Type plan: bestemmingsplan
Naam van het plan: Gerardus Majellastraat 9 Hulten
Status: vastgesteld
Plan identificatie: NL.IMRO.0784.BPGerMajella9-VG01
1 Inleidende regels
Artikel 1 Begrippen
 
In deze regels wordt verstaan onder:
 
plan:
het bestemmingsplan kerk Hulten tbv planherziening, met identificatienummer
NL.IMRO.0784.BPGerMajella9-VG01 van de gemeente Gilze en Rijen.
 
bestemmingsplan:
de geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels.
 
aaneengebouwde woning:
een woning die deel uitmaakt van een bouwmassa bestaande uit drie of meer
hoofdgebouwen.
 
aanduiding:
een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar
ingevolge de regels regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het
bebouwen van deze gronden.
 
aan-huis-gebonden bedrijf:
het beroepsmatig verlenen van diensten c.q. het uitoefenen van ambachtelijke
bedrijvigheid door middel van handwerk met ondergeschikte functies. Het bedrijf
dient qua omvang in een gedeelte van een woning en de daarbij bijbehorende
bijgebouwen te passen en de woonfunctie dient als primaire functie behouden en
herkenbaar te blijven.
 
aan-huis-gebonden beroep:
een (para)medisch, juridisch, administratief, therapeutisch, verzorgend,
vastgesteldtechnisch, kunstzinnig of daarmee gelijk te stellen beroep met
ondergeschikte functies, waarvoor geen melding- of vergunningplicht op grond van
het Inrichtingen- of Vergunningenbesluit milieubeheer geldt zoals vermeld in
bijlage 2 Lijst van vrije beroepen. Het beroep dient qua omvang in een gedeelte van
een woning en de daarbij bijbehorende bijgebouwen te passen en de woonfunctie
dient als primaire functie behouden en herkenbaar te blijven.
Hieronder dienen niet te worden begrepen de uitoefening van ambachtelijke
bedrijven.
 
aan-/uitbouw:
een uit de gevel springend, in architektonisch opzicht ondergeschikt, deel van een
hoofdgebouw dat door zijn indeling en inrichting is bestemd om hoofdzakelijk te
worden gebruikt ten behoeve van de hoofdfunctie.
 
achtergevel:
een van de weg afgekeerde gevel van een hoofdgebouw die parallel of nagenoeg
parallel loopt aan de voorgevel.
 
afhankelijke woonruimte:
een tijdelijke zelfstandige woonvorm ten behoeve van mantelzorg, waarbij bewoning
van een (bij)gebouw tijdelijk is toegestaan en er sprake is van de huisvesting van
één huishouden.
 
ambachtelijk bedrijf:
een bedrijf -niet zijnde een aan-huis-gebonden beroep- waarbij het productieproces
grotendeels wordt uitgevoerd met de hand of althans niet in hoofdzaak
gemechaniseerd, geautomatiseerd of met behulp van werktuigen, die door
energiebronnen buiten de menselijke arbeidskracht worden aangedreven. Voor
zover van laatstbedoelde werktuigen gebruik wordt gemaakt, zijn deze als
ondergeschikt te beschouwen aan de menselijke handvaardigheid.
 
ambachtelijke dienstverlening:
een bedrijf - niet zijnde een aan huis gebonden beroep-, waarbij de nadruk ligt op
dienstverlening aan consumenten en de dienstverlening grotendeels wordt
uitgevoerd met de hand of althans niet in hoofdzaak gemechaniseerd,
geautomatiseerd of met behulp van werktuigen, die door energiebronnen buiten de
menselijke arbeidskracht worden aangedreven.
Voor zover van laatst bedoelde werktuigen gebruik wordt gemaakt, zijn deze als
ondergeschikt te beschouwen aan de menselijke handvaardigheid. Hieronder wordt
onder andere verstaan een kappersbedrijf en pedicure.
 
bebouwing:
één of meer gebouwen en/of bouwwerken geen gebouwen zijnde.
 
bebouwingspercentage:
een aangegeven percentage dat de grootte aangeeft van het deel van een
bouwperceel of bouwvlak, dat ten hoogste mag worden bebouwd.
 
