direct naar inhoud van Regels
Plan: TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22a Sporenring
Status: vastgesteld
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0785.TAMOPH22a-vg01

Regels

Preambule

Dit TAM-omgevingsplan is gericht op het faciliteren van gebiedsontwikkeling op de locatie Sporenring. Dit TAM-omgevingsplan vormt juridisch een nieuw hoofdstuk (hoofdstuk 22a) van het omgevingsplan van de gemeente Goirle. Dit hoofdstuk is op grond van artikel 11.1, tweede lid, van het Besluit elektronische publicaties bekend gemaakt en digitaal beschikbaar gesteld met de landelijke voorziening https://www.ruimtelijkeplannen.nl. Het is met deze landelijke voorziening niet mogelijk dit hoofdstuk conform de juridische vormgeving van het omgevingsplan in STOP-TPOD beschikbaar te stellen.

De in dit op https://www.ruimtelijkeplannen.nl uitgegeven deel van het omgevingsplan (hierna: dit deel) weergegeven hoofdstukken moeten gelezen worden als paragrafen van hoofdstuk 22a van het omgevingsplan van de gemeente Goirle. In de artikelkop van de in dit deel weergegeven artikelen moet na het woord 'Artikel', na de spatie en direct voor het artikelnummer '22a.' gelezen worden. In de kop van de bijlagen bij het in dit deel weergegeven hoofdstuk moet na het woord 'Bijlage', na de spatie en direct voor het nummer van de bijlage '22a' gelezen worden.

Hoofdstuk 1 Inleidende regels

Artikel 1 Toepassingsbereik

  • 1. De regels in dit hoofdstuk zijn van toepassing op de locatie Sporenring waarvan de geometrische bepaalde planobjecten zijn vervat in het gml-bestand met identificatienummer NL.IMRO.0785.TAMOPH22a-vg01 zoals vastgesteld op www.ruimtelijkeplannen.nl.
  • 2. De besluiten op grond van artikel 22.1, onder a, van de Omgevingswet zijn op de locatie, bedoeld in het eerste lid, niet van toepassing voor zover het gaat over regels opgenomen in een besluit als bedoeld in artikel 4.6, eerste lid, onder a, b, c, g, h, i, j, k, l of m, van de Invoeringswet Omgevingswet.
  • 3. In afwijking van het bepaalde in lid 2 blijft het bestemmingsplan 'Parapluplan gemeente Goirle' met identificatienummer NL.IMRO.0785.BP2018001Paraplupl-bg01 van toepassing op de locatie, bedoeld in het eerste lid.
  • 4. De regels in afdeling 22.2, met uitzondering van paragraaf 22.2.7.3, en de regels in afdeling 22.3 zijn niet van toepassing op de locatie, bedoeld in het eerste lid, voor zover die regels in strijd zijn met regels in dit hoofdstuk.

Artikel 2 Begripsbepalingen

Begripsbepalingen die zijn opgenomen in bijlage I bij het Besluit activiteiten leefomgeving, bijlage I bij het Besluit bouwwerken leefomgeving, bijlage I bij het Besluit kwaliteit leefomgeving, bijlage I bij het Omgevingsbesluit en bijlage I bij de Omgevingsregeling, zijn ook van toepassing op dit hoofdstuk, tenzij in 2.1 tot en met 2.33 een afwijkende of aanvullende begripsomschrijving is opgenomen.

2.1 TAM-omgevingsplan

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22a Sporenring.

2.2 Omgevingsplan

Omgevingsplan gemeente Goirle.

2.3 aan huis verbonden bedrijf

het verlenen van diensten c.q. het uitoefenen van ambachtelijke - geheel of overwegend door middel van handwerk uit te oefenen- bedrijvigheid dat door ten minste één bewoner van een woning in die woning en/of een bijbehorend bijgebouw wordt uitgeoefend, waarvan de aard, omvang en uitstraling zodanig zijn, dat de activiteit in de woning of de daarbij behorende bijgebouwen past, waarbij de woning in hoofdzaak de woonfunctie, in ruimtelijke en visuele zin blijft behouden, en de activiteit ter plaatse kan worden uitgeoefend, waaronder een beperkte verkoop als ondergeschikte activiteit in verband met de aan huis verbonden bedrijfsactiviteit, met dien verstande dat de activiteit is vermeld in categorie A van de Staat van bedrijfsactiviteiten (bijlage 1) of voor wat betreft de aard en omvang in relatie tot de milieuhinder die de bedrijfsactiviteit veroorzaakt, gelijk gesteld kan worden met een bedrijf dat behoort tot één van deze categorieën.

2.4 aan huis verbonden beroep

een beroep op administratief, juridisch, medisch, therapeutisch, ontwerptechnisch, kunstzinnig of hiermee te vergelijken gebied, niet zijnde detailhandel, dat door tenminste één bewoner van een woning in die woning en/of een bijbehorend bijgebouw wordt uitgeoefend, waarbij de woning in hoofdzaak de woonfunctie blijft behouden, en de desbetreffende beroepsuitoefening een ruimtelijke en visuele uitstraling heeft die in overeenstemming is met de woonfunctie.

