| Plan: | Bedrijventerrein Eindhoven Airport |
|---|---|
| Status: | vastgesteld |
| Plantype: | bestemmingsplan |
| IMRO-idn: | NL.IMRO.0772.80003-0301 |
Het voorontwerp bestemmingsplan 'Bedrijventerrein Eindhoven Airport' heeft vanaf 8 april 2010 tot en met 19 mei 2010 in het kader van de inspraak ingevolge de 'Verordening Samenspraak en Inspraak gemeente Eindhoven 2008' ter inzage gelegen. Gedurende deze periode is iedereen in de gelegenheid gesteld een reactie ten aanzien van het voorontwerp in te dienen.
Tevens is het voorontwerp van dit bestemmingsplan in het kader van het overleg ex artikel 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) naar diverse instanties gezonden. De ontvangen reacties zijn hieronder samengevat en voorzien van een standpunt van burgemeester en wethouders. In de onderstaande tabel staan de reacties uit het vooroverleg en de reacties uit de inspraak. Na het antwoord op de reacties volgen de eventuele wijzigingen in het bestemmingsplan.
| Indiener overlegreactie | |
|
1. Luchtverkeersleiding Nederland, Postbus 75200, 1116 ZT Luchthaven Schiphol Brief d.d. 15 april 2010 |
|
| Samenvatting zienswijze | Antwoord |
| Geen bezwaar aangezien de geplande bebouwing buiten de invloedssfeer van LVNL apparatuur blijft. |
Deze opmerking wordt voor kennisgeving aangenomen. |
| Besluit | |
| Geen wijzigingen aanbrengen. |
|
| Wijzigingen in het bestemmingsplan | |
| Geen. |
|
| Indiener overlegreactie | |
|
2. Rijkswaterstaat, Afdeling Planvorming en advies, 's-Hertogenbosch E-mail d.d. 18 mei 2010 |
|
| Samenvatting zienswijze | Antwoord |
| Geen belangen van Rijkswaterstaat in het geding en anderszins geen aanleiding tot het maken van opmerkingen. |
Deze opmerking wordt voor kennisgeving aangenomen. |
| Besluit | |
| Geen wijzigingen aanbrengen. |
|
| Wijzigingen in het bestemmingsplan | |
| Geen. |
|
| Indiener overlegreactie | |
|
3. TenneT TSO B.V., Postbus 718, 6800 AS Arnhem Brief 04 mei 2010 |
|
| Samenvatting zienswijze | Antwoord |
| TenneT heeft geen ondergrondse hoogspanningskabels en geen bovengrondse hoogspanningslijnen in het plangebied. |
Deze opmerking wordt voor kennisgeving aangenomen. |
| Besluit | |
| Geen wijzigingen aanbrengen. |
|
| Wijzigingen in het bestemmingsplan | |
| Geen. |
|
| Indiener overlegreactie | |
|
4. Enexis B.V., Postbus 856, 6002 ED Weert Brief 10 mei 2010 |
|
| Samenvatting zienswijze | Antwoord |
| Enexis (voorheen Essent Netwerk) heeft geen 150/10 kV of 50/10 kV schakelstations of 50 kV transportverbindingen in het plangebied. |
Deze opmerking wordt voor kennisgeving aangenomen. |
| Besluit | |
| Geen wijzigingen aanbrengen. |
|
| Wijzigingen in het bestemmingsplan | |
| Geen. |
|
| Indiener overlegreactie | |
|
5. N.V. Nederlandse Gasunie, Postbus 19, 9700 MA Groningen Brief 10 mei 2010 |
|
| Samenvatting zienswijze | Antwoord |
