Type plan: wijzigingsplan
Naam van het plan: Rielsebaan 41 te Gilze
Status: vastgesteld
Plan identificatie: NL.IMRO.0784.WPrielsebaan41-VG01

Regels

1 Inleidende regels

Artikel 1 Begrippen

1.1 plan

het wijzigingsplan 'Rielsebaan 41 te Gilze' met identificatienummer NL.IMRO.0784.WPrielsebaan41-VG01 van de Gemeente Gilze en Rijen;

1.2 aanduiding

een geometrisch bepaald vlak of een figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels, regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden;

1.3 bedrijfsgebouw

elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke overdekte geheel of twee of meer met wanden omsloten ruimte vormt en in gebruik is ten behoeve van bedrijfsmatige activiteiten;

1.4 verbeelding

de digitale weergave van het wijzigingsplan;

1.5 vigerend plan

het bestemmingsplan 'Buitengebied' van de gemeente Gilze en Rijen, vastgesteld op 1 juli 2013 met IMRO-identificatie NL.IMRO.0784.BPbuitengebied-VG02.

2 Bestemmingsregels

Artikel 2 Toepassing

Van toepassing zijn de regels van het bestemmingsplan 'Buitengebied' van de gemeente Gilze en Rijen, zoals die gelden op het moment van vaststelling van dit wijzigingsplan. In afwijking van het bestemmingsplan 'Buitengebied' is de enkelbestemming 'Groen - Landschapselement' toegevoegd in het wijzigingsplan. Voor deze enkelbestemming 'Groen - Landschapselement' gelden de regels zoals deze opgenomen zijn in artikel 8 van het bestemmingsplan 'Buitengebied'.
 
Als aanvulling op de regels van het bestemmingsplan 'Buitengebied' zijn tevens de onderstaande regels van toepassing:

2.1 Bouwregels

2.1.1 Voorwaardelijke verplichting
Het bouwen en het gebruik van nieuwe agrarische gebouwen is uitsluitend toegestaan indien voldaan wordt aan de volgende voorwaardelijke verplichting:
  1. Binnen 1 jaar na het onherroepelijk worden van een verleende omgevingsvergunning op grond van dit wijzigingsplan is voorzien in de aanleg en instandhouding van de landschappelijke inpassing ter plaatse van de bestemming "Groen - Landschapselement", teneinde te komen tot een goede landschappelijke inpassing;

2.2 Specifieke gebruiksregels

  1. uitbreiding van, een vestiging van of een omschakeling naar een zorgvuldige veehouderij is alleen toegestaan indien is aangetoond:
    1. dat er maatregelen worden getroffen en in stand worden gehouden die invulling geven aan een zorgvuldige veehouderij;
    2. dat de ontwikkeling vanuit een goede leefomgeving inpasbaar is in de omgeving;
    3. dat de kans op de cumulatieve geurhinder (achtergrondbelasting) op geurgevoelige objecten, in het buitengebied niet hoger is dan 20 %, tenzij er -indien blijkt dat de achtergrondbelasting hoger is dan voornoemde percentages- maatregelen worden getroffen door de veehouderij die tot een daling leiden van de achtergrondbelasting, welke ten minste de eigen bijdrage aan de overschrijding van de achtergrondbelasting compenseert;
    4. dat de achtergrondconcentratie, vermeerderd met de bijdrage van het initiatief, een jaargemiddelde fijnstofconcentratie (PM10) op gevoelige objecten veroorzaakt van maximaal 31,2 µg/m3;
    5. dat de landschappelijke inpassing tenminste 10% van de omvang van het bouwperceel omvat;
    6. dat een zorgvuldige dialoog is gevoerd, gericht op het betrekken van de belangen van de omgeving in de planontwikkeling.
    7. dat binnen de gebouwen de dieren -al dan niet in hokken- alleen op de grond gehouden worden, ongeacht voorzieningen voor dierenwelzijn, met uitzondering van volière- en scharrelstallen voor legkippen waar ten hoogste twee bouwlagen gebruikt mogen worden.
  2. de vestiging van of de omschakeling naar een hokdierhouderij alleen is toegestaan als bewijs is overlegd dat:
    1. binnen het stalderingsgebied bestaand dierenverblijf van een hokdierhouderij is gesaneerd door sloop of door herbestemming waarbij het gebruik als dierenverblijf juridisch en feitelijk is beëindigd;
    2. de oppervlakte van de sanering onder lid 1 tenminste 110% bedraagt van de oppervlakte die met de vestiging of omschakeling in gebruik wordt genomen;
    3. de sanering onder lid 1 plaatsvindt in directe samenhang met de vestiging of omschakeling naar hokdierhouderij en dat voor de sanering geen gebruik is gemaakt van een andere regeling.

2.3 Afwijken van de gebruiksregels

Burgemeester en wethouders kunnen afwijken van het bepaalde in de planregels van het bestemmingsplan 'Buitengebied' ten behoeve van mestvergisting voor samenwerkende melkrundveehouderijen tot ten hoogste 25.000 ton per jaar, mits:
  1. de locatie goed is ontsloten;
  2. de op- , overslag en verwerking van producten niet in de openlucht plaatsvindt;
  3. in het geval dat de mest na vergisting ter plaatse verder wordt bewerkt ten minste 50 % van het volume van de mest wordt omgezet in loosbaar water;
  4. het plan bijdraagt aan de zorg voor het behoud en de bevordering van de ruimtelijke kwaliteit van het daarbij betrokken gebied en de naaste omgeving;
  5. toepassing is gegeven aan het principe van zorgvuldig ruimtegebruik.

3 Overgangs- en slotregels

Artikel 3 Slotregel

Deze regels worden aangehaald als: Regels van het wijzigingsplan Rielsebaan 41 te Gilze.