bestemmingsgrens:
de grens van een bestemmingsvlak.
 
bestemmingsvlak:
een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming.
 
bijgebouw:
een niet voor bewoning bestemd, vrijstaand of aangebouwd gebouw, dat zowel
bouwkundig als functioneel ondergeschikt is aan het hoofdgebouw en ten dienste
staat van het hoofdgebouw.
 
bouwen:
het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het
vergroten van een bouwwerk.
 
bouwperceel:
een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij
elkaar behorende bebouwing is toegelaten.
 
bouwvlak:
een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de
regels bepaalde gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde zijn toegelaten.
 
bouwwerk:
een bouwkundige constructie van enige omvang die direct en duurzaam met de
aarde is verbonden.
 
bouwwerk, geen gebouw zijnde:
een bouwwerk voorzien van maximaal één gesloten wand.
 
dakopbouw:
bouwlaag welke maximaal 70% van het bebouwde oppervlak van de daaronder
gelegen bouwlaag van het hoofdgebouw omvat.
 
gebouw:
elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk
met wanden omsloten ruimte vormt.
 
geluidsbelasting:
de geluidsbelasting vanwege het weg- of vliegverkeer, een industrieterrein en/of het
spoorwegverkeer.
 
geluidsgevoelige objecten:
gebouwen die dienen ter bewoning of andere geluidsgevoelige objecten of terreinen,
zoals bedoeld in de Wet geluidhinder en/of het Besluit Geluidhinder.
 
hoofdgebouw:
een of meer panden, of een gedeelte daarvan, dat noodzakelijk is voor de
verwezenlijking van de geldende of toekomstige bestemming van een perceel en,
indien meer panden of bouwwerken op het perceel aanwezig zijn, gelet op die
bestemming het belangrijkst is.
 
huishouden:
persoon of groep personen die een huishouding voert, waarbij sprake is van
onderlinge verbondenheid en continuïteit in de samenstelling ervan. Kamerverhuur
wordt hieronder niet begrepen.
 
inwoning:
het bewonen van een woonruimte die deel uitmaakt van een woonruimte die door
een ander huishouden in gebruik is genomen, met dien verstande dat dit slechts
toegestaan is in het hoofdgebouw, dan wel in met het hoofdgebouw verbonden
aangebouwde bijgebouwen en dat woningsplitsing en/of kamerverhuur niet
toegestaan is.
 
luchthavenbesluit:
besluit zoals bedoeld in de Wet Luchtvaart.
 
mantelzorg:
het bieden van zorg aan eenieder die hulpbehoevend is op het fysieke, psychische
en/of sociale vlak, op basis van vrijwilligheid en buiten organisatorisch verband.
 
mantelzorgbehoevende:
eenieder die hulpbehoevend is op het fysieke, psychische en/of sociale vlak.
mantelzorgverlener:
diegene die (deels) in een behoefte van een mantelzorgbehoevende voorziet.
 
meergeneratiewoning:
één woning die krachtens een omgevingsvergunning geschikt is gemaakt voor
bewoning door twee huishoudens met een familierelatie en met een fysieke
koppeling, waarbij sprake is van inwoning gerelateerd aan de familierelatie.
 
nutsvoorzieningen:
voorzieningen ten behoeve van het op het openbare net aangesloten
nutsvoorziening, het telecommunicatieverkeer, waterzuivering, waterbeheersing,
waterhuishouding, vuil- en afvalverwerking, milieuvoorzieningen, e.d..
 
omgevingsvergunning:
een vergunning voor het uitvoeren van een project dat invloed heeft op de fysieke
leefomgeving, op grond van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht.
 
omgevingsvergunning voor het afwijken:
omgevingsvergunning voor het gebruiken van gronden of bouwwerken in strijd met
dit plan met toepassing van de in dit plan opgenomen regels inzake afwijking, op
grond van artikel 2.1 lid 1 onder c jo. artikel 2.12 lid 1 sub a onder 1 van de Wabo.
 
omgevingsvergunning voor het bouwen:
omgevingsvergunning voor het bouwen van een bouwwerk, op grond van artikel 2.1
lid 1 onder a van de Wabo.
 
omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werk, geen bouwwerk zijnde, of van
werkzaamheden:
omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of
werkzaamheid, op grond van artikel 2.1 lid 1 onder b van de Wabo.
 
ondergeschikte functies:
functies waarvoor maximaal 30% van de vloeroppervlakte van de bebouwing als
zodanig mag worden gebruikt.
 
overig bouwwerk:
een bouwkundige constructie van enige omvang, geen pand zijnde, die direct en
duurzaam met de aarde is verbonden.
 
overkapping:
een bouwwerk, geen gebouw zijnde, omsloten door maximaal één wand en voorzien
van een gesloten dak, waaronder begrepen een carport.
 
pand:
de kleinste bij de totstandkoming functioneel en bouwkundig-constructief
zelfstandige eenheid die direct en duurzaam met de aarde is verbonden en
betreedbaar en afsluitbaar is.
 
perceelsgrens:
een grenslijn tussen bouwpercelen onderling en tussen bouwpercelen en openbaar
gebied.
 
prostitutie:
het zich beschikbaar stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met een
ander tegen vergoeding.
 
seks- en/of pornobedrijf:
een voor het publiek toegankelijk gebouw of gedeelte van een gebouw, in welk
gebouw of welk gedeelte, handelingen, vertoningen en/of voorstellingen van
erotisch en/of pornografische aard plaatsvinden. Hieronder wordt mede begrepen
een sekswinkel zijnde een gebouw of een gedeelte van een gebouw, welk gebouw of
welk gedeelte is bestemd en/of wordt gebruikt voor het bedrijfsmatig te koop en/of
te huur aanbieden, waaronder mede begrepen uitstalling, verkopen, verhuren en/of
leveren van seksartikelen. Een prostitutiebedrijf is hieronder begrepen.
 
stedenbouwkundig beeld:
het door de omvang, de vorm en de situering van de bouwmassa’s bepaald beeld
inclusief de ter plaatse door de infrastructuur, de begroeiing en andere door de
mens aangebrachte (kunstmatige) elementen gevormde ruimte(n).
 
voorgevel:
een naar de openbare weg en/of fiets- en voetpad toegekeerde gevel van een
 
hoofdgebouw.
voorgevellijn:
de lijn waarin de voorgevel van het hoofdgebouw is gelegen, alsmede het verlengde
daarvan.
 
voorgevelrooilijn:
de grens van het bouwvlak die gericht is naar de weg en waarop de bebouwing is
georiënteerd.
 
vrijstaand bijgebouw:
een bij een woning behorend gebouw, zoals een garage, huishoudelijke bergruimte,
of hobbyruimte, dat niet in directe verbinding staat met de woning en dat niet voor
bewoning is bestemd.
 
woning:
een (gedeelte van een) gebouw, uitsluitend geschikt en bestemd voor de
huisvesting van niet meer dan één huishouden, of voor de huisvesting buiten het
verband van een huishouden tot en met maximaal vier personen.
 
zijdelingse perceelsgrens:
een grenslijn tussen bouwpercelen onderling.
Artikel 2 Wijze van meten
 
Bij de toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten:
 
afstand tot de zijdelingse perceelsgrens:
de kortste afstand van het verticale vlak in de zijdelingse perceelsgrens tot enig
punt van het op dat bouwperceel voorkomende bouwwerk.
 
de bebouwde oppervlakte van een bouwperceel, bouwvlak of ander terrein:
de buitenwerks gemeten oppervlakte van het op een bouwperceel aanwezige c.q. op
te richten gebouw of gebouwencomplex, gemeten op één meter boven de
gemiddelde grondslag van het aansluitende afgewerkte terrein.
  
bouwhoogte van een bouwwerk:
vanaf het peil verticaal tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een overig
bouwwerk met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals
schoorstenen, antennes, en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen.
 
breedte van een gebouw:
tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of tot het hart van de scheidingsmuren,
met dien verstande, dat wanneer de betreffende gevelvlakken niet evenwijdig lopen
of verspringen, het gemiddelde wordt genomen van de kleinste en de grootste maat.
 
dakhelling:
langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak.
 
