.

afbeelding "i_NL.IMRO.0796.0002218-1401_0021.jpg"

Afbeelding 3.3: Visiekaart

Op de Visiekaart is het plangebied aangeduid als 'Geledingszone'. De geledingszones hebben als doel de openheid tussen de stedelijke gebieden te garanderen. Dit wil de provincie bereiken door in te zetten op de verbetering. Het voorgaande houdt in dat het bestaande bedrijventerrein Kruisstraat en in bijzonder het plangebied 'Bedrijventerrein Kruisstraat-Kievitsven' niet mogen worden uitgebreid. Het voorliggende bestemmingsplan voldoet aan deze eis omdat het een beheerplan betreft.

3.2.2 Verordening ruimte 2014

Algemeen

De Verordening ruimte 2014 (vastgesteld op 7 februari 2014 door Provinciale Staten) is één van de uitvoeringsinstrumenten voor de provincie om haar doelen te realiseren. In de verordening vertaalt de provincie de kaderstellende elementen uit het provinciaal beleid in regels die van toepassing zijn op (gemeentelijke) bestemmingsplannen.

De Verordening ruimte 2014 bevat in grote lijnen de volgende onderwerpen:

  • bevordering van ruimtelijke kwaliteit;
  • stedelijke ontwikkeling;
  • ecologische hoofdstructuur;
  • water;
  • groenblauwe mantel;
  • aardkunde en cultuurhistorie;
  • agrarisch gebied;
  • intensieve veehouderij;
  • glastuinbouw;
  • niet-agrarische ruimtelijke ontwikkelingen buiten bestaand stedelijk gebied;
  • regionaal ruimtelijk overleg;
  • bevoegdheden van Gedeputeerde Staten.

Kaart stedelijke ontwikkeling'

afbeelding "i_NL.IMRO.0796.0002218-1401_0022.jpg"

Afbeelding 3.4: Kaart Stedelijke ontwikkeling

Voor het bestemmingsplan is de kaart 'Stedelijke ontwikkeling' uit de Verordening ruimte 2014 relevant. Op de kaart 'Stedelijke ontwikkeling' is het plangebied aangeduid als 'Bestaand stedelijk gebied / stedelijk concentratiegebied'. Binnen het als zodanig aangewezen stedelijk gebied is de gemeente in het algemeen vrij –binnen de grenzen van andere wetgeving– om te voorzien in stedelijke ontwikkeling.

3.3 Gemeentelijk beleid

3.3.1 Ruimtelijke structuurvisie 's-Hertogenbosch 'Stad tussen stromen'

Inleiding

De gemeenteraad van ’s-Hertogenbosch heeft in 2003 de Ruimtelijke Structuurvisie (RSV 2003) ‘Stad tussen stromen’ vastgesteld. Inmiddels zijn er de volgende aanleidingen om te komen tot een geactualiseerde structuurvisie:

  • de inwerkingtreding van de (nieuwe) Wet ruimtelijke ordening (Wro);
  • nieuwe ontwikkelingen op het gebied van wonen en werken;
  • nieuw flankerend (gemeentelijk) beleid;
  • Structuurvisie Ruimtelijke Ordening Noord-Brabant, per 1 januari 2011.

Hoewel de visie die ten grondslag ligt aan de RSV 2003 nog onverminderd van toepassing is, voldoet de Structuurvisie op onderdelen niet meer aan de huidige inzichten en vereisten. Er is dan ook sprake van een actualisering (beperkte aanpassingen in de RSV) en niet van een herijking (totaal herziene RSV). Daarnaast hebben de opeenvolgende crises gevolgen voor de financiële haalbaarheid en de prioritering van projecten.

De ruimtelijke structuurvisie (vastgesteld op 28 januari 2014) betreft het gehele gemeentelijke grondgebied, zoals ook bedoeld in de Wet ruimtelijke ordening. De ruimtelijke structuurvisie omvat de uitgangspunten en ambities van de gemeente voor het te voeren ruimtelijk beleid in de komende 10 jaar, met een doorkijk naar 15 á 20 jaar. Het is het toetsingskader dat een onderlegger vormt voor de actualisering van bestemmingsplannen en projectprocedures, alsook een inspiratie- en ontwikkelingsopgave voor integrale gebiedsaanpak en projecten.

Bedrijvigheid

De gemeente ’s-Hertogenbosch heeft de laatste jaren een schaarste beleid gevoerd wat betreft de uitbreiding van bedrijventerreinen en kantorenlocaties. Dit beleid was onder de gegeven omstandigheden goed. Het heeft de stad een betere uitgangspositie gegeven ten opzichte van andere steden; het aanbod en de leegstand zijn hier relatief laag. Desondanks zijn ook in ‘s-Hertogenbosch de gevolgen van de kredietcrisis voelbaar. De ontwikkeling van de bedrijvigheid en de werkgelegenheid stagneert. De landelijke voorraad en het aanbod van bedrijventerreinen en bedrijfs- en kantoorruimte nemen zodanig toe, dat het voor projectontwikkelaars, beleggers en ondernemers minder interessant wordt om in bedrijfsvastgoed te investeren.

Het overaanbod en de leegstand van bedrijfs- en kantoorpanden vragen meer aandacht. Een fundamentele herbezinning op de ruimtebehoefte voor bedrijven, kantoren- en andere werklocaties is gewenst. Extra inspanning is nodig om de bedrijven- en kantorenmarkt weer in evenwicht te brengen. Dit vraagt een scherp en innovatief beleid met bijzondere aandacht voor de kwaliteit van de bedrijfsomgeving en van de kantoor- en bedrijfspanden. Daarbij moet rekening worden gehouden met de gewijzigde ruimtevraag en met flexibele ruimtevraag. Zonder extra inspanning zal de werkgelegenheid in de stad achter blijven bij de behoefte. Samen met de ondernemers en regiogemeenten moet worden gezocht naar het juiste gereedschap om de problemen in de vastgoedmarkt op te lossen. Het gaat daarbij ook om het benutten van kansen, bijvoorbeeld in het versterken van de kansrijke niches: zorg, voeding en gezondheid, ICT, energie en duurzaamheid.

