direct naar inhoud van Regels
Plan: Uitwerking bestemmingsplan Vredeoord
Status: vastgesteld
Plantype: uitwerkingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0772.80323-0301

Regels

Hoofdstuk 1 Inleidende regels

Artikel 1 Relatie met het moederplan

1.1 uitwerkingsplan Uitwerking bestemmingsplan Vredeoord

Dit plan is een gedeeltelijke uitwerking van: Artikel 7 'Woongebied - Uit te werken' van het bestemmingsplan Vredeoord, dat is vastgesteld door de gemeenteraad op 20 september 2017 en vervat in het GML-bestand NL.IMRO.0772.80216-0301.

1.2 regels

Op de bij dit plan behorende verbeelding en de hierna volgende regels zijn de algemene en bijzondere bepalingen van het bestemmingsplan Vredeoord onverminderd van toepassing, tenzij in dit uitwerkingsplan een afwijkende regeling is opgenomen over hetzelfde onderwerp.

1.3 verbeelding

De verbeelding van het bestemmingsplan Vredeoord wordt herzien, zoals weergegeven op de bij dit plan behorende verbeelding. Voor het overige blijft de verbeelding van toepassing.

Artikel 2 Begrippen

Ter aanvulling op de begripsbepalingen als vermeld in artikel 1 van het bestemmingsplan Vredeoord wordt in de navolgende regels verstaan onder:

2.1 plan

het uitwerkingsplan Uitwerking bestemmingsplan Vredeoord met identificatienummer NL.IMRO.0772.80323-0301 van de gemeente Eindhoven.

2.2 bebouwingsvrije zone

zone waarbinnen geen bebouwing mag plaats vinden.

Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels

Artikel 3 Groen

3.1 Bestemmingsomschrijving

De voor 'Groen' aangewezen gronden zijn bestemd voor:

  • a. groenvoorzieningen;
  • b. bermen en beplanting;
  • c. paden;
  • d. speelvoorzieningen;
  • e. water en waterhuishoudkundige voorzieningen;
  • f. kunstobjecten;
  • g. geluidwerende voorzieningen;
  • h. nutsvoorzieningen en voorzieningen voor het opwekken van duurzame energie;
  • i. ter plaatse van de aanduiding 'tuin' tevens voor gezamenlijke tuinen voor de aangrenzende woningen binnen de bestemming 'Wonen';
  • j. ter plaatse van de aanduiding 'ontsluiting' tevens voor ontsluitingswegen en in- en uitritten ten behoeve van de woningen in de aangrenzende bestemming 'Wonen';
  • k. ter plaatse van de aanduiding 'bijgebouwen' tevens voor bergingen ten behoeve van de woningen in de bestemming 'Wonen;

met de daarbij behorende:

  • l. verhardingen;
  • m. parkeervoorzieningen;
  • n. gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde.
3.2 Bouwregels
3.2.1 Gebouwen

Op of in deze gronden mogen geen gebouwen worden gebouwd, met uitzondering van:

  • a. gebouwen ter plaatse van de aanduiding 'bijgebouwen', met dien verstande dat de maximum bouwhoogte 3,5 m is;
  • b. gebouwen ten behoeve van nutsvoorzieningen en voorzieningen voor het opwekken van duurzame energie, met dien verstande dat de maximum bouwhoogte 3 m is en de maximum oppervlakte 15 m² is;
3.2.2 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde

Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, geldt een maximum bouwhoogte van 5 m.

Artikel 4 Tuin

4.1 Bestemmingsomschrijving

De voor 'Tuin'aangewezen gronden zijn bestemd voor:

  • a. tuinen en open erven;
  • b. voetpaden;
  • c. parkeren;
  • d. water en waterhuishoudkundige voorzieningen;

met dien verstande dat:

deze gronden niet dienen te worden beschouwd als erf in de zin van artikel 1 van bijlage II behorende bij het Besluit omgevingsrecht, zoals dat artikel luidt op het moment van de datum van inwerkingtreding van dit plan.

4.2 Bouwregels
4.2.1 Gebouwen

Op of in deze gronden mogen geen gebouwen worden gebouwd.