| 1. In het plangebied ligt een 12”- 40 bar regionale aardgastransportleiding van de Gasunie. Hiervoor geldt een belemmerde strook van 4 meter ter weerszijden van de as van de leiding. 2. Door het voormalige Ministerie van VROM wordt momenteel gewerkt aan een nieuwe zoneringsregeling ter vervanging van de circulaire “Zonering langs hoge druk aardgastransportleidingen”uit 1984. De deterministische afstanden worden vervangen door een risicobeleid. 3. Uit het Geomedia Viewer systeem van de Gasunie blijkt dat binnen het plangebied de leiding geen plaatsgebonden risico overschrijding heeft. Met andere woorden: de 10-6 risicocontour ligt op 0 meter van de leiding. 4. Uitgaande van het nieuwe externe veiligheidsbeleid somt de Gasunie veiligheidsafstanden voor leidingnr. Z-506-01 op: - belemmerde strook ter weerszijden van de hartlijn van de leiding: 4 meter - 1% letaliteitsgrens: 140 meter - 100% letaliteitsgrens: 70 meter Vanwege de planontwikkeling binnen de 100% letaliteitsgrens adviseert de Gasunie om een groepsrisicoberekening te (laten) maken. 5. De Gasunie verzoekt om in de toelichting ook aandacht te besteden aan het op hande zijnde nieuwe externe veiligheidsbeleid. |
Ad. 1. Deze opmerking wordt voor kennisgeving aangenomen. Deze leiding is overigens als dubbelbestemming “Leiding – Gas” op de verbeelding opgenomen. De 'hartlijn leiding – gas' is als figuur opgenomen. Ad. 2 Deze opmerking wordt voor kennisgeving aangenomen. Ad. 3 Ter nadere toelichting zal deze opmerking verwerkt worden in de paragraaf over externe veiligheid in de toelichting van het bestemmingsplan. Ad. 4 Op dit moment geldt voor buisleidingen (hoge druk aardgasleidingen) nog steeds de circulaire “Zonering langs hoge druk aardgastransportleidingen”. Volgens deze circulaire hoeft het groepsrisico niet te worden meegenomen. Wel geldt voor een aardgasleiding een toetsingsafstand. Voor objecten categorie II (zoals industrieterreinen) geldt een toetsingsafstand van 4 meter vanaf de buisleiding. Deze zonering zal ook worden opgenomen in het bestemmingsplan. In de overlegreactie van de Gasunie is aangegeven dat het plaatsgebonden risico (10-6/jaar) 0 meter bedraagt. Ook geeft de Gasunie aan dat een strook van 4 meter aan weerszijden van de leiding dient te worden vrijgehouden van bebouwing i.v.m. werkzaamheden aan de leiding. Deze afstand wordt in acht gehouden. Omdat het plaatsgebonden risico 0 meter bedraagt en omdat de bebouwing industrie is, zal het groepsrisico nihil zijn. Dit is reeds gebleken bij eerdere berekeningen bij het industrieterrein GDC-Noord te Eindhoven. Verder is het bestemmingsplan conserverend van aard - er zijn geen nieuwe ontwikkelingen in opgenomen - waardoor het groepsrisico gelijk zal blijven. Wij zijn dan ook van mening dat een groepsrisicoberekening geen meerwaarde heeft. De risico's zijn ons bekend. Gelet op het bovengenoemde, en omdat de wet niet verplicht om een groepsrisicoberekening uit te voeren, zullen wij dit voor onderhavig bestemmingsplan niet laten uitvoeren. Ad. 5 Aan het nieuwe externe veiligheidsbeleid zal kort aandacht besteed worden in de toelichting. Omdat dit echter nog niet formeel in werking is getreden, blijft het geldende beleid de basis vormen. |
| Besluit | |
| Wijzigingen aanbrengen in de toelichting van het ontwerpbestemmingsplan. |
|
| Wijzigingen in het bestemmingsplan | |
| - Opmerking over plaatsgebonden risico (PR) wordt in de paragraaf over externe veiligheid in de toelichting opgenomen. - Aan het nieuwe externe veiligheidsbeleid wordt aandacht besteed in de toelichting. |
|
| Indiener overlegreactie | |
|
6. Provincie Noord-Brabant, directie ROH, Postbus 90151, 5200 MC 's-Hertogenbosch Brief 6 mei 2010 |
|
