Toelichting
Wijzigingsplan Buitengebied, Zandspui 45 Identificatie: NL.IMRO.0777.0173WPZANDSPUI45-3001 Status: Vastgesteld Datum vaststelling: 22 november 2022 Hoofdstuk 1 Inleiding De initiatiefnemer heeft in het buitengebied van de gemeente Etten-Leur een divers aantal gronden, waar verschillende agrarische activiteiten op worden uitgevoerd. De locatie Zandspui 45 is voornamelijk gericht op de aspergeteelt en op de druiventeelt in de aangrenzende wijngaard. De aanwezige bebouwing op de locatie wordt gebruikt voor het verwerken en verpakken van de eigen asperges, voor wijnproductie en voor het ontvangen van gasten in samenhang met het winkelgedeelte. In de winkel worden de eigen producten verkocht. Daarnaast is er een unit aanwezig voor de huisvesting van seizoenarbeiders, die werkzaam zijn voor het bedrijf. Afbeelding 1 3D-luchtfoto locatie Zandspui 45 Het initiatief betreft de realisatie van een nieuw gebouw ten behoeve van het agrarisch bedrijf en de nevenactiviteiten die op het bedrijf plaatsvinden. Het gaat daarbij om opslag, ondersteunende horeca en een winkelgedeelte waar het eigen producten kunnen worden verkocht. Daarnaast is er de wens om kampeerplaatsen aan te bieden voor tijdelijk recreatief nachtverblijf. Ook wordt binnen het bouwvlak voorzieningen gerealiseerd voor de huisvesting van arbeidsmigranten. Afbeelding 2 Het initiatief aan de Zandspui 45 Hoofdstuk 2 Wijzigingsregeling De gronden zijn gelegen in het bestemmingsplan ‘Buitengebied’, zoals vastgesteld op 30 september 2013, met inbegrip van de partiële herzieningen ‘Reparatieplan, Hoevenseweg 26 en statische opslag in kassen’, zoals vastgesteld op 21 maart 2016, ‘Paraplubestemmingsplan Vergroten inhoudsmaat burgerwoningen Buitengebied’, zoals vastgesteld op 27 mei 2019 en ‘Partiële Herziening Buitengebied’, zoals vastgesteld op 24 januari 2022. De gronden hebben de bestemming ‘Agrarisch’. Er is een relatie opgenomen tussen het bouwvlak aan de Zandspui 45 en de Rijsbergseweg 51/53. Om de relatie tussen de beide percelen te behouden, is de verbeelding van de locatie Rijsbergseweg 51/51 één op één overgenomen in de verbeelding van dit wijzigingsplan. In de planregels van het bestemmingsplan ‘Partiële Herziening Buitengebied’ is in artikel 3.6.1 een wijzigingsbevoegdheid voor burgemeester en wethouders opgenomen om het bouwvlak van vorm te veranderen. Zij maken daarbij gebruik van de bevoegdheid zoals omschreven in artikel 3.6 Wet ruimtelijke ordening om binnen bij het plan bepaalde grenzen (bestemmingsplan ‘Buitengebied’ (2013)) het plan te wijzigen. De wijzigingsregeling bevat een aantal voorwaarden waaraan voldaan moet worden en er moet verantwoording gegeven worden over overige ruimtelijke aspecten zoals de bodemkwaliteit, milieuzonering, archeologie, water, geluid, lucht, verkeersveiligheid, ecologie (flora en fauna) en economische uitvoerbaarheid. Afbeelding 3 Uitsnede bestemmingsplan 'Buitengebied' (vastgesteld in 2013) 3.6.1 Wijzigen ten behoeve van vormverandering bouwvlak De vormverandering dient noodzakelijk te zijn voor een doelmatige bedrijfsvoering en/of -ontwikkeling van het agrarisch bedrijf dan wel de paardenhouderij. Om te bepalen of hieraan wordt voldaan, kan het bevoegd gezag een advies van een ter zake deskundige verlangen. Vormverandering kan tevens worden toegestaan voor nevenfuncties en vormen van verbrede landbouw waarvoor in de tabel in bijlage 1 is aangegeven dat vormverandering en vergroting van het bouwvlak is toegestaan. De totale oppervlakte van het bouwvlak mag niet worden vergroot. De wijziging dient milieuhygiënisch inpasbaar te zijn. Vormverandering is niet toegestaan indien dit leidt tot een toename van de stikstofemissie vanuit de betreffende inrichting, tenzij sprake is van: een bestaand gebruik zoals bedoeld in de Natuurbeschermingswet; bestaande activiteiten