direct naar inhoud van 6.1 't Ven
Plan: 't Ven Hondsberg
Status: vastgesteld
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0796.0002102-1501

6.1 't Ven

In dit hoofdstuk worden de relevante milieu-aspecten van de wijk 't Ven aan de orde gesteld. Hierbij wordt onderscheid gemaakt in twee paragrafen. De eerste paragraaf gaat in op het beheersgebied. Vervolgens komen in de tweede paragraaf de milieuaspecten betreffende de ontwikkelingslocaties aan de orde.

6.1.1 Beheersgebied

In onderstaande subparagrafen zullen de milieuaspecten voor het beheersgebied worden belicht. In het beheersgebied zullen geen ontwikkelingen plaatsvinden en is alleen de huidige situatie vastgelegd.

6.1.2 Geluid
6.1.2.1 Railverkeerslawaai

Aan de rand van het plangebied loopt de spoorlijn Den Bosch – Nijmegen. De geluidszone is bepaald met Aswin (jaar 2010-2015) en bedraagt 225 meter. Voor nieuwe geluidsgevoelige bestemmingen binnen deze zone dient een akoestisch onderzoek uitgevoerd te worden om te bekijken of voldaan wordt aan de voorkeursgrenswaarden.

6.1.2.2 Wegverkeerslawaai

Aangezien in het grootste deel van het plangebied geen ontwikkelingen of functiewijzigingen plaatsvinden, hoeft voor dit deel geen akoestisch onderzoek plaats te vinden.

Het plangebied is niet gelegen binnen een wettelijk vastgestelde geluidszone.

6.1.3 Bedrijvigheid

De bedrijvigheid in het plangebied betreft met name activiteiten in de lagere milieucategorieën. Daarnaast zijn er een tankstation en een garagebedrijf gevestigd in de Raadhuisstraat. Door regulering van de situaties op grond van milieuwetgeving geldt voor het beheergedeelte van het bestemmingsplan dat er afstemming is tussen de bedrijvigheid en de omliggende gevoelige functies. Ook hier geldt dat nieuwe ontwikkelingen op hun (onderlinge) hinderaspecten zullen worden afgewogen. Momenteel is er geen nieuwe bedrijvigheid bestemd binnen het plangebied.

6.1.4 Bodem

De buurt is gelegen in een voormalig zandlandschap. In de buurt bevonden zich tot 1960 langs de voormalige Rosmalensedijk diverse boerderijen. Langs de Weidestraat stonden enkele boerderijen welke in 1944 grotendeels door brand zijn verwoest. Bij diverse bodemonderzoeken in de directe omgeving van de Weidestraat blijkt er in de bovengrond een vervuiling van PAK's is aangetroffen. Dit is te relateren is aan de bovengenoemde brand.

6.1.4.1 Bedrijvigheid en particuliere olietanks

Binnen het plangebied is er hoofdzakelijk sprake van een woonfunctie. Er zijn een tankstation en een garagebedrijf gevestigd aan de Raadhuisstraat 43. Hier is op 4,5 m-mv is een historische restverontreiniging aanwezig. Om deze af te perken moet een nader onderzoek worden uitgevoerd. Daarnaast zijn er kleinschalige bedrijven gevestigd. Bij deze bedrijven vinden nauwelijks potentieel bodembedreigende activiteiten plaats. Voor die gevallen dat hiervan wel sprake is, zijn conform de Nederlandse Richtlijn Bodembescherming voorzieningen voorgeschreven om de eventuele bodemrisico's tot een verwaarloosbaar niveau te reduceren.

Volgens het milieuregistratiesysteem zijn binnen het plangebied in totaal 18 ondergrondse brandstoftanks in gebruik geweest. Hiervan zijn er 12 op afdoende wijze gesaneerd en verwijderd en zijn er 6 gesaneerd en nog aanwezig. Van 1 tank is de status onbekend en er zijn nog 6 tanks in gebruik.

Voorts is op basis van het Historisch bodembestand (Hbb) geïnventariseerd of er binnen het plangebied voormalige bedrijven aanwezig waren welke in het verleden een mogelijke bodemverontreiniging hebben veroorzaakt. Hieruit blijkt dat er 3 locaties zijn alwaar in de toekomst een oriënterend en eventueel een nader bodemonderzoek moet worden uitgevoerd.

6.1.4.2 Bodemkwaliteit

Verspreid binnen het plangebied zijn om diverse redenen op zevenendertig locaties bodemonderzoeken uitgevoerd. Deze geven een goede indruk van de bodemkwaliteit binnen het plangebied. Overwegend werd hierbij een lichte verontreiniging van zware metalen, PAK's en minerale olie in de grond aangetroffen. In het grondwater is een lichte verontreiniging met zware metalen aangetoond. Plaatselijk is in de grond een matige verontreiniging met tin geconstateerd. Dit laatste is te herleiden naar de verfactiviteiten op deze locatie.

