| Plan: | TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22i Eerselseweg 35 en Sneidershoek 2 te Knegsel |
|---|---|
| Status: | vastgesteld |
| Plantype: | bestemmingsplan |
| IMRO-idn: | NL.IMRO.0770.TOBeerselwg350121-VAST |
Préambule
Dit TAM-omgevingsplan is gericht op het faciliteren van uitbreiding van een bedrijfsfunctie en transformatie van vab-locatie naar woningbouwontwikkeling aan Eerselseweg 35 en Sneidershoek 2 te Knegsel en is als een nieuw hoofdstuk (hoofdstuk 22i) opgenomen in het omgevingsplan van de gemeente Eersel. Dit hoofdstuk is op grond van artikel 11.1, tweede lid, van het Besluit elektronische publicaties, bekend gemaakt en digitaal beschikbaar gesteld met de landelijke voorziening www.ruimtelijkeplannen.nl. Het is met deze landelijke voorziening niet mogelijk dit hoofdstuk conform de juridische vormgeving van het omgevingsplan in STOP-TPOD beschikbaar te stellen.
De in dit op https://www.ruimtelijkeplannen.nl uitgegeven deel van het omgevingsplan (hierna: dit deel) weergegeven hoofdstukken moeten gelezen worden als paragrafen van hoofdstuk 22i van het omgevingsplan van de gemeente Eersel. In de artikelkop van de in dit deel weergegeven artikelen moet na het woord 'Artikel', na de spatie en direct voor het artikelnummer '22i.' gelezen worden. In de kop van de bijlagen bij het in dit deel weergegeven hoofdstuk moet na het woord ‘Bijlage’, na de spatie en direct voor het nummer van de bijlage ‘22i’ gelezen worden.
Voor de toepassing van de regels in dit TAM-omgevingsplan gelden de begripsbepalingen die, op de dag van de inwerkingtreding van de Omgevingswet, zijn opgenomen in de bijlage bij de Omgevingswet en in bijlage I bij het Besluit activiteiten leefomgeving, bijlage I bij het Besluit bouwwerken leefomgeving, bijlage I bij het Besluit kwaliteit leefomgeving, bijlage I bij het Omgevingsbesluit en bijlage I bij de Omgevingsregeling, zijn van toepassing op dit TAM-omgevingsplan. Daarnaast gelden aanvullend de begrippen, zoals opgenomen in Bijlage 1.
De meet- en rekenbepalingen uit artikel 22.24 van het omgevingsplan zijn van overeenkomstige toepassing op het meten van de waarden die in dit hoofdstuk in meters (m), m² of m³ zijn uitgedrukt, voor zover hiervan niet is afgeweken in het bepaalde in dit TAM-omgevingsplan. Daarnaast gelden de meet- en rekenbepalingen, zoals opgenomen in Bijlage 2.
Een werkingsgebied dat op de plankaart is aangewezen als 'Bedrijf - Agrarisch verwant en technisch hulpbedrijf' heeft de volgende functies:
een en ander met de daarbij behorende bouwwerken en voorzieningen.
Het is verboden de gronden en bouwwerken te gebruiken en/of te laten gebruiken voor en/of als:
Het is toegestaan om in een bedrijfswoning en bijbehorende bouwwerken, als ondergeschikte activiteit bij de woonfunctie, een bed & breakfast te exploiteren, waarbij de volgende bepalingen van toepassing zijn:
De gronden zijn mede bestemd voor erfverharding en (verharde) parkeervoorzieningen ter plaatse van de aanduiding 'parkeerterrein'.
Het gebruik van de in 5.1 bedoelde functies is enkel toegestaan indien:
Het gebruik van de in 5.1 bedoelde functies is enkel toegestaan indien benodigde waterberging is gerealiseerd en vervolgens in stand wordt gehouden. De bergingsopgave wordt daarbij gebaseerd op 0,06 m³ per vierkante meter toekomstig verhard oppervlak.