2.5 begane grond

de bouwlaag van een gebouw, die rechtstreeks ontsloten wordt vanaf het straatniveau danwel waarvan de bovenkant van de vloer maximaal 1,50 meter boven meetniveau is gelegen. Onder een begane grondlaag wordt eveneens een souterrain verstaan.

2.6 boombak

een metalen constructie op palen met op het hoogste punt een vierkant of rechthoekige bak ten behoeve van grond voor bomen en struiken.

2.7 bouwvlak

een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zijn toegestaan.

2.8 dak

de bovenafdichting van een gebouw.

2.9 DAEB-inkomensgrens

inkomensgrens als bedoeld in artikel 16 van het Besluit toegelaten instellingen volkshuisvesting 2015.

2.10 detailhandel

het bedrijfsmatig te koop aanbieden, waaronder de uitstalling ten verkoop, verkopen en/of leveren van goederen aan personen die deze goederen kopen voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit, niet zijnde een supermarkt.

2.11 escortbedrijf

de natuurlijke persoon, groep van personen of rechtspersoon, die bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was, prostitutie aanbiedt, die op een andere plaats dan in de bedrijfsruimte wordt uitgeoefend (escortservices, bemiddelingsbureaus, overigen).

2.12 evenementen

elke voor publiek toegankelijke verrichting van vermaak, met uitzondering van:

  • a. bioscoopvoorstellingen;
  • b. markten als bedoeld in artikel 160, eerste lid, onder h van de Gemeentewet en artikel 5.22 van de Algemene Plaatselijke Verordening Goirle 2016 zoals vastgesteld op 3 november 2015;
  • c. kansspelen als bedoeld in de Wet op de kansspelen;
  • d. het in een inrichting in de zin van de Drank- en Horecawet gelegenheid geven tot dansen;
  • e. betogingen, samenkomsten en vergaderingen als bedoeld in artikel 1 van de Wet openbare manifestaties;
  • f. activiteiten als bedoeld in artikel 2.39 van de Algemene Plaatselijke Verordening Goirle 2016 zoals vastgesteld op 3 november 2015;
  • g. sportwedstrijden, welke niet plaatsvinden op of aan de weg.
  • 5. onder evenement wordt tevens verstaan:
  • a. een herdekingsplechtigheid;
  • b. een braderie;
  • c. een optocht, niet zijnde een betoging op de weg als bedoeld in artikel 2.3 van de Algemene Plaatselijke Verordening Goirle 2016 zoals vastgesteld op 3 november 2015;
  • d. een feest, muziek of wedstrijd op of aan de weg;
  • e. een straatfeest of buurtbarbeque op een dag (klein evenement).
2.13 gebruiken

het gebruiken, doen en laten gebruiken.

2.14 geluidgevoelig gebouw

een gebouw zoals bedoeld in artikel 3.21 Besluit kwaliteit leefomgeving.

2.15 geluidluwe zijde

een zijde van een gebouw waar ten aanzien van alle geluidbronnen de standaardwaarde zoals bedoeld in het Besluit kwaliteit leefomgeving niet wordt overschreden.

2.16 groenvoorzieningen

het geheel van voorzieningen en activiteiten ten behoeve van groenaanleg waaronder in ieder geval moeten verstaan parken met bijbehorende voorzieningen zoals verhardingen, waterpartijen, waterberging, watergangen en sloten, speelplaatsen, speel- en trapveldjes waaronder Cruijf-courts, bruggen en andere kunstwerken, straatmeubilair, en dergelijke, alsmede voorzieningen ter ondersteuning van de verkeersregulering en de verkeersveiligheid.

2.17 huishouden

persoon of groep personen die een huishouding voert, waarbij sprake is van onderlinge verbondenheid en continuïteit in de samenstelling ervan; bedrijfsmatige kamerverhuur wordt daaronder niet begrepen.

2.18 huishoudinkomen

het huishoudinkomen als bedoeld in artikel 1, lid 1, van de Woningwet.

2.19 kamerverhuur

het verschaffen van woonverblijf aan meer dan één huishouden, met dien verstande dat het verhuren van kamers zonder eigen voorzieningen, zoals een badkamer en keuken, aan maximaal twee personen, door een eigenaar (hospita) die in dezelfde woning woont niet als kamerverhuur wordt aangemerkt.

2.20 middenhuur woning

een woning als bedoeld in artikel 5.161c lid 1 onder c van het Besluit kwaliteit leefomgeving.

2.21 nutsvoorzieningen

voorzieningen ten behoeve van de telecommunicatie en de gas-, water- en elektriciteitsdistributie, alsmede soortgelijke voorzieningen van openbaar nut, waaronder in ieder geval worden begrepen duikers, bemalingsinstallaties, gemaalgebouwtjes, openbare sanitaire voorzieningen, transformatorhuisjes, gasreduceerstations, schakelhuisjes, waterhuishoudkundige voorzieningen, collectieve energievoorzieningen (onder andere warmte- en koudeopslag), telefooncellen, abri's, apparatuur voor telecommunicatie, voorzieningen ten behoeve van (ondergrondse) afvalinzameling, en dergelijke.

