direct naar inhoud van Regels
Plan: I Puttense Dreef oost (Rielsedijk)
Status: vastgesteld
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0772.80321-0301

Regels

Hoofdstuk 1 Inleidende regels

Artikel 1 Algemene bepaling

Op onderhavig bestemmingsplan 'I Puttense Dreef oost (Rielsedijk)' van de gemeente Eindhoven zijn van overeenkomstige toepassing de verbeelding en de planregels van het bestemmingsplan 'Puttense Dreef oost', zoals vastgesteld door de raad van de gemeente Eindhoven bij besluit van 23 april 2013 en vervat in het GML-bestand NL.IMRO.0772.80193-0301, zulks met dien verstande dat:

  • de regels worden aangevuld (toegevoegd) en gewijzigd zoals voorzien in artikel 2 en hoofdstuk 2 van de regels van dit bestemmingsplan;
  • de verbeelding op enkele punten wordt aangepast; het gewijzigde deel is opgenomen op de verbeelding van dit bestemmingsplan.

Artikel 2 Begrippen

2.1 plan

het bestemmingsplan I Puttense Dreef oost (Rielsedijk) met identificatienummer NL.IMRO.0772.80321-0301 van de gemeente Eindhoven.

2.2 bestemmingsplan

de geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels en de daarbij behorende bijlagen.

2.3 BomenEffectAnalyse (BEA)

een beoordeling van de gevolgen van voorgenomen bouw of aanleg binnen de invloedssfeer van een boom, op basis van landelijke richtlijnen (private normen). De BEA dient te worden uitgevoerd door een daartoe gekwalificeerd bureau die minimaal in bezit is van een ETT certificering (European tree technician) of aantoonbaar vergelijkbaar niveau.

Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels

Artikel 3 Wonen - 1

3.1 Bouwregels, hoofdgebouwen (artikel 6.2.1 onder j)

Artikel 6.2.1 onder j van de planregels van het bestemmingsplan 'Puttense Dreef oost' wordt gewijzigd en komt als volgt te luiden:

j. maximaal 70% van de oppervlakte van het bouwvlak mag bebouwd worden ten behoeve van het hoofdgebouw, tenzij anders op de verbeelding is aangegeven.

Artikel 4 Leiding - Water

Artikel 8 van de planregels van het bestemmingsplan 'Puttense Dreef oost' is van overeenkomstige toepassing.

Artikel 5 Waarde - Landschap

5.1 Bestemmingsomschrijving

De voor 'Waarde - Landschap' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor het behoud van de aanwezige landschappelijke (groen)waarden (boom).

In geval van strijdigheid van bepalingen gaan de bepalingen van dit artikel voor de bepalingen die ingevolge andere artikelen op de desbetreffende gronden van toepassing zijn.

5.2 Bouwregels
5.2.1 Gebouwen

Op of in deze gronden mogen geen gebouwen worden gebouwd.

5.2.2 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde

Op of in deze gronden mogen geen bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden gebouwd.

5.3 Afwijken van de bouwregels

Burgemeester en wethouders kunnen bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 5.2 en gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde toestaan overeenkomstig de andere bestemming ('Wonen - 1'), mits uit een BomenEffectAnalyse (BEA) blijkt dat de landschappelijk waarden (boom) behouden kan blijven en duurzaam kan blijven ontwikkelen.

5.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden
5.4.1 Vergunningvereiste

Het is verboden zonder of in afwijking van een schriftelijke vergunning van burgemeester en wethouders (omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerken zijnde, of van werkzaamheden), op of in de gronden ter plaatse van de aanduiding 'landschapswaarden' de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren:

  • a. het ontgronden, afgraven, egaliseren en ophogen van gronden en/of anderszins ingrijpend wijzigen van de bodemstructuur;
  • b. het planten, rooien of kappen van bomen en gewassen;
  • c. het aanleggen van verhardingen;
  • d. het aanleggen van boven- en ondergrondse leidingen.

5.4.2 Uitzonderingen

Het in lid 5.4.1 vervatte verbod is niet van toepassing op werken en werkzaamheden welke:

  • a. het normale onderhoud betreffen;
  • b. noodzakelijk zijn in verband met het op de bestemming gerichte beheer of gebruik van de grond;
  • c. reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van inwerkingtreding van dit bestemmingsplan;
  • d. waarvoor ten tijde van inwerkingtreding van dit bestemmingsplan een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerken zijnde, of van werkzaamheden is verleend.

5.4.3 Toelaatbaarheid

De in lid 5.4.1 genoemde vergunning kan slechts worden verleend als door die werken of werkzaamheden dan wel door de daarvan hetzij direct, hetzij indirect te verwachten gevolgen geen onevenredige aantasting van de landschappelijke waarden ontstaat of kan ontstaan. Alvorens over de aanvraag wordt beslist, dient de aanvrager een BomenEffectAnalyse (BEA) te overleggen.

Hoofdstuk 3 Overgangs- en slotregels

Artikel 6 Overgangsrecht

6.1 Overgangsrecht bouwwerken

Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot,

  • a. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd;
  • b. na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan.
6.2 Afwijken

burgemeester en wethouders kunnen eenmalig bij een omgevingsvergunning afwijken van lid 6.1 voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in lid 6.1 met maximaal 10%.

6.3 Uitzondering op het overgangsrecht bouwwerken

Lid 6.1 is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan.

6.4 Overgangsrecht gebruik

Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet.

6.5 Strijdig gebruik

Het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld in lid 6.4, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind.

6.6 Verboden gebruik

Indien het gebruik, bedoeld in lid 6.4, na het tijdstip van inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten.

6.7 Uitzondering op het overgangsrecht gebruik

Lid 6.4 is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.

Artikel 7 Slotregel

Deze regels worden aangehaald als:

Regels van het bestemmingsplan I Puttense Dreef oost (Rielsedijk).