| Plan: | Bedrijventerrein Eindhoven Airport |
|---|---|
| Status: | vastgesteld |
| Plantype: | bestemmingsplan |
| IMRO-idn: | NL.IMRO.0772.80003-0301 |
Het (industriële) verleden van Eindhoven heeft zijn sporen in de bodem nagelaten. In de afgelopen jaren heeft op zeer veel locaties in Eindhoven om diverse redenen milieukundig bodemonderzoek plaatsgevonden, bijvoorbeeld in het kader van het verlenen van bouwvergunningen of in het kader van de aan- of verkoop van locaties. In het bodeminformatiesysteem van de gemeente zijn de gegevens van alle bekende bodemonderzoeken opgenomen.
Op diverse locaties in Eindhoven zijn verontreinigingen aangetroffen, het komt echter zelden voor dat er als gevolg van bodemverontreiniging sprake is van risico's voor de gezondheid van mensen. Dergelijke locaties zijn op dit moment binnen het plangebied niet bekend. Wel zijn binnen het plangebied de volgende locaties bekend waar sprake is (geweest) van een bodemverontreiniging:
Hoewel er binnen het plangebied dus geen gevallen van bodemverontreiniging bekend zijn die een risico voor de gezondheid vormen, kan er in sommige gevallen toch sprake zijn van beperkingen in het gebruik of extra kosten die gemaakt moeten worden als grond moet worden afgevoerd. Het verdient dan ook sterk aanbeveling om bij grondtransacties, bouwactiviteiten of grondverzet vooraf het bodeminformatiesysteem van de gemeente te raadplegen bij de Milieudienst Regio Eindhoven. In sommige gevallen zal het uitvoeren van een bodemonderzoek noodzakelijk zijn. Dit geldt bijvoorbeeld bij het aanvragen van sommige omgevingsvergunningen en bij het afvoeren van vrijkomende partijen grond.
Het onderhavige bestemmingplan betreft een conserverend plan waarbij geen grootschalige nieuwe ontwikkelingen zijn toegestaan. Er is derhalve geen bodemonderzoek nodig in het kader van de bestemmingsplanprocedure.
Kaartbeeld bodemverontreiniging
Op de gronden gelegen tussen Beatrixkanaal en Jan Olieslagersweg bevond zich een brandstof en onderhoudscomplex van Defensie. Het complex heeft zijn functie verloren, de gebouwen zijn gesloopt en de gronden zijn gesaneerd. Het hele gebied inclusief bos was bestemd voor militaire doeleinden, waarbij maximaal 60% van het bestemmingsvlak mag worden bebouwd. Voor het gebied is een nieuw bestemmingsplan vastgesteld op 20 juni 2006 (I Landelijk gebied Strijp 1998). Dit bestemmingsplan maakt de ontwikkeling van bedrijvigheid mogelijk. Deze regeling is grotendeels overgenomen in het onderhavige bestemmingsplan.
In de bodemparagraaf van bestemmingsplan 'I Landelijk gebied Strijp 1998' is het onderstaande over de toekomstige situatie opgenomen.
In 1997 is door Grontmij Noord-Brabant een inventariserend bodemonderzoek opgesteld aangaande vliegbasis Eindhoven in opdracht van DGW&T, directie Brabant. Voor het onderhavige plangebied, in het onderzoek nader aangeduid als locatie F, wordt gezien de resultaten van het onderzoek geconcludeerd dat de voor de onderzoekslocatie opgestelde hypothese, dat het hier een "niet verdachte" locatie betreft, niet juist is. Nabij gebouw 105 is een sterk verhoogd gehalte aan PAK in de laag 0,2 - 0,6 m1 beneden maaiveld aangetoond.
In een evaluatierapport uit 1999 aangaande de grondsanering van het voormalige BOS-laadstation wordt geconcludeerd dat de grondsanering volledig conform de uitgangspunten is uitgevoerd. In controlemonsters van de achtergebleven grond na ontgraving van de verontreinigde grond zijn geen verontreinigingen boven de streefwaarde aangetoond. Op basis van analyseresultaten van grondwater uit peilbuizen, verzameld na uitvoering van de grondsanering, is geadviseerd geen grondwatersanering aan te vangen en in overleg met het bevoegde gezag de sanering als afgerond te beschouwen.
Naar aanleiding van de voorgenomen verkoop van de gronden aan de gemeente Eindhoven is een nieuwe rapportage evaluatie grondsanering opgesteld. Hierin wordt opgemerkt dat het gestelde doel, het verwijderen van alle met minerale olie en vluchtige aromaten verontreinigde grond, vrijwel geheel is gehaald, dit met uitzondering van enkele controlemonsters waar nog spoortjes aromaten zijn gemeten. Daarnaast is aan de noordoostzijde van het terrein, nabij het Beatrixkanaal middels boringen een separate verontreiniging aangetoond. Deze verontreiniging ligt in het tracé van de vulleiding van de voormalige kerosinetanks. Het vulpunt ligt aan het kanaal, waar voorheen met boten de kerosinetanks werden gevuld. De verontreiniging is globaal afgeperkt. De aangetroffen concentraties aan minerale olie liggen beneden de interventiewaarde. In totaal is circa 13.119 m3 (los) met minerale olie producten verontreinigde grond verwijderd.
In de tweede fase van de sanering zal het grondwater worden gesaneerd. In afwijking van het saneringsplan zal de grondwatersanering plaatsvinden door onttrekking uit drains. De reden hiervan is dat sprake is van een relatief ondiep aanwezige grondwaterverontreiniging en doordat de grondslag dusdanig is dat het bereik en het debiet van verticale onttrekkingsfilters te gering zal zijn voor een goede (en snelle) grondwatersanering. Ter plaatse van de restverontreiniging nabij het kanaal zal een monitoringspeilbuis worden geplaatst teneinde na te gaan of de grondwatersanering op het POL-terrein van invloed is op de verspreiding van deze restverontreiniging.
In de evaluatie van de uitgevoerde bodemsanering ten behoeve van bodemverontreiniging gebouw 105 vliegbasis Eindhoven wordt geconcludeerd dat de sanering ter plaatse van gebouw 105 is uitgevoerd met als leidraad het opgestelde en door de provincie goedgekeurde saneringsplan. In totaal is circa 719,98 ton met PAK verontreinigde grond ontgraven en afgevoerd. In het saneringsplan was een hoeveelheid te ontgraven verontreinigde grond begroot van 216 m3 = 386 ton. De verontreiniging is conform het saneringsplan geheel verwijderd tot beneden de achtergrondwaarden (10 mg/kg d.s.). De aanwezige bomen zijn niet verwijderd, hier is omheen gegraven. De grondwatersanering is inmiddels in het derde kwartaal van 2002 afgerond.