2.22 ondergeschikte bouwdelen

bouwdelen van beperkte afmetingen, die buiten de hoofdmassa van het gebouw uitsteken, zoals lichtmasten, plinten, pilasters, kozijnen, gevelversieringen, ventilatiekanalen, schoorstenen, licht-, antenne- en vlaggenmasten, windvanen, vlaggenmasten, wolfseinden, gevel- en kroonlijsten, luifels, erkers, balkons, balkon- en terrashekken, en dergelijke, dakkapellen, andere ondergeschikte dakopbouwen, liftschachten en overige overstekende ondergeschikte daken.

2.23 ondergronds

beneden het peil.

2.24 prostitutie

het zich beschikbaar stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met een ander tegen vergoeding.

2.25 prostitutiebedrijf

een inrichting of instelling gericht op het tegen betaling doen plaatsvinden van seksuele omgang met prostituees op een naar buiten toe kenbare wijze, zoals een bordeel of escortbedrijf.

2.26 seksinrichting

een voor publiek toegankelijke, besloten ruimte waarin bedrijfsmatig, of in omvang alsof zij bedrijfsmatig was, seksuele handelingen worden verricht, of vertoningen van erotisch/pornografische aard plaatsvinden. Onder seksinrichting wordt in ieder geval verstaan: een (raam)prostitutiebedrijf, een seksbioscoop, een seksautomatenhal, een sekstheater, een parenclub, een privéhuis of een erotische massagesalon, al dan niet in combinatie met elkaar.

2.27 sociale huurwoning

een woning als bedoeld in artikel 5.161c lid 1 onder b van het Besluit kwaliteit leefomgeving.

2.28 Staat van bedrijfsactiviteiten

een als bijlage bij deze regels behorende en daarvan onderdeel uitmakende lijst van bedrijven en installaties.

2.29 straatmeubilair

de op of bij de weg behorende bouwwerken, zoals verkeerstekens, wegafbakeningen, bewegwijzeringen, verlichting, halteaanduidingen, parkeerregulerende constructies, (ondergrondse) afvalcontainers, brandkranen, informatie- en reclameconstructies, rijwielstandaarden, papier- en plantenbakken, zitbanken, communicatievoorzieningen, gedenktekens, speelvoorzieningen, abri's, staketsel, verzamelplekken afval, en andere hiermee gelijk te stellen bouwwerken.

2.30 vloeroppervlak

de totale oppervlakte, buitenwerks gemeten, van alle ruimten op de begane grond, de verdiepingen, de zolder en de aangebouwde bijgebouwen.

2.31 voorgevel

de naar de weg gekeerde gevel van een gebouw of, indien het een gebouw betreft met meer dan één naar de weg gekeerde gevel van het hoofdgebouw die door zijn aard, functie, constructie, dan wel gelet op de uitstraling ervan, als belangrijkste gevel kan worden aangemerkt.

2.32 water en waterhuishoudkundige voorzieningen

al het oppervlaktewater zoals sloten, greppels, (infiltratie)vijvers, kanalen, beken en andere waterlopen, ook als deze incidenteel of structureel droogvallen, alsmede voorzieningen die nodig zijn ten behoeve van een goede wateraanvoer, waterafvoer, waterberging, hemelwaterinfiltratie en waterkwaliteit, hier kan gedacht worden aan duikers, stuwen, (reserveringen voor) infiltratievoorzieningen, gemalen, inlaten, retentievoorzieningen, waterbuffers en bergbezinkbassins, wadi's, alsmede kunstwerken ten behoeve van waterhuishoudundige voorzieningen etc.

2.33 woning

een (gedeelte van een) gebouw, dat bestaat uit een complex van ruimten, uitsluitend bedoeld voor de huisvesting van niet meer dan één afzonderlijk huishouden:

  • a. gestapelde woning: een appartement binnen een gebouw, dat als gebouw de verschijningsvorm heeft van een eenheid, maar dient voor de huisvesting van meerdere huishoudens in afzonderlijke woonruimten (appartementen), eventueel op afzonderlijke bouwlagen.

Artikel 3 Wijze van meten

3.1 Meetregels

Bij toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten:

  • 1. de bouwhoogte van een bouwwerk:

vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen.

  • 2. de goothoogte van een bouwwerk:

vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeibord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel.

  • 3. de oppervlakte van een bouwwerk:

tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk;

  • 4. peil:
  • a. voor een bouwwerk op een perceel, waarvan de hoofdtoegang direct aan de weg grenst:
      • de hoogte van de weg ter plaatse van de hoofdtoegang;
  • b. voor een bouwwerk op een perceel, waarvan de hoofdtoegang niet direct aan de weg grenst:
      • de hoogte van het terrein ter hoogte van die hoofdtoegang bij voltooiing van de bouw.
3.2 Ondergeschikte bouwdelen

Bij de toepassing van het bepaalde ten aanzien van het bouwen worden ondergeschikte bouwdelen van beperkte afmetingen, die buiten de hoofdmassa van het gebouw uitsteken, buiten beschouwing gelaten, mits de overschrijding van bouw- dan wel functiegrenzen niet meer dan 1 meter bedraagt.