Uit het voorgaande kan worden opgemaakt dat de Ruimtelijke Structuurvisie geen concrete uitspraken doet over bedrijventerrein Kruisstraat. Het voorliggende bestemmingsplan is een instrument om de kwaliteit van het bedrijventerrein te behouden en zo mogelijk te versterken gezien de problematiek zoals geschetst in de Ruimtelijke Structuurvisie.

3.3.2 Bestemmingsplan Kruisstraat II

Algemeen

Voor de invulling van het plangebied 'Bedrijventerrein Kruisstraat II' ligt het accent op bedrijven in de sfeer van industrie, bouwnijverheid en groothandel. Aandachtspunt hierbij zal zijn om eventuele mogelijkheden te bezien om bedrijven uit de regio en de gemeente hier te (her)huisvesten. De gebondenheid met de gemeente heeft te maken met het verzorgingsgebied en factoren als sociale binding en uitplaatsing van bedrijven elders in de gemeente.

Specifiek

Het bestemmingsplan laat industriële en ambachtelijke bedrijven, bouwnijverheid, groothandel en detailhandel in ABC goederen c.a.in milieucategorie 2 toe met uitzondering van:

  • 1. zelfbedieningsgroothandelsbedrijven en detailhandelsbedrijven (behoudens ABC goederen c.a.);
  • 2. de opslag en verkoop van motorbrandstoffen (inclusief LPG) uitgezonderd opslag bij vervoersbedrijven;
  • 3. tuincentra en bouwmarkten;
  • 4. horecadoeleinden;
  • 5. zelfstandige kantoren.

Samengevat, de onder 1 t/m 5 genoemde soorten bedrijvigheid zijn niet toegestaan.

Met een vrijstelling zijn industriële en ambachtelijke bedrijven, bouwnijverheid, groothandel en detailhandel in ABC goederen c.a.in milieucategorie 3 toegestaan. Bedrijven in categorie 3 zijn na vrijstelling uitsluitend toegestaan op de bedrijfskavels ten oosten van de ontsluitingsweg (= Kievitsven).

Tot slot laat het bestemmingsplan de verkoop van ter plaatse vervaardigde goederen, materialen en producten als ondergeschikte activiteit van nijverheid en industrie toe (productiegebonden detailhandel), met uitzondering van:

  • 1. detailhandel in automobielen, boten en caravans,
  • 2. detailhandel in grove bouwmaterialen c.q. bouwstoffen;
  • 3. detailhandel in landbouwmachines en werktuigen;
  • 4. detailhandel in machines voor bedrijven.

Het algemene en specifieke beleid uit het bestemmingsplan 'Kruisstraat II' worden voortgezet in het voorliggende plan.

3.3.3 Kantoren en bedrijventerreinenbeleid 2010-2020

Begin 2011 heeft de gemeenteraad de nota Kantoren- en Bedrijventerreinenbeleid vastgesteld. In deze nota is het gemeentelijke beleid voor bedrijventerreinen en kantoorlocaties tot 2020 vastgelegd. Als gevolg van o.a. ontwikkelingen in de kantoren- en bedrijventerreinenmarkt (krimpende beroepsbevolking, verplaatsing van productie bedrijven naar lage lonenlanden, opkomst van het flex- en thuiswerken en verdienstelijking van de werkgelegenheid), de economische crisis en een bredere benadering van de duurzaamheid is het bestaande beleid aangescherpt en herzien.

Bedrijventerreinen

De verwachting is dat de stad op de middellange termijn voldoende ruimte heeft om de bedrijven te kunnen huisvesten. Een groot deel van de bedrijven zal kunnen worden gehuisvest op de bestaande bedrijventerreinen. De laatste jaren zijn het aanbod en de leegstand sterk toegenomen. De gemeente zet daarom zwaar in op herstructurering en verbetering van bestaande terreinen. Ook landelijk en provinciaal wordt meer ingezet op herstructurering. De provincie Noord-Brabant heeft een herstructureringsprogramma 2010-2013 opgesteld, waarin men ernaar streeft om circa 1.000 ha bedrijventerrein te herstructureren. Voor ’s-Hertogenbosch is in dit programma de Rietvelden, de Vutter en Ertveld opgenomen. Daarnaast worden de komende jaren nog andere bedrijventerreinen aangepakt, waarbij de aandacht ligt op revitalisering, herprofilering of transformatie.

Herstructurering tempert de vraag naar nieuwe bedrijventerreinen. Met de voorraadontwikkeling wordt pas op de plaats gemaakt omdat anders een overaanbod aan bedrijventerreinen ontstaat. Wel blijft er tegelijkertijd behoefte aan nieuwe terreinen en bedrijfspanden. Voor een deel is dit noodzakelijk vanwege de transformatie van bedrijventerreinen, waarbij bedrijven moeten worden uitgeplaatst. Daarnaast moet er ruimte blijven voor bedrijven die in het kader van de verbetering van hun concurrentiepositie nieuwe moderne huisvesting vragen.

Ook zijn er bedrijven die door hun groei in woongebieden niet zijn te handhaven. In dat kader is de planontwikkeling voor bedrijventerreinen Empel Zuid en Rosmalense Plas afgerond. Daarnaast zal ook worden gestart met de planontwikkeling voor de Brand II. Het gaat hierbij om een zogenaamd ‘nat’ bedrijventerrein, dat tegelijkertijd met de omlegging van de Zuid Willemsvaart wordt gerealiseerd.