diepte van een gebouw:
horizontaal tussen (de lijnen getrokken door) de buitenzijde van de gevels gemeten
van de voorgevel tot de achtergevel en 1 m boven peil en waarbij de grootste maat
(gemeten evenwijdig aan één van de zijgevels ) bepalend is.
 
goothoogte van een bouwwerk:
vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeiboord, of
een daarmee gelijk te stellen constructiedeel.
 
oppervlakte van een bouwwerk:
tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren,
neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte
bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk.
 
de lengte en breedte van een bouwwerk:
horizontaal tussen (de lijnen getrokken door) de buitenzijde van de gevels (en/of het
hart van gemeenschappelijke scheidingsmuren), met dien verstande dat wanneer
de zijgevels niet evenwijdig lopen of verspringen, het gemiddelde wordt genomen
van de kleinste en de grootste breedte.
 
lessenaarsdak:
een dakvorm die bestaat uit slechts één dakvlak of dakschild, dat onder een zekere
helling is aangebracht. Hierbij betreft de goothoogte de laagste zijde en de
bouwhoogte de hoogste zijde.
 
peil:
voor gebouwen, waarvan de hoofdtoegang onmiddellijk aan een weg grenst: de
hoogte van die weg ter plaatse van de hoofdtoegang; in andere gevallen: de
gemiddelde hoogte van het aansluitende afgewerkte maaiveld.
 
Bij de toepassing van het bepaalde ten aanzien van het bouwen binnen
bouwvlakken of bestemmingsvlakken worden ondergeschikte bouwdelen als
plinten, pilasters, kozijnen, balkons, gevelversieringen, ventilatiekanalen,
schoorstenen, liftopbouwen, lichtkoepels, antennes, gevel- en kroonlijsten en
overstekende daken buiten beschouwing gelaten, mits de bouw- c.q.
bestemmingsgrens met niet meer dan 0,5 meter wordt overschreden.
2 Bestemmingsregels
Artikel 3 Bedrijf
 
3.1 Bestemmingsomschrijving
De voor 'Bedrijf' aangewezen gronden zijn bestemd voor:
a. bedrijven zoals genoemd in de bij deze regels behorende bijlage 'Staat van
bedrijfsactiviteiten' onder de categorieën 1 en 2;
b. bedrijven welke niet genoemd zijn in de bij deze regels behorende bijlage 'Staat van
bedrijfsactiviteiten' onder de categorieën 1 en 2, maar naar aard en omvang daarmee
wel gelijk zijn te stellen;
c. maximaal één bedrijfswoning ter plaatse van de aanduiding 'bedrijfswoning' tenzij er
met de aanduiding 'maximum aantal wooneenheden' een ander aantal woningen is
aangeduid;
d. cultuurhistorisch waardevolle en/of beeldbepalende panden: ter plaatse van de
aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - cultuurhistorisch waardevolle bebouwing';
e. bij deze bestemming behorende voorzieningen zoals, nutsvoorzieningen, water en
waterhuishoudkundige voorzieningen, parkeervoorzieningen, groenvoorzieningen,
tuinen en erven.
 
3.2 Bouwregels
3.2.1 Gebouwen
Binnen deze bestemming mogen gebouwen ten dienste van deze bestemming worden
gebouwd met inachtneming van de volgende bepalingen:
a. de gebouwen dienen binnen het bouwvlak te worden gebouwd;
b. de goot- en bouwhoogte mag niet meer bedragen dan ter plaatse van de aanduidingen
'maximale goot- en bouwhoogte (m)' of 'minimale - maximale goot- en bouwhoogte (m)'
is aangegeven, met dien verstande dat ter plaatse van de aanduiding 'minimale -
maximale goot- en bouwhoogte (m)', de goot- en bouwhoogte niet minder mag bedragen
dan is aangegeven;
c. het hoofdgebouw dient te worden afgedekt door een hellend dakvlak, met dien
verstande dat de helling minimaal 35o en maximaal 60o bedraagt;
d. het bouwvlak mag voor 100% bebouwd worden tenzij ter plaatse van de aanduiding
'maximale bebouwingspercentage (%)' een ander maximaal bebouwingspercentage is
aangegeven;
g. de afstand van de hoofdbebouwing tot de zijdelingse perceelsgrens bedraagt minimaal
3 meter, tenzij de afstand kleiner is op het moment van tervisielegging van het vastgesteld
van dit plan, in dat geval mag die afstand ook bij eventuele vervangende nieuwbouw
aangehouden worden.
 
