direct naar inhoud van Regels
Plan: Strijp T (hoek Beukenlaan - Achtseweg-zuid)
Status: vastgesteld
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0772.80288-0301

Regels

Hoofdstuk 1 Inleidende regels

Artikel 1 Begrippen

1.1 plan:

het bestemmingsplan Strijp T (hoek Beukenlaan - Achtseweg-zuid) met identificatienummer NL.IMRO.0772.80288-0301 van de gemeente Eindhoven.

1.2 bestemmingsplan:

de geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels (en eventuele bijlagen).

1.3 aanduiding

een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden.

1.4 aanduidingsgrens

de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft..

1.5 bebouwing

één of meer gebouwen en/of bouwwerken geen gebouwen zijnde.

1.6 beperkt kwetsbaar object
  • a. verspreid liggende woningen, woonschepen en woonwagens, voor zover zij niet behoren tot een Bevi-inrichting en met een dichtheid van maximaal twee woningen, woonschepen of woonwagens per hectare;
  • b. bedrijfswoningen, voor zover zij niet behoren tot een Bevi-inrichting;
  • c. kantoorgebouwen, hotels en restaurants, winkels en bedrijfsgebouwen voor zover zij niet onder het begrip kwetsbaar object vallen en voor zover zij niet behoren tot een bevi- inrichting;
  • d. sporthallen, sportterreinen, zwembaden en speeltuinen;
  • e. kampeerterreinen en andere terreinen bestemd voor recreatieve doeleinden, voor zover zij niet onder het begrip kwetsbaar object vallen;
  • f. objecten die met het onder a. tot en met e. genoemde gelijkgesteld kunnen worden uit hoofde van de gemiddelde tijd per dag gedurende welke personen daar verblijven, het aantal personen dat daarin meestal aanwezig is en de mogelijkheden voor zelfredzaamheid bij een ongeval, voor zover die objecten geen kwetsbare objecten zijn;
  • g. objecten met hoge infrastructurele waarde, waaronder in ieder geval telefoon- en elektriciteitscentrale of een gebouw met vluchtleidingsapparatuur, voor zover die objecten wegens de aard van de gevaarlijke stoffen die bij een ongeval kunnen vrijkomen, bescherming verdienen tegen de gevolgen van dat ongeval.
1.7 bestaande situatie

bij bouwwerken: legale bouwwerken die aanwezig of in uitvoering zijn op het tijdstip van ter visie legging van het ontwerp van het bestemmingsplan, dan wel bouwwerken zoals die mogen worden gebouwd krachtens een vergunning;

bij gebruik: legaal gebruik van grond en opstallen zoals aanwezig tijdens de inwerkingtreding van het bestemmingsplan.

1.8 bestemmingsgrens

de grens van een bestemmingsvlak.

1.9 Bevi (Besluit externe veiligheid inrichtingen)

Besluit van 27 mei 2004, Stb. 250, houdende regels inzake milieukwaliteitseisen op het gebied van de externe veiligheid zoals deze luidde op het moment van terinzagelegging van het ontwerp van dit bestemmingsplan.

1.10 bouwen

het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk.

1.11 bouwgrens

de grens van een bouwvlak.

1.12 bouwperceel

een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten.

1.13 bouwperceelgrens

een grens van een bouwperceel.

1.14 bouwwerk

elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die hetzij direct hetzij indirect met de grond is verbonden, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond.

1.15 cultuurhistorische waarde

de aan een bouwwerk of gebied toegekende waarde, gekenmerkt door het beeld dat is ontstaan door het gebruik dat de mens in de loop van de geschiedenis heeft gemaakt van dat bouwwerk of gebied.

1.16 dagrecreatie

een vorm van recreëren die zich beperkt tot één dag (zonder overnachting), dit in tegenstelling tot bijvoorbeeld kamperen en dergelijke waarbij men zich voor meerdere dagen van huis begeeft.

1.17 detailhandel

het bedrijfsmatig te koop aanbieden (waaronder begrepen de uitstalling ten verkoop), verkopen en leveren van goederen aan personen die goederen kopen voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit. Onder detailhandel wordt ook begrepen grootschalige detailhandel, volumineuze detailhandel, tuincentrum, internetwinkel/webwinkel, afhaalpunten en supermarkt.

1.18 dienstverlening

het bedrijfsmatig verlenen van diensten, waarbij het publiek rechtstreeks (al dan niet via een balie) te woord wordt gestaan en geholpen.

1.19 extensief recreatief medegebruik

die vormen van recreatie welke in hoofdzaak zijn gericht op natuur- en landschapsbeleving, zoals wandelen en fietsen.

1.20 gebouw

elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt.

1.21 gebruiken

het gebruiken, in gebruik geven of laten gebruiken.

1.22 geluidgevoelige functies

bewoning of andere geluidgevoelige functies zoals bedoeld in de Wet geluidhinder c.q. het Besluit geluidhinder.

1.23 geluidgevoelige gebouwen

gebouwen welke dienen ter bewoning of ten behoeve van een andere geluidgevoelige functie als bedoeld in de Wet geluidhinder c.q. het Besluit geluidhinder.