4.2.2 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde

Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, geldt dat de maximum bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen 1,50 m is;

Artikel 5 Verkeer - Verblijfsgebied

5.1 Bestemmingsomschrijving

De voor 'Verkeer - Verblijfsgebied' aangewezen gronden zijn bestemd voor:

  • a. woonstraten;
  • b. pleinen;
  • c. voet- en fietspaden;
  • d. parkeervoorzieningen;
  • e. groenvoorzieningen;
  • f. speelvoorzieningen;
  • g. geluidwerende voorzieningen;
  • h. water en waterhuishoudkundige voorzieningen;
  • i. nutsvoorzieningen en voorzieningen voor het opwekken van duurzame energie.

met de daarbij behorende:

  • j. gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde.
5.2 Bouwregels
5.2.1 Gebouwen

Op of in deze gronden mogen geen gebouwen worden gebouwd, met uitzondering van gebouwen ten behoeve van nutsvoorzieningen en voorzieningen voor het opwekken van duurzame energie, mits:

  • a. de maximum bouwhoogte 3 meter is;
  • b. de maximum oppervlakte 15 m² is.
5.2.2 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde

Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, anders dan rechtstreeks voor de geleiding, beveiliging en regeling van het verkeer, gelden de volgende regels:

  • a. de maximum bouwhoogte van lichtmasten bedraagt 12 meter;
  • b. de maximum bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, bedraagt 4 meter.

Artikel 6 Wonen

6.1 Bestemmingsomschrijving

De voor `Wonen´ aangewezen gronden zijn bestemd voor:

  • a. grondgebonden woningen en gestapelde woningen, met daarbij behorende aan- en uitbouwen en bijgebouwen, erven en overige voorzieningen;
  • b. aan-huis-verbonden beroep;
  • c. kleinschalige bedrijfsmatige activiteiten;
  • d. ter plaatse van de aanduiding 'bedrijf' tevens handel en bedrijven, zoals genoemd in Bijlage 2 bij de regels van bestemmingsplan Vredeoord opgenomen Lijst van bedrijfsactiviteiten - functiemenging (behorende tot de categorie A) en cultuur en ontspanning uitsluitend in de vorm van ateliers en creativiteitscentra;
  • e. ter plaatse van de aanduiding 'maatschappelijk' tevens maatschappelijke voorzieningen op de begane grond en de eerste verdieping met een maximale oppervlakte van 700 m² (tezamen);
  • f. ter plaatse van de aanduiding 'verblijfsgebied' dient minimaal één openbare doorgang/doorsteek van minimaal 4 meter breed ten behoeve van langzaam verkeer te worden gerealiseerd;
  • g. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van wonen -1' tevens voor recreatieve voorzieningen in de zin van voorzieningen voor activiteiten en mogelijkheden voor ontmoeting en ontspanning c.q. vrijetijdsbesteding;
  • h. verkeers- en verblijfsgebied, inclusief parkeervoorzieningen en openbare ruimten;
  • i. groen- en speelvoorzieningen;
  • j. nutsvoorzieningen en voorzieningen voor het opwekken van duurzame energie;
  • k. water en waterhuishoudkundige voorzieningen;
  • l. geluidbeperkende voorzieningen;

met de daarbij behorende:

  • m. gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde;

met dien verstande dat:

  • n. een woning niet mag worden gesplitst in twee of meerdere woningen;
  • o. de vloeroppervlakte van een aan-huis-verbonden beroep niet meer dan 50 m² mag bedragen;
  • p. voor het gebruik van de gronden en gebouwen als bedoeld in sub d ten behoeve van detailhandel, gelden de volgende voorwaarden:
    • 1. het detailhandel betreft zoals opgenomen in categorie A van de Lijst van bedrijfsactiviteiten - functiemenging (opgenomen in Bijlage 2 bij de regels van het bestemmingsplan Vredeoord), en;
    • 2. de bruto vloeroppervlakte per aanduiding 'bedrijf'niet meer dan 120 m² bedraagt.
6.2 Bouwregels
6.2.1 Hoofdgebouwen