3.2.2 Bedrijfswoning
ten behoeve van een grondgebonden bedrijfswoning gelden de volgende bepalingen:
1. aan- en uitbouwen aan het hoofdgebouw mogen in de zijdelingse perceelsgrens
worden opgericht;
2. de breedte van het hoofdgebouw bedraagt tenminste 7 meter;
3. de bedrijfswoning dient te worden afgedekt door een hellend dakvlak, met dien
verstande dat de helling minimaal 35º en maximaal 60º bedraagt.
 
3.2.3 Aan- en bijbouwen
a. aan- en bijbouwen dienen binnen het bouwvlak te worden gebouwd;
b. de goot- dan wel bouwhoogte van aan- en uitbouwen mag ten hoogste respectievelijk 3
en 5,5 meter bedragen, met dien verstande dat de absolute hoogte in elk gevalmoet zijn
gelegen binnen een denkbeeldig vlak onder 60º gaande door de goothoogtelijn op de
zijdelingse perceelsgrens.
 
3.2.4 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde
Binnen deze bestemming mogen bouwwerken, geen gebouwen zijnde ten dienste van deze
bestemming worden gebouwd met inachtneming van de volgende bepalingen:
a. erfafscheidingen, waarbij de bouwhoogte vóór de voorgevellijn maximaal 1 meter mag
bedragen en achter de voorgevellijn maximaal 2 meter;
b. reclamevoorzieningen, waarbij de bouwhoogte maximaal 4 meter mag bedragen;
c. kunstobjecten, vlaggenmasten en bouwwerken ten behoeve van verlichting mogen
maximaal 6 meter hoog zijn;
d. carports en overkappingen dienen achter de voorgevellijn te worden gebouwd en
uitsluitend binnen het bouwvlak;
e. de bouwhoogte van andere bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer bedragen
dan 3 meter.
 
3.2.5 Parkeren
Bij het oprichten van gebouwen of het veranderen in gebruik dient de inrichting van elk
perceel zodanig te zijn dat voldoende ruimte aanwezig is om zowel het parkeren als het
eventueel laden en lossen op eigen terrein te kunnen afwikkelen. Op eigen terrein dient
voorzien te zijn in voldoende parkeeraccommodatie alsmede laad- en losruimte conform de
parkeerrichtlijnen opgenomen als Bijlage 1.
 
3.3 Nadere eisen
3.3.1 Eisen
Het bevoegd gezag kan nadere eisen stellen ten aanzien van de situering, de
bebouwingsdiepte, hoogte en de dakvorm van hoofd- en bijgebouwen en van bouwwerken,
geen gebouwen zijnde.
 
3.3.2 Voorwaarden
a. De onder artikel 3.3.1 genoemde nadere eisen mogen slechts worden gesteld met
inachtneming van de bebouwingsregels:
1. indien dit noodzakelijk is ter waarborging van het stedenbouwkundig beeld en
handhaving van het historisch beeld dan wel indien dit noodzakelijk is voor een
verantwoorde stedenbouwkundige en/of architectonische inpassing in de
bestaande bebouwing;
2. ter voorkoming van onevenredige aantasting van de gebruiksmogelijkheden van
aangrenzende gronden en bouwwerken;
3. voor het behoud van cultuurhistorisch waardevolle panden ter plaatse van de
aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - cultuurhistorisch waardevolle
bebouwing'.
b. Van een onevenredige aantasting van de stedenbouwkundige samenhang is sprake als
door een bebouwings- of gebruiksinitiatief:
1. de bebouwingskarakteristiek (open, half-open of gesloten) wordt aangetast;
2. de karakteristiek van de openbare ruimte wordt aangetast;
3. de diversiteit (qua verschijning, functie of tijdsbeeld) en de historische of
stedenbouwkundige betekenis van de bebouwing wordt aangetast.
 