Op drie locaties is in het verleden bodemverontreiniging geconstateerd. Een benzinestation aan de Raadhuisstraat, een verfwerkplaats aan de Venstraat en een perceel met woning met een voormalige ondergrondse tanks aan de Weidestraat. Voor alle drie de locaties is een saneringsplan ingediend. De verontreinigingen zijn opgeruimd. De saneringen zijn afgerond.

Op basis van de huidige informatie zijn is de bodem in het plangebied in algemene zin geschikt worden beschouwd voor het huidige en beoogde gebruik.

Binnen de gemeente 's-Hertogenbosch is een bodemkwaliteitskaart aanwezig. De bodemkwaliteits-kaart is een kaart waarop de bodemkwaliteit op het niveau van bodemkwaliteitszones is aangegeven. Binnen de zones is de gemiddelde kwaliteit vergelijkbaar, terwijl tussen de zones een duidelijk verschil in kwaliteit kan bestaan. Tevens is een bodembeheerplan aanwezig. Het doel van de bodemkwaliteitskaart en het bodembeheerplan is het stimuleren van hergebruik van vrijgekomen grond en deze te reguleren. Daarnaast kan er efficiënter worden omgegaan met vrijgekomen grond. In het bodembeheerplan staan de regels voor het gebruik van grond als bodem. De toepassing van grond als bodem is alleen wettelijk toegestaan als de kwaliteit van de ontvangende bodem niet verslechtert.

Gezien de bodemkwaliteitskaart ligt het plangebied in de zone waarbij geen vrijstelling wordt verleend. Het plangebied ligt dus in een zone waar onderzoek naar de kwaliteit van de bodem en het grondwater moet plaatsvinden ten tijde van een bouwvergunningprocedure.

6.1.5 Luchtkwaliteit

Aangezien voor het grootste deel van het plangebied geen functiewijzigingen plaatsvinden, hoeft voor dit deel geen onderzoek plaats te vinden.

6.1.6 Externe veiligheid

De doelstelling van het externe veiligheidsbeleid is het realiseren van een veilige woon- en leefomgeving voor het beheersen van risico's van activiteiten met gevaarlijke stoffen (zoals opslag en transport). Het beleid is erop gericht te voorkomen dat er dichtbij gevoelige bestemmingen activiteiten met gevaarlijke stoffen plaatsvinden.

6.1.6.1 Bedrijven/activiteiten

Op basis van gegevens van de gemeente kan worden vastgesteld dat er in het plangebied een vuurwerkverkooppunt aanwezig is (Weidestraat 14). De opslag en verkoop van het consumentenvuurwerk betreft een activiteit die voldoet aan het Vuurwerkbesluit. Het vuurwerk ligt opgeslagen in een bunker. De bunker is voorzien van een gecertificeerde sprinklerinstallatie. Naast eisen aan de inrichting / installatie, schrijft het Vuurwerkbesluit een minimale veiligheidsafstand van 8 meter tot een kwetsbaar object voor. De werkelijke afstand tot de dichtstbijzijnde bestaande woning bedraagt 30 meter, hetgeen voldoende is uit veiligheidsoverwegingen. In de milieuvergunning zijn eisen uit het Vuurwerkbesluit opgenomen.

Daarnaast is het tankstation aan de Raadhuisstraat 43 relevant. Het tankstation betreft een tankstation exclusief LPG. Zodoende worden risico afstanden gehanteerd van 30 meter vanaf het vulpunt van het tankstation. Dit in verband met kans op plasbranden en de daarbij vrijkomende hittestraling (Publicatie Gevaarlijke Stoffen, GPR28).

Verder zijn er in het plangebied geen belastende bedrijven/activiteiten aanwezig. Grenzend aan het plangebied is een tankstation (Molenstraat) gevestigd met LPG. De groepsrisico contour bedraagt 150 meter en valt voor een klein deel over het plangebied. Dit levert verder geen knelpunten op.

6.1.6.2 Externe veiligheid als gevolg van transport van gevaarlijke stoffen over weg, water, spoor en buisleidingen

In en nabij het plangebied vindt geen transport plaats van gevaarlijke stoffen over het water. Over de A2 en A59 vindt vervoer van gevaarlijke stoffen plaats. Binnen het zuidelijk deel van het plangebied ligt het spoor. Hieraan zijn risico's verbonden aan het vervoer van gevaarlijke stoffen.