Voor het bouwen van hoofdgebouwen gelden de volgende regels:

  • a. een hoofdgebouw mag uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'bouwvlak' worden gebouwd;
  • b. gestapelde woningen mogen uitsluitend worden gerealiseerd ter plaatse van de aanduiding 'gestapeld';
  • c. de maximum goot- en bouwhoogte is de hoogte zoals aangegeven ter plaatse van de aanduiding 'maximum goothoogte (m)' en 'maximum bouwhoogte (m)';
  • d. het aantal woningen mag maximaal 300 bedragen;
  • e. wanneer op de verbeelding een 'maximum oppervlakte' is aangegeven, mag deze oppervlakte per hoofdgebouw niet worden overschreden;
  • f. ter plaatse van 'specifieke bouwaanduiding - 2' geldt dat:
    1. uitsluitend vrijstaande en twee-onder-één-kap woningen zijn toegestaan;
    2. de afstand van een hoofdgebouw tot de perceelsgrenzen minimaal 2 m bedraagt, met dien verstande dat bij een twee-onder-één kap woning de afstand aan één zijde 0 m mag bedragen;
  • g. ter plaatse van 'specifieke bouwaanduiding - 3' geldt dat:
    • 1. uitsluitend vrijstaande en twee-onder-één-kap woningen zijn toegestaan;
    • 2. bij twee-onder-één kap woningen de afstand van het hoofdgebouw tot één zijdelingse perceelsgrens minimaal 5 m bedraagt, bij vrijstaande woningen geldt een afstand van minimaal 2,5 m bij beide zijdelingse perceelsgrenzen;
    • 3. per woning aan één zijdelingse perceelsgrens een bebouwingsvrije zone van 2,5 m breed (en over de gehele lengte van het perceel) in acht genomen moet worden, met dien verstande dat bij hoekkavels de zijdelingse perceelsgrens die grenst aan de openbare ruimte als bebouwingsvrije zone in acht genomen moet worden;
  • h. ter plaatse van 'specifieke bouwaanduiding - 4' moet de voorgevel en één zijgevel van een hoofdgebouw in of maximaal 1 m voor of achter de op de verbeelding aangegeven figuur - gevellijn worden gebouwd;
  • i. de woningen mogen slechts worden gebouwd indien voldaan wordt aan de wettelijke voorkeursgrenswaarde als bedoeld in de Wet geluidhinder en/of conform het door burgemeester en wethouders van Eindhoven verleende besluit hogere waarden Wet geluidhinder met de daarbij behorende voorwaarden zoals opgenomen in bijlage 1.
6.2.2 Aan- uitbouwen en bijgebouwen

Voor het bouwen van aan- en uitbouwen en bijgebouwen gelden de volgende regels:

  • a. aan- en uitbouwen en bijgebouwen dienen minimaal drie meter achter de voorgevel van het hoofdgebouw of het verlengde daarvan te worden gebouwd wanneer de zijzijde aan openbaar toegankelijk gebied grenst; in andere gevallen geldt een afstand van minimaal 1 meter;
  • b. in afwijking van het bepaalde in sub a zijn ter plaatse van de aanduiding 'bijgebouwen' aan- en uitbouwen en bijgebouwen uitsluitend binnen deze aanduiding toegestaan.
  • c. de gezamenlijke oppervlakte van aan- en uitbouwen en bijgebouwen mag niet meer bedragen dan 75 m² met dien verstande dat de gezamenlijke oppervlakte van de bebouwing (inclusief hoofdgebouw) niet meer bedraagt dan 65% van de oppervlakte van het bouwperceel; in afwijking van het voorgaande mag ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - 1' de gezamenlijke oppervlakte van de bebouwing (inclusief hoofdgebouw) niet meer dan 80% van de oppervlakte van het bouwperceel bedragen;
  • d. in afwijking van het bepaalde in sub a en c geldt dat ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - 4':
    • 1. geen vrijstaande bijgebouwen zijn toegestaan;
    • 2. aan- en uitbouwen en bijgebouwen zowel vóór als achter de voorgevelrooilijn zijn toegestaan;
    • 3. de gezamenlijke oppervlakte van de bebouwing (inclusief hoofdgebouw) maximaal 130 m2 is;
  • e. in afwijking van het bepaalde in sub a geldt dat ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - 6' geen vrijstaande bijgebouwen zijn toegestaan;
  • f. de goothoogte van aan- en uitbouwen en bijgebouwen mag niet meer dan 3,5 m bedragen met dien verstande dat de goothoogte niet meer mag bedragen dan de goothoogte van het bijbehorende hoofdgebouw; indien het dak is/wordt uitgevoerd in de vorm van een kap mag de bouwhoogte maximaal 4,5 m bedragen.