Artikel 4 Aanvraagvereisten

De aanvraagvereisten, bedoeld in paragraaf 22.5.2 van dit omgevingsplan, zijn van overeenkomstige toepassing op een omgevingsvergunning die is vereist op grond van dit hoofdstuk.

Hoofdstuk 2 Functies en activiteiten

Artikel 5 Algemeen gebruiksverbod

  • 1. Het is verboden om gronden of bouwwerken te gebruiken anders dan overeenkomstig de aan de locatie toegedeelde functies.
  • 2. Het is verboden om gronden of bouwwerken te gebruiken ten behoeve van prostitutie, escortbedrijf, prostitutiebedrijf of seksinrichting.

Artikel 6 Groen

6.1 Toepassingsbereik

De regels in dit artikel zijn van toepassing op de locaties die zijn aangewezen als 'Groen '

6.2 Functieomschrijving

Een als 'Groen' aangewezen locatie heeft de volgende functies:

  • a. plantsoenen, groenstroken en andere groenvoorzieningen;
  • b. in-, uitritten, voet- en rijwielpaden;
  • c. nuts-, sport- en speelvoorzieningen, voorzieningen ten behoeve van biodiversiteit;
  • d. bermen en bermsloten;
  • e. water en waterhuishoudkundige voorzieningen;
  • f. vijvers, vlonders, steigers en (voetgangers)bruggen;
  • g. hondenuitlaatplaatsen en hondentoiletten;
  • h. voorwerpen van beeldende kunst of kunstuitingen en gedenktekens;
  • i. straatmeubilair;
  • j. evenementen;
  • k. ondergrondse voorzieningen zoals bergbezinkbassins, drinkwatervoorzieningen, (hoofd)riolering en dergelijke;
  • l. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van groen - bomenbeschermingszone' uitsluitend groenvoorzieningen en het behoud, herstel en de ontwikkeling van bos/ bosschages/ bomen.
6.3 Beoordelingsregels voor het bouwen
6.3.1 Beoordelingsregels voor het bouwen - algemeen
  • 1. Het is binnen 'Groen' toegestaan om gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, te bouwen.
  • 2. In afwijking van het bepaalde onder 1 is het binnen de aanduiding 'specifieke vorm van groen - bomenbeschermingszone' niet toegestaan om gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde te bouwen.
6.3.2 Beoordelingsregels voor het bouwen van gebouwen

Voor het bouwen van gebouwen gelden de volgende regels:

  • a. de bouwhoogte van een rijwielstalvoorziening mag niet meer dan 6 meter bedragen;
  • b. de oppervlakte van aan rijwielstalvoorziening mag niet meer dan 40 m2 bedragen;
  • c. de bouwhoogte van nutsvoorzieningen mag niet meer dan 6 meter bedragen;
  • d. de oppervlakte aan nutsvoorzieningen mag niet meer dan 20 m2 bedragen.
6.3.3 Beoordelingsregels voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde

Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels:

  • a. de bouwhoogte van speelvoorzieningen mag niet meer dan 5 meter bedragen;
  • b. de bouwhoogte van voorwerpen van beeldende kunst of kunstuitlatingen en gedenktekens mag niet meer dan 10 meter bedragen;
  • c. de bouwhoogte van licht- en vlaggenmasten mag niet meer dan 8 meter bedragen;
  • d. de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten behoeve van biodiversiteitsvoorzieningen mag niet meer dan 3 meter bedragen;
  • e. de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen mag niet meer dan 2 meter bedragen;
  • f. erf- en terreinafscheidingen die direct grenzend of haaks op de Heiningenstraat staan, mogen, in afwijking van het bepaalde onder e, een bouwhoogte hebben van niet meer dan 2,5 meter. De lengte van een erf- of terreinafscheiding die haaks staat op de Heiningenstraat is niet meer dan 3 meter;
  • g. de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer dan 1,5 meter bedragen.
6.4 Specifieke functieregels
6.4.1 Opslag

Het is verboden gronden binnen de aanduiding 'specifieke vorm van groen - beschermingszone' te gebruiken voor de opslag van materialen en materieel.

6.5 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken en werkzaamheden
6.5.1 Verbod

Het is verboden op of in de gronden binnen de aanduiding 'specifieke vorm van groen - bomenbeschermingszone' de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of van werkzaamheden uit te voeren:

  • a. het vellen, snoeien, rooien of anderszins belemmeren van een gezonde ontwikkeling van van bomen;
  • b. het ophogen van gronden met meer dan 10 cm.
  • c. het vergraven, afgraven en egaliseren van gronden;
  • d. het aanleggen, verbreden en verharden van wegen, paden of parkeergelegenheden en het aanbrengen van oppervlakteverhardingen.
6.5.2 Uitzonderingen

Het verbod als bedoeld in 6.5.1 geldt niet voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden die:

  • a. het normale onderhoud en/ of beheer betreffen dan wel gericht zijn op de realisering van de functie als bedoeld in 6.2 onder l;
  • b. op het tijdstip van het van kracht worden van het plan in uitvoering waren of konden worden uitgevoerd krachtens een vóór dat tijdstip geldende dan wel aangevraagd vergunning.