die stikstofemissie veroorzaken en vergund zijn; bestaande activiteiten waarvoor een vergunning op grond van de Natuurbeschermingswet is verleend; een vereveningseffect, zoals bedoeld in artikel 1. Vormverandering van het bouwvlak van een veehouderij, die tot doel heeft om de bouw van dierenverblijven mogelijk te maken, is uitsluitend toegestaan indien: maatregelen worden getroffen en in stand worden gehouden die invulling geven aan een zorgvuldige veehouderij; er is sprake van een zorgvuldige veehouderij indien wordt voldaan aan de nadere regels zorgvuldige veehouderij, zoals die regels luiden op het tijdstip van terinzagelegging van het ontwerp van het wijzigingsplan; de ontwikkeling vanuit een goede omgevingskwaliteit met een veilige, gezonde leefomgeving inpasbaar is in de omgeving; is aangetoond dat de kans op cumulatieve geurhinder (achtergrondbelasting) op geurgevoelige objecten, in de bebouwde kom niet hoger is dan 12% en in het buitengebied niet hoger is dan 20%, tenzij er - indien blijkt dat de achtergrondbelasting hoger is dan voornoemde percentages - maatregelen worden getroffen door de veehouderij die tot een daling leiden van de achtergrondbelasting, welke ten minste de eigen bijdrage aan de overschrijding van de achtergrondbelasting compenseert; een zorgvuldige dialoog is gevoerd, gericht op het betrekken van de belangen van de omgeving bij het initiatief. Ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - beperkingen veehouderij' is vormverandering van het bouwvlak van een veehouderij, die tot doel heeft om de bouw van dierenverblijven mogelijk te maken, uitsluitend toegestaan indien de veehouderij voldoet aan de criteria voor grondgebondenheid, zoals die criteria luiden op het tijdstip van terinzagelegging van het ontwerp van het wijzigingsplan. Indien de vormverandering leidt tot een verslechtering van de kwaliteit van het landschap, dient te worden voorzien in een zorgvuldige landschappelijke inpassing op basis van een door het bevoegd gezag goedgekeurd beplantingsplan tot realisatie, beheer en instandhouding van de landschappelijke inpassing. Deze inspanning telt mee voor de invulling van het bepaalde onder h. Indien de vormverandering leidt tot een verslechtering van de kwaliteit van het landschap, gaat de wijziging gepaard met een aantoonbare en uitvoerbare fysieke verbetering van de aanwezige of potentiële kwaliteiten van bodem, water, natuur, landschap of cultuurhistorie of van de extensieve recreatieve mogelijkheden van het plangebied van dit bestemmingsplan. Indien een fysieke verbetering ter plaatse niet mogelijk of niet wenselijk is, kan kwaliteitsverbetering plaatsvinden door een passende financiële bijdrage in het gemeentelijk landschapsfonds. De verwezenlijking, het behoud en het beheer van (het zoekgebied voor) een ecologische verbindingszone, ter plaatse van de aanduiding ‘zoekgebied ecologische verbindingszone’ en/of een zoekgebied voor behoud en herstel van watersystemen ter plaatse van de aanduiding ‘zoekgebied behoud en herstel watersystemen’, worden niet belemmerd of aangetast. Hoofdstuk 3 Toets aan wijzigingsregeling Ad a. De vormverandering is aangevraagd om het bestaande bedrijf ter plaatse te kunnen uitbreiden en de diverse functies op een zorgvuldige manier te situeren binnen een bouwvlak. Bovendien bevat het initiatief de huisvesting van 10 arbeidsmigranten op het perceel. De Adviescommissie Agrarische Bouwaanvragen (hierna: AAB) is om advies gevraagd. Op 9 december 2021 heeft de AAB een positief advies afgegeven voor het totale initiatief. De conclusie uit het advies luidt: “Samenvattend is de Adviescommissie Agrarische Bouwaanvragen van oordeel dat de vormverandering van het bouwvlak ten behoeve van de beoogde bedrijfsvoering noodzakelijk is voor een doelmatige agrarische bedrijfsvoering en -ontwikkeling van het