1.24 gevaarlijke stoffen

gevaarlijke stoffen zijn stoffen waarvan het gebruik, het transport of de opslag (overslag e.d.), risico's met zich meebrengt. Het kan gaan om explosiegevaar, brand, giftigheid of radioactiviteit.

1.25 kwetsbaar object
  • a. woningen, niet zijnde:
    • 1. verspreid liggende woningen, woonschepen en woonwagens, voor zover zij niet behoren tot een Bevi-inrichting en met een dichtheid van maximaal twee woningen, woonschepen of woonwagens per hectare;
    • 2. bedrijfswoningen;
  • b. gebouwen bestemd voor het verblijf, al dan niet gedurende een gedeelte van de dag, van minderjarigen, ouderen, zieken of gehandicapten, waartoe in ieder geval behoren:
    • 1. (psychiatrische) ziekenhuizen, bejaardenhuizen en verpleeghuizen;
    • 2. scholen;
    • 3. sociale werkplaatsen, of
    • 4. gebouwen of gedeelten daarvan, bestemd voor dagopvang van minderjarigen;
  • c. gebouwen waarin meestal grote aantallen personen (> 50 pers.) gedurende een groot gedeelte van de dag aanwezig zijn, waartoe in ieder geval behoren:
    • 1. kantoorgebouwen en hotels met een bruto vloeroppervlak van meer dan 1.500 m² per object, voor zover zij niet behoren tot een Bevi-inrichting of;
    • 2. complexen waarin meer dan 5 winkels zijn gevestigd en waarvan het gezamenlijk bruto vloeroppervlak meer dan 1.000 m² bedraagt, voor zover zij niet behoren tot een Bevi-inrichting, en winkels met een bruto vloeroppervlak van meer dan 2.000 m² per winkel, voor zover in die complexen of in die winkels een supermarkt, hypermarkt of warenhuis is gevestigd en voor zover zij niet behoren tot een Bevi-inrichting;
  • d. kampeer- en andere recreatieterreinen bestemd voor het verblijf van meer dan 50 personen gedurende meerdere aaneengesloten dagen, voor zover zij niet behoren tot een Bevi-inrichting.
1.26 kunstobject

een bouwwerk, geen gebouw zijnde, of onderdelen van bouwwerken die worden aangemerkt als uitingen van één der beeldende kunsten.

1.27 landschappelijke waarden

het geheel van waarden in verband met bijzondere waarneembare landschappelijke kenmerken van een gebied of object, in de zin van karakteristieke verschijningsvorm, herkenbaarheid/identiteit en diversiteit, dat bestaat uit aardkundige, archeologische, cultuurhistorische en visueel-ruimtelijke waarden die wordt bepaald door de onderliggende samenhang en beïnvloeding van levende en niet levende (abiotische) natuur.

1.28 nutsvoorzieningen

voorzieningen ten behoeve van algemeen nut in ruime zin zoals: voorzieningen / installaties ten behoeve van gas, water en elektriciteit, signaalverdeling, telecommunicatieverkeer, waterzuivering, waterbeheersing, waterhuishouding, vuil- en afvalverwerking, compostering, wijkverwarming, milieuvoorzieningen e.d.

1.29 peil

0.30 m' boven de kruin van de weg.

1.30 verblijfsrecreatie

recreatie in ruimten of voorzieningen welke zijn bestemd of opgericht voor recreatief nachtverblijf, zoals een recreatiewoning, groepsaccommodatie, pension, bed & breakfast of kampeermiddel door personen die hun hoofdwoonverblijf elders hebben.

1.31 water

al het oppervlaktewater zoals sloten, greppels, (infiltratie)vijvers, kanalen, beken en andere waterlopen, ook als deze incidenteel of structureel droogvallen.

1.32 waterhuishoudkundige voorzieningen

voorzieningen die nodig zijn ten behoeve van een goede wateraanvoer, waterafvoer, waterberging, hemelwaterinfiltratie en waterkwaliteit (zoals duikers, stuwen, infiltratievoorzieningen, gemalen, inlaten, sloten, greppels en vijvers, ook als deze incidenteel of structureel droogvallen etc.).

1.33 Wet geluidhinder

Wet van 16 februari 1979 (Stb. 99) houdende regels inzake het voorkomen of beperken van geluidhinder, zoals deze luidde op het moment van terinzagelegging van het ontwerp van dit bestemmingsplan.

1.34 Wet milieubeheer

Wet van 13 juni 1979 (Stb. 442) houdende regelen met betrekking tot een aantal algemene onderwerpen op het gebied van de milieuhygiëne, zoals deze luidde op het moment van terinzagelegging van het ontwerp van dit bestemmingsplan.

1.35 Wet ruimtelijke ordening

Wet van 20 oktober 2006 (Stb. 2006, nr. 566) houdende nieuwe regels omtrent de ruimtelijke ordening, zoals deze luidde op het moment van terinzagelegging van het ontwerp van dit bestemmingsplan.

Artikel 2 Wijze van meten

Bij toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten:

2.1 bebouwingspercentage

een aangegeven percentage, dat de grootte van het deel van het bouwvlak aangeeft dat maximaal mag worden bebouwd.

2.2 de bouwhoogte van een bouwwerk:

vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes, liftopbouwen, installatieruimten en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen.

2.3 de oppervlakte van een bouwwerk:

tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk.