Voor het bouwen van bouwwerken ten behoeve van de in artikel 5.1 bedoelde functies gelden de volgende beoordelingsregels:
De volgende beoordelingsregels zijn van toepassing op de omgevingsvergunning voor het bouwen van een bedrijfswoning met bijbehorende bijgebouwen:
De volgende beoordelingsregels zijn van toepassing op de omgevingsvergunning voor het bouwen van bedrijfsgebouwen:
Ter plaatse van de aanduiding 'opslag' zijn de volgende beoordelingsregels van toepassing op de omgevingsvergunning voor het bouwen van teeltondersteunende voorzieningen:
De volgende beoordelingsregels zijn van toepassing op de omgevingsvergunning voor het bouwen van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde:
Het bevoegd gezag kan door middel van een maatwerkvoorschrift nadere eisen stellen ten aanzien van de situering en de afmetingen van bebouwing. Deze nadere eisen mogen slechts worden gesteld voor het behoud van en ter voorkoming van de aantasting van cultuurhistorisch waardevolle bebouwing en hun omgeving en ten behoeve van het behoud en herstel van de waardevolle elementen en structuren en de bestaande ruimtelijke karakteristiek.
Het bevoegd gezag kan in afwijking van het bepaalde onder 5.3.2 een omgevingsvergunning verlenen teneinde de voorgevel te kunnen plaatsen buiten de (voormalige) voorgevelrooilijn, mits aan de volgende voorwaarden wordt voldaan:
Het bevoegd gezag kan door middel van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 5.3.3 teneinde de voorgeschreven minimum afstand van bebouwing tot de weg te verkleinen, mits voldaan wordt aan de volgende voorwaarden:
Het bevoegd gezag kan door middel van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 5.3.3 teneinde de minimum afstand van gebouwen tot de zijdelingse bouwperceelgrens te verkleinen voor bedrijfswoningen en/of bijbehorende bouwwerken. Hierbij dient aan het volgende te worden voldaan:
Het bevoegd gezag kan door middel van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 5.3.3 teneinde een grotere bouwhoogte toe te staan voor het treffen van milieutechnische maatregelen, mits aan de volgende voorwaarden wordt voldaan:
Het bevoegd gezag kan door middel van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 5.2.1 teneinde een vorm van agrarisch verwant bedrijf of agrarisch technisch hulpbedrijf als nevenactiviteit bij een bedrijf toe te staan, mits aan de volgende voorwaarden is voldaan:
Het bevoegd gezag kan door middel van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 5.2.1 teneinde - bedrijfsmatige - nevenactiviteiten in de vorm van zorgverlening op sociaal, fysiek of psychisch vlak toe te staan bij een bedrijf, mits aan de volgende voorwaarden wordt voldaan:
Het bevoegd gezag kan door middel van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 5.2.1 teneinde als nevenactiviteit bij een bedrijf extensieve vormen van dag- en verblijfsrecreatieve voorzieningen, zoals een kinderboerderij, theehuis, ambachtelijke ijs- of kaasmakerij, verhuur van fietsen/huifkarren, organiseren van rondleidingen en exposities, bed en breakfastvoorzieningen in een grotere omvang e.d., toe te staan, mits aan de volgende voorwaarden wordt voldaan:
Het bevoegd gezag kan door middel van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 5.2.1 teneinde nevenactiviteiten in de vorm van inpandige statische opslag toe te staan bij een bedrijf, mits aan de volgende voorwaarden wordt voldaan:
Het is verboden om zonder omgevingsvergunning de volgende werken, geen bouwwerken zijnde en/of werkzaamheden uit te voeren:
Het is toegestaan om werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden uit te voeren:
De omgevingsvergunning als bedoeld in a, onder 1 wordt alleen verleend als:
De omgevingsvergunning als bedoeld in a, onder 2 wordt alleen verleend als:
De omgevingsvergunning als bedoeld in a, onder 3 wordt alleen verleend als:
Een werkingsgebied dat op de plankaart is aangewezen als 'Groen - Landschappelijke inpassing' heeft de volgende functies:
een en ander met bijbehorende voorzieningen zoals doorgangen.