Ook voor de langere termijn blijft het noodzakelijk ruimte voor de ontwikkeling van nieuwe bedrijventerreinen te reserveren. De autonome groei van de bedrijvigheid en de transformatie van bedrijventerreinen vragen om voldoende ruimte. Bovendien is de vraag naar bedrijfsruimte zeer gedifferentieerd en moet in de verschillende segmenten voldoende aanbod worden geboden.

De bovenstaande speerpunten 'herstructurering', 'revitalisering', 'herprofiliering' en 'transformatie' zijn niet van toepassing op dit bestemmingsplan. Bedrijventerrein Kruisstraat II is namelijk een vrij nieuw bedrijventerrein. Problemen zoals verouderde bedrijfsgebouwen en leegstand spelen hier niet.

Kantoren

Op de kantorenmarkt is de laatste jaren door verschillende oorzaken (vraaguitval ICT, stagnerende groei en inkrimping bedrijven door kredietcrisis, overaanbod, flexplekken en thuiswerken) de animo tot nieuwbouw afgenomen. De invulling van de grote kantoorlocaties duurt hierdoor wat langer. Zo werd er in 2003 nog van uit gegaan dat de bouw van het Paleiskwartier rond 2010 zou kunnen worden afgerond. Nu wordt rekening gehouden met een doorlooptijd tot zeker 2015. Eerst daarna zal een overstap moeten worden gemaakt naar Station Oost en/of Avenue2. Afhankelijk van de marktontwikkeling zal in de toekomst worden bezien of al de geplande kantoorlocaties gereserveerd moeten blijven.

Naast de vraag naar grootschalige kantoorruimte bestaat een substantiële vraag naar kleinschalige kantoorruimte. Een groeiend aantal ondernemers, ZZP-ers en starters zoekt kantoorruimte van 50 à 500 m². De gemeente wil voor de kleine kantoorgebruikers een gedifferentieerd aanbod bieden, zodat iedere ondernemer de ruimte kan kiezen die past bij de fase van ontwikkeling, waarin het bedrijf zich bevindt. Deze kantoorgebruikers kunnen terecht in kantoorpanden in de binnenstad, de Kom Rosmalen, aan de stedelijke verbindingsassen, in de plinten van woningbouwcomplexen en verzamelkantoorgebouwen, of desgewenst tijdelijk in de kantorenmarktformules als Regus en Seats to Meet.

Overigens wordt, naar aanleiding van de huidige crisis in de kantorenmarkt, opgemerkt dat de gemeente al jaren een restrictief kantorenbeleid hanteert. De gemeente opereert proactief bij het uit de markt nemen van incourante kantoorruimte. Dit beleid heeft in het verleden zijn vruchten afgeworpen, waardoor het aanbod van kantoorruimte was gedaald. Onder invloed van de economische crisis is dit aanbod weer gestegen.

Speciale aandacht in het beleid gaat uit naar kantoren op bedrijventerreinen. Het bestaande beleid zal worden voortgezet. In hoofdlijn houdt dit in dat zelfstandige kantoren op bedrijventerreinen worden geweerd, vanwege de schaarste aan bedrijventerrein en vanwege de stagnerende kantorenmarkt. Op bepaalde plekken op bestaande bedrijventerreinen wordt echter een geleidelijke verkantorisering toegestaan. Dit is het geval op bedrijventerrein De Herven en langs de A2 en aan de voorzijde van het Hightech park Den Bosch (invalsweg naar binnenstad). Op de lange termijn zal ook op de zichtlocatie op bedrijventerrein de Brand langs de A2 (Het Zuiderkruis) een geleidelijke verkantorisering worden toegestaan.

Het plangebied is geen kantorenlocatie. Het plan sluit de vestiging van zelfstandige kantoren uit.

Voorzieningen op bedrijventerreinen

Er is een voortdurende druk vanuit allerlei voorzieningen zoals detailhandel, medische, sport- en vrije tijdsvoorzieningen, om zich op bedrijventerreinen te vestigen. Het bestaande beleid, om deze voorzieningen op bedrijventerreinen te weren, blijft in beginsel gehandhaafd.

In het raadsvoorstel en -besluit d.d. 10 september 2013 is beleid geformuleerd over de vestiging van niet bedrijventerrein gebonden functies op een aantal bedrijfslocaties.

Het voorliggende plan is in dat raadsvoorstel en -besluit niet aangewezen als een locatie voor de vestiging van niet bedrijventerrein gebonden functies. Dit betekent dat de vestiging van niet bedrijventerrein gebonden functies binnen het plangebied 'Bedrijventerrein Kruisstraat-Kievitsven' niet is toegestaan.

3.3.4 Nota Detailhandel 's-Hertogenbosch 2011

Op 11 oktober 2011 heeft de raad de Nota Detailhandel 's-Hertogenbosch 2011 vastgesteld. De Nota Detailhandelsbeleid 's-Hertogenbosch 2011 is een actualisatie van het detailhandelsbeleid. Dit betekent dat de in 2006 door de raad vastgelegde drie hoofduitgangspunten voor het detailhandelsbeleid van kracht blijven.

De drie hoofduitgangspunten voor het detailhandelsbeleid luiden als volgt:

  • Binnenstad: het primaat voor vestiging van grootschalige non-food winkelformules met niet-volumineuze artikelen (megastores) ligt bij de binnenstad.
  • Periferie: streven naar clustering in winkelgebieden. Solitaire winkelvestiging en verspreide bewinkeling doen daaraan afbreuk.
  • Winkelcentra in wijken: de fijnmazige, hiërarchische winkelstructuur voor de dagelijkse boodschappen moet in stand blijven; megasupermarkten verstoren die structuur.