2.4 ondergeschikte bouwdelen

bij de toepassing van het bepaalde ten aanzien van het bouwen wordt de overschrijding van de bouwgrens door ondergeschikte bouwdelen, zoals plinten, pilasters, kozijnen, gevelversieringen, gevel- en kroonlijsten, gevelisolatie, ventilatiekanalen, schoorstenen, reclameaanduidingen, luifels, erkers, balkons en overstekende daken e.d. buiten beschouwing gelaten, mits de overschrijding van de bouwgrens en/of bouwhoogte niet meer dan 1 meter bedraagt.

Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels

Artikel 3 Groen

3.1 Bestemmingsomschrijving

De voor `Groen´ aangewezen gronden zijn bestemd voor:

  • a. groenvoorzieningen
  • b. bermen en beplanting
  • c. onverharde paden
  • d. speelvoorzieningen
  • e. water en waterhuishoudkundige voorzieningen
  • f. behoud, herstel en het verbeteren van de cultuurhistorische groene landschappelijke waarden
  • g. extensief recreatief medegebruik

met de daarbij behorende

  • h. bouwwerken, geen gebouwen zijnde.
3.2 Bouwregels
3.2.1 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde

Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, geldt een maximum bouwhoogte van 4 m, met dien verstande dat voor erf- of perceelsafscheidingen de maximum bouwhoogte 1 m bedraagt indien die op minder dan 1 m van openbaar toegankelijk gebied zijn gesitueerd. De bouwhoogte van erf- en perceelsafscheidingen mag maximaal 2 m zijn indien die op meer dan 1 m van openbaar toegankelijk gebied zijn gesitueerd.

3.3 Specifieke gebruiksregels

Tot een gebruik, strijdig met deze bestemming, zoals bedoeld in lid 3.1 wordt in ieder geval gerekend:

  • a. het opslaan, storten of bergen van materialen, goederen, producten en mest, anders dan ten dienste van de bestemming;
  • b. het bedrijfsmatig vervaardigen, be- en verwerken of herstellen van goederen en/of producten, zonder dat dit direct verband houdt met de bestemming;
  • c. (detail)handel en dienstverlening zonder dat dit direct verband houdt met de bestemming;
  • d. het uitoefenen van lawaaisporten (racen/crossen met en beproeven van motoren en motorvoertuigen) en het vliegen met een verbrandingsmotor uitgeruste modelvliegtuigen;
  • e. verblijfsrecreatie, waarbij gebruik gemaakt wordt van kampeermiddelen.

3.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of werkzaamheden
3.4.1 Werken en werkzaamheden

Het is verboden op de gronden met de bestemming `Groen´ zonder of in afwijking van een schriftelijke vergunning van burgemeester en wethouders (omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerken zijnde, of van werkzaamheden) de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden uit te voeren of te laten uitvoeren:

  • a. het aanbrengen van diepwortelende beplantingen en bomen, anders dan het herplanten van gerooide/gevelde bomen en opgaande beplanting;
  • b. het verwijderen van bomen en opgaande beplanting;
  • c. het aanleggen of verwijderen van wegen of paden en/of het aanbrengen van oppervlakteverhardingen (zoals split, puin, klinkers of asfalt);
  • d. het uitvoeren van grondbewerkingen, waartoe worden gerekend het verlagen of ophogen van de bodem, het afgraven, woelen, mengen, diepploegen en egaliseren;
  • e. het aanleggen, vergraven, verruimen of dempen van sloten, vijvers en andere wateren;
  • f. werken of werkzaamheden die de waterhuishouding beïnvloeden, zoals het (onder)bemalen, het onttrekken van grondwater door het slaan van putten en het aanbrengen van drainage.
3.4.2 Uitzonderingen

Het in lid 3.4.1 vervatte verbod is niet van toepassing op werken en werkzaamheden:

  • a. welke tot het normale onderhoud en/of beheer worden gerekend;
  • b. waarvoor een vergunning is vereist krachtens de Ontgrondingenwet, welke is verleend en van kracht is;
  • c. het aanbrengen van ondergrondse (infrastructurele) transport-, energie- en/of telecommunicatieleidingen, binnen het profiel van bestaande paden en met dien verstande dat bovengenoemde leidingen niet gericht mogen zijn op het transport van gevaarlijke stoffen waardoor de kans bestaat van 1 op de 1.000.000 per jaar dat een persoon die onafgebroken en onbeschermd op een plaats buiten deze leiding zou verblijven, overlijdt als rechtstreeks gevolg van een ongewoon voorval ter plaatse van die leiding waarbij een gevaarlijke stof is betrokken;
  • d. waarvoor een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen gebouwen zijnde, of van werkzaamheden is verleend en welke ten tijde van inwerkingtreding van het bestemmingsplan reeds in uitvoering waren dan wel daarna worden uitgevoerd.
3.4.3 Toelaatbaarheid

De in lid 3.4.1 genoemde omgevingsvergunning kan slechts worden verleend indien:

  • a. de werken of werkzaamheden noodzakelijk zijn in verband met het groen- en landschapsbeheer of recreatief medegebruik;
  • b. geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de cultuurhistorische groene landschappelijke waarden zoals beschreven in lid 3.1. Voor de beoordeling van de vraag of sprake is van onevenredige afbreuk dient in ieder geval rekening gehouden te worden met de op het betreffende gebied betrekking hebbende kwalitatieve gebiedsbeschrijving opgenomen in de Bijlage bij de regels: Bijlage 1 Kwalitatieve beschrijving cultuurhistorische groene landschappelijke waarden van het Gloeilampplantsoen.