6.2.3 Nutsvoorzieningen en voorzieningen voor het opwekken van duurzame energie

Voor het bouwen van gebouwen ten behoeve van nutsvoorzieningen gelden de volgende regels:

  • a. de maximale bouwhoogte mag niet meer dan 3 meter bedragen;
  • b. de oppervlakte mag niet meer dan 15 m² bedragen.
6.2.4 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde

Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels:

  • a. voor erf- en terreinafscheidingen voor zover gebouwd op de gronden gelegen achter de feitelijke voorgevelrooilijn van het hoofdgebouw of het verlengde daarvan geldt een maximum bouwhoogte van 2 meter;
  • b. voor erf- en terreinafscheidingen voor zover gebouwd op de gronden gelegen vóór de feitelijke voorgevelrooilijn van het hoofdgebouw of het verlengde daarvan geldt een maximum bouwhoogte van 1 meter;
  • c. in afwijking van het gestelde onder sub b geldt ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - 2' dat de maximum hoogte van erf- en terreinafscheidingen voor zover gebouwd op de gronden gelegen vóór de feitelijke voorgevelrooilijn van het hoofdgebouw of het verlengde daarvan 2 meter mag bedragen, met dien verstande dat minimaal 50% van de erf- en terreinafscheidingen die grenst aan openbaar toegankelijk gebied een maximum hoogte heeft van 1 m;
  • d. ter plaatse van 'specifieke bouwaanduiding - 5' zijn bouwwerken, geen gebouwen zijnde, al dan niet bevestigd aan het hoofdgebouw toegestaan met een maximum bouwhoogte van 3,5 m;
  • e. de maximum bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, is 4 m.
6.3 Afwijken van de bouwregels

Burgemeester en wethouders kunnen bij een omgevingsvergunning afwijken voor wat betreft de maximale goothoogte van aan- en uitbouwen en bijgebouwen, indien dat wenselijk is uit een oogpunt van een goede constructieve en/of bouwkundige aansluiting van het bijbehorende bouwwerk bij de hoogte van de verdiepingsvloer van het hoofdgebouw.

6.4 Specifieke gebruiksregels
6.4.1 Voorwaardelijke verplichting waterberging

Het gebruiken en het (doen) laten gebruiken van de woningen is uitsluitend toegestaan als voorzien is in de benodigde waterberging conform de fasering zoals opgenomen in het Kaderstellend waterhuishoudkundig rapport van Sweco, opgenomen als Bijlage 3 van de regels van bestemmingsplan Vredeoord.

6.4.2 Voorwaardelijke verplichting geluid

Het gebruiken en het (doen) laten gebruiken van de woningen is ter plaatse van de aanduiding 'geluidzone - spoor' uitsluitend toegestaan:

  • a. na de realisatie en instandhouding van een geluidbeperkende voorziening in de vorm van een geluidscherm langs de spoorlijn. Voor de situering, afmetingen en materiaalkeuze van de genoemde geluidbeperkende voorziening wordt verwezen naar de specificaties van het nieuw te bouwen geluidscherm met kenmerk 1411/096/MF, dat als Bijlage 5 onderdeel uitmaakt van de regels van bestemmingsplan Vredeoord;
  • b. in afwijking van het bepaalde in sub a indien het geluidscherm nog niet gerealiseerd is na realisatie van tijdelijke geluidbeperkende voorzieningen die in ieder geval dezelfde mate van geluidbeperking bieden als het geluidscherm als bedoeld in sub a.