Uit het voorgaande kan worden afgeleid dat voor detailhandel op bedrijventerreinen een terughoudend beleid geldt. Een uitzondering van algemene aard op dit beleid is de vestiging van een webwinkel op een bedrijventerrein. In de Nota Detailhandel is hierover het volgende opgenomen:

'Internetondernemers in woonhuis en op bedrijventerrein

Bedrijven die gespecialiseerd zijn in verkoop aan particulieren via internet (webwinkel) en niet beschikken over een fysiek winkelpand, mogen op een bedrijventerrein gevestigd zijn om hun bedrijfsvoorraad op te slaan en van daaruit te distribueren. Voorwaarde is dat men geen balie, showroom, verkoop- of afhaalruimte voor particulieren inricht. De artikelen moeten op het adres dat de consument opgeeft bezorgd worden. Dat kan thuis zijn, maar ook bijvoorbeeld bij een postagentschap'.

Het voorliggende bestemmingsplan maakt webwinkels mogelijk onder de voorwaarden dat geen balie, showroom, verkoop- of afhaalruimte voor particulieren is ingericht en dat de artikelen op het door de consument opgegeven adres worden bezorgd.

3.3.5 Uitwerkingsplan Koersnota

In het beleidsplan verkeer en vervoer 's-Hertogenbosch Bereikbaar van 2000 zijn voor alle vervoersmodaliteiten (openbaar vervoer, fiets en auto) de lijnen uitgezet die moeten leiden tot een goede interne en externe bereikbaarheid van de stad. Deze nota meldt tevens, dat bij nieuwe ontwikkelingen in de ruimtelijke ordening verkeer een steeds nadrukkelijker rol gaat spelen. Bereikbaarheid is van essentieel belang voor de stad. Zeker waar het gaat om (nieuwe) locaties voor wonen en/of werken.

Een aantal jaren geleden is gestart met de herijking van de hoofdinfrastructuur. Hierbij gaat het om de vraag in hoeverre de hoofdinfrastructuur van de stad binnen het totale integrale kader de noodzakelijke autobereikbaarheid kan (blijven) garanderen. Concreet luidt de doelstelling: 'Het verder verbeteren van de autobereikbaarheid en luchtkwaliteit van de stad door het ontwikkelen en realiseren van een stedelijk verkeersnetwerk voor de auto dat een antwoord geeft op de mobiliteitsstromen (relaties), de ruimtelijke ontwikkelingen en de eisen ten aanzien van de luchtkwaliteit'.

Op 21 mei 2008 heeft de gemeenteraad een aantal ambities en wensen uitgesproken die moeten leiden tot een bereikbare, leefbare en economisch sterk functionerende stad. Deze ambities zijn verder uitgewerkt in het door de gemeenteraad in 2009 vastgestelde Uitwerkingsplan Koersnota.

De gemeentelijke ambities en wensen, die fors inzetten op de fiets, het openbaar vervoer en transferia, zullen moeten leiden tot een afname van 15,8 miljoen autoritten per jaar, wat overeen komt met 10 procent van het huidige aantal autoritten. Voor de autostructuur wordt hierbij uitgegaan van het doorstroomassenmodel. De toekomstige verkeersstructuur wordt hierin gevormd door de ruit rondom de stad (A2, A59 en nieuwe Randweg) en de zogenaamde doorstroomassen. Doorstroomassen zijn de belangrijkste hoofdroutes voor het autoverkeer en zorgen voor de verbinding van de stadsdelen en bundelen het verkeer.

Daarnaast hebben deze wegen een belangrijke functie voor het ontsluiten van de stad op het hoofdwegennet en de ruit om de stad heen. Door deze concentratie van verkeer op doorstroomassen ontstaat er ruimte op het onderliggende wegennet. De ruimte in deze contra-mal is bedoeld voor het openbaar vervoer en fietsverkeer. Het stelsel van doorstroomassen bestaat uit een drietal routes:

  • de Oost-Westverbinding via de route Bruistensingel - Zandzuigerstraat - Rietveldenweg;
  • de Westelijke Noord-Zuidverbinding via de (doorgetrokken) Parallelweg;
  • de Oostelijke Noord-Zuidverbinding via de route Maastrichtseweg - Gestelseweg - Lage Landstraat - Van Grobbendoncklaan.

Deze ambities over wijzigingen in de hoofdinfrastructuur zullen op termijn tot uitvoering worden gebracht. Deze wijzigingen hebben geen directe gevolgen voor het plangebied.

3.3.6 Nota Parkeernormen

In de Nota parkeernormen (vastgesteld door de gemeenteraad in 2003) zijn de parkeernormen voor verschillende functies vastgelegd. Uitgangspunt hierbij is het voorzien in de eigen parkeerbehoefte op eigen terrein. De nota geeft aan hoeveel parkeerplaatsen per functie gerealiseerd dienen te worden bij nieuwbouw. Daarbij kan, indien mogelijk, rekening worden gehouden met onderlinge uitwisselbaarheid van parkeerplaatsen voor verschillende functies. Hierdoor is het niet noodzakelijk de som van het aantal parkeerplaatsen van de functies in een gebied aan te leggen, maar slechts een deel ervan. De mogelijkheden voor uitwisselbaarheid in een gebied hangen af van de locatiekeuze van de parkeerplaatsen en de mate waarin de maximale parkeerbehoefte van verschillende functies in de tijd samenvalt.

In het bestemmingsplan zijn bepalingen opgenomen om ervoor te zorgen dat er bij nieuwbouw of functiewijziging, die passen binnen het bestemmingsplan, voldoende parkeerplaatsen op eigen terrein worden aangelegd. In een dergelijk geval zal getoetst worden aan de gemeentelijke parkeernormen.