3.4 Afwijken van de bouwregels
3.4.1 Erfafscheiding
Het bevoegd gezag kan bij omgevingsvergunning voor het bouwen afwijken van het bepaalde
in lid 3.2.3 onder a ten behoeve van de hoogte van erfafscheidingen voor de voorgevellijn
met dien verstande dat deze maximaal 2 meter mag bedragen en indien het straatbeeld
daardoor ruimtelijk niet meer wordt aangetast en/of de verkeerssituatie zich daartegen niet
verzet.
 
3.4.2. Dakvlak
Het bevoegd gezag kan bij omgevingsvergunning voor het bouwen afwijken van het bepaalde
in artikel 3.2.1 onder c voor het bouwen van een afwijkende dakvorm, mits
stedenbouwkundig verantwoord.
 
3.4.3 Overschrijding voorgevellijn
Het bevoegd gezag kan bij omgevingsvergunning voor het bouwen afwijken van het bepaalde
in artikel 3.2.1 onder b ten behoeve van realisatie van een aanbouw tot een diepte van 1,5
meter buiten het aangegeven bouwvlak. De goot- en bouwhoogte van de aanbouw mag ten hoogste
respectievelijk 3 en 5,5 meter bedragen.
 
3.5 Specifieke gebruiksregels
Onder strijdig gebruik wordt in ieder geval verstaan het gebruik van de gronden en
opstallen voor:
a. geluidszoneringsplichtige inrichtingen;
b. risicovolle inrichtingen;
c. detailhandelsbedrijven, behoudens:
1. ondergeschikte detailhandel in de vorm van productiegebonden detailhandel;
2. ondergeschikte detailhandel van goederen die in het kader van de
bedrijfsuitoefening worden verkocht of geleverd;
d. zelfstandige kantoren ;
e. opslag van goederen en materialen buiten de bebouwing;
f. het gebruik van bijgebouwen als zelfstandige woning en/of afhankelijke woonruimte;
g. seks- en/of pornobedrijf en prostitutie.
 
3.6 Afwijken van de gebruiksregels
Afwijking
Het bevoegd gezag kan bij omgevingsvergunning voor gebruik afwijken van het bepaalde in:
a. artikel 3.1 onder a om bedrijven toe te laten in één categorie hoger dan in artikel 3.1
onder a genoemd, voorzover het betrokken bedrijf naar aard en invloed op de omgeving
(gelet op de specifieke werkwijze, technische voorzieningen of bijzondere
verschijningsvorm) geacht kan worden te behoren tot de in artikel 3.1 onder a
genoemde categorieën van de Staat van Bedrijfsactiviteiten en het geen
geluidhinderlijke of risicovolle inrichtingen betreft;
b. parkeren op eigen terrein wordt gerealiseerd.
 
3.7 Wijzigingsbevoegdheid
Het bevoegd gezag kan de gronden met de bestemming 'Bedrijf' wijzigen in de bestemming
'Wonen' met inachtneming van de volgende bepalingen:
a. de bedrijfsmatige activiteiten ter plaatse zijn beëindigd;
b. de bestaande bedrijfswoning wordt omgezet naar de bestemming 'Wonen' waarbij de
relevante regels van de bestemming 'Wonen' gelden voor het gehele perceel;
c. de initiatiefnemer dient aan te tonen dat de locatie geschikt is voor het beoogde nieuwe
gebruik, indien nodig door het aanleveren van de noodzakelijke onderzoeken ter
onderbouwing van het voornemen;
d. voordat ontwikkeling plaatsvindt dient duidelijkheid te bestaan over de economische
uitvoerbaarheid van het plan.
Artikel 4 Groen
 
4.1 Bestemmingsomschrijving
De voor 'Groen' aangewezen gronden zijn bestemd voor:
a groenvoorzieningen, eventueel met recreatief medegebruik zoals een
speelplaats of speelveld;
b nutsvoorzieningen;
c voet- en fietspaden;
d water- en waterhuishoudkundige voorzieningen;
e kunstobjecten;
f hondentoilet;
g straatmeubilair.
 