Artikel 4 Leiding - Gas

4.1 Bestemmingsomschrijving

De voor `Leiding - Gas´ aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor:

  • a. de aanleg, de instandhouding en bescherming van een (ondergrondse) gastransportleiding, tevens omvattend een strook van 4 m ter weerszijden van de aangeduide leiding;
  • b. met de daarbij behorende bouwwerken, geen gebouwen zijnde.

In geval van strijdigheid van bepalingen gaan de bepalingen van dit artikel vóór de bepalingen die ingevolge andere artikelen op de desbetreffende gronden van toepassing zijn.

4.2 Bouwregels
4.2.1 Bouwen op grond van andere bestemmingen

In afwijking van het bepaalde bij de andere op de verbeelding aangewezen bestemming (basisbestemming) mogen op of in de gronden binnen het op de verbeelding aangegeven bestemmingsvlak behorende bij de bestemming `Leiding - Gas´ geen gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden gebouwd anders dan ten behoeve van die bestemming.

4.3 Afwijken van de bouwregels

Burgemeester en wethouders kunnen, mits de veiligheid met betrekking tot de gasleiding niet wordt geschaad geen beperkt kwetsbare objecten en kwetsbare objecten worden toegelaten, bij omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 4.2.1, en toestaan bouwwerken ten behoeve van de op deze gronden liggende basisbestemming worden gebouwd, mits vooraf advies wordt ingewonnen van de betreffende leidingbeheerder.
Bij het bouwen zijn de regels van de betreffende basisbestemming van toepassing.

4.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden
4.4.1 Werk en werkzaamheden

Het is verboden op de gronden met de bestemming Leiding - Gas zonder of in afwijking van een schriftelijke vergunning van burgemeester en wethouders (omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerken zijnde, of van werkzaamheden) de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden uit te voeren of te laten uitvoeren:

  • a. het ontgronden, afgraven, egaliseren, diepploegen en ophogen van gronden en/of het anderszins wijzigen van de bodemstructuur;
  • b. het verrichten van grondroeractiviteiten, bijvoorbeeld voor het aanbrengen van rioleringen, kabels, leidingen en drainage, anders dan normaal spit- en ploegwerk;
  • c. het aanbrengen van diepwortelende en/of hoogopgaande beplanting;
  • d. het aanbrengen van gesloten verhardingen;
  • e. het indrijven van voorwerpen in de bodem;
  • f. het opslaan van goederen waaronder ook begrepen het opslaan van afvalstoffen;
  • g. het aanleggen van waterlopen of het vergraven, verruimen of dempen van bestaande waterlopen;
  • h. het rooien van diepwortelende beplanting en bomen.

4.4.2 Uitzonderingen

Het in artikel 4.4.1 opgenomen verbod is niet van toepassing op werken, geen bouwwerken zijnde of op werkzaamheden welke:

  • a. het normale onderhoud betreffen overeenkomstig de ter plaatse van toepassing zijnde bestemmingen, dan wel van ondergeschikte betekenis zijn en/of voortvloeien uit het normale gebruik overeenkomstig de ter plaatse van toepassing zijnde bestemmingen;
  • b. waarvoor een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen gebouwen zijnde, of van werkzaamheden is verleend en welke ten tijde van inwerkingtreding van het bestemmingsplan reeds in uitvoering waren dan wel daarna worden uitgevoerd.

4.4.3 Toelaatbaarheid

De in artikel 4.4.1 genoemde vergunning wordt slechts verleend, indien het behoud van een veilige ligging van de leiding en de continuïteit van de functie van de betreffende leiding zijn gewaarborgd, met dien verstande dat alvorens te beslissen omtrent een vergunning als bedoeld in artikel 4.4.1 burgemeester en wethouders advies inwinnen bij de betreffende leidingbeheerder.

Hoofdstuk 3 Algemene regels

Artikel 5 Anti-dubbeltelregel

Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.

Artikel 6 Algemene gebruiksregels

6.1 Gebruik overeenkomstig de bestemming

Al dan niet in afwijking van het bepaalde in de bestemmingsregels van Hoofdstuk 2 wordt ter plaatse van een functie-aanduiding het gebruik van gronden en opstallen in overeenstemming met die functie-aanduiding aangemerkt als gebruik overeenkomstig die bestemming.

Artikel 7 Algemene aanduidingsregels

7.1 geluidzone - industrie
  • a. Op de gronden gelegen binnen de gebiedsaanduiding 'geluidzone - industrie' zijn de volgende gebouwen dan wel delen van gebouwen niet toegestaan:
    • 1. woningen;
    • 2. verblijfsruimten van andere geluidgevoelige gebouwen, zoals bedoeld in de Wet geluidhinder en het Besluit geluidhinder. Voornoemde verblijfsruimten zijn opgenomen in artikel 1.1 onderdeel d van het Besluit geluidhinder;
  • b. het bepaalde in sub a is niet van toepassing op de onder sub a bedoelde (verblijfsruimten van) gebouwen als:
    • 1. de gevels ter plaatse van de aanduiding 'geluidzone - industrie' als dove gevel worden uitgevoerd;
    • 2. de geluidcontour is ingetrokken;
    • 3. de geluidcontour is gewijzigd en zodanig aangepast dat voornoemde (verblijfsruimten van) gebouwen buiten de contour vallen dan wel de geluidbelasting op de gevels niet hoger is dan 50 dB(A).