Hoofdstuk 4 Milieu-aspecten

4.1 Inleiding

In dit hoofdstuk worden de relevante milieuaspecten aan de orde gesteld. Er bestaat een duidelijke relatie tussen milieubeleid en ruimtelijke ordening. De laatste decennia groeien de beleidsvelden naar elkaar toe. De milieukwaliteit vormt een belangrijke afweging bij de ontwikkelingsmogelijkheden van ruimtelijke functies. Bij de besluitvorming over het al dan niet toelaten van een bepaalde ruimtelijke ontwikkeling, dient onderzocht te worden welke milieuaspecten daarbij een rol kunnen spelen. Het is daarnaast van belang om milieubelastende functies (zoals bepaalde bedrijfsactiviteiten) ruimtelijk te scheiden ten opzichte van milieugevoelige functies zoals woningen. Andersom moet in de ruimtelijke ordening nadrukkelijk rekening gehouden worden met de gevolgen van ruimtelijke ingrepen voor het milieu. Milieubelastende situaties moeten voorkomen worden.

Dit bestemmingsplan is een actualisatie van het geldende bestemmingsplan 'Bedrijventerrein Kruistraat II' Het is een conserverend bestemmingsplan. Er zijn geen nieuwe ontwikkelingen.

4.2 Bedrijvigheid

Om te komen tot een ruimtelijk relevante toetsing van bedrijfsvestigingen op milieu hygiënische aspecten wordt het begrip milieuzonering gehanteerd. Onder milieuzonering wordt een voldoende ruimtelijke scheiding tussen enerzijds milieubelastende bedrijven of inrichtingen en anderzijds milieugevoelige gebieden zoals woonwijken verstaan. Om het begrip hanteerbaar te maken is gebruik gemaakt van de publicatie 'Bedrijven en milieuzonering' van de VNG, editie 2009. Deze afstanden kunnen als basis worden gehanteerd, maar zijn indicatief. In het algemeen wordt door middel van het aanbrengen van een zonering tussen bedrijvigheid en woonbebouwing de overlast ten gevolge van de bedrijfsactiviteiten zo laag mogelijk gehouden.

Het bedrijventerrein wordt aan de hand van een aantal factoren in milieucategorieën gezoneerd. Bepalend voor de toe te laten milieucategorieën is de typering van het bedrijf en van zijn omgeving. Daarnaast is het nodig dat de afstandstabel wordt toegespitst op de lokale situatie zodanig dat de structuur niet wordt verstoord. In het kader van duurzaamheid zijn bedrijven uit milieucategorie 1 uitgesloten omdat deze bedrijvigheid ook mogelijk is buiten het bedrijventerrein. Wel is het mogelijk om middels een vrijstelling bedrijven uit voornoemde milieu categorie toe te laten indien ze door hun aard en omvang op een bedrijventerrein thuishoren.

Aan de overzijde van de Vliertwijksestraat zijn een aantal woningen gelegen en begint het buitengebied. Gelet op de afstand van de woningen tot het bedrijventerrein zijn voor het gehele terrein bedrijven uit milieu categorie 2 toegelaten. Voor de strook tussen de ontsluitingsweg Kievitsven en de Biestkampweg kan onder voorwaarden vrijstelling worden verleend voor bedrijven uit de milieu categorie 3.1 en 3.2. De afstand tot genoemde woningen maakt het onmogelijk bedrijven uit de milieu categorie 4 te situeren.

Aan de overzijde van de Vliertwijksestraat is een aantal woningen gelegen en begint het buitengebied. Gelet op de afstand van de woningen tot het bedrijventerrein zijn voor het gehele terrein bedrijven uit milieucategorie 2 toegelaten. Voor de strook tussen de ontsluitingsweg Kievitsven en de Biestkampweg kan onder voorwaarden een afwijking worden verleend voor bedrijven uit de milieucategorie 3.1. Bedrijven uit de milieucategorie 3.2 en hoger zijn niet toegestaan.

4.3 Geluid

Weg- en railverkeer

In het bestemmingsplan worden geen nieuwe (geluidsgevoelige) ontwikkelingen mogelijk gemaakt, akoestisch onderzoek is hier niet nodig.

Industrielawaai

De bedrijventerreinen zijn geen geluidsgezoneerde terreinen. Nieuwbouw van geluidgevoelige objecten of zoneringsplichtige inrichtingen binnen het plangebied is niet toegestaan, akoestisch onderzoek vanwege industrielawaai is dan ook niet noodzakelijk.

4.4 Luchtkwaliteit

Het bestemmingsplan is een conserverend bestemmingsplan. Er worden geen nieuwe (bedrijfs)woningen of bedrijfsbestemmingen mogelijk gemaakt. Dit betekent dat er geen nieuwe bronnen voor luchtverontreiniging, zoals extra verkeer of uitstoot van bedrijven gerealiseerd worden. Onderzoek naar de luchtkwaliteit is dan ook niet noodzakelijk.

4.5 Externe veiligheid

De doelstelling van het externe veiligheidsbeleid is het realiseren van een veilige woon- en leefomgeving voor het beheersen van risico's van activiteiten met gevaarlijke stoffen (zoals het gebruik, de opslag, de productie als het transport). Het beleid is erop gericht te voorkomen dat er dichtbij gevoelige bestemmingen activiteiten met gevaarlijke stoffen plaatsvinden.

Transport over weg, spoor en water

De gemeente heeft onderzoek uitgevoerd naar de risico's als gevolg van gevaarlijk transport over de weg, het spoor en het water. Doel is zorg te dragen voor het feit dat geen onnodig hoge risico's worden gelopen. Transport over de weg en het water zijn niet relevant.