| Samenvatting zienswijze | Antwoord |
| 1. Provincie heeft provinciale belangen getoetst. Deze zijn opgenomen in: - Interimstructuurvisie Brabant in Ontwikkeling - Paraplunota ruimtelijke ordening - Verordening Ruimte, fase I Eerstgenoemde twee documenten consolideren grotendeels de uitgangspunten van het Streekplan 2002. 2. Een deel van het plangebied maakt volgens de Verordening, fase I deel uit van de EHS. Daarnaast zijn aangrenzende gronden opgenomen als Ecologische verbindingszone (EVZ). In het bestemmingsplan zijn deze gronden bestemd als 'Natuur'. In de regels staat dat het mogelijk is om bij voor 'Natuur' bestemde gronden te voorzien in de mogelijkheid tot oprichting van (onbepaalde) infrastructurele voorzieningen. Als het zwaarwegend maatschappelijk belang hiervan niet is aangetoond, leiden dergelijke voorzieningen tot aantasting van de EHS. Zolang het belang niet is aangetoond, en er geen alternatieven zijn afgewogen, is sprake van aantasting van het provinciaal belang. De provincie dringt aan op aanpassing van het plan. |
Ad. 1. Deze opmerking wordt voor kennisgeving aangenomen. Ad. 2 De regels worden aangepast waarbij meer rekening wordt gehouden met het verwoorde provinciale belang. Concreet worden alleen infrastructurele voorzieningen 'voorzover het betreft onverharde wegen en paden' toegestaan. Onverharde wegen en paden worden toegestaan omdat deze passen binnen de natuurbestemming en de EHS hierdoor niet wordt aangetast. |
| Besluit | |
| Wijziging aanbrengen in de regels van het ontwerpbestemmingsplan. |
|
| Wijzigingen in het bestemmingsplan | |
| Infrastructurele voorzieningen 'voorzover het betreft onverharde wegen en paden' zijn opgenomen in de doeleindenomschrijving van de bestemming 'Natuur'. |
|
| Indiener overlegreactie | |
|
7. Brabant Water N.V., Postbus 1068, 5200 BC 's-Hertogenbosch Brief 27 mei 2010 |
|
| Samenvatting zienswijze | Antwoord |
| 1. Tekstueel 'Brabant Water' schrijven. 2. Paragraaf 5.3 toelichting: - Het Provinciaal Waterplan Noord-Brabant 2010-2015 volgt het provinciaal Waterhuishoudingsplan op. - Door inwerkingtreding van de Waterwet is de provincie nog vergunningverlener voor (industriële) grondwateronttrekkingen > 150.000 m3/j, voor grondwaterwinningen t.b.v. de drinkwatervoorziening en voor (open) koude-/warmte opslagsystemen (KWO). De waterschappen geven vergunningen af voor beregening, blusvoorzieningen en bronbemalingen. 3. Indiener doet de volgende suggestie voor paragraaf 5.5.3. van de toelichting: “De Provinciale Milieuverordening Noord-Brabant 2010 (PMV) is per 01-03-2010 in werking getreden. Het plangebied is volledig gelegen binnen de zogenaamde boringsvrije zone behorende bij het aan de overzijde van het Beatrixkanaal gelegen waterwingebied. Sinds 1 januari 1996 vallen inrichtingen (bedrijven) alsmede de niet-inrichtingen (de zogenaamde werken) binnen de werkingssfeer van de Provinciale Milieuverordening Noord-Brabant (PMV). De boringsvrije zone is de zone waarbinnen (diepliggende) beschermende kleilagen niet zonder meer doorboord mogen worden. Bij niet-inrichtingen is het, behoudens een beschikking van Gedeputeerde Staten, verboden in boringsvrije zones de grond te roeren, inclusief het verrichten van grondboringen dieper dan 3 meter onder het maaiveld. Deze