7.2 veiligheidszone - gasontvangststation 1

Binnen de gebiedsaanduiding 'veiligheidszone - gasontvangststation 1' mogen geen beperkt kwetsbare objecten worden gebouwd/opgericht.

7.3 veiligheidszone - gasontvangststation 2

Binnen de gebiedsaanduiding 'veiligheidszone - gasontvangststation 2' mogen geen kwetsbare objecten worden gebouwd/opgericht.

Artikel 8 Algemene afwijkingsregels

8.1 Binnenplans afwijken

Het bevoegd gezag kan, mits geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan het straat- en bebouwingsbeeld, de woonsituatie, de milieusituatie, de verkeersveiligheid, de sociale veiligheid en de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden, bij een omgevingsvergunning afwijken van:

  • a. de bij recht in de regels gegeven maten, afmetingen, percentages tot niet meer dan 10 % van die maten, afmetingen en percentages;
  • b. de regels ten aanzien van de hoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, en toestaan dat de maximum hoogte van de bouwwerken, geen gebouwen zijnde, wordt vergroot tot 10 m, met dien verstande dat de maximum bouwhoogte van erfafscheidingen 2 m is;
  • c. de regels ten aanzien van de hoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, en toestaan dat de maximum bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten behoeve van kunstwerken en van zend-, ontvang- en/of sirenemasten 20 m is en het bebouwd oppervlak niet meer is dan 10 m2;
  • d. de regels ten aanzien van de realisatie van gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, en toestaan dat bouwwerken ten behoeve van het opwekken van duurzame energie worden opgericht met een gezamenlijke maximum bebouwd oppervlak van 80 m2 en een bouwhoogte van maximaal 3,5 m;
  • e. de regels ten aanzien van de realisatie van gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, en toestaan dat nutsvoorzieningen worden opgericht met een gezamenlijke maximum bebouwd oppervlak van 40 m2 en een bouwhoogte van maximaal 3,5 m

Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels

Artikel 9 Overgangsrecht

9.1 Overgangsrecht bouwwerken

Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot:

  • a. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd;
  • b. na het tenietgaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de van de omgevingsvergunning voor het bouwen wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan.
9.2 Afwijken

burgemeester en wethouders kunnen eenmalig bij een omgevingsvergunning afwijken van lid 9.1 voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in lid 9.1 met maximaal 10%.

9.3 Uitzondering op het overgangsrecht bouwwerken

Lid 9.1 is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan.

9.4 Overgangsrecht gebruik

Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet.

9.5 Strijdig gebruik

Het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld in lid 9.4, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind.

9.6 Verboden gebruik

Indien het gebruik, bedoeld in lid 9.4, na het tijdstip van inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten.

9.7 Uitzondering op het overgangsrecht gebruik

Lid 9.4 is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.

Artikel 10 Slotregel

Deze regels worden aangehaald als:

Regels van het bestemmingsplan Strijp T (hoek Beukenlaan - Achtseweg-zuid).

Bijlage bij regels

Bijlage 1 Kwalitatieve beschrijving cultuurhistorische groene landschappelijke waarden van het Gloeilampplantsoen

Het beleid ten aanzien van de groenfunctie in Eindhoven is vastgelegd in het Groenbeleidsplan 2017. Dat plan gaat uit van vier sporen. Hieronder worden de cultuurhistorische en groene waarden van het Gloeilampplantsoen bezien in het licht van deze sporen.

Spoor: verhaal van de stad

‘Het Gloeilampplantsoen’ is in de volksmond de benaming van het plantsoen op de hoek van de spoorlijn Eindhoven-Den Bosch en de Ring. Lange tijd is het historisch belang van dit plantsoen niet onderkend geweest. Echter in het kader van het Groenbeleidsplan 2017 en de ontwikkeling van de spoorzone staan behoud en herstel van het oorspronkelijk ontwerp weer vol in de aandacht. Oude foto’s lieten al zien dat het om iets bijzonders ging, maar lange tijd is onbekend gebleven wie de ontwerper was. De cultuurhistorische verkenning van Strijp R (2007) gaf hier voor het eerst uitsluitsel over. Het bleek een plantsoen naar ontwerp van Ir. Louis Christiaan Kalff, dat werd aangelegd voor lunchpauzes van het personeel en dat openbaar toegankelijk was voor de bewoners van Eindhoven. Het plantsoen is een late representant van de 'Company Town' gedachte die de directeuren van Philips aanhingen.