Spoor:

Over de spoorlijn die het plangebied aan de zuidzijde begrensd vindt (ook in de toekomst) transport van gevaarlijke stoffen plaats. Uit een berekening van het plaatsgebonden risico vanwege het transport van gevaarlijke stoffen over het spoor, uitgevoerd ten behoeve van een andere ruimtelijke ontwikkeling, volgt dat er geen plaatsgebonden risico van 10-6 per jaar buiten het spoortracé optreedt. Het wettelijk vereiste niveau van basisbescherming wordt hiermee geboden. Het groepsrisico neemt als gevolg van de planologische actualisatie niet toe. Zowel in de huidige situatie als de toekomstige situatie ligt het groepsrisico onder de oriëntatiewaarde. Vanuit het plaatsgebonden risico en het groepsrisico zijn er derhalve geen belemmering voor de actualisatie van het bestemmingsplan.

Risicovolle activiteiten

In het kader van het plan moet bekeken worden of er in of in de nabijheid van het plan sprake is van risicovolle activiteiten (zoals Bevi-bedrijven, BRZO-bedrijven en transportroutes) of dat risicovolle activiteiten worden toegestaan. Voor het plangebied en de omgeving is beoordeeld dat er geen relevante bronnen van risico aanwezig zijn.

Op basis van gegevens van de gemeente en de risicokaart van de provincie Noord-Brabant kan worden vastgesteld dat er geen belastende bedrijven/activiteiten aanwezig zijn. Geconcludeerd kan worden dat externe veiligheid geen belemmeringen oplevert.

4.6 Bodem en grondwater

Op de locatie is in het verleden verkennend bodemonderzoek uitgevoerd. De locatie is gezien de historie als verdacht beoordeeld en zodanig onderzocht. Uit de onderzoeken blijkt dat er plaatselijk zeer licht verhoogde concentraties zijn aangetroffen in de grond. Deze lichte overschrijdingen worden veroorzaakt door regionaal verhoogde achtergrondgehalten. Het grondwater is niet verontreinigd.

De milieuhygiënische bodemkwaliteit van de locatie vormt geen belemmering voor het huidige en toekomstige gebruik.

Bij eventueel grondverzet valt vrijkomende grond onder de bepalingen van het besluit Bodemkwaliteit. Bij bronneringswerkzaamheden zullen voor zover relevant ingevolge de Grondwaterwet, de Wet Verontreiniging Oppervlaktewateren en de Lozingsregeling riolering meldingen c.q. aanvragen voor vergunningen moeten worden ingediend.

Hoofdstuk 5 Waterparagraaf

5.1 Beleidskader

Integraal waterbeheer beoogt een duurzaam en veerkrachtig watersysteem waarbij kansen worden benut en functies zoveel mogelijk worden gecombineerd. Op 14 juli 2009 stelde de gemeenteraad van 's-Hertogenbosch het waterplan 'Waterstad 's-Hertogenbosch' vast. Het doel van dit waterplan is het bereiken van een veilig en een duurzaam watersysteem in en om 's-Hertogenbosch, waarbij zo goed mogelijk aan de wensen van alle belanghebbenden tegemoet wordt gekomen. Het Waterplan betreft een koepelplan voor alle waterzaken. Het gaat daarbij om de gewenste inrichting en het beheer van oppervlaktewater en grondwater als ook om de afvoer van hemelwater en afvalwater.

Het plangebied is gelegen in het beheergebied van het Waterschap Aa en Maas. Het Waterbeheerplan van het waterschap beschrijft de hoofdlijnen voor het te voeren beleid voor de periode 2010-2015, met een doorkijk naar 2027. Voor ruimtelijke ontwikkelingen hanteert het waterschap acht uitgangspunten:

  • 1. wateroverlastvrij bestemmen;
  • 2. gescheiden houden van vuil water en schoon hemelwater;
  • 3. doorlopen van de afwegingsstappen (hergebruik - infiltratie - buffering - afvoer);
  • 4. hydrologisch neutraal ontwikkelen;
  • 5. water als kans;
  • 6. meervoudig ruimtegebruik;
  • 7. voorkomen van vervuiling;
  • 8. waterschapsbelangen.

5.2 Huidige situatie

De maaiveldhoogte bedraagt ca. 5 meter + NAP. Ter plaatse bestaande de aanwezige deklaag uit een pakket fijne tot matige grove zanden. De dikte van de deklaag bedraagt 14 meter. Onder deze deklaag bevindt zich het eerste watervoerende pakket. Dit pakket is opgebouwd uit fijne tot grove zanden. Het freatisch grondwater bevindt zich op een diepte van circa 1,5 meter minus maaiveld. Zowel het freatisch grondwater als het grondwater uit het eerste watervoerende pakket hebben een noord-noordwestelijke stromingscomponent.

5.3 Ruimtelijke vertaling van beleid

Dit bestemmingsplan betreft een conserverend plan. Bij toekomstige ontwikkelingen welke binnen dit bestemmingsplan passen, is het van belang om eerdergenoemde uitgangspunten op het gebied van water mee te nemen in de planvorming. Hieronder staat verwoord hoe dit in de bestaande situatie van het plangebied wordt uitgewerkt.

Afkoppelen op oppervlaktewater en groenzones

Voor alle nieuwbouwplannen, renovaties en sloop- en nieuwbouwplannen is de voorkeur dat het hemelwater door de initiatiefnemer gescheiden aangeboden te worden op de perceelsgrens. Wanneer vervuilende activiteiten plaatsvinden op het perceel of erf van de eigenaar dient dit hemelwater eerst te worden gezuiverd. Dit kan door middel van een zuiverende voorziening, zoals een lamellenfilter, een bodempassage of een zandfilter. In het gebied ligt een verbeterd gescheiden rioolstelsel.

Het Kievitsven bevat twee rijbanen, die gescheiden worden door een strook grind en twee stroken met parkeervakken (haaks parkeren). De strook grind fungeert als een wadi / grindkoffer. Hemelwater afkomstig van de verharde oppervlakten met uitzondering van de daken wordt afgevoerd naar de strook grind.