4.2 Bouwregels
4.2.1 Gebouwen
Binnen deze bestemming mogen geen gebouwen worden gebouwd.
 
4.2.2 Bouwwerken geen gebouwen zijnde
Binnen deze bestemming mogen bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten dienste
van deze bestemming worden gebouwd, met inachtneming van de volgende
bepalingen:
a overkappingen zijn niet toegestaan.
b de bouwhoogte van speeltoestellen inclusief skatevoorzieningen en
kunstobjecten mag niet meer bedragen dan 5 meter;
c de bouwhoogte van andere bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer
bedragen dan 3 meter.
 
4.3 Specieke gebruiksregels
Onder verboden gebruik van de grond wordt in ieder geval verstaan:
a tijdelijke of permanente bewoning;
b het gebruik als standplaats voor woonwagens;
c het gebruik als kampeerterrein;
d seks- en/of pornobedrijf en prostitutie.
 
4.4 Afwijken van de gebruiksregels
Bevoegd gezag kan afwijken bij omgevingsvergunning voor gebruik van het
bepaalde in 4.1 om parkeerplaatsen mogelijk te maken met dien verstande dat de
noodzaak voor parkeerplaatsen moet worden aangetoond middels een
parkeeronderzoek in relatie tot de parkeerkencijfers (Bijlage 1) en de
parkeerbalans.

3 Algemene regels
Artikel 5 Anti-dubbeltelregel
 
Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan
waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de
beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.
Artikel 6 Algemene aanduidingsregels
 
7.1. Luchtvaartverkeerzone
7.1 Geluidzone - luchtvaart - 1 (35-40 Ke)
7.1.1 Bouwregels
Voor het bouwen van gebouwen gelden de volgende regels:
  1. woningen en andere geluidsgevoelige gebouwen mogen uitsluitend nieuw worden gebouwd indien wordt voldaan aan het bepaalde in artikel 5a van het Besluit Geluidsbelasting Grote Luchtvaart;
  2. woningen en andere geluidsgevoelige gebouwen mogen uitsluitend nieuw worden gebouwd ter vervanging van bestaande zodanige gebouwen, waarbij wordt voldaan aan het bepaalde in artikel 6 van het Besluit Geluidsbelasting Grote Luchtvaart;
  3. bestaande woningen, of nog niet bestaande woningen waarvoor de omgevingsvergunning voor het bouwen is verleend, mogen gedeeltelijk worden veranderd of gedeeltelijk worden vernieuwd waarbij moet worden voldaan aan het bepaalde in artikel 7 van het Besluit Geluidsbelasting Grote Luchtvaart;
  4. bestaande geluidsgevoelige gebouwen, of nog niet bestaande geluidsgevoelige gebouwen waarvoor de omgevingsvergunning voor het bouwen is verleend, mogen gedeeltelijk worden veranderd of gedeeltelijk worden vernieuwd waarbij moet worden voldaan aan het bepaalde in artikel 7 van het Besluit Geluidsbelasting Grote Luchtvaart.
  
7.1.2 Wijzigingsbevoegdheid
Burgemeester en Wethouders kunnen het plan wijzigen in die zin dat:
a het bepaalde in 7.1.1 onder a, b, c en d wordt vervangen door onderstaande regels, mits het luchthavenbesluit in werking is getreden:
  1. woningen en andere geluidsgevoelige gebouwen mogen uitsluitend nieuw worden gebouwd indien wordt voldaan aan het bepaalde in artikel 6 van het Besluit Militaire Luchthavens;
  2. bestaande woningen, of nog niet bestaande woningen waarvoor de omgevingsvergunning voor het bouwen is verleend, mogen gedeeltelijk worden veranderd of gedeeltelijk worden vernieuwd waarbij moet worden voldaan aan het bepaalde in artikel 8 van het Besluit Militaire Luchthavens;
  3. bestaande andere geluidsgevoelige gebouwen, of nog niet bestaande andere geluidsgevoelige gebouwen waarvoor de omgevingsvergunning voor het bouwen is verleend, mogen gedeeltelijk worden veranderd of gedeeltelijk worden vernieuwd waarbij moet worden voldaan aan het bepaalde in artikel 11 van het Besluit Militaire Luchthavens;
b de gebiedsaanduiding 'Geluidzone - luchtvaart - 1 (35-40 Ke)' wordt verwijderd, mits
het luchtvaartterrein ter plaatse is beëindigd;
c. de gebiedsaanduiding 'Geluidzone - luchtvaart - 1 (35-40 Ke)' wordt gewijzigd, mits
de geluidsbelasting vanwege een luchtvaartterrein van de gevels van dit geluidsgevoelige object niet hoger zal zijn dan de voorkeursgrenswaarde of een vastgesteld hogere grenswaarde.
 