Architect en ontwerper Louis C. Kalff was in ons land een pionier op het gebied van de industriële vormgeving. Hij stond aan de wieg van de Design Academy Eindhoven. Vanaf 1925 werd hij in dienst gesteld bij Philips om de reclame een modern gezicht te geven. Hij kreeg het volste vertrouwen van Anton Philips en kreeg steeds meer ruimte om uiteindelijk uit te groeien tot het artistiek geweten van Philips. Naast affiches ontwierp hij ook verpakkingen en gaandeweg hield hij zich ook bezig met de vormgeving van Philipsproducten en uiteindelijk ook met gebouwen. Zo ontwierp hij het Dr. A. F. Philips Observatorium in het Stadswandelpark in Eindhoven. In 1958 werkte hij samen met niemand minder dan Le Corbusier aan het Philipspaviljoen voor de wereldtentoonstelling in Brussel. Na zijn pensionering in 1960 werkte hij nog voor Philips aan het Evoluon. Een zeer grote naam voor Eindhoven dus en alle reden om zijn Gloeilampplantsoen naar waarde te schatten en in ere te herstellen.

Ontstaan van het Gloeilampplantsoen

De mooie oriëntatie van fabriekspanden op de spoorlijn Eindhoven-Den Bosch is te danken aan de goederensporen die over het terrein van het Philips-bedrijventerrein Strijp T liepen.

afbeelding "i_NL.IMRO.0772.80288-0301_0045.png"

Figuur: Verloop van sporen over Strijp R, S en T

afbeelding "i_NL.IMRO.0772.80288-0301_0046.png"

Foto: Restant van het spoor over het bedrijventerrein Strijp T (1992)

De ‘overhoeken’ die hierdoor ontstonden werden ingevuld als groene omlijsting van het bedrijventerrein. Het Gloeilampplantsoen is onderdeel van deze groene omlijsting en werd ingevuld als parkje waarin het personeel lunchpauze kon houden. Het was openbaar toegankelijk en dus ook voor de bewoners van Eindhoven. Het Gloeilampplantsoen is een uiting van de Company Town gedachte die na Anton Philips (1922-1939) ook bij de volgende directeuren Frans Otten (1939-1961) en Frits Philips (1961- 1971) nog hoog in het vaandel hadden.

Na aanleg Gloeilampplantsoen

Net na aanleg is op onderstaande foto's goed te zien dat het padenpatroon een grafische abstrahering van een gloeilamp is. De fitting is een vijver en de glazen ballon wordt door planvlakken met opgaand groen omlijst. De beplanting bestaat uit soorten die nu als typerend voor de jaren '60 worden gezien.

afbeelding "i_NL.IMRO.0772.80288-0301_0047.png"

Foto: Strijp T en Gloeilampplantsoen (net na aanleg) circa 1960 (EinB 27507)

afbeelding "i_NL.IMRO.0772.80288-0301_0048.png"

Foto: Gebouw QT gezien vanuit het Gloeilampplantsoen ter hoogte van pijl op foto EinB 27507 (EinB 27509)

Het Gloeilampplantsoen dateert uit de hoogtijdagen van het groen in Eindhoven. Zowel Philips als de gemeente in de persoon van de heer F. Fontaine (hoofd Dienst plantsoenen) pakten uit met rozenperken, vijvers en rijke beplantingsplannen met vaste planten, bloemrijke heesters en een soortenrijkdom aan bomen. Elk seizoen had de aandacht gezien de toepassing van bloesem, herfstkleur, besdragers en wintergroen. Deze foto’s laten zien dat het Gloeilampplantsoen en de groene omlijsting van Strijp T als één geheel ontworpen waren. Ook de beplanting van de spoordijk speelde een rol in het rijke groene beeld van de Achtseweg Zuid. Omdat historische foto’s van de groene omlijsting ontbreken, volgt hieronder een reconstructie aan de hand van recentere foto’s.

afbeelding "i_NL.IMRO.0772.80288-0301_0049.png"

Foto : Gloeilampplantsoen in 1964 (EinB 3469)

afbeelding "i_NL.IMRO.0772.80288-0301_0050.png"

Foto: Beplanting spoordijk en entree Strijp T bij gebouw QT langs de Achtseweg Zuid (EinB 28346)

afbeelding "i_NL.IMRO.0772.80288-0301_0051.png"

Foto: Gloeilampplantsoen 1973-1982 (RHCE 251054)

afbeelding "i_NL.IMRO.0772.80288-0301_0052.png"

Foto: Gloeilampplantsoen ca. 1998 (Geogids historische vogelvlucht)

Bovenstaande luchtfoto uit 1998 toont het Gloeilampplantsoen nog in vol ornaat. Nadien treedt ontmanteling op die naar alle waarschijnlijkheid het gevolg is van de verkoop van het gebied aan een onroerend goed ontwikkelaar. De plannen van de ontwikkelaar bleken beleidsmatig, noch qua bestemming haalbaar. Daardoor kwam het dat Gloeilampplantsoen 'braak' is komen te liggen (dat wil zeggen er werd geen onderhoud meer gepleegd en het gebied werd min of meer aan z'n lot overgelaten). Desondanks bleef het padenpatroon nog lange tijd herkenbaar (zie foto hieronder).

