| Plan: | I Puttense Dreef oost (Rielsedijk) |
|---|---|
| Status: | vastgesteld |
| Plantype: | bestemmingsplan |
| IMRO-idn: | NL.IMRO.0772.80321-0301 |
Op onderhavig bestemmingsplan 'I Puttense Dreef oost (Rielsedijk)' van de gemeente Eindhoven zijn van overeenkomstige toepassing de verbeelding en de planregels van het bestemmingsplan 'Puttense Dreef oost', zoals vastgesteld door de raad van de gemeente Eindhoven bij besluit van 23 april 2013 en vervat in het GML-bestand NL.IMRO.0772.80193-0301, zulks met dien verstande dat:
het bestemmingsplan I Puttense Dreef oost (Rielsedijk) met identificatienummer NL.IMRO.0772.80321-0301 van de gemeente Eindhoven.
de geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels en de daarbij behorende bijlagen.
een beoordeling van de gevolgen van voorgenomen bouw of aanleg binnen de invloedssfeer van een boom, op basis van landelijke richtlijnen (private normen). De BEA dient te worden uitgevoerd door een daartoe gekwalificeerd bureau die minimaal in bezit is van een ETT certificering (European tree technician) of aantoonbaar vergelijkbaar niveau.
Artikel 6.2.1 onder j van de planregels van het bestemmingsplan 'Puttense Dreef oost' wordt gewijzigd en komt als volgt te luiden:
j. maximaal 70% van de oppervlakte van het bouwvlak mag bebouwd worden ten behoeve van het hoofdgebouw, tenzij anders op de verbeelding is aangegeven.
Artikel 8 van de planregels van het bestemmingsplan 'Puttense Dreef oost' is van overeenkomstige toepassing.
De voor 'Waarde - Landschap' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor het behoud van de aanwezige landschappelijke (groen)waarden (boom).
In geval van strijdigheid van bepalingen gaan de bepalingen van dit artikel voor de bepalingen die ingevolge andere artikelen op de desbetreffende gronden van toepassing zijn.
Op of in deze gronden mogen geen gebouwen worden gebouwd.
Op of in deze gronden mogen geen bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden gebouwd.
Burgemeester en wethouders kunnen bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 5.2 en gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde toestaan overeenkomstig de andere bestemming ('Wonen - 1'), mits uit een BomenEffectAnalyse (BEA) blijkt dat de landschappelijk waarden (boom) behouden kan blijven en duurzaam kan blijven ontwikkelen.
Het is verboden zonder of in afwijking van een schriftelijke vergunning van burgemeester en wethouders (omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerken zijnde, of van werkzaamheden), op of in de gronden ter plaatse van de aanduiding 'landschapswaarden' de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren:
Het in lid 5.4.1 vervatte verbod is niet van toepassing op werken en werkzaamheden welke:
De in lid 5.4.1 genoemde vergunning kan slechts worden verleend als door die werken of werkzaamheden dan wel door de daarvan hetzij direct, hetzij indirect te verwachten gevolgen geen onevenredige aantasting van de landschappelijke waarden ontstaat of kan ontstaan. Alvorens over de aanvraag wordt beslist, dient de aanvrager een BomenEffectAnalyse (BEA) te overleggen.
Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot,
burgemeester en wethouders kunnen eenmalig bij een omgevingsvergunning afwijken van lid 6.1 voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in lid 6.1 met maximaal 10%.
Lid 6.1 is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan.
Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet.
Het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld in lid 6.4, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind.
Indien het gebruik, bedoeld in lid 6.4, na het tijdstip van inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten.
Lid 6.4 is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.
Deze regels worden aangehaald als:
Regels van het bestemmingsplan I Puttense Dreef oost (Rielsedijk).