Bergingsopgave

In het plangebied zal bij ruimtelijke plannen waarbij een verhardingstoename plaatsvindt hydrologisch neutraal ontwikkeld moeten worden. Voor de nog te bebouwing kavels zijn de eigenaren zelf verantwoordelijk voor het realiseren van voldoende berging van hemelwater. De bergingsopgave dient berekend te worden met de zogenaamde HNO-tool van Waterschap Aa en Maas. In het kader van de gemeentelijke duurzaamheidsdoelstellingen wordt aanbevolen om groen en duurzaam te bouwen, met behulp van groene daken of andere isolerende materialen.

Afvalwater

Afvalwater kan worden aangeboden op de perceelsgrens, waar het wordt aangesloten op het Verbeterd Gescheiden Stelsel, welke in eigendom is van de vereniging van eigenaren.

Bouwmaterialen

Uit zorg voor een goede kwaliteit van het grond- en oppervlaktewater moet bij her- en nieuwbouw worden afgezien van het gebruik van uitlogende bouwmaterialen in daken, gevels, verhardingen en regenwatervoorzieningen (goten en leidingen).

Hoofdstuk 6 Juridisch bestuurlijke aspecten

6.1 Planmethode

Het bestemmingsplan 'Bedrijventerrein Kruisstraat-Kievitsven' heeft tot doel een juridisch-planologische regeling te scheppen voor het bouwen en het gebruik van gronden, gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde binnen het plangebied. Bij het opstellen van voorliggend bestemmingsplan is aansluiting gezocht bij de in de Wet ruimtelijke ordening, het Besluit ruimtelijke ordening geformuleerde uitgangspunten (RO standaarden 2012), de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, het Handboek digitale bestemmingsplannen van de gemeente 's-Hertogenbosch en het vigerende bestemmingsplan 'Bedrijventerrein Kruisstraat II'. Hierbij is gestreefd naar uniformering en standaardisering van de bestemmingen en bestemmingsregels.

6.2 Verbeelding

Op de verbeelding zijn de bestemmingen en de aanduidingen met kleuren, cijfer- en lettercombinaties en vlakken aangegeven. De kleuren, cijfer- en lettercombinaties en vlakken dienen in samenhang met de bestemmingsplanregels te worden gelezen.

Een onderdeel van de in het Besluit ruimtelijke ordening geformuleerde eisen betreft de vormgeving, inrichting en beschikbaarstelling van een bestemmingsplan. Door de uniformering en standaardisering zijn de vormgeving en inrichting van een digitale verbeelding verschillend van een 'traditionele' analoge plankaart. Met de vormgeving en inrichting van een digitale verbeelding wordt beoogd een bestemmingsplan als een interactief plan raadpleegbaar te maken (op internet). Deze wijze van beschikbaarstelling is per 1 januari 2010 wettelijk verplicht.

6.3 Regels

De bestemmingsplanregels zijn gebaseerd op de Standaard Vergelijkbare BestemmingsPlannen 2012 (SVBP 2008) en het Handboek digitale bestemmingsplannen van de gemeente 's-Hertogenbosch. De bestemmingsplanregels zijn verdeeld over vier hoofdstukken, te weten:

  • hoofdstuk 1: inleidende regels;
  • hoofdstuk 2: bestemmingsregels;
  • hoofdstuk 3: algemene regels;
  • hoofdstuk 4: overgangs- en slotregels.
6.3.1 Inleidende regels

De artikelen in hoofdstuk 1 van de bestemmingsplanregels hebben betrekking op de toepassing van de bestemmingsplanregels. In artikel 1 wordt een omschrijving van de in de regels gehanteerde begrippen gegeven. Artikel 2 geeft de meet- en rekenwijze aan. Deze bepalingen gelden voor alle bestemmingen.

6.3.2 Bestemmingsregels

Hoofdstuk 2 van de regels omvat een toelichting op de in het plangebied voorkomende bestemmingen. In het plangebied komen drie bestemmingen en één dubbelbestemming voor.

Artikel 3 Bedrijf

De gronden met de bestemming 'Bedrijf' zijn bestemd voor bedrijven in de categorieën 1 en 2 van de bij de regels als bijlage behorende Staat van Bedrijfsactiviteiten - bedrijventerrein. Verder zijn bepaalde vormen van detailhandel toegestaan.

Voor parkeren geldt een parkeernorm van 1,5 parkeerplaats per 100 m² bvo op eigen terrein.

Gebouwen dienen binnen het bouwvlak te worden gebouwd. Een bouwvlak mag volledig worden bebouwd. Als voorwaarden gelden het niet mogen bebouwen van de ruimte onder de overbouwing en het voldoen aan de parkeernorm. De minimale en maximale bouwhoogte bedraagt 6 en 12 meter. Verder dient aan één zijde een de afstand tussen de zijgevel van het gebouw en de zijdelingse perceelsgrens ten minste 5 meter te bedragen. Deze strook grond met een breedte van minimaal 5 meter dient onbebouwd te blijven.

Ter plaatse van de bouwaanduiding 'specifieke bouwaanduiding - overbouwing' mag uitsluitend een overbouwing worden gerealiseerd (zie afbeelding 6.1). De ruimte onder de onderbouwing dient vrij te blijven van bebouwing. Onder de onderbouwing kan parkeergelegenheid worden gerealiseerd. De minimale hoogte tussen het maaiveld en de onderkant van de overbouwing dient minimaal 4 meter te bedragen.

afbeelding "i_NL.IMRO.0796.0002218-1401_0023.jpg"

Afbeelding 6.1: Overbouwing

Voor bouwwerken, geen gebouwen zijnde, geldt een maximale bouwhoogte van 8 meter. Op deze hoofdregel zijn twee uitzonderingen:

  • de bouwhoogte van silo's, schoorstenen, lichtmasten, transportbanden en andere bedrijfsinstallaties, niet zijnde vlaggenmasten mag niet meer dan 25 meter bedragen mits de gezamenlijke oppervlakte niet meer bedraagt dan 5% van het bebouwbaar deel van het bouwperceel;
  • terrein- en erfafscheidingen mogen van af de voet gemeten maximaal 1 meter hoog zijn, tenzij de afscheiding achter de voorgevelrooilijn wordt geplaatst. In geval de plaatsing achter de voorgevelrooilijn geschiedt, mag de bouwhoogte niet meer dan 2 meter bedragen.