6.1.6.3 Weg

Over de rijksweg A2 en A59 vindt transport van gevaarlijke stoffen plaats. Uit een inventarisatie naar het vervoer van gevaarlijke stoffen in de gemeente 's-Hertogenbosch en berekeningen ten behoeve van het Basisnet Weg is gebleken dat er geen knelpunten met betrekking tot het plaatsgebonden risico zijn rond de genoemde wegen in 's-Hertogenbosch. De oriëntatiewaarde van het groepsrisico van de A2 en de A59 wordt ter hoogte van 's-Hertogenbosch nergens overschreden. Voor de A59 en de A2 is in het kader van het Basisnet geen veiligheidszone vastgesteld, wat inhoudt dat geen beperkingen worden opgelegd aan ruimtelijke ontwikkelingen in de directe nabijheid van deze wegen. Van een plasbrandaandachtsgebied is bij beide wegen ter hoogte van 's-Hertogenbosch ook geen sprake.

Conform de Circulaire Risiconormering vervoer van gevaarlijke stoffen moet bij ontwikkelingen binnen 200 meter van een route of tracé het groepsrisico beschouwd worden. De A2 en A59 liggen op respectievelijk 570 en 900 meter afstand van het plangebied. Het plangebied valt wel binnen het invloedsgebied (950 meter) van de A2 en A59. Binnen het plangebied vinden geen ontwikkelingen plaats die het groepsrisico beïnvloeden. Er hoeft geen onderzoek of verantwoording plaats te vinden. Bij eventuele toekomstige ontwikkelingen waarbij sprake is van een significante toename van het aantal personen, dient aandacht besteed te worden aan het groepsrisico.

6.1.6.4 Spoor

De spoorlijn 's-Hertogenbosch – Nijmegen ligt binnen het plangebied waardoor het plangebied tevens binnen het genoemde invloedsgebied ligt. Uit berekeningen van het plaatsgebonden risico vanwege het transport van gevaarlijke stoffen over het spoor, volgt dat er geen plaatsgebonden risico van 10-6 per jaar buiten het spoortracé optreedt.

Het wettelijke vereiste niveau van basisbescherming wordt hiermee geboden. Vanuit het plaatsgebonden risico is er derhalve geen belemmering voor de vaststelling van het bestemmingsplan.

De nieuwe ontwikkelingen binnen het plangebied die een toename van de hoeveelheid mensen tot gevolg hebben bevinden zich op zeer grote afstand van het spoor, zijn beperkt van omvang en zijn géén functies die worden gekenmerkt door een hoge personenintensiteit. Het gaat concreet over een inbreiding met 7 woningen (afstand tot het spoor > 400 meter en zeer kleine toename personendichtheid). Op basis van deze gegevens wordt vastgesteld dat er geen significante toename van het groepsrisico zal optreden. Een nadere invulling van de verantwoordingsplicht is derhalve niet aan de orde. Op basis van berekeningen in het kader van het Basisnet spoor is enkel richting Vught sprake van een overschrijding van de oriëntatiewaarde met een factor 1 tot 3. Richting Nijmegen ligt het groepsrisico tegen de oriëntatiewaarde aan, maar is volgens deze berekeningen geen sprake van een overschrijding.

6.1.6.5 Gastransport door buisleidingen

Direct ten zuiden van het plangebied, aan de ander kant langs de spoorlijn, ligt een gastransportleiding. Volgens de circulaire 'Zonering langs hoge druk aardgastransportleidingen' is een minimale bebouwingsafstand van 14 meter vereist. De reeds aanwezige bebouwing staat niet binnen deze minimale afstand.

De circulaire wordt op dit moment herzien. De in de circulaire opgenomen afstanden worden in de nieuwe regeling vervangen door een risicobeleid. In overleg met VROM is besloten eventuele nieuwe ontwikkelingen te toetsen aan dit risicobeleid, dat wil zeggen op het plaatsgebonden risico en het groepsrisico. De gasleiding heeft geen plaatsgebonden risicocontour buiten de leiding en levert dus geen rechtstreekse ruimtelijke beperkingen op. Het invloedsgebied van het groepsrisico ligt op maximaal 140 meter van de hartlijn van de leiding. Voor nieuwe ontwikkelingen binnen dit gebied dient de toename van het groepsrisico verantwoord te worden.

Binnen het invloedsgebied van de gasleiding is geen sprake van nieuwe ontwikkelingen. Om deze reden is geen sprake van een wijziging van het groepsrisico (is al laag) en is verantwoording niet aan de orde. Vanuit het aspect externe veiligheid zijn er geen belemmeringen voor het vaststellen van het bestemmingsplan.