7.2 Milieuzone - geluidsgevoelige functie - 3 (50 dB(A)-contour)
7.2.1 Bouwregel
In aanvulling op het bepaalde in hoofdstuk 2 geldt ter plaatse van de aanduiding
'milieuzone - geluidsgevoelige functie - 3 (50 dB(A)-contour)' de volgende regel:
a het is niet toegestaan woningen toe te voegen ter plaatse van de aanduiding 'milieuzone - geluidsgevoelige functie - 3 (50 dB(A)-contour)'.
b. Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in 7.2.1
onder a teneinde het toevoegen van woningen toe te staan, met dien verstande dat uitsluitend woningbouw kan worden toegestaan indien wordt aangetoond dat de wettelijk bepaalde uiterste grenswaarde ten aanzien van de geluidbelasting op de gevel niet wordt overschreden.
Artikel 7 Algemene afwijkingsregels
 
Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van de
bepalingen in deze regels ten aanzien van de volgende onderwerpen:
a het wijzigen van de voorgeschreven maatvoering voor bouwwerken met ten
hoogste 10%, indien in verband met ingekomen aanvragen voor een
omgevingsvergunning voor het bouwen deze wijzigingen nodig zijn;
b het afwijken van de aangeduide of in de regels aangegeven maten, afmetingen
en percentages, voor zover daarvoor geen bijzondere afwijkingsbevoegdheid in
deze regels is opgenomen, mits deze met niet meer dan 10% worden veranderd;
c het overschrijden van de aangeduide bouwgrens(zen) voor de bouw van
bouwwerken van ondergeschikte aard zoals loggia’s, keldertoegangen,
dakoverstekken, luifels en balkons, die qua aard en afmetingen bij de
bestemming passen tot maximaal 1,50 meter in de richting van de weg, met
inachtneming van het overig bepaalde in deze regels, indien de belangen van
derden niet onevenredig worden geschaad en het past binnen het
stedenbouwkundig beeld van de omgeving;
d het overschrijden van de voorgeschreven bouwhoogte voor bouwwerken, geen
gebouwen zijnde ten behoeve van de bouw van antennes met een maximale
bouwhoogte van 40 meter, indien de belangen van derden niet onevenredig
worden geschaad en het past binnen het stedenbouwkundig beeld van de
omgeving
4 Overgangs- en slotregels
Artikel 8 Overgangsrecht
 
8.1 Overgangsrecht bouwwerken
a Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan
aanwezig of in uitvoering is, dan wel kan worden gebouwd krachtens een
omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van het plan, mag, mits deze
afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot:
1 gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd;
2 na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd
of veranderd, mits de aanvraag van een omgevingsvergunning voor het
bouwen wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is
teniet gegaan.
b Het bevoegd gezag kan eenmalig in afwijking van het bepaalde onder a een
omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de inhoud van een
bouwwerk als bedoeld onder a met maximaal 10%.
c Het bepaalde onder a is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar
bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd
zonder omgevingsvergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan,
daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan.
 
8.2 Overgangsrecht gebruik
a Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van
inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden
voortgezet.
b Het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld in het
bepaalde onder a, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat
plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en
omvang wordt verkleind.
c Indien het gebruik, bedoeld in het bepaalde onder a, na het tijdstip van
inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt
onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten
hervatten.
d Het bepaalde onder a is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd
was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de
overgangsbepalingen van dat plan.
Artikel 9 Slotregel
 
Deze regels worden aangehaald als:
 
Regels van het bestemmingsplan `Kerk Hulten tbv planherziening´.