Het is verboden de gronden en bouwwerken te (laten) gebruiken voor:
Gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zijn uitsluitend toegestaan in de vorm van erfafscheidingen en uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'geluidwal' in de vorm van geluidwerende voorzieningen.
Uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - schuilgelegenheid' zijn bouwwerken toegestaan uitsluitend in de vorm van een schuilgelegenheid, waarbij de volgende beoordelingsregels gelden:
Voor erfafscheidingen gelden de volgende beoordelingsregels:
Het is verboden om zonder omgevingsvergunning de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, en/of werkzaamheden uit te voeren:
Het is toegestaan om werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden uit te voeren welke het normale onderhoud en/of landschapsbeheer betreffen.
De omgevingsvergunning als bedoeld in a, onder 1 wordt alleen verleend als:
De omgevingsvergunning als bedoeld in a, onder 2 wordt alleen verleend als:
Een omgevingsvergunning ten behoeve van de wijziging van het landschappelijk inpassingsplan wordt verleend, indien wordt voldaan aan de volgende beoordelingsregels:
Een werkingsgebied dat op de plankaart is aangewezen als 'Natuur' heeft de volgende functies:
een en ander met de daarbij behorende voorzieningen zoals (on)verharde paden en overeenkomstig de in 7.3 opgenomen specifieke gebruiksregels.
Het is verboden om de gronden en bouwwerken te gebruiken en/of laten gebruiken voor en/of als:
Binnen de functie 'Natuur' is het beleid gericht op het beschermen van de landschappelijke en ecologische waarden.
Het gehele gebied gelegen binnen deze functie mag worden gebruikt ten behoeve van extensief recreatief medegebruik. Ter ondersteuning van het recreatief medegebruik worden beperkte recreatieve voorzieningen toegestaan in het gehele gebied zoals paden, banken, picknicktafels, bewegwijzering e.d.
Uitsluitend zijn toegestaan bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten dienste van deze functie.
Een omgevingsvergunning voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten behoeve van de in 7.1 bedoelde functies wordt verleend, indien wordt voldaan aan de volgende beoordelingsregels:
Het is verboden om zonder omgevingsvergunning de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, en/of werkzaamheden uit te voeren:
Het onder a. vervatte verbod geldt niet voor werken en werkzaamheden:
De omgevingsvergunning als bedoeld in a, onder 1 wordt alleen verleend als:
De omgevingsvergunning als bedoeld in a, onder 2 wordt alleen verleend als:
De omgevingsvergunning als bedoeld in a, onder 3 wordt alleen verleend als:
De omgevingsvergunning als bedoeld in a, onder 4 wordt alleen verleend als:
De omgevingsvergunning als bedoeld in a, onder 5 wordt alleen verleend als:
Een werkingsgebied dat op de plankaart is aangewezen als 'Verkeer - Openbaar gebied' heeft de volgende functies:
een en ander met de daarbij behorende voorzieningen.
Het is verboden om op of in deze gronden gebouwen te bouwen.
Een omgevingsvergunning voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten behoeve van de in 8.1 bedoelde functies wordt verleend, indien wordt voldaan aan de volgende beoordelingsregels:
Burgemeester en wethouders kunnen maatwerkvoorschriften stellen aan de plaats en de afmetingen van de bebouwing, ten behoeve van:
Een werkingsgebied dat op de plankaart is aangewezen als 'Wonen' heeft de volgende functies:
een en ander met de daarbij behorende voorzieningen zoals tuinen en erven en overeenkomst de in 9.2 opgenomen specifieke regels voor gebruik.
Het is toegestaan om als ondergeschikte activiteit bij de woonfunctie in een gedeelte van een woning en/of bijbehorende bouwwerk een niet-publieksgerichte aan huis verbonden beroeps- of bedrijfsactiviteit uit te oefenen, mits wordt voldaan aan de volgende beoordelingsregels:
Gebruik van gronden en bouwwerken ten behoeve van bed & breakfast in een grotere omvang dan genoemd onder a, is uitsluitend toegestaan via een omgevingsvergunning als bedoeld in 9.5.4.