verbodsbepaling beperkt zich uitsluitend tot de boringsvrije zone en is gericht op het tegengaan van bodemaantastingen dieper dan 3 meter onder het maaiveld. Voor inrichtingen die vallen onder de Wet milieubeheer en gelegen zijn binnen de boringsvrije zone worden voor ingrepen op of in de bodem door het bevoegd gezag voorschriften aan de vergunning verbonden. Voor deze zone is geen regeling opgenomen in de planregels, aangezien de bepalingen in de Provinciale Milieuverordening afdoende zijn. Een dubbele toetsing dient voorkomen te worden.” |
Ad. 1 Dit wordt aangepast in de toelichting van het ontwerpbestemmingsplan. Ad. 2 De beleidsparagraaf in de toelichting van het ontwerpbestemmingsplan zal op deze punten worden aangepast/ geactualiseerd. Ad. 3 In feite actualiseert Brabant Water de paragraaf die in het voorontwerp zat. De beleidsparagraaf in de toelichting van het ontwerpbestemmingsplan zal overeenkomstig worden aangepast/ geactualiseerd. |
| Besluit | |
| Wijzigingen aanbrengen in de toelichting van het ontwerpbestemmingsplan. |
|
| Wijzigingen in het bestemmingsplan | |
| - Tekstueel 'Brabant Water' schrijven. - Tekst van beleidsparagraaf 5.3 wordt conform opmerkingen geactualiseerd. - Tekst van beleidsparagraaf 5.5.3 wordt conform opmerkingen geactualiseerd. |
|
| Indiener overlegreactie | |
|
8. VROM-Inspectie, Postbus 850, 5600 AW Eindhoven Brief 27 mei 2010 |
|
| Samenvatting zienswijze | Antwoord |
| 1. Het plan geeft aanleiding tot het maken van opmerkingen, gelet op de nationale belangen zoals die zijn verwoord in de Realisatieparagraaf Nationaal Ruimtelijk Beleid (RNRB, TK 2007-2008, 31500 nr 1). 2. Nationaal belang 09: milieukwaliteit en externe veiligheid. In de verantwoording groepsrisico is een aantal pm-posten opgenomen. Hierdoor kan de VROM-Inspectie niet beoordelen of de nationale belangen met betrekking tot externe veiligheid afdoende in het plan zijn meegenomen. Verzoek is om de toelichting hierop aan te passen. 3. Nationaal belang 42: militaire terreinen. In de toelichting wordt de vliegbasis onterecht onder het onderwerp 'gemeentelijk beleid' genoemd, terwijl dit rijksbeleid betreft (SMT2, ontwerp AMvB Ruimte) 4. Er wordt vermeld dat het aanwijzingsbesluit van het luchtvaartterrein van 18 december 2007 door de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State is vernietigd. Dit besluit is echter gedeeltelijk vernietigd, waaronder de geluidszone voor het luchtgebonden geluid. De Afdeling heeft in een voorlopige voorziening een nieuwe zone vastgesteld, deze heeft echter geen planologische doorwerking. Gezien het tijdelijke karakter van deze nieuwe geluidszone, verzoek ik u de geluidszone behorende bij de aanwijzing van 18 december 2007 planologisch te handhaven, tot dat een nieuwe geluidzone is vastgesteld. 5. Gesteld wordt dat de proefdraaifaciliteit van de vliegbasis Eindhoven een geluidszoneringsplichtige inrichting is. Niet alleen deze faciliteit, maar de totale vliegbasis moet worden gezien als een geluidzoneringsplichtige inrichting. De geluidszone voor het grondgebonden geluid behelst niet alleen het geluid van het proefdraaien van vliegtuigmotoren, maar ook het overige industriegeluid van de vliegbasis. 