Met betrekking tot de gasleiding is tot slot sprake van een belemmerde zone van 4 meter aan weerszijde van de leiding, gemeten vanaf de hartlijn van de leiding. Deze zone dient gevrijwaard te blijven van obstakels (dus geen gebouwen, bouwwerken geen gebouwen zijnde en andere objecten die een belemmering opleveren voor de bereikbaarheid van de gasleiding). Deze zone is opgenomen op de verbeelding van het plan en vertaald in de regels bij het bestemmingsplan.

6.1.7 Energie en duurzaamheid

Het waarborgen van de kwaliteit van de leefomgeving is een belangrijke opgave van de gemeente. Van ontwerp, aanleg, inrichting tot beheer wordt de stedelijke ontwikkeling steeds duurzamer vormgegeven. De gemeente 's-Hertogenbosch wil een voortrekkersrol blijven spelen op het gebied van duurzame stedelijke ontwikkeling.

Onder duurzame stedelijke ontwikkeling wordt verstaan: het rekening houden met milieuaspecten gedurende planontwikkeling, bouw, inrichting en beheer van de nieuwe wijk. Belangrijke onderwerpen zijn: energie, water, afval, verkeer, materiaalgebruik, bodem, geluid en natuur.

'Voor duurzaam bouwen is door de gemeente besloten om drie speerpunten te hanteren: 25% CO2-besparing, afkoppelen van hemelwater en toepassing van hout uit goed beheerde bossen (FSC-hout).

6.1.7.1 Energie

Energie is één van de speerpunten van het gemeentelijke milieubeleid. Voor nieuwbouw wordt minimaal 25% energiebesparing gerealiseerd ten opzichte van de wettelijke normen uit het bouwbesluit op het moment van de bouwaanvraag.

6.1.7.2 Integraal waterbeheer

Hemelwaterafvoer dient te gebeuren middels infiltratie naar de bodem of oppervlakkige afvoering naar het oppervlaktewater, of via een gescheiden rioolstelsel. Voor het bepalen van de mogelijkheden op de betreffende locatie is de watertoets het uitgangspunt.

Als infiltratie of afvoer naar het oppervlaktewater gezien de locatie niet mogelijk is en er geen gescheiden rioolstelsel is, wordt er een dubbel rioolstelsel tot aan de controleput aangelegd worden, zodat bij aanleg van een gescheiden rioolstelsel er eenvoudig alsnog hierop aangesloten kan worden.

Om verontreiniging van het oppervlakte water en/of het grondwater te voorkomen, worden alleen materialen toegepast die geen schadelijke emissie naar het regenwater hebben. De richtlijnen hiervoor zijn opgenomen in het Informatieblad uitlogende materialen.

6.1.7.3 Hout uit duurzaam beheerde bossen

Om duurzaam bosbeheer te waarborgen en roofbouw en illegale kap te voorkomen wordt hout uit duurzaam beheerde bossen toegepast. Dit wordt gewaarborgd met het FSC-certificaat. Dat betekent dat materialen wordt betrokken bij FSC-gecertificeerde toeleveranciers.

6.1.7.4 Openbare ruimte

Voor het openbare gebied is het Nationale Pakket GWW van toepassing. Daarbij worden ten minste alle vaste, en kostenneutrale variabele maatregelen en variabele maatregelen toegepast alsmede de maatregelen waarvan de kosten binnen een redelijke termijn worden terugverdiend.

Bij nieuwe ontwikkelingen dient te worden voldaan aan bovengenoemd gemeentelijk beleid.

6.1.8 Radarverstoringsgebied, straalpaden, kabels en leidingen

Het plangebied is gelegen in het radarverstoringsgebied van de vliegbasis Volkel. Dit houdt in dat, teneinde het ongestoord functioneren van radar- en communicatieapparatuur op de vliegbasis te waarborgen, er rond deze vliegbasis een cirkel met een straal van 15 nautische mijl (=27,8 km) geldt, gemeten vanaf de positie van de radar. Binnen dit radarverstoringsgebied dient voor ieder obstakel, hoger dan 65 meter boven N.A.P., te worden berekend of er verstoring van de radar optreedt. De mate van verstoring is afhankelijk van o.a. de hoogte, breedte en opstelling van objecten. Plannen tot het oprichten van hoge bebouwing dienen altijd individueel getoetst te worden door het Ministerie van Defensie (Dienst Vastgoed Defensie, Directie Zuid te Tilburg). Er worden geen ontwikkelingen mogelijk gemaakt die de radarzone beïnvloeden. Aanvullende toetsing is niet noodzakelijk.

Binnen het gebied zijn geen straalpaden van KPN aanwezig.

Binnen het plangebied zijn diverse kabels en leidingen aanwezig, waarbij bij het uitvoeren van grondwerkzaamheden rekening moet worden gehouden. De aanwezige kabels en leidingen hebben geen ruimtelijke effecten of beperkingen.