De functie is mede gericht op behoud van landschapselementen ter plaatse van de aanduiding 'landschapswaarden'.
Het gebruiken en (doen) laten gebruiken voor de voor 'Wonen aangewezen gronden is alleen toegestaan indien benodigde waterberging is gerealiseerd en vervolgens in stand wordt gehouden. De bergingsopgave wordt daarbij gebaseerd op 0,06 m³ per vierkante meter toekomstig verhard oppervlak.
Ten aanzien van sanering van de voormalige veehouderij gelden de volgende bepalingen:
Het gebruiken en (doen) laten gebruiken voor de voor 'Wonen' aangewezen gronden is alleen toegestaan indien de landschappelijke inpassing en natuurinrichting zoals opgenomen in Bijlage 3 en Bijlage 4 binnen 2 jaar inwerkingtreding van dit plan is aangelegd en duurzaam in stand wordt gehouden.
Voor het bouwen van bouwwerken ten behoeve van de in artikel 9.1 bedoelde functies gelden de volgende beoordelingsregels:
Voor het bouwen van hoofdgebouwen gelden de volgende beoordelingsregels:
Voor het bouwen van bijbehorende bouwwerken gelden de volgende beoordelingsregels:
Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten behoeve van de in 9.1 bedoelde functies, gelden de volgende beoordelingsregels:
Het bevoegd gezag kan nadere eisen stellen ten aanzien van de situering en de afmetingen van bebouwing. Deze nadere eisen mogen slechts worden gesteld voor het behoud van en ter voorkoming van de aantasting van cultuurhistorisch waardevolle bebouwing en hun omgeving en ten behoeve van het behoud en herstel van de waardevolle elementen en structuren en de bestaande ruimtelijke karakteristiek.
Het bevoegd gezag kan in afwijking van het bepaalde onder 9.3.2 een omgevingsvergunning verlenen teneinde de voorgevel te kunnen plaatsen buiten de (voormalige) voorgevelrooilijn, mits aan de volgende beoordelingsregels wordt voldaan:
Het bevoegd gezag kan door middel van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 9.3.3 teneinde de minimum afstand van gebouwen tot de zijdelingse bouwperceelgrens te verkleinen voor woningen en/of bijbehorende bouwwerken. Hierbij dient aan het volgende te worden voldaan:
Het bevoegd gezag kan door middel van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 9.2 teneinde bedrijven aan huis toe te staan, die qua aard en omvang en invloed op het milieu en de omgeving gelijk te stellen zijn met de in 9.2.2 toegestane bedrijven maar die niet zijn genoemd in de in Bijlage 6 Staat van bedrijfsactiviteiten, mits:
Het bevoegd gezag kan door middel van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 9.2.2 teneinde als nevenactiviteit bij een hoofdgebouw, bed & breakfast voorzieningen e.d., in een grotere omvang toe te staan, mits aan de volgende beoordelingsregels wordt voldaan:
Een werkingsgebied dat op de plankaart is aangewezen als 'Waarde - Archeologie 4.2' heeft, behalve de andere daaraan toegekende functies, mede de functie voor behoud en bescherming van waardevolle verwachte archeologische informatie in de bodem.
Ter plaatse van het werkingsgebied 'Waarde - Archeologie 4.2' zijn uitsluitend toegestaan gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, die ten dienste staan van deze functie, alsmede ten behoeve van de andere daar aangewezen functies, mits:
Burgemeester en wethouders zijn bevoegd maatwerkvoorschriften te stellen ten aanzien van de situering van gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, de inrichting en het gebruik van gronden, indien uit onderzoek is gebleken dat ter plaatse behoudens- en beschermenswaardige archeologische monumenten of resten aanwezig zijn.
De maatwerkvoorschriften zijn erop gericht dat de archeologische waarden zoveel mogelijk in de grond (in situ) worden behouden.