Ook de kaart (zie § 1.3) van het geldend bestemmingsplan Bedrijventerrein Zwaanstraat- Strijp T 2006 bevat een weergave van het padenpatroon.

afbeelding "i_NL.IMRO.0772.80288-0301_0053.png"

Foto: Gloeilampplantsoen met nog herkenbaar padenpatroon (2008)

Het Gloeilampplantsoen is ook vandaag de dag nog erg geliefd bij de Eindhovenaren. Zelfs nu er al jaren geen onderhoud meer is gepleegd. Een aantal van hen heeft zich verenigd in 'De Vrienden van het Gloeilampplantsoen'. Zij hebben een prijsvraag gewonnen en mochten van de toenmalig eigenaar het padenpatroon weer zichtbaar maken (2012).

afbeelding "i_NL.IMRO.0772.80288-0301_0054.png"

Foto: Na het herstel van de paden. Het bomenbestand verraadt nog een hoogwaardig beplantingsplan (website de Architect).

afbeelding "i_NL.IMRO.0772.80288-0301_0055.png"

Foto: Het padenpatroon is verwijderd als gevolg van de verrichte grondwerkzaamheden.

Omlijstend groen

Het omlijstend groen van Strijp T is in 2015 nog redelijk intact. Het beplantingsplan is ook ‘grafisch’ van aard: duidelijk zichtbaar is een ritmiek van Sorbus bolletjes met op gezette tijden een piramidaaltje Pinus. De bloeiende heesters zijn dusdanig gekozen dat deze lager blijven dan de kronen van de bomen. Helaas zijn de Sorbussen aan het einde van hun levensduur en is deze omlijsting in 2017 ernstig aan het aftakelen.

afbeelding "i_NL.IMRO.0772.80288-0301_0056.png"

Foto: redelijk intact omlijstend groen van Strijp T in zuidelijke richting (2015)

afbeelding "i_NL.IMRO.0772.80288-0301_0057.png"

Foto: redelijk intact omlijstend groen van Strijp T in noordelijke richting (2015)

afbeelding "i_NL.IMRO.0772.80288-0301_0058.png"

Foto: Zelfde locatie als hierboven; na de spoorverdubbeling in 2016 is de beplanting van de spoordijk verdwenen.

Spoor: waarde van het Gloeilampplantsoen

Structuur

Het Gloeilampplantsoen is onderdeel van de noordwestelijke groene wig en is hiermee onderdeel van de hoofdgroenstructuur van de stad. Samen met het andere groen rond de spoorlijn vormt het één van de radiale groene verankeringen van deze wig binnen het stedelijke gebied. Als onderdeel van deze structuur vormt het een belangrijke schakel tussen enerzijds de fijnmazige groene dooradering van de stad en anderzijds Brainport Park en het Groene Woud. Behoud van het plantsoen in relatie met het omlijstend groen van Strijp T en de Groene corridor is van belang voor de instandhouding en de ontwikkeling van de groenstructuur als een samenhangend stadsdekkend netwerk.

Voor de beleving vanaf de spoorlijn Eindhoven-Den Bosch vormt het Gloeilampplantsoen samen met de groene omlijsting van Strijp T en de waardevolle plantsoenen aan de andere zijde van de spoorlijn een essentieel onderdeel van de groene entree van de stad via het spoor. Het spoor geeft een beter zicht op wat Eindhoven als centrum van Brainport regio inhoudt dan de snelweg. Het spoor doorsnijdt vanuit Den Bosch het centrum van het Groene Woud, maakt dan een koude doorsnede door Eindhoven inclusief het centrum om vervolgens richting Helmond het centrum van het Rijk van Dommel en Aa aan te doen. Het spoor verdient dus nadrukkelijk om als 'voorzijde' behandeld te worden. Herstel van het Gloeilampplantsoen in samenhang met de groene omlijsting van Strijp T speelt hier een belangrijke rol in.

De Ring is de enige weg van waaruit de structuur van de stad optimaal te beleven is. Gaande over deze rondweg worden achtereenvolgens de verschillende bloembladen en wiggen doorsneden (zie kaartbeeld: Structuren). Voor de oriëntatie op een cirkel is het herkenbaar maken van deze beleving van groot belang. Ook hier speelt het Gloeilampplantsoen weer een rol als groene wig tussen de bloembladen Woensel en Strijp.

Functie

De Groene corridor is een recreatieve verbinding tussen de centra van Eindhoven en Oirschot. Via de groene omlijsting van Strijp T staat het Gloeilampplantsoen in verbinding met de Groene corridor en hiermee met een groter recreatief netwerk. Het Gloeilampplantsoen is een te bezoeken rustoase op deze route.

Als onderdeel van de hoofdgroenstructuur heeft het Gloeilampplantsoen sowieso betekenis voor natuur, waterberging en koeling. Deze functies zijn echter ondergeschikt aan de cultuurhistorische identiteit en de recreatieve functie.

Cultuurhistorie

Het ontwerp van het Gloeilampplantsoen is van de hand van ir. L.C. Kalff (1897 - 1976) wiens naam ook verbonden is aan de vormgeving van vele door Philips gepoduceerde producten, maar ook aan ontwerpen van bijzondere en unieke gebouwen. Ir. L.C. Kalff was in ons land pionier op het gebied van de industriële vormgeving en hij stond aan de wieg van de Design Academy Eindhoven Alleen al vanwege deze grote naam is het behoud van het plantsoen groot belang. Bebouwing of andere wijziging zou afbreuk doen aan zijn grafisch ontwerp.