bedrijf. Voorts is de Adviescommissie van mening dat, mede rekening houdend met een verdere ontwikkeling van het bedrijf in de aspergeteelt, de huisvesting van 10 seizoenarbeiders noodzakelijk is voor de opvang van de tijdelijk grote arbeidsbehoefte binnen het bedrijf.” (AAB-advies, 9 december 2021) Gelet op dit advies is de conclusie dat de vormverandering noodzakelijk is. Ad b. De totale oppervlakte van het agrarische bouwvlak blijft gelijk. Ad c. Onder milieuhygiënisch inpasbaar wordt verstaan, zoals opgenomen in de begrippen van de Partiële Herziening Buitengebied: ter voorkoming van een ruimtelijke situatie die uit een oogpunt van milieuaspecten c.q. belasting van het milieu, zoals hinder voor omwonenden en verkeersaantrekkende werking, niet gewenst is, dient o.a. rekening te worden gehouden met: de toegelaten gebruiksmogelijkheden in de bestemmingen; de regels, voortvloeiend uit wettelijke bepalingen. Het initiatief is milieuhygiënisch inpasbaar. Er is meer dan voldoende afstand tot gevoelige functies in de omgeving. Er wordt geen afbreuk gedaan aan de gebruiksmogelijkheden van omliggende percelen. De verkeerssituatie blijft grotendeels gelijk ten opzichte van de bestaande situatie. Hoogstens nemen de vervoersbewegingen in personenverkeer licht toe. Ad d. Er is geen toename van de stikstofemissie vanuit de betreffende inrichting. Ad e. Er is geen sprake van een vormverandering van een bouwvlak van een veehouderij. Ad f. De locatie is niet gelegen binnen de aanduiding ‘overige zone – beperkingen veehouderij’. Ad g. en h. Er is geen sprake van een verslechtering van de kwaliteit van het landschap. Er is sprake van een vormverandering van het bouwvlak zonder dat er extra bouwmogelijkheden ontstaan. Het plan bestaat hoofdzakelijk uit het realiseren van kleinschalige nieuwbouw ten behoeve van de (uitbreiding van) bestaande nevenfuncties bij de wijn- en aspergeboerderij. Het gaat daarbij om het realiseren van opslag, ondersteunende horeca en een winkelgedeelte waar het eigen producten kunnen worden verkocht. Daarnaast zorgt de nieuwe situering van het bouwvlak ervoor dat aan de noordzijde, aangrenzend aan het bouwvlak, camperplaatsen kunnen zorgen gerealiseerd voor tijdelijk recreatief nachtverblijf. Het bestaande agrarische bouwvlak kan op dit moment niet volledig worden benut. Een groot gedeelte wordt gebruikt ten behoeve van de procedure. Door middel van de vormverandering kan het bouwvlak beter worden benut. De beoogde voorzieningen voor de huisvesting van arbeidsmigranten moeten binnen de daarvoor benodigde omgevingsvergunningprocedure landschappelijk worden ingepast. Deze procedure ziet daar niet op toe. Afbeelding 4 3D-luchtfoto van het perceel met de bestaande bossen aan de zuid- en westzijde en de bestaande houtsingel ten oosten en noorden van de agrarische gronden bij Zandspui 45. Afbeelding 5 Uitsnede van de vigerende bestemmingen uit het bestemmingsplan 'Buitengebied' (2013). De bestaande bossen aan de zuid- en westzijde zijn bestemd als 'Bos' en de bestaande houtsingel ten oosten en noorden van de agrarische gronden bij Zandspui 45 als 'Groen - Houtsingel'. Ad i. Op en rond het perceel is er geen sprake van een ecologische verbindingszone. Hoofdstuk 4 Ruimtelijke aanvaardbaarheid 4.1 Algemeen Overige verantwoording buiten de voorwaarden van de wijzigingsbevoegdheid. In overeenstemming met regionale afspraken met betrekking tot kwaliteitsverbetering van het landschap: Deze wijziging past binnen het regionale afsprakenkader en is een categorie 1-ontwikkeling: Ruimtelijke ontwikkelingen met nauwelijks tot geen landschappelijke invloed en waarbij geen (extra) kwaliteitsverbetering van het landschap wordt geëist. Onder deze categorie 1 is als specifieke ontwikkeling opgenomen: “Vormverandering van een (agrarisch) bouwvlak of van een bestemmingsvlak (zonder afwijking