Het bevoegd gezag kan door middel van het verlenen van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 10.2 teneinde het oprichten van gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde ten behoeve van de aan deze gronden toegekende functies, indien op basis van archeologisch onderzoek is aangetoond, dat de archeologische waarden door de bouwactiviteiten niet onevenredig worden of kunnen worden geschaad. Teneinde dit te bereiken kunnen aan een omgevingsvergunning in ieder geval de volgende voorschriften worden verbonden:
De omgevingsvergunning als bedoeld in 10.4.1 wordt niet verleend dan nadat de aanvrager een rapport heeft overgelegd waarin de archeologische waarde van het terrein dat blijkens de aanvraag zal worden verstoord, naar het oordeel van het bevoegd gezag in voldoende mate is vastgesteld of getoetst wordt aan een daartoe opgestelde archeologische beleidsadvieskaart.
Alvorens het bevoegd gezag beslist over een omgevingsvergunning als bedoeld 10.4.1 winnen zij schriftelijk advies in bij een archeologisch deskundige omtrent de vraag of door het verlenen van een omgevingsvergunning geen onevenredige afbreuk wordt of kan worden gedaan aan de archeologische waarden, en of en zo ja welke voorwaarden dienen te worden gesteld.
Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van het bevoegd gezag de volgende andere werken of werkzaamheden uit te voeren:
Het onder 10.5.1 vervatte verbod geldt niet:
Een omgevingsvergunning als bedoeld in 10.5.1 mag alleen worden verleend indien door de uitvoering de aanwezige archeologische waarden niet onevenredig (kunnen) worden aangetast. Teneinde dit te bereiken kunnen aan een omgevingsvergunning in ieder geval de volgende voorschriften worden verbonden:
Alvorens een besluit te nemen omtrent het verlenen van een omgevingsvergunning wint het bevoegd gezag advies in van een archeologisch deskundige omtrent de vraag of door het verlenen van de omgevingsvergunning geen onevenredige afbreuk wordt of kan worden gedaan aan de archeologische waarden, en welke voorwaarden dienen te worden gesteld.
Een werkingsgebied dat op de plankaart is aangewezen als 'Waarde - Archeologie 6' heeft, behalve de andere daaraan toegekende functies, mede de functie voor behoud en bescherming van waardevolle verwachte archeologische informatie in de bodem.
Ter plaatse van het werkingsgebied 'Waarde - Archeologie 6' zijn uitsluitend toegestaan gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, die ten dienste staan van deze functie, alsmede ten behoeve van de andere daar aangewezen functies, mits:
Burgemeester en wethouders zijn bevoegd maatwerkvoorschriften te stellen ten aanzien van de situering van gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, de inrichting en het gebruik van gronden, indien uit onderzoek is gebleken dat ter plaatse behoudens- en beschermenswaardige archeologische monumenten of resten aanwezig zijn.
De maatwerkvoorschriften zijn erop gericht dat de archeologische waarden zoveel mogelijk in de grond (in situ) worden behouden.
Het bevoegd gezag kan door middel van het verlenen van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 11.2 teneinde het oprichten van gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde ten behoeve van de aan deze gronden toegekende functies, indien op basis van archeologisch onderzoek is aangetoond, dat de archeologische waarden door de bouwactiviteiten niet onevenredig worden of kunnen worden geschaad. Teneinde dit te bereiken kunnen aan een omgevingsvergunning in ieder geval de volgende voorschriften worden verbonden:
De omgevingsvergunning als bedoeld in 11.4.1 wordt niet verleend dan nadat de aanvrager een rapport heeft overgelegd waarin de archeologische waarde van het terrein dat blijkens de aanvraag zal worden verstoord, naar het oordeel van het bevoegd gezag in voldoende mate is vastgesteld of getoetst wordt aan een daartoe opgestelde archeologische beleidsadvieskaart.
Alvorens het bevoegd gezag beslist over een omgevingsvergunning als bedoeld 11.4.1 winnen zij schriftelijk advies in bij een archeologisch deskundige omtrent de vraag of door het verlenen van een omgevingsvergunning geen onevenredige afbreuk wordt of kan worden gedaan aan de archeologische waarden, en of en zo ja welke voorwaarden dienen te worden gesteld.
Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van het bevoegd gezag de volgende andere werken of werkzaamheden uit te voeren:
Het onder 11.5.1 vervatte verbod geldt niet:
Een omgevingsvergunning als bedoeld in 11.5.1 mag alleen worden verleend indien door de uitvoering de aanwezige archeologische waarden niet onevenredig (kunnen) worden aangetast. Teneinde dit te bereiken kunnen aan een omgevingsvergunning in ieder geval de volgende voorschriften worden verbonden:
Alvorens een besluit te nemen omtrent het verlenen van een omgevingsvergunning wint het bevoegd gezag advies in van een archeologisch deskundige omtrent de vraag of door het verlenen van de omgevingsvergunning geen onevenredige afbreuk wordt of kan worden gedaan aan de archeologische waarden, en welke voorwaarden dienen te worden gesteld.
De regels in dit hoofdstuk gelden in aanvulling op en als dit nader is bepaald in afwijking van de regels in Hoofdstuk 2 van dit TAM-omgevingsplan.
Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.
Bestaande gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, die zijn opgericht in overeenstemming met de Woningwet, maar in afwijking van dit TAM-IMRO omgevingsplan, zijn toegestaan. Herbouw van deze bestaande gebouwen is niet toegestaan.
Bij de toepassing van het bepaalde ten aanzien van het bouwen in dit TAM-omgevingsplan worden ondergeschikte bouwdelen, als plinten, pilasters, kozijnen, gevelversieringen, ventilatiekanalen, schoorstenen, gevel- en kroonlijsten, luifels, balkons en overstekende daken buiten beschouwing gelaten, mits de overschrijding van bouwgrenzen, omgevingswaarden dan wel overige werkingsgebieden niet meer dan 1 m bedraagt.
Het is verboden om gronden en/of bouwwerken te gebruiken in strijd met de regels van dit TAM-omgevingsplan. Hieronder wordt in ieder geval verstaan het gebruik van gronden en bouwwerken voor en/of als:
Ter plaatse van de aanduiding 'luchtvaartverkeerzone - obstakelbeheergebieden', is het bouwen van gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, die hoger zijn dan de maximaal toelaatbare hoogten (uitgedrukt in meters boven NAP) zoals aangegeven op de Kaarten Obstakelbeheergebieden (Kaarten Obstakelbeheergebieden) in verband met de Vliegfunnel, IHCS en ILS, uitsluitend toegestaan indien voorafgaand aan de vergunningverlening uit een schriftelijk advies van het Rijksvastgoedbedrijf van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, blijkt dat de bouwhoogte geen gevaar vormt voor het vliegverkeer op en rondom de luchthaven.
Ter plaatse van de aanduiding 'milieuzone - vogelbeheersgebied' zijn oppervlaktewateren met een oppervlakte van meer dan 3 hectare, natuurbeschermingsgebieden, vogelbeschermingsgebieden, vishouderijen met extramurale bassins, extramurale opslag of verwerking van organisch materiaal en afvalwaterzuiveringsinstallaties uitsluitend toegestaan indien dit in overeenstemming is met een verklaring van geen bezwaar van de Minister van Defensie.
Ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - cultuurhistorisch vlak' wordt gestreefd naar behoud, beheer en herstel van de historische verkavelingsstructuur uit oogpunt van cultuurhistorische en landschappelijke waarden.
Het is verboden op de gronden gelegen ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - cultuurhistorisch waardevol vlak' zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van het bevoegd gezag de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden uit te voeren of te laten uitvoeren:
De voor 'overige zone - watergangen' aangeduide gronden zijn mede bedoeld voor:
Uitsluitend zijn toegestaan bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten dienste van deze functie.
Het is verboden op de gronden gelegen ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - watergangen' zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van het bevoegd gezag de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden uit te voeren of te laten uitvoeren:
Alvorens het bevoegd gezag beslist over een omgevingsvergunning als bedoeld in 16.4.3 wint zij schriftelijk advies in bij het waterschap.