Artikel 7 Verkeer - Verblijfsgebied

7.1 Toepassingsbereik

De regels in dit artikel zijn van toepassing op de locaties die zijn aangewezen als 'Verkeer - Verblijfsgebied'.

7.2 Functieomschrijving

Een als 'Verkeer - Verblijfsgebied' aangewezen locatie heeft de volgende functies:

  • a. wegen, straten, pleinen en paden met hoofdzakelijk een verblijfsfunctie;
  • b. speel-, groen- en nutsvoorzieningen, voorzieningen ten behoeve van biodiversiteit en containerruimtes;
  • c. parkeervoorzieningen, parkeerterreinen en andere openbare ruimten met zowel een functie voor verblijf als voor verkeer;
  • d. in-, uitritten, voet- en rijwielpaden;
  • e. bermen en bermsloten;
  • f. voorwerpen van beeldende kunst of kunstuitingen en gedenktekens;
  • g. water en waterhuishoudkundige voorzieningen;
  • h. straatmeubilair;
  • i. ter plaatse van de aanduiding 'geluidscherm' een geluidscherm.
7.3 Beoordelingsregels voor het bouwen
7.3.1 Beoordelingsregels voor het bouwen - algemeen
  • 1. Het is binnen 'Verkeer - Verblijfsgebied' toegestaan om gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, te bouwen.
  • 2. Ondergronds bouwen is slechts toegestaan onder bebouwd oppervlak tot een verticale diepte van niet meer dan 5 meter.
7.3.2 Beoordelingsregels voor het bouwen van gebouwen

Voor het bouwen van gebouwen gelden de volgende regels:

  • a. de bouwhoogte van een rijwielstalvoorziening mag niet meer dan 6 meter bedragen;
  • b. de oppervlakte van een rijwielstalvoorziening mag niet meer dan 40 m2 bedragen;
  • c. de bouwhoogte van een nutsvoorziening mag niet meer dan 3 meter bedragen;
  • d. de oppervlakte van een nutsvoorziening mag niet meer dan 20 m2 bedragen;
  • e. de bouwhoogte van een containerruimte mag niet meer dan 3 meter bedragen;
  • f. de oppervlakte van een containerruimte mag niet meer dan 24 m2 bedragen.
7.3.3 Beoordelingsregels voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde

Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels:

  • a. de bouwhoogte van een geluidscherm, ter plaatse van de aanduiding 'geluidscherm' mag niet minder dan 12,5 meter en niet meer dan 14 meter bedragen;
  • b. een geluidsscherm mag ter plaatse van de aanduiding 'geluidscherm' worden voorzien van niet meer dan één opening met een breedte van niet meer dan 4 meter en een hoogte van niet meer dan 3 meter. Boven de opening dient rekening gehouden te worden met 1,5 meter scherm dat geopend kan worden bij calamiteiten en onderhoud;
  • c. de bouwhoogte van een nutsvoorziening mag niet meer dan 3 meter bedragen;
  • d. de oppervlakte van een nutsvoorziening mag niet meer dan 20 m2 bedragen;
  • e. de bouwhoogte van een rijwielstalvoorziening mag niet meer dan 6 meter bedragen;
  • f. de oppervlakte van een rijwielstalvoorziening mag niet meer dan 40 m2 bedragen;
  • g. de bouwhoogte van een speelvoorziening mag niet meer dan 5 meter bedragen;
  • h. de bouwhoogte van voorwerpen van beeldende kunst of kunstuitingen en gedenktekens mag niet meer dan 10 meter bedragen;
  • i. de bouwhoogte van licht- en vlaggenmasten mag niet meer dan 6 meter bedragen;
  • j. de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen mag niet meer dan 2 meter bedragen;
  • k. erf- en terreinafscheidingen die direct grenzend of haaks op de Heiningenstraat staan, mogen, in afwijking van het bepaalde onder j, een bouwhoogte hebben van niet meer dan 2,5 meter. De lengte van een erf- of terreinafscheiding die haaks staat op de Heiningenstraat is niet meer dan 3 meter;
  • l. de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer dan 1,5 meter bedragen.

Artikel 8 Wonen

8.1 Toepassingsbereik

De regels in dit artikel zijn van toepassing op de locaties die zijn aangewezen als 'Wonen'.

8.2 Functieomschrijving

Een als 'Wonen' aangewezen locatie heeft de volgende functies:

  • a. wonen, al dan niet met aan huis verbonden beroepen en bedrijven met dien verstande dat kamerverhuur niet is toegestaan;
  • b. tuinen, erven en verhardingen;
  • c. parkeervoorzieningen, voorzieningen ten behoeve van biodiversiteit;
  • d. water en waterhuishoudkundige voorzieningen.
8.3 Beoordelingsregels voor het bouwen
8.3.1 Beoordelingsregels voor het bouwen - algemeen

Het is binnen 'Wonen' toegestaan om gebouwen, bijbehorende bijgebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, te bouwen.