6.4.3 Kleinschalige bedrijfsmatige activiteiten an aan-huis-verbonden beroep

Het gebruik van een gedeelte van de woning voor kleinschalige bedrijfsmatige activiteiten tot een bedrijfsvloeroppervlakte van maximaal 30 m2 en/of voor een aan-huis-verbonden beroep met een vloeroppervlakte van meer dan 50 m2 met een maximum van 75 m2, is toegestaan mits:

  • a. de totale oppervlakte voor kleinschalige bedrijfsmatige activiteiten en een aan-huis-verbonden beroep gezamenlijk niet meer dan 75 m2 bedraagt;
  • b. de verkeersaantrekkende werking niet zodanig is, dat ten gevolge daarvan extra verkeersmaatregelen, waaronder extra parkeervoorzieningen op de openbare weg, noodzakelijk worden;
  • c. het niet betreft detailhandel met uitzondering van detailhandel in ter plaatse vervaardigde en/of bewerkte producten en detailhandel ter plaatse van de aanduiding 'gemengd';
  • d. het niet betreft vervaardiging van voedsel;
  • e. het niet betreft seksinrichtingen;
  • f. deze activiteiten door ten hoogste twee personen worden uitgeoefend, waarvan minstens één persoon woonachtig in het betreffende pand; voor kapsalons geldt dat deze activiteit door maximaal één persoon, die tevens in het pand woonachtig is, mag worden uitgeoefend;
  • g. de bedrijfsactiviteiten vallen onder de in Bijlage 1 bij de regels van bestemmingsplan Vredeoord opgenomen 'Lijst van bedrijfsactiviteiten bij woonfunctie' behorende tot de categorie 1 en 2, alsmede voor zover het bedrijfsactiviteiten betreft die niet in deze lijst zijn opgenomen maar naar aard en invloed op de omgeving gelijk te stellen zijn met de bedrijfsactiviteiten als genoemd in deze lijst;
  • h. dienstverlenende bedrijven en/of dienstverlenende instellingen betreffen die niet vallen onder de sub g genoemde lijst, maar naar aard en invloed op de omgeving gelijk te stellen zijn met de bedrijfsactiviteiten als bedoeld onder sub g.
6.4.4 Strijdig gebruik

Tot een gebruik, strijdig met deze bestemming, zoals bedoeld in lid 6.1 wordt in ieder geval gerekend:

  • a. het gebruik van bijgebouwen voor zelfstandige bewoning;
  • b. het gebruik van gronden en bouwwerken ten behoeve van een seksinrichting.

Hoofdstuk 3 Algemene regels

Artikel 7 Algemene aanduidingsregels

Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.

7.1 veiligheidszone - groepsrisico

Binnen de aangegeven gebiedsaanduiding 'veiligheidszone - groepsrisico' zijn geen gebouwen toegestaan die zijn bestemd voor het verblijf, al dan niet gedurende een gedeelte van de dag, van verminderd zelfredzame personen.

7.2 veiligheidszone - leiding

Binnen de aangegeven gebiedsaanduiding 'veiligheidszone - leiding' zijn geen gebouwen toegestaan die zijn bestemd voor het verblijf, al dan niet gedurende een gedeelte van de dag, van verminderd zelfredzame personen.

7.3 veiligheidszone - lpg

Binnen de aanduiding 'veiligheidszone - lpg' mogen geen kwetsbare objecten worden gebouwd.

7.4 gebiedsaanduiding 'overige zone - ecohuis'

In afwijking van het bepaalde in artikel 6.1 en 6.2.1 is ter plaatse van gebiedsaanduiding 'overige zone - ecohuis' een zelfvoorzienende woning toegestaan met dien verstande dat:

  • 1. de bebouwde oppervlakte maximum 300 m2 mag bedragen;
  • 2. de bouwhoogte maximum 11 meter mag bedragen.

Artikel 8 SIotregel

Deze regels worden aangehaald als:
Regels van het uitwerkingsplan: Uitwerking bestemmingsplan Vredeoord