Het Gloeilampplantsoen moet gezien worden als belangrijk groenrelict uit de periode waarin het bedrijf Philips, in de persoon van Anton Philips (1922-1939) en later Frans Otten (1939-1961) en Frits Philips (1961-1971), zich liet inspireren door de Engelse Company Town-gedachte en de tuinstadbeweging van Ebenezer Howard. Het hoort thuis in het rijtje 'Green' van de wijk Philipsdorp en het Philips De Jongh Wandelpark. De Green is verloren gegaan door de realisatie van het huidige PSV stadion en het Stadionkwartier. Alleen het Philips De Jongh Wandelpark is beschermd en dus bewaard gebleven. Het unieke karakter en de cultuurhistorische waarden van het Gloeilampplantsoen vragen om een vergelijkbare bescherming.

afbeelding "i_NL.IMRO.0772.80288-0301_0059.png"

Figuur: Bewerkte afbeelding uit Cultuurhistorische verkenning Strijp R van Urban Fabric | Steenhuis stedenbouw / landschap).

De gloeilamp staat symbool voor de gloeilampfabriek van Philips waardoor Eindhoven zich heeft ontwikkeld tot de stad die het nu is. Dat het ontwerp van de hand van ir. l.C. Kalff is en dat het plantsoen is gelegen op een zeer goede zichtlocatie langs het spoor en de Ring maakt het tot een icoon van Brainport.

Kwaliteit ontwerp en beplanting

Het padenpatroon, de vijver en beplanting vormen samen een grafische weergave van een gloeilamp. Helaas is niet bekend wie het beplantingsplan heeft gemaakt. Maar Philips werkte niet met de eerste de beste (denk aan Springer en Tersteeg). Zelfs in de huidige slechte staat is nog te zien dat het om een vakkundig beplantingsplan gaat, dat een geheel vormde met de groene omlijsting van Strijp T. Een enorme soortenrijkdom is ‘grafisch’ toegepast: elke vorm en textuur kwam optimaal tot zijn recht. Dergelijke beplantingsplannen zijn typerend voor de rijke periode waarin F. Fontaine bij de gemeente Eindhoven werkzaam was.

Spoor: ambitie

Het Gloeilampplantsoen is onderdeel van het Prioritair gebied Spoorzone. Vanuit de ontwikkeling van de spoorzone heeft behoud en versterken van de hoofdgroenstructuur langs het spoor en de Ring de volle aandacht.

afbeelding "i_NL.IMRO.0772.80288-0301_0060.png" afbeelding "i_NL.IMRO.0772.80288-0301_0061.png"

Figuur: Uitsnede Ambitiekaart; Gloeilampplantsoen is onderdeel van het Prioritair gebied spoorzone.

Vanuit Brainport en het groenbeleid wordt vol ingezet op het benutten van de cultuurhistorische waarden van de locatie. Dit sluit aan bij het speerpunt cultuurhistorie van het Groenbeleidsplan 2017. Met het verhaal van de plek en het belang hiervan voor de stad wordt geprobeerd om de eigenaar van de grond te inspireren om bij te dragen aan dit belang. In het kader van Brainport Park wordt de recreatieve verbinding 'de Groene corridor' gerealiseerd. Net als het Philips de Jongh Wandelpark zou ook het Gloeilampplantsoen als een bijzonder (groen) Philipsrelict aan deze recreatieve route geknoopt kunnen worden. De groene omlijsting van Strijp T, waar het Gloeilampplantsoen deel van uitmaakt, zal hiervoor verbinding moeten krijgen met de Groene corridor.

Evenwijdig langs de spoorlijn is tevens voorzien in een ecologische verbindingszone. Heesters van het oorspronkelijke beplantingsplan kunnen zorgdragen voor beschutting op een dergelijke ecologische verbinding. De westzijden van de gebieden Strijp S, T en R zijn onderdeel van een te versterken groenstructuur rond het bloemblad Strijp (zie figuur Structuur).

Spoor: groenbeleid

Onderhavig plangebied, evenals de volledige groenstructuur langs het spoor, de reeds aanwezige groene omlijsting van het bloemblad Strijp en de Groene corridor zijn in het Groenbeleidsplan 2017 aangeduid als 'Structureel stadsgroen'.

afbeelding "i_NL.IMRO.0772.80288-0301_0062.png"

Figuur: Uitsnede kaart ruimtelijke strategieën

In dit gebied wordt als ordeningsprincipe de volgende strategie aangehouden:

Dit gebied is bedoeld voor de groene dooradering van de stad, voor extensieve recreatie en ontspanning (parken), natuur en waterberging. Het beleid is gericht op het versterken van de functionaliteit van dit gebied en op het verbinden tot robuuste groenstructuren. Het oprichten van bebouwing is hier niet toegestaan. Toevoeging van niet-groene voorzieningen is slechts mogelijk als sprake is van een zwaarwegend maatschappelijk belang, als er geen alternatieven voorhanden zijn, als door een 'groen-inclusief ontwerp' de groene kwaliteit tenminste wordt gehandhaafd en als compensatie plaatsvindt van de per saldo verloren deel van de groenstructuur.