8.3.2 Beoordelingsregels voor het bouwen van een gebouw

Voor het bouwen van een gebouw gelden de volgende regels:

  • a. als gebouw is uitsluitend toegestaan:
    • 1. ter plaatse van de aanduiding 'gestapeld': gestapelde woningen;
  • b. woningen zijn uitsluitend toegestaan binnen het bouwvlak;
  • c. het bouwvlak mag volledig worden bebouwd;
  • d. binnen het bouwvlak mag het aantal woningen niet meer bedragen dan zoals ter plaatse van de aanduiding 'maximum aantal wooneenheden' staat aangegeven;
  • e. ter plaatse van de aanduiding 'maximale bouwhoogte (m)' mag de bouwhoogte van gebouwen niet meer bedragen dan in het bouwvlak is aangegeven;
  • f. het gebouw wordt gerealiseerd met een plat dak.
8.3.3 Beoordelingsregels voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde

Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels:

  • a. de bouwhoogte van een geluidscherm, ter plaatse van de aanduiding 'geluidscherm' mag niet minder dan 12,5 meter en niet meer dan 14 meter bedragen;
  • b. de bouwhoogte van een erf- en terreinafscheiding mag niet meer bedragen dan 2 meter;
  • c. erf- en terreinafscheidingen die direct grenzend of haaks op de Heiningenstraat staan, mogen, in afwijking van het bepaalde onder b, een bouwhoogte hebben van niet meer dan 2,5 meter. De lengte van een erf- of terreinafscheiding die haaks staat op de Heiningenstraat is niet meer dan 3 meter;
  • d. de bouwhoogte van antenne- of vlaggenmasten mag niet meer dan 5 meter bedragen;
  • e. de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer dan 2 meter bedragen.
8.3.4 Beoordelingsregels voor ondergronds bouwen

Voor het bouwen van ondergrondse bouwwerken gelden de volgende regels:

  • a. ondergronds bouwen is uitsluitend toegestaan binnen het bouwvlak;
  • b. ondergronds bouwen is toegestaan tot een verticale diepte van maximaal 5 m.
8.4 Aanvullende beoordelingsregels geluid
8.4.1 Aanvullende beoordelingsregels geluid

Voor het bouwen van een geluidgevoelig gebouw gelden in aanvulling op de beoordelingsregels in lid 8.3 de volgende beoordelingsregels:

  • a. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van wonen - niet-geluidgevoelige gevel' een niet-geluidgevoelige gevel wordt gerealiseerd;
  • b. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van wonen - niet-geluidgevoelige gevel 1' een niet-geluidgevoelige gevel wordt gerealiseerd vanaf de vijfde bouwlaag;
  • c. een omgevingsvergunning voor het bouwen van een geluidgevoelig gebouw wordt verleend als de standaardwaarde zoals bedoeld in artikel 5.78t van het Besluit kwaliteit leefomgeving niet wordt overschreden;
  • d. een omgevingsvergunning voor het bouwen van een geluidgevoelig gebouw wordt, in afwijking van het bepaalde in sub c, ook verleend als:
    • 1. de overschrijding van de standaardwaarde door het treffen van geluidbeperkende ontvangersmaatregelen zoveel mogelijk wordt beperkt; en
    • 2. de grenswaarde zoals bedoeld in artikel 5.78u van het Besluit kwaliteit leefomgeving niet wordt overschreden;
  • e. geluidbeperkende maatregelen zoals bedoeld onder d worden in aanmerking genomen als die financieel doelmatig zijn en daartegen geen overwegende bezwaren van stedenbouwkundige, verkeerskundige, vervoerskundige, landschappelijke of technische aard bestaan;
  • f. als de standaardwaarde zoals bedoeld in artikel 5.78t van het Besluit kwaliteit leefomgeving, al dan niet na het treffen van geluidbeperkende maatregelen, wordt overschreden, wordt een omgevingsvergunning voor het bouwen van een geluidgevoelig gebouw alleen verleend als het geluidgevoelig gebouw beschikt over ten minste één geluidluwe zijde, en aan die geluidluwe zijde ten minste één te openen deel en een geluidgevoelige ruimte, bij voorkeur de hoofdslaapkamer, aanwezig is;
  • g. in afwijking van sub f wordt een omgevingsvergunning ook verleend als het geluidgevoelig gebouw niet beschikt over ten minste één geluidluwe zijde, indien:
    • 1. gemotiveerd kan worden dat het redelijkerwijs niet mogelijk is om maatregelen te treffen om de geluidbelasting te verlagen, vanwege overwegende bezwaren van stedenbouwkundige, verkeerskundige, vervoerskundige, landschappelijke of technische aard;
    • 2. de geluidbelasting op één zijde van het gebouw de standaardwaarde zoals bedoeld in artikel 5.78t van het Besluit kwaliteit leefomgeving met maximaal 5 dB overschrijdt; en
    • 3. er ondanks het ontbreken van een geluidluwe zijde sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat, waarbij ten minste dient te worden betrokken of in de omgeving van het geluidgevoelig object sprake is van een geluidluwe buitenruimte, een stil park, ander groen op loopafstand of andere kwaliteiten van de woning en/of de nabije woonomgeving;
  • h. bij het geluidgevoelig gebouw dient minimaal één buitenruimte aan de zijde met de laagste geluidbelasting te worden gesitueerd;
  • i. de binnenwaarde in geluidgevoelige ruimte(n) mag niet meer bedragen dan de wettelijke grenswaarde van 33 dB.
8.4.2 Vergunningvoorschriften geluid
  • 1. Aan een omgevingsvergunning voor het bouwen van een geluidgevoelig gebouw wordt ten behoeve van de toetsing op grond van artikel 4.103 van het Besluit bouwwerken leefomgeving, een voorschrift verbonden waarin het gezamenlijk geluid is bepaald.
  • 2. Aan een omgevingsvergunning voor het bouwen van een geluidgevoelig gebouw kan het bevoegd gezag een voorschrift verbinden tot het verplichten van het nemen van geluidbeperkende maatregelen.
8.4.3 Aanvullende aanvraagvereisten geluid

Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een geluidgevoelig gebouw worden in aanvulling op artikel 4 de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:

  • a. een akoestisch onderzoek naar de geluidbelasting vanwege wegverkeerslawaai;
  • b. als blijkt dat de standaardwaarde, zoals bedoeld in artikel 5.78t van het Besluit kwaliteit leefomgeving wordt overschreden: een onderzoek naar geluidbeperkende maatregelen;
  • c. een akoestisch onderzoek naar het gezamenlijk geluid op de gevel(s) van een geluidgevoelig gebouw.
8.5 Aanvullende beoordelingsregels trillingen
8.5.1 Aanvullende beoordelingsregels trillingen
  • 1. Een omgevingsvergunning voor het bouwen van een trillinggevoelig gebouw wordt verleend als uit het trillingsonderzoek blijkt dat wordt voldaan aan de volgende waarden:

Soort   Waarden  
  7.00 - 23.00 uur   23.00 - 07.00 uur  
A1 trillingssterkte Veff,max   0,1   0,1  

  • 2. Een omgevingsvergunning voor het bouwen van een trillinggevoelig gebouw wordt, in afwijking van het bepaalde in 1, ook verleend als uit het trillingsonderzoek blijkt dat voldaan wordt aan zowel de onder A2 als de onder A3 opgenomen waarden in de volgende tabel:

Soort   Waarden  
  07.00 - 23.00 uur   23.00 - 7.00 uur  
A2 trillingssterkte Veff,max   0,4   0,2  
A3 trillingssterkte Vper   0,05   0,05  

8.5.2 Vergunningvoorschriften trillingen

Aan een omgevingsvergunning voor het bouwen van een trillinggevoelig gebouw kan het bevoegd gezag vergunningvoorschriften verbinden met het oog op het beperken van trillingen.

8.5.3 Aanvullende aanvraagvereisten trillingen

Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een trillinggevoelig gebouw wordt in aanvulling op artikel 4 een onderzoek naar trillingen ten gevolge van trillingen op wegen verstrekt.

8.6 Specifieke functieregels
8.6.1 Aan huis verbonden beroepen en bedrijven

De woningen mogen worden gebruikt voor de uitoefening van een aan huis verbonden beroep of bedrijf als maximaal 30% van het bestaande vloeroppervlak van de woning tot een oppervlakte van maximaal 60 m2 wordt gebruikt voor de uitoefening van een aan huis verbonden beroep of bedrijf.

8.6.2 Parkeren - algemene regels

Bij het gebruik van een gebouw voor wonen moet ten behoeve van het parkeren en stallen van auto's in de juiste mate ruimte te zijn aangebracht in, op of onder het gebouw dan wel op of onder het onbebouwde terrein dat bij dat gebouw behoort, met dien verstande dat de juiste mate van ruimte wordt bepaald met behulp van de parkeernormen zoals die zijn opgenomen in de publicatie "Parkeerkencijfers, basis voor parkeernormering" (publicatie 744, juli 2024), of diens opvolger van het CROW.

8.6.3 Parkeren - vergunningplicht

Het is verboden zonder omgevingsvergunning gronden en bouwwerken te gebruiken als niet voldaan kan worden aan het bepaalde in 8.6.2.

8.6.4 Parkeren - beoordelingsregels

De omgevingsvergunning, bedoeld in 8.6.3, wordt verleend als op een andere wijze in de, conform de publicatie "Parkeerkencijfers, basis voor parkeernormering" (publicatie 744, juli 2024), of diens opvolger van het CROW, benodigde parkeer- of stallingsruimte wordt voorzien.

8.7 Doelgroepen
8.7.1 Woningbouwcategorieën

In aanvulling op het bepaalde in artikel 8.2 gelden de volgende regels:

  • a. van het totaal aantal woningen, zoals bepaald in 8.3.2 onder d, zijn 44 woningen sociale huurwoningen; en
  • b. van het totaal aantal woningen, zoals bepaald in 8.3.2 onder d, zijn 3 woningen middenhuurwoningen.
8.7.2 Doelgroepen
  • 1. De doelgroep voor sociale huurwoningen zijn huishoudens met een huishoudinkomen niet hoger dan de DAEB-inkomensgrens.
  • 2. De doelgroep voor middeldure huurwoningen zijn huishoudens met een huishoudinkomen van maximaal 1,5 keer de DAEB-inkomensgrens.
8.7.3 Instandhoudingstermijn
  • 1. De sociale huurwoningen, zoals bedoeld in artikel 8.7.1 onder a, dienen gedurende een termijn van tenminste 25 jaar na datum van eerste verhuur beschikbaar te blijven voor de doelgroep zoals bedoeld in artikel 8.7.2 eerste lid.
  • 2. De middenhuurwoningen, zoals bedoeld in artikel 8.7.1 onder b, dienen gedurende een termijn van tenminste 15 jaar na datum van eerste verhuur beschikbaar te blijven voor de doelgroep zoals bedoeld in artikel 8.7.2 eerste lid
8.8 Voorwaardelijke verplichting waterberging