van de geldende bouwregels), indien de vormverandering niet leidt tot een verslechtering van de kwaliteit van het landschap;” Zie ook voorwaarde g en h van de wijzigingsbevoegdheid. Er wordt voldaan aan de gestelde voorwaarden. Luchtkwaliteit: Er worden geen woning toegevoegd. Het agrarische bouwvlak blijft dezelfde oppervlakte. Gezien de ontwikkeling en de aard van het bedrijf, is er geen tot een minimaal effect op de luchtkwaliteit. De luchtkwaliteit voor wat betreft fijnstof blijft overigens in het gehele gemeentelijke grondgebied onder de wettelijke norm voor luchtkwaliteit. Geluid: Het wijzigingsplan betreft de vormverandering van het aanwezige agrarische bouwvlak. Er vindt hoogstens een lichte toename plaats in de vervoersbewegingen in personenverkeer. Verder zijn er geen effecten voor wat betreft geluid te verwachten. Bodemkwaliteit: De gronden ter plaatse van de Zandspui 45 zijn al jarenlang in gebruik ten behoeve van een agrarisch bedrijf in de land- en tuinbouw. Er is geen verwachting dat er sprake is van bodemverontreiniging. Een bodemonderzoek kan onderdeel uitmaken van de vergunningaanvraag als blijkt dat er toch behoefte is aan een bodemonderzoek. Archeologie: Het perceel kent de archeologisch dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 2’. Bij bodemingrepen binnen deze dubbelbestemming waarbij het daadwerkelijk te verstoren gebied groter is dan 1.000 m2 en de bodemingreep dieper is dan 0,40 m dient een rapport overleg te worden waarin de archeologische waarden van de gronden die worden verstoord, naar het oordeel van het bevoegd gezag, in voldoende mate zijn vastgesteld. Deze verplichting is verbonden aan de aanvraag voor het verkregen van een omgevingsvergunning voor het bouwen. Water: Het initiatief betreft de vormverandering van het aanwezige agrarisch bouwvlak. Er worden geen aanvullende bouwmogelijkheden toegekend aan het perceel. Aan de aanwezige kavelsloten worden geen wijzigingen aangebracht. Het waterschap Brabantse Delta is in de voorbereidingen van het wijzigingsplan om een wateradvies gevraagd. Het waterschap heeft op 31 mei 2022 een positief wateradvies uitgebracht. Het wateradvies is opgenomen als bijlage 3 bij de toelichting. Aandachtspunt voor de vergunningfase is het gebruik van milieuvriendelijke bouwmaterialen en het achterwege laten van uitlogende bouwmaterialen, zoals lood, koper, zink en zacht PVC. Deze stoffen kunnen zich ophopen in het water(bodem)systeem en hebben hierdoor een zeer nadelige invloed op de water(bodem)kwaliteit en ecologie. Flora en fauna: Er worden geen opstallen of bouwwerken gesloopt. Een onderzoek naar flora en fauna is niet noodzakelijk. De algemene zorgplicht zoals bedoeld in de Wet natuurbescherming dient toegepast te worden. Externe veiligheid: Er zijn geen risicovolle activiteiten in de nabijheid van het perceel Zandspui 45. Economische uitvoerbaarheid: De initiatiefnemer draagt alle kosten. Ter voldoening aan artikel 6.12 Wet ruimtelijke ordening (Wro) is een anterieure overeenkomst alsmede een overeenkomst tot planschadeverhaal afgesloten. De economische haalbaarheid is daarmee gegarandeerd. 4.2 Conclusie Uit voorgaande kan geconcludeerd worden dat voldaan wordt aan de voorwaarden om overeenkomstig het bepaalde in artikel 3.6 Wro en artikel 3.6.1 van het bestemmingsplan ‘Buitengebied’, zoals vastgesteld op 30 september 2013, met inbegrip van de partiële herzieningen ‘Reparatieplan, Hoevenseweg 26 en statische opslag in kassen’, zoals vastgesteld op 21 maart 2016, ‘Paraplubestemmingsplan Vergroten inhoudsmaat burgerwoningen Buitengebied’, zoals vastgesteld op 27 mei 2019 en ‘Partiële Herziening Buitengebied’, zoals vastgesteld op 24 januari 2022 te wijzigen zoals aangegeven op de bijgaande verbeelding. 