6. Op de verbeelding en in de toelichting is de ILS (Instrument Landing System) juist opgenomen. Zoals op de verbeelding is aangegeven, ligt een klein deel van het plangebied in de zogeheten 0-meter zone (20,3 meter boven NAP) en een deel ligt in de 10-meter zone (30,3 meter boven NAP). Artikel 12.3 van de planregels staat thans in alle ILS-zones een bouwhoogte toe van 12 meter boven maaiveld. Dit dient te worden aangepast in overeenstemming met de verschillende ILS-zones. 7. Aan de Luchthavenweg 63 is de Koninklijke Marechaussee gevestigd. Dit perceel heeft thans de bestemming Bedrijf – 2, ik geef u in overweging om hier een maatschappelijke (mede)bestemming aan toe te kennen. 8. In zijn algemeenheid kan gesteld worden dat de termen 'vliegbasis Eindhoven' (militair gedeelte van het luchtvaartterrein) en 'Eindhoven Airport'(civiele gedeelte van het luchtvaartterrein) worden verward. |
Ad. 1 Deze opmerking wordt voor kennisgeving aangenomen. Ad. 2 De toelichting wordt aangepast. De verantwoording groepsrisico zal in het ontwerpbestemmingsplan en het vastgestelde bestemmingsplan worden opgenomen. Met de nationale belangen wordt voldoende rekening gehouden. Ad. 3 De paragraaf over de vliegbasis Eindhoven wordt verplaatst van 'gemeentelijk beleid' naar 'nationaal beleid'. Ad. 4 De Afdeling Bestuursrechtspraak heeft bijlage I – waarop de geluidszone voor het militaire luchtvaartterrein staat aangegeven - van het besluit van de Staatssecretaris van 18 december 2007 vernietigd. De Afdeling Bestuursrechtspraak heeft de voorlopige voorziening getroffen dat de bij de uitspraak van 5 augustus 2009 (nr. 200800689/1) behorende kaart wordt geacht de bijlage I te zijn. Met andere woorden: de Afdeling vervangt de vernietigde geluidszone door de geluidszone 35 Ke bij de uitspraak. Dit om te voorkomen dat er een situatie ontstaat waarin nagenoeg geen beperkingen gelden ten aanzien van het gebruik van het militaire luchtvaartterrein. De VROM-inspectie verzoekt nu om toch weer de zone van het besluit van 18 december 2007 op te nemen. Wij achten dit echter niet wenselijk omdat de Afdeling Bestuursrechtspraak een voorlopige voorziening heeft getroffen. Die voorlopige voorziening vormt het huidige juridische kader. De “luchtvaartverkeerzone – ke contour” is in het bestemmingsplan opgenomen conform de voorlopige voorziening. Overigens heeft wethouder Fiers in haar brief van november 2009 ook richting VROM aangegeven dat wij de vigerende contour nu moeten opnemen. In de toelichting van het bestemmingsplan zal wel ter verduidelijking worden aangegeven dat het aanwijzingsbesluit niet geheel maar slechts gedeeltelijk vernietigd is. Ad. 5 Het is inderdaad juist dat de totale vliegbasis moet worden gezien als een geluidzoneringsplichtige inrichting. Deze aanvulling zal worden opgenomen in de toelichting. Ad. 6 Het is niet mogelijk om de bouwhoogte aan te passen. Dit bestemmingsplan is immers een conserverend plan waarbij de bestaande rechten gerespecteerd worden. Het geldende bestemmingsplan laat ook al bebouwing toe met een hoogte hoger dan volgens het ILS is toegestaan. In paragraaf 3.2.9 van de toelichting is dit voldoende omschreven. Ad. 7 Conform het Handboek Digitale Bestemmingsplannen van de Gemeente Eindhoven wordt de bestemming “Maatschappelijk” onder andere gebruikt voor de functies 'kazerne', 