Het bouwen van nieuwe gebouwen is uitsluitend toegestaan indien op eigen terrein wordt voorzien in de aanleg en duurzame instandhouding van waterhuishoudkundige voorzieningen ten behoeve van waterberging, ter grootte van 60 mm per m2 verhard oppervlak.

8.9 Voorwaardelijke verplichting geluidscherm

Het in gebruik nemen van woningen overeenkomstig het bepaalde in 8.2 is uitsluitend toegestaan nadat binnen twee jaar na gereedkomen van de bouw van de woningen een geluidscherm, al dan niet in de vorm van een gesloten loopbrug met een afsluitbare opening, ter plaatse van de aanduiding 'geluidscherm' conform de in 8.3.3 gestelde regels en een geluidscherm ter plaatse van de aanduiding 'geluidscherm' binnen de functie 'Verkeer - Verblijfsgebied' conform de in 7.3.3 gestelde regels zijn gebouwd en in stand worden gehouden.

Hoofdstuk 3 Algemene regels

Artikel 9 Anti-dubbeltelregel

Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.

Artikel 10 Afwijkende beoordelingsregels voor het bouwen

10.1 Afwijkende beoordelingsregels voor het bouwen - maten
  • 1. In afwijking van de regels in artikel 6 tot en met artikel 8 wordt de omgevingsvergunning voor het bouwen van een bouwwerk ook verleend wanneer wordt afgeweken van de voorgeschreven maten voor de goothoogte, bouwhoogte en oppervlakte, eventueel met overschrijding van het bouwvlak binnen de functie, maar de afwijking niet meer dan 10% van de in deze regels voorgeschreven maten bedraagt.
  • 2. In afwijking van de regels in artikel 6 tot en met artikel 8 wordt de omgevingsvergunning voor het bouwen van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, ook verleend wanneer wordt afgeweken van de voorgeschreven bouwhoogte, maar de bouwhoogte niet meer dan 10 meter bedraagt.
  • 3. In afwijking van de regels in artikel 6 tot en met artikel 8 wordt de omgevingsvergunning voor het bouwen van een kunstwerk, geen gebouw zijnde, gedenkteken, geen gebouw zijnde en een monument, geen gebouw zijnde, ook verleend wanneer wordt afgeweken van de voorgeschreven bouwhoogte, maar de bouwhoogte niet meer dan 15 meter bedraagt.
  • 4. In afwijking van de regels in artikel 6 tot en met artikel 8 wordt de omgevingsvergunning voor het bouwen van een zend-, ontvang-, sirenemast en mast ten behoeve van telecommunicatie, al dan niet aan gebouwen of andere bouwwerken, ook verleend wanneer wordt afgeweken van de voorgeschreven bouwhoogte, maar de oppervlakte niet meer dan 60 m2 bedraagt en de bouwhoogte niet meer dan 40 meter bedraagt, waarbij de mogelijkheden van gezamenlijk gebruik van deze voorzieningen zo veel mogelijk moeten worden benut.
  • 5. In aanvulling op de beoordelingsregels uit lid 1 tot en met 4 geldt dat er geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan:
    • a. het straat- en bebouwingsbeeld;
    • b. de woonsituatie;
    • c. de milieusituatie;
    • d. de verkeersveiligheid;
    • e. de sociale veiligheid; en
    • f. de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden.

Hoofdstuk 4 Overgangsbepalingen

Artikel 11 Overgangsrecht

11.1 Overgangsrecht bouwwerken
  • a. Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van dit hoofdstuk aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van dit hoofdstuk, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot,
    • 1. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd;
    • 2. na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan.
  • b. Het bevoegd gezag kan eenmalig in afwijking van het bepaalde onder a een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld onder a met maximaal 10%.
  • c. Het bepaalde onder a is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van dit hoofdstuk, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het met de regels op grond van dit omgevingsplan golden direct voorafgaand aan de inwerkingtreding van dit hoofdstuk, daaronder begrepen de op dat moment geldende overgangsbepalingen.
11.2 Overgangsrecht gebruik
  • a. Het gebruik van gronden en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van dit hoofdstuk en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet.
  • b. Het is verboden het met dit hoofdstuk strijdige gebruik, bedoeld onder a, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dit hoofdstuk strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind.
  • c. Indien het gebruik, bedoeld onder a, na het tijdstip van inwerkingtreding van dit hoofdstuk voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten.
  • d. Het bepaalde onder a is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met de regels die op grond van dit omgevingsplan golden direct voorafgaand aan de inwerkingtreding van dit hoofdstuk, daaronder begrepen de op dat moment geldende overgangsbepalingen.