direct naar inhoud van Artikel 5 Verkeer
Plan: School Empelseweg - Zeis
Status: vastgesteld
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0796.0002058-1401

Artikel 5 Verkeer

5.1 Bestemmingsomschrijving

De voor Verkeer aangewezen gronden zijn bestemd voor:

  • a. parkeerterrein;
  • b. in- en uitritten;
  • c. fietsenstalling;
  • d. verblijfsgebied;
  • e. speelvoorzieningen;
  • f. aan de hoofdfunctie ondergeschikte voorzieningen, zoals groenvoorzieningen, straatmeubilair, nutsvoorzieningen, bijbehorende verhardingen, water, waterhuishoudkundige voorzieningen.
5.2 Bouwregels
5.2.1 Gebouwen

Binnen deze bestemming mogen gebouwen ten dienste van de bestemming worden gebouwd met inachtneming van de volgende bepalingen:

  • a. het bebouwingspercentage mag niet meer dan 10% bedragen;
  • b. de hoogte mag niet meer dan 2,5 meter bedragen.
5.2.2 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde

Binnen deze bestemming mogen bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten dienste van deze bestemming worden gebouwd met inachtneming van de volgende bepalingen:

  • a. bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mogen niet meer dan 3 meter hoog zijn;
  • b. in afwijking van het bepaalde onder a mogen keermuren niet meer dan 5,5 meter hoog zijn;
  • c. in afwijking van het bepaalde onder a mogen kunstobjecten en bouwwerken ten behoeve van verlichting, geleiding, beveiliging en regeling van het verkeer niet meer dan 10 meter hoog zijn.
5.3 Nadere eisen

Burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen aan de plaats en afmeting van de bebouwing, ten behoeve van:

  • a. een samenhangend straat- en bebouwingsbeeld;
  • b. de verkeersveiligheid;
  • c. de milieusituatie;
  • d. de sociale veiligheid;
  • e. de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden.
5.4 Specifieke gebruiksregels

Het is verboden de in deze bestemming begrepen gronden en de daarop voorkomende bouwwerken te gebruiken of in gebruik te geven of te laten voor een doel of op een wijze strijdig met deze bestemming.

5.5 Ontheffing van de specifieke gebruiksregels

Burgemeester en wethouders verlenen ontheffing van het bepaalde in lid 5.4, indien strikte toepassing daarvan zou leiden tot een beperking van het meest doelmatige gebruik, welke beperking niet door dringende redenen wordt gerechtvaardigd.