'militair oefenterrein' en 'militaire zaken'. In casu gaat het om een kantoorgebouw van de Koninklijke Marechaussee. Zelfstandige kantoren hebben in dit bestemmingsplan de bestemming “Bedrijf – 2” gekregen. Wij achten die bestemming voor dit pand passend. Ad. 8 Er is niet concreet aangegeven waar de termen 'vliegbasis Eindhoven' en 'Eindhoven Airport' precies worden verward. Deze opmerking wordt dan ook voor kennisgeving aangenomen. Waar nodig zal de juiste terminologie gebruikt worden. |
| Besluit | |
| Wijzigingen aanbrengen in de toelichting van het bestemmingsplan. |
|
| Wijzigingen in het bestemmingsplan | |
|
- De verantwoording groepsrisico zal in het ontwerpbestemmingsplan worden opgenomen. - De paragraaf over de vliegbasis Eindhoven wordt verplaatst van 'gemeentelijk beleid' naar 'nationaal beleid'. - Ter verduidelijking zal worden aangegeven dat het aanwijziingsbesluit niet geheel maar slechts gedeeltelijk vernietigd is. - Als aanvulling zal worden opgenomen da de totale vliegbasis moet worden gezien als een geluidzoneringsplichtige inrichting. - Op enkele plaatsen zijn de termen 'vliegbasis Eindhoven' en 'Eindhoven Airport' anders gebruikt. |
|
| Indiener inspraakreactie | |
|
9. De heer L.J. Lindeman, Boutenslaan 54, 5615 KT Eindhoven Brief 08 mei 2010 |
|
| Samenvatting zienswijze | Antwoord |
| 1. Er staat in de publicatie niet dat de inzagetermijn start op een donderdag (8 april) en er staat ook niet wanneer de 6 weken aflopen. Ook is niet genoemd dat 19 mei een woensdag is. Waarom niet? 2. Het is in deze barre, slechte economische tijden volstrekt overbodig om een nieuw/ander bedrijventerrein aan te leggen. 3. Wordt er ook een geldelijke bijdrage van de gemeente gevraagd? 4. Moet aanbesteding enz. Europees gebeuren? 5. Termijn om een inspraakreactie te geven loopt vanaf donderdag 8 april tot en met donderdag 20 mei 2010. 6. Indiener van de zienswijze verzoekt om toezending van het voorontwerp en de mogelijkheid om deze later aan te vullen. Hij verzoekt de zienswijze als pro-forma te beschouwen. |
Ad. 1. De publicatie voldoet aan de eisen van de Wet ruimtelijke ordening en de Algemene wet bestuursrecht. Zowel de begin- als de einddatum van de termijn zijn in de publicatie duidelijk genoemd. Ad. 2 Van een nieuw of ander bedrijventerrein is geen sprake. Dit bestemmingsplan ziet op een bestaand bedrijventerrein. Het gaat om het conserveren en beheren van de bestaande situatie. Ad. 3 Onder verwijzing naar punt 2 is het antwoord dat een geldelijke bijdrage bij een bestaand bedrijventerrein niet aan de orde is. De financiële aspecten zijn in hoofdstuk 8 van de toelichting voldoende beschreven. Ad. 4 Onder verwijzing naar punt 2, 3 en 4 merken wij op dat er van aanbestedingsplichtige zaken bij dit conserverende bestemmingsplan geen sprake is. Ad. 5 Dit is onjuist. De termijn van 6 weken liep vanaf donderdag 8 april 2010 tot en met woensdag 19 mei 2010. Ad. 6. Indiener is per brief geinformeerd dat aan het toezenden van het voorontwerp legeskosten verbonden zijn. Verder is hem een termijn geboden om zijn inspraakreactie aan te vullen. Hiervan heeft hij echter geen gebruik gemaakt. |
| Besluit | |
| Geen wijzigingen aanbrengen in het bestemmingsplan. |
|
| Wijzigingen in het bestemmingsplan | |
| Geen. |
|