Voor de gebouwen op de bouwkavels ten oosten van het Kievitsven is een afwijkingsbevoegdheid met betrekking tot een maximale bouwhoogte van 15 meter opgenomen. Aan deze afwijkingsbevoegdheid zijn voorwaarden verbonden.

Voor het gebruik van de gronden zijn de gebruikelijke gebruiksregels van toepassing. Ook voor het gebruik zijn afwijkingsbevoegdheden opgenomen. Zo kunnen met een afwijkingsbevoegdheid onder voorwaarden bedrijven uit categorie 3 op de bouwpercelen ten oosten van het Kievitsven worden toegestaan.

Artikel 4 Groen

De belangrijkste functies binnen de bestemming 'Groen' zijn groen(voorziening), park, plantsoen en fiets- en voetpaden.

Op de gronden, die bestemd zijn als 'Groen' mogen kleine gebouwen worden gebouwd. Tevens mogen bepaalde soorten bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden gebouwd.

Artikel 5 Verkeer

Binnen de bestemming 'Verkeer' zijn de hoofdfuncties parkeerterrein, wegverkeer en verblijfsgebied.

Op de gronden, die bestemd zijn als 'Verkeer' mogen kleine gebouwen worden gebouwd. Tevens mogen bepaalde soorten bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden gebouwd.

Artikel 6 Waarde - Archeologie

Het gehele plangebied is voorzien van de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie' vanwege eventuele archeologische waarden. Bij strijdigheid met een enkelbestemming heeft de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie' voorrang.

Ter bescherming van de eventuele archeologische waarden is een vergunningstelsel voor een aantal werkzaamheden, waaronder bouwen, opgenomen.

6.3.3 Algemene regels

In de algemene regels zijn de anti-dubbeltelregel, algemene bouwregels, algemene afwijkingsregels en algemene procedureregels opgenomen. Deze algemene regels gelden voor het gehele bestemmingsplan.

6.3.4 Overgangs- en slotregels

Dit vierde en laatste hoofdstuk bevat het overgangsrecht en de slotregel.

Hoofdstuk 7 Economische uitvoerbaarheid

Voorliggend bestemmingsplan heeft een conserverend karakter. Het bestemmingsplan bevat geen nieuwe ontwikkelingen en er zijn voor de gemeente geen kosten aan het plan verbonden. Er is geen sprake van kostenverhaal in het kader van de Wro. Vanuit de gemeente 's-Hertogenbosch kan derhalve worden gesteld dat het voorliggende plan in financieel-economisch opzicht haalbaar c.q. uitvoerbaar is.

Hoofdstuk 8 Inspraak en vooroverleg

8.1 Inspraak

Ter uitvoering van de inspraakverordening is gelegenheid geboden voor inspraak. In dat kader heeft het voorontwerp bestemmingsplan 'Bedrijventerrein Kruisstraat-Kievitsven' met ingang van 17 februari 2014 gedurende zes weken ter inzage gelegen. Tijdens deze periode heeft iedereen de mogelijkheid gekregen om schriftelijk of mondeling een zienswijze kenbaar te maken. Van het vorenstaande is melding gemaakt in een publicatie in het Gemeenteblad van 14 februari 2014 en De Bossche Omroep van 16 februari 2014. De publicatie is tevens op 14 februari 2014 op de gemeentelijke website geplaatst. Er zijn geen zienswijzen ontvangen.

8.2 Vooroverleg

Het voorontwerp bestemmingsplan 'Bedrijventerrein Kruisstraat-Kievitsven' is op 14 februari 2014 in het kader van het vooroverleg ex artikel 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening toegezonden aan de volgende instanties:

  • 1. Provincie Noord-Brabant;
  • 2. Waterschap Aa en Maas;
  • 3. Brabant Water.

Er zijn schriftelijke reacties van deze instanties ontvangen.

Provincie Noord-Brabant

Samenvatting:

De provincie heeft zich beperkt tot de vraag hoe het voorontwerp bestemmingsplan zich verhoudt tot de provinciale belangen, die op basis van het provinciaal ruimtelijke beleid relevant zijn. Het voorontwerp bestemmingsplan geeft de provincie geen aanleiding tot het maken van opmerkingen.

Beoordeling:

De reactie van de provincie wordt voor kennisgeving aangenomen.

Waterschap Aa en Maas

Samenvatting:

De waterparagraaf van het voorontwerp bestemmingsplan bevat geen kwantitatieve gegevens over de verhardingstoename en de wateropgave. Het Waterschap verzoekt in het ontwerp bestemmingsplan alsnog hierin te voorzien.

Beoordeling:

Het bestemmingsplan voorziet niet in een toename van het verhard oppervlak. Het bestemmingsplan maakt niet meer mogelijk dan het vigerende bestemmingsplan.

Brabant Water

Samenvatting:

Het plan bevat voor Brabant Water geen relevante aspecten zoals een drinkwatertransportleiding of een beschermingszone volgens de Provinciale Milieuverordening / Verordening ruimte. Ook de toegestane milieucategorie (2) voor te vestigen bedrijven is op deze locatie (nabij grens 25-jaars beschermingszone zeer kwetsbaar) voor Brabant Water aanvaardbaar.

Beoordeling:

De reactie van Brabant Water wordt voor kennisgeving aangenomen.