4.3 Juridische aspecten In dit wijzigingsplan wordt het bouwvlak van de bestemming ‘Agrarisch’ van het perceel Zandspui 45 op de planverbeelding van het bestemmingsplan ‘Buitengebied’ (2013) van vorm veranderd. De planregels van het bestemmingsplan ‘Partiële Herziening Buitengebied’ zijn en blijven van toepassing. In de planregels van dit wijzigingsplan ‘Buitengebied, Zandspui 45’ worden de relevante bestemmingsregels van het bestemmingsplan ‘Partiële Herziening Buitengebied’ dan ook van overeenkomstige toepassing verklaard. 4.4 Procedure De initiatiefnemer heeft in kader van een goede voorbereiding in december 2021 een omgevingsdialoog gevoerd met omwonenden/omliggende ondernemers. Er zijn geen grote bezwaren naar voren gekomen. In het kader van het wettelijk vooroverleg wordt advies gevraagd aan de provincie Noord-Brabant en het waterschap Brabantse Delta. De provincie hanteert als uitgangspunt dat voor plannen waarbij geen provinciale belangen spelen, geen vooroverleg noodzakelijk is. Volgens het vooroverlegformulier inventarisatie ruimtelijke aspecten (ingevuld 25 mei 2022) is dat in dit geval aan de orde. Deze is bijgevoegd als bijlage 1 bij de toelichting. In een aanvullende reactie heeft de provincie op 16 juni 2022 aangegeven dat een nadere motivering voor de onderbouwing van de landschappelijke gevolgen ontbreekt. Deze motivering is verduidelijkt in hoofdstuk 3 onder g. en h. De reactie is opgenomen als bijlage 2 bij de toelichting. Het waterschap heeft per brief van 31 mei 2022 laten weten onder voorwaarden een positief wateradvies te geven. Het wateradvies is opgenomen als bijlage 3 bij de toelichting. Het voornemen tot wijziging van het bestemmingsplan ‘Buitengebied’ en het bestemmingsplan 'Partiële Herziening Buitengebied' is bekend gemaakt in de Etten-Leurse Bode van 21 september 2022. Gedurende de periode van 22 september 2022 tot en met 2 november 2022 heeft het ontwerpplan ter inzage gelegen op het Stadskantoor en is geplaatst op de gemeentelijke website. In de bekendmaking is medegedeeld dat gedurende de termijn van 6 weken schriftelijk of mondeling bij burgemeester en wethouders een zienswijze ingediend kon worden. In de bekendmaking is ook vermeld welke andere stukken ter inzage zijn gelegd. De provincie Noord-Brabant en het waterschap Brabantse Delta zijn via de geëigende wegen geïnformeerd over de ter inzage legging van het ontwerp-wijzigingsplan. De eigenaren van percelen in de directe nabijheid zijn persoonlijk geïnformeerd over de ter inzage legging van het ontwerp-wijzigingsplan. 4.5 Zienswijzen en wijzigingen Er zijn geen zienswijzen ingediend. Het wijzigingsplan is ongewijzigd vastgesteld op 22 november 2022.
![i_NL.IMRO.0777.0173WPZANDSPUI45-3001_432000.png [image]](i_NL.IMRO.0777.0173WPZANDSPUI45-3001_432000.png)
![i_NL.IMRO.0777.0173WPZANDSPUI45-3001_432001.png [image]](i_NL.IMRO.0777.0173WPZANDSPUI45-3001_432001.png)
![i_NL.IMRO.0777.0173WPZANDSPUI45-3001_432002.png [image]](i_NL.IMRO.0777.0173WPZANDSPUI45-3001_432002.png)
De wijzigingsregeling luidt als volgt:
Ten slotte gaat de ontwikkeling niet gepaard met een verslechtering van de kwaliteit van het landschap, omdat de bestaande groene elementen die zorgen voor de specifieke kwaliteit van het landschap, worden behouden. Deze zijn reeds bestemd als 'Bos' of 'Groen - Houtsingel', waardoor deze ook juridisch gewaarborgd blijven. De gronden ten zuiden en westen van het plangebied kennen de bestemming 'Bos' en zorgen ervoor dat het zicht op het perceel ontkomen worden vanaf de Zandspui en de Hoge Vaartkant. Ten oosten en noorden van de agrarische gronden bij Zandspui 45 wordt het landschap gekenmerkt door een houtsingel die ook als zodanig is bestemd. In afbeelding 4 en 5 is het plangebied te zien met de omliggende landschapselementen en de betreffende bestemmingen.![i_NL.IMRO.0777.0173WPZANDSPUI45-3001_432003.png [image]](i_NL.IMRO.0777.0173WPZANDSPUI45-3001_432003.png)